einde

Publicatie : 2013-06-21

Beeld van de publicatie
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

20 JUNI 2013. - Ordonnantie betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan



Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt :
TITEL 1. - Algemeen kader en definities
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Art. 2. § 1. In deze ordonnantie wordt verstaan onder :
1° aanvrager : natuurlijke persoon of rechtspersoon die, al dan niet vertegenwoordigd door een derde, een aanvraag van in-, uit-, doorvoer, overbrenging of certificaat van een gecertificeerde onderneming indient;
2° ander voor militair gebruik dienstig materiaal : goederen die alleen of in combinatie met elkaar of andere goederen, substanties of organismen ernstige schade kunnen toebrengen aan personen of goederen en die als middel tot geweldpleging ingezet kunnen worden in een gewapend conflict of een soortgelijke situatie van geweld;
3° bestemmeling : natuurlijke persoon of een rechtspersoon in het land van bestemming naar wie de goederen vanuit België worden overgebracht of uit- of doorgevoerd;
4° civiel vuurwapen : vuurwapen voor ander dan militair of paramilitair gebruik, met uitzondering van automatische vuurwapens en van vuurwapens met een kaliber dat door de Vaste Internationale Commissie ter Beproeving van Draagbare Vuurwapens als militair werd geclassificeerd;
5° defensiegerelateerde producten : producten met inbegrip van programmatuur en technologie, die opgenomen zijn in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, zoals die laatst is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie;
6° doorvoer : vervoer van goederen die uitsluitend het Belgisch grondgebied worden binnengebracht om via dat gebied te worden vervoerd naar een ander land, met uitzondering van overbrengingen tussen twee lidstaten van de Europese Unie, en waarbij de goederen op één van de volgende manieren worden getransporteerd :
a) ze worden overgeladen van het ene transportmiddel op een ander transportmiddel;
b) ze worden van een transportmiddel gelost en worden nadien opnieuw op hetzelfde transportmiddel geladen;
7° eindgebruiker : de op het moment van de beslissing over de machtigingsaanvraag laatst bekende natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan het gebruik van de over te brengen of uit of door te voeren goederen zal toevallen;
8° gecertificeerde onderneming : onderneming die van de daartoe bevoegde autoriteit in een lidstaat van de Europese Unie een certificaat heeft ontvangen dat verklaart dat die onderneming betrouwbaar is en onder meer in staat is om uitvoerbeperkingen na te komen van defensiegerelateerde producten die zij in het kader van een machtiging vanuit een andere lidstaat overbrengt;
9° gevoelige goederen : defensiegerelateerde producten die zijn opgenomen in het VN-register voor Conventionele Wapens als vervat in resoluties 43/36L en 58/54 van de Algemene Vergadering van de VN, met inbegrip van de goederen die zijn opgenomen in de optionele categorieën over kleine en lichte wapens;
10° invoer : elke binnenkomst in het douanegebied van de Europese Unie van goederen naar het Belgisch grondgebied, met inbegrip van tijdelijke opslag, plaatsing in een vrije zone of een vrij entrepot, plaatsing onder een schorsingsprocedure en het in het vrije verkeer brengen in de zin van Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (het gemoderniseerd douanewetboek), met uitzondering van de gevallen vermeld in artikel 2, 6° ;
11° land van bestemming : land waarnaar de goederen vanuit België worden overgebracht, of uit- of doorgevoerd;
12° land van eindgebruik : land waar het op het moment van de beslissing over de machtigingsaanvraag laatst bekende gebruik van de over te brengen, of uit of door te voeren goederen zich zal situeren;
13° munitie : het hele stuk of zijn componenten, met inbegrip van de patroonhouder, het slaghoedje, voortstuwingskruit, de kogels en de projectielen, die worden gebruikt in een vuurwapen;
14° ordehandhavingsmateriaal : goederen die speciaal ontworpen of aangepast zijn voor ordehandhaving of oproerbeheersing;
15° overbrenging : overbrengen van één of meer vuurwapens, onderdelen, toebehoren of munitie van het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie naar een andere lidstaat in de zin van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens, Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik, en het overdragen van één of meer defensiegerelateerde producten van het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie naar het grondgebied van een andere lidstaat in de zin van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap;
16° uitvoer : elk vertrek van goederen uit het douanegebied van de Europese Unie vanaf het Belgisch grondgebied, met inbegrip van het vertrek van goederen waarvoor een douaneaangifte vereist is en het vertrek van goederen na de opslag ervan in een vrije zone van controletype I of een vrij entrepot in de zin van het gemoderniseerd douanewetboek, met uitzondering van de gevallen vermeld in artikel 2, 6° ;
17° vuurwapen : een draagbaar wapen dat van een loop is voorzien en waarmee door explosieve voortstuwing een lading, een kogel of een projectiel wordt uitgestoten, en dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd;
18° niet-vuurwapen : draagbaar wapen dat vergunningsplichtig is in de zin van het koninklijk besluit van 30 maart 1995 tot indeling van sommige gas- en luchtwapens en tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 september 1991 betreffende de wapens voor wapenrekken.
§ 2. Alle beslissingen van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in toepassing van deze ordonnantie worden genomen na collegiale beraadslaging en bij consensus.
Art. 3. § 1. De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging is verboden van defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan waarvan het gebruik, de productie, de ontwikkeling of de overdracht verboden zijn door of krachtens internationale verplichtingen en verbintenissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België.
Daarenboven is de invoer en de overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verboden van defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan, andere dan deze vermeld in het eerste lid, waarvan het voorhanden hebben in België verboden is op basis van de Wapenwet.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de lijst vast van de defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan, waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging verboden zijn.
De in-, uit- en doorvoer en overbrenging van deze verboden goederen voor doeleinden die door de daarop toepasselijke regelgeving zijn toegelaten is onderworpen aan een machtiging als vermeld in paragrafen 2 en 3.
§ 2. De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan is onderworpen aan een machtiging als vermeld in Titel 2. De bepalingen van Titel 2 zijn eveneens van toepassing op niet-vuurwapens als vermeld in artikel 2, 18°, van deze ordonnantie.
§ 3. De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van defensiegerelateerde producten en ander voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materiaal is onderworpen aan een machtiging als vermeld in Titel 3.
§ 4. De overbrenging, vermeld in paragrafen 2 en 3, vanuit en naar het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg is vrijgesteld van machtiging.
De in- en uitvoer en de overbrenging van goederen als vermeld in paragrafen 2 en 3, die bestemd voor of afkomstig zijn uit het Koninkrijk der Nederlanden of het Groothertogdom Luxemburg, wordt toegestaan op voorlegging van een machtiging die daartoe werd toegekend door de bevoegde Nederlandse of Luxemburgse autoriteiten.
Art. 4. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kent vergunningen, machtigingen en certificaten als vermeld in deze ordonnantie toe als de aanvrager in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn of haar woonplaats of maatschappelijke zetel heeft.
Art. 5. De persoon die een vergunning, machtiging of certificaat wil verkrijgen, moet daartoe een aanvraag indienen bij de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst.
Die dienst kan bij de behandeling van een aanvraag de voorlegging van alle relevante documenten eisen die hij nodig acht over de beoogde in-, uit, doorvoer of de overbrenging.
De aankoop of de productie van goederen die specifiek zijn voor de aanvraag zijn in geen geval een factor die in overweging wordt genomen voor de toekenning van de vergunning, machtiging of certificaat.
Het merken van goederen die specifiek zijn voor de aanvraag, mag in geen geval plaatsvinden vóór de toekenning van de vergunning, machtiging of certificaat.
TITEL 2. - In-, uit-, doorvoer en de overbrenging
van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan
HOOFDSTUK 1. - Algemene beginselen en voorwaarden
Art. 6. Deze titel voorziet in de omzetting van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens, en Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik, voor de bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Afdeling 1. - Machtigingsverplichtingen
Art. 7. § 1. Een machtiging is vereist voor de tijdelijke en definitieve in-, uit-, doorvoer en de overbrenging van alle categorieën en types van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan.
§ 2. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan een lijst vaststellen van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan die in-, uit- en doorgevoerd en overgebracht kunnen worden zonder machtiging.
Deze lijst mag geen civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie bevatten waarvan het voorhanden hebben of het verwerven ervan verboden of vergunningsplichtig is op basis van de Wapenwet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 3. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning van die machtigingen en de nadere regels ervan vast.
Afdeling 2. - Algemene voorwaarden
en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Legaal bezit
Art. 8. § 1. De in-, uit-, doorvoer en de overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan, wordt alleen toegestaan als de aanvrager op basis van de Wapenwet en de uitvoeringsbesluiten ervan, gemachtigd is om deze wapens, onderdelen, toebehoren of munitie te verwerven of voorhanden te hebben.
§ 2. De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van civiele vuurwapens en hun onderdelen worden alleen toegestaan als alle essentiële kenmerken ervan bekend zijn.
Onder essentiële kenmerken, vermeld in het eerste lid, worden de aard, de categorie, het merk, het model, het kaliber en het serienummer verstaan.
In afwijking van het eerste lid kan in de volgende gevallen en mits gemotiveerde verantwoording door de aanvrager de invoer en de overbrenging naar het Brussel Hoofdstedelijk Gewest van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie worden toegestaan zonder opgave van de betreffende serienummers :
1° de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie hebben geen serienummer;
2° de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie werden besteld bij de producent en zijn nog in productie;
3° de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie zullen verworven worden in het kader van een veiling of een beurs;
4° de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie bezitten een serienummer dat door praktische redenen pas kan worden meegedeeld aan de aanvrager op het ogenblik van de fysieke ontvangst van de goederen.
Als de invoer of de overbrenging naar het Brussel Hoofdstedelijk Gewest wordt toegestaan zonder de opgave van de serienummers van de betreffende civiele vuurwapens, onderdelen of munitie moeten deze serienummers na het gebruik van de vergunning met toepassing van artikel 44, § 3, gerapporteerd worden aan de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst.
Tevens wordt het toestaan van de afwijking vermeld in het derde lid met toepassing van artikel 45, § 4, 5°, opgenomen in het jaarlijks en halfjaarlijks verslag aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement.
Onderafdeling 2. - Criteria bij de invoer
en overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Art. 9. Elke machtigingsaanvraag voor invoer of overbrenging kan worden geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen in kwestie :
1° een andere bestemming krijgen dan aangegeven in de aanvraag of onder ongewenste voorwaarden weer uitgevoerd of overgebracht zullen worden;
2° een bedreiging vormen voor de openbare orde of veiligheid.
Onderafdeling 3. - Toekennings- en
gebruiksvoorwaarden, verbonden aan specifieke machtigingen
Art. 10. § 1. De afgifte van machtigingen als vermeld in de artikelen 11 en 15, kan afhankelijk worden gesteld van bepaalde voorwaarden en beperkingen inzake de toekenning en het gebruik ervan, die er op gericht zijn bij te dragen tot de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en van de nadere uitvoeringsregels ervan.
Deze voorwaarden en beperkingen kunnen betrekking hebben op de volgende elementen :
1° het eindgebruik van de betreffende goederen;
2° de wederuitvoer of de uitvoer na overbrenging van de betreffende goederen;
3° de aanvullende rapportering over het gebruik van de betreffende machtiging, als vermeld in artikel 44.
§ 2. De voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, worden voor de afgifte van de machtiging aan de aanvrager bekendgemaakt.
Beperkingen op het eindgebruik van de goederen of op wederuitvoer of uitvoer na overbrenging ervan worden door de aanvrager onmiddellijk aan de bestemmeling gemeld.
§ 3. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt nadere regels van het opleggen van de voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, vast.
HOOFDSTUK 2. - Overbrenging van civiele vuurwapens,
onderdelen, toebehoren en munitie ervan binnen de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten machtigingen
Art. 11. Voor de overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan in één of meer zendingen, moet telkens een individuele machtiging worden aangevraagd.
Art. 12. In afwijking van artikel 11 kunnen personen die in het bezit zijn van de Europese vuurwapenpas, vermeld in het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese vuurwapenpassen, het vuurwapen of de vuurwapens die daarin vermeld staan, de bijhorende onderdelen en een proportionele hoeveelheid munitie, zonder machtiging voor de duur van hun jaag- of schietsportactiviteiten overbrengen vanuit en naar lidstaten van de Europese Unie, op voorwaarde dat ze op basis van een uitnodiging of een ander bewijs kunnen aantonen dat ze deze vuurwapens daadwerkelijk overbrengen om persoonlijk deel te nemen aan jaag- of schietsportactiviteiten.
Art. 13. In afwijking van artikel 11 kunnen personen die in het bezit zijn van het getuigschrift van erkenning als wapenhandelaar, een « open vergunning » verkrijgen die hen voor een periode van drie jaar toelaat om volgens de Wapenwet vergunningsplichtige vuurwapens en vrij verkrijgbare vuurwapens die door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering niet vrijgesteld zijn van de machtiging tot overbrenging, en onderdelen, toebehoren en munitie ervan op basis van een voorafgaande kennisgeving over te brengen naar een wapenhandelaar die in een lidstaat van de Europese Unie gevestigd is.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de nadere regels van deze kennisgeving vast.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden
en criteria voor de toekenning en het gebruik
Art. 14. Bij iedere machtigingsaanvraag tot overbrenging naar een andere lidstaat van de Europese Unie wordt de machtiging van die lidstaat voor die overbrenging bijgevoegd, behalve in die gevallen waar de voorafgaande machtiging van die andere lidstaat niet is vereist.
HOOFDSTUK 3. - In-, uit- en doorvoer van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan vanuit en naar landen buiten de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten vergunningen
Art. 15. Voor de in-, uit- en doorvoer van civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan in één of meer zendingen moet telkens een individuele vergunning worden aangevraagd.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden
en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Bewijs
van eindgebruik bij uit- en doorvoer
Art. 16. § 1. Bij iedere aanvraag van uit- of doorvoer en tot op het moment van de beslissing daarover, deelt de aanvrager alle informatie mee over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie.
§ 2. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag een document waaruit de machtiging van het land van bestemming voor de invoer blijkt.
§ 3. De dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst, kan bij elke uit- of doorvoer bijkomende garanties eisen, zoals een verificatie van de eindgebruiker of relevante verbintenissen van de bestemmeling of de eindgebruiker.
Wanneer de eindgebruiker geen natuurlijk persoon is en het land van eindgebruik geen lidstaat van de Europese Unie, wordt een verklaring van de eindgebruiker of een gelijkwaardig document gevraagd waarin de verbintenis is opgenomen om, bij eventuele wederuitvoer, de toestemming van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering te vragen als de dienst oordeelt, in functie van de aard en de hoeveelheid van de goederen, dat :
1° het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste wederuitvoer;
2° het exportcontrolebeleid en de effectiviteit van het exportcontrolesysteem van het land van bestemming of het land van eindgebruik aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven.
§ 4. Bij iedere aanvraag van doorvoer wordt een document gevoegd waaruit de uitvoermachtiging blijkt van het land van herkomst van de goederen.
Bij gebrek aan een dergelijke machtiging of in het geval het document niet beantwoordt aan de eisen van de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst, dient een eindgebruikerscertificaat te worden voorgelegd.
Het document, vermeld in het eerste lid, hoeft niet te worden aangeleverd als de doorvoer plaatsvindt in het kader van de uitoefening van de taken van de Europese Unie, de NAVO, de VN, het IAEA, of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is, of als de doorvoer gekoppeld is aan humanitaire hulp bij een ramp of deel uitmaakt van een schenking in een noodgeval.
