J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2019/05/16/2019012673/justel

Titel
16 MEI 2019. - Gezamenlijk decreet en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de openbaarheid van bestuur bij de Brusselse instellingen

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 07-06-2019 nummer :   2019012673 bladzijde : 55814       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-05-16/22
Inwerkingtreding : 17-06-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1995031175        1996031302        1997000893        1997031268        2004031137       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art. 1-5
HOOFDSTUK II. - Actieve openbaarheid
Afdeling I. - Algemene bepalingen
Art. 6-9
Afdeling II. - Specifieke bepalingen betreffende informatie over het milieu en de ruimtelijke ordening
Art. 10-16
HOOFDSTUK III. - Passieve openbaarheid
Art. 17-21
HOOFDSTUK IV. - Verbeteren van onjuiste of onvolledige informatie
Art. 22-24
HOOFDSTUK V. - Commissie voor toegang tot bestuursdocumenten
Art. 25-31
HOOFDSTUK VI. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen
Afdeling 1. - Opheffingsbepalingen
Art. 32
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen
Art. 33-36
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen
Art. 37-40

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit gezamenlijk decreet en ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in de artikelen 39, 135 en 135bis van de Grondwet, alsook in de artikelen 127 en 128 van de Grondwet krachtens artikel 138 ervan.

  Art. 2. Dit gezamenlijk decreet en ordonnantie heeft tot doel om de bestuurlijke transparantie te versterken door de toegang tot bestuursdocumenten en milieu-informatie te vergemakkelijken.
  Het beoogt eveneens de omzetting van richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad. Met het oog daarop strekt het ertoe het recht op toegang tot milieu-informatie die door of voor overheidsinstanties wordt beheerd te waarborgen en de basisvoorwaarden en praktische regelingen voor de uitoefening van dat recht vast te stellen, alsook erop toe te zien dat, als regel, milieu-informatie geleidelijk aan het publiek beschikbaar wordt gesteld en onder het publiek wordt verspreid, om aldus deze milieu-informatie op de breedst mogelijke basis systematisch aan het publiek beschikbaar te stellen en onder het publiek te verspreiden. Daartoe moet het gebruik van onder meer computertelecommunicatie of elektronische technologie, voor zover beschikbaar, worden bevorderd.
  Dit gezamenlijk decreet en ordonnantie is van toepassing onverminderd de toepasbare bepalingen van verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 " betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG " en onverminderd de bestaande verplichtingen tot het weglaten van gegevens die krachtens een geldende internationale rechtsbepaling of binnenlandse wettelijke norm vertrouwelijk moeten blijven.
  Het is tevens van toepassing onverminderd de ordonnantie van 4 oktober 2018 inzake de toegankelijkheid van de websites mobiele applicaties van de gewestelijke overheidsinstanties en de gemeenten.

  Art. 3. Dit gezamenlijk decreet en ordonnantie is van toepassing op :
  1° de bestuurlijke overheden die afhangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna " gewestelijke bestuurlijke overheden " genoemd. Voor de toepassing van dit gezamenlijk decreet en ordonnantie worden de gewestelijke organen die adviezen verstrekken in verband met milieu of ruimtelijke ordening, gelijkgesteld met gewestelijke bestuurlijke overheden ;
  2° de bestuurlijke overheden die de aan de Brusselse Agglomeratie toegewezen bevoegdheden uitoefenen ;
  Voor de toepassing van dit gezamenlijk decreet en ordonnantie worden die bestuurlijke overheden met de " gewestelijke bestuurlijke overheden " gelijkgesteld ;
  3° iedere natuurlijke en rechtspersoon die :
  a) openbare bestuursfuncties uitoefent, met inbegrip van specifieke taken, activiteiten of diensten met betrekking tot het milieu of ruimtelijke ordening ;
  b) onder toezicht van een orgaan of persoon als bedoeld onder punt 1° of 3° a) belast is met openbare verantwoordelijkheden of functies, of openbare diensten met betrekking tot het milieu of ruimtelijke ordening verleent.
  Voor de toepassing van dit gezamenlijk decreet en ordonnantie worden die natuurlijke of rechtspersonen met de " gewestelijke bestuurlijke overheden " gelijkgesteld ;
  4° de gemeentelijke bestuurlijke overheden, met inbegrip van de gemeentelijke organen die adviezen verstrekken in verband met milieu of ruimtelijke ordening ;
  5° de gewestelijke en gewestgrensoverschrijdende intercommunales die onder bestuurlijk toezicht staan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en hun filialen, de gemeentelijke en meergemeentelijke vzw's en de autonome gemeentebedrijven zoals bedoeld in de ordonnantie van 5 juli 2018 betreffende de specifieke gemeentelijke bestuursvormen en de samenwerking tussen gemeenten.
  Voor de toepassing van dit gezamenlijk decreet en ordonnantie worden de intercommunales en hun filialen, de gemeentelijke en meergemeentelijke vzw's en de autonome gemeentebedrijven met de " gemeentelijke bestuurlijke overheden " gelijkgesteld ;
  6° de bestuurlijke overheden die afhangen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ;
  7° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ;
  8° de verenigingen bedoeld in hoofdstuk XII en XIIbis van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ;
  9° de bestuurlijke overheden die afhangen van de Franse Gemeenschapscommissie.
  Dit gezamenlijk decreet en ordonnantie is ook van toepassing op andere bestuurlijke overheden dan die welke bedoeld worden in het eerste lid, maar enkel in zoverre zij de openbaarmaking van bestuursdocumenten verbiedt of beperkt om redenen die behoren tot de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.

  Art. 4. Voor de toepassing van dit gezamenlijk decreet en ordonnantie wordt verstaan onder :
  1° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ;
  2° Verenigd College : het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ;
  3° College : het college van de Franse Gemeenschapscommissie ;
  4° bestuurlijke overheden : de bestuurlijke overheden bedoeld in artikel 3, 1° tot 9°, onverminderd artikel 3, tweede lid ;
  5° Leefmilieu Brussel : instelling van openbaar nut opgericht bij koninklijk besluit van 8 maart 1989 ;
  6° ruimtelijke ordening : alle aangelegenheden bedoeld in artikel 6, § 1, I van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ;
  7° milieu : alle aangelegenheden bedoeld in artikel 6, § 1, II, III en V van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen ;
  8° bestuursdocument : alle informatie, in welke vorm ook, waarover een bestuurlijke overheid beschikt ;
  9° milieu-informatie : alle informatie in geschreven, visuele, auditieve, elektronische of enige andere materiële vorm over :
  a) de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden, met inbegrip van vochtige biotopen, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen ;
  b) factoren zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a) bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk zullen aantasten ;
  c) maatregelen (met inbegrip van bestuurlijke maatregelen) zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma's, milieueffectbeoordelingen van de plannen en programma's, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a) en b) bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen ;
  d) verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving ;
  e) kosten/baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c) bedoelde maatregelen en activiteiten, en
  f) de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, de levensomstandigheden van de mens, cultuurgebieden en bouwwerken, voor zover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a) bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door een van de onder b) en c) bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten ;
  g) ruimtelijke ordening ;
  10° informatie die door een bestuurlijke overheid wordt beheerd : het bestuursdocument of de milieu-informatie in het bezit van een overheidsinstantie die zij heeft ontvangen of opgesteld. Behalve indien de informatie kennelijk geen betrekking heeft op de uitoefening van de functie van de betrokkene, is een gegeven in het bezit van een personeelslid van een bestuurlijke overheid of van een lid van een collegiale instantie die een bestuurlijke overheid vormt, een gegeven dat door een bestuurlijke overheid wordt beheerd ;
  11° aanvrager : elke natuurlijke of rechtspersoon die om een bestuursdocument of milieu-informatie verzoekt ;
  12° publiek : één of meer natuurlijke of rechtspersonen en hun verenigingen, organisaties of groepen ;
  13° werkdag : de dag die noch een zaterdag, noch een zondag, noch een feestdag is.

