J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 32 uitvoeringbesluiten 45 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1935/06/15/1935061501/justel

Titel
15 JUNI 1935. - WET op het gebruik der talen in gerechtszaken.
(NOTA : art. 7bis, 42, 46 en 53,§5 gewijzigd door W 2017-12-25/08, art. 5-11, 044; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op )
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-11-1985 en tekstbijwerking tot 30-05-2018)

Publicatie : 22-06-1935 nummer :   1935061501 bladzijde : 4002
Dossiernummer : 1935-06-15/01
Inwerkingtreding : 15-09-1935

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Gebruik der talen voor de burgerlijke rechtbanken en de rechtbanken van koophandel van eersten aanleg.
Art. 1-2, 2bis, 3-7, 7bis, 7ter, 8-10
HOOFDSTUK II. - Gebruik der talen bij het vooronderzoek en het onderzoek in strafzaken, alsmede voor de strafgerechten in eersten aanleg en voor de Hoven van Assisen.
Art. 11-23
HOOFSTUK IIbis. - Gebruik der talen voor de strafuitvoeringsrechtbank. <ingevoegd bij W 2006-05-17/36, art. 44, Inwerkingtreding : 01-12-2007>
Art. 23bis, 23ter
HOOFDSTUK IIter. - [1 Rechtsmiddelen voor de verzoeken die voor de rechtbanken van het arrondissement Brussel worden ingediend]1
Art. 23quater
HOOFDSTUK III. - Gebruik der talen voor de rechtsmachten in hooger beroep.
Art. 24, 24bis, 25-26
HOOFDSTUK IV. - Gebruik der talen voor het Hof van Verbreking.
Art. 27, 27bis, 28-29
HOOFDSTUK V. - Algemeene beschikkingen.
Art. 30, 30bis, 31-42
HOOFDSTUK VI. - Rechterlijke inrichting. Kennis van de talen door de magistraten, gezworenen en griffiers.
Art. 43, 43bis, 43ter, 43quater, 43quinquies, 43sexies, 43septies, 44-45, 45bis, 46-54, 54bis, 54ter
HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepalingen.
Art. 55-63, 63bis, 63ter, 64-66, 66bis
HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding.
Art. 67-68

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Gebruik der talen voor de burgerlijke rechtbanken en de rechtbanken van koophandel van eersten aanleg.

  Artikel 1.<W 1985-09-23/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Voor de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel van eerste aanleg, en de arbeidsrechtbanken, [2 die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant]2, [1 alsook voor de Franstalige rechtbanken van het arrondissement Brussel,]1 wordt de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Frans gevoerd.
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 45, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>
  (2)<W 2013-12-01/01, art. 119, 036; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 2.<W 1985-09-23/33, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Voor de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel van eerste aanleg, en de arbeidsrechtbanken [2 die hun rechtsmacht uitoefenen over de arrondissementen Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Limburg en Leuven ]2, [1 alsook voor de Nederlandstalige rechtbanken van het arrondissement Brussel, ]1 wordt de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Nederlands gevoerd.
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 46, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>
  (2)<W 2013-12-01/01, art. 120, 036; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 2bis. <Ingevoegd bij W 1985-09-23/33, art. 3; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Voor de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel van eerste aanleg, en de arbeidsrechtbank die hun zetel hebben in het arrondissement Eupen wordt de gehele rechtspleging in betwiste zaken in het Duits gevoerd.

  Art. 3. (De bij artikel 2 vastgestelde regel geldt insgelijks voor de vredegerechten en, wanneer de vordering het bedrag, vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtelijk Wetboek, niet overschrijdt, voor de politierechtbanken van het arrondissement Brussel die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van hetzelfde Wetboek en wier rechtsgebied uitsluitend uit Vlaamse gemeenten bestaat gelegen buiten de Brusselse agglomeratie.) <W 1994-07-11/33, art. 59, a), 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  (Hij is eveneens van toepassing op de vorderingen die worden ingesteld voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, (de rechtbank van koophandel en, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtlijk Wetboek overschrijdt, de politierechtbanken die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek, waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd), wanneer een zaak voor de rechtbank aanhangig wordt gemaakt op grond van een territoriale bevoegdheid bepaald door een plaats welke zich op het grondgebied van een van voormelde gemeenten bevindt.) <W 10-10-1967, art. 168> <W 1994-07-11/33, art. 59, b), 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>

  Art. 4.§ 1. (Behoudens de gevallen van artikel 3 wordt het gebruik der talen voor geheel de rechtspleging in betwiste zaken voor de gerechten van eerste aanleg waarvan de zetel in het arrondissement Brussel is gevestigd, (en, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld in artikel 590 van het Gerechtelijk wetboek overschrijdt, voor de politierechtbank van Brussel die zitting houdt in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van hetzelfde Wetboek) geregeld als volgt :) <W 10-10-1967, art. 169> <W 1994-07-11/33, art. 60, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  De akte tot inleiding van het geding wordt in het Fransch gesteld, indien de verweerder woonachtig is in (het Frans taalgebied); in het Nederlandsch, indien de verweerder woonachtig is in (het Nederlands taalgebied); in het Fransch of in het Nederlandsch, ter keuze van den eischer, indien de verweerder woonachtig is in eene gemeente van de Brusselsche agglomeratie of geen gekende woonplaats in België heeft. <W 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  De rechtspleging wordt voortgezet in de taal der akte tot inleiding van het geding, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet [1 indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de vrederechter, dan wel naar de anderstalige rechtbank van het arrondissement wordt verwezen, indien het een rechtspleging betreft die werd ingeleid voor de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel of de politierechtbank.]1.
  § 2. De bij de vorige alinea voorziene aanvraag wordt mondeling gedaan door den verweerder die in persoon verschijnt; zij wordt schriftelijk ingediend, wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt. Het geschrift moet van de hand zijn van verweerder en door hem zelf onderteekend; het (...) blijft aan het vonnis gehecht. <KB 30-01-1939, art. 290 en R 26-06-1947, art. 81>
  [1 De rechter doet op staande voet uitspraak. Hij kan weigeren op de aanvraag in te gaan, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding.
   In afwijking van het tweede lid kan de rechter, wanneer de verweerder gedomicilieerd is in de Brusselse agglomeratie of in een van de zes randgemeenten in de zin van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, de vraag tot verwijzing of verandering van taal slechts weigeren om een van de twee volgende redenen :
   - als die vraag tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
   - als die vraag tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
   Elke beslissing over een vraag tot verwijzing of verandering van taal wordt met redenen omkleed en bij gerechtsbrief of per fax zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht. Bij gebrek aan beroep ingediend binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereisten.]1
  [1 § 2bis. Wanneer de verweerder een administratieve overheid is, kan de rechter weigeren in te gaan op de vraag tot verwijzing naar de rechtbank van de andere taalrol of tot verandering van taal, als uit de elementen van de zaak blijkt dat zij een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding.
   De beslissing van de rechter wordt met redenen omkleed en zo spoedig mogelijk bij gerechtsbrief of fax ter kennis gebracht. Bij gebrek aan beroep ingediend binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereisten.]1
  (§ 3. Dezelfde aanvraag tot voortzetting in de andere taal mag, onder dezelfde voorwaarden, worden gedaan door de verweerders die gedomicilieerd zijn in een der volgende gemeenten : Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-Oppem.) <W 09-08-1963, art. 11>
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 47, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

  Art. 5.<W 1994-07-11/33, art. 61, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995> Behoudens de in artikel 3 bedoelde gevallen wordt het gebruik der talen voor geheel de rechtspleging in betwiste zaken voor de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde, die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek, geregeld als volgt, wanneer de vordering het bedrag vastgesteld bij artikel 590 van hetzelfde Wetboek overschrijdt :
  De akte van rechtsingang wordt in het Nederlands opgesteld en de rechtspleging wordt in deze taal voortgezet, tenzij de verweerder, vóór elk verweer en elke exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet.
  In dat geval wordt gehandeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2.
  Wanneer de rechter de vraag inwilligt, verzendt hij de zaak naar de [1 Franstalige]1 politierechtbank van Brussel.
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 48, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

  Art. 6.§ 1. Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn en, krachtens artikel 4, de akte tot inleiding van het geding in het Fransch of in het Nederlandsch moet gesteld worden, naar gelang de verweerder woonachtig is in (het Frans taalgebied) of in (het Nederlands taalgebied), wordt, voor het opstellen dier akte, de eene of de andere dezer talen gebruikt, naar gelang dat de meerderheid der verweerders in (het Frans taalgebied) of in (het Nederlands taalgebied) woonachtig is. <W 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Bij de berekening van die meerderheid, komt de verweerder, die geen gekende woonplaats heeft, niet in aanmerking.
  In geval van gelijkheid, wordt de akte tot inleiding van het geding gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, volgens de keus van den eischer.
  § 2. [1 Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn en, krachtens artikel 4, de keuze van de taal der rechtspleging aan de verweerder behoort, wordt de taal gebruikt die door de meerderheid wordt gevraagd. Evenwel kan de rechter weigeren op die aanvraag in te gaan, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de meerderheid van de verweerders voldoende de taal kent die werd gebruikt voor het opmaken van de akte tot inleiding van het geding. Wanneer de meerderheid van de verweerders die de taalwijziging of verwijzing vragen gevestigd is in een van de 19 Brusselse gemeenten of in een van de zes randgemeenten is gevestigd in de zin van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, kan de rechter het verzoek tot verwijzing of tot verandering van taal slechts om een van de twee volgende redenen weigeren :
   - wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
   - wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
   In geval van gelijkheid duidt de rechter zelf de taal aan waarin de rechtspleging moet worden voortgezet, daarbij rekening houdend met de behoeften van de zaak.
   De rechter doet op staande voet een uitspraak. Zijn beslissing is met redenen omkleed en wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief of per fax betekend. Indien er binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn geen beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en vóór registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 49, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

  Art. 7.§ 1. [1 Wanneer de partijen eenstemmig vragen dat de rechtspleging wordt voortgezet in het Nederlands of het Duits voor de in artikel 1 en artikel 4, § 1, bedoelde gerechten, of in het Frans of het Duits voor de in artikelen 2, 3 en 4, § 1, bedoelde gerechten, of in het Nederlands voor de in artikel 2bis bedoelde gerechten, wordt de zaak verwezen naar het gerecht van dezelfde rang en van de gevraagde taal van hetzelfde arrondissement of naar het gerecht van dezelfde rang dat in een ander taalgebied gevestigd is en het meest nabij is of naar het gerecht van dezelfde rang uit een ander taalgebied, dat door de partijen gezamenlijk wordt gekozen. Wanneer deze aanvraag wordt gedaan bij een vredegerecht met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, wordt de procedure echter voortgezet in de gevraagde taal.]1
  Wanneer de partijen voor de in artikel 2bis genoemde gerechten eenstemmig vragen dat de rechtspleging in het Frans wordt voortgezet, wordt de rechtspleging voor datzelfde gerecht in het Frans voortgezet.
  De aanvraag bedoeld in deze paragraaf moet door de eiser gedaan worden in de inleidende akte. Zij kan ook door de verweerder worden gedaan. Beide partijen moeten ze aanvaarden voor alle verweer en exceptie, ook die van onbevoegdheid.) [1 Onverminderd de voorgaande bepalingen gebeurt de aanvaarding hetzij op de inleidende zitting, hetzij door middel van een schrijven aan de griffie van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig wordt gemaakt, na ontvangst van de betekening of van de kennisgeving van de gedinginleidende akte, dit ten laatste acht dagen vóór de inleidende zitting. Wanneer de partijen de aanvraag op de inleidende zitting aanvaarden, geldt het proces-verbaal van de onderlinge aanvaarding als verzoek bedoeld in § 2. ]1 <W 1985-09-23/33, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  (§ 1bis. Wanneer de verweerder, wonende in één van de gemeenten [3 van het kanton Moeskroen]3 of in [2 de gemeente Voeren]2, vraagt dat de rechtspleging in het Nederlands wordt voortgezet voor de in het eerste artikel aangeduide rechtsmachten, of in het Frans voor de in artikel 2 aangeduide rechtsmachten, wordt de rechtspleging in die taal voortgezet voor de vrederechter; de zaak wordt verwezen naar de dichtst bij de woonplaats van de verweerder gelegen rechtsmacht van dezelfde rang en met een andere taalregeling, waar het gaat om een zaak die te berechten is door de rechtbank van eerste aanleg die in eerste instantie uitspraak heeft te doen, of door de rechtbank van koophandel (dan wel door de politierechtbank, wanneer zij kennis neemt van de vorderingen bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek). <W 1994-07-11/33, art. 62, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Beroep tegen de vonnissen van de vrederechter wordt, volgens dezelfde regel, ingesteld voor de rechtsmacht van het andere taalregime, dat overeenstemt met de taal van het vonnis.
  De aanvraag moet worden gedaan vóór alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, Zij wordt schriftelijk ingediend wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt.) <W 09-08-1963, art. 9>
  § 2. [1 Het gezamenlijk schriftelijk verzoek tot taalwijziging wordt, voor alle verweer en exceptie, zelfs van onbevoegdheid, bij de griffie van het betrokken rechtscollege ingediend. De rechter neemt binnen een termijn van vijftien dagen na indiening van dit verzoek een beschikking. Bij gebrek aan een beschikking binnen deze termijn geldt het gebrek aan beschikking als doorverwijzing of aanvaarding van de verandering van taal. De griffie geeft de beschikking, of het gebrek aan beschikking, ter kennis aan de partijen en in voorkomend geval aan de rechtbank waarnaar de zaak wordt verwezen. De rechter beveelt ambtshalve de verwijzing niettegenstaande de regels der territoriale bevoegdheid. Zijn beslissing wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief en per fax ter kennis gegeven. Onverminderd het beroep voorzien in artikel 23quater, is de beslissing niet vatbaar voor verzet of beroep. De beslissing, of de afwezigheid van beslissing binnen de voorgeschreven termijn, is uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten. Indien het beroep voorzien in artikel 23quater open staat, is de weigeringsbeslissing gelijkelijk uitvoerbaar tenzij beroep wordt ingesteld binnen de in deze bepaling voorziene termijn.
   Ter benaarstiging van een van de partijen, brengt de griffier de zaak op de rol, zonder kosten.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 50, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>
  (2)<W 2017-12-25/08, art. 5,2°, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (3)<W 2017-12-25/08, art. 5,1°, 044; Inwerkingtreding : 01-05-2018>

  Art. 7bis.[1 § 1. [2 Voor de vredegerechten van Sint-Genesius-Rode]2 en Meise kan de verweerder met woonplaats te Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-Oppem vragen dat de rechtspleging in de Franse taal wordt voortgezet, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid.
   De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt mondeling gedaan door de verweerder die in persoon verschijnt. Ze wordt schriftelijk ingediend wanneer de verweerder bij lasthebber verschijnt.
   De rechter doet op staande voet uitspraak. Hij kan het verzoek tot verandering van taal slechts om een van de twee volgende redenen weigeren :
   - wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de meerderheid van de pertinente dossierstukken;
   - wanneer dit verzoek tegengesteld is aan de taal van de arbeidsverhouding.
   Zijn beslissing wordt met redenen omkleed en wordt zo snel mogelijk bij gerechtsbrief of per fax ter kennis gegeven. Indien er binnen de in artikel 23quater bedoelde termijn geen beroep wordt ingesteld, wordt de beslissing uitvoerbaar op de minuut en voor registratie, zonder andere rechtspleging noch vormvereisten.
   § 2. De in § 1 omschreven regels zijn eveneens van toepassing op de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde, die zitting houden in de aangelegenheden bedoeld in artikel 601bis van het Gerechtelijk Wetboek.
   In dat geval draagt de rechter de zaak over aan de Franstalige politierechtbank te Brussel.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 51, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>
  (2)<W 2017-12-25/08, art. 6, 044; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 7ter. [1 In afwijking van de voorgaande artikelen, wanneer de partijen in het gerechtelijk arrondissement Brussel gedomicilieerd zijn en indien zij, na het ontstaan van het geschil, een onderlinge overeenstemming bereiken wat de taal van de rechtspleging betreft, kunnen zij krachtens artikel 706 van het Gerechtelijk Wetboek vrijwillig voor de Nederlandstalige of Franstalige rechtbanken van hun keuze verschijnen of er een gezamenlijk verzoekschrift indienen.
   Wanneer een derde door een van de partijen die vrijwillig verschijnen in het geding wordt betrokken, is artikel 6, § 2, van toepassing.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-07-19/36, art. 52, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

  Art. 8. Indien de stukken of documenten, in een geding overgelegd, in eene andere taal dan die der rechtspleging gesteld zijn, kan de rechter, op verzoek der partij tegen dewelke die stukken of documenten worden ingeroepen, hiervan de overzetting in de taal der rechtspleging bevelen bij eene met redenen omkleede beslissing. De beslissing van den rechter is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar. De kosten van vertaling worden mede begroot.

