J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2018/10/04/2018015578/justel

Titel
4 OKTOBER 2018. - Decreet betreffende het Waalse Dierenwelzijnwetboek

Bron :
WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 31-12-2018 nummer :   2018015578 bladzijde : 106818       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-10-04/15
Inwerkingtreding : 01-01-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2008204571        2004A27101        2009024269        1999027439        1986016195       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1
Wijzigings, opheffings en slotbepalingen
Afdeling I. - Wijzigingsbepalingen
Onderafdeling 1. - Wijziging in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Art. 2-13
Onderafdeling 2. - Wijzigingen in Boek I van het Milieuwetboek
Art. 14-22
Onderafdeling 3. - Wijziging in het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie
Art. 23
Afdeling 2. - Opheffingsbepaling
Art. 24
Afdeling 3. - Overgangsbepalingen
Art. 25-27
Afdeling 4. - Slotbepaling
Art. 28

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De volgende tekst vormt het Waalse Dierenwelzijnwetboek:
  
  (NOTA : voor de Waalse Dierenwelzijnwetboek, zie 2018-10-04/16)

  Wijzigings, opheffings en slotbepalingen

  Afdeling I. - Wijzigingsbepalingen

  Onderafdeling 1. - Wijziging in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning

  Art. 2. In artikel 2 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "In het kader van een geïntegreerd beleid inzake de vervuilingspreventie en -beperking en het waarborgen van de standaards inzake dierenwelzijn heeft dit decreet ten doel mens en milieu te beschermen tegen gevaren, hinder of ongemakken die een inrichting rechtstreeks of onrechtstreeks zou kunnen veroorzaken tijdens of na de exploitatie ervan en het welzijn van de dieren te verzekeren wanneer ze het voorwerp uitmaken van de installaties en activiteiten van de beoogde inrichting."

  Art. 3. In afdeling 2 van Hoofdstuk I van hetzelfde decreet wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 3bis. Ongeacht de indeling van de installaties en activiteiten zoals bedoeld in artikel 3 leven de installaties en activiteiten de normen inzake dierenwelzijn na.".

  Art. 4. In artikel 4, derde lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 10° ingevoegd, luidend als volgt:
  "10° in voorkomend geval, de verbetering van de voorwaarden betreffende het houden van de dieren die het voorwerp uitmaken van de installaties en de activiteiten en de informatie die regelmatig verstrekt moet worden aan de door de Regering aangewezen overheden over:
  a. de maatregelen genomen om in te spelen op de behoeften van de beoogde dieren;
  b. de maatregelen genomen inzake de opleiding van het personeel van de inrichting i.v.m. dierenwelzijn.".

  Art. 5. In artikel 5 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid aangevuld met volgende woorden: "of met dierenwelzijn";
  2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid aangevuld met volgende woorden: ", en in voorkomend geval, inzake het waarborgen van het welzijn van de dieren bedoeld bij de installatie of de activiteit";
  3° in § 3, derde lid, worden de woorden "of voor de bescherming van de dieren" ingevoegd tussen "of het milieu" en de woorden "ten minste gelijk zijn".

  Art. 6. In artikel 6, tweede lid, worden de woorden "of voor de bescherming van de dieren" ingevoegd tussen "of het milieu" en de woorden "ten minste gelijk zijn".

  Art. 7. In artikel 10, § 1, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet, worden de woorden "of wanneer ze het aantal dieren van de inrichting verhoogt" ingevoegd tussen de woorden "of onrechtstreeks toenemen" en de woorden "of wanneer de door de Regering vastgelegde capaciteitsdrempelwaarden daardoor bereikt worden".

  Art. 8. In artikel 14, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "of voor het waarborgen van het welzijn van de dieren" ingevoegd tussen de woorden "of het milieu tot gevolg kan hebben," en de woorden "kan de bevoegde overheid".

  Art. 9. In artikel 17 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt een punt 11° ingevoegd, luidend als volgt:
  "11° wat betreft de inrichtingen waarin de dieren het voorwerp zijn van de installaties of activiteiten, de gegevens waardoor de significante effecten van de inrichting op de beoogde dieren en hun welzijn kunnen worden gekend en waardoor de maatregelen voorzien om het dierenwelzijn te waarborgen, kunnen worden geïdentificeerd.";
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid luidend als volgt:
  "Wanneer dieren het voorwerp zijn van installaties of activiteiten, bevat de aanvraag een dossier van de rapportering van de effecten van de inrichting op de beoogde dieren en op hun welzijn. De Regering bepaalt de minimale inhoud van dit rapporteringsdossier.".