§ 5. Als de aanvrager tijdens de geldigheidsduur van zijn of haar machtiging voor uit- of doorvoer informatie verkrijgt over de wijziging van doel of bestemming of van de wederuitvoer van goederen die door hem of haar op basis van die machtiging effectief werden uit- of doorgevoerd, stelt hij of zij de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst daarvan in kennis.
Onderafdeling 2. - Criteria bij uit- en doorvoer
Art. 17. Iedere aanvraag van uit- of doorvoer wordt getoetst aan de criteria, vermeld in artikel 36.
Art. 18. Naast de gevallen vermeld in artikel 36 kan elke aanvraag van uit- of doorvoer ook geweigerd worden, rekening houdend met de criteria vermeld in artikel 38.
TITEL 3. - In-, uit- en doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten en ander speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materiaal
HOOFDSTUK 1. - Algemene beginselen en voorwaarden
Art. 19. Deze titel voorziet in de omzetting, voor wat betreft de bevoegdheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van de Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap.
De vereisten, vermeld in artikel 8, gelden evenzeer voor militaire vuurwapens.
Afdeling 1. - Vergunningsverplichtingen
Art. 20. § 1. Een van de vergunningen als vermeld in artikel 24 is vereist voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar andere lidstaten van de Europese Unie.
§ 2. De aanvrager doet een voorafgaande kennisgeving aan de dienst die door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering werd aangewezen bij de overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van gevoelige goederen, als vermeld in artikel 2, 9°.
Op basis van de kennisgeving, beslist deze dienst, of het noodzakelijk is dat voor de overbrenging in kwestie een vergunning als vermeld in artikel 29 vereist wordt om een onderzoek op basis van de criteria, vermeld in artikel 22 toe te laten.
Deze kennisgeving is niet van toepassing op gecertificeerde ondernemingen.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan een lijst van andere defensiegerelateerde producten aannemen waarvan de overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eveneens een voorafgaande kennisgeving behoeft omdat deze een directe bedreiging voor de openbare orde of veiligheid kunnen vormen.
§ 3. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning van de vergunningen, vermeld in artikel 24, en de nadere regels van die vergunningen en van de kennisgeving vast.
Art. 21. § 1. Een vergunning als vermeld in artikel 32, is vereist voor de tijdelijke of definitieve uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten naar landen buiten de Europese Unie.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering neemt een lijst aan van ordehandhavingsmateriaal waarvan de tijdelijke of definitieve uit- en doorvoer eveneens een vergunning als vermeld in artikel 32 behoeft.
Bij het vaststellen van deze lijst houdt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in het bijzonder rekening met het risico dat het betreffende ordehandhavingsmateriaal gebruikt kan worden voor binnenlandse repressie.
§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, is een vergunning als vermeld in artikel 32 noodzakelijk voor de tijdelijke of definitieve uit- en doorvoer van ander voor militair gebruik dienstig materiaal, als vermeld in artikel 2, 2°.
§ 3. Een vergunning als vermeld in artikel 32 is vereist voor de tijdelijke of definitieve invoer van gevoelige goederen, als vermeld in artikel 2, 9°, vanuit landen buiten de Europese Unie.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering kan een lijst van andere defensiegerelateerde producten en ordehandhavingsmateriaal aannemen waarvan de tijdelijke of definitieve invoer naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest eveneens een voorafgaande kennisgeving behoeft omdat deze een directe bedreiging voor de openbare orde of veiligheid vormen.
§ 4. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de procedure voor de aanvraag en de toekenning van die vergunningen en de nadere regels ervan vast.
Onderafdeling 1. - Criteria bij de invoer
en overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Art. 22. Elke aanvraag van invoer of overbrenging als vermeld in artikel 20, § 2, en 21, § 3, wordt geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen in kwestie :
1° een andere bestemming krijgen dan werd aangegeven in de aanvraag of onder ongewenste voorwaarden wederuitgevoerd of overgebracht worden;
2° een bedreiging vormen voor de openbare orde of veiligheid.
Onderafdeling 2. - Toekennings- en gebruiksvoorwaarden
verbonden aan de specifieke vergunningen
Art. 23. § 1. De afgifte van vergunningen als vermeld in de artikelen 24 en 32 kan afhankelijk gesteld worden van bepaalde voorwaarden en beperkingen betreffende de toekenning en het gebruik ervan, die er op gericht zijn bij te dragen tot de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en van de nadere uitvoeringsregels ervan.
Deze voorwaarden en beperkingen kunnen betrekking hebben op de volgende elementen :
1° het eindgebruik van de goederen;
2° de wederuitvoer of de uitvoer na overbrenging van de goederen;
3° de aanvullende rapportering over het gebruik van de vergunning, als vermeld in artikel 44.
§ 2. De voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, worden voor de afgifte van de vergunning aan de aanvrager bekendgemaakt.
Beperkingen op het eindgebruik van de goederen of op wederuitvoer of uitvoer na overbrenging ervan worden door de aanvrager onmiddellijk aan de bestemmeling gemeld.
§ 3. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de nadere regels van het opleggen van de voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, vast.
HOOFDSTUK 2. - Overbrenging van defensiegerelateerde
producten binnen de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten vergunningen
Art. 24. Voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar een andere lidstaat van de Europese Unie zijn er drie soorten vergunningen : de algemene vergunning, de globale vergunning en de individuele vergunning.
Art. 25. § 1. Een persoon die voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn in een algemene vergunning, kan, in de gevallen vermeld in paragraaf 2, op basis van die algemene vergunning defensiegerelateerde producten overbrengen naar andere lidstaten van de Europese Unie.
§ 2. Er wordt in een algemene vergunning voorzien in de volgende gevallen :
1° de bestemmeling maakt deel uit van de strijdkrachten van een andere lidstaat van de Europese Unie of is een aanbestedende dienst op het gebied van defensie die voor het exclusieve gebruik door de strijdkrachten van de lidstaat aankopen verricht;
2° de bestemmeling is een gecertificeerde onderneming;
3° de defensiegerelateerde producten worden tijdelijk overgebracht met het oog op een demonstratie, evaluatie of expositie;
4° de defensiegerelateerde producten worden tijdelijk overgebracht naar de oorspronkelijke leverancier met het oog op onderhoud of herstelling, of worden opnieuw overgebracht naar de oorspronkelijke bestemmeling na onderhoud of herstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
5° de overbrenging is noodzakelijk in het kader van een intergouvernementeel samenwerkingsprogramma tussen lidstaten van de Europese Unie voor de ontwikkeling, de productie en het gebruik van één of meer defensiegerelateerde producten.
§ 3. Bij toekenning van het certificaat van gecertificeerde onderneming aan aanvragers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals bepaald in artikel 4, beoordeelt de Brusselse Hoofdstedelijke Regering de betrouwbaarheid van de aanvragers aan de hand van de volgende elementen :
1° de bewezen ervaring in defensieactiviteiten, waarbij met name rekening wordt gehouden met het door het bedrijf nakomen van uitvoerbeperkingen, gerechtelijke veroordelingen ter zake, de toestemming om defensiegerelateerde producten te vervaardigen of in de handel te brengen en de aanwezigheid van ervaren leidinggevend personeel;
2° de relevante industriële activiteit in defensiegerelateerde producten binnen de Europese Unie, met name het vermogen om systemen en subsystemen te integreren;
3° de benoeming van een directielid van de aanvrager die persoonlijk verantwoordelijk is voor de overbrengingen en uitvoer;
4° een door dat directielid ondertekende schriftelijke verklaring waarin wordt aangegeven dat de aanvrager :
a) alle noodzakelijke maatregelen zal nemen om te voldoen aan alle specifieke voorwaarden van het eindgebruik en de uitvoer van elk afgenomen specifiek onderdeel of product;
b) de bevoegde autoriteiten bij verzoeken en onderzoeken met de benodigde zorgvuldigheid gedetailleerde informatie zal geven over de eindgebruikers of het eindgebruik van alle producten die de onderneming in het kader van een algemene vergunning van een andere lidstaat heeft uitgevoerd, overgebracht of afgenomen;
5° een door dat directielid ondertekende beschrijving van het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssysteem van de aanvrager die de informatie over de volgende elementen bevat :
a) de organisatorische, menselijke en technische hulpbronnen voor het beheer van overbrengingen en uitvoer;
b) de hiërarchische verantwoordelijkheidsstructuur;
c) interne auditprocedures;
d) bewustmakings- en scholingsmaatregelen voor het personeel;
e) fysieke en technische veiligheidsmaatregelen;
f) registratie en traceerbaarheid van overbrengingen en uitvoer.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning van dit certificaat vast en bepaalt de verdere nadere regels van het certificaat en de vermelde elementen.
