J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2019/04/26/2019012937/justel

Titel
26 APRIL 2019. - Decreet houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 17-06-2019 nummer :   2019012937 bladzijde : 61529       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-04-26/28
Inwerkingtreding : onbepaald

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
TITEL 2. - De opdrachten en de werking van de justitiehuizen
HOOFDSTUK 1. - Doelstellingen en opdrachten
Afdeling 1. - Doelstellingen
Art. 3-4
Afdeling 2. - Opdrachten
Art. 5
HOOFDSTUK 2. - Organisatie
Art. 6
HOOFDSTUK 3. - Omgaan met persoonsgegevens en met informatie
Afdeling 1. - Omgaan met persoonsgegevens
Art. 7-10
Afdeling 2. - Omgaan met informatie
Art. 11-15
HOOFDSTUK 4. - Basisprincipes voor het omgaan met justitiabelen
Art. 16-19
HOOFDSTUK 5. - Samenwerken met andere actoren
Art. 20-21
HOOFDSTUK 6. - Financiering
Art. 22
HOOFDSTUK 7. - Toezicht en klachten
Art. 23-24
HOOFDSTUK 8. - Wetenschappelijk onderzoek, evaluatie en innovatie
Art. 25
TITEL 3. - De juridische eerstelijnsbijstand
HOOFDSTUK 1. - Doelstelling en organisatie van de juridische eerstelijnsbijstand
Afdeling 1. - Doelstelling
Art. 26
Afdeling 2. - Commissies voor juridische eerstelijnsbijstand
Art. 27-28
Afdeling 3. - Basisprincipes
Art. 29-37
Afdeling 4. - Omgaan met gegevens
Art. 38
HOOFDSTUK 2. - Subsidiėring, meerjarenplanning, programmatie, werkgebied en registratie
Art. 39-40
HOOFDSTUK 3. - Projecten
Art. 41
HOOFDSTUK 4. - Toezicht
Art. 42-43
TITEL 4. - Slotbepalingen, wijzigings- en opheffingsbepalingen
Art. 44-46

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid, met uitzondering van artikel 22, dat een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid betreft.

  Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:
  1° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;
  2° andere actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van een opdracht van de justitiehuizen: de personen of instanties die:
  a) door of krachtens een wet met een eigen specifieke rol betrokken zijn bij een opdracht als vermeld in artikel 5, 1°, zonder in voorkomend geval zelf de opdrachtgever te zijn;
  b) een begeleiding, omkadering of behandeling opnemen in het kader van de uitvoering van een opdracht als vermeld in artikel 5, 1° ;
  c) deel uitmaken van een sectoroverschrijdend netwerk als vermeld in artikel 5, 2° ;
  3° bureau voor juridische bijstand: het bureau, vermeld in artikel 508/7 van het Gerechtelijk Wetboek;
  4° commissie voor juridische eerstelijnsbijstand: de commissie, vermeld in artikel 27;
  5° gecodeerde persoonsgegevens: gepseudonomiseerde persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 5), van de algemene verordening gegevensbescherming, die alleen door middel van een code in verband kunnen worden gebracht met een geļdentificeerde of identificeerbare persoon;
  6° geļntegreerd breed onthaal: onthaal als vermeld in artikel 9 en 10 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;
  7° indicatiestelling: het proces van inschatting van de risico's, behoeften en sterktes van een justitiabele dat voorafgaat aan het plannen van een interventie of het opstellen van een sociaal voorlichtingsrapport;
  8° juridische eerstelijnsbijstand: de juridische bijstand die verstrekt wordt door advocaten in de vorm van praktische inlichtingen, juridische informatie, een eerste juridisch advies of de verwijzing naar een relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen instantie of organisatie, gerealiseerd door de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand;
  9° justitiabele:
  a) een verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geļnterneerde persoon;
  b) een slachtoffer, naaste of nabestaande;
  c) een minderjarige of een partij in het geding in het kader van een burgerrechtelijke opdracht;
  d) een persoon die het voorwerp uitmaakt van een overleg in het kader van een sectoroverschrijdend netwerk als vermeld in artikel 5, 2° ;
  10° justitiehuizen: de dienst, met inbegrip van gedecentraliseerde diensten, die de Vlaamse Regering heeft aangewezen om de opdrachten, vermeld in artikel 5, uit te voeren;
  11° kleinstedelijke zorgregio: zorgregio op het niveau van een kleine stad als vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen, gewijzigd bij het decreet van 28 november 2008;
  12° lokale actoren: gemeentebesturen, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, particuliere organisaties en particuliere initiatieven die lokale sociale hulp- en dienstverlening aanbieden;
  13° naaste: de echtgenoot of echtgenote van het niet-overleden slachtoffer, de persoon die met hem samenleeft en met hem een duurzame affectieve relatie heeft, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk zijn;
  14° nabestaande: de echtgenoot of echtgenote van het overleden slachtoffer, de persoon die met hem samenleefde en met hem een duurzame affectieve relatie had, zijn bloedverwanten in opgaande of neerdalende lijn, zijn broers of zussen, alsook anderen die van hem afhankelijk waren;
  15° opdrachtgever: een instantie die door of krachtens een wet, decreet of ordonnantie, of op grond van een samenwerkingsakkoord, gemachtigd is om de justitiehuizen te belasten met een opdracht;
  16° project: een bijzonder initiatief met een tijdelijk, vernieuwend en experimenteel karakter dat zich richt tot een specifieke doelgroep of op een bijzondere probleemsituatie met betrekking tot juridische eerstelijnsbijstand of de opdrachten van de justitiehuizen;
  17° samenwerkingsakkoord: een samenwerkingsakkoord als vermeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
  18° slachtoffer: een natuurlijke persoon die als direct gevolg van een misdrijf schade heeft geleden;
  19° sociale context: het gezinssysteem en het sociale netwerk van een justitiabele;
  20° werkgebied: het geografische gebied waarbinnen de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand, of de gedecentraliseerde diensten van de justitiehuizen, hun opdrachten realiseren.