  Art. 10. In artikel 24 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "of die de normen inzake dierenwelzijn niet naleven".

  Art. 11. In artikel 45, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt een 8° ingevoegd, luidend als volgt:
  "8° in voorkomend geval, het maximum aantal dieren die het voorwerp kunnen zijn van de installaties en activiteiten en de voorziene modaliteiten om hun welzijn te waarborgen.".
  In afdeling 2 van Hoofdstuk VIII van hetzelfde decreet wordt een artikel 59quinquies ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. 59quinquies. De Regering bepaalt de verplichtingen waartoe de exploitant van een inrichting waarin dieren het voorwerp uitmaken van de installaties en activiteiten, bij de beëindiging of de sluiting van die inrichting, gehouden is om het welzijn van de dieren te waarborgen.".

  Art. 12. In artikel 65, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt een 5° ingevoegd, luidend als volgt:
  "5° zo nodig, wat betreft de inrichtingen waarin dieren het voorwerp uitmaken van de installaties en activiteiten, om het dierenwelzijn meer te waarborgen.".

  Art. 13. In artikel 71, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden "of het welzijn van de dieren die het voorwerp zijn van de installaties en activiteiten " ingevoegd tussen de woorden "als het milieu of de veiligheid of de gezondheid van de bevolking" en de woorden "ernstig bedreigd worden en als de exploitant zich niet wil richten naar de instructies".

  Onderafdeling 2. - Wijzigingen in Boek I van het Milieuwetboek

  Art. 14. In artikel D.138, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek, gewijzigd bij het decreet van 12 december 2014, worden de woorden "de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren" gewijzigd door de woorden "het Waalse Dierenwelzijnwetboek".

  Art. 15. In Titel I van Deel VIII van hetzelfde Wetboek wordt een artikel D.138bis ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.138bis. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van Hoofdstuk VII, zijn van toepassing op de bepalingen bedoeld in artikel D.138 en de krachtens deze bepalingen genomen bepalingen.

  Art. 16. In Hoofdstuk I van Titel II van Deel VIII van hetzelfde Wetboek wordt een artikel D.140bis ingevoegd, luidend als volgt:
  "Art. D.140bis. § 1. De in artikel D.140, § 1, bedoelde beambten kunnen elk precies examen en elke precieze controle aan deskundigen toevertrouwen na instemming van de Regering over de toevertrouwden opdrachten.
  De toevertrouwde opdrachten mogen niet verbonden zijn met Hoofdstuk 8 van het Waalse Dierenwelzijnwetboek.
  De deskundigen handelen volgens de instructies van de beambten. Ze voeren hun controleopdrachten uit op een loyale en correcte wijze, overeenkomstig de wets- en verordeningsbepalingen alsook de bijhorende omzendbrieven en instructies. Daartoe leggen ze vóór de uitoefening van hun opdrachten de eed af in de handen van de bevoegde vakminister.
  De waarnemingen en informatie vastgesteld door de deskundige in het kader van zijn opdrachten kunnen worden gebruikt, in voorkomend geval, zonder aanvullende vaststelling, door de in artikel D.140, § 1 bedoelde beambten om met name een proces-verbaal op te maken dat bewijskracht heeft, tenzij het tegendeel is bewezen.
  § 2. De Regering legt de lijst vast van de examens en controles die aan deskundigen kunnen worden toevertrouwd alsook de overtredingen waarvoor deze deskundigen bevoegd zijn. Ze bepaalt de voorwaarden en de procedure betreffende de delegatie van de opdrachten aan de deskundigen, die in § 1 bedoeld zijn. Ze bepaalt de vereiste vaardigheid van de deskundigen, hun rechten en plichten alsook de wijze waarop zijn voor hun diensten worden bezoldigd.
  § 3. De Regering bepaalt de sancties die kunnen worden opgelegd in geval van niet-naleving van de rechten en wettelijke en reglementaire bepalingen, voor de uitvoering waarvan de deskundigen samenwerken.
  § 4. De deskundigen beschikken niet over de onderzoeksmiddelen bedoeld in Hoofdstuk II van Titel II.

  Art. 17. In Hoofdstuk III van Titel II van Deel VIII van hetzelfde Boek wordt een artikel D.149bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. D.149bis. § 1. Wanneer een overtreding vastgesteld wordt of voorheen vastgesteld is en die overtreding levende dieren betreft, kan de administratieve inbeslagname van de dieren besloten worden door een beambte bedoeld in artikel D.140 van Boek I van het Milieuwetboek of door de burgemeester van de gemeente op het grondgebied waarvan de dieren zich over het algemeen bevinden. De beambte of de burgemeester laat de dieren dan in geschikte opvangplaats onderbrengen.
  De dieren die ondanks een uitgesproken verbod of een intrekking van vergunning bedoeld in artikel D.6 van het Waalse Dierenwelzijnwetboek gehouden worden, kunnen te allen tijde in beslag genomen worden door een beambte bedoeld in artikel D.140 of door de burgemeester van de gemeente op het grondgebied waarvan de dieren zich over het algemeen bevinden.
  § 2. Wanneer een beambte bedoeld in artikel D.140 of een burgemeester overeenkomstig § 1 overgaat tot of laat overgaan tot een inbeslagname, wordt een afschrift van de beslissing tot inbeslagname gezonden aan de door de Regering aangewezen dienst en volgens de door haar bepaalde modaliteiten. De beambte voegt bij zijn zending een afschrift van het proces-verbaal waarmee de overtreding wordt vastgesteld.
  Wanneer de overtreding die tot de inbeslagname heeft geleid, door een politieofficier is vastgesteld, wordt een afschrift van het proces-verbaal innen vijftien dagen na de vaststelling van de feiten toegezonden aan de door de Regering aangewezen dienst en volgens de door haar bepaalde modaliteiten.
  § 3. De Regering of de burgemeester bepaalt de bestemming van het(de) dier(en) dat (die)overeenkomstig paragraaf 1 in beslag werd(en) genomen. Deze bestemming bestaat uit:
  1° het onder voorwaarden teruggeven aan de eigenaar;
  2° het verkopen;
  3° het in volle eigendom geven aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon;
  4° of het zonder verwijl doden wanneer het nodig is.
  Wanneer de bestemming uit de verkoop van de in beslag genomen dieren bestaat, is het aan de daartoe vereiste gerechtsdeurwaarder om zijn ministerie te lenen met het oog op de verwezenlijking ervan en de gevolgen die eraan verbonden zijn.
  De Regering bepaalt de te volgen procedure om de bestemming van de dieren vast te leggen.
  § 4. Wanneer een inbeslagname overeenkomstig de §§ 1 tot 3 wordt verricht, richt de beambte of de burgemeester de verantwoordelijke voor de in beslag genomen dieren:
  1° een afschrift van de akte van beslag;
  2° de nuttige inlichtingen betreffende de plaats waar de dieren worden ondergebracht, en de bestemming van de dieren;
  3° in voorkomend geval, een afschrift van de rechtvaardiging van een dierenarts waaruit blijkt dat het zonder verwijl doden overeenkomstig § 3, eerste lid, 4°, nodig is.
  § 5. Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 3 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst door de administratie van het in § 2 bedoelde proces-verbaal en van de beslissing tot inbeslagname.
  Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde termijn wordt de dag van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde documenten niet meegerekend. De vervaldag wordt in de termijn meegerekend. Als de termijn op een zaterdag, zondag of feestdag verstrijkt, wordt de vervaldag tot de volgende werkdag verlengd.
  Bij gebrek aan beslissing binnen de in het eerste lid bedoelde termijn moet de Regering of de burgemeester de verantwoordelijke voor de dieren in kennis stellen van de automatische opheffing van de inbeslagname en de mogelijkheid om het dier in bezit te nemen waar het ondergebracht wordt. De dieren zullen binnen vijftien dagen na de kennisgeving opgehaald moeten worden. Na afloop van die termijn wordt de eigendom van het dier automatisch overgedragen aan de natuurlijke of rechtspersoon die bedoeld dier huisvest.
  § 6. De kosten verbonden aan de op grond van de §§ 1 tot 3 genomen maatregelen worden gedragen door de verantwoordelijke voor het dier.
  Indien de in het eerste lid bedoelde kosten door het Waalse Gewest of door de gemeente worden voorgeschoten, worden zij verhaald op de verantwoordelijke voor de dieren.
  Indien de dieren worden verkocht, wordt de aldus ontvangen som bij voorrang gebruikt om de in het eerste lid bedoelde kosten te dekken. Het eventuele saldo wordt aan de eigenaar overgemaakt.".

  Art. 18. Artikel D.153, eerste lid, 3°, van hetzelfde Boek wordt aangevuld met de woorden "of waardoor het leven van het dier ernstig in gevaar werd gebracht".

  Art. 19. In artikel D.157, § 2, van hetzelfde Boek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° lid 1 wordt aangevuld met de punten 6°, 7° en 8°, luidend als volgt:
  "6° het niet definitief houden of tot het houden tijdens een periode van drie maanden tot tien jaar van één of meerdere dieren van één of meerdere soorten of tot het beperken van het aantal ervan;
  7° de intrekking van de vergunning voor het houden van een dier bedoeld in artikel D.6 van het Waalse Dierenwelzijn;
  8° het sluiten voor een periode van één maand tot drie jaar van de inrichting waarin de overtredingen zijn begaan.".
  2° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende leden:
  "Overeenkomstig het eerste lid, 7°, kan de intrekking van de vergunning voor het houden van een dier voor een bepaalde termijn of definitief uitgesproken worden. De bepaalde termijn mag niet kleiner zijn dan drie maanden.
  Het verbod op het houden of de intrekking van de vergunning tot het houden van een dier uitgesproken door de rechter overeenkomstig het eerste lid heeft voor de overtreder als gevolg dat hij onder de vastgestelde voorwaarden niet meer toegelaten is om rechtstreeks, onrechtstreeks of door een tussenpersoon één of meerdere dieren te houden.
  De beslissingen tot intrekking van de vergunning worden vermeld in een databank die alleen toegankelijk is voor:
  1° de rechters:
  2° de sanctionerende ambtenaars;
  3° de in artikel D.140 bedoelde beambten;
  4° de burgemeesters;
  5° de agenten en officieren van de politie.
  In de in artikel D.149bis, § 1, bedoelde gevallen kan de rechter de verbeurdverklaring uitspreken. De verbeurdverklaring wordt altijd uitgesproken in de gevallen bedoeld in artikel D.149bis, § 1, tweede lid. Dit is eveneens het geval bij dierengevechten of -schietingen, wat de inzetten, het entreegeld en de voorwerpen of installaties betreft die voor die gevechten of die schietoefeningen worden gebruikt.".

  Art. 20. In artikel D.159, § 2, 8°, van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, worden de woorden "van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren" vervangen door de woorden "van het Waalse Dierenwelzijn".

  Art. 21. In Titel VI van Deel VIII van hetzelfde Boek wordt een artikel D.163bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. D.163bis. Wanneer een overtreding van het Waalse Dierenwelzijn of van de krachtens dat Wetboek genomen beslissingen vastgesteld wordt, kan de sanctionerend ambtenaar bij wijze van bijkomende sanctie:
  1° de bij het Waalse Dierenwelzijnwetboek bedoelde erkenningen en vergunningen na advies van de voor de toekenning van de erkenning of vergunning bevoegde overheid schorsen of intrekken;
  2° verbieden om één of meerdere dieren tijdens een periode van één maand tot vijf jaar van één of meerdere soorten van één of meerdere soorten te houden of om het aantal ervan te beperken;
  3° over te gaan tot de intrekking van de vergunning voor het houden van een dier bedoeld in artikel D.6 van het Waalse Dierenwelzijn.
  Overeenkomstig het eerste lid, 3°, kan de intrekking van de vergunning voor het houden van een dier voor een bepaalde termijn of definitief uitgesproken worden. De bepaalde termijn mag niet kleiner zijn dan één maand.
  Het verbod op het houden of de intrekking van de vergunning tot het houden van een dier uitgesproken door de sanctionerend ambtenaar overeenkomstig het eerste lid heeft voor de overtreder als gevolg dat hij onder de vastgestelde voorwaarden niet meer toegelaten is om rechtstreeks, onrechtstreeks of door een tussenpersoon één of meerdere dieren te houden.
  De beslissingen tot intrekking van de vergunning worden vermeld in een databank die alleen toegankelijk is voor de:
  1° rechters:
  2° sanctionerende ambtenaars;
  3° de in artikel D.140 bedoelde beambten;
  4° de burgemeesters;
  5° de agenten en officieren van de politie.".

  Art. 22. In artikel D.170, § 3, vierde lid, van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het decreet van 12 december 2014, worden de woorden "van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren" vervangen door de woorden "van het Waalse Dierenwelzijn".

  Onderafdeling 3. - Wijziging in het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie

  Art. 23. In artikel 2, § 1, 10°, van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie, gewijzigd bij de decreten van 22 januari 2015 en 16 februari 2017 worden de woorden "bij artikel 31 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren" vervangen door de woorden "bij artikel D.77 van het Waalse Dierenwelzijn".

  Afdeling 2. - Opheffingsbepaling

  Art. 24. Opgeheven worden :
  1° met uitzondering van de artikelen 20 tot en met 30/1, de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, laatst gewijzigd bij het decreet van 18 mei 2017 ;
  2° de wet van 9 juni 2009 tot oprichting van een Belgisch Centrum voor alternatieven voor dierproeven.
  De artikelen 20 tot en met 30/1 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren worden opgeheven op de door de Regering bepaalde datum.

  Afdeling 3. - Overgangsbepalingen

  Art. 25. In afwijking van artikel D.27 van het Waalse Dierenwelzijn is het gebruik van kooien voor de legkippenhouderij toegelaten tot:
  1° de vervaldatum van de milieuvergunning wanneer ze toegekend is overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning vóór de inwerkingtreding van dit Wetboek;
  2° 1 januari 2028 wanneer de in het eerste lid bedoelde vergunning vóór die datum verstrijkt.

  Art. 26. Tot 31 augustus 2019 is artikel D.57 van het Waalse Dierenwelzijnwetboek niet van toepassing op slachtingen voorgeschreven door de ritus van een eredienst.
  De Regering kan voorzien in de controleprocedure en -voorwaarden waarbij aangetoond wordt dat het slachten ondernomen wordt in het kader van de ritus van een eredienst.

  Art. 27. Voor de besluiten aangenomen in uitvoering van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren die blijven bestaan op het moment van de inwerkingtreding van het Waalse Dierenwelzijnwetboek en tot hun opheffing of vervanging wordt verstaan onder "verhandelen": in de handel brengen, te koop aanbieden, in het bezit hebben, verwerven, vervoeren, ten verkoop tentoonstellen, ruilen, verkopen, onder kosteloze of bezwarende titel afstaan.

  Afdeling 4. - Slotbepaling

  Art. 28. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2019.
  In afwijking van het eerste lid treden de artikelen D.62 tot en met D.97 van het Waalse Dierenwelzijn in werking op de door de Regering bepaalde datum.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Namen, 4 oktober 2018.
De Minister-President,
W. BORSUS
De Minister van Sociale Actie, Gezondheid, Gelijke Kansen, Ambtenarenzaken
en Administratieve vereenvoudiging,
A. GREOLI
De Minister van Economie, Industrie, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën,
Tewerkstelling en Vorming,
P.-Y. JEHOLET
De Minister van Leefmilieu, Ecologische Overgang, Ruimtelijke Ordening,
Openbare Werken, Mobiliteit, Vervoer, Dierenwelzijn en Industriezones,
C. DI ANTONIO
De Minister van Begroting, Financiën, Energie, Klimaat en Luchthavens,
J.-L. CRUCKE
De Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden,
Toerisme, Erfgoed en afgevaardigd bij de Grote Regio,
R COLLIN
De Minister van de Plaatselijke Besturen, Huisvesting en Sportinfrastucturen,
V. DE BUE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
    Zitting 2017-2018. Stukken van het Waals Parlement 1150 (2017-2018) Nrs. 1 en 1bis tot 6. Volledig verslag, plenaire vergadering van 3 oktober 2018. Bespreking. Stemming.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel
Franstalige versie