einde

Publicatie : 2018-06-26

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID

8 JUNI 2018. - Decreet houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (1)



Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :
Decreet houdende de aanpassing van de decreten aan de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Art. 2. Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Kanselarij en Bestuur
Onderafdeling 1. - Wijziging van het decreet van 2 maart 1999 houdende machtiging tot deelneming in een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid bevoegd voor de uitvoering van opdrachten met betrekking tot de werving en selectie van overheidspersoneel
Art. 3. Aan artikel 5ter, § 3, van het decreet van 2 maart 1999 houdende machtiging tot deelneming in een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid bevoegd voor de uitvoering van opdrachten met betrekking tot de werving en selectie van overheidspersoneel, ingevoegd bij het decreet van 29 mei 2015, worden een vierde tot en met een negende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan Audit Vlaanderen beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde tot en met het negende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het vierde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
Audit Vlaanderen moet de beslissing, vermeld in het vierde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vierde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag Audit Vlaanderen op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan Audit Vlaanderen heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vierde lid, tijdens de periode, vermeld in het vijfde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst Audit Vlaanderen hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 2. - Wijziging van het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003
Art. 4. Aan artikel 34, § 2, van het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003, vervangen bij het decreet van 5 juli 2013, worden een tweede tot en met een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan Audit Vlaanderen beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het derde tot en met het zevende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het tweede lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
Audit Vlaanderen moet de beslissing, vermeld in het tweede lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is worden de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het tweede lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag Audit Vlaanderen op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan Audit Vlaanderen heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het tweede lid, tijdens de periode, vermeld in het derde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst Audit Vlaanderen hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur
Art. 5. In artikel 16 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur wordt de zin "Als iemand vaststelt dat een bestuursdocument onjuiste of onvolledige informatie over hem bevat, kan de betrokkene de bevoegde instantie verplichten de informatie te verbeteren of aan te vullen, op voorwaarde dat hij de nodige bewijsstukken kan voorleggen." vervangen door de zin "Als iemand vaststelt dat een bestuursdocument onjuiste of onvolledige informatie over hem bevat, kan de betrokkene, met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, de bevoegde instantie verplichten de informatie te verbeteren of aan te vullen op voorwaarde dat de betrokkene de nodige bewijsstukken kan voorleggen.".
Art. 6. Aan artikel 20, § 3, derde lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", met behoud van de toepassing van artikel 12, lid 5, en artikel 15, lid 3, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)" toegevoegd.
Onderafdeling 4. - Wijzigingen van het Provinciedecreet van 9 december 2005
Art. 7. Aan artikel 30, § 1, van het Provinciedecreet van 9 december 2005, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt de zinsnede ", onder voorbehoud van de toepassing van artikel 12, lid 5, en artikel 15, lid 3, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)" toegevoegd.
Art. 8. In artikel 256 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 29 juni 2012 en 5 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het derde lid wordt de volgende zin toegevoegd :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) heeft de persoon, op wie de rapportering betrekking heeft, geen toegang tot die verklaringen, behalve met toestemming van degene die de onregelmatigheid heeft gerapporteerd.";
2° er worden een vierde tot en met een negende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de voormelde verordening kan Audit Vlaanderen beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde tot en met het negende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het vierde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
Audit Vlaanderen moet de beslissing, vermeld in het vierde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vierde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag Audit Vlaanderen op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan Audit Vlaanderen heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vierde lid, tijdens de periode, vermeld in het vijfde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst Audit Vlaanderen hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 5. - Wijziging van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten
Art. 9. In het opschrift van hoofdstuk II van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten wordt het woord "AGIV" vervangen door de woorden "het agentschap".
Onderafdeling 6. - Wijziging van het KLIP-decreet van 14 maart 2008
Art. 10. In artikel 16, eerste lid, van het KLIP-decreet van 14 maart 2008, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016, wordt de zinsnede "verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, eerste lid, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)".
Onderafdeling 7. - Wijzigingen van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer
Art. 11. In artikel 2 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);";
2° punt 5° wordt opgeheven;
3° in punt 6° wordt de zinsnede "iedere verwerking als vermeld in artikel 1, § 2, van de privacywet" vervangen door de zinsnede "de verwerking, vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming";
4° in punt 7° wordt de zinsnede "een of meer handelingen als vermeld in artikel 1, § 2, van de privacywet" vervangen door de zinsnede "een of meer bewerkingen als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming";
5° punt 8° wordt opgeheven;
6° in punt 14° wordt de zinsnede "de persoonsgegevens, vermeld in artikel 1 van de privacywet" vervangen door de zinsnede "de persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming".
Art. 12. In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art. 13. In artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 1° en punt 2° wordt het woord "privacywet" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
2° punt 4° en punt 5° worden opgeheven.
Art. 14. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt :
"Hoofdstuk 3. De bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens en de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 15. In hoofdstuk 3 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt :
"Afdeling 1. De bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 16. Artikel 8 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 8. § 1. Elke elektronische mededeling van persoonsgegevens door een instantie naar een andere instantie of naar een externe overheid vereist een protocol, gesloten tussen de betreffende instanties.
In dat protocol wordt in ieder geval het volgende vastgelegd :
1° de identificatie van de verwerkingsverantwoordelijken;
2° de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden medegedeeld;
3° de categorieën en omvang van de medegedeelde persoonsgegevens conform het proportionaliteitsbeginsel;
4° de categorieën van ontvangers en derden die mogelijks de gegevens eveneens verkrijgen;
5° de wettelijke basis van zowel de mededeling als de inzameling van de gegevens;
6° de beveiligingsmaatregelen van de mededeling, rekening houdend met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context en de verwerkingsdoeleinden en de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van personen;
7° de periodiciteit van de mededeling;
8° de duur van de mededeling;
9° de sancties in geval van niet-naleving van het protocol;
10° de beschrijving van de precieze doeleinden waarvoor de gegevens oorspronkelijk werden ingezameld door de instantie die beheerder is van de gevraagde gegevens;
11° ingeval van latere verwerking van de ingezamelde gegevens, vermelding van de verenigbaarheidsanalyse van de doeleinden van deze verwerking met het doeleinde waarvoor de gegevens aanvankelijk zijn verzameld overeenkomstig artikel 6, lid 4, van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° afspraken omtrent de garantie van de kwaliteit van de gegevens en in voorkomend geval de eerbiediging van het wettelijk kader dat de toegang tot de authentieke gegevensbron regelt;
13° specifieke maatregelen die de gegevensmededeling omkaderen zoals de keuze van het formaat van de mededeling, de logging van de toegangen zodat men kan controleren wie wanneer toegang had tot welke gegevens en waarom en de invoering van een verwijzingsrepertorium in het geval van een automatische mededeling van de wijzigingen aan de gegevens.
Het protocol wordt gesloten door de betreffende verwerkingsverantwoordelijken na advies van de functionaris voor gegevensbescherming van alle betrokken instanties en wordt vervolgens onmiddellijk bekendgemaakt op de website van alle betrokken instanties.
Voorafgaand aan het sluiten van een protocol kan op verzoek van een betrokken partij het advies van de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10 of 10/1, worden ingewonnen. De Vlaamse toezichtcommissie brengt haar advies uit binnen een termijn van dertig dagen nadat alle daartoe noodzakelijke gegevens aan de Vlaamse toezichtcommissie zijn medegedeeld. In speciaal gemotiveerde dringende gevallen kan de termijn worden teruggebracht tot vijftien dagen. De adviezen van de Vlaamse toezichtcommissie zijn schriftelijk en met redenen omkleed. Ze worden aan de betreffende instantie meegedeeld en op de website van de Vlaamse toezichtcommissie bekendgemaakt.
§ 2. De mededeling van persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, vereist geen protocol indien het informatieveiligheidscomité, opgericht met toepassing van artikel 2 van de wet tot oprichting van het informatieveiligheidscomité en tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, bevoegd is om met betrekking tot die mededeling een beraadslaging te verlenen.
§ 3. Over de mededeling van persoonsgegevens binnen een instantie beslist de verwerkingsverantwoordelijke van die instantie zelf na voorafgaand advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de betreffende instantie. De functionaris voor gegevensbescherming adviseert de verwerkingsverantwoordelijke welke soorten persoonsgegevens voor welke specifieke doeleinden kunnen worden meegedeeld tussen entiteiten binnen de betreffende instantie en op welke manier die mededeling gebeurt. Daartoe onderzoekt de functionaris voor gegevensbescherming of de gegevens toereikend en ter zake dienend zijn, alsook beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden meegedeeld. In het geval de functionaris voor gegevensbescherming oordeelt dat de mededeling, gelet op onder meer de aard, de omvang, de context en de doeleinden van de mededeling, waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen wiens gegevens zouden worden meegedeeld, kan voorafgaand aan de mededeling het advies bij de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1, worden ingewonnen.".
Art. 17. Artikel 9 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 9. Conform artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming wijst iedere instantie die persoonsgegevens verwerkt, een functionaris voor gegevensbescherming aan.
De Vlaamse Regering bepaalt nader de opdrachten en de manier van aanwijzing van die functionarissen voor gegevensbescherming.
Als de instantie een beroep doet op een verwerker als vermeld in artikel 4, 8), van de algemene verordening gegevensbescherming, wijst de verwerker eveneens een functionaris voor gegevensbescherming aan.
De veiligheidsconsulenten die door de instanties werden aangewezen conform artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer zoals dit gold ten laatste op 24 mei 2018, kunnen de functie van functionaris voor gegevensbescherming opnemen als ze voldoen aan de vereisten, vermeld in artikel 37, lid 5, van de algemene verordening gegevensbescherming.".
Art. 18. In hoofdstuk 3 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt :
"Afdeling 2. De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 19. In artikel 10 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 24 juli 2009 en 8 januari 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het woord "zes" telkens vervangen door het woord "drie";
2° aan het eerste lid van paragraaf 1 wordt de volgende zin toegevoegd :
"Die drie leden zijn respectievelijk een jurist, een informaticus en een persoon die beroepservaring kan voorleggen in het beheer van persoonsgegevens.";
3° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
" § 2. De Vlaamse toezichtcommissie verzoekt de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, vermeld in artikel 114, § 1, tweede lid, van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, een lid af te vaardigen om iedere beraadslaging van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer als waarnemer bij te wonen.".
Art. 20. In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 10/1. § 1. Er wordt een Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens opgericht. De Vlaamse toezichtcommissie is een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid en is als toezichthoudende autoriteit voor de verwerking van persoonsgegevens verantwoordelijk voor het toezicht op de toepassing van de algemene verordening gegevensbescherming door de instanties.
De Vlaamse toezichtcommissie is wat betreft haar organisatie, juridische structuur en besluitvorming autonoom en functioneel onafhankelijk van de instanties op wiens gegevensverwerkingsprocessen ze toezicht houdt.
De Vlaamse toezichtcommissie is de rechtsopvolger van de Vlaamse toezichtcommissie, opgericht bij artikel 10 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.
Alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken die van de Vlaamse toezichtcommissie uitgaan, vermelden de benaming van de dienst, met onmiddellijk daarvoor of daarna, leesbaar en voluit geschreven, de woorden "autonome dienst met rechtspersoonlijkheid".
§ 2. De Vlaamse toezichtcommissie bestaat uit drie leden en drie plaatsvervangende leden.
De Vlaamse toezichtcommissie verzoekt de Gegevensbeschermingsautoriteit, vermeld in artikel 3 van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, een lid af te vaardigen om iedere beraadslaging van de Vlaamse toezichtcommissie als waarnemer bij te wonen.
§ 3. De leden van de Vlaamse toezichtcommissie alsook een plaatsvervanger voor elk van hen worden na een openbare oproep tot kandidaatstelling en op basis van een vergelijkende selectie aangesteld door de Vlaamse Regering voor een mandaat van zes jaar.
De openbare oproep tot kandidaatstelling vermeldt het aantal vacante plaatsen, de aanstellingsvoorwaarden en de nadere regels inzake de indiening van de kandidaatstelling.
§ 4. De leden van de Vlaamse toezichtcommissie worden aangesteld op grond van hun kwalificaties, ervaring en vaardigheden op het gebied van zowel juridische als technologische expertise inzake de verwerking en bescherming van persoonsgegevens.
De Vlaamse Regering duidt onder de leden een voorzitter aan.
§ 5. Om lid te kunnen worden en het te kunnen blijven, moet de kandidaat aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° burger zijn van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;
3° geen lid zijn van het Europees Parlement, de Senaat, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement of een ander gemeenschaps- of gewestparlement, de provincieraad, de districtsraad, de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn;
4° geen lid van de Federale Regering en een gewest- of gemeenschapsregering, gewestelijk staatssecretaris, provinciegouverneur, adjunct-gouverneur, vice-gouverneur, lid van de deputatie, het districtscollege, districtsburgemeester, burgemeester of schepen zijn en geen lid zijn van een bestendige deputatie of een college van burgemeester en schepenen;
5° geen functie uitoefenen in een kabinet of beleidscel van een instelling als vermeld in punt 3° en 4° ;
6° alle waarborgen bieden met het oog op de onafhankelijke uitoefening van zijn opdracht;
7° houder zijn van een diploma dat toegang verleent tot een ambt van niveau A bij de diensten van de Vlaamse Regering of gelijkaardig door ervaring;
8° ten minste vijf jaar nuttige beroepservaring hebben op juridisch, administratief of informaticatechnisch gebied;
9° tijdens de duur van zijn mandaat overeenkomstig artikel 52, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming, geen handelingen verrichten die onverenigbaar zijn met zijn taken.".
Art. 21. In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 10/2. § 1. De leden van de Vlaamse toezichtcommissie kunnen maximaal twee, al dan niet aaneensluitende, mandaten uitoefenen. De mandaten worden niet van rechtswege verlengd. De Vlaamse Regering start ten laatste zes maanden voor het verstrijken van de mandaten de aanstellingsprocedure.
Als het mandaat van een lid een einde neemt voor de vastgestelde datum, start de Vlaamse Regering zo spoedig mogelijk de selectieprocedure met het oog op de aanstelling van een nieuw lid. Het nieuwe lid voleindigt het mandaat van zijn voorganger.
§ 2. Binnen de perken van haar bevoegdheid is de Vlaamse toezichtcommissie volledig onafhankelijk en neutraal en kan de Vlaamse toezichtcommissie, noch haar leden, noch haar personeelsleden, instructies of bevelen van het Vlaams Parlement of van een andere publieke of particuliere entiteit noch op directe noch op indirecte wijze vragen of ontvangen, zoals bepaald in artikel 52, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming. De Vlaamse toezichtcommissie oefent haar taken en bevoegdheden op onpartijdige, objectieve en transparante wijze uit.
Het mandaat van de leden van de Vlaamse toezichtcommissie kan niet worden beëindigd wegens meningen of daden, gesteld in de normale uitoefeningen van zijn ambt.
§ 3. Het mandaat van het lid van de Vlaamse toezichtcommissie eindigt van rechtswege wanneer hij definitief arbeidsongeschikt wordt verklaard.
De Vlaamse Regering beëindigt het mandaat van het lid van de Vlaamse toezichtcommissie :
1° op verzoek van het lid;
2° wanneer het lid niet langer aan de voorwaarden, vermeld in artikel 7, voldoet.
De Vlaamse Regering kan het mandaat van het lid van de Vlaamse toezichtcommissie beëindigen :
1° wanneer het lid de leeftijd van 67 jaar bereikt;
2° indien het lid op ernstige wijze is tekortgeschoten in de uitoefening van zijn taak.
§ 4. Vooraleer een beslissing te nemen over de beëindiging van het mandaat, vermeld in paragraaf 3, derde lid, 2°, wordt de betrokkene gehoord over de aangevoerde redenen.
Voorafgaandelijk aan de hoorzitting stelt de Vlaamse Regering een dossier samen dat alle stukken bevat die betrekking hebben op de aangevoerde redenen.
Ten minste vijf dagen voor de hoorzitting wordt de betrokkene opgeroepen bij aangetekende zending met ten minste opgave van :
1° de aangevoerde ernstige redenen;
2° het feit dat de opheffing van het mandaat wordt overwogen;
3° plaats, dag en uur van de hoorzitting;
4° het recht van de betrokkene zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze;
5° de plaats waar en de termijn waarbinnen het dossier kan worden ingezien;
6° het recht om getuigen te doen oproepen.
Vanaf de oproeping tot en met de dag voor de hoorzitting kunnen de betrokkene en de persoon die hem bijstaat het dossier inzien.
Van de hoorzitting wordt een verslag opgesteld.
§ 5. Het is de leden verboden aanwezig te zijn bij een beraadslaging of besluit over dossiers waarbij zij een persoonlijk of rechtstreeks belang hebben.
Alvorens hun mandaat aan te vatten, vullen zij een verklaring in dat er geen belangenconflicten zijn en ondertekenen zij deze. Die verklaring wordt tijdens de duur van hun mandaat bij het secretariaat van de Vlaamse toezichtcommissie bewaard.
§ 6. Behoudens wettelijke uitzonderingen zijn de leden en de personeelsleden van de Vlaamse toezichtcommissie tijdens en na de uitoefening van hun respectieve mandaat, statuut en overeenkomst verplicht het vertrouwelijke karakter te bewaren van de feiten, handelingen of inlichtingen waarvan zij uit hoofde van hun functie kennis hebben gehad.
§ 7. De Vlaamse toezichtcommissie kan protocollen inzake de vertrouwelijkheidsplicht sluiten met derde instanties teneinde de uitwisseling van gegevens noodzakelijk voor de uitoefening van haar taken en bevoegdheden te waarborgen.".
Art. 22. In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 10/3. § 1. De voorzitter van de Vlaamse toezichtcommissie geeft leiding aan de werkzaamheden van de Vlaamse toezichtcommissie.
De Vlaamse toezichtcommissie stelt een huishoudelijk reglement vast dat in ieder geval nadere regels over het financiële beheer en de administratieve organisatie alsmede over werkwijzen en procedures met het oog op een goede en zorgvuldige uitoefening van de verschillende taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 57 en 58 van de algemene verordening gegevensbescherming.
Het huishoudelijk reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering en na goedkeuring bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Vlaamse toezichtcommissie.
§ 2. De Vlaamse toezichtcommissie beschikt over personeel dat ter beschikking wordt gesteld door de diensten van de Vlaamse Regering die bevoegd zijn voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. De door de voornoemde diensten aan de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, vermeld in artikel 10, ter beschikking gestelde statutaire en contractuele personeelsleden worden op de datum van de opheffing van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer overgedragen naar de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens minstens met behoud van hun hoedanigheid en rechten, hun anciënniteit, hun loon, vergoedingen en toelagen en andere voordelen die hen overeenkomstig de regelgeving of arbeidsovereenkomst werden verleend.
§ 3. De personeelsleden van de Vlaamse toezichtcommissie staan onder de leiding en het gezag van de voorzitter van de Vlaamse toezichtcommissie.
§ 4. De personeelsleden van de Vlaamse toezichtcommissie zijn onderworpen aan de rechtspositieregeling die van toepassing is op de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering.
§ 5. De plaatsvervangende voorzitter en de vaste of plaatsvervangende leden hebben recht op presentiegeld voor een bedrag van 294,55 euro (indexcijfer 1,67374). Dat bedrag is gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen. De voorzitter heeft recht op anderhalve maal het presentiegeld. Alle leden hebben recht op de vergoedingen voor reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van de ministeries.
§ 6. De Vlaamse toezichtcommissie is onderworpen aan de bepalingen zoals opgenomen in titel 3, met uitzondering van artikel 48 en 49, titel 4 en 6, van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof.
De Vlaamse toezichtcommissie voegt bij haar jaarlijks begrotingsvoorstel een werkplan.
§ 7. Overeenkomstig artikel 59 van de algemene verordening gegevensbescherming wordt door de Vlaamse toezichtcommissie een activiteitenverslag opgesteld en bezorgd aan de Vlaamse Regering, de Europese Commissie, het Europees Comité voor gegevensbescherming en de federale Gegevensbeschermingsautoriteit.
Het verslag wordt bekendgemaakt op de website van de Vlaamse toezichtcommissie.
§ 8. De voorzitter van de Vlaamse toezichtcommissie of in voorkomend geval een van de andere leden van de Vlaamse toezichtcommissie kan al dan niet op eigen verzoek te allen tijde door de Vlaamse Regering worden gehoord.".
Art. 23. In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/4 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 10/4. § 1. De Vlaamse toezichtcommissie verstrekt, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering adviezen omtrent elke aangelegenheid met betrekking tot de verwerkingen van persoonsgegevens.
De Vlaamse toezichtcommissie brengt haar advies uit binnen een termijn van dertig dagen nadat alle daartoe noodzakelijke gegevens aan de Vlaamse toezichtcommissie zijn medegedeeld. In speciaal gemotiveerde dringende gevallen kan de termijn worden teruggebracht tot vijftien dagen.
De adviezen van de Vlaamse toezichtcommissie zijn schriftelijk en met redenen omkleed. Ze worden aan de betreffende instantie meegedeeld.
§ 2. De adviezen en de aanbevelingen omtrent aangelegenheden met betrekking tot de verwerkingen van persoonsgegevens worden op de website van de Vlaamse toezichtcommissie bekendgemaakt. In haar adviezen en aanbevelingen houdt de Vlaamse toezichtcommissie rekening met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context en de verwerkingsdoeleinden en de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van personen.
§ 3. Overeenkomstig artikel 35, lid 4, van de algemene verordening gegevensbescherming stelt de Vlaamse toezichtcommissie een lijst op van het soort verwerkingen waarvoor een gegevensbeschermingseffectbeoordeling door de instanties verplicht is, en maakt deze openbaar op haar website.".
Art. 24. In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/5 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 10/5. Wanneer de betrokkene, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming, in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op hem of haar overeenkomstig de specifieke decretale bepalingen ter uitvoering van artikel 23, lid 1, e) en h), van de voormelde verordening, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verricht de Vlaamse toezichtcommissie de nodige verificaties en onderzoekt in het bijzonder of correct met toepassing van de voormelde verordeningsbepaling is beslist de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens.
De Vlaamse toezichtcommissie wendt zich daartoe tot de betreffende instantie, en in het geval het dossier inmiddels door de instantie aan het Openbaar Ministerie of de onderzoeksrechter werd bezorgd, wendt de Vlaamse toezichtcommissie zich eveneens tot het Openbaar Ministerie of de onderzoeksrechter om de nodige verificaties te verrichten.
De Vlaamse toezichtcommissie deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht. In voorkomend geval gelast de Vlaamse toezichtcommissie de betreffende instantie de verzoeken van de betrokkene tot uitoefening van zijn rechten uit hoofde van de algemene verordening gegevensbescherming in te willigen overeenkomstig artikel 58, lid 2, c), van de algemene verordening gegevensbescherming.".
Art. 25. In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/6 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 10/6. § 1. De Vlaamse toezichtcommissie kan een of meer van haar leden belasten met de uitvoering van een onderzoek ter plaatse. Deze personen beschikken over de onderzoeksbevoegdheden, vermeld in artikel 58, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming.
§ 2. De Vlaamse toezichtcommissie heeft, zonder voorafgaande aankondiging, bij dag en bij nacht toegang tot de terreinen, constructies, gebouwen en lokalen, daaronder begrepen alle uitrustingen, informatiedragers, informaticasystemen en middelen voor gegevensverwerking.
Wanneer het betreden van deze locaties de kenmerken van een huiszoeking draagt, mag het alleen worden uitgevoerd op voorwaarde dat de bewoner zijn voorafgaande, schriftelijke toestemming heeft verleend of de politierechter daarvoor een machtiging heeft verstrekt.
Op vraag van de bewoner, toont de Vlaamse toezichtcommissie die wenst over te gaan tot visitatie, onmiddellijk de daartoe verleende machtiging.
§ 3. De instanties zijn in ieder geval verplicht de Vlaamse toezichtcommissie te ondersteunen bij de vervulling van haar opdrachten, informatie te verstrekken en inzage in alle dossiers en informaticasystemen te verschaffen telkens als de Vlaamse toezichtcommissie daarom vraagt.
§ 4. De Vlaamse toezichtcommissie heeft het recht :
1° de identiteit op te nemen en de te identificeren personen daartoe staande te houden;
2° de voorlegging van identiteitsdocumenten te vorderen;
3° voor zover de identiteit niet kan worden vastgesteld overeenkomstig punt 1° of 2° de identiteit te achterhalen met andere middelen.
De documenten worden onmiddellijk na de verificatie van de identiteit aan de betrokkene teruggegeven.
§ 5. Bij de uitoefening van hun onderzoeksopdrachten tonen de leden van de Vlaamse toezichtcommissie, belast met controle en inspectiebevoegdheden, hun legitimatiekaart. De Vlaamse toezichtcommissie beslist over het model van legitimatiekaart.
§ 6. Hij die weigert zijn medewerking te verlenen aan de uitoefening van de onderzoeksbevoegdheden, vermeld in paragraaf 1 tot en met paragraaf 4, wordt gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot twintigduizend euro of met een van die straffen alleen.".
Art. 26. In hetzelfde decreet wordt een artikel 10/7 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 10/7. § 1. De Vlaamse toezichtcommissie neemt de corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 58, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming. Bij het overwegen van een corrigerende maatregel, houdt de Vlaamse toezichtcommissie rekening met het informatieveiligheidsbeleid en met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context en de verwerkingsdoeleinden en de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van personen.
Indien de Vlaamse toezichtcommissie van oordeel is dat er voldoende elementen zijn om een van die corrigerende maatregelen op te leggen, brengt ze de betreffende instantie daarvan op de hoogte en nodigt ze haar in voorkomend geval uit om binnen een termijn van tien werkdagen schriftelijk haar recht van verdediging uit te oefenen.
Indien de Vlaamse toezichtcommissie, na kennisname van het tijdig bezorgde schriftelijk verweer, nog steeds van oordeel is dat de persoonlijke levenssfeer wordt geschonden, legt ze de gepaste corrigerende maatregel op.
Een voorafgaande uitnodiging om het recht van verdediging uit te oefenen, is niet vereist wanneer dat de voorgenomen maatregel ondoelmatig zou maken of indien iedere verdere vertraging of ieder verder uitstel in ernstige mate de bescherming van de persoonlijke levenssfeer schendt.
§ 2. De Vlaamse toezichtcommissie kan geen administratieve geldboete overeenkomstig artikel 83, lid 1 en 2, van de algemene verordening gegevensbescherming opleggen voor de inbreuken, vermeld in artikel 83, lid 4, 5 en 6, van de algemene verordening gegevensbescherming.
§ 3. De Vlaamse toezichtcommissie is bevoegd inbreuken op de algemene verordening gegevensbescherming ter kennis te brengen van de gerechtelijke autoriteiten en, waar passend, daartegen een rechtsvordering in te stellen of anderszins in rechte op te treden teneinde de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming te doen naleven.
De Vlaamse toezichtcommissie wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de andere leden, dan wel door een van hen.
De Vlaamse toezichtcommissie werkt samen met andere toezichtcommissies en de Europese Commissie overeenkomstig hoofdstuk VII van de algemene verordening gegevensbescherming.
§ 4. De Vlaamse toezichtcommissie organiseert een klachtenprocedure overeenkomstig de voorschriften van artikel 57, lid 1, f), en artikel 57, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming. De Vlaamse toezichtcommissie bepaalt bij huishoudelijk reglement de nadere voorwaarden van deze klachtenprocedure.".
Art. 27. In artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden het eerste en derde lid opgeheven;
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
3° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 28. Artikel 12/1 tot en met 12/5 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 december 2013, worden opgeheven.
Onderafdeling 8. - Wijzigingen van het GDI-decreet van 20 februari 2009
Art. 29. In artikel 2, tweede lid, van het GDI-decreet van 20 februari 2009 wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 30. In artikel 18, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de zinsnede "persoonsgegevens in de zin van artikel 1, § 1, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" wordt vervangen door de zinsnede "persoonsgegevens in de zin van artikel 4, 1), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)";
2° de zinsnede "overeenkomstig artikelen 8 en 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" wordt vervangen door de zinsnede "met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd".
Onderafdeling 9. - Wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie
Art. 31. Aan artikel 33, § 2, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, vervangen bij het decreet van 5 juli 2013, worden een tweede tot en met een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan Audit Vlaanderen beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het derde tot en met het zevende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het tweede lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
Audit Vlaanderen moet de beslissing, vermeld in het tweede lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het tweede lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag Audit Vlaanderen op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan Audit Vlaanderen heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het tweede lid, tijdens de periode, vermeld in het derde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst Audit Vlaanderen hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 10. - Wijzigingen van het CRAB-decreet van 8 mei 2009
Art. 32. In artikel 2 van het CRAB-decreet van 8 mei 2009, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016 en bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 12° wordt vervangen door wat volgt :
"12° algemene verordening gegevensbescherming : verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);";
2° in punt 13° wordt de zinsnede "iedere verwerking, vermeld in artikel 1, § 2, van de Privacywet" vervangen door de zinsnede "de verwerking, vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;";
3° punt 14° wordt vervangen door wat volgt :
"14° mededeling : een of meer van de bewerkingen, vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming, die slaan op het verstrekken van gegevens door doorzending, het verspreiden, en het op welke andere wijze ook ter beschikking stellen van gegevens, als dat op systematische en georganiseerde wijze gebeurt. De mededeling aan de personen op wie de gegevens betrekking hebben, aan hun wettelijke vertegenwoordigers, alsook aan degenen die door hen uitdrukkelijk werden gemachtigd om de gegevens te verwerken, wordt niet als mededeling in de betekenis van dit decreet beschouwd;".
Art. 33. In artikel 4, 4°, van hetzelfde decreet wordt het woord "Privacywet" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 34. In artikel 6, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt de zinsnede "de toezichtcommissie in toepassing van artikel 11, § 1, eerste lid, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer".
Art. 35. In artikel 10, tweede lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt de zinsnede "de toezichtcommissie in toepassing van artikel 11, § 1, eerste lid, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer".
Art. 36. In artikel 22 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "verantwoordelijke als vermeld in artikel 1, § 4, eerste lid, van de Privacywet" vervangen door de zinsnede "verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming".
Onderafdeling 11. - Wijziging van het Archiefdecreet van 9 juli 2010
Art. 37. In artikel 14, § 3, van het Archiefdecreet van 9 juli 2010 wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
"5° de wijze waarop bijzondere categorieën persoonsgegevens verwerkt worden conform artikel 9 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);".
Onderafdeling 12. - Wijzigingen van het decreet van 13 juli 2012
houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator
Art. 38. In artikel 2 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
"2° de Vlaamse toezichtcommissie : de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer;";
2° punt 7° en punt 8° worden opgeheven;
3° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"11° algemene verordening gegevensbescherming : verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).".
Art. 39. In artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 6° wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
2° in punt 14° worden de woorden "na machtiging van de Vlaamse toezichtcommissie of een sectoraal comité binnen de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de zinsnede "met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd".
Art. 40. In artikel 7 van hetzelfde decreet worden paragraaf 3 en 4 vervangen door wat volgt :
" § 3. Elke elektronische mededeling van persoonsgegevens door of aan de VDI gebeurt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.
§ 4. Een elektronische mededeling van persoonsgegevens gebeurt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.".
Art. 41. In artikel 14 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of aan bijzondere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen over de bescherming van gegevens en persoonsgegevens die van toepassing zijn op bepaalde gegevensbronnen" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 42. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° voor paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1. De VDI ontwikkelt, in overleg met de betrokken instanties en externe overheden, en in het bijzonder zij die authentieke gegevensbronnen beheren, de technische middelen om aan de burger een geconsolideerde en burgergerichte toegang te verlenen tot zijn gegevens en dienstverleningen waartoe de instanties, rechtstreeks of in voorkomend geval via tussenkomst van externe overheden, toegang hebben.";
2° in de bestaande paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt de zinsnede "artikel 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "artikel 16 van de algemene verordening gegevensbescherming";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "alsook van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht" vervangen door de zinsnede "van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht, alsook met behoud van de mogelijkheid van de instanties en de externe overheden om met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon overeenkomstig de specifieke decretale bepalingen ter uitvoering van de voormelde verordeningsbepaling";
4° in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "bepaald" vervangen door het woord "geadviseerd";
5° er worden een paragraaf 3 en een paragraaf 4 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. Als dat nodig is kan de VDI, in overleg met de betrokken instanties en externe overheden, een kopie maken van de gegevens die hij als tussenpersoon verwerkt, met de loutere bedoeling de latere terbeschikkingstelling van die gegevens efficiënter te doen verlopen, op voorwaarde dat de VDI :
1° de gegevens niet wijzigt;
2° de gegevens bijwerkt conform de regels die bepaald zijn in overleg met de betrokken instanties en externe overheden;
3° onmiddellijk de opgeslagen gegevens verwijdert of de toegang ertoe onmogelijk maakt, zodra de VDI er daadwerkelijk kennis van heeft dat de gegevens verwijderd zijn van de plaats waar ze zich oorspronkelijk bevonden, dat de toegang tot die gegevens onmogelijk werd gemaakt, of zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de gegevens te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken.
§ 4. De VDI kan voor het informeren van burgers over gegevens die op henzelf betrekking hebben, als dat nodig is, bij de instanties en externe overheden de nodige persoonsgegevens verzamelen en die gedurende een bepaalde periode opslaan, en alleen om ze mee te delen aan de burger.".
Art. 43. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 april 2014, het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016 en het decreet van 23 december 2016, wordt het opschrift van hoofdstuk 7 vervangen door wat volgt :
"Hoofdstuk 7. Functionaris voor gegevensbescherming".
Art. 44. Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 19. § 1. De VDI wijst onder zijn personeel een functionaris voor gegevensbescherming aan conform artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming.
§ 2. De functionaris voor gegevensbescherming van de VDI, vermeld in paragraaf 1, voert, met het oog op de veiligheid van de gegevens die de VDI verwerkt of uitwisselt en met het oog op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen op wie de gegevens betrekking hebben, zijn opdrachten uit overeenkomstig de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.
De functionaris voor gegevensbescherming van de VDI, vermeld in paragraaf 1, werkt samen met de functionarissen voor de gegevensbescherming van de andere instanties, externe overheden en dienstenintegratoren om te komen tot een coherente benadering van informatiebeveiliging. De functionaris voor gegevensbescherming van de VDI zorgt ook voor de sensibilisering van de informatiebeveiliging bij de instanties in kwestie. De Vlaamse Regering kan aan de functionaris voor gegevensbescherming van de VDI nog bijkomende opdrachten opleggen.
§ 3. De veiligheidsconsulent die door de VDI werd aangewezen conform artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, zoals het gold ten laatste op 24 mei 2018, en het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten, zoals het gold ten laatste op 24 mei 2018, kan de functie van functionaris voor gegevensbescherming opnemen als hij voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 37, lid 5, van de algemene verordening gegevensbescherming.".
Onderafdeling 13. - Wijzigingen van het GIPOD-decreet van 4 april 2014
Art. 45. In artikel 15, tweede lid, van het GIPOD-decreet van 4 april 2014, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016, wordt de zinsnede "de verantwoordelijke voor de verwerking, vermeld in artikel 1, § 4, eerste lid, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)".
Art. 46. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 maart 2016, wordt een artikel 15/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 15/1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan het agentschap beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van het agentschap, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
Het agentschap moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag het agentschap op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan het agentschap heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst het agentschap hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 14. - Wijzigingen van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie van de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges
Art. 47. In artikel 26 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie van de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de betrokkenen binnen acht dagen nadat is kennisgegeven van de beslissingen van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, op de griffie inzage nemen in het dossier.".
Art. 48. In artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"De personen die op de hoogte moeten worden gebracht van de beslissing van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, kunnen, met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), binnen acht dagen na de kennisgeving of de mededeling van het feit dat de termijn van veertig dagen is verstreken inzage nemen in het dossier op de griffie en binnen diezelfde termijn beroep instellen bij de Raad van State.".
Onderafdeling 15. - Wijziging van het decreet van 17 juni 2016 houdende de normen voor de Vlaamse overheidscommunicatie
Art. 49. Aan artikel 11, derde lid, van het decreet van 17 juni 2016 houdende de normen voor de Vlaamse overheidscommunicatie wordt de zinsnede ", met behoud van de toepassing van artikel 12, lid 5, en artikel 15, lid 3, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)" toegevoegd.
Onderafdeling 16. - Wijzigingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Art. 50. Aan artikel 29, § 1, eerste lid, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur wordt de zinsnede ", onder voorbehoud van de toepassing van artikel 12, lid 5, en artikel 15, lid 3, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)" toegevoegd.
Art. 51. Aan artikel 75 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", onder voorbehoud van de toepassing van artikel 12, lid 5, en 15, lid 3, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)" toegevoegd.
Art. 52. In artikel 223 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het derde lid wordt de volgende zin toegevoegd :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) heeft de persoon, op wie de rapportering betrekking heeft, geen toegang tot die verklaringen, behalve met toestemming van degene die de onregelmatigheid heeft gerapporteerd.";
2° er worden een vierde tot en met een negende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan Audit Vlaanderen beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde tot en met het negende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het vierde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van Audit Vlaanderen, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
Audit Vlaanderen moet de beslissing, vermeld in het vierde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vierde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag Audit Vlaanderen op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan Audit Vlaanderen heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vierde lid, tijdens de periode, vermeld in het vijfde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst Audit Vlaanderen hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Afdeling 2. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Financiën en Begroting
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 21 juni 2013
betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen
Art. 53. In artikel 19, eerste lid, van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen wordt de zinsnede "de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 54. In artikel 30, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013
Art. 55. Aan artikel 3.1.0.0.3 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan persoonsgegevens verwerken als dat noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang, meer bepaald om de juiste heffing en inning van alle belastingen, vermeld in deze codex, te kunnen verzekeren.".
Art. 56. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017, wordt een artikel 3.13.1.1.5 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 3.13.1.1.5. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Afdeling 3. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Internationaal Vlaanderen
Onderafdeling 1. - Wijziging van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012
Art. 57. Aan artikel 46 van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012, vervangen bij het decreet van 30 juni 2017, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen toezichthouders beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de toezichthouders, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De toezichthouders moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen toezichthouders op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de toezichthouders heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de toezichthouders hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 2. - Wijziging van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies
Art. 58. In het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, gewijzigd bij het decreet van 10 maart 2017, wordt een artikel 14/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 14/1. Om hun bevoegdheden te kunnen uitoefenen, hebben de personen die door de Vlaamse Regering gemachtigd zijn toezicht en controle uit te oefenen op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, toegang tot alle informatie en documenten, ongeacht de drager ervan, en tot alle gebouwen, ruimtes en installaties waar taken of bevoegdheden van de Vlaamse administratie worden uitgevoerd. De voormelde personen kunnen aan ieder personeelslid de inlichtingen vragen die voor de uitvoering van hun opdrachten nodig worden geacht. Ieder personeelslid is ertoe gehouden op een volledige wijze te antwoorden en alle relevante informatie en documenten te verstrekken.
Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personen, vermeld in het eerste lid, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het derde tot en met het zevende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het tweede lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personen, vermeld in het eerste lid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De personen, vermeld in het eerste lid, moeten de beslissing, vermeld in het tweede lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het tweede lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de personen, vermeld in het eerste lid, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de voormelde personen heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het tweede lid, en tijdens de periode, vermeld in het derde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de personen, vermeld in het eerste lid, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Afdeling 4. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie
Onderafdeling 1. - Wijziging van de wet van 22 januari 1945
betreffende de economische reglementering en de prijzen
Art. 59. In de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen wordt een artikel 7bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 7bis. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren en beambten, vermeld in artikel 6 van deze wet, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zevende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren en beambten, vermeld in artikel 6 van deze wet, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren en beambten, vermeld in artikel 6 van deze wet, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter mogen de ambtenaren en beambten, vermeld in artikel 6 van deze wet, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren en beambten, vermeld in artikel 6 van deze wet, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren en beambten, vermeld in artikel 6 van deze wet, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 2. - Wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten
Art. 60. Aan artikel 11 van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, het laatste gewijzigd bij de wet van 4 juli 2005, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 3. - Wijziging van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap
Art. 61. Aan artikel 15 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2017, wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 4. - Wijziging van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen
Art. 62. Aan artikel 14 van de wet van 13 augustus 2004 betreffende de vergunning van handelsvestigingen wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 5. - Wijzigingen van het decreet van 25 juni 2010 tot gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt
Art. 63. In artikel 22 van het decreet van 25 juni 2010 tot gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt worden de volgende aanpassingen aangebracht :
1° de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" wordt vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
2° de zinsnede "de bepalingen van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" wordt vervangen door de zinsnede "de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd".
Onderafdeling 6. - Wijziging van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid
Art. 64. Aan artikel 15 van het decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid wordt er een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 7. - Wijzigingen van het decreet van 24 februari 2017 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties
Art. 65. In artikel 13 van het decreet van 24 februari 2017 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "de bescherming van persoonsgegevens en in het bijzonder de bepalingen in acht van of genomen ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
2° in paragraaf 4, eerste lid, wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
3° in paragraaf 5, eerste lid, wordt de zinsnede "artikel 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "artikel 15 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)";
4° in paragraaf 6 wordt de zinsnede "verantwoordelijke voor de verwerking als vermeld in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)".
Art. 66. In artikel 37, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 67. In artikel 38, vierde lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Afdeling 5. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
Art. 68. In artikel 37 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, 7°, wordt de zin "Indien de school hiervoor een vergoeding vraagt, is deze voorzien in de bijdrageregeling van het schoolreglement." opgeheven;
2° in paragraaf 2, 7°, wordt de zin "Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in de gegevens door ouders afbreuk zou doen aan het recht van de derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;" vervangen door de zin "Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;";
3° in paragraaf 3, 11°, wordt de zin "Indien de school hiervoor een vergoeding vraagt, is deze voorzien in de bijdrageregeling van het schoolreglement." opgeheven;
4° in paragraaf 3, 11°, wordt de zin "Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in de gegevens door ouders afbreuk zou doen aan het recht van de derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot deze gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;" vervangen door de zin "Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage;".
