J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2017/07/07/2017020491/justel

Titel
7 JULI 2017. - Decreet betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming Zie wijziging(en)

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 09-08-2017 nummer :   2017020491 bladzijde : 78216   BEELD
Dossiernummer : 2017-07-07/30
Inwerkingtreding : 01-01-2018

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1-2
HOOFDSTUK 2. - Wijk-werken
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 3-9
Afdeling 2. - Doelgroep
Art. 10-11
Afdeling 3. - Overeenkomst en statuut
Art. 12
Afdeling 4. - Regie en werkingsprincipes
Art. 13-16
Afdeling 5. - Organisatoren van wijk-werken
Art. 17-24
Afdeling 6. - Activiteiten
Art. 25-29
Afdeling 7. - De gebruikers
Art. 30-33
Afdeling 8. - Wijk-werkcheque
Art. 34-38
Afdeling 9. - Platform
Art. 39-42
Afdeling 10. - Financiering en controle
Art. 43-46
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
Art. 47-62
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Art. 63-64

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.

  Art. 2. Dit decreet wordt aangehaald als: Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017.

  HOOFDSTUK 2. - Wijk-werken

  Afdeling 1. - Algemene bepalingen

  Art. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  1° gebruiker: de natuurlijke persoon, rechtspersoon, overheidsinstelling of feitelijke vereniging die wijk-werkcheques gebruikt om wijk-werkactiviteiten te laten uitvoeren;
  2° gemeente: de gemeenten, vermeld in het Gemeentedecreet van 15 juli 2005;
  3° OCMW: de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
  4° organisator: de rechtspersoon die de organisatie van het wijk-werken uitvoert;
  5° partnerorganisaties: de partnerorganisaties, vermeld in artikel 1, eerste lid, 25°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  6° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  7° werkzoekende: de werkzoekende, vermeld in artikel 1, eerste lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
  8° wijk-werkcheques: de papieren of elektronische cheques die gebruikt worden om wijk-werkers te vergoeden voor de activiteiten die ze in het kader van wijk-werken verrichten;
  9° wijk-werken: een maatregel met als doel het opdoen van werkervaring door het uitvoeren van activiteiten bij gebruikers in het kader van een traject naar werk;
  10° wijk-werker: de natuurlijke persoon die activiteiten in het wijk-werken uitvoert.

  Art. 4. Er wordt een PWA-stelsel opgericht voor het Vlaamse Gewest in de zin van artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, hierna het stelsel wijk-werken te noemen. In het stelsel wijk-werken verrichten wijk-werkers activiteiten bij gebruikers. Per gepresteerd uur ontvangt de wijk-werker een wijk-werkcheque van de gebruiker. Elk begonnen uur van prestaties geeft recht op een wijk-werkcheque.
  Het stelsel wijk-werken is toegankelijk voor werkzoekenden en gebruikers die hun domicilie of vestigingseenheid hebben in het Vlaamse Gewest, voor activiteiten die plaatsvinden in het Vlaamse Gewest.

  Art. 5. De volgende vier afzonderlijke partners zijn betrokken bij wijk-werken:
  1° de VDAB;
  2° de gemeente;
  3° de organisator;
  4° het OCMW.

  Art. 6. De VDAB of de partnerorganisaties leiden de niet-leefloongerechtigde werkzoekenden toe naar wijk-werken. De OCMW's leiden de leefloongerechtigden toe naar wijk-werken. Leefloongerechtigden dienen ingeschreven te worden als werkzoekende bij VDAB voor de start van wijk-werken, overeenkomstig artikel 11.
  In het eerste lid wordt verstaan onder leefloongerechtigde: de leefloongerechtigde, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".
  De Vlaamse Regering bepaalt welke partnerorganisaties de toeleiding naar wijk-werken kunnen doen.

  Art. 7. Wijk-werken heeft als doelstelling om werkzoekenden met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt werkervaring te laten opdoen minstens gericht op het behoud van reeds verworven competenties. Dat gebeurt door het uitvoeren van maatschappelijk relevante activiteiten binnen een reële arbeidsmarktomgeving door middel van werkplekken op lokaal niveau bij een gebruiker. De werkzoekende kan werkervaring opbouwen in functie van een individueel traject naar werk dat gericht is op het normale economische circuit.

  Art. 8. Tijdens wijk-werken wordt de werkzoekende begeleid door de VDAB, de partnerorganisaties of de OCMW's om de doelstelling van het stelsel te verwezenlijken en de wijk-werker te ondersteunen. Die begeleiding omvat de volgende taken:
  1° het vastgelegde traject naar werk opstellen en opvolgen;
  2° het vastgelegde traject naar werk evalueren;
  3° het traject naar werk in overleg met de werkzoekende bijsturen.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toeleiding, de voorwaarden voor de toegang tot het wijk-werken, en de begeleiding tijdens het wijk-werken.

  Art. 9. De duurtijd van wijk-werken wordt voor elke werkzoekende individueel bepaald aan de hand van de te overbruggen afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Een wijk-werker kan maximaal twaalf maanden in het stelsel van wijk-werken activiteiten verrichten, berekend van datum tot datum.
  De maximumtermijn van twaalf maanden, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor personen die op 30 september 2017 verbonden zijn met een PWA-arbeidsovereenkomst of aan wie minstens honderd PWA-cheques zijn uitbetaald in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2017. Die personen worden ook begeleid door de VDAB, de partnerorganisaties of het OCMW met toepassing van artikel 8.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de duurtijd, de schorsing, de hervatting en de stopzetting van wijk-werken.

  Afdeling 2. - Doelgroep

  Art. 10. Wijk-werken is een stelsel dat toegankelijk is voor werkzoekenden met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. De werkzoekende:
  1° heeft een gebrek aan werkervaring of recente werkervaring;
  2° verkeert niet in de mogelijkheid om minimaal een halftijdse professionele tijdsbesteding op te nemen, waardoor instroom in een andere maatregel niet haalbaar is in functie van een traject naar werk;
  3° kan na wijk-werken doorstromen naar een volgende stap in het traject naar werk.
  Als andere instrumenten beter passen in het traject naar werk van de werkzoekende, stapt de werkzoekende over naar andere instrumenten.

  Art. 11. De werkzoekende schrijft zich in als werkzoekende bij VDAB vóór wijk-werken wordt gestart.
  Tijdens wijk-werken blijft de werkzoekende beschikbaar voor de arbeidsmarkt, tenzij hij zich op een vrijstelling van beschikbaarheid kan beroepen.

  Afdeling 3. - Overeenkomst en statuut

  Art. 12. De wijk-werker sluit met de organisator een wijk-werkovereenkomst.
  In het eerste lid wordt verstaan onder wijk-werkovereenkomst: een PWA-arbeidsovereenkomst gesloten met toepassing van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst.

  Afdeling 4. - Regie en werkingsprincipes

  Art. 13. § 1. De gemeente heeft de volgende taken voor de regie van het wijk-werken:
  1° het detecteren van de lokale noden met betrekking tot activiteiten die niet worden uitgevoerd in het reguliere arbeidscircuit;
  2° het bepalen van lokale uitbreidingen of beperkingen op de lijst van activiteiten, zoals bepaald in artikel 27 van dit decreet;
  3° het bewaken van de lijst van activiteiten, zodat er geen verdringing van de reguliere arbeid kan zijn;
  4° het uitbouwen van een samenwerking en coördinatie met de VDAB en de organisator;
  5° het informeren en sensibiliseren van de gebruikers;
  6° het verzamelen en aanleveren aan de organisator van mogelijke werkplekken voor het verrichten van wijk-werken.
  § 2. De gemeente kan de taken, vermeld in paragraaf 1, zelf uitvoeren, of voor de uitvoering van die taken een samenwerkingsverband sluiten met andere gemeenten als vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, of een OCMW-vereniging oprichten als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  Voor de taken, vermeld in paragraaf 1, maakt de gemeente gebruik van het platform, vermeld in afdeling 9.
  § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de taken, vermeld in paragraaf 1.

  Art. 14. § 1. De gemeente heeft de volgende taak inzake de organisatie van het wijk-werken:
  1° hetzij het oprichten van een organisator als het een gemeente betreft die minstens zestigduizend inwoners heeft;
  2° hetzij het vormen van een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid als vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, dat als organisator zal optreden of een organisator zal oprichten, op voorwaarde dat het samenwerkingsverband een grondgebied van zestigduizend inwoners omvat, of een OCMW-vereniging als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, oprichten, die als organisator zal optreden of een organisator zal oprichten, op voorwaarde dat die OCMW-vereniging een grondgebied van zestigduizend inwoners omvat;
  3° hetzij de organisatie van wijk-werken over te laten aan de VDAB.
  Voor de taak, vermeld in het eerste lid, 2°, kan de gemeente ervoor kiezen om een bestaand samenwerkingsverband of een bestaande vereniging als vermeld in het voormelde punt 2°, te belasten met de organisatie van wijk-werken.
  Voor de taken, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt verstaan onder oprichten van een organisator: het oprichten van een rechtspersoon of het aanduiden van een bestaande rechtspersoon die als organisator zal optreden. De Vlaamse Regering bepaalt welke vormen van rechtspersoonlijkheid in aanmerking komen als organisator.
  § 2. Als de gemeente kiest voor de mogelijkheid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, zal de VDAB optreden als organisator.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van deze paragraaf als een gemeente op een later tijdstip wil gebruikmaken van de mogelijkheden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° of 2°.
  § 3. Er kan worden afgeweken van de vereiste van zestigduizend inwoners vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, als de gemeente of het samenwerkingsverband daartoe een gemotiveerde aanvraag indient en voldoet aan de voorwaarden. De Vlaamse Regering bepaalt voor de toepassing van deze paragraaf aan welke voorwaarden moet worden voldaan en hoe een gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend.
  § 4. In afwijking van de bepalingen van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, de bepalingen van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 of andere reglementering die de lokale besturen bindt, kan de beslissing tot oprichting van een organisator met toepassing van dit artikel genomen worden tijdens kalenderjaren 2017 en 2018, ongeacht de nabijheid van de verkiezingen voor de algehele vernieuwing van de gemeenteraden.
  § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen met betrekking tot dit artikel. De Vlaamse Regering kan bepalen welke vormen van rechtspersonen kunnen optreden als organisator en onder welke voorwaarden.

  Art. 15. De wijk-werker kan activiteiten uitvoeren op het grondgebied van elke organisator van wijk-werken. De wijk-werker wordt toegeleid naar de organisator van zijn domicilie.
  De gebruiker wendt zich tot de organisator van de plaats waar de activiteiten plaatsvinden, om activiteiten te laten uitvoeren.
  Elke organisator heeft een vestigingsplaats in het Vlaamse Gewest.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de bepalingen van dit artikel.

  Art. 16. § 1. De VDAB heeft de volgende taken in het kader van wijk-werken:
  1° in personeel voor de ondersteuning van de organisatoren voorzien;
  2° in het platform, vermeld in afdeling 9, voorzien;
  3° de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27, opstellen en bewaken;
  4° in een samenwerking en coördinatie tussen de VDAB, de gemeenten en de organisator voorzien;
  5° als organisator optreden met toepassing van artikel 14, § 2;
  6° het voorzien in de betalingen en de financiële werking van het wijk-werken.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de taken, vermeld in het eerste lid.
  § 2. Met toepassing van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers mogen personeelsleden door de VDAB ter beschikking gesteld worden van de organisator met het oog op de organisatie van het wijk-werken.
  Gedurende de periode waarin het personeelslid bij de organisator werkt, staat de organisator in voor de toepassing van de wetgeving over de reglementering en de bescherming van de arbeid. In geen geval kan de organisator werkgeversgezag uitoefenen over het personeelslid.
  De raad van bestuur van de VDAB beslist over de voorwaarden en modaliteiten van de bepalingen van deze paragraaf.

  Afdeling 5. - Organisatoren van wijk-werken

  Art. 17. De organisator van wijk-werken heeft de volgende taken:
  1° de vraag van de gebruiker matchen met een beschikbare wijk-werker die de activiteit kan uitvoeren in het kader van zijn traject naar werk;
  2° de competenties van de wijk-werker en de gegevens die relevant zijn voor zijn traject naar werk, registreren in het systeem van de VDAB, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 3, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  3° gebruikers zoeken en in een voldoende aanbod van activiteiten in het kader van wijk-werken voorzien;
  4° het platform gebruiken;
  5° het verloop van de uitvoering van de activiteiten door de wijk-werker opvolgen, met inbegrip van het registreren van de activiteiten in het platform;
  6° administratieve taken vervullen, met inbegrip van de verwerking van de wijk-werkcheques;
  7° gebruikers, gemeenten en wijk-werkers bij het gebruik van het platform ondersteunen;
  8° informatie verlenen over wijk-werken;
  9° het jaarlijks informeren van de gemeente over de uitvoering van het wijk-werken in de betrokken gemeente.
  Om de taken, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, maakt de organisator gebruik van het platform, vermeld in afdeling 9. De organisator voert de taken uit, vermeld in het eerste lid, conform de regelgeving over de privacy en de verwerking van persoonsgegevens.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en regels in verband met het toepassingsgebied, de aard en de inhoud van de organisatie van het wijk-werken, de taken van de organisatie, de controle en het toezicht.

  Art. 18. De organisator ontvangt een deel van de opbrengst van de wijk-werkcheque als vergoeding voor de dienstverlening, vermeld in artikel 17. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor die vergoeding.

  Art. 19. De wijk-werker sluit een wijk-werkovereenkomst met de organisator.

  Art. 20. De gebruiker sluit een gebruikersovereenkomst met de organisator.
  De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de gebruikersovereenkomst en de raad van bestuur van VDAB bepaalt het model van de gebruikersovereenkomst.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten omtrent de verplichtingen van de gebruiker.

  Art. 21. De VDAB verzekert de wijk-werker tegen arbeidsongevallen conform de voorwaarden en de regels die de Vlaamse Regering bepaalt.
  Artikel 79, § 10, zesde lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, is van overeenkomstige toepassing.
  Artikel 152sexies, § 4, van het voormelde koninklijk besluit, is van overeenkomstige toepassing.
  Artikel 6 van het koninklijk besluit van 17 december 1999 betreffende de PWA-werknemers van wie het loon betaald wordt door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is van overeenkomstige toepassing.

  Art. 22. De VDAB sluit een verzekeringspolis af voor burgerlijke aansprakelijkheid die volgt uit vorderingen met betrekking tot de uitvoering van wijk-werkactiviteiten.

  Art. 23. De organisator hanteert een boekhouding die alle inkomsten en uitgaven die verband houden met wijk-werkactiviteiten, transparant afzondert.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen met betrekking tot de boekhouding van de organisator en het toezicht op die boekhouding.

  Art. 24. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de organisator een deel van zijn opbrengst moet spenderen aan initiatieven in het kader van activering en werkgelegenheid.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot dit artikel.

  Afdeling 6. - Activiteiten

  Art. 25. Gedurende wijk-werken kan een wijk-werker meerdere activiteiten uitvoeren op verschillende werkplekken. Artikel 152sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering is van overeenkomstige toepassing.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de formaliteiten en voorwaarden die nageleefd moeten worden bij de uitvoering van wijk-werkactiviteiten.

  Art. 26. De activiteiten in het kader van wijk-werken mogen in geen geval tot gevolg hebben dat er verdringing van reguliere arbeid is, noch in het normale economische circuit, noch in de sociale economie.

  Art. 27. De raad van bestuur van de VDAB bepaalt de lijst van activiteiten die verricht mogen worden in het Vlaamse Gewest in het kader van wijk-werken. Die lijst kan uitgebreid, aangepast of beperkt worden door de raad van bestuur van de VDAB zonder dat er verdringing van reguliere arbeid is, noch in het normale economische circuit, noch in de sociale economie.
  Gemeenten kunnen, voor hun grondgebied, de lijst van activiteiten verder uitbreiden of beperken zonder dat er verdringing van reguliere arbeid is, noch in het normale economische circuit, noch in de sociale economie. De gemeente kan dit zelf doen, of hiervoor een samenwerkingsverband sluiten met andere gemeenten als vermeld in het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, of een OCMW-vereniging oprichten als vermeld in titel VIII, hoofdstuk I, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling en de aanpassingen van de lijst, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan bepalen om bepaalde activiteiten voor te behouden aan bepaalde categorieën van gebruikers.

  Art. 28. Als blijkt dat de uitbreidingen van de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27 de reguliere arbeid verdringen of het welzijn van de wijk-werker in het gedrang brengen, kan de raad van bestuur van de VDAB die uitbreidingen schrappen. Die beslissing heeft uitwerking vanaf de datum van beslissing door de raad van bestuur van de VDAB.
  De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de evaluatie, monitoring en bijsturing van de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27, eerste en tweede lid.

  Art. 29. De Vlaamse Regering bepaalt het maximum aantal uren dat een wijk-werker mag verrichten.

  Afdeling 7. - De gebruikers

  Art. 30. Zowel natuurlijke personen, rechtspersonen, overheidsinstellingen als feitelijke verenigingen kunnen gebruikmaken van wijk-werken. De gebruiker koopt een wijk-werkcheque aan voor elk begonnen uur van wijk-werken.
  De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de categorieën van gebruikers die kunnen gebruikmaken van wijk-werken.

  Art. 31. De organisator vraagt aan de kandidaat-gebruiker een jaarlijks inschrijvingsrecht. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van het inschrijvingsrecht en aan wie het inschrijvingsrecht toekomt.

  Art. 32. De kandidaat-gebruiker dient voorafgaand aan de start van de activiteiten bij de organisator een aanvraag in waarin hij de te verrichten activiteiten omschrijft. De organisator stelt vast of die activiteiten toegelaten zijn volgens de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27.
  De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en regels bepalen voor de indiening van de aanvraag en voor de te verlenen toelating.

  Art. 33. De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van het werk is van overeenkomstige toepassing.

  Afdeling 8. - Wijk-werkcheque

  Art. 34. De wijk-werker ontvangt voor elk begonnen uur wijk-werken een wijk-werkcheque van de gebruiker.
  De Vlaamse Regering bepaalt de vergoeding die de wijk-werker ontvangt per cheque en de wijze waarop de wijk-werker de wijk-werkcheque kan indienen bij de organisator.
  De Vlaamse Regering kan bepalen dat elektronische wijk-werkcheques afgegeven kunnen worden, en kan nadere regels bepalen in verband met de wijk-werkcheques.

  Art. 35. De Vlaamse Regering kan voorzien in een tegemoetkoming voor de verplaatsingskosten van de wijk-werker.
  De Vlaamse Regering legt nadere regels vast met betrekking tot het bedrag en de voorwaarden van deze tegemoetkoming, en ten laste van wie deze verplaatsingskosten zijn.

  Art. 36. De Vlaamse Regering bepaalt de aanschafprijs die de gebruiker moet betalen voor de wijk-werkcheque.
  De Vlaamse Regering kan bij het bepalen van de aanschafprijs een onderscheid maken per soort activiteit en per soort gebruiker.
  De Vlaamse Regering kan aan de gemeenten de mogelijkheid geven om de aanschafprijs te bepalen binnen de grenzen die zij vastlegt.
  De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de gebruiker de wijk-werkcheque kan aankopen, aan wie welk deel van het bedrag van de wijk-werkcheque toekomt, hoe het bedrag van de wijk-werkcheque wordt aangewend en de wijze waarop de gebruiker de terugbetaling van de wijk-werkcheque kan verkrijgen.

  Art. 37. De raad van bestuur van de VDAB wijst conform de regelgeving over de overheidsopdrachten de uitgiftemaatschappij aan die instaat voor de uitgifte van de wijk-werkcheques.

  Art. 38. De raad van bestuur van de VDAB bepaalt het model van de wijk-werkcheques.

  Afdeling 9. - Platform

  Art. 39. Er wordt voorzien in een "platform wijk-werken". Dat platform wordt gebruikt om:
  1° gebruikers te registreren;
  2° wijk-werkers te registreren;
  3° de toegelaten activiteiten te registreren en te beheren;
  4° werkplekken te laten melden door gebruikers of organisator;
  5° activiteiten en werkplekken te monitoren;
  6° gegevensstromen vanuit de VDAB en de partnerorganisaties naar de organisatoren van wijk-werken te creëren en vice versa;
  7° werkzoekenden met beschikbare werkplekken te matchen;
  8° het contingent van personen tewerkgesteld in het PWA-systeem, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, te monitoren.
  De organisatoren van wijk-werken dienen gebruik te maken van dat platform.

  Art. 40. De volgende personen hebben toegang tot het platform:
  1° de organisator;
  2° de VDAB en de partnerorganisaties;
  3° de gemeenten;
  4° de gebruiker;
  5° de wijk-werker;
  6° het OCMW;
  7° de uitgiftemaatschappij.
  De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de toegang tot het platform.

  Art. 41. Iedereen die gebruikmaakt van het platform, respecteert de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.

  Art. 42. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot dit platform.

  Afdeling 10. - Financiering en controle

  Art. 43. § 1. Het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd is van overeenkomstige toepassing.
  § 2. De VDAB is bevoegd voor de controle op de inkomsten en uitgaven van de organisatoren. De VDAB is bevoegd voor de terugvordering van ten onrechte genoten middelen.
  De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels omtrent de controle, de sanctionering en de terugvordering van ten onrechte genoten middelen.

  Art. 44. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de financiering van de organisator en de financiering van de uitgiftemaatschappij.

  Art. 45. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen inzake de opvolging van het contingent, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Dat omvat de mogelijkheid om de toeleiding naar wijk-werken te beperken.

  Art. 46. De rechtsvorderingen die ontstaan uit de toepassing van hoofdstuk 2 en de uitvoeringsbesluiten ervan, verjaren na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.

  HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 47. In artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, hersteld bij de wet van 30 maart 1994 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 tot en met 3 worden opgeheven;
  2° in paragraaf 4 wordt het eerste lid opgeheven;
  3° paragraaf 5, 6, 8, 9 en 11 worden opgeheven.
  De Vlaamse Regering kan overgangsbepalingen aannemen omtrent het bestaande PWA-systeem.

  Art. 48. Artikel 8bis van dezelfde besluitwet, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002, wordt opgeheven.

  Art. 49. Artikel 8ter van dezelfde besluitwet, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012, wordt opgeheven.

  Art. 50. In artikel 38, § 1, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen van 1992, het laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt punt 13° vervangen door wat volgt:
  "13° het inkomen, verkregen voor prestaties die geleverd zijn in het kader van wijk-werken als vermeld in artikel 34 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017, tot 4,10 euro per gepresteerd uur;".

  Art. 51. In artikel 145/21 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen" vervangen door de woorden "het wijk-werken";
  2° in het derde lid worden de woorden "de nominale waarde van de PWA-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen" vervangen door de zinsnede "de nominale waarde van de wijk-werkcheques, vermeld in de reglementering over wijk-werken,".

  Art. 52. In artikel 63/10 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomenstenbelastingen 1992 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° wat de uitgaven, betaald voor prestaties in het kader van wijk-werken, betreft:
  a) ten belope van de nominale waarde van de wijk-werkcheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbare tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die wijk-werkcheques die in de loop van datzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd;
  b) op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een attest overlegt dat uitgereikt is door de uitgever van de wijk-werkcheques;".

  Art. 53. In titel IV van de programmawet van 2 augustus 2002 wordt hoofdstuk X, dat bestaat uit artikel 104 tot en met 112, opgeheven.
  In afwijking van het eerste lid blijven de beroepsinlevingsovereenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel gelden tot het einde van de overeenkomst met toepassing van de regelgeving zoals die gold de dag voor inwerkingtreding van dit artikel.

  Art. 54. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004 wordt punt 40° vervangen door wat volgt:
  "40° het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017;".

  Art. 55. In artikel 5, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 april 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt 2°, e), wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° en recht hebben op een outplacementbegeleiding als vermeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 januari 2003 tot uitvoering van de artikelen 15 en 17 van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers.";
  2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
  "8° taken met betrekking tot wijk-werken als vermeld in artikel 16 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017;".

  Art. 56. Artikel 36sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2011, wordt opgeheven.
  Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 36sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.

  Art. 57. In artikel 79 van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 tot en met 4 en paragraaf 5 tot en met 7 worden opgeheven;
  2° in paragraaf 8 worden het tweede, vierde en vijfde lid opgeheven;
  3° paragraaf 9 wordt opgeheven;
  4° in paragraaf 10 worden het eerste tot en met het vijfde lid opgeheven;
  5° paragraaf 11 tot en met 13 worden opgeheven.

  Art. 58. Artikel 79bis van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juli 2012, wordt opgeheven.

  Art. 59. Artikel 79ter van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 februari 2010, wordt opgeheven.

  Art. 60. Artikel 131septies/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 15 januari 2009, wordt opgeheven.
  Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 131septies/1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.

  Art. 61. Artikel 131octies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 januari 2002, wordt opgeheven.
  Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 131octies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.

  Art. 62. In het koninklijk besluit van 17 december 1999 betreffende de PWA-werknemers van wie het loon betaald wordt door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° artikel 1 tot en met 5 worden opgeheven;
  2° in artikel 6 wordt het tweede lid opgeheven;
  3° artikel 7 wordt opgeheven.

  HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen

  Art. 63. § 1. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het decreet van 15 juli 2005 houdende de toekenning van de mogelijkheid tot sluiting van beroepsinlevingsovereenkomsten aan sommige rechtspersonen;
  2° het koninklijk besluit van 10 juni 1994 tot uitvoering van artikel 8, § 1 en § 6, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 december 2016;
  3° het koninklijk besluit van 11 maart 2003 tot vaststelling van de op de beroepsinlevingsovereenkomst toepasselijke minimumvergoeding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016;
  4° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waartegen beroepsinlevingsovereenkomsten kunnen worden afgesloten door sommige rechtspersonen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016.
  § 2. Op de beroepsinlevingsovereenkomsten gesloten vóór de datum van de inwerkingtreding van paragraaf 1, 1°, 3° en 4°, blijft tot het einde van de voormelde overeenkomst de regelgeving van toepassing zoals die gold de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van deze bepalingen.

  Art. 64.De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.
  
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 1-48; 51; 52; 54; 55,2°; 56-62; 63,2° vastgesteld op 01-01-2018 door BVR 2017-09-29/12, art. 60)

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 7 juli 2017.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport,
Ph. MUYTERS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt:
   Decreet betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
---------------------------------------------------GEWIJZIGD DOOR---------------------------------------------------
BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 06-07-2018 GEPUBL. OP 17-08-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 53; 63)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-06-2018 GEPUBL. OP 26-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 17)
  • -------------------------------------INWERKINGTREDING DOOR-------------------------------------
    BEELD
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 29-09-2017 GEPUBL. OP 31-10-2017
    (BETROKKEN ART. : 1-49; 51; 52; 54; 55; 56-62; 63)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2016-2017 Stukken: - Ontwerp van decreet : 1197 - Nr. 1 - Amendementen : 1197 - Nr. 2 - Tekst aangenomen door de commissie : 1197 - Nr. 3 - Verslag : 1197 - Nr. 4 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1197 - Nr. 5 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergaderingen van 5 juli 2017.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 2 uitvoeringbesluiten
    Franstalige versie