  Art. 5. De in deze ordonnantie bepaalde termijnen beginnen te lopen vanaf de dag na die waarop het startpunt van de termijn ligt. De vervaldag is in de termijn begrepen. Is die dag geen werkdag, dan verstrijkt de termijn op de eerstvolgende werkdag.

  HOOFDSTUK II. - Actieve openbaarheid

  Afdeling I. - Algemene bepalingen

  Art. 6. § 1. De bestuurlijke overheden beschikken over een website die, op de homepagina, een makkelijk identificeerbare rubriek " transparantie " bevat.
  Deze rubriek bevat minstens :
  1° een document dat de bevoegdheden, de organisatie en de werkwijze van de bestuurlijke overheid beschrijft ;
  2° een inventaris van de subsidies die werden toegekend in de loop van het voorgaande jaar, met vermelding van de begunstigde, het voorwerp van de subsidie en het bedrag van de subsidie ;
  3° een inventaris van de studies die in de loop van het voorgaande jaar werden verricht voor rekening van de bestuurlijke overheid, voor zover ze werden verricht door een externe partner. De inventaris vermeldt voor elke studie de identiteit van de auteur, dat wil zeggen de naam van de rechtspersoon of natuurlijke persoon aan wie de studie werd toevertrouwd, evenals de kost van de studie ;
  4° een inventaris van de overheidsopdrachten die in de loop van het voorgaande jaar werden gesloten, met vermelding van de aanbesteder en van het vastgelegde bedrag ;
  5° de oproepen tot kandidaten en de voorwaarden inzake aanwerving, bevordering of vervanging voor alle betrekkingen die zij willen invullen, openbaar gemaakt binnen zeven werkdagen na de aanwervings-, bevorderings- of vervangingsbeslissing, evenals de beslissingen tot aanwerving, bevordering vervanging voor de betrekkingen van de ambtenaren van niveau A die zij invullen, openbaar gemaakt binnen zeven werkdagen vanaf de beslissing.
  Het in het tweede lid, 1° bedoelde document wordt onmiddellijk bijgewerkt zodra een wijziging gevolgen heeft voor de bevoegdheden, de organisatie of de werkwijze van de overheid. De inventarissen bedoeld in het tweede lid, 2° tot 4° worden ieder jaar openbaar gemaakt tegen uiterlijk 1 april.
  De Regering, het Verenigd College en het College kunnen gezamenlijk bepalen welke andere documenten moeten voorkomen in de in het 1e lid bedoelde rubriek.
  § 2. De Regering, het Verenigd College en het College maken alle geactualiseerde lijst van alle leden van de ministeriële kabinetten openbaar in de rubriek " transparantie " van hun website, met vermelding van hun naam en functie.
  Het gemeentecollege maakt de geactualiseerde lijst van alle kabinetsleden die zijn tewerkgesteld op de dienst van de burgemeester en de schepenen openbaar in de rubriek " transparantie " van de gemeentelijke website, met vermelding van hun naam en functie.
  De voorzitter van het OCMW maakt de geactualiseerde lijst van alle leden van zijn kabinet openbaar in de rubriek " transparantie " van de website van het OCMW, met vermelding van hun naam en functie.
  § 3. De Regering, het Verenigd College en het College verspreiden in de rubriek transparantie van hun website :
  - uiterlijk op de dag vóór hun vergaderingen, de definitieve agenda van die vergaderingen ;
  - uiterlijk op de werkdag die volgt op hun vergadering, de beslissingen die zij goedgekeurd hebben alsook de nota's waarop die gebaseerd zijn.
  § 4. De openbaarmakingen in de rubriek " transparantie " op de websites van de bestuurlijke overheden vormen geen officiële openbaarmakingen.

  Art. 7. De bestuurlijke overheden wijzen intern minstens één persoon aan die als taak heeft om de bestuursdocumenten evenals de milieu-informatie die openbaar gemaakt moeten worden in de rubriek " transparantie " van hun website te verzamelen en in te staan voor de door deze ordonnantie vereiste openbaarmaking.
  De bestuurlijke overheden delen de Commissie voor toegang tot bestuursdocumenten de naam en de contactgegevens mee van deze persoon.

  Art. 8. § 1. Elke briefwisseling uitgaande van een bestuurlijke overheid vermeldt de naam, de voornaam, de hoedanigheid, het administratief adres, het telefoonnummer en het e-mailadres van degene die meer inlichtingen over het dossier kan verstrekken.
  In afwijking van het eerste lid mag deze vermelding bij gelijkaardige briefwisseling die naar meer dan honderd bestemmelingen wordt gestuurd worden beperkt tot het administratief adres, het telefoonnummer en, indien bestaand, het specifieke e-mailadres van de bevoegde administratieve eenheid.
  § 2. Elke eenzijdige bestuurshandeling met individuele strekking die ter kennis wordt gebracht van een bestuurde, vermeldt de mogelijkheid om zich te wenden tot de Brusselse ombudsman, evenals de manier waarop dat moet gebeuren, de eventuele administratieve beroepsmogelijkheden, de instanties waarbij het beroep moet worden ingesteld en de geldende vormen en termijnen. Bij ontstentenis neemt de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.

  Art. 9. De openbaarmaking in de rubriek " transparantie " van de websites van de in artikel 3 bedoelde bestuurlijke overheden houdt in dat het document of de informatie rechtstreeks lees-, afdruk- of hergebruiksklaar gemaakt wordt of dat doorverwezen wordt naar een andere website waarop het document of de informatie gelezen, afgedrukt of hergebruikt kan worden.
  De Regering, het Verenigd College en het College bepalen, desgevallend gezamenlijk, de technische en praktische modaliteiten die het mogelijk moeten maken om de openbaar te maken gegevens in te zamelen en vlot te verwerken.

  Afdeling II. - Specifieke bepalingen betreffende informatie over het milieu en de ruimtelijke ordening

  Art. 10. Leefmilieu Brussel maakt de teksten van internationale verdragen, conventies en overeenkomsten, alsmede teksten van Europese, federale, gewestelijke of lokale wetgeving inzake of in verband met het milieu openbaar op zijn website. Het ziet erop toe dat deze teksten actueel blijven.