  TITEL 2. - De opdrachten en de werking van de justitiehuizen

  HOOFDSTUK 1. - Doelstellingen en opdrachten

  Afdeling 1. - Doelstellingen

  Art. 3. De justitiehuizen vervullen hun opdrachten vanuit een intermediaire positie, op een methodische wijze overeenkomstig de basisprincipes, vermeld in artikel 16 van dit decreet, en gericht op verbinding van de justitiabele met de samenleving. Daarbij streven ze naar een trajectmatige benadering, zowel binnen de echelons van de rechtsbedeling als binnen de voor- en natrajecten van de hulp- en dienstverlening.

  Art. 4. Bij de uitoefening van hun opdrachten streven de justitiehuizen de volgende doelstellingen na:
  1° bijdragen aan een gemeenschapsgerichte justitie;
  2° bijdragen aan een humane, gemeenschapsgerichte, re-integratieve en efficiėnte strafuitvoering;
  3° bijdragen aan een veilige en zorgzame samenleving;
  4° de integratie of re-integratie van justitiabelen in de samenleving en hun participatie aan de samenleving bevorderen;
  5° de kans op recidive beperken;
  6° bijdragen aan een betere gerechtelijke besluitvorming door een adequate informatieverstrekking en rapportering;
  7° een geļntegreerde, structurele en intersectorale aanpak bevorderen;
  8° andere actoren stimuleren en faciliteren om hun bevoegdheden en verantwoordelijkheden op te nemen ten aanzien van justitiabelen;
  9° bijdragen aan de rechtspositie van de justitiabelen op het kruispunt van justitie, politie, welzijn en zorg.

  Afdeling 2. - Opdrachten

  Art. 5. De opdrachten van de justitiehuizen zijn:
  1° op verzoek van een opdrachtgever opdrachten uitvoeren in het kader van een gerechtelijke procedure of ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, overeenkomstig artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
  2° uitbouwen, installeren, faciliteren en in stand houden van sectoroverschrijdende netwerken op het kruispunt van justitie, politie, welzijn en zorg, of deelnemen aan dergelijke netwerken, met het oog op:
  a) de gecoördineerde en geļntegreerde omkadering van en zorg voor verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geļnterneerde personen, die het voorwerp uitmaken van een opdracht als vermeld in punt 1°, in voorbereiding van, tijdens of aansluitend op die opdracht;
  b) de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van personen;
  c) de voorkoming van de misdrijven, vermeld in artikel 458ter van het Strafwetboek;
  3° ondersteunende taken opnemen in het kader van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2°, meer bepaald:
  a) ondersteunen van een coherent Vlaams beleid met betrekking tot een gemeenschapsgerichte justitie;
  b) zorgen voor beleidsvoorbereidend werk dat gericht is op een coherente uitvoering van de opdrachten en de doelstellingen;
  c) ondersteunen van het overleg en de samenwerking van de Vlaamse Regering met de andere gemeenschappen, de federale overheid en de gerechtelijke overheid;
  d) stimuleren van en deelnemen aan overleg en samenwerking met de andere actoren en met de opdrachtgevers;
  e) vervullen van een signaalfunctie, zowel naar de andere actoren en de opdrachtgevers als naar het Vlaamse beleid.

  HOOFDSTUK 2. - Organisatie

  Art. 6. § 1. De justitiehuizen bestaan uit een centraal bestuur en gedecentraliseerde diensten.
  § 2. De gedecentraliseerde diensten van de justitiehuizen worden als volgt georganiseerd:
  1° per werkgebied dat overeenstemt met de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Limburg, West-Vlaanderen en Oost-Vlaanderen, beschikken de justitiehuizen over een gedecentraliseerde dienst, die respectievelijk Justitiehuis Antwerpen, Justitiehuis Limburg, Justitiehuis West-Vlaanderen en Justitiehuis Oost-Vlaanderen worden genoemd;
  2° voor de werkgebieden die overeenstemmen met de gerechtelijke arrondissementen Leuven en Brussel, beschikken de justitiehuizen over één gedecentraliseerde dienst, die Justitiehuis Brussel-Leuven wordt genoemd;
  3° voor de werkgebieden die overeenstemmen met de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Limburg, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Brussel en Leuven, beschikken de justitiehuizen over een gedecentraliseerde dienst die de opvolging en de uitvoering van het elektronisch toezicht verzekert en die Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht (VCET) wordt genoemd.
  Gelet op de behoefte aan toegankelijkheid en nabijheid kan de Vlaamse Regering een of meer afdelingen of antennes van de justitiehuizen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, of van het VCET, vermeld in het eerste lid, 3°, oprichten.

  HOOFDSTUK 3. - Omgaan met persoonsgegevens en met informatie

  Afdeling 1. - Omgaan met persoonsgegevens

  Art. 7. De justitiehuizen verwerken persoonsgegevens met het oog op:
  1° het uitvoeren van de opdrachten, vermeld in artikel 5, 1° en 2° ;
  2° het beleid en het beheer van de justitiehuizen;
  3° het afleggen van verantwoording aan de Vlaamse Regering;
  4° wetenschappelijk onderzoek en statistiek;
  5° de berekening, vermeld in artikel 47/10, derde lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.
  Rechtmatig verkregen gegevens mogen worden verwerkt voor een ander doel dan dat waarvoor ze zijn verzameld, voor zover dat andere doel past in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, en voor zover die verwerking noodzakelijk is en in verhouding staat tot dat andere doel.
  De justitiehuizen gebruiken ten behoeve van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 5°, geanonimiseerde gegevens of gecodeerde persoonsgegevens indien de beoogde doeleinden op die manier kunnen worden verwezenlijkt, tenzij decretale of wettelijke voorschriften anders bepalen.
  Het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin treedt voor de verwerkingen, vermeld in het eerste lid, op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

  Art. 8. De justitiehuizen verwerken persoonsgegevens op grond van artikel 6, eerste lid, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.
  In uitvoering van artikel 9, tweede lid, g), van de algemene verordening gegevensbescherming worden de verwerkingen met het oog op de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 5, 1° en 2°, beschouwd als noodzakelijke verwerkingen om redenen van zwaarwegend algemeen belang, en verwerken de justitiehuizen persoonsgegevens als vermeld in artikel 9, eerste lid, van diezelfde verordening.
  De justitiehuizen verwerken persoonsgegevens als vermeld in artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming.
  De verwerkingsverantwoordelijke stelt een lijst op van de categorieėn van personen die persoonsgegevens als vermeld in artikel 9, eerste lid, en 10, van de verordening kunnen raadplegen, met een beschrijving van hun hoedanigheid ten opzichte van de verwerking van de beoogde gegevens. Deze lijst wordt ter beschikking gehouden van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
  De personen, vermeld in het vierde lid, nemen het vertrouwelijke karakter van de betrokken gegevens in acht.
  De justitiehuizen bewaren de persoonsgegevens die zij bij de uitoefening van hun opdrachten verwerken, niet langer dan nodig is voor de uitoefening van deze opdrachten. De Vlaamse Regering voorziet, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, per verwerkingsfinaliteit in specifieke bewaartermijnen of afbakeningscriteria voor de bewaartermijnen.

  Art. 9. § 1. Justitiehuizen kunnen persoonsgegevens verwerken over de volgende personen:
  1° verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geļnterneerde personen, voor zover dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van een opdracht die tot doel heeft een opdrachtgever te informeren over een passende straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde die aan deze personen kan worden opgelegd, of over de opvolging van een dergelijke straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde;
  2° personen die deel uitmaken van de sociale context van personen, vermeld in punt 1°, voor zover dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van een opdracht als vermeld in punt 1°, of voor een opdracht die tot doel heeft een opdrachtgever te informeren over het onthaalmilieu van een persoon als vermeld in punt 1° ;
  3° slachtoffers, naasten en nabestaanden, voor zover dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van een opdracht die tot doel heeft hen te begeleiden en te informeren gedurende een strafrechtelijke procedure, of een procedure in het kader van de uitvoering van straffen en maatregelen;
  4° personen die betrokken zijn in een burgerrechtelijke procedure, voor zover dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van een opdracht die tot doel heeft een opdrachtgever te informeren over het thuismilieu van minderjarigen, de uitoefening van het gezamenlijk ouderlijk gezag en het recht op persoonlijk contact met minderjarigen;
  5° personen die deel uitmaken van de sociale context van personen als vermeld in punt 4°, voor zover dat noodzakelijk is voor het uitvoeren van een opdracht als vermeld in punt 4° ;
  6° personen over wie in het kader van netwerken als vermeld in artikel 5, 2°, overleg wordt gepleegd, voor zover dat noodzakelijk is om het specifieke doel van dat overleg te realiseren;
  7° personen die deel uitmaken van de sociale context van personen als vermeld in punt 6° voor zover dat noodzakelijk is om het specifieke doel van het overleg te realiseren;
  8° personen die als actor betrokken zijn bij de uitvoering van een opdracht, alsook over professionele raadgevers of hulpverleners van de personen, vermeld in punten 1°, 3°, 4° en 6°.
  § 2. Voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 1, 1° en 2°, en in artikel 5, 2°, kunnen de justitiehuizen persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieėn verwerken:
  1° identificatie- en contactgegevens;
  2° gegevens over beroep, beroepsbekwaamheid, opleiding en vorming;
  3° leeftijd, geslacht, nationaliteit, burgerlijke staat en verblijfsstatuut;
  4° gegevens betreffende schulden en solvabiliteit;
  5° gegevens betreffende de levensstijl, vrijetijdsbesteding en sociale context;
  6° gegevens betreffende de gezinssamenstelling;
  7° gegevens betreffende de woonomstandigheden;
  8° politionele en gerechtelijke gegevens;
  9° gegevens betreffende de gezondheid;
  10° gegevens betreffende risicosituaties en -gedragingen;
  11° gegevens waaruit ras of etnische afkomst blijken;
  12° gegevens met betrekking tot seksueel gedrag of seksuele gerichtheid;
  13° gegevens waaruit politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken;
  14° lokalisatiegegevens, voor zover het gaat om personen die door een opdrachtgever onder elektronisch toezicht zijn geplaatst.
  Voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 1, 3°, kunnen de justitiehuizen persoonsgegevens uit de gegevenscategorieėn, vermeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6°, 8° en 9°, verwerken, evenals gegevens betreffende de schade die de betrokken personen lijden als gevolg van een misdrijf.
  Voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 1, 4°, kunnen de justitiehuizen persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 13°, verwerken, evenals gegevens betreffende de opvoeding van minderjarigen, kinderopvang, pleegzorg en adoptie.
  Over personen als vermeld in paragraaf 1, 8°, kunnen de justitiehuizen identificatie- en contactgegevens verwerken.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, de eventuele andere gegevenscategorieėn bepalen die de justitiehuizen kunnen verwerken, alsook de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens verwerkt en uitgewisseld kunnen worden.

  Art. 10. Voor de uitoefening van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 en 34 van de algemene verordening gegevensbescherming, zijn artikel 14 en 16 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, alsook de regelgeving met betrekking tot de informatiesystemen van de opdrachtgevers, vermeld in artikel 11, § 1, 6°, in voorkomend geval van toepassing.

  Afdeling 2. - Omgaan met informatie

  Art. 11. § 1. De justitiehuizen winnen, met het oog op het uitvoeren van een opdracht als vermeld in artikel 5, 1° en 2°, minstens informatie in:
  1° bij de opdrachtgever;
  2° bij de justitiabele op wie de opdracht betrekking heeft, waarbij het doel van het verzamelen van informatie aan die justitiabele wordt meegedeeld;
  3° bij de andere actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de opdracht;
  4° in voorkomend geval bij personen die deel uitmaken van de sociale context van de justitiabele, vermeld in punt 2°, waarbij het doel van het verzamelen van informatie aan die personen wordt meegedeeld;
  5° uit de bestanden, vermeld in artikel 12;
  6° uit de informatiesystemen van de opdrachtgevers voor zover hen toegang is verleend.
  § 2. Met behoud van de toepasselijke regelgeving stellen de actoren die een begeleiding, omkadering of behandeling aannemen in het kader van een opdracht als vermeld in artikel 5, 1°, daarover een verslag op ten behoeve van de justitiehuizen.
  In het verslag, vermeld in het eerste lid, worden minstens de volgende punten behandeld:
  1° de daadwerkelijke aanwezigheden van de justitiabele op de gemaakte afspraken;
  2° de afwezigheden van de justitiabele die niet gerechtvaardigd zijn;
  3° de eenzijdige stopzetting van de begeleiding, omkadering of behandeling door de justitiabele;
  4° de situaties die een ernstig risico inhouden voor derden;
  5° de formele moeilijkheden die bij de begeleiding, omkadering of behandeling zijn gerezen;
  6° zo mogelijk, bij weigering of stopzetting van een begeleiding, omkadering of behandeling, een richtinggevend alternatief.

  Art. 12. De justitiehuizen verwerken de informatie die met toepassing van artikel 11 wordt verzameld, in bestanden.
  De Vlaamse Regering stelt aan de justitiehuizen een of meer digitale systemen ter beschikking ter ondersteuning van de gegevensverwerking en -uitwisseling.
  De gegevens worden op een elektronische, uniforme en gestandaardiseerde wijze opgenomen in een elektronisch dossier, met het oog op een vlotte uitvoering van de opdrachten.
  Personeelsleden van de justitiehuizen hebben toegang tot de gegevens die in bestanden verwerkt zijn, in de mate dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de aan hen toevertrouwde opdrachten en voor zover ze daartoe zijn aangewezen.

  Art. 13. De justitiehuizen zijn gehouden zich tot het Rijksregister van de natuurlijke personen te richten om de informatiegegevens, vermeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, te verkrijgen of om de juistheid van deze informatiegegevens na te gaan.
  Als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon van wie de gegevens niet in het Rijksregister opgenomen zijn, maken de justitiehuizen gebruik van het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

  Art. 14. De justitiehuizen bezorgen met het oog op het uitvoeren van een opdracht de noodzakelijke informatie aan:
  1° de opdrachtgever;
  2° de andere actoren die in voorkomend geval betrokken zijn bij de uitvoering van de opdracht;
  3° de bevoegde instanties met het oog op de doeleinden, vermeld in artikel 7, eerste lid, 2° tot en met 5°.

  Art. 15. De informatie die de justitiehuizen uitwisselen met de opdrachtgevers en met de andere actoren die in voorkomend geval betrokken zijn bij de uitvoering van een opdracht, omvat ook persoonsgegevens, waaronder persoonsgegevens als vermeld in artikel 9, eerste lid, en 10 van de algemene verordening gegevensbescherming. De betrokken actoren verwerken deze gegevens voor zover dat noodzakelijk is om hun specifieke taak uit te voeren.

  HOOFDSTUK 4. - Basisprincipes voor het omgaan met justitiabelen

  Art. 16. Bij het uitvoeren van de opdrachten, vermeld in artikel 5, 1° en 2°, nemen de personeelsleden van de justitiehuizen de volgende principes in acht:
  1° ze respecteren de fundamentele rechten van de justitiabele en maken geen onderscheid op grond van geslacht, genderidentiteit, genderexpressie, leeftijd, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, geloof of levensbeschouwing, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, taal, gezondheidstoestand, handicap, fysieke of genetische eigenschap, sociale positie, nationaliteit, zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of nationale of etnische afstamming;
  2° ze houden, in de mate van het mogelijke en zo nodig via een indicatiestelling, rekening met de persoonlijke situatie van de justitiabele, waaronder de individuele behoeften, de risico's en de positieve factoren die moeten worden versterkt;
  3° ze informeren de justitiabele over wat er van hem in het kader van een specifieke opdracht verwacht wordt, en over het doel van de tussenkomst van de justitiehuizen bij die opdracht;
  4° met behoud van de toepassing van punt 5° streven ze naar de medewerking van de justitiabele, en informeren ze hem over de gevolgen van een gebrek aan medewerking;
  5° voor een opdracht met een doel als vermeld in artikel 9, § 1, 3°, vragen ze het betrokken slachtoffer of de betrokken naaste of nabestaande, in de mate van het mogelijke, om diens instemming;
  6° ze horen, in de mate van het mogelijke, de justitiabele en geven zijn standpunt weer in de rapporten die ze aan de opdrachtgever bezorgen;
  7° ze respecteren de deontologische regels die de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 5, 1° en 2°, beheersen, met behoud van de toepassing van de deontologische rechten en plichten die zijn opgenomen in deel II van het Vlaams personeelsstatuut;
  8° in geval van interventies ten aanzien van een justitiabele die nog niet schuldig is bevonden, respecteren ze het vermoeden van onschuld;
  9° voor een opdracht met een doel als vermeld in artikel 9, § 1, 4°, nemen ze het belang van de minderjarige als centraal uitgangspunt, betrekken ze de minderjarige op een passende wijze rekening houdende met zijn leeftijd en maturiteit en houden ze rekening met de belevings- en leefwereld van de minderjarige in zijn beide thuissituaties zodat de opdrachtgever een weloverwogen beslissing kan nemen op maat van de minderjarige.

  Art. 17. De justitiehuizen doen, als dat noodzakelijk is, een beroep op een tolk of op een andere vorm van taalbijstand.

  Art. 18. De justitiehuizen gaan een verzekering aan voor:
  1° de burgerlijke aansprakelijkheid van personen die een werkstraf of dienstverlening uitvoeren voor schade, toegebracht aan andere personen die een werkstraf of een dienstverlening uitvoeren of aan derden tijdens de uitvoering van de werkstraf of dienstverlening;
  2° de lichamelijke schade, geleden door werkgestraften of dienstverleners bij ongevallen tijdens de uitvoering van de werkstraf of dienstverlening;
  3° andere risico's waarmee de Vlaamse Regering de verplichte dekking kan uitbreiden.

  Art. 19. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de rechtspositie van justitiabelen in hun relatie tot de justitiehuizen en tot de actoren, vermeld in artikel 21.

  HOOFDSTUK 5. - Samenwerken met andere actoren

  Art. 20. De justitiehuizen werken bij het nastreven van de doelstellingen en het uitvoeren van hun opdrachten samen met de opdrachtgevers en de andere actoren die betrokken zijn bij de uitvoering van de opdrachten.

  Art. 21. De Vlaamse Regering kan in het kader van de opdrachten, vermeld in artikel 5, 1° en 2°, binnen de beschikbare begrotingskredieten initiatieven subsidiėren die gespecialiseerde programma's ontwikkelen of gespecialiseerde samenwerkingsverbanden voor justitiabelen uitwerken, die zulke programma's of samenwerkingsverbanden ondersteunen, of die een vernieuwend project uitwerken. De Vlaamse Regering sluit daarvoor een overeenkomst met de initiatiefnemers en bepaalt de nadere regels voor de subsidiėring en voor de vermindering of terugvordering van de subsidie als de voorwaarden niet worden nageleefd.
  De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan een gespecialiseerd programma, een gespecialiseerd samenwerkingsverband of een project moet voldoen.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° gespecialiseerd programma: een aanbod ten behoeve van een specifieke doelgroep, beantwoordend aan een criminogene nood, met het oog op een gespecialiseerde begeleiding, omkadering of behandeling van justitiabelen;
  2° gespecialiseerd samenwerkingsverband: een initiatief dat structurele samenwerking installeert of bevordert tussen de justitiehuizen en actoren die instaan voor begeleiding, omkadering of behandeling van justitiabelen, met het oog op een efficiėnte toeleiding naar deze actoren en, in voorkomend geval, indicatiestelling.

  HOOFDSTUK 6. - Financiering

  Art. 22. Per beleidsdomein voorziet de Vlaamse Regering binnen de beschikbare budgetten in de nodige instrumenten, middelen en personeelsleden voor het nastreven van de doelstellingen en het uitvoeren van de opdrachten van de justitiehuizen.

  HOOFDSTUK 7. - Toezicht en klachten

  Art. 23. De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de naleving van de bepalingen in titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De personen of instanties die met het toezicht belast zijn, hebben het recht elke entiteit van de justitiehuizen of elke actor, vermeld in artikel 21, te bezoeken. De justitiehuizen of actoren stellen aan die personen of instanties alle gegevens ter beschikking die voor het toezicht noodzakelijk zijn. Ze staan die personen of instanties ook toe om ter plaatse te verifiėren of de bepalingen van titel 2 van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten worden nageleefd en alle stappen te ondernemen die daarvoor nodig zijn.
  De personen of instanties, vermeld in het tweede lid, maken een verslag op van hun toezichtbezoek. Van het verslag wordt een afschrift naar de entiteit of actor gestuurd.

  Art. 24. De Vlaamse Regering organiseert de klachtenbehandeling voor justitiabelen.

  HOOFDSTUK 8. - Wetenschappelijk onderzoek, evaluatie en innovatie

  Art. 25. De justitiehuizen dragen bij aan wetenschappelijk onderzoek dat verband houdt met hun doelstellingen, opdrachten en werking, onder meer met het oog op evaluatie en permanente innovatie. Ze baseren zich bij het nastreven van de doelstellingen en het uitvoeren van hun opdrachten zo veel mogelijk op wetenschappelijke kennis en wetenschappelijk onderbouwde methodieken en programma's.
  De justitiehuizen stellen ten behoeve van het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering jaarlijks een rapport op over hun doelstellingen, opdrachten en werking.

  TITEL 3. - De juridische eerstelijnsbijstand

  HOOFDSTUK 1. - Doelstelling en organisatie van de juridische eerstelijnsbijstand

  Afdeling 1. - Doelstelling

  Art. 26. De juridische eerstelijnsbijstand wil de toegang tot het recht op juridische bijstand, vermeld in artikel 23, derde lid, 2°, van de Grondwet, waarborgen voor elke burger overeenkomstig de basisprincipes, vermeld in artikel 29 tot met 37.

  Afdeling 2. - Commissies voor juridische eerstelijnsbijstand

  Art. 27. § 1. In elk gerechtelijk arrondissement is er minstens één commissie voor juridische eerstelijnsbijstand. Een commissie voor juridische eerstelijnsbijstand heeft rechtspersoonlijkheid en stelt haar huishoudelijk reglement op.
  § 2. De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand hebben hun zetel in de hoofdplaats van het arrondissement of op een andere plaats die ze zelf kiezen.
  § 3. Een commissie voor juridische eerstelijnsbijstand is minstens samengesteld uit:
  1° vertegenwoordigers van de balie in het werkgebied van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand, aangewezen door de Orde van Advocaten;
  2° vertegenwoordigers van het samenwerkingsverband geļntegreerd breed onthaal, zoals bepaald in artikel 9 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid, uit het werkgebied van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand;
  3° vertegenwoordigers van de organisaties die werken met de meest kwetsbare doelgroepen in het werkgebied van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand en de voorwaarden waaronder afwijkingen op die minimale samenstelling kunnen worden toegestaan.
  De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand gebruiken de gepaste participatiemethodieken om hun aanbod aan juridische eerstelijnsbijstand op een zodanige wijze vorm te geven dat het beantwoordt aan de noden en behoeften van de meest kwetsbaren.

  Art. 28. § 1. Elke commissie voor juridische eerstelijnsbijstand heeft tot taak:
  1° in minstens iedere kleinstedelijke zorgregio van haar werkgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad een laagdrempelig en kwaliteitsvol aanbod aan juridische eerstelijnsbijstand door advocaten te organiseren, waar iedere burger, en in het bijzonder de meest kwetsbare burger, gebruik van kan maken;
  2° het selecteren van advocaten die geschikt zijn om op een kwaliteitsvolle wijze juridische eerstelijnsbijstand te verlenen in overeenstemming met de doelstelling van dit decreet;
  3° het overleg en de coördinatie bevorderen tussen de actoren van het werkgebied, vermeld in artikel 27, § 3, eerste lid, onderling en tussen die van het werkgebied en andere actoren die juridische bijstand bieden, zodat de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2°, en artikel 32, eerste lid, 4°, en tweede lid, worden gerealiseerd, onder meer door het sluiten van overeenkomsten;
  4° samenwerkingsafspraken te maken met het bureau voor juridische bijstand uit haar werkgebied zodat ze de toeleiding van gebruikers op een vlotte wijze kan realiseren.
  De Vlaamse Regering kan regels bepalen over de wijze waarop de taken, vermeld in het eerste lid, moeten worden ingevuld.
  § 2. De commissie voor juridische eerstelijnsbijstand selecteert de advocaten uit een lijst die de Orde van Advocaten samenstelt en aan de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand bezorgt. Die lijst bevat de gegevens van de advocaten die prestaties willen verrichten in het raam van de juridische eerstelijnsbijstand. Tegen de weigering tot inschrijving op de lijst of een beslissing van de Raad van de Orde kan beroep worden ingesteld conform artikel 432bis van het Gerechtelijk Wetboek.
  De Vlaamse Regering bepaalt, met behoud van de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 2°, de voorwaarden waaraan de advocaten moeten voldoen.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opleidingen en voor de beroepsprocedure bij weigering tot inschrijving op de lijst of bij een beslissing van de Raad van de Orde.

  Afdeling 3. - Basisprincipes

  Art. 29. De juridische eerstelijnsbijstand is voor iedereen, zonder enige discriminatie, toegankelijk.

  Art. 30. Iedereen die met toepassing van dit decreet in contact komt met gebruikers, eerbiedigt hun ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging en is tot geheimhouding verplicht.

  Art. 31. De juridische eerstelijnsbijstand is gratis voor de gebruikers.

  Art. 32. De juridische eerstelijnsbijstand voldoet aan de volgende voorwaarden. De juridische eerstelijnsbijstand:
  1° is bekend, bereikbaar, beschikbaar, bruikbaar, begrijpbaar en betrouwbaar;
  2° kan plaatsvinden in de lokalen van lokale actoren, telefonisch of via online media, en is bereikbaar op de wijze die bij het publiek bekendgemaakt is door de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand;
  3° wordt gegeven met respect voor de persoonlijke levenssfeer van elke persoon;
  4° vertrekt vanuit een welzijnsgerichte en integrale benadering van de problematiek van de gebruiker en zorgt ervoor dat, als dat nodig is, de gebruiker op een gepaste wijze wordt toegeleid naar sociale hulp- en dienstverlening, juridische tweedelijnsbijstand of een vorm van alternatieve conflicthantering.
  De commissie voor juridische eerstelijnsbijstand deelt onmiddellijk mee aan de gebruiker dat, in voorkomend geval, doorverwijzing naar de juridische tweedelijnsbijstand tot aanbeveling strekt. Ook het bureau voor juridische bijstand wordt daar onmiddellijk van op de hoogte gebracht.
  De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader bepalen.

  Art. 33. De commissie voor juridische eerstelijnsbijstand beschikt over een procedure voor het omgaan met situaties waarbij de integriteit van de gebruiker of van andere personen in gevaar is.

  Art. 34. De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand garanderen eenzelfde klachtenrecht voor de gebruiker door een procedure voor klachtenregistratie en -behandeling op te zetten die voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de regelgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het door de Vlaamse Regering uitgewerkte basiskader voor de klachtenprocedure.
  De procedure, vermeld in het eerste lid, beschrijft de wijze waarop de gebruiker zijn klacht kenbaar kan maken, de wijze waarop de ontvankelijkheid van de klacht wordt beoordeeld, de wijze waarop de klacht wordt behandeld en de wijze waarop de gebruiker wordt geļnformeerd over het resultaat van zijn klacht.

  Art. 35. De commissie voor juridische eerstelijnsbijstand organiseert de juridische eerstelijnsbijstand zodanig dat die bijstand ook toegankelijk is voor personen met een beperking.

  Art. 36. De commissies voor juridische eerstelijnsbijstand kunnen aspecten van hun dienstverlening realiseren in samenwerking met andere commissies voor juridische bijstand.

  Art. 37. De juridische eerstelijnsbijstand wordt onafhankelijk van de juridische tweedelijnsbijstand georganiseerd.

  Afdeling 4. - Omgaan met gegevens

  Art. 38. § 1. De advocaten die aan de gebruikers juridische eerstelijnsbijstand aanbieden, verwerken persoonsgegevens van de gebruikers en kunnen met elkaar en met relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen personen, instanties of organisaties die zijn betrokken bij de hulp- en dienstverlening aan de gebruiker, persoonsgegevens van de gebruikers uitwisselen opdat aan de gebruiker verantwoorde hulp- en dienstverlening kan worden verstrekt en opdat de continuļteit van de hulp- en dienstverlening aan die gebruikers kan worden gegarandeerd.
  De advocaten verwerken de volgende persoonsgegevens van de gebruiker, voor zover de verwerking van deze gegevens nodig is om de taken van de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand, vermeld in artikel 28, § 1, eerste lid, uit te voeren:
  1° de identificatie- en contactgegevens van de gebruiker;
  2° de leeftijd van de gebruiker;
  3° het geslacht van de gebruiker;
  4° de gezinssituatie van de gebruiker;
  5° de nationaliteit van de gebruiker;
  6° de gegevens die noodzakelijk zijn om de rechten van de gebruiker te verkennen en uit te voeren;
  7° de relevante identificatie- en contactgegevens van relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen personen die zijn betrokken bij de hulp- en dienstverlening aan de gebruiker.
  De commissie voor juridische eerstelijnsbijstand treedt op als verwerkingsverantwoordelijke. De advocaten treden op als verwerker.
  § 2. De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.
  De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan ook de verwerking omvatten van de volgende bijzondere categorieėn van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming:
  1° persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst blijken;
  2° persoonsgegevens waaruit politieke opvattingen blijken;
  3° persoonsgegevens waaruit religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen blijken;
  4° persoonsgegevens waaruit het lidmaatschap van een vakbond blijkt;
  5° gegevens over gezondheid;
  6° gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid.
  De verwerking van de bijzondere categorieėn van persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, is gebaseerd op artikel 9, tweede lid, g), van de algemene verordening gegevensbescherming.
  De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, kan ook de verwerking omvatten van persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten als vermeld in artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming.
  § 3. De uitwisseling van persoonsgegevens is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
  1° de gegevensuitwisseling heeft alleen betrekking op gegevens die noodzakelijk zijn om een verantwoorde hulp- en dienstverlening aan de gebruiker te waarborgen;
  2° de gegevens worden alleen uitgewisseld in het belang van de gebruiker;
  3° de gegevens worden alleen uitgewisseld met relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen personen, instanties of organisaties die zijn betrokken bij de hulp- en dienstverlening aan de gebruiker;
  4° behoudens overmacht of dringende noodzaak heeft de gebruiker op wie de gegevens betrekking hebben, zijn instemming gegeven om de gegevens uit te wisselen op de tijdstippen en wijze die de Vlaamse Regering heeft bepaald.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit:
  1° gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevens maximaal zullen worden bewaard;
  2° de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens worden verwerkt en uitgewisseld, waaronder de maatregelen ter beveiliging van de persoonsgegevens.
  De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, de eventuele andere gegevenscategorieėn bepalen die de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand kunnen verwerken, alsook de vorm waarin en de wijze waarop de persoonsgegevens verwerkt en uitgewisseld kunnen worden.
  De commissie voor juridische eerstelijnsbijstand kan aan de advocaten een of meer digitale systemen ter beschikking stellen ter ondersteuning van de gegevensverwerking en uitwisseling. Deze systemen voorzien in een passend beveiligingsniveau voor de verwerking van de persoonsgegevens.

  HOOFDSTUK 2. - Subsidiėring, meerjarenplanning, programmatie, werkgebied en registratie

  Art. 39. § 1. De Vlaamse Regering subsidieert binnen de beschikbare begrotingskredieten de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand voor de organisatie van juridisch eerstelijnsadvies en de vergoeding van de advocaten.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vergoeding van de advocaten door de commissies voor juridische bijstand.
  § 2. Om gesubsidieerd te worden, beschikt de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand over een door de Vlaamse Regering goedgekeurd meerjarenplan, waarin ze beschrijft op welke manier ze de bepalingen van hoofdstuk 1 van titel 3 realiseert. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de meerjarenplanning wordt opgesteld.
  De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling en de toekenning van de subsidie-enveloppen van de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand. Ze houdt daarbij rekening met objectieve criteria inzake maatschappelijke kwetsbaarheid.
  De bepalingen van hoofdstuk 1 van titel 3 gelden als subsidievoorwaarden.
  De Vlaamse Regering kan aanvullende subsidievoorwaarden vastleggen, met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk 1 van titel 3. Ze bepaalt de procedure voor de toekenning van de subsidie-enveloppen.
  § 3. Er kunnen maximaal vijftien commissies voor juridische eerstelijnsbijstand worden gesubsidieerd. De som van de werkgebieden van de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand moet het volledige grondgebied van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad dekken. Er kunnen geen twee commissies actief zijn in hetzelfde werkingsgebied.
  De Vlaamse Regering bepaalt het werkgebied en de programmatie van de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand.

  Art. 40. Om een gericht beleid inzake juridische bijstand te kunnen voeren, bezorgen de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand geanonimiseerde gegevens en gecodeerde persoonsgegevens en gegevens over de juridische eerstelijnsbijstand aan de instantie die door de Vlaamse Regering wordt belast met de bevoegdheid voor het beleid inzake juridische eerstelijnsbijstand. De gegevens hebben betrekking op het aantal en het profiel van de hulpvragers, de probleemgebieden van de hulpvragen en de diensten die hulpvragers doorverwijzen naar de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand.
  De Vlaamse Regering bepaalt de vorm waarin dat gebeurt, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee de gegevens worden bezorgd.

  HOOFDSTUK 3. - Projecten

  Art. 41. De Vlaamse Regering kan, onder de voorwaarden die ze bepaalt en binnen de begrotingskredieten, een subsidie verlenen voor projecten betreffende juridische eerstelijnsbijstand.

  HOOFDSTUK 4. - Toezicht

  Art. 42. De commissie voor juridische eerstelijnsbijstand ziet toe op de kwaliteit van de prestaties die door de advocaten worden verstrekt in het kader van de juridische eerstelijnsbijstand.
  Onverminderd de tuchtprocedures, kan de Raad van de Orde, in geval van tekortkoming en volgens de in de artikelen 458 tot en met 463 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde procedure, het behoud van de advocaat op de in artikel 28, § 2, bedoelde lijst afhankelijk maken van de naleving van de door hem bepaalde voorwaarden, zijn inschrijving op die lijst schorsen voor een periode van acht dagen tot drie jaar, of die eruit weglaten.
  In geval van niet naleving van de door de Raad van de Orde bepaalde voorwaarden met toepassing van het tweede lid, roept de stafhouder de advocaat voor de Raad van de Orde op om een andere in hetzelfde lid bepaalde maatregel uit te spreken.
  Als de advocaat uit de lijst wordt weggelaten, kan hij zijn wederinschrijving op de in artikel 28, § 2, bedoelde lijst aanvragen bij een met redenen omklede aanvraag die niet vóór een termijn van vijf jaar na de weglating kan worden ingediend.
  De in het tweede lid en in het vierde lid bedoelde beslissingen worden met redenen omkleed. Tegen die kan een hoger beroep worden ingesteld overeenkomstig artikel 432bis van het Gerechtelijk Wetboek.

  Art. 43. § 1. De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand die gesubsidieerd zijn en op de advocaten die de juridische eerstelijnsbijstand verlenen.
  De advocaten en de commissies stellen aan die ambtenaren belast met de uitoefening van het toezicht alle gegevens ter beschikking die voor het toezicht noodzakelijk zijn. Ze staan die ambtenaren toe om ter plaatse de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan te verifiėren en alle stappen te ondernemen die daarvoor nodig zijn.
  Van hun vaststellingen maken de ambtenaren, vermeld in het tweede lid, een verslag op. Het verslag heeft bewijswaarde tot het tegendeel is bewezen. Een afschrift van dat verslag wordt naar de commissie in kwestie gestuurd.
  § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vermindering of de terugvordering van de subsidie-enveloppe als de commissie voor juridische eerstelijnsbijstand de subsidievoorwaarden niet naleeft of niet meewerkt aan de uitoefening van het toezicht.

  TITEL 4. - Slotbepalingen, wijzigings- en opheffingsbepalingen

  Art. 44. Artikel 106 van het decreet van 15 juli 2016 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt opgeheven.

  Art. 45. In artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998, worden punt 1°, 3° en 5° opgeheven.
  Artikel 508/2 tot en met 508/6 van hetzelfde wetboek worden opgeheven.

  Art. 46. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 26 april 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:
   Decreet houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2018-2019 Stukken: - Voorstel van decreet : 1438 - Nr. 1 - Advies van de Raad van State : 1438 - Nr. 2 - Amendementen : 1438 - Nrs. 3 t.e.m. 5 - In eerste lezing door de commissie aangenomen artikelen : 1438 - Nr. 6 - Advies van de Gegevensbeschermingscommissie : 1438 - Nr. 7 - Amendementen : 1438 - Nr. 8 - Verslag : 1438 - Nr. 9 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1438 - Nr. 10 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 3 april 2019.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie