J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2020/04/03/2020020684/justel

Titel
3 APRIL 2020. - Decreet tot afwijking van diverse bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en de uitvoeringsbesluiten ervan, en tot dekking van de kosten voor elektriciteitsverbruik, verwarming of waterverbruik voor de eerste maand van tijdelijke werkloosheid ten gevolge van de coronacrisis Zie wijziging(en)

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 08-04-2020 nummer :   2020020684 bladzijde : 25027       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-04-03/05
Inwerkingtreding : 08-04-2020

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Energie
Art. 3-4
HOOFDSTUK 3. - Water
Art. 5
HOOFDSTUK 4. - Vergoeding van de kosten voor elektriciteitsverbruik, verwarming en waterverbruik tijdens de eerste maand van vergoede tijdelijke werkloosheid ten gevolge van de coronacrisis
Art. 6-8
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
Art. 9-10

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° het decreet van 20 maart 2020: het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid;
  2° civiele noodsituatie: de periode van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid die bepaald is met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 20 maart 2020;
  3° hoofdverblijfplaats: voor een natuurlijke persoon die in het Vlaamse Gewest woont, de hoofdverblijfplaats, vermeld in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.

  HOOFDSTUK 2. - Energie

  Art. 3. In afwijking van de door en krachtens titel IV en titel VI van het Energiedecreet van 8 mei 2009 vastgestelde maatregelen zijn gedurende de periode van de civiele noodsituatie die bepaald is met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 20 maart 2020, de volgende maatregelen van toepassing:
  1° de distributienetbeheerders gaan gedurende die periode niet over tot het plaatsen of activeren van budgetmeters voor aardgas of elektriciteit, of tot het uitschakelen van de stroombegrenzer in de budgetmeter voor elektriciteit;
  2° de distributienetbeheerders gaan, behoudens in geval van een onmiddellijke bedreiging van de veiligheid en zolang die bedreiging aanhoudt, niet over tot het afsluiten van de toevoer van elektriciteit of aardgas bij:
  a) eindafnemers die aangesloten zijn op laagspanning of op een lagedrukleiding;
  b) residentiėle eindafnemers die aangesloten zijn op middenspanning of op een middendrukleiding.

  Art. 4. Gedurende de periode van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid die bepaald is met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 20 maart 2020, worden de termijnen, vermeld in artikel 11.1.8 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, geschorst.

  HOOFDSTUK 3. - Water

  Art. 5. In afwijking van artikel 2.2.2, § 5 en § 6, en 2.5.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en de bepalingen die ter uitvoering van die artikelen zijn genomen, gaan gedurende de periode van de civiele noodsituatie die bepaald is met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 20 maart 2020, de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk niet over tot het afsluiten of begrenzen van het debiet van de waterlevering bij een abonnee, behoudens in geval van een onmiddellijke bedreiging van de volksgezondheid en zolang die bedreiging aanhoudt.

  HOOFDSTUK 4. - Vergoeding van de kosten voor elektriciteitsverbruik, verwarming en waterverbruik tijdens de eerste maand van vergoede tijdelijke werkloosheid ten gevolge van de coronacrisis