  Art. 11. De bevoegde bestuurlijke overheden maken de door hen goedgekeurde milieuplannen en -programma's, ruimtelijke ordeningsplannen en -schema's, stedenbouwkundige reglementen en gedragslijnen inzake milieu en ruimtelijke ordening, evenals het bij de voormelde milieu-informatie horende milieueffectenrapport, binnen de dertig werkdagen nadat zij zijn goedgekeurd, openbaar in de rubriek " transparantie " van hun website.

  Art. 12. De bevoegde bestuurlijke overheden maken de stedenbouwkundige vergunningen, de verkavelingsvergunningen en de wijzigingen ervan die waren onderworpen aan een milieueffectenrapport of aan een effectenstudie, binnen de tien werkdagen na de uitreiking ervan openbaar in de rubriek " transparantie " van hun website. Dit rapport of deze studie wordt eveneens openbaar gemaakt. Wanneer de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag onderworpen was aan speciale regelen van openbaarmaking, moeten ook de samenvattende plannen openbaar gemaakt worden.
  Los van het feit of een milieueffectenrapport of een effectenstudie werd opgemaakt, maken de bevoegde bestuurlijke overheden binnen dezelfde termijn de stedenbouwkundige vergunningen, de verkavelingsvergunningen en de wijzigingen ervan openbaar wanneer zij belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu of voor de ruimtelijke ordening.
  Wanneer de in de leden 1 en 2 bedoelde documenten gegevens bevatten over het privéleven, gegevens die het voorwerp uitmaken van een intellectueel eigendomsrecht of gegevens waarvan de openbaarmaking een ernstig gevaar zou betekenen voor de openbare veiligheid, vergewist de bestuurlijke overheid zich ervan of deze gegevens uit het document zijn weggelaten voordat ze het openbaar maakt.

  Art. 13. De Regering maakt de door haar goedgekeurde maatregelen voor de bescherming van het onroerend erfgoed openbaar op haar website binnen de tien werkdagen na de goedkeuring ervan.

  Art. 14. § 1. Binnen tien werkdagen na de uitreiking of beslissing maken de bevoegde bestuurlijke overheden de milieuvergunningen, evenals de vergunningswijzigingen, de splitsingen van milieuvergunningen, de verlengingen van milieuvergunningen, de wijzigingen van voorwaarden voor het uitbaten van ingedeelde inrichtingen en de schorsingen en intrekkingen van milieuvergunningen waarover een milieueffectenrapport of een effectenstudie werd opgemaakt, openbaar in de rubriek " transparantie " van hun website. Dit rapport of deze studie wordt eveneens openbaar gemaakt.
  Los van het feit of een milieueffectenrapport of een effectenstudie werd opgemaakt, maken de bevoegde bestuurlijke overheden binnen dezelfde termijn de in het eerste lid bedoelde documenten openbaar wanneer zij belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu of voor de ruimtelijke ordening.
  Wanneer de in de leden 1 en 2 bedoelde documenten gegevens bevatten over het privéleven, gegevens die het voorwerp uitmaken van een intellectueel eigendomsrecht of gegevens waarvan de openbaarmaking een ernstig gevaar zou betekenen voor de openbare veiligheid, vergewist de bestuurlijke overheid zich ervan of deze gegevens uit het document zijn weggelaten voordat ze het openbaar maakt.
  § 2. Leefmilieu Brussel maakt openbaar op haar website :
  1° de lijst met erkenningen bedoeld in artikel 78 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen ;
  2° de inspectieverslagen die vereist zijn door artikel 19, § 6 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 november 2013 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging door industriële emissies, binnen de dertig werkdagen nadat zij ter kennis gebracht zijn van de exploitant ;
  3° de gegevens die krachtens de artikelen 9 en 10 van de ordonnantie van 5 maart 2009 betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems ter beschikking van het publiek gesteld of openbaar gemaakt moeten worden.
  Wanneer de in het eerste lid bedoelde documenten gegevens bevatten over het privéleven, gegevens die het voorwerp uitmaken van een intellectueel eigendomsrecht of gegevens waarvan de openbaarmaking een ernstig gevaar zou betekenen voor de openbare veiligheid, vergewist de bestuurlijke overheid zich ervan of deze gegevens uit het document zijn weggelaten voordat ze het openbaar maakt.

  Art. 15. De bevoegde bestuurlijke overheden maken in geval van een onmiddellijke bedreiging van de gezondheid van de mens of het milieu, hetzij veroorzaakt door menselijke activiteiten hetzij ten gevolge van natuurlijke oorzaken, alle informatie die de bevolking die waarschijnlijk zal worden getroffen in staat kan stellen maatregelen te nemen om de uit de bedreiging voortvloeiende schade te voorkomen of te beperken, onmiddellijk openbaar in de rubriek " transparantie " van hun website.

  Art. 16. Onverminderd de rapporteringsverplichtingen die voortvloeien uit andere wetgevingen maakt de Regering om de vier jaar een gedetailleerd verslag over de staat van het Brusselse leefmilieu, dat ze ook doorstuurt naar het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, openbaar op haar website. Om de twee jaar maakt de Regering op haar website een samenvattende nota met betrekking tot de belangrijkste milieu-indicatoren openbaar.
  Dat verslag en die samenvattende nota worden opgesteld door Leefmilieu Brussel en beschrijven de toestand van de verschillende in artikel 4, 9° genoemde componenten van het leefmilieu, de druk die erop wordt uitgeoefend, de sociaaleconomische context, de ondernemingen, het vervoer, de sociaal-demografische veranderingen en schetsen een beeld van de ontwikkeling ervan.
  Ze gaan uit van gewestelijke, en eventueel lokale gegevens, waarvan sommige een coherente vergelijking mogelijk moeten maken met de gegevens die door diverse internationale instellingen werden vergaard in het kader van de verslagen op het niveau van de landen en van de stadsgewesten, en waarvan andere de specifieke Brusselse toestand moeten weergeven. Ze worden vervolgens ter advies voorgelegd aan de Raad voor het Leefmilieu. Dat advies moet tevens openbaar gemaakt worden op de website van de Regering.
  Het verslag omvat bovendien de volgende sociaaleconomische indicatoren :
  - structuren van de ondernemingen (primair-
  secundair-tertiair) ;
  - industriële ongevallen ;
  - evolutie van de vervoerwijzen.