  Art. 9. De akten van de willige rechtsmacht worden gesteld in de taal welke, bij de vorige artikelen, voor de gedingbeslissende rechtsmacht is voorzien.
  De notulen van de beraadslagingen der familieraden worden opgemaakt in de bestuurstaal van de gemeente waar de voogdij opengevallen is. Wanneer echter de omstandigheden het rechtvaardigen, kan de rechter, bij eene met redenen omkleede beslissing, een afwijking van dezen regel toelaten.
  In de Brusselsche agglomeratie, zal de meerderheid van den familieraad, daartoe door den rechter uitdrukkelijk aangezocht, beslissen in welke taal de notulen worden opgemaakt. Deze beslissing wordt in de notulen vermeld.
  De in dit artikel voorziene beslissingen van den rechter zijn noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.

  Art. 10.<W 1985-09-23/33, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> (Ter zake van [1 continuïteit van de ondernemingen]1 en faillissement), worden de berichten, oproepingen en voorstellen waarvan de bekendmaking door de wet vereist wordt, gedaan in het Frans in het Franse taalgebied, in het Nederlands in het Nederlands taalgebied, in het Duits en in het Frans in het Duitse taalgebied, en in het Nederlands en in het Frans in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad. <W 1997-08-08/80, art. 135, 010; Inwerkingtreding : 01-01-1998>
  ----------
  (1)<KB 2010-12-19/15, art. 8, 032; Inwerkingtreding : 03-02-2011>

  HOOFDSTUK II. - Gebruik der talen bij het vooronderzoek en het onderzoek in strafzaken, alsmede voor de strafgerechten in eersten aanleg en voor de Hoven van Assisen.

  Art. 11. De processen-verbaal betreffende de opsporing en de vaststelling van misdaden, wanbedrijven en overtredingen, alsook de processen-verbaal van fiskale aangelegenheden worden, (in Franse taalgebied in het Frans, in het Nederlands taalgebied in het Nederlands en in het Duitse taalgebied in het Duits) gesteld. <W 1985-09-23/33, art. 9, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  In de gemeenten der Brusselsche agglomeratie, worden die processen-verbaal gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, naar gelang dat degene die er het voorwerp van is, de eene of de andere dezer talen voor zijn verklaringen gebruikt, en bij gemis van verklaring, volgens de noodwendigheden der zaak.
  (Leden 3 en 4 opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 9, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>

  Art. 12. De ambtenaren van het openbaar ministerie en de onderzoeksrechter maken voor hun daden van rechtsvervolging en van onderzoeki, gebruik van de taal voorzien in strafzaken voor de rechtbank waartoe zij behooren.

  Art. 13. Voor de raadkamer zetelend in strafzaken, en voor de kamer van inbeschuldigingstelling, wordt geheel de rechtspleging gevoerd in de taal welke voor de daden van het gerechtelijk onderzoek wordt gebruikt.

  Art. 14.(Voor de politierechtbanken en de correctionele rechtbanken rechtsprekende in eerste aanleg, wordt de gehele rechtspleging in het Frans, in het Nederlands of in het Duits gevoerd, naargelang de zetel van die gerechten gevestigd is in de provincies en de arrondissementen onderscheidenlijk genoemd in artikel 1, in artikel 2, of in artikel 2bis.) <W 1985-09-23/33, art. 10, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  (Van deze regel wordt afgeweken wanneer de verdachte [2 in het kanton Moeskroen]2 of [1 in de gemeente Voeren]1 woonachtig is en daartoe het verzoek doet volgens de hieronder opgegeven vormen :
  Zo de zaak het voorwerp is van een vooronderzoek van het parket, zal de verdachte zijn aanvraag doen aan het openbaar ministerie en wordt het vooronderzoek voortgezet in de aangevraagde taal.
  (...) <W 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Na sluiting van het vooronderzoek (...) zendt het openbaar ministerie, indien de zaak niet zonder gevolg wordt geklasseerd, het dossier voor eventuele vervolging over aan zijn collega van het rechtsgebied van een andere taalstreek, dat het dichtst bij het domicilie van de verdachte is gelegen. <W 1994-07-11/33, art. 64, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Zo de zaak in onderzoek is, zal de verdachte aanvraag doen aan de onderzoeksmagistraat, die hem daarvan akte zal verlenen. Nadat de onderzoeksrechter eventueel ontheven zal zijn door de instruerende rechtsmacht, zendt de magistraat van het openbaar ministerie het dossier over aan zijn collega van het rechtsgebied van een andere taalstreek, dat het dichtst bij het domicilie van de verdachte is gelegen.
  (Zo de zaak rechtstreeks ter zitting wordt gebracht, kan de verdachte zijn aanvraag op de terechtzitting doen. De rechtbank gelast de verwijzing naar de politierechtbank of de correctionele rechtbank die de aangevraagde taal tot voertaal heeft en het dichtst gelegen is bij de woonplaats van de verdachte.) <W 1994-07-11/33, art. 64, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Wanneer de verdachte de taal niet verstaat, waarvan hij het gebruik voor de rechtspleging vraagt, zal dit feit vermeld worden in het proces-verbaal van de magistraat en zal de rechtspleging in de andere taal gevoerd worden.) <W 09-08-1963, art. 10>
  ----------
  (1)<W 2017-12-25/08, art. 7,2°, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (2)<W 2017-12-25/08, art. 7,1°, 044; Inwerkingtreding : 01-05-2018>

  Art. 15.(§ 1.) Voor de politierechtbanken van het arrondissement Brussel, waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat (uit gemeenten van het Nederlands taalgebied), wordt geheel de rechtspleging in het Nederlandsch gevoerd. <W 1994-07-11/33, art. 65, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995> <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  (§ 2.) (Van deze regel wordt afgeweken wanneer de verdachte in de gemeente Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel of Wezembeek-Oppem woonachtig is en daartoe het verzoek doet in de bij artikel 16, § 2 voorgeschreven vormen.) <W 1994-07-11/33, art. 65, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995> <W 09-08-1963, art. 12>
  [1 In dat geval draagt de rechter de zaak over aan de Franstalige politierechtbank van het arrondissement Brussel. ]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 53, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

  Art. 16.§ 1. Voor de andere politierechtbanken van het rechterlijk arrondissement Brussel, dan die in het vorig artikel bedoeld, en voor [1 de correctionele rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel]1 rechtsprekende in eersten aanleg, wordt de rechtspleging in het Fransch gevoerd, indien de verdachte in (het Frans taalgebied) woonachtig is; in het Nederlandsch, indien de verdachte in (het Nederlands taalgebied) woonachtig is; in het Fransch of in het Nederlandsch, indien de verdachte woonachtig is in eene gemeente der Brusselsche agglomeratie, naar gelang hij zich, voor zijne verklaringen, in het onderzoek, en, bij ontstentenis hiervan, in het vooronderzoek, van een of andere dezer talen, heeft bediend. In alle andere gevallen wordt, volgens de noodwendigheden der zaak, het Fransch of het Nederlandsch gebruikt. <W 1985-09-23/33, art. 32, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  § 2. Van dezen regel wordt afgeweken, wanneer de verdachte eene aanvraag doet op de navolgende wijze :
  Zoo de zaak het voorwerp is van een vooronderzoek van het parket, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan (...) het openbaar ministerie. <W 1994-07-11/33, art. 66, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Zoo de zaak in onderzoek is, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan den onderzoeksmagistraat die hem daarvan akte zal verleenen. [1 In spoedeisende gevallen kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt, voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter, de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.]1
  Zoo de zaak reeds onderzocht is of rechtstreeks ter zitting werd gebracht, zal de verdachte zijne aanvraag doen aan de rechtbank, en op het zittingblad zal daarvan melding worden gemaakt. [1 Naargelang van het geval, draagt de rechter de zaak over aan de politierechtbank te Brussel van de andere taalrol of aan de correctionele rechtbank te Brussel van de andere taalrol.]1
  Wanneer de verdachte de taal niet verstaat, waarvan hij het gebruik voor de rechtpleging vraagt, zal dit feit vermeld worden in het proces-verbaal van den onderzoeksmagistraat of op het zittingblad der terechtzitting, en de rechtspleging zal in de andere taal gevoerd worden.
  (§ 3. Een zelfde wijziging inzake taalgebruik mag, onder dezelfde voorwaarden, worden aangevraagd door een verdachte die in de gemeente Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezenbeek-Oppem woonachtig is en die daartoe het verzoek doet in de bij § 2 van dit artikel voorgeschreven vormen.) <W 09-08-1963, art. 13>
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 177, 037; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 17. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 11, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>

  Art. 18. <W 1985-09-23/33, art. 12, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> § 1. (In oorlogstijd wordt voor de militaire rechtbanken de rechtspleging gevoerd in het Nederlands, in het Frans of in het Duits, naar keus van de beklaagde.) <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Bij de eerste ondervraging wordt de verdachte door (de onderzoeksrechter of de raadkamer) verzocht te verklaren welke taal hij voor de rechtspleging kiest. In het proces-verbaal van die ondervraging wordt hem akte gegeven van zijn antwoord. Dit antwoord kan niet worden herroepen. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Indien de zaak door het openbaar ministerie rechtstreeks ter terechtzitting is gebracht, moet de beklaagde op verzoek van de voorzitter van de (militaire rechtbank) zijn keuze doen bij de opening van de debatten; zijn antwoord wordt in het zittingsblad opgetekend. Het kan niet worden herroepen. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Indien de betrokkene de taal waarvan hij het gebruik vraagt niet verstaat, of indien hij geen keuze doet, wordt dit door de rechterlijke commissie of de (militaire rechtbank) vermeld in het proces-verbaal van ondervraging of in het zittingsblad en wordt de te gebruiken taal bij een met redenen omklede beslissing bepaald. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. Indien verscheidene verdachten die in dezelfde zaak betrokken zijn voor de rechtspleging een verschillende taal kiezen, worden de daden van vervolging en van onderzoek naargelang de zaak het vereist in een van die talen verricht.
  Indien, voor de (militaire rechtbank), verscheidene beklaagden in dezelfde zaak betrokken zijn en niet allen dezelfde taal voor de rechtspleging, hebben gekozen, wordt gebruik gemaakt van de taal die door de meerderheid van de beklaagden is gekozen. Is er geen meerderheid, dan wijst de (militaire rechtbank), naargelang de zaak het vereist, bij een met redenen omklede beslissing de taal aan waarin de rechtspleging wordt gevoerd. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 3. De beslissingen van de (militaire rechtbank), bedoeld in § 1, vierde lid, en in § 2, tweede lid, zijn niet vatbaar voor verzet of hoger beroep. <W 2003-04-10/59, art. 100, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 19. <W 24-03-1980, art. 1> Voor de hoven van assisen van de provincies Henegouwen, Luxemburg (,Namen en Waals-Brabant) wordt de rechtspleging in het Frans gevoerd. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Voor de hoven van assisen van de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen (Vlaams-Brabant en Limburg) wordt de rechtspleging in het Nederlands gevoerd. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Voor het hof van assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad) wordt de rechtspleging in het Frans of in het Nederlands gevoerd en voor het hof van assisen van de provincie Luik in het Frans of in het Duits naar gelang van de taal door de beschuldigde gebruikt voor zijn verklaringen in het onderzoek. Van die regel wordt afgeweken, wanneer de beschuldigde daartoe een aanvraag doet uiterlijk in de loop van de ondervraging vermeld in artikel 293 van het Wetboek van Strafvordering. <W 1993-07-16/31, art. 366, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>

  Art. 20. De beschuldigde die alleen Nederlandsch kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt en die voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, eerste lid) aangeduide provinciën moet worden gebracht, zal, zoo hij het vraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling, voor het Hof van assisen van een der (in artikel 19, tweede lid) aangeduide provinciën worden verwezen, of voor het Hof van Assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.) <W 1993-07-16/31, art. 367, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  De beschuldigde die alleen Fransch kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, en die voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, tweede lid) aangeduide provinciën moet worden gebracht, zal, zoo hij het aanvraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling, voor het Hof van Assisen van een der (in artikel 19, eerste lid) aangeduide provinciën worden verwezen of voor het Hof van Assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad). <W 1993-07-16/31, art. 367, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  (De beschuldigde die alleen Duits kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt en die voor een ander hof van assisen dan dat van de provincie Luik moet worden gebracht zal, zo hij het aanvraagt, door de kamer van inbeschuldigingstelling worden verwezen naar het hof van assisen van de provincie Luik.) <W 24-03-1980, art. 2, 1°>
  Zoo er twee beschuldigden in dezelfde zaak zijn betrokken, wordt de vraag, (bedoeld in de vorige leden), slechts ingewilligd, indien zij door beiden wordt gedaan. Zoo er meer dan twee beschuldigden in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt die vraag slechts ingewilligd, indien zij door de meerderheid wordt gedaan. <W 24-03-1980, art. 2, 2°>
  De uitgifte van de beslissing tot verwijzing wordt overgemaakt aan den ambtenaar van het openbaar ministerie bij de rechtbank naar dewelke de zaak verwezen is; (...) <KB 30-11-1939, art. 290 en R 26-06-1947, art. 81>

  Art. 21.(Wanneer voor de politierechtbanken en de correctionele rechtbanken) waar naar luid van de vorige beschikkingen, de taal der rechtspleging diegene is, waarvan de verdachte zich heeft bediend voor zijne verklaringen, of die welke hij verkozen heeft, verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt voor de rechtspleging de taal gebruikt, waarvan de meerderheid der verdachten zich heeft bediend voor hare verklaringen of welke zij verkozen heeft. In geval van gelijkheid, duidt de rechtbank zelf, bij eene met redenen omkleede beslissing, de taal aan, waarin de rechtspleging zal gevoerd worden.
  Die beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar. <W 1985-09-23/33, art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  [1 Indien uit de toepassing van het eerste lid de noodzaak voortvloeit om de taal van de rechtspleging te veranderen, verwijst de rechtbank de zaak door naar de rechtsmacht van dezelfde rang van de andere taalrol, in voorkomend geval in hetzelfde administratieve arrondissement. Zo de zaak in onderzoek is en het spoedeisende karakter zulks rechtvaardigt, kan de rechter bij wie de zaak oorspronkelijk aanhangig is gemaakt voorlopig en gedurende de tijd die vereist is vanwege het spoedeisende karakter de zaak verder blijven behandelen met, indien nodig, de medewerking van een tolk.]1
  (Wanneer voor het hof van assisen van (het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad) of van de provincie Luik verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn die niet allen dezelfde taal voor de rechtpleging kiezen, wordt de taal gebruikt die door de meerderheid der verdachten wordt gekozen. <W 1993-07-16/31, art. 368, 005; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  Is er geen meerderheid, dan duidt het hof zelf bij een met redenen omklede beslissing, de taal aan waarin de rechtspleging zal worden gevoerd.) <W 24-03-1980, art. 3>
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 178, 037; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 22.[1 De verdachte, de beklaagde, de veroordeelde of de burgerlijke partij die de taal van de procedure niet verstaat, kan de onderzoeksrechter of het openbaar ministerie, naargelang van de stand van de procedure, verzoeken om de vertaling naar een taal die hij of zij verstaat van andere documenten dan deze waarvan reeds in de vertaling wordt voorzien in het Wetboek van strafvordering.
   Het verzoekschrift wordt met redenen omkleed en houdt keuze van woonplaats in België in, indien de verzoeker er zijn woonplaats niet heeft. Het wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg of op het secretariaat van het parket en wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. Het verzoekschrift is enkel ontvankelijk indien de stukken waarvan de vertaling wordt gevraagd, erin worden vermeld en het ondertekend is door de betrokkene of door zijn advocaat.
   De onderzoeksrechter of het openbaar ministerie doet uitspraak uiterlijk vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift in het register. De met redenen omklede beslissing wordt per faxpost, bij een ter post aangetekende brief of langs elektronische weg ter kennis gebracht van de verzoeker of van zijn advocaat binnen acht dagen na de beslissing.
   Het verzoek kan geheel of gedeeltelijk worden toegestaan. De vertaling wordt beperkt tot de passages van het dossier die essentieel zijn om te waarborgen dat de verzoeker zijn rechten effectief kan uitoefenen. De vertaling wordt verstrekt binnen een redelijke termijn.
   Het verzoekschrift is niet meer ontvankelijk na verloop van acht dagen, hetzij na de betekening van het arrest tot verwijzing naar het hof van assisen of van de dagvaarding om te verschijnen ter terechtzitting van de politierechtbank of van de correctionele rechtbank zitting houdend in eerste aanleg, hetzij na de oproeping bij proces-verbaal overeenkomstig artikel 216quater van het Wetboek van strafvordering.
   Hetzelfde recht wordt erkend, voor de rechtscolleges in hoger beroep, voor stukken waar nog geen vertaling voor werd gevraagd.
   De kosten van vertaling zijn ten laste van de Staat.]1
  ----------
  (1)<W 2016-10-28/07, art. 16, 043; Inwerkingtreding : 01-06-2017>

  Art. 23.<W 1985-09-23/33, art. 15, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> De beklaagde die alleen Nederlands kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Frans of het Duits is, vragen dat de rechtspleging in het Nederlands geschiedt.
  De beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Nederlands is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt.
  De beklaagde die alleen Duits kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Nederlands of het Frans is, vragen dat de rechtspleging in het Duits geschiedt.
  In de gevallen bedoeld in de leden 1 tot 3, gelast de rechtbank de verwijzing naar het dichtstbij gelegen gerecht van dezelfde rang, waarvan de taal van rechtspleging de taal is die door de beklaagde is gevraagd. De rechtbank kan evenwel beslissen wegens de omstandigheden van de zaak niet op de aanvraag van de beklaagde te kunnen ingaan.
  De beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, kan, wanneer hij terechtstaat voor een politierechtbank of een correctionele rechtbank waarvan de taal van rechtspleging het Duits is, vragen dat de rechtspleging in het Frans geschiedt. In dat geval wordt de rechtspleging voor datzelfde gerecht voortgezet in de taal die door de beklaagde is gevraagd.
  (Ingeval in het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik geen enkele rechter in strafuitvoeringszaken of substituut-procureur des Konings gespecialiseerd in strafuitvoeringszaken het bewijs levert van de kennis van de Duitse taal, wordt een beroep gedaan op een tolk.) <W 2006-05-17/36, art. 43, 024; Inwerkingtreding : 01-12-2007>
  [1 De verjaring van de strafvordering wordt geschorst voor een termijn van maximum één jaar vanaf het moment van de vraag tot verwijzing tot op de dag van de eerste terechtzitting waarop de behandeling van de zaak ten gronde, opnieuw door de rechtbank zal worden hervat.]1
  ----------
  (1)<W 2018-03-06/04, art. 2, 045; Inwerkingtreding : 15-02-2018>

  HOOFSTUK IIbis. - Gebruik der talen voor de strafuitvoeringsrechtbank. <ingevoegd bij W 2006-05-17/36, art. 44, Inwerkingtreding : 01-12-2007>

  Art. 23bis.<ingevoegd bij W 2006-05-17/36, art. 45, Inwerkingtreding : 01-12-2007> Voor de strafuitvoeringsrechtbanken in de rechtsgebieden van de hoven van beroep te Antwerpen en te Gent wordt de rechtspleging in het Nederlands gevoerd.
  Voor de strafuitvoeringsrechtbanken in de rechtsgebieden van de hoven van beroep te Bergen en te Luik wordt de rechtspleging in het Frans gevoerd, behoudens de in artikel 23ter, tweede lid, bepaalde uitzondering.
   Voor de strafuitvoeringsrechtbank in het rechtsgebied van het hof van beroep te Brussel wordt de rechtspleging in het Nederlands of in het Frans gevoerd naar gelang van de taal van het vonnis of het arrest, dat de zwaarste straf oplegt [3 of van de taal van het oudste vonnis of arrest dat de internering beveelt]3.
   [2 Het slachtoffer, zoals gedefinieerd door artikel 2, 6°, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten [3 of door artikel 3, 9° van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering]3, dat in persoon verschijnt en de taal van de rechtspleging niet begrijpt, kan worden bijgestaan door een beëdigde tolk die het geheel van de mondelinge verklaringen vertaalt, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels. De kosten van de vertolking zijn ten laste van de Staat.]2
  ----------
  (1)<W 2007-04-21/01, art. 132, 029; Inwerkingtreding : 01-01-2015>
  (2)<W 2013-12-15/05, art. 2, 034; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
  (3)<W 2014-05-05/11, art. 121, 039; Inwerkingtreding : 01-10-2016, zelf vervangen bij W 2016-05-04/03>

  Art. 23ter. <ingevoegd bij W 2006-05-17/36, art. 46, Inwerkingtreding : 01-12-2007> Ingeval de veroordeelde gedetineerd is in een gevangenis in het Nederlandse of het Franse taalgebied terwijl het vonnis of arrest dat de zwaarste straf oplegt respectievelijk in het Frans of in het Nederlands is gewezen, wordt het dossier ambtshalve gestuurd naar de strafuitvoeringsrechtbank van zijn keuze.
  De dossiers van veroordeelden die alleen Duits kennen of zich gemakkelijker in die taal uitdrukken, worden overgedragen naar de strafuitvoeringsrechtbank van het rechtsgebied van het hof van beroep te Luik.

  HOOFDSTUK IIter. - [1 Rechtsmiddelen voor de verzoeken die voor de rechtbanken van het arrondissement Brussel worden ingediend]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-07-19/36, art. 54, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

  Art. 23quater. [1 Bij de in artikel 73, tweede lid, en in artikel 75bis van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde Franstalige en Nederlandstalige arrondissementsrechtbanken, die gezamenlijk bij uitsluiting bevoegd zijn in volle rechtsmacht, worden volgens een procedure zoals in kort geding, beroepen ingesteld door de partijen in geval van schending door de burgerlijke rechtscolleges of de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel van de artikelen 3 tot 7, 7bis, 7ter, 15 en 23.
   Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, met redenen omkleed en binnen vijftien dagen na ontvangst van de beslissing over het verzoek tot taalwijziging per aangetekende brief en fax ingesteld. Een kopie van het beroep wordt binnen dezelfde termijn per brief of fax aan de oorspronkelijk gevatte rechtbank en aan de partijen overgemaakt. De partij die het beroep instelt, vermeldt expliciet het adres en het faxnummer waarop de beslissing haar kan worden ter kennis gegeven.
   Wanneer een beroep wordt ingesteld met inachtneming van de voorgaande vormen, wordt de procedure voor de rechter bij wie de vordering oorspronkelijk aanhangig is gemaakt en, wanneer het gaat om de politierechtbank, de verjaring van de oorspronkelijke rechtsvordering opgeschort totdat de beslissing van de arrondissementsrechtbank ter kennis gegeven wordt.
   De arrondissementsrechtbank geeft kennis van zijn beslissing per brief of fax aan alle partijen alsook aan de rechter bij wie de zaak aanvankelijk aanhangig werd gemaakt.
   Deze beslissing is niet vatbaar voor verzet of beroep.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2012-07-19/36, art. 55, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>

  HOOFDSTUK III. - Gebruik der talen voor de rechtsmachten in hooger beroep.

  Art. 24. Voor al de rechtscolleges in hooger beroep wordt, voor de rechtspleging, de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld.

  Art. 24bis. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 170) Wanneer het hof van beroep kennis neemt van de in artikel 603 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde voorzieningen, wordt voor de rechtspleging de taal gebruikt waarin de bestreden beslissing is gesteld.

  Art. 25.(Voor het Hof van beroep, in eerste en laatste aanleg rechtsprekende in strafzaken, wordt de rechtspleging in het Frans, in het Nederlands of in het Duits gevoerd, naargelang de beklaagde een ambt uitoefent bij een van de gerechten onderscheidenlijk bepaald in artikel 1, in de artikelen 2 en 3, of in artikel 2bis, of zijn wettelijke verblijfplaats heeft in het rechtsgebied van een van die gerechten.) <W 1985-09-23/33, art. 16, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Wanneer de verdachte een ambt uitoefent bij een van de in artikel 4 voorziene rechtbanken, of zijn wettelijke verblijfplaats heeft binnen het rechtsgebied van een van die rechtbanken, wordt de rechtspleging voor het Hof van Beroep te Brussel, in het Nederlandsch of in het Fransch gevoerd, naar gelang dat de verdachte, voor zijne verklaringen, in het vooronderzoek de eene of de andere taal heeft gebruikt of zich gedragen heeft naar de schikkingen van artikel 16, § 2.
  (Wanneer de beklaagde een ambt uitoefent bij de arbeidsrechtbanken of de rechtbanken van koophandel [1 ...]1 te Eupen, of wanneer hij zijn wettelijke verblijfplaats heeft in het rechtsgebied van een van die gerechten, wordt de rechtspleging voor het Hof van beroep te Luik in het Frans of in het Duits gevoerd, naargelang de beklaagde tijdens het vooronderzoek de ene of de andere taal gebruikt.) <W 1985-09-23/33, art. 16, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  (In oorlogstijd wordt voor het Militair Gerechtshof, rechtsprekende in eerste en laatste aanleg, alsmede voor de kamer van inbeschuldigingstelling bij dit Hof, de taal van de rechtspleging bepaald overeenkomstig artikel 18.) <W 2003-04-10/59, art. 102, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De regeling voorzien in alinea 3 van artikel 21 is toepasselijk wanneer verscheidene verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn.
  ----------
  (1)<W 2013-12-01/01, art. 121, 036; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 26. Wanneer de rechtbanken van eersten aanleg, waarvan de zetel gevestigd is in de provinciën en in het arrondissement in het eerste artikel aangeduid, in beroep kennis nemen van in het Nederlandsch gestelde scheidsrechterlijke vonnissen, verwijzen zij de zaak naar de meest nabije rechtbank van denzelfden rang in een ander taalgebied.
  Evenzo verwijzen de rechtbanken van eersten aanleg, waarvan de zetel gevestigd is in de provinciën en in het arrondissement in artikel 2 aangeduid, wanneer zij in beroep kennis nemen van in het Fransch gestelde scheidsrechterlijke vonnissen, de zaak naar de meest nabije rechtbank van denzelfden rang in een ander taalgebied.
  De rechtspleging tot verwijzing wordt, overeenkomstig artikel 7, § 2, gevoerd; de beslissing tot verwijzing is vatbaar noch voor verzet noch voor beroep.

  HOOFDSTUK IV. - Gebruik der talen voor het Hof van Verbreking.

  Art. 27. <W 20-06-1953, art. 9> Indien de bestreden beslissing in het Frans of in het Nederlands werd gewezen, wordt de rechtspleging vóór het Hof van verbreking gevoerd in de taal van die beslissing.

  Art. 27bis. <W 1985-09-23/33, art. 17, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> Wanneer de bestreden beslissing in het Duits is gewezen, worden de volgende regels toegepast :
  § 1. In zaken waarop de regels van de rechtspleging in cassatie in burgerlijke zaken toepasselijk zijn, stelt de eiser naar keuze het verzoekschrift tot cassatie op in het Nederlands, in het Frans of in het Duits.
  Indien het verzoekschrift in het Nederlands of in het Frans is gesteld, bepaalt die keuze ten aanzien van allen, de taal waarin de rechtspleging wordt gevoerd.
  Indien het verzoekschrift in het Duits is gesteld of indien verscheidene verzoekschriften betreffende dezelfde beslissing in verschillende talen zijn gesteld, geeft de eerste voorzitter, zodra de voorziening is ingesteld, een beschikking waarbij de taal wordt bepaald waarin de rechtspleging wordt gevoerd.
  § 2. In de andere zaken worden, naar keuze van partijen, de voorzieningen in cassatie ingesteld en de verzoekschriften of memories gesteld in het Nederlands, het Frans of het Duits.
  Indien alle verklaringen, verzoekschriften en memories die op dezelfde beslissing betrekking hebben, in het Nederlands of in het Frans zijn gesteld, bepaalt die keuze te aanzien van allen, de taal waarin de rechtspleging ter terechtzitting wordt gevoerd.
  Indien de verklaringen, verzoekschriften en memories in het Duits of in verschillende talen zijn gesteld, geeft de eerste voorzitter bij de toebedeling van de zaak een beschikking waarbij de taal wordt bepaald waarin de rechtspleging ter terechtzitting wordt gevoerd.
  § 3. In alle zaken kan de raadsheer-verslaggever, ten laste van de Staatskas, de vertaling gelasten van alle stukken of van een gedeelte ervan.

  Art. 28. <W 1985-09-23/33, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> De arresten van het Hof van Cassatie worden uitgesproken in de taal van de rechtspleging.
  De arresten uitgesproken in het Nederlands of in het Frans worden respectievelijk vertaald in het Frans of in het Nederlands.
  Wanneer de bestreden beslissing in het Duits is gewezen, wordt het arrest bovendien vertaald in die taal.
  De vertalingen worden gemaakt onder toezicht van de leden van het Hof van Cassatie die daartoe door de eerste voorzitter worden aangewezen.

  Art. 29. Voor de rechtspleging die volgt op de uitspraak van het arrest, zijn die regelen betreffende het gebruik der talen in acht te nemen, welke toepasselijk waren op het geding waarover de bestreden beslissing uitspraak deed.
  (Wanneer de vernietigde beslissing in het Duits is gewezen en de zaak wordt verwezen naar een gerecht dat geen uitspraak doet in die taal, wordt de rechtspleging voor dat gerecht gevoerd in de taal van dat gerecht. De partijen of de beklaagde, naar gelang van het geval, hebben de keuze tussen de taal van het gerecht of het Duits. De rechter kan, op verzoek van de partijen of van een van hen, of ambtshalve bevelen dat een beroep wordt gedaan op een vertaler; de kosten zijn ten laste van de Staatskas. Het arrest of het vonnis wordt in het Duits vertaald). <W 1985-09-23/33, art. 19, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>

  HOOFDSTUK V. - Algemeene beschikkingen.

  Art. 30.Voor al de burgerlijke rechtbanken en rechtbanken van koophandel, gebruiken de persoonlijk ter zitting verschijnende partijen, voor al haar gezegden en verklaringen, de taal die zij verkiezen. Hetzelfde geldt voor het [1 verhoor van partijen]1 en vraagpunten en voor den gedingbeslissenden en den aanvullenden eed.
  (Wanneer de rechter de door partijen of door een harer gebruikte taal niet verstaat, doet hij een beroep op de medewerking van een beëdigd tolk.
  Een partij die in persoon verschijnt en die de taal van de rechtspleging niet begrijpt, wordt bijgestaan door een beëdigd tolk die het geheel van de mondelinge verklaringen vertaalt.) <W 2003-05-03/54, art. 2, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>
  De kosten van vertaling zijn ten laste der Schatkist.
  ----------
  (1)<W 2014-05-05/10, art. 2, 038; Inwerkingtreding : 18-07-2014>

  Art. 30bis. <Ingevoegd bij W 1989-06-23/30, art. 2; Inwerkingtreding : 10-07-1989> In geval van onmogelijkheid op wettige wijze een gerecht samen te stellen dat moet berechten in de Duitse taal, wordt de rechtspleging gevoerd in de Franse taal. De partijen (...) hebben de keuze tussen het Frans of het Duits. De rechter kan, op verzoek van de partijen of van één van hen, of ambtshalve bevelen dat een beroep wordt gedaan op een vertaler; de kosten zijn ten laste van de Staatskas. Het arrest of het vonnis wordt in het Duits vertaald. <W 2003-05-03/54, art. 3, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>

  Art. 31.<W 2003-05-03/54, art. 4, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003> In al de ondervragingen van het opsporingsonderzoek en van het gerechtelijk onderzoek, alsmede voor de onderzoeks- en vonnisgerechten, gebruiken de partijen die persoonlijk verschijnen de taal van hun keuze voor al hun mondelinge verklaringen.
  Wanneer de agenten die met het opsporingsonderzoek belast zijn, het parket, de onderzoeksrechter of de bovenvermelde rechtsmachten de door de partijen gebruikte taal niet kennen, doen zij een beroep op de medewerking van een beëdigd tolk.
  De partijen die de taal van de procedure niet verstaan worden bijgestaan door een beëdigd tolk die alle mondelinge verklaringen vertaalt. [1 De noodzaak van de vertolking wordt geëvalueerd door de bevoegde overheid volgens de fase van de procedure.]1
  De kosten van vertaling zijn ten laste van de Schatkist.
  ----------
  (1)<W 2016-10-28/07, art. 17, 043; Inwerkingtreding : 01-06-2017>

  Art. 32. De getuigen worden gehoord en hun getuigenissen worden afgelegd en opgeteekend in de taal van de rechtspleging, tenzij de getuigen vragen om een andere taal te mogen gebruiken.
  (Wanneer de magistraten, de agenten die met het verhoor van de getuigen belast zijn of één van de partijen die taal niet kennen, doen zij een beroep op een beëdigd tolk, die alle mondelinge verklaringen vertaalt.) <W 2003-05-03/54, art. 5, 019; Inwerkingtreding : 27-06-2003>
  De kosten van vertaling zijn ten laste der Schatkist.

  Art. 33. De verslagen der deskundigen en der vaklieden worden gesteld in de taal van de rechtspleging. De rechter kan nochtans, voor buitengewone vakken en wegens bijzondere redenen, den deskundige er toe machtigen de taal zijner keus te bezigen.
  De beslissing van den rechter moet met redenen omkleed zijn; zij is voor verzet noch voor beroep vatbaar.

  Art. 34. In de processen-verbaal of op het zittingblad, wordt de taal vermeld waarin partijen, klagers, getuigen, deskundigen of verdachten hunne verklaringen afleggen en die welke voor de pleidooien wordt gebezigd.

  Art. 35. Het openbaar ministerie adviseert en vordert in de taal van de rechtspleging.
  De burgerlijke partij gebruikt dezelfde taal als de publieke partij.
  Het openbaar ministerie kan, bovendien, indien een of meer verdachten of hun raadslieden de taal van de rechtspleging niet verstaan, een samenvatting van zijn vordering geven (in het Frans, in het Nederlands of in het Duits). <W 1985-09-23/33, art. 33, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>

  Art. 36. (Voor de pleidooien wordt de taal van de rechtspleging gebruikt. De rechter kan echter, op verzoek van een partij en indien hij zulks volstrekt nodig acht, toestaan dat de raadsman van die partij gebruik maakt van een andere taal dan die van de rechtspleging, mits deze verklaart de taal van de rechtspleging niet te kennen en zijn woonplaats heeft in een ander taalgebied.) <W 1985-09-23/33, art. 20, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  In dat geval, kan de rechter den raadsman van de andere partij er toe machtigen, voor zijn pleidooi dezelfde taal te gebruiken.
  De in voorgaande alinea's voorziene machtiging wordt bij een met redenen omkleede beslissing verleend, op een door de partij zelf geschreven en onderteekend verzoekschrift.
  De beslissing van den rechter is voor verzet noch voor beroep vatbaar.

  Art. 37. De vonnissen en arresten, evenals de akten betreffende hunne tenuitvoerlegging, worden gesteld in de taal van de rechtspleging.
  De tusschenvorderingen en tegenberoepen worden vervolgd en gevonnist in de taal gebruikt voor de rechtspleging der hoofdzaak.
  (Lid 3 opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  In al de mededeelingen van magistraat tot magistraat, binnen hetzelfde taalgebied, wordt de taal der rechtspleging gebruikt.

  Art. 38. Aan elke in het Nederlandsch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Frans taalgebied), zal een Fransche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Aan elke in het Fransch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Nederlands taalgebied), zal een Nederlandsche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Aan elke in het Nederlandsch of in het Fransch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Duits taalgebied), zal eene Duitsche vertaling toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32 ,4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Aan elke in het Duitsch gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest waarvan de betekening of de kennisgeving moet gedaan worden in (het Frans of in het Nederlands taalgebied), zal (een Nederlandse) of een Franse vertaling) toegevoegd worden. <W 1985-09-23/33, art. 32, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  (Aan elke in het Duits gestelde akte van rechtspleging en aan elk in dezelfde taal gesteld vonnis of arrest, waarvan de betekening of kennisgeving moet gedaan worden in een gemeente van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, worden een Nederlandse en een Franse vertaling toegevoegd.) <W 1985-09-23/33, art. 22, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  (Deze bepalingen zijn niet toepasselijk op de voorziening in verbreking.) <W 14-08-1947, art. 1>
  (Wanneer de griffier de kennisgeving laat verrichten in de gevallen bedoeld in de voorgaande leden, laat hij vooraf en zo spoedig mogelijk de akte waarvan kennis dient te worden gegeven, vertalen.) <W 10-10-1967, art. 172, 5°>
  Van de voorschriften van dit artikel mag afgeweken worden, indien de partij aan dewelke de beteekening moet gedaan worden, voor de rechtspleging de taal heeft gekozen of aanvaard, in dewelke de akte, het vonnis of het arrest is gesteld.
  (In geschillen die onder de arbeidsgerechten ressorteren, evenals in represieve zaken), zijn de kosten dezer vertaling ten laste der Schatkist; in andere zaken, worden zij mede begroot. <W 10-10-1967, art. 172, 6°>
  Elke partij heeft steeds het recht op haar kosten een vertaling van elke akte van rechtspleging, vonnis of arrest te vragen.
  (In afwijking van het eerste tot vijfde lid, wordt in de in artikel 1675/9 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde kennisgeving de geadresseerde ervan in kennis gesteld dat hij een vertaling kan eisen van de inhoud van de gerechtsbrief en de latere akten en beslissingen, voorzover hij daartoe een verzoek richt aan de griffie, op straffe van verval binnen een maand na de kennisgeving en bij ter post aangetekende brief met bericht van ontvangst, door middel van een formulier waarvan de Koning het model zal vastleggen. Een schuldeiser kan evenwel deze vertaling niet vragen indien de overeenkomst die aanleiding heeft gegeven tot de schuld werd afgesloten in de taal van de rechtspleging.) <W 2005-12-13/35, art. 29, 023; Inwerkingtreding : 01-09-2006>

  Art. 39. De hoven en rechtbanken, behalve het Hof van cassatie en het hof van beroep en het arbeidshof waarvan de zetel te Brussel gevestigd is, bezigen voor hun algemene vergaderingen de taal die, door (de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966) voor de plaatselijke besturen van hun zetel is voorgeschreven. <W 1985-09-23/33, art. 23, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Het Hof van cassatie en het hof van beroep en het arbeidshof waarvan de zetel te Brussel gevestigd is, bezigen voor hun (in artikel351 van het Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven) algemene en openbare vergaderingen, het ene jaar het Frans, het andere jaar het Nederlands. <W 1985-09-23/33, art. 23, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>

  Art. 40.[1 Onverminderd de toepassing van de artikelen 794, 861 en 864 van het Gerechtelijk Wetboek zijn de vorenstaande regels voorgeschreven op straffe van nietigheid.]1
  De akten, nietig verklaard wegens overtreding van deze wet, stuiten de verjaring alsmede de termijnen van rechtspleging toegekend op straf van verval.
  (De voorziening in verbreking die na de verwerping van een eerste voorziening wordt ingesteld is ontvankelijk indien, op de tweede voorziening, het Hof vaststelt dat in de eerste voorziening geen andere nietigheid aanwezig was dan die welke uit een overtreding van deze wet voortspruit.
  In het bij de vorige alinea voorziene geval, begint de termijn die bij de wet is bepaald om zich in verbreking te voorzien, te lopen te rekenen van de dag van de uitspraak van het arrest dat de eerste voorziening heeft verworpen; indien de bij de wet bepaalde termijn meer dan één maand bedraagt, wordt hij tot die duur teruggebracht.) <W 08-03-1948, art. 1>
  ----------
  (1)<W 2018-05-25/02, art. 5, 046; Inwerkingtreding : 09-06-2018>

  Art. 41. In elk vonnis of arrest wordt melding gemaakt van de beschikkingen van deze wet, die toegepast werden voor het opmaken van het exploot of de andere akten van rechtspleging, welke het vonnis of het arrest voorafgingen.

  Art. 42.(De Nederlandse, Franse en Duitse taalgebieden, in de zin van deze wet, zijn die welke omschreven zijn in de artikelen 3, 4 en 5 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966.) <W 1985-09-23/33, art. 24, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Voor de toepassing van deze wet, [1 bestaan de Brusselse agglomeratie en het administratief arrondissement Brussel]1 uit de volgende gemeenten : Anderlecht, Brussel, Elsene, Etterbeek, Evere, Ganshoren, Koekelberg, Oudergem, Schaarbeek, Sint-Agatha-Berchem, Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Noode, Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Jette, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vorst, Watermaal-Boschvoorde.
  [1 Voor de toepassing van deze wet, bestaat het administratief arrondissement Halle-Vilvoorde uit de kantons Asse, [2 ...]2, Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, [2 Sint-Genesius-Rode]2, Lennik, Meise, [2 ...]2 en Zaventem, en Vilvoorde.]1
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 56, 033; Inwerkingtreding : 31-03-2014 (zie ook art. 61, L1 en L2)>
  (2)<W 2017-12-25/08, art. 8, 1°, 3°, 4°, 044; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  HOOFDSTUK VI. - Rechterlijke inrichting. Kennis van de talen door de magistraten, gezworenen en griffiers.