§ 4. De algemene vergunningen bepalen nader de defensiegerelateerde producten of productcategorieën waarvoor ze worden toegekend.
§ 5. Algemene vergunningen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
§ 6. Voor een persoon kan gebruikmaken van een algemene vergunning, moet hij of zij zich registreren bij de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst.
§ 7. Als er een duidelijk risico bestaat dat een gecertificeerde onderneming in een andere lidstaat van de Europese Unie de bestemmeling is in het kader van een algemene vergunning en dat die persoon niet zal voldoen aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de algemene vergunning of een bedreiging vormt voor de openbare orde of veiligheid of de wezenlijke veiligheidsbelangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België, wordt de betrokken lidstaat daarvan op de hoogte gebracht en wordt er verzocht om de situatie te verifiëren.
Als na de verificatie twijfel blijft bestaan, kan de algemene vergunning vermeld in paragraaf 2, 2°, worden beperkt ten aanzien van de betrokken persoon met toepassing van artikel 39.
Art. 26. § 1. In gevallen die niet vermeld zijn in artikel 25, § 2, kan een persoon een globale vergunning aanvragen voor de overbrenging van bepaalde defensiegerelateerde producten of productcategorieën naar bepaalde bestemmelingen in één of meer lidstaten van de Europese Unie.
In de gevallen vermeld in artikel 25, § 2, kunnen personen die niet voldoen aan de voorwaarden die gesteld zijn in de bijhorende algemene vergunning een globale vergunning aanvragen.
§ 2. Op de vergunning wordt gespecificeerd voor welke defensiegerelateerde producten of productcategorieën en voor welke bestemmelingen de globale vergunning wordt toegekend.
§ 3. Het gebruik van de globale vergunning is niet toegestaan als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de aanvrager niet over de evenredige en passende middelen en procedures beschikt om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die op het vlak van overbrengingscontrole en rapportering als vermeld in artikel 23 en 44, verbonden zijn of kunnen zijn aan het gebruik van een globale vergunning.
Art. 27. Een persoon kan een individuele vergunning aanvragen voor één overbrenging van een welbepaalde hoeveelheid gespecificeerde defensiegerelateerde producten die zal worden overgebracht in één of meer zendingen naar één bestemmeling in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Hij of zij moet dat in elk geval doen in de volgende gevallen :
1° de aanvraag is beperkt tot één overbrenging;
2° de aanvraag betreft een overbrenging voor toegelaten doeleinden van goederen waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1;
3° de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst, oordeelt dat dit noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke veiligheidsbelangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België, of om redenen van openbare orde of veiligheid;
4° deze dienst oordeelt dat dit noodzakelijk is om te voldoen aan internationale verplichtingen en verbintenissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België;
5° het gebruik van de globale vergunning is niet toegestaan op basis van artikel 26, § 3.
Art. 28. In de volgende gevallen kan een overbrenging van defensiegerelateerde producten naar een andere lidstaat van de Europese Unie vrijgesteld worden van vergunning :
1° de aanvrager is een overheidsorgaan of een onderdeel van de strijdkrachten van een andere lidstaat van de Europese Unie of de NAVO;
2° de aanvrager is de Europese Unie, de NAVO, het IAEA, de VN of andere intergouvernementele organisaties waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is;
3° de overbrenging is gekoppeld aan humanitaire hulp bij een ramp of maakt deel uit van een schenking in een noodgeval.
Art. 29. Voor de overbrenging in één of meer zendingen naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van goederen waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1, en van defensiegerelateerde producten waarvoor de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst, op basis van artikel 20, § 2, een vergunning vereist, moet een individuele vergunning aangevraagd worden.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden
en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Bewijs van eindgebruik
bij overbrenging naar andere lidstaten van de Europese Unie
Art. 30. § 1. Bij iedere aanvraag tot globale en individuele vergunning en tot op het moment van de beslissing daarover deelt de aanvrager alle informatie mee over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie.
§ 2. Met behoud van de toepassing van de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België, voegt de aanvrager van een individuele vergunning bij zijn aanvraag een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt, namelijk een internationaal invoercertificaat, een verklaring van eindgebruiker of een gelijkwaardig document.
§ 3. De dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst, kan bij elke overbrenging extra garanties voor het eindgebruik eisen, zoals een verificatie van de eindgebruiker of relevante verbintenissen van de bestemmeling of de eindgebruiker.
Wanneer het land van eindgebruik geen lidstaat van de Europese Unie of van de EER is, wordt een verklaring van de eindgebruiker of een gelijkwaardig document gevraagd waarin de verbintenis is opgenomen om, bij eventuele wederuitvoer, de toestemming van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering te vragen. Voor landen die lid zijn van de NAVO of van de OESO, net als voor kandidaat-lidstaten van de Europese Unie zal deze verbintenis enkel opgelegd worden als de dienst oordeelt, in functie van de aard en de hoeveelheid van de goederen, dat :
1° het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste wederuitvoer;
2° het exportcontrolebeleid en de effectiviteit van het exportcontrolesysteem van het land van bestemming of het land van eindgebruik aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven.
§ 4. Als de aanvrager van een individuele of globale vergunning tijdens de geldigheidsduur van zijn of haar vergunning voor overbrenging informatie verkrijgt over de wijziging van doel of bestemming of van de uitvoer van goederen die door hem of haar op basis van die vergunning effectief werden overgebracht, stelt hij of zij de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst daarvan in kennis.
Onderafdeling 2. - Criteria bij overbrenging
naar andere lidstaten van de Europese Unie
Art. 31. Als het op het moment van de beslissing over een aanvraag van een globale of individuele vergunning, vermeld in artikelen 26 en 27, vaststaat dat het eindgebruik van de goederen zich afspeelt buiten de Europese Unie, wordt de aanvraag getoetst aan de criteria, vermeld in artikel 36 en 38, en kan de globale of individuele vergunning op die basis worden geweigerd of onderworpen aan uitvoerbeperkingen, zoals vermeld in artikel 23.
HOOFDSTUK 3. - In-, uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten en ander speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materiaal vanuit en naar landen buiten de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten vergunningen
Art. 32. Voor de in-, uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten of ander voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materiaal is een individuele vergunning vereist.
Art. 33. Een individuele vergunning moet worden aangevraagd voor elk specifiek geval van in-, uit- of doorvoer van een welbepaalde hoeveelheid gespecificeerde defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal, in één of meer zendingen, naar één bestemmeling.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden
en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Bewijs
van eindgebruik bij uit- en doorvoer
Art. 34. § 1. Bij iedere aanvraag van uit- of doorvoer en tot op het moment van de beslissing daarover deelt de aanvrager alle informatie mee over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie.
§ 2. Met behoud van de toepassing van de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België, voegt de aanvrager bij zijn aanvraag een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt, namelijk een internationaal invoercertificaat, een verklaring van eindgebruiker of een gelijkwaardig document.
§ 3. De dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst, kan bij elke uit- of doorvoer extra garanties voor het eindgebruik eisen, zoals een verificatie van de eindgebruiker of relevante verbintenissen van de bestemmeling of eindgebruiker.
Wanneer het land van eindgebruik geen lidstaat van de Europese Unie of van de EER is, wordt een verklaring van de eindgebruiker of een gelijkwaardig document gevraagd waarin de verbintenis is opgenomen om, bij eventuele wederuitvoer, de toestemming van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering te vragen. Voor landen die lid zijn van de NAVO of van de OESO, net als voor kandidaat-lidstaten van de Europese Unie zal deze verbintenis enkel opgelegd worden als de dienst oordeelt, in functie van de aard en de hoeveelheid van de goederen, dat :
1° het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste wederuitvoer;
2° het exportcontrolebeleid en de effectiviteit van het exportcontrolesysteem van het land van bestemming of het land van eindgebruik aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven.
§ 4. Bij iedere aanvraag tot doorvoer wordt een document gevoegd waaruit blijkt dat de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst van de goederen de uitvoer van de betrokken goederen hebben toegestaan met uitzondering van de gevallen waarbij deze machtiging niet is vereist.
Het document, vermeld in het eerste lid, hoeft niet te worden aangeleverd als de doorvoer plaatsvindt in het kader van de uitoefening van de taken van de Europese Unie, de NAVO, de VN, het IAEA, of andere intergouvernementele organisaties waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is, of als de doorvoer gekoppeld is aan humanitaire hulp bij een ramp of deel uitmaakt van een schenking in een noodgeval.
§ 5. Als de aanvrager tijdens de geldigheidsduur van zijn of haar vergunning voor uit- of doorvoer informatie verkrijgt over de wijziging van doel of bestemming of van de wederuitvoer van goederen die door hem of haar op basis van die vergunning effectief werden uit- of doorgevoerd, stelt hij of zij de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst daarvan in kennis.
Art. 35. Personen die een uitvoervergunning aanvragen voor defensiegerelateerde producten die in het kader van een vergunning als vermeld in artikel 32 vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie zijn overgebracht, en waaraan uitvoerbeperkingen zijn verbonden, voegen bij hun aanvraag de documenten die aantonen dat ze aan de voorwaarden van die beperkingen hebben voldaan, eventueel met inbegrip van het feit dat ze van de lidstaat van herkomst de vereiste machtiging voor hun uitvoer hebben gekregen.
Onderafdeling 2. - Criteria bij uit- of doorvoer
Art. 36. § 1. Iedere aanvraag van uit- of doorvoer wordt getoetst aan de volgende criteria, gebaseerd op artikel 2 van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/ GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie. Die criteria omvatten :
1° de naleving van de internationale verplichtingen en verbintenissen van België, in het bijzonder de door de VN-Veiligheidsraad of de Europese Unie aangenomen sancties, overeenkomsten onder meer betreffende non-proliferatie, alsook andere internationale verplichtingen;
2° de eerbiediging van de mensenrechten in het land van eindgebruik en de naleving van het internationaal humanitair recht door dat land;
3° de interne situatie van het land van eindgebruik ten gevolge van spanningen of gewapende conflicten;
4° de handhaving van vrede, veiligheid en regionale stabiliteit;
5° de nationale veiligheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België, van de lidstaten van de Europese Unie, van de gebieden waarvan één van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsook van bevriende landen of bondgenoten;
6° het gedrag van het land dat de goederen of technologie in kwestie koopt tegenover de internationale gemeenschap, namelijk de houding van dat land tegenover terrorisme, de aard van zijn bondgenootschappen en de eerbiediging van het internationaal recht;
7° het gevaar dat de goederen of technologie in het land van bestemming of in het land van eindgebruik een andere bestemming krijgen of onder ongewenste voorwaarden opnieuw worden uitgevoerd;
8° de verenigbaarheid van de levering van de goederen in kwestie of technologie met de technische en economische capaciteit van het land van eindgebruik, rekening houdend met de wenselijkheid dat de staten aan hun legitieme behoeften op het vlak van veiligheid en defensie voldoen met zo gering mogelijke aanwending van menselijk en economisch potentieel voor bewapening.
§ 2. In het licht van het eerste criterium, vermeld in de paragraaf 1, 1°, wordt de machtiging geweigerd als de toekenning ervan strijdig is met onder andere :
1° de internationale verplichtingen van België en haar verbintenissen om wapenembargo's van de VN, de Europese Unie en de OVSE te doen naleven;
2° de internationale verplichtingen van België uit hoofde van het verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, het verdrag inzake biologische en toxinewapens, het verdrag inzake chemische wapens, het verdrag inzake clustermunitie en het verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan;
3° de verbintenissen van België binnen het raamwerk van de Australische Groep, het Missile Technology Control Regime, het Comité-Zangger, de Groep van Nucleaire Exportlanden, het Wassenaar Arrangement en de Haagse Gedragscode tegen de verspreiding van ballistische raketten.
§ 3. In het licht van het tweede criterium, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt de houding van het land van eindgebruik geëvalueerd ten opzichte van de belangrijke, in internationale mensenrechteninstrumenten vastgelegde beginselen en ten opzichte van belangrijke, in het internationaal humanitair recht vastgelegde beginselen.
De machtiging wordt geweigerd als de aanvraag goederen betreft die voor binnenlandse onderdrukking kunnen worden gebruikt en de ter zake bevoegde instanties van de VN, de Raad van Europa, de Europese Unie of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is ten aanzien van de eindgebruiker ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht hebben vastgesteld of van mensenrechten die potentieel met gebruik van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal geschonden kunnen worden.
Ongeacht de eindgebruiker wordt de machtiging geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie gebruikt zullen worden bij het begaan van ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht.
§ 4. In het licht van het derde criterium, vermeld in de paragraaf 1, 3°, wordt de machtiging geweigerd als de aanvraag goederen betreft die in een gewapend conflict ingezet kunnen worden en de eindgebruiker betrokken partij is bij een intern gewapend conflict in het land van eindgebruik, behoudens de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België ten opzichte van de Europese Unie, de NAVO en hun lidstaten, en ten opzichte van de VN, en andere intergouvernementele organisaties waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is, en behoudens de noodzaak om te voldoen aan legitieme behoeften van nationale veiligheid van de lidstaten van de Europese Unie, van de gebieden waarvan één van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsook van bevriende landen of bondgenoten, zonder afbreuk te doen aan het tweede criterium, inzake de naleving van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.
Ongeacht de eindgebruiker wordt de machtiging geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie een intern gewapend conflict of binnenlandse spanningen zullen uitlokken dan wel bestaande gewapende conflicten of spanningen zullen verlengen of verergeren.
Bij aanvragen voor landen waar binnenlandse spanningen aanwezig zijn, wordt tevens de grootste zorgvuldigheid aan de dag gelegd.
§ 5. In het licht van het vierde criterium, vermeld in paragraaf 1, 4°, wordt de machtiging geweigerd als de aanvraag goederen betreft die in een gewapend conflict ingezet kunnen worden en de eindgebruiker betrokken partij is bij een regionaal gewapend conflict, behoudens de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België ten opzichte van de Europese Unie, de NAVO en hun lidstaten, en ten opzichte van de VN, en andere intergouvernementele organisaties waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is, artikel 51 van het Handvest van de VN en behoudens de noodzaak om te voldoen aan legitieme behoeften van nationale veiligheid van de lidstaten van de Europese Unie, van de gebieden waarvan één van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsook van bevriende landen of bondgenoten, zonder afbreuk te doen aan het criterium, vermeld in paragraaf 1, 2°, inzake de naleving van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.
Ongeacht de eindgebruiker wordt de machtiging geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie een gewapend conflict of spanningen in de regio zullen uitlokken dan wel bestaande gewapende conflicten of spanningen zullen verlengen of verergeren.
Bij aanvragen voor landen in een regio waar spanningen aanwezig zijn, wordt tevens de grootste zorgvuldigheid aan de dag gelegd.
§ 6. In het licht van het vijfde criterium, vermeld in paragraaf 1, 5°, wordt de machtiging geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de voorgestelde uit- of doorvoer de defensie- en veiligheidsbelangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België of van andere lidstaten van de Europese Unie of de NAVO of van bevriende landen of bondgenoten rechtstreeks of onrechtstreeks zou bedreigen of dat de goederen of technologie in kwestie tegen de eigen troepen of die van andere lidstaten van de Europese Unie of de NAVO of van bevriende landen of bondgenoten zullen gebruikt worden.
§ 7. In het licht van het zesde criterium, vermeld in paragraaf 1, 6°, wordt onderzocht of het land van eindgebruik in het verleden het terrorisme of de internationaal georganiseerde misdaad heeft gesteund of aangemoedigd, zijn internationale verbintenissen is nagekomen en of het zich heeft verbonden tot non-proliferatie en andere aspecten van wapenbeheersing en ontwapening, met name door ondertekening, ratificatie en implementatie van de verdragen vermeld in paragraaf 2, 2°.
De machtiging wordt in ieder geval geweigerd als de ter zake bevoegde instanties van de VN, de Raad van Europa, de Europese Unie of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is, hebben vastgesteld dat het land van eindgebruik het terrorisme of de internationaal georganiseerde misdaad steunt of aanmoedigt of op een systematische en manifeste manier haar internationale verplichtingen en verbintenissen betreffende het geweldverbod als vermeld in artikel 2 van het Handvest van de VN, het internationaal humanitair recht, non-proliferatie en ontwapening niet nakomt.
§ 8. In het licht van het zevende criterium, vermeld in paragraaf 1, 7°, wordt rekening gehouden met de legitieme belangen inzake defensie en binnenlandse veiligheid van het land van eindgebruik, inclusief deelname aan VN- of andere vredeshandhavingsoperaties, met het technische vermogen van het land van eindgebruik om de goederen of technologie te gebruiken, met het vermogen van het land van eindgebruik om effectieve uitvoercontroles te verrichten, met het risico dat de goederen of technologie opnieuw worden uitgevoerd naar ongewenste bestemmingen en de mate waarin het land van eindgebruik zich in het verleden heeft gehouden aan wederuitvoerbepalingen of aan wederuitvoer voorafgaande toestemmingen die in het verleden werden opgelegd, met het risico dat de goederen of technologie bij terroristische organisaties of individuele terroristen terechtkomen en met het risico van onbedoelde overdracht van technologie.
De machtiging wordt in ieder geval geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie zullen afgewend worden van hun doel of bestemming of wederuitgevoerd, op een manier die strijdig is met de bepalingen van deze ordonnantie of van de nadere uitvoeringsregels ervan.
De machtiging wordt te meer geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie zullen terechtkomen bij personen ten opzichte waarvan, door de ter zake bevoegde instanties van de VN, de Raad van Europa, de Europese Unie of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of België lid is, ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht zijn vastgesteld of die betrokken partij zijn in en intern of regionaal gewapend conflict, als vermeld in paragrafen 1, 2, 3 en 4.
§ 9. In het licht van het achtste criterium, vermeld in paragraaf 1, 8°, wordt onderzocht of de uit- of doorvoer ernstig afbreuk zou kunnen doen aan de duurzame ontwikkeling van het land van eindgebruik en wordt rekening gehouden met de financiële waarde van de betreffende uit- of doorvoer, met de hoogte van de militaire uitgaven van het ontvangende land ten opzichte van de sociale uitgaven, met inbegrip van steun van de Europese Unie en bilaterale steun.
Art. 37. De uit- en doorvoermachtigingen die geweigerd werden op grond van de criteria, vermeld in artikel 36, en de redenen van de weigeringen worden aan de andere lidstaten van de Europese Unie gemeld.
Vooraleer een machtiging wordt toegekend die de afgelopen drie jaar door één of meer andere lidstaten van de Europese Unie voor een in wezen identieke transactie geweigerd werd, wordt die lidstaat of worden die lidstaten geraadpleegd. Als na die raadpleging beslist wordt om toch een machtiging toe te kennen, wordt de lidstaat of worden de lidstaten van de oorspronkelijke weigering of weigeringen daarvan op de hoogte gebracht en wordt een gedetailleerde motivering gegeven.
De weigeringen en raadplegingen blijven vertrouwelijk, conform de bepalingen in het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/ GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie.
Art. 38. Naast de gevallen vermeld in artikel 36, kan elke aanvraag van uit- of doorvoer ook geweigerd worden, rekening houdend met de volgende criteria :
1° de externe belangen en internationale doelstellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en België;
2° de rechten van het kind in het land van eindgebruik. Zo wordt een aanvraag geweigerd als vaststaat dat kindsoldaten ingezet worden in het geregelde leger;
3° de houding van het land van eindgebruik ten opzichte van de doodstraf;
4° de prevalentie van een hoge graad van doden ten gevolge van vuurwapengeweld in het land van eindbestemming;
5° de prevalentie van gendergerelateerd geweld, in het bijzonder verkrachting en andere vormen van seksueel geweld;
6° de aanwezigheid van initiatieven van peacebuilding en reconciliatieprocessen.
TITEL 4. - Schorsing, intrekking
en beperking van vergunningen, machtigingen en certificaten
Art. 39. § 1. Op grond van een procedure, vastgesteld door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, kunnen vergunningen, machtigingen of certificaten die op basis van deze ordonnantie zijn toegekend, geschorst of ingetrokken worden, of beperkt in gebruik als :
1° de voorwaarden voor het toekennen ervan niet langer vervuld zijn of de voorwaarden, vermeld in artikel 10 en 23, niet in acht genomen zijn;
2° sinds de toekenning van een uit- of doorvoervergunning gewijzigde omstandigheden hebben plaatsgevonden of plaatsvinden die een belangrijk effect kunnen hebben op de toets, vermeld in artikel 17, 18, 36 en 38;
3° veiligheidsbelangen of redenen van openbare orde of openbare veiligheid dat vereisen.
In geen geval zal een dergelijke maatregel worden opgelegd bij wijze van individuele maatregel zonder dat de betrokken persoon gehoord is, of zonder dat hij of zij naar behoren opgeroepen is om gehoord te worden.
§ 2. Als uitzonderlijke omstandigheden dringende maatregelen vereisen, kan de geldigheid van lopende vergunningen, machtigingen of certificaten voorlopig geschorst worden door de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst.
TITEL 5. - Tijdelijke uitsluiting van aanvragers
Art. 40. § 1. Op basis van een procedure, vastgesteld door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, kan een persoon elke vergunning, machtiging of certificaat ontzegd worden voor een periode van maximum één jaar als er aanwijzingen zijn dat die persoon met betrekking tot defensiegerelateerde producten of ander voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel, civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren en munitie ervan één van de volgende handelingen stelt of heeft gesteld :
1° zonder de daarvoor noodzakelijke machtiging goederen overbrengen, in-, uit- of doorvoeren of proberen dat te doen;
2° verboden goederen overbrengen, in-, uit- of doorvoeren of proberen dat te doen;
3° goederen overbrengen, in-, uit- of doorvoeren of proberen dat te doen op een manier die strijdig is met de gebruiksvoorwaarden van de toegekende machtiging of met de bepalingen van deze ordonnantie of van de nadere uitvoeringsregels ervan;
4° onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekken om een machtiging te verkrijgen;
5° zich onthouden van het verstrekken van inlichtingen en documenten, of inlichtingen en documenten verstrekken in een onjuiste of onvolledige vorm;
6° zich schuldig maken aan misdrijven die niet rechtstreeks verband houden met de toepassing van deze ordonnantie, maar er wel een belangrijke invloed op kunnen uitoefenen, zoals inbreuken op de wapenwetgeving, geweldmisdrijven of valsheid in geschrifte.
§ 2. Vooraleer een dergelijke maatregel wordt opgelegd, wordt de betrokken persoon daarover geïnformeerd en heeft hij de mogelijkheid om zijn opmerkingen schriftelijk of mondeling over te maken binnen een termijn die bij besluit wordt vastgelegd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
§ 3. In geval van een strafrechtelijk vooronderzoek naar de onrechtmatigheden, vermeld in paragraaf 1, kan die uitsluitingsmaatregel verlengd worden tot het moment dat de bevoegde instantie oordeelt dat de strafvordering al dan niet moet worden ingesteld.
Als de strafvordering wordt ingesteld voor de onrechtmatigheden, vermeld in paragraaf 1, kan die uitsluitingsmaatregel verlengd worden tot het moment dat een beslissing over de strafvordering in kracht van gewijsde is getreden.
§ 4. De uitsluitingsmaatregel, vermeld in paragraaf 1, kan beperkt worden tot bepaalde activiteiten van in-, uit- of doorvoer of van overbrenging, en tot bepaalde categorieën van goederen, vermeld in deze ordonnantie.
TITEL 6. - Toezichts- en strafbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Toezicht op de naleving
van de ordonnantie en de uitvoeringsbepalingen ervan
Art. 41. § 1. Met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie en de agenten van de Administratie der Douane en Accijnzen van de FOD Financiën, houden de agenten die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering aanwijst, toezicht op de naleving van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 2. Als dat redelijkerwijs nuttig kan zijn voor de vervulling van hun opdracht, kunnen de agenten die vermeld worden in paragraaf 1 gebruik maken van de volgende rechten :
1° inzage vorderen in alle documenten, correspondentie en andere informatiedragers in welke vorm ook, en zich daarvan een kopie laten verstrekken of zelf een kopie maken;
2° het tegen ontvangstbevestiging bewaren van de originelen van de stukken vermeld in de bepaling onder 1° indien ze een bewijs leveren van een inbreuk op deze ordonnantie of op zijn uitvoeringsbesluiten of kunnen bijdragen tot de vaststelling ervan;
3° zaken onderzoeken of laten onderzoeken, beproeven of laten beproeven, monsters ervan nemen of laten nemen, en ze meten of laten meten en daartoe verpakkingen openen of laten openen. Als het onderzoek niet ter plaatse uitgevoerd kan worden, mogen ze de zaken voor een beperkte duur meenemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs;
4° relevante inlichtingen inwinnen.
Bij de uitoefening van hun rechten mogen die agenten vaststellingen doen met behulp van audiovisuele middelen, mogen ze zich laten bijstaan door personen die ze daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid en kunnen ze de bijstand van de politie vorderen.
Bij de uitoefening van hun rechten dragen die agenten een legitimatiebewijs bij zich, dat ze onmiddellijk tonen als dat gevraagd wordt. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de kenmerken van dit legitimatiebewijs vast.
§ 3. De agenten die vermeld worden in paragraaf 1 stellen de inbreuken op de bepalingen van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan vast in een proces-verbaal van overtreding.
Het proces-verbaal heeft bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel voor zover een kopie ervan binnen tien dagen na datum van verbalisering aangetekend is opgestuurd naar de persoon of personen ten laste van wie het is opgesteld.
Een kopie van het proces-verbaal wordt ook bezorgd aan de dienst, vermeld in artikel 43.
§ 4. Het verhinderen van het krachtens deze ordonnantie geregelde toezicht en de pogingen daartoe wordt bestraft in overeenstemming met artikel 42 en 43.
HOOFDSTUK 2. - Strafrechtelijke sancties
Art. 42. § 1. Met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de Administratie der Douane en Accijnzen van de FOD Financiën worden inbreuken en pogingen tot inbreuk op de bepalingen van deze ordonnantie en van de uitvoeringsbesluiten ervan bestraft zoals hieronder bepaald is.
De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van goederen waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging verboden zijn op basis van artikel 3, § 1, eerste lid, en de uit- en doorvoer en de overbrenging in weerwil van een embargo of andere beperkende maatregel van de VN, de Europese Unie of de OVSE wordt bestraft met opsluiting van vijf tot tien jaar en een geldboete van ten minste 750 euro en ten hoogste 750.000 euro of het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie, indien hoger.
De invoer en de overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van goederen waarvan de invoer en de overbrenging naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verboden zijn op basis van artikel 3, § 1, tweede lid, en de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van goederen waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging op basis van deze ordonnantie aan een machtiging onderworpen is zonder geldige machtiging of op een manier die strijdig is met de gebruiksvoorwaarden van de toegekende machtiging, wordt bestraft met een gevangenisstraf die ten hoogste vijf jaar bedraagt en een geldboete van ten minste 250 euro en ten hoogste 250.000 euro of het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie, indien hoger.
Inbreuken op andere bepalingen van deze ordonnantie en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden bestraft met een geldboete van ten minste 250 euro en ten hoogste 250.000 euro of het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie, indien hoger.
Naast de straffen, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid, kan de rechter ten aanzien van rechtspersonen een verbod uitspreken om gedurende maximaal tien jaar zelfs voor rekening van een ander, activiteiten van in-, uit- of doorvoer of de overbrenging of één van die activiteiten te verrichten, voor alle of bepaalde categorieën van goederen vermeld in deze ordonnantie.
Bij herhaling worden alle vermelde straffen verdubbeld.
§ 2. Onder poging tot inbreuk als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende handelingen verstaan :
1° het verzenden, vervoeren of voorhanden hebben van goederen waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging op basis van deze ordonnantie verboden zijn of waarvoor een vergunning noodzakelijk is, met het kennelijk doel ze in, uit, of door te voeren of ze over te brengen op een manier die strijdig is met de bepalingen van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan;
2° het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen bij een machtigingsaanvraag met het kennelijk doel goederen in, uit, of door te voeren of ze over te brengen op een manier die strijdig is met de bepalingen van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan.
In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt de poging gelijkgesteld met het misdrijf zelf.
§ 3. De bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in paragrafen 1 en 2.
HOOFDSTUK 3. - Administratieve sancties
Art. 43. § 1. In de gevallen waarin een daartoe bevoegde instantie een overtreding van de bepalingen van deze ordonnantie of van de uitvoeringsbesluiten ervan heeft vastgesteld en indien er binnen twee maanden na die vaststelling geen strafvordering is ingesteld, kan de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst, beslissen om bij wijze van administratieve sanctie :
1° een geldboete op te leggen waarvan het bedrag wordt vastgelegd bij besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering. Die geldboete mag ten hoogste het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie bedragen;
2° een verbod uit te spreken om gedurende ten hoogste één jaar, zelfs voor rekening van een ander, activiteiten van in-, uit-, en doorvoer en van overbrenging als vermeld in deze ordonnantie te verrichten, van alle of bepaalde categorieën van goederen.
§ 2. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de procedure voor het opleggen van die sanctie en de nadere regels van de uitvoering ervan vast.
Vooraleer een dergelijke maatregel wordt opgelegd, wordt de vermoedelijke dader daarover geïnformeerd en heeft hij de mogelijkheid om zijn opmerkingen schriftelijk of mondeling over te maken binnen een termijn die bij besluit wordt vastgelegd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
De administratieve boete kan onder het voorziene minimum worden gebracht ingeval van verzachtende omstandigheden.
Ingeval van herhaling van een misdrijf zullen alle voormelde straffen worden verdubbeld.
Ingeval van samenloop van meerdere misdrijven tegen de bepalingen van deze ordonnantie of haar uitvoeringsbesluiten, worden de bedragen van de administratieve geldboetes samengevoegd; het gehele bedrag mag evenwel niet meer dan het dubbele van het toegepaste plafond bedragen.
§ 3. Indien de geldboete niet tijdig wordt betaald, vaardigt de door de regering aangewezen ambtenaar een dwangbevel uit. Het uitgevaardigde dwangbevel wordt door voornoemde ambtenaar geviseerd en uitvoerbaar verklaard.
TITEL 7. - Rapportering
Art. 44. § 1. Personen die gebruik maken van de machtigingen, vermeld in deze ordonnantie, rapporteren jaarlijks daarover aan de dienst die de Brusselse Hoofdstedelijke Regering daartoe aanwijst of op vraag van diezelfde dienst op basis van de overzichten vermeld in paragrafen 2 en 3.
§ 2. Personen die gebruik maken van de algemene, globale of individuele vergunningen, vermeld in artikelen 25, 26 en 27, houden gedurende 10 jaar per gebruikte vergunning een gedetailleerd en volledig overzicht van hun overbrengingen bij.
Deze overzichten omvatten handelsbescheiden met de volgende elementen :
1° de beschrijving van de overgebrachte defensiegerelateerde producten en de categorie daarvan;
2° de hoeveelheid en waarde van de overgebrachte defensiegerelateerde producten;
3° de data van de overbrenging;
4° naam en adres van de leverancier en van de bestemmeling;
5° het eindgebruik en de eindgebruiker van de defensiegerelateerde producten;
6° het bewijs dat voldaan werd aan de op basis van artikel 23, § 1 aan de vergunning verbonden voorwaarden en beperkingen betreffende het gebruik;
7° het bewijs dat de informatie over de aan een vergunning verbonden beperkingen op het eindgebruik of op uitvoer na overbrenging werd meegedeeld aan de bestemmeling van de defensiegerelateerde producten.
§ 3. Personen die gebruik maken van de individuele vergunningen vermeld in artikel 11, 15 en 32 houden gedurende 10 jaar per gebruikte vergunning een gedetailleerd en volledig overzicht met daarin de volgende elementen bij :
1° de hoeveelheid en de waarde van de betreffende goederen die effectief werden in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht;
2° de data van de zendingen op basis van de toegekende vergunning;
3° het bewijs dat voldaan werd aan de op basis van artikel 10, § 1 of 23, § 1 aan de toegekende vergunning verbonden voorwaarden en beperkingen betreffende het gebruik;
4° het bewijs dat de informatie over de aan een toegekende vergunning verbonden beperkingen op het eindgebruik of op wederuitvoer of uitvoer na overbrenging werd meegedeeld aan de bestemmeling van de betreffende goederen;
5° indien toepasselijk, de gegevens vermeld in artikel 8, § 2, vijfde lid.
In geval van globale vergunningen houden de betreffende personen de overzichten, vermeld in het eerste lid, per bestemmeling bij.
§ 4. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt de procedure, de vorm en de nadere regels van de rapportering vast.
Art. 45. § 1. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering brengt ieder jaar verslag uit aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement over de toepassing van deze ordonnantie. Dat verslag bevat onder meer de volgende elementen :
1° de ontwikkeling van de export;
2° een beknopte analyse van de wereldhandel en Europese handel in wapens;
3° de gegevens van de Brusselse in-, uit- en doorvoer en overbrengingen;
4° de bijzondere problemen die zijn gerezen, onder meer de mogelijke afwending van de goederen in het land van bestemming;
5° de gegevens over de toegekende vrijstellingen;
6° de eventuele wijzigingen van de reglementering en de procedures in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
7° de Europese en internationale initiatieven en embargo's;
8° de naleving door de eindgebruikers van de verbintenissen vermeld in artikelen 16, § 3; 30, § 3 en 34, § 3, in het geval van wederuitvoer en de lijst met de vragen tot toestemming aan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
9° de uitvoer van materiaal en technologie die de uitbouw van een productiecapaciteit voor wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materiaal in het land van bestemming ten doel hebben.
§ 2. In het jaarlijks verslag, zoals vermeld in paragraaf 1, brengt de Regering aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement verslag uit over het gebruik van de algemene vergunningen, zoals vermeld in artikel 25, § 2.
Per algemene vergunning wordt een overzicht gegeven van het aantal personen dat van de vergunning heeft gebruik gemaakt en van de totale waarde in euro's van de verrichte overbrengingen, uitgesplitst naar de categorie van de defensiegerelateerde producten.
§ 3. Bijkomend zal de Brusselse Hoofdstedelijke Regering zesmaandelijks verslag uitbrengen over de verstrekte en geweigerde vergunningen voor de goederen die onder deze ordonnantie vallen, met land per land het totaal bedrag en het aantal vergunningen ingedeeld per categorie bestemmeling en per categorie van materieel, waarbij een specifiek onderscheid wordt gemaakt voor de vergunningen voor de uitvoer van materiaal en technologie die de uitbouw van een productiecapaciteit voor wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik dienstig materiaal in het land van bestemming ten doel hebben.
§ 4. In het jaarlijks verslag zoals vermeld in paragraaf 1, en in het halfjaarlijks verslag zoals vermeld in paragraaf 3 brengt de Regering aan het Brusselse Hoofdstedelijk Parlement verslag uit over de toegekende vrijstellingen en over de toegekende en geweigerde vergunningen, andere dan deze vermeld in paragraaf 2.
Per land wordt een overzicht gegeven van het aantal vrijstellingen en vergunningen die werden toegekend en geweigerd en van de totale waarde daarvan in euro's.
Per toegekende vrijstelling en per toegekende of geweigerde vergunning voor dat land worden vervolgens de volgende gegevens opgelijst :
1° de categorie van de defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, het ordehandhavingsmateriaal, de civiele vuurwapens, onderdelen, toebehoren of munitie ervan;
2° de categorie van de bestemmeling of bestemmelingen;
3° de categorie van de eindgebruiker of eindgebruikers, indien die verschillend is of zijn van de bestemmeling of bestemmelingen;
4° de waarde in euro's van de vergunning of de waarde van het order dat van een vrijstelling heeft genoten;
5° indien toepasselijk, de gegevens vermeld in artikel 8, § 2, vijfde lid.
§ 5. Met behoud van de toepassing van de bovenstaande paragrafen, wordt erover gewaakt dat er geen informatie zal worden meegedeeld waardoor aan de betrokken personen schade kan berokkend worden.
TITEL 8. - Slotbepalingen
Art. 46. In de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie, gewijzigd bij de wetten van 25 maart 2003 en 26 maart 2003 worden de volgende artikelen opgeheven :
1° de artikelen van titel 2;
2° de artikelen van titel 3, voor wat betreft de uit-, doorvoer en de overbrenging van goederen waarvan de uit- en doorvoer en de overbrenging op basis van deze ordonnantie aan een machtiging onderworpen is;
3° artikel 17.
Art. 47. Deze ordonnantie wordt aangehaald als : Wapenordonnantie.
Art. 48. Deze ordonnantie treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 20 juni 2013.
R. VERVOORT,
Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking
G. VANHENGEL,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen
Mevr. E. HUYTEBROECK,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie, Waterbeleid, Stadsvernieuwing, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp en Huisvesting
Mevr. B. GROUWELS,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken en Vervoer
Mevr. C. FREMAULT,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Wetenschappelijk Onderzoek
_______
Nota
Documenten van het Parlement :
Gewone zitting 2012/2013
A-368/1 Ontwerp van ordonnantie
A-368/2 Verslag
Integraal verslag :
Bespreking en aanneming : vergadering van vrijdag 31 mei 2013.


begin

Publicatie : 2013-06-21