  HOOFDSTUK III. - Passieve openbaarheid

  Art. 17. § 1. Eenieder kan, volgens de voorwaarden bepaald in dit gezamenlijk decreet en ordonnantie, elk bestuursdocument en alle milieu-informatie van een bestuurlijke overheid ter plaatse inzien, dienomtrent uitleg krijgen en mededeling in afschrift ervan ontvangen.
  § 2. Het verkrijgen van afschriften van bestuursdocumenten of milieu-informatie kan onderworpen worden aan een vergoeding, die niet hoger mag liggen dan de kostprijs. Die vergoedingen zijn contant betaalbaar indien het afschrift door de aanvrager in ontvangst wordt genomen bij de bestuurlijke overheid. Die geeft als bewijs van betaling een ontvangstbewijs af. Indien het afschrift per post of via een andere verzendingswijze aan de aanvrager wordt verstuurd, dan moeten de vergoedingen vooraleer het afschrift wordt verzonden, worden betaald door overschrijving of storting op de ontvangstenrekening van de overheid in kwestie.
  § 3. Voor bestuursdocumenten die informatie bevatten over een met naam genoemde of identificeerbare natuurlijke persoon, wanneer deze informatie een beoordeling of een waardeoordeel vormt ten aanzien van deze persoon of wanneer ze betrekking heeft op een gedrag van deze persoon waarvan het ruchtbaar maken aan die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen, is vereist dat de aanvrager een belang aantoont.
  Het eerste lid is niet toepasbaar op milieu-informatie.

  Art. 18. § 1. Inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument of van milieu-informatie geschiedt op aanvraag. De aanvraag vermeldt duidelijk de materie waarover het gaat en, indien mogelijk, de desbetreffende bestuursdocumenten of milieu-informatie en wordt per post, elektronisch of per drager gericht aan de bevoegde bestuurlijke overheid.
  § 2. De aanvraag is onontvankelijk als :
  1° zij niet is ondertekend door de aanvrager.
  Voor rechtspersonen moet de aanvraag worden ondertekend door de gevolmachtigde. Daarnaast vermelden ze in hun aanvraag hun inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen zoals bedoeld in artikel III.15 van het Wetboek van Economisch Recht of verstrekken ze een afschrift van hun statuten wanneer het gaat om een rechtspersoon naar buitenlands recht.
  Als de aanvraag per e-mail wordt verstuurd, wordt ze als geldig ondertekend beschouwd wanneer de aanvrager, of de gevolmachtigde van de aanvragende rechtspersoon, bij zijn e-mail een fotokopie, een foto of een scan van een identiteitsdocument voegt.
  Wanneer de aanvraag is ondertekend door een advocaat of door een advocaat per e-mail is verstuurd, hoeft de aanvrager de in de voorgaande leden bedoelde documenten niet bij te voegen ;
  2° als de naam en het adres van de aanvrager niet vermeld zijn ;
  3° als zij niet tot de overheid gericht is waardoor zij gedateerd kan worden.
  Indien een aanvraag niet ontvankelijk is, moet de bevoegde bestuurlijke overheid dat zo spoedig mogelijk aan de aanvrager laten weten, mits die in de aanvraag is geïdentificeerd.
  § 3. Wanneer de aanvraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift gericht is tot een bestuurlijke overheid die niet bevoegd is of het bestuursdocument of de milieu-informatie niet in haar bezit is, stelt zij de aanvrager daarvan onverwijld in kennis en deelt zij hem de benaming en het adres mee van de overheid die volgens haar inlichtingen bevoegd is of het bestuursdocument bezit. Indien de bestuurlijke overheid het document als onbestaand beschouwd, deelt ze dit onverwijld mee aan de aanvrager.
  § 4. De aanvrager geeft aan op welke manier hij kennis wenst te nemen van het document of van de milieu-informatie. Bij ontstentenis van deze precisering, gaat de voorkeur uit naar de verzending van een fotokopie per e-mail.
  § 5. De bestuurlijke overheid houdt een register bij van de schriftelijke aanvragen volgens datum van ontvangst.

  Art. 19. § 1. De bestuurlijke overheid mag een vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument of milieu-informatie afwijzen in de mate dat de vraag :
  1° een bestuursdocument of milieu-informatie betreft waarvan de openbaarmaking, om reden dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven. Desgevallend vermeldt de bestuurlijke overheid de naam van de instantie die verantwoordelijk is voor de voorbereiding van de documenten of informatie, alsmede het geschatte tijdstip van voltooiing ;
  2° advies of een mening betreft die uit vrije wil en vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld ;
  3° kennelijk onredelijk is ;
  4° te algemeen geformuleerd blijft, ook na toepassing van artikel 20, § 3.
  § 2. De bestuurlijke overheid wijst de aanvraag om inzage, uitleg of het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument af, wanneer zij heeft vastgesteld dat het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen :
  1° de fundamentele rechten en vrijheden van de bestuurden, met inbegrip van de privacy ;
  2° de internationale betrekkingen en de openbare veiligheid ;
  3° de rechtsgang, de mogelijkheid voor een persoon om een eerlijk proces te krijgen of de mogelijkheid voor een overheid om een onderzoek van strafrechtelijke of disciplinaire aard in te stellen ;
  4° de geheimhouding van de identiteit van de persoon die het document of de informatie vertrouwelijk aan de bestuurlijke overheid heeft meegedeeld ter aangifte van een strafbaar of strafbaar geacht feit ;
  5° een economisch of financieel belang van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie, de gemeenten en OCMW's en van alle overheden die bedoeld worden in artikel 3, 1° tot 9° ;
  6° het vertrouwelijke karakter van de beraadslagingen van de overheid ;
  7° de vertrouwelijkheid van commerciële of industriële informatie, wanneer deze vertrouwelijkheid bij de gewestelijke of Europese wetgeving geboden wordt om een gewettigd economisch belang te beschermen ;
  8° de bescherming van het milieu waarop die informatie betrekking heeft, zoals de habitat van zeldzame soorten ;
  9° de vertrouwelijkheid die vereist is voor het uitvoeren van evaluaties van de personeelsleden van de bestuurlijke overheid in kwestie en interne audits.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op de milieu-informatie.
  § 3. De bestuurlijke overheid wijst de aanvraag om inzage, uitleg of het ontvangen van een afschrift van een milieu-informatie af, wanneer zij heeft vastgesteld dat het publiek belang van de openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van een van de volgende belangen :
  1° het vertrouwelijke karakter van de beraadslagingen van de overheid wanneer deze vertrouwelijkheid bij wet geboden wordt ;
  2° de internationale betrekkingen en de openbare veiligheid ;
  3° de rechtsgang, de mogelijkheid voor een persoon om een eerlijk proces te krijgen of de mogelijkheid voor een overheid om een onderzoek van strafrechtelijke of disciplinaire aard in te stellen ;
  4° de vertrouwelijkheid van commerciële of industriële informatie wanneer deze vertrouwelijkheid bij de gewestelijke of Europese wetgeving geboden wordt om een gewettigd economisch belang te beschermen ;
  5° de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens en dossiers betreffende een natuurlijk persoon wanneer deze persoon geen toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze informatie en de vertrouwelijkheid van deze informatie bij de gewestelijke of Europese wetgeving geboden wordt ;
  6° de belangen of de bescherming van iedere persoon die de gevraagde gegevens op vrijwillige basis heeft verstrekt zonder daartoe te zijn verplicht door de wet of zonder dat de wet hem daartoe kan verplichten, tenzij deze persoon toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze gegevens ;
  7° de bescherming van het milieu waarop de gevraagde informatie betrekking heeft, zoals de habitat van zeldzame soorten.
  De bestuurlijke overheid kan zich niet baseren op de punten 1°, 4°, 5°, 6° of 7° om een aanvraag te verwerpen, wanneer die betrekking heeft op informatie over emissies in het milieu.
  § 4. De bestuurlijke overheid wijst de vraag om inzage, uitleg of het ontvangen van een afschrift van een bestuursdocument af wanneer de openbaarmaking afbreuk doet aan een geheimhoudingsverplichting die ingesteld is bij een ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of een decreet van de Franse Gemeenschapscommissie.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op de milieu-informatie.
  § 5. Voor de toepassing van de paragrafen 2 en 3 houdt de afwijzing van de vraag om mededeling in afschrift van een bestuursdocument of milieu-informatie niet noodzakelijk in dat de vraag om inzage van dat document of die milieu-informatie of uitleg erover afgewezen wordt.
  Wanneer met toepassing van de paragrafen 2, 3 en 4 een bestuursdocument of milieu-informatie slechts voor een deel aan de openbaarheid moet of mag worden onttrokken, wordt de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift tot het overige deel beperkt.