  Art. 6. § 1. Gedurende de periode van de civiele noodsituatie die bepaald is met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 20 maart 2020, geeft het Vlaamse Gewest een forfaitaire vergoeding aan elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats heeft in het Vlaamse Gewest en die zich bevindt in een toestand van vergoede tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of om economische redenen, conform het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. Die vergoeding dient om de volgende kosten gedurende de eerste maand van die tijdelijke werkloosheid te dekken:
  1° de verwarmingskosten;
  2° de elektriciteitskosten;
  3° de integrale waterfactuur.
  Onder de verwarmingskosten, vermeld in het eerste lid, worden de kosten verstaan voor de verwarming op basis van onder meer aardgas, stookolie of elektriciteit.
  De forfaitaire vergoeding, vermeld in het eerste lid, bedraagt in totaal 202,68 euro. Dat bedrag is als volgt samengesteld:
  1° een vergoeding voor verwarmingskosten ten belope van 95,05 euro;
  2° een vergoeding voor elektriciteitskosten ten belope van 76,86 euro;
  3° een vergoeding voor de integrale waterfactuur ten belope van 30,77 euro.
  § 2. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, afgekort RVA, bezorgt gedurende de periode, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, aan het Departement Financiėn en Begroting een bestand met de gegevens van de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in het Vlaamse Gewest en die zich bevinden in een toestand van vergoede tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of om economische redenen, conform het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. De RVA bezorgt vervolgens maandelijks een bestand met de gegevens van de nieuwe natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in het Vlaamse Gewest en die zich gedurende de periode, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op basis van de voormelde procedures in die toestand bevinden. Die bestanden bevatten alle gegevens die nodig zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden van dit decreet en worden ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Voor de verwezenlijking van de doeleinden van dit decreet zal de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid zo nodig de bestanden verrijken met extra persoonsgegevens uit andere bronnen. Daarnaast bezorgt de RVA, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, na verificatie een geüpdatete lijst van de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest hebben en die zich in de toestand, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, bevinden.
  § 3. Het Departement Financiėn en Begroting betaalt de vergoedingen, vermeld in paragraaf 1, uit aan elke natuurlijke persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Het doet dat op basis van de gegevens van de RVA, vermeld in paragraaf 2, uiterlijk veertien dagen na de ontvangst van die gegevens.
  Een natuurlijk persoon als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de vergoeding, vermeld in paragraaf 1, maar één keer ontvangen.

  Art. 7. In afwijking van artikel 6 komen ook de onderstaande categorieėn van personen in aanmerking voor de vergoeding, vermeld in artikel 6, § 1:
  1° de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in het Vlaamse Gewest, maar die buiten Belgiė tewerkgesteld zijn en daar terechtkomen in een vergelijkbare toestand van tijdelijke werkloosheid als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid;
  2° de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben buiten Belgiė, hetzij in een andere lidstaat van de Europese Unie, hetzij in een andere staat van de Europese Economische Ruimte, hetzij in Zwitserland, maar die in het Vlaamse Gewest tewerkgesteld zijn en die terechtkomen in een toestand van tijdelijke werkloosheid als vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid.
  Om voor de vergoeding, vermeld in artikel 6, § 1, in aanmerking te komen, dienen de natuurlijke personen, vermeld in het eerste lid, een elektronische aanvraag in bij het Departement Financiėn en Begroting. Die aanvraag bevat de nodige bewijsstukken die aantonen dat de aanvrager zich in de toestand, vermeld in het eerste lid, 1° of 2°, bevindt. Het Departement Financiėn en Begroting betaalt de vergoeding pas uit nadat het geverifieerd heeft dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°.
  De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen voor de aanvraagprocedure en voor de bewijsstukken die nodig zijn om de vergoeding te kunnen ontvangen.

  Art. 8. De Vlaamse Regering kan aan de categorie van de personen, vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, die in aanmerking komen voor de forfaitaire vergoeding, vermeld in artikel 6, § 1, extra categorieėn toevoegen. De personen van die extra categorieėn worden voor toepassing van dit artikel gelijkgesteld aan de personen, vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid.
  De Vlaamse Regering kan voor de extra categorieėn, vermeld in het eerste lid, een aanvraagprocedure vaststellen.

  HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen

  Art. 9. Artikel 6 tot en met 8 zijn alleen van toepassing tijdens de periode van de civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid die bepaald is met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 maart 2020 en die is gestart op 20 maart 2020, alsook voor de eventuele aansluitende verlenging van die periode.

  Art. 10. Dit decreet treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 3 april 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme,
Z DEMIR.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:
   Decreet tot afwijking van diverse bepalingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009, het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, en de uitvoeringsbesluiten ervan, en tot dekking van de kosten voor elektriciteitsverbruik, verwarming of waterverbruik voor de eerste maand van tijdelijke werkloosheid ten gevolge van de coronacrisis

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 17-07-2020 GEPUBL. OP 28-07-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 2/1; 7)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2019-2020 Documenten: - Voorstel van decreet : 257 - Nr. 1 - Amendementen : 257 - Nr. 2 Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 257 - Nr. 3 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 1 april 2020.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
    Franstalige versie