einde

Publicatie : 2012-07-04

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID

15 JUNI 2012. - Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie (1)



Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie
TITEL 1. - Algemeen kader en definities
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder :
1° aanvrager : een natuurlijke persoon of rechtspersoon die, al dan niet vertegenwoordigd door een derde, een aanvraag van in-, uit- of doorvoer, overbrenging, voorafgaande machtiging of certificaat van gecertificeerd persoon indient;
2° ander voor militair gebruik dienstig materiaal : goederen die alleen of in combinatie met elkaar of andere goederen, substanties of organismen ernstige schade kunnen toebrengen aan personen of goederen en die als middel tot geweldpleging ingezet kunnen worden in een gewapend conflict of een soortgelijke situatie van geweld;
3° bestemmeling : de natuurlijke persoon of rechtspersoon in het land van bestemming naar wie de goederen vanuit België worden overgebracht of uit- of doorgevoerd;
4° civiel vuurwapen : een vuurwapen dat wordt in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht voor ander dan militair of paramilitair gebruik, met uitzondering van automatische vuurwapens en van vuurwapens met een kaliber dat door de Vaste Internationale Commissie ter Beproeving van Draagbare Vuurwapens als militair werd geclassificeerd;
5° defensiegerelateerde producten : de producten, met inbegrip van programmatuur en technologie, die opgenomen zijn in de Gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;
6° doorvoer : het vervoer van goederen die uitsluitend het Belgische grondgebied worden binnengebracht om via dat gebied te worden vervoerd naar een ander land, met uitzondering van overbrengingen tussen twee lidstaten van de EU, en waarbij de goederen op een van de volgende manieren worden getransporteerd :
a) ze worden overgeladen van het ene transportmiddel op een ander transportmiddel;
b) ze worden van een transportmiddel gelost en worden nadien opnieuw op hetzelfde transportmiddel geladen;
7° eindgebruiker : de op het moment van de beslissing over de vergunningsaanvraag laatst bekende natuurlijke persoon of rechtspersoon waaraan het gebruik van de over te brengen of uit of door te voeren goederen zal toevallen;
8° gecertificeerd persoon : een persoon die van een daartoe bevoegde autoriteit in een lidstaat van de EU een certificaat heeft ontvangen dat verklaart dat die persoon betrouwbaar is en onder meer in staat is om uitvoerbeperkingen na te komen van defensiegerelateerde producten die hij of zij in het kader van een vergunning vanuit een andere lidstaat overbrengt;
9° gevoelige goederen : de defensiegerelateerde producten die zijn opgenomen in het VN-register voor Conventionele Wapens als vervat in resoluties 43/36L en 58/54 van de Algemene Vergadering van de VN, met inbegrip van de goederen die zijn opgenomen in de optionele categorieën over kleine en lichte wapens;
10° invoer : elke binnenkomst in het douanegebied van de EU van goederen via het Belgische grondgebied, met inbegrip van tijdelijke opslag, plaatsing in een vrije zone of een vrij entrepot, plaatsing onder een schorsingsprocedure en het in het vrije verkeer brengen in de zin van Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (het gemoderniseerd douanewetboek), met uitzondering van de gevallen vermeld in artikel 2, punt 6° ;
11° land van bestemming : het land waarnaar de goederen vanuit België worden overgebracht, of uit- of doorgevoerd;
12° land van eindgebruik : het land waar het op het moment van de beslissing over de vergunningsaanvraag laatst bekende gebruik van de over te brengen, of uit of door te voeren goederen zich zal situeren;
13° munitie : het hele stuk of zijn componenten, met inbegrip van patroonhouder, slaghoedje, voortstuwingskruit en, indien toepasselijk, projectielen, die worden gebruikt in een vuurwapen;
14° onderdeel : elk element of vervangingselement dat specifiek voor een vuurwapen is gemaakt en dat aan de wettelijk voorgeschreven proef onderworpen is, alsook elk hulpstuk dat, aangebracht op een vuurwapen, tot gevolg heeft dat het wapen in een andere categorie wordt ondergebracht;
15° ordehandhavingsmateriaal : goederen die speciaal ontworpen of aangepast zijn voor ordehandhaving of oproerbeheersing;
16° overbrenging : het overbrengen van een of meer civiele vuurwapens, onderdelen of munitie van het grondgebied van één lidstaat van de EU naar het grondgebied van een andere lidstaat in de zin van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens en Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik en het overdragen van een of meer defensiegerelateerde producten van het grondgebied van een lidstaat van de EU naar het grondgebied van een andere lidstaat in de zin van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap;
17° uitvoer : elk vertrek van goederen uit het douanegebied van de EU via het Belgische grondgebied, met inbegrip van het vertrek van goederen waarvoor een douaneaangifte vereist is en het vertrek van goederen na de opslag ervan in een vrije zone van controletype I of een vrij entrepot in de zin van het gemoderniseerd douanewetboek, met uitzondering van de gevallen vermeld in artikel 2, punt 6° ;
18° vuurwapen : een draagbaar wapen dat van een loop voorzien is en waarmee door explosieve voortstuwing een lading, een kogel of een projectiel wordt uitgestoten, en dat daartoe is ontworpen of daartoe kan worden omgebouwd.
Art. 3. § 1. De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging is verboden van defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie waarvan het gebruik, de productie, de ontwikkeling of de overdracht verboden zijn door of krachtens internationale verplichtingen en verbintenissen van het Vlaamse Gewest en België.
Daarenboven is de invoer en de overbrenging naar het Vlaamse Gewest verboden van defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie, andere dan deze vermeld in het eerste lid, en andere goederen waarvan het voorhanden hebben in België verboden is op basis van de Wapenwet van 8 juni 2006.
De Vlaamse Regering stelt de lijst vast van de defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, munitie en andere goederen waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging verboden zijn.
De in-, uit- of doorvoer of overbrenging van deze goederen voor doeleinden die door de daarop toepasselijke regelgeving zijn toegelaten is onderworpen aan een vergunning als vermeld in paragraaf 2 en 3.
§ 2. De overbrenging, en de in-, uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal is onderworpen aan een vergunning als vermeld in titel 2.
§ 3. De overbrenging en de in-, uit- en doorvoer van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie is onderworpen aan een vergunning als vermeld in titel 3.
§ 4. De overbrenging, vermeld in paragraaf 2 en 3, vanuit en naar het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg is vrijgesteld van vergunning.
De doorvoer en de overbrenging van goederen als vermeld in paragraaf 2 en 3, die bestemd zijn voor of afkomstig zijn uit het Koninkrijk der Nederlanden of het Groothertogdom Luxemburg, wordt toegestaan op voorlegging van een vergunning die voor de in-, uitvoer of overbrenging van die goederen werd toegekend door de bevoegde Nederlandse of Luxemburgse autoriteiten.
Art. 4. De Vlaamse Regering kent vergunningen, machtigingen en certificaten als vermeld in dit decreet, toe als de aanvrager in het Vlaamse Gewest zijn of haar woonplaats of maatschappelijke zetel heeft.
Als de aanvrager geen woonplaats of maatschappelijke zetel in België heeft, kent de Vlaamse Regering een vergunning toe als de in-, uit- of doorvoer of de overbrenging op het grondgebied van het Vlaamse Gewest plaatsvindt.
Art. 5. De persoon die een vergunning, machtiging of certificaat wil verkrijgen, moet daartoe een aanvraag indienen bij de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen.
Die dienst kan bij de behandeling van een aanvraag de voorlegging van alle relevante documenten eisen die hij nodig acht om nuttige informatie te verkrijgen over de beoogde in-, uit- of doorvoer of de overbrenging.
TITEL 2. - In-, uit- en doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten en ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal
HOOFDSTUK 1. - Algemene beginselen en voorwaarden
Art. 6. Deze titel voorziet in de omzetting, voor wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest, van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap.
Deze titel doet geen afbreuk aan de bepalingen van titel 3, hoofdstuk 2. Indien toepasselijk gelden de vereisten, vermeld in artikel 31, evenzeer voor de goederen die onder de toepassing van deze titel vallen.
Afdeling 1. - Vergunningsverplichtingen
Art. 7. § 1. Een vergunning als vermeld in artikel 13 is vereist voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar andere lidstaten van de EU.
§ 2. De overbrenging naar het Vlaamse Gewest van gevoelige goederen, als vermeld in artikel 2, punt 9°, behoeft een voorafgaande kennisgeving.
De Vlaamse Regering kan een lijst van andere defensiegerelateerde producten aannemen waarvan de overbrenging naar het Vlaamse Gewest eveneens een voorafgaande kennisgeving behoeft omdat deze een directe bedreiging voor de openbare orde of veiligheid vormen.
Op basis van de kennisgeving, vermeld in het eerste en tweede lid, beslist de dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen, of het noodzakelijk is dat voor de overbrenging in kwestie een vergunning als vermeld in artikel 18 vereist wordt om een onderzoek op basis van de criteria, vermeld in artikel 11, toe te laten.
§ 3. De Vlaamse Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning van die vergunningen, en de nadere regels van die vergunningen en van de kennisgeving vast.
Art. 8. § 1. Een vergunning als vermeld in artikel 21, is vereist voor de tijdelijke en definitieve uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten naar landen buiten de EU.
De Vlaamse Regering neemt aanvullend een lijst aan van ordehandhavingsmateriaal waarvan de tijdelijke en definitieve uit- en doorvoer eveneens een vergunning als vermeld in artikel 21, behoeft.
Bij het vaststellen van deze lijst houdt de Vlaamse Regering in het bijzonder rekening met het risico dat het betreffende ordehandhavingsmateriaal gebruikt kan worden voor binnenlandse repressie.
§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 is een vergunning als vermeld in artikel 21 noodzakelijk voor de tijdelijke en definitieve uit- en doorvoer van ander voor militair gebruik dienstig materiaal, als vermeld in artikel 2, punt 2°.
§ 3. Een vergunning als vermeld in artikel 21 is vereist voor de tijdelijke en definitieve invoer van gevoelige goederen, als vermeld in artikel 2, punt 9°, vanuit landen buiten de EU.
De Vlaamse Regering kan een lijst van andere defensiegerelateerde producten en ordehandhavingsmateriaal aannemen waarvan de tijdelijke en definitieve uit- en invoer eveneens een vergunning als vermeld in artikel 21 behoeft omdat deze een directe bedreiging voor de openbare orde of veiligheid vormen.
§ 4. De Vlaamse Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning van die vergunningen en de nadere regels ervan vast.
Art. 9. § 1. Iedere persoon kan bij de dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen, een aanvraag indienen om een voorlopig advies te krijgen over de toelaatbaarheid van een bepaalde in-, uit- of doorvoer of overbrenging. Een dergelijk voorlopig advies houdt een verklaring in dat de details van de in-, uit- of doorvoer of overbrenging werden onderzocht en omvat een positief of negatief oordeel daarover.
Het advies, vermeld in het eerste lid, is louter informatief van aard, bindt het Vlaamse Gewest op geen enkele wijze en kan niet beschouwd worden als een toestemming om de in-, uit- of doorvoer of de overbrenging te voltrekken.
§ 2. Iedere persoon kan bij de dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen naar aanleiding van een bepaalde uit- of doorvoer een schriftelijke bevestiging vragen dat zijn of haar goederen niet onder de toepassing van artikel 8, § 2, vallen.
§ 3. De Vlaamse Regering stelt de procedure voor het verkrijgen van dit advies en deze schriftelijke bevestiging en de nadere regels ervan vast.
Afdeling 2. - Algemene voorwaarden en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Voorafgaande machtiging bij uit- of doorvoer of overbrenging naar een andere lidstaat van de Europese Unie
Art. 10. § 1. Iedere persoon die defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal in overeenstemming met de bepalingen van deze titel definitief wil uit- of doorvoeren naar een land buiten de EU of definitief wil overbrengen naar een andere lidstaat van de EU, moet houder zijn van een voorafgaande machtiging die hem of haar toelaat om activiteiten van uit-, doorvoer of overbrenging te verrichten.
§ 2. Deze machtiging wordt toegekend nadat is vastgesteld dat de aanvrager beschikt over de noodzakelijke moraliteit voor de uitoefening van activiteiten betreffende defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal.
Bij de beoordeling van de moraliteit van de aanvrager wordt rekening gehouden met de strafbare feiten gepleegd door de aanvrager die werden vastgesteld in een proces-verbaal of die aanleiding hebben gegeven tot een strafrechtelijke veroordeling of een maatregel die het verval van de strafvordering inhoudt en kan het advies gevraagd worden van de procureur des Konings van het arrondissement waar de aanvrager is gevestigd, van de Veiligheid van de Staat en van de federale politie.
De Vlaamse Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning en de nadere regels van de voorafgaande machtiging en de procedure voor het moraliteitsonderzoek vast.
§ 3. De voorafgaande machtiging is onbeperkt geldig, maar wordt elke drie jaar geëvalueerd, te rekenen vanaf het moment van de toekenning van de machtiging.
§ 4. De voorafgaande machtiging is niet noodzakelijk als de persoon, vermeld in paragraaf 1 :
1° in het bezit is van een getuigschrift van erkenning als wapenhandelaar;
2° een gecertificeerde persoon is;
3° de EU, de NAVO, de VN, het IAEA is, of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is;
4° een overheidsorgaan of een onderdeel van de strijdkrachten van een andere lidstaat van de EU of de NAVO is.
Onderafdeling 2. - Criteria bij de invoer en overbrenging naar het Vlaamse Gewest
Art. 11. Elke aanvraag van invoer of overbrenging als vermeld in artikel 7, § 2, en artikel 8, § 3, wordt geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen in kwestie :
1° een andere bestemming krijgen dan werd aangegeven in de aanvraag of onder ongewenste voorwaarden wederuitgevoerd of overgebracht worden;
2° een bedreiging vormen voor de openbare orde of veiligheid.
Onderafdeling 3. - Toekenningsen gebruiksvoorwaarden, verbonden aan specifieke vergunningen
Art. 12. § 1. De afgifte van vergunningen als vermeld in artikel 13 en 21, kan afhankelijk gesteld worden van bepaalde voorwaarden en beperkingen betreffende de toekenning en het gebruik ervan, die er op gericht zijn bij te dragen tot de naleving van de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbepalingen ervan.
Deze voorwaarden en beperkingen kunnen betrekking hebben op de volgende elementen :
1° het eindgebruik van de betreffende goederen;
2° de wederuitvoer of de uitvoer na overbrenging van de betreffende goederen;
3° het vervoer en de in- of uitklaring van de betreffende goederen;
4° de fysieke verificatie van de betreffende goederen;
5° de rapportering over het gebruik van de betreffende vergunning, als vermeld in artikel 49.
§ 2. De voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk op het moment van afgifte van de vergunning aan de aanvrager bekendgemaakt.
Beperkingen op het eindgebruik van de goederen of op wederuitvoer of uitvoer na overbrenging ervan worden door de aanvrager onmiddellijk aan de bestemmeling gemeld.
§ 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van het opleggen van de voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, vast.
HOOFDSTUK 2. - Overbrenging van defensiegerelateerde producten binnen de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten vergunningen
Art. 13. Voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten naar een andere lidstaat van de EU zijn er drie soorten vergunningen : de algemene vergunning, de globale vergunning en de individuele vergunning.
Art. 14. § 1. Een persoon die voldoet aan de voorwaarden die gesteld zijn in een algemene vergunning, kan in de gevallen, vermeld in paragraaf 2, op basis van die algemene vergunning defensiegerelateerde producten overbrengen naar andere lidstaten van de EU.
§ 2. Enkel voor de volgende gevallen wordt een algemene vergunning voorzien :
1° de bestemmeling maakt deel uit van de strijdkrachten van een andere lidstaat van de EU of is een aanbestedende dienst op het gebied van defensie die voor het exclusieve gebruik door de strijdkrachten van de lidstaat aankopen verricht;
2° de bestemmeling is een gecertificeerde persoon;
3° de defensiegerelateerde producten worden tijdelijk overgebracht met het oog op demonstratie, evaluatie of expositie;
4° de defensiegerelateerde producten worden tijdelijk overgebracht naar de oorspronkelijke leverancier met het oog op onderhoud of herstelling, of worden opnieuw overgebracht naar de oorspronkelijke bestemmeling na onderhoud of herstelling in het Vlaamse Gewest;
5° de overbrenging is noodzakelijk in het kader van een intergouvernementeel samenwerkingsprogramma tussen lidstaten van de EU voor de ontwikkeling, de productie en het gebruik van een of meer defensiegerelateerde producten.
§ 3. Bij de toekenning van het certificaat van gecertificeerde persoon aan aanvragers gevestigd in het Vlaamse Gewest beoordeelt de Vlaamse Regering de betrouwbaarheid van de aanvragers aan de hand van de volgende elementen :
1° de bewezen ervaring van de aanvrager in defensieactiviteiten, waarbij met name rekening wordt gehouden met het door de aanvrager nakomen van uitvoerbeperkingen, gerechtelijke veroordelingen ter zake, de toestemming om defensiegerelateerde producten te vervaardigen of in de handel te brengen en de aanwezigheid van ervaren leidinggevend personeel;
2° de relevante industriële activiteit in defensiegerelateerde producten van de aanvrager binnen de EU, met name het vermogen om systemen en subsystemen te integreren;
3° de benoeming van een directielid van de aanvrager die persoonlijk verantwoordelijk is voor overbrengingen en uitvoer;
4° een door dat directielid ondertekende schriftelijke verklaring waarin wordt aangegeven dat de aanvrager :
a) alle noodzakelijke maatregelen zal nemen om te voldoen aan alle specifieke voorwaarden en beperkingen van het eindgebruik en de uitvoer van elk afgenomen specifiek onderdeel of product;
b) de bevoegde autoriteiten bij verzoeken en onderzoeken met de benodigde zorgvuldigheid gedetailleerde informatie zal geven over de eindgebruikers of het eindgebruik van alle producten die de onderneming in het kader van een algemene vergunning van een andere lidstaat heeft uitgevoerd, overgebracht of afgenomen;
5° een door dat directielid ondertekende beschrijving van het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssysteem van de aanvrager die de informatie over de volgende elementen bevat :
a) de organisatorische, menselijke en technische hulpbronnen voor het beheer van overbrengingen en uitvoer;
b) de hiërarchieke verantwoordelijkheidsstructuur;
c) interne auditprocedures;
d) bewustmakings- en scholingsmaatregelen voor het personeel;
e) fysieke en technische veiligheidsmaatregelen;
f) registratie en traceerbaarheid van overbrengingen en uitvoer.
De Vlaamse Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning van dit certificaat vast en bepaalt de verdere nadere regels van het certificaat en de vermelde elementen.
§ 4. De algemene vergunningen specificeren de defensiegerelateerde producten of productcategorieën waarvoor ze worden toegekend.
De algemene vergunning voor overbrenging naar gecertificeerde personen, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, wordt in geen geval toegekend voor de overbrenging van gevoelige goederen, vermeld in artikel 2, punt 9°.
§ 5. Algemene vergunningen worden gepubliceerd op de website van de Vlaamse overheid.
§ 6. Voor een persoon kan gebruikmaken van een algemene vergunning, moet hij of zij zich registreren bij de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen.
§ 7. Als er een duidelijk risico bestaat dat een gecertificeerde persoon in een andere lidstaat van de EU de bestemmeling is in het kader van een algemene vergunning en dat die persoon niet zal voldoen aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de algemene vergunning of een bedreiging vormt voor de openbare orde of veiligheid of de wezenlijke veiligheidsbelangen van het Vlaamse Gewest of België, wordt de andere lidstaat daarvan op de hoogte gebracht en wordt er verzocht om de situatie te verifiëren.
Als na de verificatie door de andere lidstaat twijfel blijft bestaan, kan het gebruik van de algemene vergunning vermeld in paragraaf 2, punt 2°, met toepassing van artikel 43 beperkt worden ten aanzien van de betrokken persoon.
Art. 15. § 1. In gevallen die niet vermeld zijn in artikel 14, § 2, kan een persoon een globale vergunning aanvragen voor de overbrenging van bepaalde defensiegerelateerde producten of productcategorieën naar bepaalde bestemmelingen in een of meer lidstaten van de EU.
In de gevallen vermeld in artikel 14, § 2, kunnen personen die niet voldoen aan de voorwaarden die gesteld zijn in de bijhorende algemene vergunning eveneens een globale vergunning aanvragen.
§ 2. Op de vergunning wordt gespecificeerd voor welke defensiegerelateerde producten of productcategorieën en voor welke bestemmelingen de globale vergunning wordt toegekend.
§ 3. Het gebruik van de globale vergunning is niet toegestaan als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de aanvrager niet over de evenredige en passende middelen en procedures beschikt om te kunnen voldoen aan de verplichtingen die op het vlak van overbrengingscontrole en rapportering als vermeld in artikel 12 en 49, verbonden zijn of kunnen zijn aan het gebruik van een globale vergunning.
Art. 16. Een persoon kan een individuele vergunning aanvragen voor één specifieke overbrenging van een welbepaalde hoeveelheid gespecificeerde defensiegerelateerde producten die zal worden overgebracht in een of meer zendingen naar één bestemmeling in een andere lidstaat van de EU.
Hij of zij moet dat in elk geval doen in de volgende gevallen :
1° de aanvraag is beperkt tot één overbrenging;
2° de aanvraag betreft een overbrenging voor toegelaten doeleinden van goederen waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1;
3° de dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen oordeelt dat dit noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke veiligheidsbelangen van het Vlaamse Gewest en België, of om redenen van openbare orde of veiligheid;
4° deze dienst oordeelt dat dit noodzakelijk is om te voldoen aan internationale verplichtingen en verbintenissen van het Vlaamse Gewest en België;
5° het gebruik van de globale vergunning is niet toegestaan op basis van artikel 15, § 3.
Art. 17. In de volgende gevallen kan een bepaalde overbrenging van defensiegerelateerde producten naar een andere lidstaat van de EU vrijgesteld worden van vergunning :
1° de aanvrager is een overheidsorgaan of een onderdeel van de strijdkrachten van een andere lidstaat van de EU of de NAVO;
2° de aanvrager is de EU, de NAVO, het IAEA, de VN of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is;
3° de overbrenging is gekoppeld aan humanitaire hulp bij een ramp of maakt deel uit van een schenking in een noodgeval.
Art. 18. Voor de overbrenging in een of meer zendingen naar het Vlaamse Gewest van goederen waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3 en van defensiegerelateerde producten waarvoor de dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen, op basis van artikel 7, § 2, een vergunning vereist, moet een individuele vergunning aangevraagd worden.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Bewijs van eindgebruik bij overbrenging naar andere lidstaten van de Europese Unie
Art. 19. § 1. Bij iedere aanvraag van een individuele of globale vergunning en tot op het moment van de beslissing daarover deelt de aanvrager alle informatie mee over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie.