  Art. 20. § 1. Onverminderd hoofdstuk II en de mogelijkheid voor een bestuurlijke overheid om ze onmiddellijk ter plaatse te laten raadplegen, stelt de overheid waarbij een aanvraag is ingediend, de bestuursdocumenten en de milieu-informatie zo spoedig mogelijk of uiterlijk binnen de twintig werkdagen nadat ze het verzoek heeft ontvangen ter beschikking van de aanvrager, rekening houdend met de termijn die door de aanvrager in zijn schriftelijk verzoek is vermeld en, in voorkomend geval, met de hoogdringendheid die de aanvrager inroept.
  § 2. Die termijn wordt op veertig werkdagen gebracht indien de omvang en de ingewikkeldheid van de informatie van dien aard zijn dat de termijn van twintig werkdagen niet haalbaar is. In dat geval wordt de aanvrager zo spoedig mogelijk, en in ieder geval voordat de termijn van twintig werkdagen afloopt, in kennis gesteld van de verlenging ervan en de redenen daarvoor.
  § 3. Indien een verzoek te vaag geformuleerd is, verzoekt de bestuurlijke overheid de aanvrager zo spoedig mogelijk en vóór het verstrijken van de termijn van twintig werkdagen zijn verzoek te verduidelijken en is zij hem daarbij behulpzaam.
  § 4. De aanvrager heeft de mogelijkheid om te vragen dat zijn aanvraag dringend wordt onderzocht. Hij dient de redenen die deze hoogdringendheid rechtvaardigen aan te geven in zijn aanvraag. De door de aanvrager behoorlijk gemotiveerde hoogdringendheid is deze die de naleving van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde behandelingstermijnen kennelijk ongeschikt maakt omdat de situatie van de aanvrager ernstige nadelige gevolgen zouden ondergaan als de voornoemde termijnen in acht zouden worden genomen.
  Wanneer de bestuurlijke overheid de hoogdringendheid van de aanvraag erkent, beantwoordt ze er zo vlug mogelijk op en uiterlijk binnen zeven werkdagen volgend op de ontvangst van de aanvraag.
  Wanneer de bestuurlijke overheid de ingeroepen hoogdringendheid ongegrond acht, brengt ze de aanvrager daar onmiddellijk van op de hoogte bij een met redenen omklede beslissing en past ze de termijnen toe die zijn vastgesteld in de paragrafen 1 en 2.
  § 5. In afwijking van de paragrafen 1 tot 4 worden de verzoeken prioritair behandeld en volgens een versnelde procedure wanneer het verzoek om toegang betrekking heeft op een beslissing die onderworpen is aan een lopende procedure van openbaar onderzoek krachtens het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening of de in uitvoering daarvan aangenomen normen, de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen of de ordonnantie van 18 maart 2004 betreffende de milieu-effectenbeoordeling van bepaalde plannen en programma's.
  In dat geval stelt de bestuurlijke overheid waaraan het verzoek wordt gericht, de gevraagde documenten en informatie onmiddellijk, of indien het document of de informatie zich niet bevindt in de ruimte waar het ter openbaar onderzoek voorgelegde dossier kan worden ingekeken, uiterlijk een week vóór het aflopen van de termijn van het openbaar onderzoek ter beschikking van de aanvrager.

  Art. 21. Elke weigering om de verzochte informatie geheel of gedeeltelijk of in de gevraagde vorm of het gevraagde formaat beschikbaar te stellen, wordt schriftelijk binnen de termijn bedoeld in artikel 20, § 1 tot 4, al naargelang van het geval, aan de aanvrager meegedeeld.
  Indien de bestuurlijke overheid waaraan naar aanleiding van een openbaar onderzoek een verzoek werd gericht, van mening is dat de toegang tot het gevraagde document of tot de gevraagde informatie geweigerd of beperkt moet worden krachtens een van de redenen bedoeld in artikel 18, brengt zij dat binnen de zeven werkdagen na het verzoek ter kennis van de aanvrager.
  De kennisgeving vermeldt op duidelijke, precieze en volledige wijze de redenen voor de weigering en wijst op het bestaan van het beroep waarin voorzien is door hoofdstuk V, op de na te leven vormen en termijnen, evenals op de mogelijkheid zich te wenden tot de Brusselse ombudsman en de manier waarop dat moet gebeuren.
  Het ontbreken van een kennisgeving binnen de in de voorgaande leden bedoelde termijnen staat gelijk met een weigering.

  HOOFDSTUK IV. - Verbeteren van onjuiste of onvolledige informatie

  Art. 22. Wanneer een persoon aantoont dat een bestuursdocument of milieu-informatie van een bestuurlijke overheid onjuiste of onvolledige gegevens bevat die hem betreffen, is die overheid ertoe gehouden de nodige verbeteringen aan te brengen zonder dat het de betrokkene iets kost.
  De verbetering geschiedt op schriftelijke aanvraag van de betrokkene.

  Art. 23. De bestuurlijke overheid geeft aan een aanvraag tot verbetering gevolg binnen uiterlijk één maand vanaf de ontvangst van de aanvraag. In geval van weigering deelt ze de redenen voor de afwijzing mee.
  Deze termijn kan met twee maanden worden verlengd als de vraag complex is of als er veel aanvragen worden ontvangen. In dat geval brengt de bestuurlijke overheid de betrokkene op de hoogte binnen één maand vanaf de ontvangst van de aanvraag.
  Komt er geen antwoord aan de bestuurlijke overheid binnen de gestelde termijn, dan wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.

  Art. 24. Wanneer de vraag gericht is tot een bestuurlijke overheid die niet bevoegd is om de verbeteringen aan te brengen, stelt deze de aanvrager daarvan onverwijld in kennis en deelt zij hem de benaming en het adres mee van de overheid die naar haar informatie daartoe bevoegd is.

  HOOFDSTUK V. - Commissie voor toegang tot bestuursdocumenten

  Art. 25. § 1. De Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten, hierna de Commissie genoemd, behandelt beroepen die ingesteld worden tegen :
  1° de niet-naleving van de verplichtingen met betrekking tot actieve openbaarmaking waarin voorzien is door hoofdstuk II, met uitzondering van de in artikel 15 bedoelde verplichting om een gedetailleerd verslag over de staat van het milieu en een samenvattende nota op te maken ;
  2° de afwijzingen van opvragingen bedoeld in hoofdstuk III ;
  3° de weigeringen tot verbeteren bedoeld in hoofdstuk IV.
  Krachtens haar herzieningsbevoegdheid kan de Commissie zelf toegang verlenen tot de betwiste bestuursdocumenten of milieu-informatie of kan ze opdracht geven om deze te verbeteren.
  In dat geval :
  1° geeft de Commissie de bestuurlijke overheid opdracht om zich binnen de door haar gestelde termijn, die niet meer mag bedragen dan dertig dagen, te schikken naar haar beslissing ;
  2° indien de bestuurlijke overheid na het verstrijken van die termijn de onder het 1° bedoelde beslissing niet heeft nageleefd, bezorgt de Commissie zelf aan de aanvrager een afschrift van het bestuursdocument of van de milieu-informatie. In dat geval brengt ze de bestuurlijke overheid daar vijftien werkdagen op voorhand van op de hoogte.
  Wanneer ze vaststelt dat een bestuurlijke overheid in gebreke blijft om te voldoen aan een in hoofdstuk II bedoelde verplichting, geeft de Commissie haar opdracht om onverwijld aan deze verplichting te voldoen.
  § 2. De Commissie kan op eigen initiatief advies verstrekken over de algemene toepassing van het gezamenlijk decreet en ordonnantie. Zij kan aan het Brussels Hoofdstedelijk Parlement of de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, aan de Vergadering of het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en aan de Vergadering of het College van de Franse Gemeenschapscommissie voorstellen doen in verband met de toepassing en de eventuele herziening ervan.
  De Commissie kan door een bestuurlijke overheid ook worden geraadpleegd over een kwestie die betrekking heeft op de toepassing van deze ordonnantie en van de uitvoeringsbesluiten ervan.

  Art. 26. § 1. De Commissie bestaat uit negen leden, onder wie een voorzitter wordt aangewezen. De voorzitter wordt aangewezen onder de leden van de Raad van State of van het auditoraat ervan of onder de magistraten van het gerechtelijk arrondissement Brussel.
  Vier leden worden aangewezen onder de leden van het statutaire personeel van de bestuurlijke overheden die onder de toepassing van deze ordonnantie vallen. De in deze hoedanigheid aangewezen leden moeten houder zijn van een universitair diploma van de tweede cyclus in de rechten en voldoende ervaring in de openbaarheid van bestuur aantonen.
  Vier leden worden aangewezen wegens hun grondige kennis omtrent de openbaarheid van bestuur. Zij dienen in het bezit te zijn van een universitair diploma van de tweede cyclus in de rechten en mogen geen ambtenaar zijn van een bestuurlijke overheid, noch de bestuurlijke overheden bedoeld in artikel 3, 1° tot 9° noch om het even welke andere bestuurlijke overheid.
  De leden worden gezamenlijk door de Regering, het Verenigd College en het College aangewezen voor een hernieuwbare termijn van 5 jaar.
  De Regering, het Verenigd College en het College bepalen gezamenlijk het bedrag van de vergoeding die wordt uitgekeerd aan de leden van de Commissie, evenals de manier waarop die wordt uitgekeerd.
  § 2. Voor elk van de leden wordt een plaatsvervanger aangewezen onder dezelfde voorwaarden als de werkende leden.
  De plaatsvervanger vervangt een verhinderd of afwezig lid.
  De plaatsvervanger voltooit het mandaat van zijn voorganger, indien deze ontslag neemt of om een of andere reden ophoudt deel uit te maken van de Commissie.
  § 3. De Commissie telt niet meer dan zes leden van dezelfde taal. Dit wordt geverifieerd aan de hand van de taal waarin het in de eerste paragraaf bedoelde diploma werd behaald.
  De Commissie telt niet meer dan zes leden van hetzelfde geslacht.
  § 4. De Regering, het Verenigd College en het College bepalen gezamenlijk de aanvullende regels betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Commissie.
  § 5. De Commissie oefent haar opdracht onafhankelijk en onpartijdig uit. Haar leden mogen niet onderworpen worden aan een evaluatie of een tuchtprocedure op basis van de motieven van de beslissingen die goedgekeurd zijn in het kader van de taken die krachtens dit gezamenlijk decreet en ordonnantie of de uitvoeringsbesluiten ervan toegewezen worden.

  Art. 27. § 1. Het beroep bedoeld in artikel 25, § 1, 2° en 3° wordt bij de Commissie, op straffe van onontvankelijkheid, ingesteld binnen de dertig dagen na de weigering. Wanneer de aanvrager verzoekt om zijn beroep bij hoogdringendheid te onderzoeken, is de termijn voor het instellen van het beroep beperkt tot vijf werkdagen.
  De in het eerste lid bedoelde termijnen beginnen te lopen vanaf de dag waarop kennis wordt genomen van de uitdrukkelijke weigeringsbeslissing of, bij ontstentenis van zo'n beslissing, vanaf de dag waarop de termijn waarbinnen de bestuurlijke overheid zich over de aanvraag moest uitspreken, verstreken is.
  In geval van indiening van een bezwaarschrift bij de Brusselse ombudsman, worden de in het eerste lid bedoelde termijnen onderbroken. Zodra de aanvrager van de ombudsman de kennisgeving ontvangt dat zijn tussenkomst een einde heeft genomen, begint een nieuwe termijn van dertig dagen of vijf dagen te lopen.
  § 2. Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, ingediend door middel van een schriftelijke vraag die :
  1° is ondertekend door de aanvrager.
  Voor rechtspersonen moet de aanvraag worden ondertekend door de gevolmachtigde. Daarnaast vermelden ze in hun aanvraag hun inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen zoals bedoeld in artikel III.15 van het Wetboek van Economisch Recht of verstrekken ze een afschrift van hun statuten wanneer het gaat om een rechtspersoon naar buitenlands recht.
  Als de aanvraag per e-mail wordt verstuurd, wordt ze als geldig ondertekend beschouwd wanneer de aanvrager, of de gevolmachtigde van de aanvragende rechtspersoon, bij zijn e-mail een fotokopie, een foto of een scan van een identiteitsdocument voegt.
  Wanneer de aanvraag is ondertekend door een advocaat of door een advocaat per e-mail is verstuurd, hoeft de aanvrager de in de voorgaande leden bedoelde documenten niet bij te voegen ;
  2° de naam en het adres van de aanvrager vermeldt ;
  3° aan de Commissie gericht is op een manier waardoor zij gedateerd kan worden.
  § 3. Wanneer het beroep gericht is tegen een beslissing die de opvraging bedoeld in hoofdstuk III of de aanvraag tot verbetering bedoeld in hoofdstuk IV verwerpt, bevat het beroep, op straffe van onontvankelijkheid, een afschrift van de opvraging of van de aanvraag tot verbetering en, in geval van uitdrukkelijke weigering, een afschrift van de weigeringsbeslissing.
  § 4. Wanneer een beroep omwille van een van de redenen bedoeld in de paragrafen 1 tot 3 niet ontvankelijk is, moet de Commissie dat zo spoedig mogelijk laten weten aan de verzoeker, mits die in het beroep is geïdentificeerd.
  § 5. Wanneer bij de Commissie een beroep werd ingesteld, brengt zij dat onverwijld ter kennis van de betrokken bestuurlijke overheid.

  Art. 28. § 1. De Commissie beschikt over onderzoeks- en dwangbevoegdheden.
  De bestuurlijke overheid is verplicht om haar, binnen de zeven werkdagen vanaf de ontvangst van de in artikel 27, § 5 bedoelde kennisgeving, het document dat of de milieu-informatie die opgevraagd is of waarvan de verbetering gevraagd is, te bezorgen. De bestuurlijke overheid kan bij het document of bij de milieu-informatie een nota voegen die haar weigering om in te gaan op de oorspronkelijke aanvraag toelicht. Indien de nota die de weigering toelicht niet tegelijk met het document of de milieu-informatie wordt verstuurd, is de Commissie niet verplicht om ze in aanmerking te nemen.
  In de veronderstelling dat de voorzitter van de Commissie of het lid dat hij aanwijst de door de aanvrager ingeroepen hoogdringendheid erkent, wordt de in het voorgaande lid bedoelde termijn van zeven dagen beperkt tot twee werkdagen.
  In afwijking van het tweede lid, wanneer de bestuurlijke overheid oordeelt dat de aanvraag kennelijk onredelijk is of kennelijk te vaag geformuleerd is, is zij niet verplicht om de opgevraagde documenten of milieu-informatie over te maken aan de Commissie. Wanneer de overheid niet is ingegaan op de oorspronkelijke aanvraag, wanneer ze deze kennelijk onredelijk of kennelijk te vaag geformuleerd acht, brengt ze de Commissie daar onverwijld van op de hoogte bij met redenen omklede beslissing.
  Wanneer de bestuurlijke overheid de bestuursdocumenten of de milieu-informatie niet aan de Commissie overmaakt binnen de in het tweede en derde lid gestelde termijnen, maakt de Commissie hier melding van in het jaarverslag dat is bedoeld in artikel 31.
  § 2. De voorzitter van de Commissie of het lid dat hij aanwijst kan zich ter plaatse begeven om kennis en een afschrift te nemen van het bestuursdocument of de milieu-informatie waarop het beroep betrekking heeft of van het even welk ander document dat nodig is voor de behandeling van dat beroep, en kan daartoe een beroep doen op de openbare macht.
  § 3. Indien, ondanks de in § 1 en 2 bedoelde bevoegdheden, de Commissie het betwiste bestuursdocument of de betwiste milieu-informatie niet krijgt, deelt zij dat onverwijld mee aan het Brussels Parlement en de Brusselse Regering, die onmiddellijk nieuwe sancties en de procedure ter zake bepalen.

  Art. 29. § 1. Vanaf het ogenblik dat de Commissie beschikt over het document of de milieu-informatie, brengt zij de verzoeker daarvan op de hoogte. Zij doet binnen de zestig dagen nadat zij het bestuursdocument of de milieu-informatie ontvangen heeft, uitspraak over het beroep.
  Wanneer de overheid de aanvraag kennelijk onredelijk of kennelijk te vaag geformuleerd acht, doet de Commissie uitspraak binnen de zestig dagen vanaf de ontvangst van het beroep. Indien zij de aanvraag noch kennelijk onredelijk noch te vaag geformuleerd acht, verzoekt ze de bestuurlijke overheid om haar het bestuursdocument of de milieu-informatie onverwijld te bezorgen. In dat geval neemt de termijn van zestig dagen een aanvang overeenkomstig het eerste lid.
  Indien de in de vorige leden bepaalde termijnen niet worden nageleefd, wordt het beroep geacht te zijn verworpen.
  Deze termijn van zestig dagen wordt opgeschort :
  1° wanneer de Commissie het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit heeft ingewonnen, totdat het advies ontvangen is ;
  2° vanaf de dag waarop de Commissie van de Brusselse ombudsman de mededeling krijgt dat er bij hem een bezwaarschrift werd ingediend waarvan het voorwerp hetzelfde is als van het beroep dat werd ingesteld bij de Commissie. De ombudsman stelt de Commissie en de aanvrager gelijktijdig in kennis van het einde van zijn tussenkomst en van de eventuele aanbevelingen die hij geformuleerd heeft. In dat geval dient de aanvrager de Commissie ter kennis te brengen dat hij zijn beroep na de tussenkomst van de ombudsman wenst voort te zetten. Zonder deze kennisgeving door de aanvrager binnen vijftien dagen vanaf de ontvangst van de kennisgeving van de ombudsman door de Commissie, wordt de aanvrager geacht af te zien van zijn beroep.
  § 2. Wanneer de door de aanvrager ingeroepen hoogdringendheid door de voorzitter van de Commissie of door het lid dat hij aanwijst erkend wordt, doet de Commissie uitspraak over het beroep binnen de 10 werkdagen vanaf de ontvangst van het beroep. Indien de voorzitter van de Commissie of het lid dat hij aanwijst de hoogdringendheid verwerpt, behandelt de Commissie het beroep binnen de gewone termijn die is vastgelegd in § 1.
  De door de aanvrager behoorlijk gemotiveerde hoogdringendheid is deze die de naleving van de in de paragraaf 1 bedoelde gewone termijn kennelijk ongeschikt maakt omdat de situatie van de aanvrager ernstige nadelige gevolgen zouden ondergaan als de voornoemde termijn in acht zou worden genomen.
  § 3. De Regering, het Verenigd College en het College kunnen ten aanzien van de Commissie gezamenlijk procedureregels bepalen die de regels vermeld in deze ordonnantie aanvullen.

  Art. 30. De Commissie maakt haar beslissingen, adviezen en voorstellen binnen de twintig werkdagen nadat zij die heeft goedgekeurd, openbaar op haar website, die een rubriek mag zijn van de website van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.
  Tenzij de verzoeker vooraf toestemming verleent om zijn naam openbaar te maken, pseudonimiseert de Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten haar beslissingen voordat ze deze openbaar maakt. Ze zal er ook alle gegevens uit verwijderen die ze vertrouwelijk acht.

  Art. 31. De Commissie maakt een jaarverslag op.
  Dit verslag omvat minstens :
  1° het aantal ingestelde beroepen en het aantal genomen beslissingen ;
  2° de gemiddelde behandelingstermijn van een beroep ;
  3° het aantal vergaderingen van de Commissie ;
  4° een samenvatting van de belangrijkste problematieken waarmee de Commissie werd geconfronteerd, zowel betreffende de grond van de zaken als betreffende de werkwijze van de Commissie zelf ;
  5° een lijst van de gevallen waarin de termijnen bedoeld in de artikelen 25, § 1, derde lid en 28, § 1, tweede en derde lid niet werden gerespecteerd. Deze lijst vermeldt de betrokken bestuurlijke overheid en het aantal overschrijdingen van de termijnen.
  De voorzitter van de Commissie of het lid dat hij aanwijst stelt het jaarverslag voor aan het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tegen uiterlijk 31 maart van het jaar dat volgt op het jaar waarop het betrekking heeft.
  Het jaarverslag wordt openbaar gemaakt op de website van de Commissie.

  HOOFDSTUK VI. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen

  Afdeling 1. - Opheffingsbepalingen

  Art. 32. Worden opgeheven :
  1° de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 30 maart 1995 betreffende de openbaarheid van bestuur ;
  2° de ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18 maart 2004 inzake toegang tot milieu-informatie en tot informatie betreffende de ruimtelijke ordening in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ;
  3° de ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 26 juni 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur ;
  4° het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 11 juli 1996 betreffende de openbaarheid van bestuur ;
  5° de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten, in zoverre die van toepassing is op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

  Afdeling 2. - Overgangsbepalingen

  Art. 33. Alle bevoegdheden die zijn toegewezen aan de door dit gezamenlijk decreet en ordonnantie ingestelde Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten worden vanaf de inwerkingtreding van de ordonnantie uitgeoefend door de Gewestelijke Commissie voor de Toegang tot de Bestuursdocumenten die is ingesteld door de ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende de openbaarheid van bestuur.
  De leden van de Gewestelijke Commissie voor de Toegang tot de Bestuursdocumenten die is ingesteld door de ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende de openbaarheid van bestuur, zetten hun mandaat voort in de Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten die is ingesteld door dit gezamenlijk decreet en ordonnantie. Vanaf de inwerkingtreding van deze ordonnantie wijzen de Regering, het Verenigd College en het College gezamenlijk vier nieuwe leden van de Commissie en vier plaatsvervangende leden aan, in overeenstemming met artikel 26 van deze ordonnantie. Het mandaat van deze nieuwe leden neemt een einde op hetzelfde ogenblik als het mandaat van de leden die hun mandaat voortzetten.
  De adviesaanvragen die hangende zijn voor de Commissies voor de Toegang tot Bestuursdocumenten, die respectievelijk ingesteld zijn door artikel 10, § 1 van het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 11 juli 1996 betreffende de openbaarheid van bestuur en artikel 21 van de ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 26 juni 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur worden onderzocht door de Commissie voor de Toegang tot Bestuursdocumenten die ingesteld is door dit gezamenlijk decreet en ordonnantie. De procedure voor het onderzoek van de adviesaanvraag wordt ab initio hernomen overeenkomstig de artikelen 28 en 29.

  Art. 34. Tot aan de inwerkingtreding van het gezamenlijke besluit bedoeld in artikel 29, § 3 van deze ordonnantie, blijven de regels vastgesteld in de artikelen 4, 5, 6, 8, 9, 10 en 11 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 tot regeling van de samenstelling en de werkwijze van de Gewestelijke Commissie voor de Toegang tot de Bestuursdocumenten van toepassing. Ze gelden als aanvulling op de regels betreffende de samenstelling en de werkwijze van de Commissie die wordt ingesteld door deze ordonnantie.

  Art. 35. Totdat de bestuurlijke overheden bepaald hebben welke vergoeding zij eventueel zullen eisen om een bestuursdocument of milieu-informatie in de vorm van een afschrift te bezorgen, zijn de volgende maximumbedragen van toepassing :
  - 0,01 euro per bladzijde voor een document in A4-formaat in zwart-wit ;
  - 0,02 euro per bladzijde voor een document in een formaat dat groter is dan het A4-formaat, maar niet groter dan het A3-formaat, in zwart-wit ;
  - 0,04 euro per bladzijde voor een document in A2-formaat in zwart-wit ;
  - 0,08 euro per bladzijde voor een document in A1-formaat in zwart-wit.
  Voormelde prijzen worden verdriedubbeld voor kleurenkopieën.
  Wanneer een vergoeding geëist wordt, wordt voor de kopie en de kosten van de overhandiging ervan ter plaatse of de verzending ervan per post of een ander overbrengingsmiddel samen een minimumprijs van 1 euro vastgesteld.

  Art. 36. De beslissingen en handelingen die krachtens dit gezamenlijk decreet en ordonnantie het voorwerp moeten uitmaken van actieve openbaarmaking, zijn deze die worden goedgekeurd na de inwerkingtreding van de bepaling die er de openbaarmaking van oplegt.

  HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen

  Art. 37. Deze ordonnantie doet geen afbreuk aan de wetgevende bepalingen die in een ruimere openbaarheid van bestuur voorzien.

  Art. 38. De bestuurlijke overheden zorgen ervoor, voor zover mogelijk, dat de door of voor een overheidsinstantie samengestelde informatie actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is.
  De overheidsinstanties geven op verzoek, bij het beantwoorden van opvragingen van informatie, zo nodig, aan op welke plaats de gegevens kunnen worden gevonden met betrekking tot meetmethodes die bij het samenstellen van de informatie zijn gebruikt, inclusief de methodes voor analysering, monstername en voorbehandeling van de monsters, of verwijzen naar een gebruikte standaardprocedure.

  Art. 39. De bepalingen van hoofdstuk II treden in werking zes maanden na de datum van bekendmaking van dit gezamenlijk decreet en ordonnantie.
  De Regering, het Verenigd College en het College bepalen gezamenlijk de datum waarop de artikelen 8, § 2, en 27, § 1, derde lid, in werking treden.

  Art. 40. Dit gezamenlijk decreet en ordonnantie wordt door het Parlement geëvalueerd na de voorstelling van het eerste jaarverslag van de Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten.
  Die evaluatie zal op zijn minst betrekking hebben op de noodzaak om :
  1° bijkomende sancties en de procedure ter zake vast te leggen indien wordt vastgesteld dat de verplichtingen met betrekking tot actieve openbaarmaking niet worden nageleefd ;
  2° de administratieve ondersteuning van de Commissie voor Toegang tot Bestuursdocumenten te versterken.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit Gezamenlijk decreet en ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 16 mei 2019.
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie en Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
D. GOSUIN
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken,
P. SMET
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmilieu en Energie,
C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, het geen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
   Documenten van het Parlement : Gewone zitting 2018-2019 A-862/1 Ontwerp van gezamenlijk decreet en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie A-862/2 Verslag A-862/3 Amendementen na verslag Integraal verslag : Bespreking : vergadering van maandag 29 april 2019 Aanneming : vergadering van dinsdag 30 april 2019

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie