J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/ordonnantie/1995/03/30/1995031175/justel

Titel
30 MAART 1995. - Ordonnantie betreffende de openbaarheid van bestuur.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 23-06-1995 en tekstbijwerking tot 19-06-2013)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 23-06-1995 nummer :   1995031175 bladzijde : 18049
Dossiernummer : 1995-03-30/64
Inwerkingtreding : 01-01-1995

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-3
HOOFDSTUK I. - Actieve openbaarheid.
Art. 4-7
HOOFDSTUK III. - Passieve openbaarheid.
Art. 8-15
HOOFDSTUK IV. - Procedures.
Afdeling 1. - Verbetering van onjuiste of onvolledige gegevens.
Art. 16-18
Afdeling 2. - Gewestelijke Commissie voor de toegang tot de bestuursdocumenten.
Art. 19-20, 20bis, 21
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
Art. 22-23

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

  Art. 2. Deze ordonnantie is van toepassing op :
  1° de administratieve overheden welke afhangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna "gewestelijke administratieve overheden" te noemen;
  2° de administratieve overheden welke niet afhangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna "niet-gewestelijke administratieve overheden" te noemen, doch slechts in de mate dat deze ordonnantie op gronden die tot de bevoegdheid van het voornoemde Gewest behoren, de openbaarheid van bestuursdocumenten verbiedt of beperkt;
  3° de verenigingen van gemeenten die onderworpen zijn aan het administratief toezicht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en waarvan het rechtsgebied de grenzen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet overschrijdt; voor de toepassing van deze ordonnantie worden die verenigingen met de "gewestelijke administratieve overheden" gelijkgesteld.

  Art. 3. Voor de toepassing van deze ordonnantie wordt verstaan onder :
  1° administratieve overheid : een administratieve overheid bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
  2° bestuursdocument ; alle informatie, in welke vorm ook, waarover een administratieve overheid beschikt;
  3° document van persoonlijke aard : bestuursdocument dat een beoordeling of een waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of gemakkelijk identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van een gedrag waarvan het ruchtbaar maken die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen;
  4° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.

  HOOFDSTUK I. - Actieve openbaarheid.

  Art. 4. Iedere gewestelijke administratieve overheid geeft een docu- ment uit met de beschrijving van haar bevoegdheden en haar werkwijze, en stelt het ter beschikking van eenieder die erom vraagt.
  De eventueel aangerekende vergoedingen voor de afgifte van het in het eerste lid bedoelde document, mogen de kostprijs van het document niet overtreffen.

  Art. 5. Elke briefwisseling uitgaande van een gewestelijke admini- stratieve overheid vermeldt de naam, de voornaam, de hoedanigheid, het administratief adres en het telefoonnummer van degene die meer inlichtingen over het dossier kan verstrekken.

  Art. 6. Elk document uitgaande van een gewestelijke administra- tieve overheid dat een beslissing of een bestuurshandeling met individuele strekking ter kennis brengt aan een bestuurde, vermeld de eventuele beroepsmogelijkheden, de instanties bij wie het beroep moet worden ingesteld en de vormen en termijnen die moeten worden geëerbiedigd. Bij ontstentenis van deze gegevens begint de termijn voor het indienen van het beroep niet te lopen.

  Art. 7. De Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdt een register bij van de door de gewestelijke administratieve overheden bestelde studies dat ter beschikking van het publiek wordt gesteld.

  HOOFDSTUK III. - Passieve openbaarheid.

  Art. 8. Eenieder kan, volgens de voorwaarden bepaald in deze ordonnantie, elk bestuursdocument van een gewestelijke administratieve overheid ter plaatse inzien, dienomtrent uitleg krijgen en mededeling in afschrift ervan ontvangen.
  Voor documenten van persoonlijke aard is vereist dat de verzoeker van een belang doet blijken.

  Art. 9. Inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument geschiedt op aanvraag. De vraag vermeldt duidelijk de betrokken aangelegenheid en, waar mogelijk, de betrokken bestuursdocumenten en wordt schriftelijk gericht aan de bevoegde gewestelijke administratieve overheid.
  Een aanvraag is onontvankelijk als :
  - zij niet ondertekend is door de verzoeker;
  - de naam en het adres van de verzoeker niet vermeld zijn;
  - zij niet preciseert op welke wijze de informatie moet worden verstrekt.
  Zo een aanvraag niet ontvankelijk is, moet de bevoegde gewestelijke administratieve overheid dit zo spoedig mogelijk aan de verzoeker laten weten, mits deze in de aanvraag is geïdentificeerd.
  Wanneer de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift is gericht tot een gewestelijke administratieve overheid die niet bevoegd is of het bestuursdocument niet onder zich heeft, stelt deze de verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de benaming en het adres mede van de administratieve overheid die volgens haar inlichtingen bevoegd is of het bestuursdocument onder zich heeft.
  De gewestelijke administratieve overheid houdt een register bij van de schriftelijke aanvragen volgens datum van ontvangst.

  Art. 10. § 1. De gewestelijke of niet-gewestelijke administratieve overheid wijst de vraag om inzage, uitleg, of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen :
  1° de veiligheid van de bevolking;
  2° de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden;
  3° de internationale betrekkingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  4° de openbare orde;
  5° de opsporing of vervolging van strafbare feiten;
  6° een economisch of financieel belang van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, ook indien het behoort tot de gewestelijke aspecten van het kredietbeleid;
  7° het uit de aard van de zaak vertrouwelijke karakter van de ondernemings- en fabricagegegevens die aan de overheid zijn meegedeeld;
  8° de geheimhouding van de identiteit van de persoon die het document of de inrichting vertrouwelijk aan de administratieve overheid heeft meegedeeld ter aangifte van een strafbaar of strafbaar geacht feit.
  § 2. De gewestelijke of niet-gewestelijke administratieve overheid wijst de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument af, wanneer openbaarmaking van het bestuursdocument afbreuk doet :
  1° aan de persoonlijke levenssfeer, tenzij de betrokken persoon voorafgaandelijk en schriftelijk met de inzage of de mededeling in afschrift heeft ingestemd;
  2° aan een bij ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ingestelde geheimhoudingsverplichting;
  3° aan het geheim van de beraadslagingen van de Regering en van de verantwoordelijke overheden die afhangen van de gewestelijke uitvoerende macht, of waarbij een gewestelijke overheid betrokken is.
  § 3. De gewestelijke administratieve overheid mag een vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument afwijzen in de mate dat de vraag :
  1° een bestuursdocument betreft waarvan de openbaarmaking, om reden dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven;
  2° een advies of een mening betreft die uit vrije wil en vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld;
  3° kennelijk onredelijk is;
  4° kennelijk te vaag geformuleerd is.
  § 4. Voor de toepassing van de §§ 1 tot 3, houdt de afwijzing van de vraag om mededeling in afschrift van een bestuursdocument niet noodzakelijk in dat de vraag om inzage van dit document of uitleg erover afgewezen wordt.

  Art. 11. Wanneer met toepassing van artikel 10, §§ 1 tot 3, een bestuursdocument slechts voor een deel aan de openbaarheid moet of mag worden onttrokken, wordt de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift tot het overige deel beperkt.

  Art. 12. De gewestelijke administratieve overheid die niet onmid- dellijk op een vraag om openbaarheid kan ingaan of, zelfs gedeeltelijk, afwijst, geeft binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de aanvraag aan de verzoeker kennis van de redenen van het uitstel of de afwijzing.
  In geval van uitstel kan de termijn nooit met meer dan vijftien dagen worden verlengd.
  Bij ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.

  Art. 13. Wanneer de vraag om openbaarheid betrekking heeft op een bestuursdocument van een gewestelijke administratieve overheid waarin een auteursrechtelijk beschermd werk is opgenomen, is de toestemming van de maker of van de persoon aan wie de rechten van deze zijn overgegaan niet vereist om ter plaatse inzage van het document te verlenen of uitleg erover te verstrekken.
  Een mededeling in afschrift van een auteursrechtelijk beschermd werk is enkel toegestaan met de voorafgaande toestemming van de maker of van de persoon aan wie de rechten van deze zijn overgegaan.
  In ieder geval wijst de overheid op het auteursrechtelijk beschermd karakter van het betrokken werk.

  Art. 14. (opgeheven) <ORD 2008-03-06/43, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 08-04-2008>

  Art. 15. Het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument kan worden onderworpen aan het betalen van een vergoeding die de kostprijs niet mag overtreffen.

  HOOFDSTUK IV. - Procedures.

  Afdeling 1. - Verbetering van onjuiste of onvolledige gegevens.

  Art. 16. Wanneer een persoon aantoont dat een bestuursdocument van een gewestelijke administratieve overheid onjuiste of onvolledige gegevens bevat die hem betreffen, is deze overheid ertoe gehouden de nodige verbeteringen aan te brengen zonder dat het de betrokkene iets kost.
  De verbetering geschiedt op schriftelijke aanvraag van de betrokkene, onverminderd de toepassing van een door of krachtens de wet voorgeschreven procedure.

  Art. 17. De gewestelijke administratieve overheid die niet onmid- dellijk op een aanvraag om verbetering kan ingaan of ze afwijst, geeft binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag aan de verzoeker kennis van de redenen van het uitstel of de afwijzing.
  In geval van uitstel kan de termijn met niet meer dan dertig dagen worden verlengd. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de gestelde termijn, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.

  Art. 18. Wanneer de vraag is gericht tot een gewestelijke administra- tieve overheid die niet bevoegd is om de verbeteringen aan te brengen, stelt deze de verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de benaming en het adres mee van de overheid die naar haar informatie daartoe bevoegd is.

  Afdeling 2. - Gewestelijke Commissie voor de toegang tot de bestuursdocumenten.

  Art. 19. Er wordt, (...), een Gewestelijke Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten opgericht. <ORD 2004-03-18/39, art. 25, 002; Inwerkingtreding : 09-04-2004>
  De Regering bepaalt de samenstelling en de werkwijze van de Commissie.

  Art. 20. Wanneer de verzoeker moeilijkheden ondervindt om de raadpleging of de verbetering van een bestuursdocument te verkrijgen op grond van deze ordonnantie, kan hij een verzoek tot heroverweging richten tot de betrokken gewestelijke administratieve overheid. Terzelfdertijd verzoekt hij de Commissie een advies uit te brengen.
  De Commissie brengt haar advies ter kennis van de verzoeker en van de betrokken gewestelijke administratieve overheid binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het verzoek. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn wordt aan het advies voorbijgegaan.
  De gewestelijke administratieve overheid brengt binnen vijftien dagen na ontvangst van het advies of na verloop van de termijn waarbinnen kennis moest worden, gegeven van het advies, haar beslissing tot inwilliging of afwijzing van het verzoek tot heroverweging ter kennis van de verzoeker. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn, wordt de overheid geacht een beslissing tot afwijzing te hebben genomen.

  Art. 20bis.<Ingevoegd bij ORD 2004-03-18/39, art. 25; Inwerkingtreding : 09-04-2004> De Commissie spreekt zich uit over de beroepen die worden ingesteld krachtens artikel 15 van de ordonnantie van ... inzake toegang tot milieu-informatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest binnen een termijn van dertig dagen te tellen vanaf de eerste werkdag na ontvangst van het beroep [1 ...]1. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de voorgeschreven termijn, wordt de toegang geacht te zijn geweigerd.
  [1 ...]1
  De Commissie brengt haar met redenen omklede en gedagtekende beslissing met betrekking tot het beroep binnen 15 dagen na de datum waarop ze de beslissing heeft genomen of na het verstrijken van de termijn waarbinnen de beslissing diende te worden genomen ter kennis van de bestuursoverheid en de aanvrager. Bij ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn, wordt de Commissie geacht het beroep te hebben verworpen.
  ----------
  (1)<ORD 2013-05-30/12, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 29-06-2013>

  Art. 21. De Commissie kan op eigen initiatief advies verstrekken over de algemene toepassing van de ordonnantie. Zij kan aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en aan de Regering voorstellen doen in verband met de toepassing en de eventuele herziening van deze ordonnantie.
  De Commissie kan eveneens worden geraadpleegd door een gewestelijke administratieve overheid.

  HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.

  Art. 22. Deze ordonnantie doet geen afbreuk aan de wetgevende bepalingen die in een ruimere openbaarheid van bestuur voorzien.

  Art. 23. Deze ordonnantie heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1995.
  Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 30 maart 1995.
  De Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijk Regering en Minister van Ruimtelijke Ordening, Ondergeschikte Besturen en Tewerkstelling,
  C. PICQUE
  De Minister van Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
  J. CHABERT
  De Minister van Huisvesting, Leefmilieu, Natuurbehoud en Waterbeleid,
  D. GOSUIN
  De Minister van Economie,
  R. GRIJP
  De Minister van Openbare Werken, Verkeer en Vernieuwing van Afgedankte Bedrijfsruimten,
  D. HARMEL

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 30-05-2013 GEPUBL. OP 19-06-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 20bis)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 06-03-2008 GEPUBL. OP 08-04-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 14)
  • BEELD
  • ORDONNANTIE (BRUSSEL) VAN 18-03-2004 GEPUBL. OP 30-03-2004
    (GEWIJZIGDE ART. : 19; 20BIS)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Gewone zitting 1994-1995. Documenten van de Raad. A - 353/1. Ontwerp van ordonnantie. A - 353/2. Verslag. Volledig verslag. Bespreking. Vergadering van 16 maart 1995. - Aanneming. Vergadering van 17 maart 1995.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 4 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie