einde

Publicatie : 2019-03-12

Beeld van de publicatie
WAALSE OVERHEIDSDIENST

31 JANUARI 2019. - Decreet betreffende de kwaliteit van de binnenlucht (1)



Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:
HOOFDSTUK I. - Algemeen
Artikel 1. § 1. Dit besluit heeft tot doel de hinder voor de lucht in gesloten ruimten te voorkomen of te beperken om zo de risico's voor het milieu en de gezondheid van de bewoners of gebruikers te beperken.
In dit kader bepaalt dit decreet de opdrachten op het vlak van evaluatie, diagnosebijstand en aanbevelingen voor elke bron van vervuiling van de binnenluchtkwaliteit.
§ 2. Dit decreet is niet van toepassing op de inrichtingen die uitsluitend werknemers in dienst hebben die bedoeld zijn in de Codex over het welzijn op het werk ter uitvoering van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
Art. 2. In de zin van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:
1° "aanvrager": elke natuurlijke of rechtspersoon, publiek- of privaatrechtelijk, die een aanvraag indient;
2° "binnenlucht": lucht in een gesloten ruimte, ongeacht de herkomst ervan;
3° "niveau": de concentratie van een stof of deeltjes of een biologisch organisme of de waarde bij een fysische parameter in de binnenlucht;
4° "richtwaarde": het niveau dat in een gesloten ruimte moet worden bereikt of gehandhaafd om gezondheids- of milieueffecten te vermijden, te voorkomen of te verminderen;
5° "interventiewaarde": het niveau waarop preventieve en corrigerende maatregelen nodig zijn;
6° "administratie": de dienst aangewezen door de Regering;
7° "beoordelingsdienst": de dienst die bevoegd is voor de beoordeling van de binnenluchtkwaliteit, zoals aangewezen door de Regering;
8° "voertuig": motorvoertuig in de zin van artikel 1, 41, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
HOOFDSTUK II. - Preventie
Art. 3. Om de kwaliteit van de binnenlucht te behouden, kan de overheid:
1° het gebruik binnenshuis van bepaalde producten in voor het publiek toegankelijke instellingen en in andere gesloten ruimten die zij bepaalt, reglementeren;
2° de onderhouds- en controle-eisen vastleggen voor de werking van de apparatuur die een effect heeft op de kwaliteit van de binnenlucht.
Wanneer de in artikel 5 bedoelde gids voor goede praktijken en de krachtens lid 1, 1°, genomen maatregelen de schadelijke gevolgen van een product voor het milieu, met inbegrip van de menselijke gezondheid, niet doeltreffend bestrijden, kan de Regering het gebruik van het product binnenshuis in voor het publiek toegankelijke instellingen en in andere besloten ruimten die zij bepaalt, verbieden.
Art. 4. In aanwezigheid van minderjarigen is roken in de voertuigen verboden.
Art. 5. § 1. De Regering stelt het publiek een gids van goede praktijken ter beschikking om de hinder voor de binnenlucht te voorkomen en te beperken.
§ 2. De Regering organiseert en onderhoudt een waarnemingscentrum voor de binnenluchtkwaliteit van de onderzochte gebouwen. De gegevens in dit waarnemingscentrum worden anoniem gemaakt.
Zij regelt de procedures voor het verzamelen van de in het waarnemingscentrum opgenomen informatie en de opslagtermijn ervan.
Overeenkomstig Boek I van het Milieuwetboek, bepaalt zij de informatie die openbaar wordt gemaakt.
HOOFDSTUK III. - Beoordeling van de kwaliteit van de binnenlucht
Afdeling 1. - Algemeenheden
Art. 6. Dit Hoofdstuk is van toepassing op:
1° de woningen bedoeld in artikel 1, 3°, van het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen;
2° de openbare gebouwen die onder een openbare activiteit vallen of de delen van deze gebouwen die uit hoofde van hun bestemming of functie bestemd zijn voor de opvang van het publiek;
3° de privé-gebouwen of de delen van deze gebouwen, vastgesteld door de Regering, die op grond van hun bestemming of functie bestemd zijn voor de opvang van het publiek.
Art. 7. Op basis van deze wetenschappelijke gegevens, bepaalt de Regering de richtwaarden en de interventiewaarden.
Wanneer een stof, biologisch organisme of fysische parameter, gemeten in een besloten ruimte, bij een overeenkomstig de artikelen 8 en 9 uitgevoerde beoordeling ernstige risico's voor het milieu of de gezondheid oplevert of kan opleveren en het niveau niet overeenkomstig lid 1 is vastgesteld, stelt de administratie met het oog op de lopende beoordeling de richtwaarden en interventiewaarden voor die in het in artikel 8 bedoelde beoordelingsverslag moeten worden bereikt. Deze richtwaarden en interventiewaarden worden voorgesteld op basis van de wetenschappelijke kennis en internationale aanbevelingen.
In het geval bedoeld in lid 2, bevestigt de Regering de voorgestelde waarden of past zij deze zo nodig aan.
Afdeling 2. - Beoordeling
Art. 8. § 1. Elke aanvraag om een beoordeling van de kwaliteit van de binnenlucht moet worden gemotiveerd met een medisch advies. De aanvraag wordt door de aanvrager of de aangezochte arts bij de Administratie ingediend. De Regering bepaalt de minimuminhoud van het medisch advies
Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een woning, moet het vergezeld gaan van de schriftelijke toestemming van de bewoner van de betrokken woning.
Wanneer de aanvraag betrekking heeft op een van de ruimten bedoeld in artikel 6, eerste, tweede en derde alinea, wordt de eigenaar of exploitant van het bedoelde gebouw daarvan in kennis gesteld.
Elke aanvraag die wordt ingediend zonder dat het medisch advies is bijgevoegd, wordt als niet-ontvankelijk beschouwd
Naast de voorwaarde bedoeld in lid 4, bepaalt de Regering in welke gevallen het verzoek ongegrond of niet-ontvankelijk wordt geacht.
§ 2. Wanneer de aanvraag ontvankelijk is, wordt het door de Administratie naar de beoordelingsdienst gestuurd voor onderzoek.
De beoordelingsdienst stelt een beoordelingsverslag op met de beoordeling van de kwaliteit van de binnenlucht en de daarmee samenhangende milieu- of gezondheidsrisico's, alsmede, in voorkomend geval, de aanbevelingen en de mogelijke corrigerende maatregelen om de binnenluchtkwaliteit van de geanalyseerde ruimten te verbeteren en de in de lucht veroorzaakte verontreiniging te voorkomen of te beperken.
De Regering regelt de wijze van tussenkomst van de beoordelingsdienst en de minimale inhoud van het beoordelingsverslag.
Het verslag wordt overgemaakt aan de aanvrager, aan de arts die het medisch advies bedoeld in paragraaf 1 heeft uitgebracht en in elektronische vorm aan de administratie.
In het geval van een ruimte bedoeld in artikel 3, lid 1, 2° en 3°, wordt een samenvatting van het verslag overgemaakt aan de eigenaar en de exploitant wanneer zij niet de aanvrager zijn. In dat geval bepaalt de Regering de inhoud van deze samenvatting om de vertrouwelijkheid van de opgenomen gegevens te waarborgen.
§ 3. Wanneer de verontreiniging gemeten in de binnenlucht afkomstig is van de omgevingslucht buiten het betrokken gebouw, laat de Regering de oorzaak van de verontreiniging onderzoeken en stelt zij de gemeente daarvan in kennis.
Art. 9. § 1. Wanneer de beoordeling monsternemingen en analyses van de binnenlucht vereist, worden deze handelingen uitgevoerd door erkende laboratoria.
De Regering regelt de modaliteiten voor de tussenkomst van erkende laboratoria
§ 2. De voorwaarden voor de afgifte van een erkenning, procedure en gebruik, zoals vastgesteld voor laboratoria die belast zijn met de monternemingen en analyses in het kader van de bestrijding van luchtverontreiniging, gelden voor de erkenning van laboratoria die belast zijn met de monsternemingen en analyses van de binnenlucht als bedoeld in dit decreet.
De erkenning wordt voor onbepaalde duur toegekend.
De Regering bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de controle van de houders van een erkenning, alsook de regels, schorsings- en intrekkingsmodaliteiten en de specifieke regels.
§ 3. De Regering kan de modaliteiten voor de monsternemingen en de analysemethoden vastleggen.
Afdeling 3. - Actieplannen
Onderafdeling 1. - Acties inzake ruimte bedoeld in artikel 6, lid 1, 1°
Art. 10. Wanneer een interventiewaarde in een woning wordt overschreden of een risico voor het milieu of de gezondheid oplevert dat verband houdt met de kwaliteit van de binnenlucht, maakt de Administratie de gemeente waar de woning zich bevindt het beoordelingsverslag bedoeld in artikel 8, § 2 over.
Indien er maatregelen worden genomen krachtens het Waalse Wetboek van Huisvesting en Duurzaam Wonen, zal de gemeente de Administratie hiervan op de hoogte brengen.
Onderafdeling 2. - Acties inzake ruimte bedoeld in artikel 6, lid 1, 2° en 3°
Art. 11. Wanneer een richtwaarde wordt overschreden in een ruimte bedoeld in deze afdeling, zonder dat de interventiewaarde wordt bereikt, neemt de exploitant van de inrichting op basis van het beoordelingsverslag bedoeld in artikel 8, de nodige maatregelen om de ontwikkeling van de binnenluchtkwaliteit in de betrokken lokalen te volgen. Deze maatregelen hebben tot doel de kwaliteit van de binnenlucht te verbeteren.
De administratie bepaalt binnen welke termijn een nieuwe beoordeling als bedoeld in artikel 8 moet worden uitgevoerd.
Art. 12. § 1. Wanneer een interventiewaarde wordt overschreden of wanneer het evaluatieverslag milieu- en gezondheidsrisico's met betrekking tot de binnenluchtkwaliteit identificeert, moet de exploitant een actieplan ter goedkeuring aan de Administratie voorleggen om de risico's te verminderen en om toezicht te houden op de evolutie van de binnenluchtkwaliteit.
Het actieplan wordt overgemaakt binnen een tussen de eigenaar, de exploitant en de Administratie overeengekomen termijn. Deze termijn mag echter niet langer duren dan zes maanden.
In het actieplan wordt een kalender voor de uitvoering ervan voorgesteld.
Bij gebrek aan overeenstemming of overmaking van het actieplan legt de Administratie een actieplan op dat in verhouding staat tot de risico's.
§ 2. Het evaluatieverslag en het door de Administratie goedgekeurde actieplan worden door de Administratie overgemaakt aan de gemeente waar de bedoelde ruimte zich bevindt.
§ 3. De exploitant voert het actieplan uit in overeenstemming met de goedgekeurde kalender en informeert de gebruikers over de geplande acties volgens de modaliteiten bepaald door de Regering. De administratie zorgt voor de opvolging en de controle van de uitvoering van het actieplan onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden.
Afdeling 4. - Beroepsprocedure
Art. 13. Een beroep tegen de beslissingen van de Administratie bedoeld in artikel 7, tweede lid, in de artikelen 11 en 12 kan door de exploitant worden ingesteld bij de Regering.
De aanvrager van een erkenning bedoeld in artikel 9 kan bij de Regering een beroep instellen tegen de beslissing of het gebrek aan beslissing van de Administratie.
De Regering bepaalt de onderzoeksmodaliteiten en de termijnen voor de beroepen bedoeld in de leden 1 en 2.
Afdeling 5. - Steun
Art. 14. Binnen de grenzen van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering, onder door haar vastgestelde voorwaarden, financiėle steun verlenen ter dekking van de kosten van de beoordeling van de kwaliteit van de binnenlucht.
De Regering stelt de voorwaarden voor de toekenning van de financiėle steun vast en bepaalt de financiėle bijdrage van de aanvrager.
Afdeling 6. - Gegevensbescherming
Art. 15. De verwerking van persoonsgegevens in de aanvragen en de beoordelingsverslagen over de kwaliteit van de binnenlucht wordt uitgevoerd overeenkomstig de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens.
De verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens waarop dit decreet betrekking heeft, is de Administratie
Persoonsgegevens mogen overeenkomstig artikel 8, § 2, niet langer dan drie jaar na de overmaking van het verslag worden bewaard. Wanneer deze gegevens worden opgenomen in het waarnemingscentrum voor de binnenluchtkwaliteit, worden ze anoniem gemaakt.
De Regering bepaalt de technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van persoonsgegevens en om de vertrouwelijkheid ervan te waarborgen.
De verantwoordelijke voor de verwerking verstrekt de personen aan wie een aanvraag om een beoordeling van de kwaliteit van de binnenlucht wordt voorgelegd, bij de bevestiging van de ontvankelijkheid van het verzoek, informatie over de verwerking van de gegevens, alsmede de rechten en beroepen die uitgeoefend kunnen worden.
HOOFDSTUK IV. - Strafbepalingen
Art. 16. Er wordt een overtreding van vierde categorie in de zin van artikel D.151 van Boek I van het Milieuwetboek begaan door de exploitant of de eigenaar van een inrichting toegankelijk voor publiek die:
1° de beoordeling van de kwaliteit van de binnenlucht bedoeld in artikel 8 belemmert;
2° de maatregelen inzake toezicht bedoeld in artikel 11 niet uitvoert;
3° het in artikel 12 bedoelde actieplan niet binnen de voorgeschreven termijn ter goedkeuring voorlegt;
4° het in artikel 12 bedoelde actieplan niet binnen de voorgeschreven termijn uitvoert.
Er wordt een overtreding van derde categorie in de zin van artikel D.151 van Boek I van het Milieuwetboek begaan door de bestuurder of passagier van een voertuig die het verbod bedoeld in artikel 4 overtreedt.
HOOFDSTUK V. - Overgangs- wijzigings- en slotbepalingen
Art. 17. De overtredingen bedoeld in artikel 16 zijn niet strafrechtelijk vervolgd en zijn enkel onderworpen aan administratieve sancties overeenkomstig Boek I van het Milieuwetboek.
In afwijking van artikel D.141 van Boek I van het Milieuwetboek wordt het proces-verbaal van vaststelling van de overtreding binnen vijftien dagen na de vaststelling van de overtreding of na afloop van de termijn bedoeld in artikel D.148, § 1, van Boek I van het Milieuwetboek, door het personeelslid, per aangetekende brief, aan de overtreder overgemaakt. Dat proces-verbaal en een bewijs van de verzending van het aangetekend schrijven naar de overtreder worden binnen dezelfde termijn aan de sanctionerende ambtenaar overgemaakt.
Art. 18. Artikel D.138, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 juni 2008 en voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 december 2014, wordt aangevuld met een punt 19°, luidend als volgt: "19° het decreet van 31 januari 2019 betreffende de kwaliteit van de binnenlucht.".
Art. 19. Dit decreet treedt in werking op de datum die de Regering bepaalt.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Namen, 31 januari 2019.
De Minister-President,
W. BORSUS
De Minister van Sociale Actie, Gezondheid, Gelijke Kansen, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging,
A. GREOLI
De Minister van Economie, Industrie, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieėn, Tewerkstelling en Vorming,
P.-Y. JEHOLET
De Minister van Leefmilieu, Ecologische Overgang, Ruimtelijke Ordening, Openbare Werken, Mobiliteit, Vervoer, Dierenwelzijn en Industriezones,
C. DI ANTONIO
De Minister van Begroting, Financiėn, Energie, Klimaat en Luchthavens,
J.-L. CRUCKE
De Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme, Erfgoed en afgevaardigd bij de Grote Regio,
R. COLLIN
De Minister van de Plaatselijke Besturen, Huisvesting en Sportinfrastructuren,
V. DE BUE
_________
(1) Zitting 2018-2019.
Stukken van het Waalse Parlement 1246 (2018-2019) Nrs. 1 tot 6.
Volledig verslag, plenaire vergadering van 30 januari 2019.
Bespreking.
Stemming.


begin

Publicatie : 2019-03-12