Onderafdeling 2. - Wijziging van het decreet van 8 juni 2007
betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap
Art. 69. In artikel 8, eerste lid, van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, vervangen bij het decreet van 21 december 2012 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 3. - Wijziging van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur
Art. 70. In artikel 20, vijfde lid, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur wordt de zin "Het ontsluiten van deze databank gebeurt door tussenkomst van de coördinatiecel Vlaams e-government die tussenbeide komt bij de mededeling van gegevens uit de leer- en ervaringsbewijzendatabank mits naleving van artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer." vervangen door de zin "Die databank wordt ontsloten door tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, die tussenbeide komt bij de mededeling van gegevens uit de leer- en ervaringsbewijzendatabank met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.".
Onderafdeling 4. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
Art. 71. In artikel 12/2, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de zinsnede "op voorwaarde van machtiging van de mededeling van persoonsgegevens op basis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" wordt vervangen door de zinsnede "met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd";
2° de woorden "verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens" worden vervangen door de zinsnede "verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)".
Onderafdeling 5. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
Art. 72. In artikel 123/7 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid wordt de zinsnede ", in voorkomend geval tegen de door de school, het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen gevraagde vergoeding die is voorzien in het onderdeel `financiële bijdrageregeling' van het school- of centrumreglement," opgeheven;
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.".
Afdeling 6. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wat betreft het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp
Art. 73. Aan artikel 2, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp, gewijzigd bij de decreten van 12 juli 2013, 15 juli 2016 en 3 februari 2017, worden een punt 19° en een punt 20° toegevoegd, die luiden als volgt :
"19° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
20° gegevens over gezondheid : de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming.".
Art. 74. Aan artikel 3, § 2, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens en de uitzonderingen die met toepassing van deze laatste regelgeving in dit decreet voorzien zijn" toegevoegd.
Art. 75. In artikel 20, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "wetgeving betreffende" worden vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij";
2° de zinsnede ", met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens en de uitzonderingen die daar in voorkomend geval op bepaald zijn" wordt toegevoegd.
Art. 76. In artikel 21 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "persoonsgegevens betreffende" worden vervangen door de woorden "gegevens over";
2° de woorden "wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van" worden vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij".
Art. 77. In artikel 22 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden de woorden "persoonsgegevens betreffende" vervangen door de woorden "gegevens over";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de inleidende zin vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming, gelden de rechten en de verplichtingen, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming, niet voor de volgende gegevens :";
3° in paragraaf 2 wordt het vierde lid vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de voormelde verordening wordt, in afwijking van artikel 12, lid 3, van de voormelde verordening, uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek gevolg verleend aan het recht op toegang en toelichting.";
4° in paragraaf 5 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming, gelden de rechten en de verplichtingen, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming - waaronder het toegangsrecht - voor de ouders die in het kader van deze paragraaf optreden niet voor de volgende gegevens :
1° de contextuele gegevens die het kind en een andere persoon dan de ouder zelf betreffen;
2° de gegevens, vermeld in artikel 23 van dit decreet.";
5° in paragraaf 7 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"De minderjarige heeft recht op een afschrift van de gegevens van zijn dossier waartoe hij toegang heeft door inzage. Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming heeft de minderjarige voor de gegevens waartoe hij toegang heeft op een andere wijze dan door inzage, alleen recht op een rapport.".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk
Art. 78. In artikel 10 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "artikel 6, 7 en 8 van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "artikel 9, lid 1, en artikel 10 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij";
3° in het tweede lid, 4°, worden de woorden "geďnformeerde en volgehouden instemming te geven met de gegevensuitwisseling op de tijdstippen en wijze zoals bepaald door de Vlaamse Regering" vervangen door de zinsnede "instemming te geven met de gegevensuitwisseling, op de wijze die door de Vlaamse Regering kan worden bepaald";
4° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"In het tweede lid, 4°, wordt verstaan onder instemming : elke vrije, specifieke, geďnformeerde en uitdrukkelijke wilsuiting.".
Art. 79. In artikel 18 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"In het eerste lid wordt verstaan onder gecodeerde persoonsgegevens : de persoonsgegevens die alleen met een code in verband kunnen worden gebracht met een geďdentificeerde of identificeerbare persoon.".
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden
Art. 80. In artikel 14 van het decreet van 8 maart 2013 betreffende de organisatie van hulp- en dienstverlening aan gedetineerden, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "voornoemde wet van 8 december 1992" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
3° in het derde lid wordt de zinsnede "Onverminderd de vereiste machtiging zoals voorzien in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronisch bestuurlijk gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "Met behoud van de toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd".
Art. 81. In artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden "verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens" vervangen door de woorden "verwerkingsverantwoordelijke";
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"In het tweede lid wordt verstaan onder verwerkingsverantwoordelijke : de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).".
Onderafdeling 4. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014
betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg
Art. 82. In artikel 2 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punten 5°, 14° en 15° worden opgeheven;
2° punt 16° wordt vervangen door wat volgt :
"16° de Vlaamse toezichtcommissie : de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1, § 1, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer;".
Art. 83. In artikel 11 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "na gunstig advies van de toezichtcommissie, overeenkomstig artikel 2, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer en zijn uitvoeringsbepalingen";
2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 84. In artikel 13 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt :
"Elke gegevensmededeling van persoonsgegevens via het netwerk gebeurt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 85. In artikel 16 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2016, worden de woorden "Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "de toezichtcommissie".
Art. 86. In artikel 17, § 2 en § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2016, worden de woorden "Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de woorden "de toezichtcommissie".
Art. 87. In artikel 21, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden "Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de toezichtcommissie".
Art. 88. In artikel 22, § 1 en § 5, van hetzelfde decreet, worden de woorden "Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de toezichtcommissie".
Art. 89. In artikel 25 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 2° en punt 3° wordt de zinsnede "na machtiging van de afdeling Gezondheid van het Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid," telkens vervangen door de woorden "met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd,";
2° in punt 7° worden de woorden "en de bevoegde sectorale comités" opgeheven.
Art. 90. In artikel 32, tweede lid, van hetzelfde decreet, wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° geen lid zijn van de toezichtcommissie en de Gegevensbeschermingsautoriteit, vermeld in artikel 3 van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit;".
Art. 91. In artikel 43 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede en derde lid worden de woorden "na machtiging door het Sectoraal comité van het Rijksregister" telkens vervangen door de zinsnede "met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd";
2° in het zesde lid wordt de zinsnede ", het Sectoraal Comité van het Rijksregister" opgeheven.
Onderafdeling 5. - Wijzigingen van het decreet van 19 januari 2018
houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid
Art. 92. In artikel 5 van het decreet van 19 januari 2018 houdende het overheidstoezicht in het kader van het gezondheids- en welzijnsbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;
2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 2/1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de inspecteurs beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de voormelde inspecteurs, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De voormelde inspecteurs moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de voormelde inspecteurs op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de inspecteurs heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de voormelde inspecteurs hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Afdeling 7. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wat betreft het agentschap Zorg en Gezondheid
Onderafdeling 1. - Wijziging van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg
Art. 93. In artikel 14 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg worden de woorden "de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 2. - Wijziging van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen
Art. 94. In artikel 7, § 1, derde lid, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen worden de woorden "onverminderd de toepassing van de wetgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid
Art. 95. In artikel 34 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, vervangen bij het decreet van 16 juni 2006, worden de woorden "de bepalingen van het decreet betreffende het gezondheidsinformatiesysteem" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.".
Art. 96. In artikel 45, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2008, wordt de zinsnede "een kamer van de toezichtcommissie als vermeld in artikel 10 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, die specifiek toeziet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens die de gezondheid betreffen" telkens vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer".
Art. 97. In artikel 45, § 2, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "identiteit van de betrokkenen niet achterhaald kan worden" vervangen door de woorden "betrokkenen niet of niet meer identificeerbaar zijn".
Onderafdeling 4. - Wijziging van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009
Art. 98. In artikel 67 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de registratie en de verwerking van de gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), met zorg voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de gebruikers en mantelzorgers.".
Onderafdeling 5. - Wijzigingen van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming
Art. 99. In artikel 20, eerste lid, van het decreet van 24 juni 2016 houdende de Vlaamse sociale bescherming worden de woorden "de regelgeving voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 100. In artikel 41 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van de natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 6 en 7 van de wet van 8 december 1992" telkens vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 9 van de algemene verordening gegevensbescherming".
Onderafdeling 6. - Wijzigingen van het decreet van 15 juli 2016 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Art. 101. In artikel 108 van het decreet van 15 juli 2016 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° anonieme gegevens : gegevens die geen betrekking hebben op een geďdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of die betrekking hebben op persoonsgegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is;";
2° in paragraaf 1 wordt punt 5° opgeheven;
3° in paragraaf 2 worden de woorden "de regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens", worden de woorden "persoonsgegevens betreffende de gezondheid" vervangen door de zinsnede "gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)" en wordt de zinsnede "en mits daarvoor ingeval het om gezondheidsgegevens gaat een principiële machtiging is verleend door het sectoraal comité overeenkomstig artikel 42, § 2, 3°, van de wet van 13 december 2006 houdende diverse bepalingen betreffende gezondheid" vervangen door de zinsnede "en, als het om gegevens over gezondheid gaat, met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.".
Afdeling 8. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wat betreft het agentschap Jongerenwelzijn
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg
Art. 102. In artikel 20, eerste lid, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg wordt de zinsnede "gegevens als bedoeld in de artikelen 6, 7 en 8, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9 en 10 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)".
Art. 103. In artikel 21, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp
Art. 104. In artikel 2, § 1, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"3° /1 algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);";
2° er wordt een punt 15° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"15° /2 geanonimiseerde gegevens : gegevens die geen betrekking hebben op een geďdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of die betrekking hebben op persoonsgegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is;";
3° er wordt een punt 15° /3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"15° /3 gecodeerde persoonsgegevens : de persoonsgegevens die alleen met een code in verband kunnen worden gebracht met een geďdentificeerde of identificeerbare persoon;";
4° er wordt een punt 22° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"22° /1 instemming : elke vrije, specifieke, geďnformeerde en uitdrukkelijke wilsuiting;".
Art. 105. In artikel 70, derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming,".
Art. 106. In artikel 72 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "gegevens als vermeld in artikel 6 en 7 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming";
2° in paragraaf 1, derde lid, wordt de zinsnede "de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming,".
Art. 107. In artikel 74, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 108. In artikel 76 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "toepassing van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens" en wordt de zinsnede "gegevens als vermeld in artikel 6 en 7 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "de bijzondere categorieën van persoonsgegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"Bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de opdracht, vermeld in het eerste lid, wordt, met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de voormelde verordening, de informatie aan de betrokken minderjarige, zijn ouders of, in voorkomend geval, zijn opvoedingsverantwoordelijken, uitgesteld, als een onmiddellijke informatie niet in het belang is van de betrokken minderjarige. De beslissing daarover wordt genomen door het betrokken ondersteuningscentrum of vertrouwenscentrum kindermishandeling.";
3° in het derde lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt :
"3° wordt, met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de voormelde verordening, zo snel mogelijk meegedeeld aan de betrokken minderjarige, zijn ouders en in voorkomend geval zijn opvoedingsverantwoordelijken, uiterlijk binnen dertig werkdagen vanaf het moment dat de gegevens worden verkregen, tenzij dat strijdig is met het belang van de betrokken minderjarige.".
Art. 109. In artikel 77 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming gelden de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet voor de gegevens die worden verstrekt door derden zonder dat ze daartoe verplicht werden en die ze als vertrouwelijk hebben bestempeld, tenzij ze zich akkoord verklaren met de toegang. Als de dossierhouder van oordeel is dat de bescherming van de vertrouwelijkheid niet opweegt tegen de bescherming van het recht op toegang, is de voormelde verordening overeenkomstig van toepassing.";
2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming wordt, in afwijking van artikel 12, lid 3, van de voormelde verordening, aan het recht op toegang uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van het verzoek gevolg verleend.";
3° in paragraaf 5 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming, gelden de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, voor de wettelijke vertegenwoordigers die in het kader van deze paragraaf optreden niet voor de contextuele gegevens die de minderjarige en een andere persoon dan de wettelijke vertegenwoordiger zelf betreffen.";
4° in paragraaf 7 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"De betrokkenen hebben recht op een afschrift van de gegevens van het dossier waartoe ze toegang hebben door inzage. Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming hebben de betrokkenen voor de gegevens waartoe ze toegang hebben op een andere wijze dan door inzage, alleen recht op een rapport.";
5° paragraaf 8 wordt vervangen door wat volgt :
" § 8. Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming gelden de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet voor de volgende gegevens die bij de sociale diensten worden bewaard :
1° de gegevens die ter beschikking zijn gesteld van de jeugdrechter;
2° de gegevens die, als er toegang toe verleend zou worden, het geheim van het onderzoek, vermeld in artikel 28quinquies, § 1, van het Wetboek van Strafvordering, schenden.".
Afdeling 9. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wat betreft het agentschap Kind en Gezin
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 30 april 2004
tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin
Art. 110. In artikel 10 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het vijfde lid wordt de zin "De concrete gegevensstromen die hiertoe noodzakelijk zijn, dienen vooraf te worden gemachtigd door het bevoegde sectoraal comité of een andere instantie of toezichthouder met een machtigingsbevoegdheid in het kader van de toepassing van de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens." vervangen door de zin "De concrete gegevensstromen die hiertoe noodzakelijk zijn, moeten beantwoorden aan de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.";
2° in het zevende lid worden de woorden "tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor de verwerking van de persoonsgegevens" vervangen door de woorden "over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 20 januari 2012
houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen
Art. 111. In artikel 20, § 4, zesde lid, van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen worden de woorden "tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor de verwerking van de persoonsgegevens" vervangen door de woorden "over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 112. In artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° voor paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 1. In dit artikel wordt verstaan onder algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).";
2° in de bestaande paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, worden de woorden "persoonsgegevens betreffende gezondheid" vervangen door de zinsnede "gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming,";
3° aan paragraaf 4, tweede lid, wordt de zinsnede "met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming" toegevoegd;
4° in paragraaf 5 wordt de zin "Binnen één maand na ontvangst van de aanvraag verleent de Vlaamse adoptieambtenaar inzage van het dossier of geeft hij aan de verzoeker kennis van zijn gemotiveerde weigering." vervangen door de zin "Uiterlijk binnen een maand na ontvangst van de aanvraag verleent de Vlaamse adoptieambtenaar inzage van het dossier of brengt hij de verzoeker op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering conform de algemene verordening gegevensbescherming.".
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 20 april 2012
houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters
Art. 113. In artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 1°, a), worden de woorden "medische gegevens" vervangen door de zinsnede "de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming),";
2° in het eerste lid, 2°, a), worden de woorden "medische en de gerechtelijke gegevens" vervangen door de zinsnede "gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening";
3° in het tweede lid, 1°, a), worden de woorden "medische gegevens" vervangen door de zinsnede "gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening";
4° in het tweede lid, 2°, a), worden de woorden "medische en de gerechtelijke gegevens" vervangen door de zinsnede "gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening".
Onderafdeling 4. - Wijziging van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning
Art. 114. In artikel 19, tweede lid, van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van de preventieve gezinsondersteuning worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" vervangen door de zinsnede "verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming".
Onderafdeling 5. - Wijzigingen van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015
Art. 115. In artikel 25 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015 worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2 wordt de zin "Binnen één maand na ontvangst van de aanvraag verleent de dienst voor binnenlandse adoptie inzage in het dossier met informatie over de geadopteerde, of geeft hij aan de verzoeker kennis van zijn gemotiveerde weigering om inzage te verlenen in bepaalde onderdelen van het dossier." vervangen door de zin "Uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van de aanvraag verleent de dienst voor binnenlandse adoptie inzage in het dossier met informatie over de geadopteerde, of brengt hij de verzoeker op de hoogte van zijn gemotiveerde weigering om inzage te verlenen in bepaalde onderdelen van het dossier conform de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).";
2° in paragraaf 4 wordt het woord "privacywetgeving" vervangen door de woorden "regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Afdeling 10. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wat betreft het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
Art. 116. In artikel 11, vierde lid, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap worden de woorden "onverminderd de toepassing van de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor de verwerking van de persoonsgegevens" vervangen door de woorden "met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 117. In artikel 23, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "met behoud van de toepassing van de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap
Art. 118. In artikel 7 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het eerste lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"3° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);";
2° in het tweede lid wordt de zinsnede "inclusief gegevens als vermeld in artikel 6 en 7 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" telkens vervangen door de zinsnede "inclusief de bijzondere categorieën van persoons-gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming".
Art. 119. In artikel 20, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Afdeling 11. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Onderafdeling 1. - Wijziging van het decreet van 24 januari 2003
houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang
Art. 120. In het decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009, 12 juli 2013, 25 april 2014, 9 mei 2014, 3 juli 2015 en 15 juli 2017, wordt een artikel 21bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 21bis. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in artikel 20 van dit decreet, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012
Art. 121. In artikel 2, 4°, van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, worden de woorden "wetgeving over gegevensbescherming" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 122. In artikel 48, § 2, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede ", en in overeenstemming met de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" opgeheven.
Art. 123. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 december 2014 en 4 december 2015, wordt een artikel 48/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 48/1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan NADO Vlaanderen beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van NADO Vlaanderen, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
NADO Vlaanderen moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag NADO Vlaanderen op een verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan NADO Vlaanderen heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst NADO Vlaanderen hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Art. 124. In artikel 72, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "inmengingen in het recht op de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 125. In artikel 72, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer".
Afdeling 12. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Werk en Sociale Economie
Onderafdeling 1. - Wijziging van het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de werkzoekende
Art. 126. Aan artikel 5 van het decreet van 30 april 2004 houdende het Handvest van de werkzoekende wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Dit artikel geldt voor de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding onder voorbehoud van artikel 4/1 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding.".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004
Art. 127. In artikel 7, 2°, b) en e), van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "inzake privacy" worden vervangen door de woorden "over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer";
2° de zinsnede "en de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en haar uitvoeringsbesluiten" wordt vervangen door de woorden "en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 128. In artikel 8, § 1, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "inzake privacy" worden vervangen door de woorden "over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" en de zinsnede "en de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en haar uitvoeringsbesluiten" wordt vervangen door de woorden "en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens";
2° er worden een tweede tot en met een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de sociaalrechtelijke inspecteurs beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zevende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het tweede lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de sociaalrechtelijke inspecteurs, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De sociaalrechtelijke inspecteurs moeten de beslissing, vermeld in het tweede lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het tweede lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de sociaalrechtelijke inspecteurs op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de sociaalrechtelijke inspecteurs heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het tweede lid, tijdens de periode, vermeld in het derde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de sociaalrechtelijke inspecteurs hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding"
Art. 129. In het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 4/1. De VDAB verwerkt persoonsgegevens van werkzoekenden om de arbeidsbemiddeling, de begeleiding en de opleiding voor een levenslange en duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt te verzekeren, te organiseren en te bevorderen. De volgende gegevens worden verwerkt :
1° identificatiegegevens;
2° studie- en beroepsverleden;
3° beroepskwalificaties met de eventuele vermelding van de behaalde titel of titels van beroepsbekwaamheid;
4° beroepsaspiraties;
5° ervaring en verworven competenties;
6° elementen om de afstand tot de arbeidsmarkt, de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt, de evaluatie van het pad naar werk en de randvoorwaarden die een belemmering zijn bij de zoektocht naar werk, in te schatten.
De VDAB wisselt persoonsgegevens uit met dienstverleners als vermeld in artikel 22/2, vierde lid.
Voor de gegevensuitwisseling gebruiken de VDAB en de dienstverleners, vermeld in artikel 22/2, vierde lid, de volgende identificatiemiddelen :
1° het identificatienummer van het Rijksregister, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in het Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, als het om gegevens gaat die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister opgenomen is.".
Art. 130. In artikel 22/2 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 november 2012, wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
"Als een individu bepaalde diensten inzake arbeidsbemiddeling, trajectbegeleiding, loopbaanbegeleiding of competentieontwikkeling vraagt, kunnen dienstverleners, met inbegrip van de VDAB, de betrokkene opleggen om een persoonlijk bestand aan te maken.".
Art. 131. In artikel 22/3, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 november 2012, wordt de zin "De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het persoonlijk bestand in het basisdossier overgenomen worden." opgeheven.
Art. 132. Artikel 22/8 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 november 2012, wordt opgeheven.
Onderafdeling 4. - Wijzigingen van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling
Art. 133. In artikel 5, 8°, van het decreet van 10 december 2010 betreffende de private arbeidsbemiddeling worden de woorden "inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 134. In artikel 24, 4°, van hetzelfde decreet worden de woorden "inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 5. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten
Art. 135. In artikel 39 van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten worden de woorden "privacy en beschermen zij de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 136. In artikel 40 van hetzelfde decreet wordt punt 3° opgeheven.
Onderafdeling 6. - Wijziging van het decreet van 10 juni 2016
tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen
Art. 137. In artikel 11, 8°, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen worden de woorden "op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 7. - Wijziging van het decreet van 7 juli 2017
betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming
Art. 138. In artikel 17, tweede lid, van het decreet van 7 juli 2017 betreffende wijkwerken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming wordt het woord "privacy" vervangen door de woorden "bescherming van de persoonlijke levenssfeer".
Afdeling 13. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Landbouw en Visserij
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid
Art. 139. In artikel 7 van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan paragraaf 2 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De entiteiten van het beleidsdomein Landbouw en Visserij kunnen de gegevens die noodzakelijk zijn voor het beheer van het landbouwmonitoringsnetwerk en voor het bieden van beleidsondersteuning door onder meer het opmaken van studies, rapporten en cijfermateriaal, rechtstreeks opvragen bij derden.";
2° in paragraaf 4 wordt de zinsnede "mits machtiging van de mededeling van persoonsgegevens op basis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd".
Art. 140. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017, wordt een artikel 45/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 45/1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de bevoegde toezichthouder of het bevoegd controleorgaan, vermeld in hoofdstuk 3 van dit decreet, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 2. - Wijziging van het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen
Art. 141. In het decreet van 3 april 2009 houdende de organisatie van co-existentie van genetisch gemodificeerde gewassen met conventionele gewassen en biologische gewassen, gewijzigd bij de decreten van 1 maart 2013 en 18 december 2015, wordt een artikel 16/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 16/1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan de bevoegde toezichthouder beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde toezichthouder, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De bevoegde toezichthouder moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde toezichthouder op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de bevoegde toezichthouder heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, en tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de bevoegde toezichthouder hem of haar door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Afdeling 14. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken
Onderafdeling 1. - Wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer
Art. 142. In artikel 62 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996, 16 maart 1999, 7 februari 2003, 9 maart 2014 en 28 april 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" worden vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, hierna de Vlaamse toezichtcommissie te noemen";
2° het woord "Commissie" wordt vervangen door de woorden "de Vlaamse toezichtcommissie".
Onderafdeling 2. - Wijziging van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen
Art. 143. Aan artikel 17septies van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen, ingevoegd bij de wet van 22 januari 2007, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn hem of haar door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 3. - Wijziging van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen
Art. 144. Aan artikel 3 van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, gewijzigd bij de wet van 9 maart 2014, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, en tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in paragraaf 1, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 4. - Wijziging van de wet van 21 mei 1991 betreffende het invoeren van een stuurbrevet voor het bevaren van de scheepvaartwegen van het Rijk
Art. 145. Aan artikel 6 van de wet van 21 mei 1991 betreffende het invoeren van een stuurbrevet voor het bevaren van de scheepvaartwegen van het Rijk worden een vierde tot en met een negende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren en beambten, vermeld in het eerste lid, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het vijfde tot en met het negende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het vierde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren en beambten, vermeld in het eerste lid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren en beambten, vermeld in het eerste lid, moeten de beslissing, vermeld in het vierde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vierde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren en beambten, vermeld in het eerste lid, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren en beambten, vermeld in het eerste lid, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vierde lid, tijdens de periode, vermeld in het vijfde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren en beambten, vermeld in het eerste lid, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 5. - Wijziging van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van personenvervoer over de weg
Art. 146. Aan artikel 64, § 2, van het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van personenvervoer over de weg, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2004, worden een tweede tot en met een zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het derde tot en met het zevende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het tweede lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, moeten de beslissing, vermeld in het tweede lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het tweede lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het tweede lid, tijdens de periode, vermeld in het derde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1 hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 6. - Wijziging van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de -begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum
Art. 147. Aan artikel 54, § 3, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum worden een derde tot en met een achtste lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het vierde tot en met het achtste lid.
De mogelijkheid, vermeld in het derde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, moeten de beslissing, vermeld in het derde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het derde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het derde lid, tijdens de periode, vermeld in het vierde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 7. - Wijziging van het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Art. 148. In artikel 10/2 van het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens, ingevoegd bij het decreet van 9 juli 2010, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"De Vlaamse Regering, de steden en de gemeenten en hun concessiehouders en de gemeentelijke verzelfstandigde agentschappen vragen, met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd, de identiteit van de houder van de nummerplaat op bij de overheid die belast is met de inschrijving van de voertuigen.".
Onderafdeling 8. - Wijziging van het decreet van 19 december 2008 betreffende de River Information Services op de binnenwateren
Art. 149. In artikel 6, § 4, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de River Information Services op de binnenwateren worden de woorden "regels inzake bescherming van de privacy" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 9. - Wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen
Art. 150. Aan artikel 19 van het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de rooilijnen worden een derde tot en met een achtste lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, vermeld in het eerste lid, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het vierde tot en met het achtste lid.
De mogelijkheid, vermeld in het derde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, vermeld in het eerste lid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, vermeld in het eerste lid, moeten de beslissing, vermeld in het derde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het derde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, vermeld in het eerste lid, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, vermeld in het eerste lid, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het derde lid, tijdens de periode, vermeld in het vierde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren, vermeld in het eerste lid, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 10. - Wijziging van het decreet van 8 mei 2009 betreffende toegangsverbod tot voertuigen van de VVM
Art. 151. In artikel 20, tweede en derde lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende toegangsverbod tot voertuigen van de VVM worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer".
Art. 152. In artikel 21, tweede en derde lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" telkens vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer".
Onderafdeling 11. - Wijziging van het decreet van 6 juli 2012
betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren
Art. 153. Aan artikel 8 van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren worden een vijfde tot en met een tiende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het zesde tot en met het tiende lid.
De mogelijkheid, vermeld in het vijfde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, moeten de beslissing, vermeld in het vijfde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vijfde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vijfde lid, tijdens de periode, vermeld in het zesde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren die de Vlaamse Regering aanwijst, vermeld in het eerste lid, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 12. - Wijziging van het decreet van 3 mei 2013
betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport
Art. 154. Aan artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport worden een vijfde tot en met een tiende lid toegevoegd, die luiden als volgt :
"Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de wegeninspecteurs beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in zesde tot en met het tiende lid.
De mogelijkheid, vermeld in vijfde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de wegeninspecteurs, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De wegeninspecteurs moeten de beslissing, vermeld in het vijfde lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het vijfde lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de wegeninspecteurs op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de wegeninspecteurs heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het vijfde lid, tijdens de periode, vermeld in het zesde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de wegeninspecteurs hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 13. - Wijziging van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006
Art. 155. Aan artikel 23 van de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 wordt een paragraaf 12 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 12. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in artikel 22, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 22, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in artikel 22, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in artikel 22, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in artikel 22, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in artikel 22, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 14. - Wijziging van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg
Art. 156. Aan artikel 33 van de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg wordt een paragraaf 12 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 12. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in artikel 32, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 23, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in artikel 32, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in artikel 32, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in artikel 32, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in artikel 32, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 15. - Wijzigingen van de wet van 15 juli 2013 betreffende het eRegister van wegvervoersondernemingen
Art. 157. In artikel 2 van de wet van 15 juli 2013 betreffende het eRegister van wegvervoersondernemingen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);";
2° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° verantwoordelijke voor de verwerking : de verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;";
3° in punt 7° wordt de zinsnede "elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, zoals bepaald in artikel 1, § 2, van de wet van 8 december 1992" vervangen door de zinsnede "de verwerking, vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming";
4° punt 8° wordt vervangen door wat volgt :
"8° de Vlaamse toezichtcommissie : de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer;";
5° punt 9° wordt opgeheven.
Art. 158. Artikel 3 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 159. In artikel 6, § 2, van dezelfde wet wordt het woord "Commissie" vervangen door de woorden "de Vlaamse toezichtcommissie".
Art. 160. In artikel 7 van dezelfde wet worden de volgen wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" worden telkens vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke";
2° in het derde lid wordt de zinsnede "artikel 9 van de wet van 8 december 1992" vervangen door de zinsnede "artikel 13 en 14 van de algemene verordening gegevensbescherming";
3° in het derde lid wordt het woord "Commissie" vervangen door de woorden "de Vlaamse toezichtcommissie".
Art. 161. In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet wordt het woord "Commissie," vervangen door de woorden "de Vlaamse toezichtcommissie".
Art. 162. In artikel 8 van dezelfde wet worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke".
Art. 163. In artikel 10, tweede lid, van dezelfde wet wordt het woord "Commissie" vervangen door de woorden "de Vlaamse toezichtcommissie".
Art. 164. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. De toegang tot het e-register gebeurt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd.";
2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "het sectoraal comité" vervangen door de zinsnede "de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer";
3° in paragraaf 2, 2°, wordt het woord "Commissie" vervangen door de woorden "de Vlaamse toezichtcommissie".
Art. 165. In artikel 13, § 1, van dezelfde wet worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke".
Art. 166. In artikel 14 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Met behoud van toepassing van het recht van bezwaar, vermeld in artikel 21 van de algemene verordening gegevensbescherming, kan iedereen bij de verantwoordelijke voor de verwerking de kosteloze rechtzetting vragen van elk onjuist gegeven dat op hem betrekking heeft, alsook de kosteloze schrapping van elk gegeven dat op hem betrekking heeft en dat geregistreerd, opgeslagen, beheerd of ter beschikking gesteld wordt in strijd met de communautaire regelgeving, met deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan, of met de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.";
2° de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" worden telkens vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke".
Art. 167. In artikel 15 van dezelfde wet wordt het woord "Commissie" vervangen door de woorden "de Vlaamse toezichtcommissie".
Art. 168. In artikel 17 van dezelfde wet wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
" § 1. De verwerkingsverantwoordelijke wijst, binnen of buiten zijn personeel, een functionaris voor gegevensbescherming als vermeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming aan.".
Art. 169. In artikel 18 van dezelfde wet worden de woorden "verantwoordelijke voor de verwerking" telkens vervangen door het woord "verwerkingsverantwoordelijke".
Afdeling 15. - Wijzigingen van de regelgeving van het beleidsdomein Omgeving
Onderafdeling 1. - Wijzigingen van de wet van 14 augustus 1986
betreffende de bescherming en het welzijn der dieren
Art. 170. Aan artikel 3 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, het laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2012, wordt een punt 23 toegevoegd, dat luidt als volgt :
"23. Dienst : de door de Vlaamse Regering aangewezen dienst die bevoegd is voor het dierenwelzijn.".
Art. 171. In dezelfde wet, het laatst gewijzigd bij de wet van 7 februari 2014, wordt een artikel 34bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 34bis. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de bevoegde personeelsleden van de Dienst beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde personeelsleden van de Dienst, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
Het bevoegde personeelslid van de Dienst moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag het bevoegde personeelslid van de Dienst op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan het bevoegde contractuele of statutaire personeelslid heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst het bevoegde personeelslid van de Dienst hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995
houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Art. 172. In het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2017, wordt een artikel 16.3.11bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 16.3.11bis. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de bevoegde entiteiten waartoe de toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoren, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde entiteiten waartoe de toezichthouders, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoren, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De bevoegde entiteit waartoe de toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoort, moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde entiteit waartoe de toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoort, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de bevoegde toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de bevoegde entiteit waartoe de toezichthouder, vermeld in artikel 16.3.1, § 1, van dit decreet, behoort hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Art. 173. In artikel 16.3.19 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007, wordt de zinsnede "inzake privacy zoals onder meer bepaald door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en haar uitvoeringsbesluiten" vervangen door de zinsnede "over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, waaronder artikel 8 EVRM, en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 3. - Wijzigingen van de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997
Art. 174. In artikel 2 van het de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2017 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de zinsnede "Met behoud van de toepassing van de machtigingsprocedure bepaald in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronisch bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "Met behoud van de toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd,";
2° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 8. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de ambtenaren, vermeld in artikel 20, § 2, van dit decreet, en de toezichthouders, vermeld in artikel 29bis van dit decreet, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de ambtenaren, vermeld in artikel 20, § 2, van dit decreet, of de toezichthouders, vermeld in artikel 29bis van dit decreet, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De ambtenaren, vermeld in artikel 20, § 2, van dit decreet, en de toezichthouders, vermeld in artikel 29bis van dit decreet, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, verzonden is naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de ambtenaren, vermeld in artikel 20, § 2, van dit decreet, en de toezichthouders, vermeld in artikel 29bis van dit decreet, op een verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de ambtenaren, vermeld in artikel 20, § 2, van dit decreet, en de toezichthouders, vermeld in artikel 29bis van dit decreet, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de ambtenaren, vermeld in artikel 20, § 2, van dit decreet, en de toezichthouders, vermeld in artikel 29bis van dit decreet, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Art. 175. In artikel 24, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 31 mei 2013, wordt de zinsnede "op voorwaarde van machtiging van de mededeling van persoonsgegevens op basis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens of van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd".
Art. 176. In artikel 33, § 1, zevende lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 29 april 2011, wordt de zin "Zij kan tevens de organisatorische en technische maatregelen bepalen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen." opgeheven.
Onderafdeling 4. - Wijziging van het decreet van 16 juni 2006
betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen
Art. 177. In artikel 9, tweede lid, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen wordt de zin "De administratieve overheden van het Vlaamse Gewest en de federale staat blijven aansprakelijk voor de door hen al of niet geleverde informatie." vervangen door de zin "Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens blijven de administratieve overheden van het Vlaamse Gewest en de Federale Staat aansprakelijk voor de door hen al of niet geleverde informatie.".
Onderafdeling 5. - Wijziging van het Mestdecreet van 22 december 2006
Art. 178. In artikel 4, § 4, eerste lid, van het Mestdecreet van 22 december 2006, ingevoegd bij het decreet van 6 mei 2011 en gewijzigd bij het decreet van 12 juni 2015, wordt de zinsnede "de bepalingen van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de woorden "de bepalingen van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Onderafdeling 6. - Wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid
Art. 179. In artikel 4.3.3, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid wordt punt 2° vervangen door wat volgt :
"2° passende technische en organisatorische maatregelen betreffende de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;".
Onderafdeling 7. - Wijzigingen van het Energiedecreet van 8 mei 2009
Art. 180. In artikel 4/1.2.2, § 3, tweede lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009, ingevoegd bij het decreet van 10 maart 2017, wordt het woord "privacywetgeving" vervangen door de woorden "de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 181. In artikel 7.8.1, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 maart 2014, wordt het woord "privacywetgeving" vervangen door de woorden "regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
Art. 182. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 22 december 2017, wordt een artikel 13.1.1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 13.1.1/1. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de bevoegde toezichthouders, vermeld in dit hoofdstuk, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de bevoegde toezichthouder, vermeld in dit hoofdstuk, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De bevoegde toezichthouder, vermeld in dit hoofdstuk, moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde toezichthouder, vermeld in dit hoofdstuk, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de bevoegde toezichthouder, vermeld in dit hoofdstuk, heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de bevoegde toezichthouder, vermeld in dit hoofdstuk, hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 8. - Wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Art. 183. In de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2017, wordt een artikel 6.6.4 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 6.6.4. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder de hiertoe bevoegde overheid : de handhavende personeelsleden en de entiteiten, vermeld in artikel 6.1.1, 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8°, die hun bevoegdheden uitoefenen in het kader van titel VI, alsook de andere overheden waaraan titel VI rechtstreeks taken inzake handhaving toebedeelt, met inbegrip van de burgemeester.
§ 2. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kan de hiertoe bevoegde overheid beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de hiertoe bevoegde overheid, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De hiertoe bevoegde overheid moet de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de hiertoe bevoegde overheid op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de hiertoe bevoegde overheid heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, en tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijst de hiertoe bevoegde overheid hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 9. - Wijziging van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013
Art. 184. In het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 7 juli 2017, wordt een artikel 11.7.2 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 11.7.2. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de verbalisanten, vermeld in artikel 11.3.3 van dit decreet, en de entiteit waartoe ze behoren beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zesde lid.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de verbalisanten, vermeld in artikel 11.3.3 van dit decreet, en de entiteit waartoe ze behoren, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De verbalisanten, vermeld in artikel 11.3.3 van dit decreet, en de entiteit waartoe ze behoren, moeten de beslissing, vermeld in het eerste lid, in voorkomend geval rechtvaardigen op verzoek van de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de verbalisanten, vermeld in artikel 11.3.3 van dit decreet, en de entiteit waartoe ze behoren, op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval de onderzoeksrechter aan de verbalisanten, vermeld in artikel 11.3.3 van dit decreet, en de entiteit waartoe ze behoren heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, verwijzen de verbalisanten, vermeld in artikel 11.3.3 van dit decreet, en de entiteit waartoe ze behoren hem door naar de bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming. De bevoegde toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming deelt uitsluitend aan de betrokkene mee dat de nodige verificaties zijn verricht.".
Onderafdeling 10. - Wijzigingen van het decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones
Art. 185. In artikel 5, derde lid, en artikel 9 van het decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones wordt de zinsnede "wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer" vervangen door de zinsnede "regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd".
Art. 186. In artikel 8, § 4, 3°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de regelgeving inzake privacy zoals onder meer artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens" vervangen door de zinsnede "de regelgeving over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals onder meer bepaald in artikel 8 EVRM, en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Art. 187. In het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer worden artikel 10, 11, 12 en 32 opgeheven.
Art. 188. De drie leden van de Vlaamse toezichtcommissie en hun plaatsvervangers die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 10, § 2, tweede lid, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, zoals dit gold ten laatste op 24 mei 2018, blijven lid van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. De Vlaamse Regering duidt onder die leden de voorzitter aan.
Het mandaat van deze leden eindigt op de datum van de bekendmaking van de samenstelling van de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, in het Belgisch Staatsblad.
Het mandaat van de drie leden van de Vlaamse toezichtcommissie en hun plaatsvervangers die zijn aangesteld overeenkomstig artikel 10, § 2, eerste lid, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, zoals dit gold ten laatste op 24 mei 2018, eindigt op 25 mei 2018.
Art. 189. Met behoud van de controlebevoegdheden van de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer, behouden de machtigingen, adviezen en aanbevelingen, verleend door de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, vermeld in artikel 10 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer, rechtsgeldigheid.
Na de inwerkingtreding van dit artikel blijft toetreding tot een bij een beraadslaging van de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer verleende algemene machtiging mogelijk. Daartoe onderzoekt de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer, de vraag tot aansluiting tot de betreffende algemene machtiging.
Lopende adviesaanvragen, ingediend bij de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, vermeld in artikel 10 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer, voor de inwerkingtreding van dit artikel, worden behandeld door de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer.
De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer kan adviezen en aanbevelingen, verleend door de Vlaamse toezichtcommissie voor het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, wijzigen, vervangen, opheffen of intrekken.
Art. 190. De Vlaamse Regering wordt ermee belast de bestaande wets- en decreetsbepalingen te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen om ze in overeenstemming te brengen met de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) en de federale en Vlaamse wetgeving die is of wordt aangenomen in toepassing en binnen het kader van de voormelde verordening zonder in nieuwe beperkingen of verdergaande maatregelen te voorzien.
De besluiten die krachtens dit artikel worden vastgesteld, houden op uitwerking te hebben als ze niet bij decreet zijn bekrachtigd twee jaar na de datum van de inwerkingtreding ervan. De bekrachtiging werkt terug tot die laatste datum.
De bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, vervalt twee jaar na de inwerkingtreding van dit decreet.
Na de datum, vermeld in het derde lid, kunnen de besluiten die krachtens dit artikel zijn vastgesteld en zijn bekrachtigd, alleen bij een decreet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
Art. 191. Dit decreet treedt in werking op 25 mei 2018, met uitzondering van :
1° artikel 7 en 8, die in werking treden op 3 december 2018;
2° artikel 14, 18, 21 tot en met 26, 34, 35, 38, 1°, 42, 4°, 82, 2°, 85, 86, 87, 88, 96, 125, 142, 151, 152, 157, 4°, 159, 160, 3°, 161, 163, 164, 2° en 3°, 167, 187 en 189, die in werking treden op de datum van de bekendmaking van de samenstelling van de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, in het Belgisch Staatsblad;
3° artikel 16 en 27, 2°, die in werking treden op de datum van de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad;
4° artikel 50 tot en met 52 en artikel 92, die in werking treden op 1 januari 2019;
5° artikel 151 en 152 die in werking treden op de datum van de inwerkingtreding van respectievelijk artikel 20 en 21 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende toegangsverbod tot voertuigen van de VVM;
6° artikel 180, dat in werking treedt op de datum van de inwerkingtreding van artikel 4/1.2.2, § 3, tweede lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 8 juni 2018.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Vlaams minister van Buitenlands Beleid en Onroerend Erfgoed,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Onderwijs,
H. CREVITS
De Vlaamse minister van Begroting, Financiën en Energie,
B. TOMMELEIN
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding,
L. HOMANS
De Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn,
B. WEYTS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN
De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport,
Ph. MUYTERS
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw,
J. SCHAUVLIEGE
De Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel,
S. GATZ
_______
Nota
(1) Zitting 2017-2018
Stukken : - Ontwerp van decreet : 1556 - Nr. 1
- Amendementen : 1556 - Nrs. 2 en 3
- Verslag : 1556 - Nr. 4
- Amendementen na indiening van het verslag : 1556 - Nr. 5
- Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1556 - Nr. 6
Handelingen. - Bespreking en aanneming : Vergadering van 30 mei 2018.


begin

Publicatie : 2018-06-26