  Art. 43.De eerste vijf alinea's van artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929 op de toekenning der academisch graden, worden vervangen door de hiernavolgende beschikkingen :
  § 1. [1 Onverminderd §§ 4 tot 4ter kan niemand worden benoemd in de rechtscolleges bedoeld in artikel 1]1 tot het ambt van voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter bij de rechtbank van eerste aanleg, de arbeidsrechtbank, of de rechtbank van koophandel, van procureur des Konings of substituut-procureur des Konings, van arbeidsauditeur of substituut-arbeidsauditeur, van werkend of plaatsvervangend vrederechter, werkend of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank [5 ...]5, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans heeft afgelegd. <W 1985-09-23/33, art. 25, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  [7 Nochtans moeten twee magistraten van het parket van de procureur des Konings te Bergen en een magistraat van het arbeidsauditoraat Henegouwen bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands.]7
  (Een substituut-procureur des Konings te Bergen, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands.
  Een substituut-procureur des Konings te Luik, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Duits.) <W 1986-08-04/38, art. 115, 1°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
  § 2. [1 Onverminderd §§ 4 tot 4ter kan niemand worden benoemd in de rechtscolleges bedoeld in artikel 2]1 tot een der in § 1 vermelde ambten indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.
  Nochtans moeten een magistraat van het parket van de procureur des Konings en een magistraat van het arbeidsauditoraat [5 ie rechtsmacht uitoefenen over het arrondissement Limburg]5 bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Frans.
  (Een substituut-procureur des Konings te Antwerpen, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van het Frans.) <W 1986-08-04/38, art. 115, 2°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
  § 3. (In de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde en in de in artikel 3 bedoelde gerechtelijke kantons van het arrondissement Brussel, kan niemand tot werkend of plaatsvervangend vrederechter, werkend of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank [5 ...]5 worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het licentiaat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 1994-07-11/33, art. 67, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  § 4. [1 In het gerechtelijk arrondissement Brussel moeten de korpschefs van de Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken en, onverminderd § 3, de [5 werkende en plaatsvervangende vrederechters]5, een grondige kennis van de andere taal hebben, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
  (§ 4bis. De in § 4 omschreven regel is niet van toepassing op de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde.
  Voor de behandeling van de gevallen bedoeld in de artikelen 7bis, § 2, en 15, tweede lid, worden in de politierechtbanken te Brussel en te Halle of Vilvoorde een of meer werkende en plaatsvervangende rechters [5 ...]5 rechters benoemd, die op grond van het in artikel 43quinquies bedoelde examen het bewijs hebben geleverd van de kennis van de Franse taal.) <W 1994-07-11/33, art. 67, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  [1 § 4ter. De procureur des Konings van Halle-Vilvoorde moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een grondige kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.
   De arbeidsauditeur van Halle-Vilvoorde moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een grondige kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
  [1 § 4quater. De procureur des Konings van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal en moet een grondige kennis van het Nederlands aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid. De adjunct-procureur des Konings van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij geslaagd is voor de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal en moet een grondige kennis van het Frans aantonen overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.
   De arbeidsauditeur van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in het Frans heeft afgelegd en hij moet aantonen dat hij over een grondige kennis van het Nederlands beschikt overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid. De adjunct-arbeidsauditeur van Brussel moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd en moet aantonen dat hij over een grondige kennis van het Frans beschikt overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
  § 5. [1 In het gerechtelijk arrondissement Brussel is zowel in de Franstalige als in de Nederlandstalige rechtbanken, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, een derde van de magistraten tweetalig en beschikken ze over een functionele kennis van de andere taal, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid. Evenwel, onder respectievelijk het derde tweetalige magistraten van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg en het derde tweetalige magistraten van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg moeten twee onderzoeksrechters aantonen dat ze een grondige kennis hebben van de andere taal overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, vierde lid.]1
  [1 ...]1 (...) [1 De Nederlandse, respectievelijk Franse rechtsplegingen worden]1 steeds gevoerd voor magistraten die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands, respectievelijk in het Frans hebben afgelegd. <W 15-07-1970, art. 61, 1°>
  (Bovendien moeten twee substituut-procureurs des Konings te Brussel, gespecialiseerd in fiscale aangelegenheden, door hun diploma bewijzen dat zij de examens van de licentie in de rechten de ene in het Nederlands , de andere in het frans,hebben afgelegd.) <W 1986-08-08/38, art. 115, 3°, 003; Inwerkingtreding : 20-08-1986>
  (Wanneer de taal van de rechtspleging wordt gewijzigd op verzoek van de verdachte of met toepassing van artikel 21 van deze wet, kunnen de magistraten, die met het onderzoek of de berechting van de zaak gelast zijn, de rechtspleging voortzetten, indien zij het bewijs hebben geleverd van de kennis van de twee talen.
  Hetzelfde geldt voor de uitvaardiging van een bevel tot aanhouding, dat gesteld is in de andere taal dan die van de rechtpleging voor de raadkamer, zowel om uitspraak te doen over de voorlopige hechtenis als om de rechtspleging te regelen.) <W 15-07-1970, art. 61, 2°>
  [4 Zesde tot dertiende lid opgeheven.]4
  [1 § 5bis. Het in artikel 150, § 2, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde parket van Halle-Vilvoorde wordt aangevuld overeenkomstig artikel 150, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek met een aantal substituten van het parket van Brussel dat overeenkomt met 20 % van het aantal substituten van het parket van Halle-Vilvoorde, waarheen zij worden gedetacheerd, en die houders zijn van een diploma van doctor of licentiaat in de rechten afgeleverd in het Frans, en die hun functionele kennis van het Nederlands hebben aangetoond door middel van het examen bedoeld in artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
  [4 Tweede lid, eerste zin opgeheven]4. Het parket van de procureur des Konings van Halle-Vilvoorde is samengesteld uit substituten die tot de Nederlandse taalrol behoren, waarvan een derde over een functionele kennis van het Frans beschikt, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
  [4 Derde lid opgeheven.]4]1
  [1 § 5ter. [4 Eerste lid opgeheven.]4
  [4 Tweede lid opgeheven.]4
   De substituten bedoeld in artikel 43, § 5bis, eerste lid, [2 zijn opgenomen in]2 het Franstalig kader van het parket van Brussel.
   Op het geheel van de magistraten, beschikt een derde over een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
  [1 § 5quater. Het in artikel 152, § 2, 1° van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde auditoraat van Halle-Vilvoorde wordt aangevuld overeenkomstig artikel 152, § 3, van hetzelfde Wetboek met een aantal substituten van het auditoraat van Brussel, dat overeenstemt met 20 % van het aantal substituten van het auditoraat van Halle-Vilvoorde, waarheen zij worden gedetacheerd, en die drager zijn van een diploma van doctor of licentiaat in de rechten afgeleverd in het Frans, en die hun functionele kennis van het Nederlands hebben aangetoond door middel van het examen bedoeld artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
  [4 Tweede lid, eerste zin opgeheven.]4 Het auditoraat van Halle-Vilvoorde is samengesteld uit substituten die tot de Nederlandse taalrol behoren, waarvan een derde over een functionele kennis van het Frans beschikt, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.
  [4 Derde lid opgeheven.]4]1
  [1 § 5quinquies. [4 Eerste lid opgeheven.]4
   [4 Tweede lid opgeheven.]4
   De substituten bedoeld in artikel 43, § 5quater, eerste lid, [3 zijn opgenomen in]3 het Franstalig kader van het auditoraat van Brussel.
   Op het geheel van de magistraten, beschikt een derde over een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]1
  § 6. (Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbanken die enkel kennis nemen van Nederlandstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Nederlands.
  Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbanken die enkel kennis nemen van Franstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Frans.
  Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbank die zowel kennis neemt van Nederlandstalige als van Franstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Nederlands of in het Frans. De assessor kan enkel zitting houden in zaken waarvan de taalrol overeenstemt met de taal van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is.
  Om tot werkend of plaatsvervangend assessor te worden benoemd in de rechtbank die zowel kennis neemt van Franstalige als van Duitstalige zaken, moet de kandidaat houder zijn van een licentiaats- of masterdiploma in het Frans of in het Duits.) <W 2006-05-17/36, art. 47, 024; Inwerkingtreding : 31-08-2006>
  § 7. (De assessor kan enkel zitting hebben in zaken waarvan de taalrol overeenstemt met de taal van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is. Hij mag echter zitting hebben in zaken in een andere taal dan die van het licentiaats- of masterdiploma waarvan hij houder is, op voorwaarde dat hij geslaagd is voor een mondeling examen over de kennis van de andere taal en een schriftelijk examen over de passieve kennis ervan.
  Enkel de afgevaardigd bestuurder van Selor - het Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die welke wordt bewezen door de overlegging van het licentiaats- of masterdiploma.
  De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaraan de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die welke wordt bewezen door de overlegging van de diploma moeten voldoen, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2006-05-17/36, art. 47, 024; Inwerkingtreding : 31-08-2006>
  § 8. (Impl. opgeheven) <W 10-10-1967, art. 174>
  § 9. (Impl. opgeheven) <W 10-10-1967, art. 174>
  § 10. Niemand kan benoemd worden tot notaris in de provinciën en arrondissementen voorzien in de artikelen 1 en 2 der wet op het gebruik der talen in rechtszaken, indien hij niet bewijst, door zijn diploma, dat hij de examens van het licenciaat in het notariaat heeft afgelegd in de taal voorzien door de wet op het gebruik der talen in rechtszaken voor de rechtbanken van eersten aanleg van het arrondissement waarin hij mocht geroepen worden om zijn ambt uit te oefenen.
  § 11. Uitzondering aan dezen regel wordt gemaakt voor de licenciaten in het notariaat, die door een examen bewijzen dat zij bekwaam zijn om zich van gezegde taal te bedienen, bij de uitoefening van hun notarisambt.
  De bepalingen van [6 artikel 43quinquies]6 gelden voor dit examen.
  § 12. Niemand kan tot notaris worden benoemd in een der vredegerechtskantons van het arrondissement Brussel, welke uitsluitend (uit gemeenten van het Nederlands taalgebied) samengesteld zijn, indien hij niet door zijn diploma bewijst de examens van het licenciaat in het notariaat in het Nederlandsch te hebben afgelegd, tenzij [6 hij overeenkomstig artikel 43quinquies]6, bewijst in staat te zijn, bij de uitoefening van zijn ambt, gezegde taal te bezigen. <W 1985-09-23/33, art. 32, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Niemand kan tot notaris worden benoemd in een der vredegerechtskantons van het arrondissement Brussel, buiten die voorzien in de vorige alinea, indien hij niet bewijst (de Nederlandse en de Franse taal) te kennen. <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Dit bewijs wordt voor een dier talen geleverd, door het bij § 10 voorziene diplomas en, voor de andere, door een examen. Een koninklijk besluit bepaalt de stof van dit examen, alsmede de samenstelling en de werkwijze van de examencommissie voor dewelke het wordt afgelegd.
  (§ 13. Niemand kan tot notaris worden benoemd in het arrondissement Eupen als hij niet het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van licentiaat in het notariaat in het Frans heeft afgelegd of niet het bewijs levert van de kennis van het Frans.
  Het bewijs van de kennis van het Duits en van het Frans wordt geleverd door een examen dat door de Koning wordt georganiseerd.) <W 1985-09-23/33, art. 25, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 57, 033; Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  (2)<W 2014-01-06/64, art. 67, 035; Inwerkingtreding : 31-01-2014>
  (3)<W 2014-01-06/64, art. 68, 035; Inwerkingtreding : 31-01-2014>
  (4)<W 2014-01-06/64, art. 69, 035; Inwerkingtreding : 31-01-2014. Zie ook art. 72>
  (5)<W 2013-12-01/01, art. 122, 036; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  (6)<W 2014-05-05/10, art. 3, 038; Inwerkingtreding : 18-07-2014>
  (7)<W 2017-12-25/08, art. 9, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2018>

  Art. 43bis.(Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 175) § 1. (Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Hof van beroep te Luik en in het Hof van beroep te Bergen worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans heeft afgelegd.
  In het Hof van beroep te Luik moeten (ten minste zes raadsheren) en (een advocaat-generaal en een substituut-procureur-generaal) bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. <W 1989-06-23/30, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 10-07-1989>
  Indien op het ogenblik van de voordracht het minimum aantal raadsheren die het bewijs hoeven te leveren van de kennis van de Duitse taal niet is bereikt, moeten bij voorrang kandidaten worden voorgedragen die dat bewijs leveren.
  § 2. Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Hof van beroep te Gent en in het Hof van beroep te Antwerpen worden benoemd indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 26-06-1974, art. 11, 1°>
  § 3. Onder de leden van het hof van beroep te Brussel (...) wordt ingediend, moeten, door hun diploma, ten minste (dertien) leden bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans en (dertien) andere dat zij die examens in het Nederlands hebben afgelegd. <W 26-06-1974, art. 11, 2°> <W 1998-12-22/47, art. 88, 011; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
  Wordt, op het ogenblik van de voordracht, het minimum aantal raadsheren die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, niet bereikt, dan mogen enkel kandidaten worden voorgedragen die aldus bewijzen deze taal te kennen; wordt, op het ogenblik van de voordracht, het minimum aantal raadsheren die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd niet bereikt, dan mogen enkel kandidaten worden voorgedragen die aldus bewijzen deze taal te kennen.
  Ten minste een derde van de raadsheren benoemd tot een ambt (...), moeten het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1998-12-22/47, art. 88, 011; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
  [2 De raadsheren in het hof van beroep te Brussel die bij voorrang zitting nemen in het Marktenhof moeten het bewijs leveren van ten minste een functionele kennis van de andere taal dan diegene van hun diploma, overeenkomstig artikel 43quinquies, § 1, derde lid.]2
  § 4. (Niemand kan tot procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel of tot federale procureur worden benoemd indien hij het bewijs niet levert van de kennis van de Nederlandse en de Franse taal. (...) <W 2001-06-21/42, art. 63, 016; Inwerkingtreding : 20-07-2001>
  Bovendien moeten de opeenvolgende procureurs-generaal bij het hof van beroep te Brussel, de opeenvolgende eerste voorzitters bij datzelfde hof en de opeenvolgende federale procureurs, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.
  De leden van het college van procureurs-generaal en de federale procureur moeten samen bestaan uit een gelijk aantal magistraten die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van licentiaat in de rechten in het Nederlands, respectievelijk in het Frans hebben afgelegd.
  (De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal.
  De helft van de federale magistraten moet door hun diploma bewijzen dat zij het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. Ten minste een derde van deze federale magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal.
  Ten minste een federale magistraat moet het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) [1 Zolang een federale magistraat die het bewijs levert van de kennis van de Duitse taal niet kan worden aangewezen, wordt er voorzien in de aanwijzing in overtal van een federale magistraat die door zijn diploma bewijst het examen van doctor of licentiaat in de rechten in het Nederlands of in het Frans te hebben afgelegd, overeenkomstig het vierde en vijfde lid.]1 <W 2001-06-21/42, art. 63, 016; Inwerkingtreding : 20-07-2001>
  Onverminderd de bepalingen van de voorgaande leden moeten, bij wijze van overgang, in voorkomend geval, bij hun eerste aanwijzing bedoeld in (artikel 102), § 1, eerste lid, van de wet van 22 december 1998 tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem voor magistraten, de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel en de eerste voorzitter bij datzelfde hof, luidens hun diploma behoren tot een verschillend taalstelsel.) <W 1998-12-22/48, art. 29, 012; Inwerkingtreding : onbepaald> <W 2000-07-17/34, art. 16, 014; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
  De Koning waakt ervoor dat het aantal magistraten van het parket bij het hof van beroep te Brussel die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, en dat van de magistraten van het parket die bewijzen deze examens in het Nederlands te hebben afgelegd, bepaald worden met inachtneming van de behoeften van de dienst van het hof. Ten minste een derde van de magistraten van het parket bij het hof van beroep te Brussel moeten het bewijs leveren van de kennis van beide landstalen.
  (§ 5. Een verbindingsmagistraat in jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Nederlandse taal heeft afgelegd.
  Een verbindingsmagistraat in jeugdzaken moet aan de hand van zijn diploma aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal heeft afgelegd.
  In geval van aanwijzing van een verbindingsmagistraat in jeugdzaken die specifiek bevoegd is voor de procedures die in de Duitse taal gevoerd worden moet deze kennis van het Duits aantonen en, aan de hand van zijn diploma, aantonen dat hij de examens van doctor, licentiaat of master in de rechten in de Franse taal heeft afgelegd of moet hij zijn kennis van de Franse taal bewijzen.
  Voor de instanties die vallen onder de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepaalt de taal waarin de procedure gevoerd wordt aan welke verbindingsmagistraat in jeugdzaken het dossier wordt toegewezen.) <W 2006-06-13/40, art. 51, 025; Inwerkingtreding : 16-08-2006; vastgesteld op 16-08-2006 bij KB 2006-05-01/67, art. 1>
  ----------
  (1)<W 2009-12-30/13, art. 21, 031; Inwerkingtreding : 25-01-2010>
  (2)<W 2016-12-25/14, art. 51, 042; Inwerkingtreding : 09-01-2017>

  Art. 43ter. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 176) § 1. (Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Arbeidshof te Luik en in het Arbeidshof te Bergen worden benoemd indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans heeft afgelegd.
  (In het Arbeidshof te Luik moeten twee raadsheren, vier raadsheren in sociale zaken en een advocaat-generaal of een substituut-generaal bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.
  Indien op het ogenblik dat een betrekking vacant wordt het minimum aantal magistraten die het bewijs hoeven te leveren van de kennis van de Duitse taal niet is bereikt, moeten bij voorrang kandidaten worden benoemd die dat bewijs leveren.) <W 1985-09-23/33, art. 27, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  § 2. Niemand kan tot een gerechtelijk ambt in het Arbeidshof te Gent en in het Arbeidshof te Antwerpen worden benoemd, indien uit zijn diploma niet blijkt dat hij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands heeft afgelegd.) <W 26-06-1974, art. 12>
  § 3. De Koning waakt ervoor dat het aantal magistraten-leden van het arbeidshof met zetel te Brussel, zowel in de zetel als bij het parket, die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, en dat van de magistraten-leden van dit hof die bewijzen deze examens in het Nederlands te hebben afgelegd, bepaald wordt met inachtneming van de behoeften van de dienst van het hof.
  Ten minste een derde van die magistraten moeten het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  Bovendien moeten de opeenvolgende eerste voorzitters van het arbeidshof te Brussel, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.) (Dit geldt ook voor de opeenvolgende voorzitters van de arbeidsrechtbank te Brussel.) <W 1998-12-22/48, art. 30, 012; Inwerkingtreding : 02-08-2000> <W 2000-07-17/34, art. 17, 1°, 014; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
  (Lid 4 opgeheven) <W 2000-07-17/34, art. 17, 2°, 014; Inwerkingtreding : 02-08-2000>

  Art. 43quater.(Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 177) De helft van de magistraten van de zetel van het Hof van cassatie en de helft van de leden van het parket bij dit hof moeten, door hun diploma, bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd; de andere helft van de leden van het hof en van het parket moeten, door hun diploma, bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
  (De eerste voorzitter en de procureur-generaal moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.
  De opeenvolgende eerste voorzitters en procureurs-generaal moeten, luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.) <W 1998-12-22/48, art. 31, 012; Inwerkingtreding : 02-08-2000>
  (De eerste voorzitter en de voorzitter enerzijds, en de procureur-generaal en de eerste advocaat-generaal anderzijds, moeten luidens hun diploma, behoren tot een verschillend taalstelsel.) <W 2006-12-18/37, art. 15, 028; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op : 01-01-2008>
  Bovendien moeten zes leden van de zetel en drie leden van het parket, het bewijs leveren van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). (Een lid van de zetel en een lid van het parket moeten het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1997-05-06/38, art. 28, 009; Inwerkingtreding : 05-07-1997>
  ((Drie) [1 sectievoorzitters]1 moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd; twee [1 sectievoorzitters]1 moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.) <W 03-01-1980, art. 3> <W 2004-12-27/31, art. 17, 020; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  ----------
  (1)<W 2016-05-04/03, art. 5, 041; Inwerkingtreding : 23-05-2016>

  Art. 43quinquies. <W 2002-07-18/47, art. 2, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2003> § 1. De kennis van de andere taal dan die waarin de examens van doctor of licentiaat in de rechten werden afgelegd, wordt bewezen door te slagen in een examen, aangepast aan de vereisten van de betrokken functie, al naar gelang deze al dan niet een geschreven actieve taalkennis inhoudt.
  Daartoe wordt voorzien in twee soorten examens.
  Het eerste examen is een examen handelend over zowel de actieve en passieve mondelinge kennis als de passieve schriftelijke kennis van de andere taal. Het bewijs van deze kennis wordt vereist, onverminderd hetgeen is bepaald in het volgende lid, in al die gevallen waarin deze wet de kennis van de andere taal vereist.
  Het tweede examen is een examen handelend over zowel de actieve en passieve mondelinge kennis als de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal. Het bewijs van deze kennis wordt vereist in hoofde van de magistraten bedoeld in de artikelen 43, § 4, eerste lid, 43, § 4bis , tweede lid, 43bis , § 4, eerste lid, 45bis en 49, § 2, eerste en derde lid; evenals in hoofde van de magistraten die, overeenkomstig artikel 43, § 5, vierde en vijfde lid, de procedure verder zetten, alsook in hoofde van de magistraten bedoeld in de artikelen 43bis , § 1, tweede lid, 43bis , § 3, derde lid, 43ter , § 1, tweede lid, 43ter , § 3, tweede lid, (43quater , vierde lid), 46 en 49, § 3, wanneer zij, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, zetelen in de andere taal dan de taal van hun diploma en in hoofde van de vrederechters bedoeld in artikel 7, § 1bis van deze wet. Diezelfde kennis van het tweede type wordt vereist in de hoofde van de magistraten die tijdelijk de functie uitoefenen van de korpsoversten waarvan de kennis van de andere taal wordt vereist. <W 2004-12-27/31, art. 18, 020; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  § 2. Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarin de kandidaat examens van de graad van doctor of licentiaat in de rechten heeft afgelegd.
  § 3. De samenstelling van de examencommissies en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal mogen worden uitgereikt worden bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na beraadslaging in de Ministerraad.

  Art. 43sexies. <Ingevoegd bij W 1997-05-06/38, art. 29; Inwerkingtreding : 05-07-1997> Het aantal referendarissen bij het Hof van Cassatie die door een diploma van doctor of licentiaat in de rechten het bewijs moeten leveren van de kennis van respectievelijk de Nederlandse en de Franse taal, wordt door het hof vastgesteld naar gelang van de behoeften van de dienst.
  Alle referendarissen moeten via een bijzonder examen het bewijs leveren van de kennis van de andere landstaal. Dit examen wordt afgelegd voor een examencommissie samengesteld op de wijze voorgeschreven door artikel 43quinquies. De Koning regelt de organisatie van het examen en stelt de examenstof vast rekening houdend met de behoeften eigen aan het werk van de referendarissen.
  Eén referendaris moet bovendien het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal via een bijzonder examen georganiseerd overeenkomstig het tweede lid.

  Art. 43septies. <W 2003-02-13/31, art. 4; Inwerkingtreding : 01-03-2003> Het aantal attachés bij de dienst voor documentatie en overeenstemming der teksten bij het Hof van Cassatie die door hun diploma het bewijs moeten leveren van de kennis van respectievelijk de Nederlandse en de Franse taal, wordt door het Hof vastgesteld naargelang van de behoeften van de dienst.

  Art. 44. De laatste twee alinea's van artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929 op de toekenning der academische graden zijn vervallen.

  Art. 45. <W 10-10-1967, art. 179> § 1. De helft van de advokaten bij het Hof van cassatie moeten het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal; de andere helft van de advokaten bij het Hof van cassatie moeten het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal. Indien het aldus bepaalde getal van advokaten die het bewijs hebben geleverd van de kennis van een der beide talen, niet is bereikt mogen geen kandidaten worden voorgedragen die niet het bewijs van de kennis van die taal hebben geleverd.
  De advokaten die vóór de inwerkingtreding van deze bepaling ter balie van cassatie ingeschreven waren, kunnen van de kennis (van de Nederlandse of van de Franse taal) het bewijs leveren door de gewone praktijk van die taal, bevestigd door de Tuchtraad van hun Orde; deze verklaring behoeft de homologatie van het Hof van cassatie. <W 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  De advokaten die na die datum worden voorgedragen moeten van de kennis (van de Nederlandse of van de Franse taal) het bewijs leveren door de voorlegging van het diploma van doctor in de rechten waaruit blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd, of door te voldoen aan het examen over de kennis van die taal, overeenkomstig het artikel 43quinquies. <W 1985-09-23/33, art. 33, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  § 2. De Koning bepaalt de eisen inzake taalkennis waaraan de gerechtsdeurwaarders moeten voldoen.

  Art. 45bis.[1 In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot voorzitter, ondervoorzitter, rechter of plaatsvervangend rechter in de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel en de arbeidsrechtbank, tot procureur des Konings, substituut-procureur des Konings of substituut-arbeidsauditeur, tot vrederechter of plaatsvervangend vrederechter, tot rechter of plaatsvervangend rechter in een politierechtbank tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits en bovendien door zijn diploma bewijst dat hij de examens van de licentie in de rechten in het Frans heeft afgelegd of het bewijs levert van de kennis van het Frans.]1
  [2 In het arrondissement Eupen kan niemand worden benoemd tot rechter of plaatsvervangend rechter in sociale zaken of in handelszaken tenzij hij het bewijs levert van de kennis van het Duits.]2
  ----------
  (1)<W 2013-12-01/01, art. 123, 036; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  (2)<W 2014-12-19/24, art. 33, 040; Inwerkingtreding : 08-01-2015>

  Art. 46.<W 1999-03-25/50, art. 10, 013; Inwerkingtreding : 01-09-2001> In de kantons Aat-Lessen en Edingen-Lens moet een vrederechter of een plaatsvervangend vrederechter en in het kanton [1 Moeskroen]1 moet de vrederechter en een plaatsvervangend vrederechter bewijzen de Nederlandse taal te kennen; in het tweede kanton Kortrijk, het tweede kanton Ieper-Poperinge en in het kanton Ronse, in de kantons Herne-Sint-Pieters-Leeuw en [1 Tongeren]1, moet een vrederechter of een plaatsvervangend vrederechter en in de kantons [2 Sint-Genesius-Rode]2 en Meise moeten de vrederechter en een plaatsvervangend vrederechter bewijzen de Franse taal te kennen.
  ----------
  (1)<W 2017-12-25/08, art. 10,3°,7°, 044; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (2)<W 2017-12-25/08, art. 10, 8°, 044; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 47. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 34, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>

  Art. 48. Mogen niet als gezworenen zetelen, zij die de taal niet kennen welke, krachtens deze wet, ter terechtzitting van het Hof van Assisen, voor de rechtspleging en pleidooien wordt gebezigd in de zaak waarvan zij moeten kennis nemen.

  Art. 49. § 1. (Er is slechts een Duitstalige kamer bij het Militair Gerechtshof en bij de militaire rechtbank ingeval de procedure overeenkomstig de artikelen 18 en 25, vierde lid, in het Duits wordt gevoerd.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 2. (Niemand kan tot eerste voorzitter van het Militair Gerechtshof of tot auditeur-generaal worden benoemd indien hij niet het bewijs levert van de kennis van het Nederlands en van het Frans. De plaatsvervangers van de eerste voorzitter worden gekozen uit de magistraten die het bewijs leveren, hetzij van de kennis van het Nederlands en van het Frans, hetzij van de kennis van een van die talen en van het Duits.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  De helft van de magistraten van het auditoraat-generaal (...) moeten door hun diploma bewijzen dat zij het examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd; de andere helft van die magistraten moeten door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd. In elk van die groepen moet ten minste één derde het bewijs hebben geleverd van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). Bovendien moeten twee magistraten (het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal) kennen. <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1985-09-23/33, art. 29, 3°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 1994-12-21/31, art. 139, 3°, 007; Inwerkingtreding : 01-03-1995> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (De militaire auditeur en de voorzitter van de militaire rechtbank moeten het bewijs leveren van de kennis van de in de kamers van de militaire rechtbank gebruikte taal of talen. Ingeval een militaire rechtbank evenwel is samengesteld uit een Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige kamer, moeten zij het bewijs leveren van de kennis van twee talen en hun plaatsvervanger moet het bewijs leveren van de kennis van ten minste de derde taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (De raadsheer bij het Militair Gerechtshof moet naargelang hij de Nederlandse, de Franse kamer of de Duitse kamer voorzit, het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse, van de Franse of van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 3. (De rechter bij de militaire rechtbank moet naargelang hij de Nederlandse, de Franse kamer of de Duitse kamer voorzit, het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse, van de Franse of van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (Dit geldt eveneens voor de magistraat die een kamer van het Militair Gerechtshof voorzit.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  § 4. (De in de vorige paragrafen genoemde magistraten leveren het bewijs van de kennis van de andere taal dan die waarin zij het examen van licentiaat in de rechten hebben afgelegd, op de wijze bepaald in artikel 43quinquies.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 4°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  § 5. (De militaire leden van het Militair Gerechtshof (en de militaire leden van een militaire rechtbank) moeten het bewijs leveren van de grondige kennis van het Nederlands of van het Frans, naargelang zij hun ambt in een Nederlandstalige of een Franstalige kamer uitoefenen. <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  Dit bewijs is geleverd indien zij in de vereiste taal :
  1° geslaagd zijn in het examen over de grondige kennis waarvan sprake is in artikel 2 van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik van de talen bij het leger;
  2° geslaagd zijn voor het examen over de grondige kennis, waarvan sprake is in artikel 7, van voorgenoemde wet;
  3° het diploma van ingenieur, doctor of licentiaat hebben behaald na ten minste vier jaar studie in het hoger of daarmee gelijkgesteld onderwijs;
  4° het diploma van regent of onderwijzer hebben behaald;
  5° een diploma van middelbaar onderwijs van de hogere graad hebben behaald.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 6°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  § 6. (De hoofdofficier en de officieren die zitting hebben in een Duitstalige kamer van het Militair Gerechtshof (van een miltaire rechtbank) moeten het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal op een van de in § 5 bepaalde wijzen, of door te slagen voor een examen georganiseerd overeenkomstig artikel 43quinquies. Tot op het ogenblik dat een voldoende aantal officieren op die wijze het bewijs van de kennis van de Duitse taal hebben geleverd, volstaat een verklaring, afgelegd op een door de Koning te bepalen wijze, waarbij de officier bevestigt dat hij die taal kent.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 8°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  § 7. (opgeheven) <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (§ 8. Zijn er niet genoeg officieren met de vereiste graad voor de samenstelling van de Duitstalige kamer van het Militair Gerechtshof samengesteld uit opperofficieren of hoofdofficieren zonder onderscheid van graad die Duits kennen en bij de krijgsraad uit hoofdofficieren of lagere officieren zonder onderscheid van graad die Duits kennen voor zover zij een hogere graad hebben dan de beklaagde of een groter aantal dienstjaren in dezelfde graad.
  § 9. Wanneer het in tijd van oorlog of buiten het grondgebied van het Rijk onmogelijk is de Duitstalige kamer van een krijgsraad samen te stellen of wanneer het, wegens de afstand of de moeilijke verbindingen, onmogelijk is binnen een redelijke termijn de zaak bij een andere (militaire rechtbank) aanhangig te maken, staan de beklaagden die als taal van de rechtspleging het Duits hebben gekozen terecht voor de Nederlandstalige of de Franstalige kamer, naargelang van de keuze die de meerderheid onder hen op verzoek van de krijgsauditeur heeft gedaan.) <W 1985-09-23/33, art. 29, 9°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <W 2003-04-10/59, art. 103, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 50. § 1. Artikel 2 van de wet van 5 Maart 1906 tot wijziging van artikel 70 van de wet van 18 Juni 1869, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Het getal en de orde der voordrachten door de provinciale raden voor de vacante plaatsen van raadsheer bij het Hof van Beroep te Brussel, worden op de volgende wijze geregeld :
  "De provinciale raad van Antwerpen doet voordrachten voor veertien plaatsen : de eerste, de vijfde, de negende, de veertiende, de zestiende, de negentiende, de tweede en twintigste, de zes en twintigste, de dertigste, de vier en dertigste, de acht en dertigste, de vier en veertigste, de zeven en veertigste en de vijftigste.
  "De provinciale raad van Brabant doet voordrachten voor twee en twintig plaatsen : de tweede, de vierde, de zesde, de achtste, de tiende, de twaalfde, de vijftiende, de zeventiende, de twintigste, de drie en twintigste, de vijf en twintigste, de acht en twintigste, de een en dertigste, de drie en dertigste, de vijf en dertigste, de zeven en dertigste, de negen en dertigste, de een en veertigste, de drie en veertigste, de zes en veertigste, de negen en veertigste en de twee en vijfstigste.
  "De provinciale raad van Henegouwen doet voordrachten voor zestien plaatsen : de derde, de zevende, de elfde, de dertiende, de achttiende, de een en twintigste, de vier en twintigste, de zeven en twintigste, de negen en twintigste, de twee en dertigste, de zes en dertigste, de veertigste, de twee en veertigste, de vijf en veertigste, de acht en veertigste en de een en vijftigste."
  § 2. Artikel 4, 2°, van de wet van 18 Augustus 1928 wordt gewijzigd als volgt :
  "Een negen en twintigsten, een dertigsten, een één en dertigsten, een twee en dertigsten, een drie en dertigsten, een vier en dertigsten, een vijf en dertigsten en een zes en dertigsten raadsheer bij het Hof van Beroep te Brussel."
  § 3. Artikel 5, 1°, van de wet van 18 Augustus 1928, gewijzigd bij de wet van 29 Maart 1929, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  "Bij het Hof van Beroep te Brussel, door een procureur-generaal, een eerste advocaat-generaal, tien advocaten-generaal en vier substituut-procureurs-generaal."

  Art. 51. (Opgeheven) <W 15-07-1970, art. 63>

  Art. 52. § 1. Artikel 120 van de wet van 18 Juni 1869 op de rechterlijke organisatie (Hoofdstuk VI. - Van het Hof van Verbreking), wordt vervangen door den volgenden tekst :
  "Art. 120. Zij is samengesteld uit een eerste-voorzitter, een kamer-voorzitter en zeventien raadsleden."
  § 2. Artikel 122 derzelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  "De Koning kan, zoo de behoeften van den dienst het vergen, een of twee aanvullende griffiers benoemen."
  § 3. Artikel 123 van dezelfde wet wordt vervangen door den volgenden tekst :
  "Art. 123. Niemand kan benoemd worden tot eerste-voorzitter, kamervoorzitter, procureur-generaal, raadsheer of advocaat-generaal, indien hij niet ten volle dertig jaar oud is, indien hij geen doctor in de rechten is en, gedurende ten minste tien jaar, aan de balie was gehecht, rechterlijke ambten heeft vervuld of de rechten heeft onderwezen in eene Belgische universiteit. Bovendien, moeten de eerste-voorzitter, of de kamervoorzitter, de procureur-generaal of een advocaat-generaal het bewijs leveren van hun kennis van beide landstalen; acht raadsheeren en twee leden van het parket moeten het bewijs leveren van hun kennis van het Fransch, de overige raadsheeren en leden van het parket moeten het bewijs leveren van hun kennis van het Nederlandsch.
  "Dit bewijs wordt geleverd overeenkomstig de beschikkingen van artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929, gewijzigd door artikel 43 van de wet op het gebruik der talen in rechtszaken."
  § 4. In alinea 1 van artikel 134 van dezelfde wet wordt het getal 8 vervangen door het getal 9.
  § 5. Artikel 135 derzelfde wet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  "Art. 135. De beschuldigingen ingesteld tegen de ministers worden, bij uitvoering van artikel 90 der Grondwet, berecht in vereenigde zitting, die in even getal moet zetelen en ten minste tien leden tellen.
  "In al de overige gevallen, waarin het Hof in vereenigde zitting moet zetelen, doet het dit in oneven getal en moet het ten minste negen leden tellen."

  Art. 53.<W 20-12-1957, art. 14> § 1. (In de [4 ...]4 de arrondissementen vermeld in artikel 1) kan niemand worden benoemd tot het ambt van griffier bij een der aldaar gevestigde rechtscolleges, indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Frans. <W 1985-09-23/33, art. 30, 1°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  (In oorlogstijd moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Nederlandse kamer van een militaire rechtbank het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse taal en moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Duitse kamer van een militaire rechtbank het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.) <W 2003-04-10/59, art. 104, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [4 ...]4
  (Twee griffiers bij de rechtbank van eerste aanleg te [4 Henegouwen]4 moeten bewijzen de Nederlandse taal te kennen.) <W 09-08-1963, art. 16, 1°>
  § 2. [4 In de arrondissementen]4 vermeld in artikel 2 kan niemand worden benoemd tot het ambt van griffier bij een der aldaar gevestigde rechtscolleges, indien hij het bewijs niet levert van de kennis van het Nederlands.
  [4 ...]4 In oorlogstijd moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Franse kamer van een militaire rechtbank, het bewijs leveren van de kennis van de Franse taal en moeten de griffiers die verbonden zijn aan een Duitse kamer van een militaire rechtbank, het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal. <W 2003-04-10/59, art. 104, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (Lid 3 opgeheven) <W 09-08-1963, art. 20, 5°>
  (Een griffier bij de rechtbank van eerste aanleg te [4 Limburg]4 moet bewijzen de Franse taal te kennen.) <W 09-08-1963, art. 16, 2°>
  § 3. [2 Eerste lid opgeheven.]2
  [1 [2 De kaders van de personeelsleden die zijn verbonden aan de griffies en de referendarissen van de Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken van Brussel, met inbegrip van de politierechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad worden]2 bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en met inachtneming van de volgende principes :
   1° [2 ...]2;
   2° bij de vaststelling van de kaders wordt een onderscheid gemaakt tussen :
   a) de referendarissen;
   b) de niveaus B, C en D.
   Onverminderd het vierde lid, dienen in het gerechtelijk arrondissement Brussel de griffiers van de vredegerechten en een derde van de griffiers, respectievelijk van de Franstalige en de Nederlandstalige rechtbanken van Brussel, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad het bewijs te leveren van de kennis van het Frans en van het Nederlands.]1
  (In de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde en in de gerechtelijke kantons die uitsluitend bestaan uit gemeenten van het Nederlandse taalgebied, is alleen de kennis van het Nedelands vereist.) <W 1994-07-11/33, art. 68, 1°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  (De griffier-hoofd van de griffie wijst evenwel één of meer griffiers aan om de politierechter van zijn rechtbank in de politierechtbanken te Halle en te Vilvoorde bij te staan in de gevallen bedoeld in de artikelen 7bis, § 2, en 15, tweede lid.) <W 1994-07-11/33, art. 68, 2°, 006; Inwerkingtreding : 01-01-1995>
  De helft van het aantal griffiers bij het Hof van beroep te Brussel moet doen blijken van de kennis van het Frans en van het Nederlands; een vierde van het aantal dezer griffiers moet doen blijken van de kennis van het Frans en een vierde van de kennis van het Nederlands.
  § 4. [3 In het arrondissement Eupen kan niemand tot griffier bij de rechtbank van eerste aanleg, de rechtbank van koophandel, de arbeidsrechtbank, bij een vredegerecht, bij een politierechtbank of, in oorlogstijd, bij een militaire rechtbank worden benoemd tenzij hij het bewijs levert van de kennis van de Duitse en van de Franse taal.
   Bovendien moeten twee griffiers bij het hof van beroep dat zijn zetel heeft te Luik en een griffier bij het arbeidshof dat zijn zetel te Luik heeft het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal.]3
  § 5. [4 Een griffier van de vredegerechten van de kantons [5 Moeskroen]5, Aat-Lessen en Edingen-Lens moet bewijzen de Nederlandse taal te kennen.]4
  [4 Een griffier van de vredegerechten van het kanton [5 Tongeren]5, het tweede kanton Kortrijk, het tweede kanton Ieper-Poperinge en het kanton Ronse moet bewijzen de Franse taal te kennen.]4
  [4 De hoofdgriffier of een griffier van de vredegerechten van de kantons [6 Sint-Genesius-Rode]6, Meise en Herne-Sint-Pieters-Leeuw moet bewijzen de Franse taal te kennen.]4
  (§ 6. Het bewijs van de kennis van het Nederlands, van het Duits of van het Frans wordt geleverd door overlegging van een getuigschrift van genoten onderwijs, afgegeven hetzij door een onderwijsinrichting onderworpen aan de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs, hetzij door een examencommissie van de Staat.
  (De kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs wordt bewezen door te slagen voor een examen.) <W 2005-04-26/33, art. 2, 1°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
  (Het examen handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.)) <W 1985-09-23/33, art. 30, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988> <L 2005-04-26/33, art. 2, 2°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
  [1 Evenwel, wat de griffiers van de Franstalige en de Nederlandstalige rechtbanken van Brussel betreft, met inbegrip van de politierechtbanken met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, andere dan de hoofdgriffiers, heeft het examen betrekking op de actieve en passieve mondelinge kennis en op de passieve schriftelijke kennis van de andere taal.]1
  (Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
  De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in het eerste lid bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs worden uitgereikt, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <L 2005-04-26/33, art. 2, 3°, 022; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
  [1 Voor de in § 3, derde lid, bedoelde regel alsook in de artikelen 54bis en 54ter, wordt als houdende een functionele kennis van de in het vierde lid bedoelde andere taal, tijdelijk rekening gehouden met de personen die zich ertoe verbinden het in dat lid bedoelde examen af te leggen in het jaar na hun indiensttreding en voor zover ze aantonen dat ze lessen volgen om deze taal te leren. Als ze niet deelnemen aan of niet slagen voor het examen binnen deze termijn, wordt er een einde gesteld aan hun ambt, behalve als de voornoemde regel op dat moment wordt nageleefd voor het ambt dat ze uitoefenen in de betrokken griffie of het betrokken parketsecretariaat.]1
  § 7. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 30, 5°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 58, 033; Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  (2)<W 2014-01-06/64, art. 70, 035; Inwerkingtreding : 31-01-2014. Zie ook art. 72>
  (3)<W 2013-12-01/01, art. 124, 036; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  (4)<W 2017-12-25/08, art. 11,1° - 11,9°, 044; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
  (5)<W 2017-12-25/08, art. 11,10°;13°, 044; Inwerkingtreding : 01-05-2018>
  (6)<W 2017-12-25/08, art. 11, 16°, 044; Inwerkingtreding : 01-06-2018>

  Art. 54. <W 20-12-1957, art. 14> § 1. Niemand kan tot hoofdgriffier bij het Hof van verbreking of van het Hof van beroep te Brussel worden benoemd, indien hij het bewijs niet levert van de kennis van (de Nederlandse en de Franse taal). <W 1985-09-23/33, art. 33, 2°, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  De helft der griffiers van het Hof van verbreking moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 der wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, samengeordend bij het besluit van de Regent van 31 December 1949, hetzij overeenkomstig § 4 van artikel 53.
  § 2. (In oorlogstijd moeten de hoofdgriffier en twee griffiers bij het Militair Gerechtshof het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse en van de Franse taal). De helft der andere griffiers bij het Militair Gerechtshof moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 der wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, samengeordend bij het besluit van de Regent van 31 December 1949, hetzij overeenkomstig § 4 van artikel 53. <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (In oorlogstijd moet de hoofdgriffier van de militaire rechtbank te Brussel het bewijs leveren van de kennis van de Nederlandse en de Franse taal.) De helft van het aantal griffiers bij de krijgsraad moet het bewijs leveren van de kennis van het Nederlands, de andere helft van de kennis van het Frans. Dat bewijs wordt geleverd hetzij overeenkomstig de bepalingen van artikel 55 van de wetten op het toekennen van de academische graden en het programma van de universitaire examens, gecoördineerd bij het besluit van de Regent van 31 december 1949, hetzij overeenkomstig § 6 van artikel 53.) <W 1994-12-21/31, art. 141, a), 007; Inwerkingtreding : 01-03-1995> <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (In oorlogstijd moeten de griffiers bij de Duitse kamer van het Militair Gerechtshof en de griffiers bij de Duitse kamers van de militaire rechtbanken het bewijs leveren van de kennis van de Duitse taal op de wijze bedoeld in het eerste lid.) <W 2003-04-10/59, art. 105, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2004>

  Art. 54bis.[1 [2 Eerste lid opgeheven.]2
   [2 De kaders van de parketsecretarissen, de parketjuristen en de personeelsleden die zijn verbonden aan de parketsecretariaten van het gerechtelijk arrondissement Brussel]2 worden vastgelegd door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met inachtneming van de volgende principes :
   1° [2 ...]2.
   2° bij de vaststelling van de kaders wordt een onderscheid gemaakt tussen :
   a) de secretarissen;
   b) de parketjuristen;
   c) de niveaus B, C en D;
   3° de statutaire of contractuele personeelsleden die opdrachten hebben in parketsecretarisfuncties op de datum van inwerkingtreding van deze bepaling worden meegerekend als parketsecretarissen.
   Een derde van de parketsecretarissen van elk parket in het gerechtelijk arrondissement Brussel moet zijn kennis van het Frans en het Nederlands aantonen. Deze kennis wordt gerechtvaardigd door het voorleggen van een studiegetuigschrift in een onderwijsinstelling. De kennis van de andere taal dan die van het getuigschrift is de kennis bedoeld in artikel 53, § 6, derde lid, wat de hoofdsecretarissen betreft, en de kennis bedoeld in artikel 53, § 6, vierde lid, voor de andere secretarissen.]1
  ----------
  (1)<Gersteld bij W 2012-07-19/36, art. 59, 033; Inwerkingtreding : 22-08-2012>
  (2)<W 2014-01-06/64, art. 71, 035; Inwerkingtreding : 31-01-2014. Zie ook art. 72>

  Art. 54ter.<ingevoegd bij W 2005-04-26/33, art. 4; Inwerkingtreding : 19-03-2007> § 1. [1 De artikelen 53, §§ 1 tot 4 en 6, eerste lid, 54 en 54bis zijn van toepassing op de deskundigen, de administratieve deskundigen en de assistenten, zowel in de griffies als in de parketsecretariaten, alsook, in het gerechtelijk arrondissement Brussel, op de referendarissen en de parketjuristen.]1
  § 2. De kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs wordt bewezen door te slagen voor een examen.
  Het examen handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
  § 3. In afwijking van § 2, tweede lid, wordt, voor de kandidaten voor het ambt van (deskundigen, administratief deskundigen en assistenten) in het gerechtelijk arrondissement Eupen, de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs, bewezen door te slagen voor een examen dat handelt over de actieve en passieve mondelinge kennis en over de actieve en passieve schriftelijke kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs. <W 2006-06-10/68, art. 61, 2°, 026; Inwerkingtreding : 19-03-2007>
  § 4. Alleen de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - is bevoegd om de bewijzen uit te reiken van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs.
  De samenstelling van de examencommissie en de voorwaarden waaronder de bewijzen van de kennis van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs worden uitgereikt, worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  ----------
  (1)<W 2012-07-19/36, art. 60, 033; Inwerkingtreding : 22-08-2012>

  HOOFDSTUK VII. - Overgangsbepalingen.

  Art. 55. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> § 1. Wanneer de verweerder woonachtig is in eene Vlaamsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens het eerste artikel, de rechtspleging in het Fransch moet gevoerd worden of, wanneer hij woonachtig is in eene Waalsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens artikel 2, de rechtspleging in het Nederlandsch moet gevoerd worden, wordt het gebruik der talen geregeld als volgt, gedurende de drie jaren die volgen op het van kracht worden dezer wet :
  De akte tot inleiding van het geding wordt in het Nederlands of in het Fransch gesteld, naar gelang dat de verweerder in eene Vlaamsche of eene Waalsche gemeente woonachtig is.
  De rechtspleging wordt voortgezet in de taal gebezigd voor het opstellen van de akte tot inleiding van het geding.
  Indien de rechter of de ambtenaar van het openbaar ministerie de taal der akte tot inleiding van het geding niet kent, wordt de zaak verwezen voor de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtbank van denzelfden rang van een ander taalgewest, tenzij de verweerder, voor alle verweer en alle exceptie, zelfs van onbevoegdheid, vraagt dat de rechtspleging in de andere landstaal wordt voortgezet.
  De in de vorige alinea voorziene aanvraag wordt mondeling gedaan door den verweerder die in persoon verschijnt; zij wordt schriftelijk ingediend indien de verweerder bij lasthebber verschijnt.
  De rechter doet op staanden voet uitspraak. Hij kan de aanvraag verwerpen, indien uit de elementen van de zaak blijkt dat de verweerder een toereikende kennis bezit van de taal gebruikt in de akte tot inleiding van het geding. De beslissing van den rechter moet met redenen omkleed zijn; zij is niet voor verzet of voor beroep vatbaar en is uitvoerbaar op de minuut en voor de registratie, zonder andere rechtspleging of vormvereischte. De uitspraak van de beslissing, zelfs in afwezigheid van partijen, geldt als beteekening.
  § 2. Wanneer, in dezelfde zaak, verscheidene verweerders zijn, wordt de akte tot inleiding van het geding in het Fransch of in het Nederlandsch gesteld, naar gelang dat de woonplaats van de meerderheid van de verweerders in een Waalsche of in eene Vlaamsche gemeente gelegen is. In geval van gelijkheid, wordt de akte tot inleiding van het geding gesteld in het Fransch of in het Nederlandsch, ter keus van den eischer.
  De verwijzing wordt niet uitgesproken, indien de in de vorige paragraaf voorziene aanvraag werd ingediend door de meerderheid van de verweerders. In geval van gelijkheid, beslist de rechter over de verwijzing van de zaak. Die beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.

  Art. 56. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> § 1. De verdachte woonachtig in een Vlaamsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens het eerste artikel, de rechtspleging in het Fransch moet gevoerd worden, of woonachtig in een Waalsche gemeente gelegen binnen het gebied van een rechtsmacht waar, krachtens artikel 2, de rechtspleging in het Nederlandsch moet gevoerd worden, kan, gedurende de drie jaren die volgen op het van kracht worden der wet, vorderen dat, voor die rechtsmacht, de rechtspleging in de andere taal wordt voortgezet.
  Indien de rechter bij wien de zaak aanhangig gemaakt werd, of de ambtenaar van het openbaar ministerie de taal door verdachte gekozen niet kennen, wordt deze verwezen voor de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.
  § 2. De vraag wordt ingediend door verzoekschrift, langs de griffie gericht tot den voorzitter van de betrokken rechtbank, of zelfs mondeling, voor alle verweer of alle exceptie.
  Is een ondezoeksrechter aangezocht geworden de zaak te onderzoeken, dan moet verdachte zijn verzoekschrift indienen voor de raadkamer die daarover uitspraak doet, terzelfdertijd als zij de door artikel 129 van het Wetboek van Strafvordering of door artikel 130 van hetzelfde Wetboek voorziene beschikking verleent.
  § 3. Wanneer meerdere verdachten in dezelfde zaak betrokken zijn, wordt de in de vorige paragraaf voorziene aanvraag slechts ingewilligd, wanneer zij door de meerderheid der verdachten ingediend wordt.

  Art. 57. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> Wanneer een burgerlijke of correctioneele rechtsmacht, buiten een Hof van Beroep, waarvan de zetel gevestigd is in een der provinciën of in het arrondissement in artikel 1 aangeduid, in hooger beroep, kennis neemt van in het Nederlandsch gevonniste zaken, wordt de zaak verwezen naar de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.
  Evenzoo, wanneer een burgerlijke of correctioneele rechtsmacht, buiten een Hof van Beroep, waarvan de zetel gevestigd is in een der provinciën of in het arrondissement, in artikel 2 aangeduid, in hooger beroep, kennis neemt van in het Fransch gevonniste zaken, en de rechter bij wien de zaak aanhangig gemaakt werd of de ambtenaar van het openbaar ministerie die taal niet kennen, wordt de zaak verwezen naar de meest nabije of gemakkelijkst te bereiken rechtsmacht van denzelfden rang, in een ander taalgebied.

  Art. 58. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> Een koninklijk besluit duidt de in de artikelen 55 en 56 bedoelde gemeenten aan, volgens de jongste tienjaarlijksche telling en overeenkomstig artikel 42, alsmede de rechtbanken naar dewelke de zaak moet verwezen worden, bij toepassing van de artikelen 55, 56 en 57.

  Art. 59. <NOTA : Opgeheven, behalve wat de werkrechtersraden betreft, bij W 09-08-1963, art. 20, 5°> Zoo de partij er zich niet tegen verzet, mag haar raadsman in het Fransch pleiten voor de rechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in de provinciën en het arrondissement in het eerste artikel aangeduid en waar, overeenkomstig de artikelen 55 en 56, de rechtspleging in het Nederlandsch wordt gevoerd.
  Evenzoo, indien partij er zich niet tegen verzet, mag haar raadsman het Nederlandsch gebruiken, voor de rechtbanken waarvan de zetel is gevestigd in de provinciën en het arrondissement in artikel 2 aangeduid en waar, overeenkomstig de artikelen 55, 56 en 57, alinea 2, de rechtspleging in het Fransch geschiedt.

  Art. 60. § 1. De in artikel 43 voorziene beschikkingen zijn niet toepasselijk op hen die, voor 1 Januari 1938, het diploma van doctor in de rechten of het diploma van candidaat-notaris of van licenciaat in het notariaat behaalden en zich gevoegd hebben of zullen gevoegd hebben hetzij naar artikel 49 van de wet van 10 April 1890 - 3 Juli 1891 op de toekenning der academische graden en het programma der universiteitsexamens, zooals dat aangevuld werd door artikel 7 van de wet van 31 Juli 1923 op het gebruik der talen in de Universiteit, te Gent, hetzij naar artikel 40 van de wet van 21 Mei 1929 op de toekenning der academische graden en het programma der universiteitsexamens.
  § 2. (Opgeheven) <W 1985-09-23/33, art. 34, 002; Inwerkingtreding : 01-09-1988>
  § 3. Ieder lid van een rechtscollege wordt aangezien als belet, wanneer hij de taal niet kent welke, overeenkomstig deze wet, dient te worden gebruikt. Indien, om reden van dit belet, het onmogelijk is, in een rechtscollege, den zetel samen te stellen, wordt de zaak verwezen naar een andere rechtbank van denzelfden rang en van hetzelfde beroeprechtsgebied.
  De verwijzing geschiedt overeenkomstig de artikelen 7 en 20; de beslissing is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar.

  Art. 61. <W 10-10-1967, art. 180> De magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank met zetel in de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen of in het arrondissement Nijvel, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van het nieuw artikel 43 van deze wet, uit wier diploma niet blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, worden met de magistraten die houder zijn van zulk diploma gelijkgesteld.
  De magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank met zetel in de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Limburg of in het arrondissement Leuven, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van vorengenoemd artikel 43, uit wier diploma niet blijkt dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, worden met de magistraten die houder zijn van zulk diploma gelijkgesteld.
  De regel van het tweede lid van dit artikel vindt eveneens toepassing op de vrederechters, de rechters in een politierechtbank en de toegevoegde rechters in een vredegerecht of een politierechtbank die hun ambt uitoefenen in een vredegerecht of een politierechtbank van het arrondissement Brussel, waarvan het rechtsgebied uitsluitend bestaat uit Vlaamse gemeenten buiten de Brusselse agglomeratie.
  Behoudens de gevallen bepaald bij het derde lid, worden de magistraten, referendarissen en adjunkt-referendarissen behorende tot een rechtbank van eerste aanleg of een rechtbank van koophandel, alsmede de vrederechters, de rechters in een politierechtbank en de toegevoegde rechters in een vredegerecht of een politierechtbank uit het arrondissement Brussel, in dienst op de dag van de inwerkingtreding van vorengenoemd artikel 43, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige paragrafen 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examens over de grondige kennis van de tweede landstaal, op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Die regel vindt ook toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald bij artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen gelijkgesteld te worden met magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.

  Art. 62. <W 10-10-1967, art. 181> De magistraten van het hof van beroep te Gent, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet, die door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, worden gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma.
  De magistraten van het hof van beroep te Brussel, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige §§ 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examen over de grondige kennis van de tweede landstaal, worden op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Deze regel is mede van toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald in artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen te worden gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.
  De magistraten van het hof van beroep te Luik, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43bis van deze wet die een plaats bezetten waarvoor de voordracht toekomt aan de provincieraad van Luik, Namen of Luxemburg, en door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Frans hebben afgelegd, worden gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma. Evenzo worden de magistraten van het hof die een plaats bezetten waarvoor de voordracht toekomt aan de provincieraad van Limburg en die door hun diploma niet bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd, gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van dat diploma.
  De magistraten van het parket bij het Hof van beroep te Luik die voorheen een ambt hebben uitgeoefend in een nederlandstalige rechtbank, worden, voor zoveel als nodig, gelijkgesteld met de magistraten die houder zijn van een diploma waaruit blijkt dat zij de examens van het doktoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.

  Art. 63. <W 10-10-1967, art. 182> De magistraten van het Hof van cassatie, in dienst bij de inwerkingtreding van artikel 43quater van deze wet, die geslaagd zijn voor het bij de voormalige paragrafen 4 en 9 van artikel 43 van bedoelde wet bepaalde examen over de grondige kennis van de tweede landstaal, worden op hun verzoek gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in die taal hebben afgelegd. Deze regel vindt eveneens toepassing op de magistraten die hun diploma van doctor in de rechten hebben behaald onder de voorwaarden bepaald in artikel 60, § 1, van deze wet en die verlangen te worden gelijkgesteld met de magistraten die de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands hebben afgelegd.

  Art. 63bis. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 183) De aanvragen bedoeld in de nieuwe artikelen 61, lid 4, 62 en 63 van deze wet moeten aan de minister van Justitie gericht worden uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van die bepalingen. Na vaststelling dat aan de wettelijke vereisten in voormelde artikelen bepaald is voldaan, geeft de minister aan de magistraat akte van zijn gelijkstelling met houders van een diploma van doctor in de rechten in het Nederlands, hetzij in het Frans, naar gelang van het geval.

  Art. 63ter. (Ingevoegd bij W 10-10-1967, art. 184) De bepaling van artikel 43quater, die het taalstelsel regelt waartoe de (de eerste voorzitter en de voorzitter van het Hof van Cassatie, de afdelingsvoorzitters in het Hof van Cassatie, de procureur-generaal en de eerste advocaat-generaal bij dit Hof) behoren, is niet toepasselijk op de magistraten die tot raadsheer of tot advocaat-generaal bij het Hof van cassatie werden benoemd vóór de inwerkingtreding van voormelde bepaling. <W 03-01-1980, art. 4>

  Art. 64. De advocaten die voor 1 Januari 1930 het diploma van doctor in de rechten behaald hebben, kunnen, in burgerlijke zaken en in handelszaken, voor hun pleidooien alleen, de taal bezigen die zij verkiezen; voor de strafgerechten, andere dan de Hoven van Assisen, hebben zij, op uitdrukkelijk verzoek van den verdachte wiens verdediging zij waarnemen, hetzelfde recht.
  Gedurende een termijn van vijf jaar, te rekenen vanaf het van kracht worden dezer wet, hebben de advocaten die het diploma van doctor in de rechter na 1 Januari 1930 bekomen hebben, het in de vorige alinea verleende recht.

  Art. 65. <W 10-10-1967, art. 185> Het minimum aantal raadsheren, die een ambt bezetten waarvoor de voordracht door de provincieraad van Brabant werd ingediend en die hun diploma van doctor in de rechten in het Nederlands hebben behaald, moet uiterlijk worden bereikt wanneer, sinds de inwerkingtreding van de wet, twintig raadsheren zullen zijn benoemd tot ambten waarvoor voordrachten door die provincieraad worden ingediend.

  Art. 66. <hersteld door W 2002-07-18/47, art. 3, 017; Inwerkingtreding : 01-01-2003> De magistraten die op de datum van inwerkingtreding van artikel 43quinquies zoals gewijzigd door de wet van 18 juli 2002, de kennis van de andere taal dan deze waarin zij hun doctoraat of licentie in de rechten hebben behaald, bewezen hebben, worden geacht geslaagd te zijn voor het taalexamen bedoeld in artikel 43quinquies , § 1, vierde lid.

  Art. 66bis. <ingevoegd bij W 2005-04-26/33, art. 5; Inwerkingtreding : 19-03-2007> De personen die, op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2 tot 5 van de wet van 26 april 2005 tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis, de kennis bewijzen van de andere taal dan die waarvan de kennis bewezen is door overlegging van het in artikel 53, § 6, eerste lid, bedoelde getuigschrift van genoten onderwijs, worden geacht geslaagd te zijn voor het respectievelijk in artikel 53, § 6, tweede lid, in artikel 54ter, § 2, en in artikel 54ter, § 3, bedoelde taalexamen.
  De personen die, op de datum van inwerkingtreding van de artikelen 2 tot 5 van de wet van 26 april 2005 tot wijziging van de artikelen 53, § 6, en 54bis van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en tot invoeging in die wet van een artikel 54ter en een artikel 66bis, houder zijn van een bewijs van taalkennis uitgereikt door de afgevaardigd bestuurder van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid - worden, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden, geacht geslaagd te zijn voor het respectievelijk in artikel 53, § 6, tweede lid, artikel 54ter, § 2, en in artikel 54ter, § 3, bedoelde taalexamen.

  HOOFDSTUK VIII. - Inwerkingtreding.

  Art. 67. Alle wettelijke beschikkingen of besluiten die niet met deze wet overeenkomen, zijn vervallen.

  Art. 68. Onder voorbehoud van de voorafgaande overgangsbepalingen, zal deze wet op 15 September 1935 van kracht worden.
  Zij is niet toepasselijk op de voor dien datum ingeleide zaken of ingestelde vervolgingen.

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • WET VAN 25-05-2018 GEPUBL. OP 30-05-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 40)
  • BEELD
  • WET VAN 06-03-2018 GEPUBL. OP 15-03-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 23)
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2017 GEPUBL. OP 29-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 7bis; 14; 42; 46; 53) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2017 GEPUBL. OP 29-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 7; 14; 43; 53)
  • BEELD
  • WET VAN 25-12-2016 GEPUBL. OP 30-12-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 43bis)
  • BEELD
  • WET VAN 28-10-2016 GEPUBL. OP 24-11-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 22; 31)
  • BEELD
  • WET VAN 04-05-2016 GEPUBL. OP 13-05-2016
    (GEWIJZIGD ART. : NL43quater)
    (GEWIJZIGD ART. : 23bis)
  • BEELD
  • WET VAN 19-12-2014 GEPUBL. OP 29-12-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 45bis)
  • BEELD
  • WET VAN 05-05-2014 GEPUBL. OP 09-07-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 23bis)
  • BEELD
  • WET VAN 05-05-2014 GEPUBL. OP 08-07-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 30; 43)
  • BEELD
  • WET VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 14-05-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 16; 21)
  • BEELD
  • WET VAN 06-01-2014 GEPUBL. OP 31-01-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 43)
    (GEWIJZIGDE ART. : 53; 54bis)
  • BEELD
  • WET VAN 15-12-2013 GEPUBL. OP 19-12-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 23bis)
  • BEELD
  • WET VAN 01-12-2013 GEPUBL. OP 10-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 25; 43; 45bis; 53)
  • BEELD
  • WET VAN 19-07-2012 GEPUBL. OP 22-08-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 4; 5; 6; 7; 7bis; 7ter; 15; 23quater; 42)
    (GEWIJZIGDE ART. : 43; 53; 54bis; 54ter)
  • BEELD
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 19-12-2010 GEPUBL. OP 24-01-2011
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • BEELD
  • WET VAN 30-12-2009 GEPUBL. OP 15-01-2010
    (GEWIJZIGD ART. : 43bis)
  • BEELD
  • WET VAN 21-04-2007 GEPUBL. OP 13-07-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 23BIS) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 25-04-2007 GEPUBL. OP 01-06-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 53; 54BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 18-12-2006 GEPUBL. OP 16-01-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 43; 43QUATER)
  • BEELD
  • WET VAN 10-06-2006 GEPUBL. OP 24-11-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 54BIS; 54TER)
  • BEELD
  • WET VAN 13-06-2006 GEPUBL. OP 19-07-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 43BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 17-05-2006 GEPUBL. OP 15-06-2006
    (GEWIJZIGDE ART. : 23; 23BIS; 23TER; 43)
  • BEELD
  • WET VAN 13-12-2005 GEPUBL. OP 21-12-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 38)
  • BEELD
  • WET VAN 26-04-2005 GEPUBL. OP 19-05-2005
    (GEWIJZIGDE ART. : 53; 54BIS; 54TER; 66BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 13-04-2005 GEPUBL. OP 04-05-2005
    (GEWIJZIGD ART. : 45BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 43QUATER; 43QUINQUIES)
  • BEELD
  • WET VAN 03-05-2003 GEPUBL. OP 17-06-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 30; 30BIS; 31; 32)
  • BEELD
  • WET VAN 10-04-2003 GEPUBL. OP 07-05-2003
    (GEWIJZIGDE ART. : 18; 22; 25; 49; 53; 54)
  • BEELD
  • WET VAN 13-02-2003 GEPUBL. OP 19-02-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 43SEPTIES)
  • BEELD
  • WET VAN 18-07-2002 GEPUBL. OP 22-08-2002
    (GEWIJZIGDE ART. : 43QUI; 66)
  • BEELD
  • WET VAN 21-06-2001 GEPUBL. OP 20-07-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 43BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 27-04-2001 GEPUBL. OP 28-04-2001
    (GEWIJZIGD ART. : 53)
  • BEELD
  • WET VAN 17-07-2000 GEPUBL. OP 01-08-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 43; 43BIS; 43TER)
  • BEELD
  • WET VAN 25-03-1999 GEPUBL. OP 22-05-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 7BIS; 46; 53)
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-1998 GEPUBL. OP 10-02-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 43; 43BIS; 43TER; 43QUA) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • BEELD
  • WET VAN 22-12-1998 GEPUBL. OP 02-02-1999
    (GEWIJZIGD ART. : 43BIS)
  • BEELD
  • WET VAN 08-08-1997 GEPUBL. OP 28-10-1997
    (GEWIJZIGD ART. : 10)
  • BEELD
  • WET VAN 06-05-1997 GEPUBL. OP 25-06-1997
    (GEWIJZIGDE ART. : 43QUA; 43SEX)
  • 1997009334; 1997-04-30
  • WET VAN 04-03-1997 GEPUBL. OP 30-04-1997
    (GEWIJZIGD ART. : 43BIS)
  • WET VAN 21-12-1994 GEPUBL. OP 23-12-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 49; 53; 54)
  • WET VAN 11-07-1994 GEPUBL. OP 21-07-1994
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 4; 5; 7; 7BIS; 14; 15; 16; 43; 53)
  • WET VAN 16-07-1993 GEPUBL. OP 20-07-1993
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 20; 21)
  • WET VAN 23-06-1989 GEPUBL. OP 30-06-1989
    (GEWIJZIGDE ART. : 30BIS; 43BIS)
  • WET VAN 04-08-1986 GEPUBL. OP 20-08-1986
  • WET VAN 23-09-1985 GEPUBL. OP 05-11-1985

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 1932-1933. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Parlementaire bescheiden. - Wetsontwerp op het gebruik der talen in burgerlijke zaken en handelszaken in de provinciën West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg, alsook in de arrondissementen Brussel en Leuven, nr 33; Wetsontwerp op het gebruik der talen voor het Hof van Verbreking, nr 34; Wetsvoorstel op het gebruik der Nederlandsche taal in gerechtszaken, nr 35. - Verslag namens de commissie uitgebracht door den heer Marck, nr 136. - Amendementen van de regeering, nr 216. Zitting 1933-1934. Amendementen van de regeering, nr 16. - Aanvullend verslag namens de commissie uitgebracht door den heer Marck, nr 135. - Amendementen van de regeering, nr 196. - Tekst in 1e lezig aangenomen, nr 214. Handelingen. - Behandeling en aanneming. Vergaderingen van 18, 19, 24, 25 October 1933; 7, 8, 9 November 1933; 8, 9, 15, 16, 22, 23 en 31 Mei 1934. SENAAT. Bescheiden. - Wetsontwerp overgemaakt door de Kamer der volksvertegenwoordigers, nr 135. Zitting 1934-1935. Verslag namens de commissie uitgebracht door den heer J. Declercq, nr 86. - Amendementen van de Regeering. Handelingen. - Behandeling en aanneming. Vergaderingen van 9, 10 en 11 April 1935. KAMER DER VOLKSVERTEGENWOORDIGERS. Bescheiden. - Ontwerp door den Senaat gewijzigd, nr 127. - Verslag namens de commissie uitgebracht door den heer Marck, nr 135. Handelingen. - Behandeling en aanneming. Vergaderingen van 4 en 5 Juni 1935.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 32 uitvoeringbesluiten 45 gearchiveerde versies
    Franstalige versie