§ 2. Met behoud van de toepassing van de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Vlaamse Gewest en België, voegt de aanvrager van een individuele vergunning bij zijn aanvraag een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt, namelijk een internationaal invoercertificaat of een kopie van de invoervergunning van het land van bestemming of een verklaring van de eindgebruiker.
§ 3. De dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen kan bij elke overbrenging extra garanties voor het eindgebruik eisen, zoals een verificatie van de eindgebruiker of relevante verbintenissen van de bestemmeling of de eindgebruiker.
Als het land van eindgebruik geen lidstaat is van de EU of van de NAVO is in ieder geval een verklaring van de eindgebruiker vereist waarin deze zich er toe verbindt om bij een eventuele wederuitvoer de toestemming van de Vlaamse Regering te vragen als de dienst oordeelt dat :
1° het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste wederuitvoer;
2° de overbrenging gevoelige goederen betreft.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat de verplichting in het tweede lid tevens niet van toepassing is op een of meer lidstaten van het Wassenaar Arrangement.
§ 4. Als de aanvrager van een individuele of globale vergunning tijdens de geldigheidsduur van zijn of haar vergunning voor overbrenging informatie verkrijgt over de wijziging van doel of bestemming of van de uitvoer van goederen die door hem of haar op basis van die vergunning effectief werden overgebracht, stelt hij of zij de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen daarvan in kennis.
Onderafdeling 2. - Criteria bij overbrenging naar andere lidstaten van de Europese Unie
Art. 20. Als het op het moment van de beslissing over een aanvraag van een globale of individuele vergunning, vermeld in artikel 15 en 16, vaststaat dat het eindgebruik van de goederen zich afspeelt buiten de EU, wordt de aanvraag getoetst aan de criteria, vermeld in artikel 26 en 28, en kan de globale of individuele vergunning op die basis geweigerd worden of onderworpen aan voorwaarden of beperkingen betreffende het eindgebruik of uitvoer, als vermeld in artikel 12.
HOOFDSTUK 3. - In-, uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal en ordehandhavingsmateriaal vanuit en naar landen buiten de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten vergunningen
Art. 21. Voor de in-, uit- en doorvoer van defensiegerelateerde producten en ordehandhavingsmateriaal en voor de uit- en doorvoer van ander voor militair gebruik dienstig materiaal zijn er twee soorten vergunningen : de individuele vergunning en de gecombineerde vergunning.
Art. 22. Een persoon kan een individuele vergunning aanvragen voor één specifiek geval van uit- of doorvoer van een welbepaalde hoeveelheid gespecificeerde defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal, in een of meer zendingen, naar één bestemmeling.
Een persoon kan een individuele vergunning aanvragen voor één specifiek geval van invoer van een welbepaalde hoeveelheid gespecificeerde defensiegerelateerde producten of ordehandhavingsmateriaal, in een of meer zendingen, van één afzender.
Voor de invoer van goederen waarvan de invoer verboden is op basis van artikel 3 moet een individuele vergunning aangevraagd worden.
Art. 23. Een persoon kan een gecombineerde vergunning aanvragen voor de uitvoer van bepaalde defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal naar een of meer welbepaalde bestemmelingen in eenzelfde land.
Een persoon kan een gecombineerde vergunning aanvragen voor de invoer van bepaalde defensiegerelateerde producten of ordehandhavingsmateriaal van een of meer welbepaalde afzenders in eenzelfde land.
Bij uitvoer moet voor alle bestemmelingen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 24, voldaan worden.
Op de vergunning wordt gespecificeerd voor welke defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal en voor welke afzenders of bestemmelingen de gecombineerde vergunning wordt toegestaan.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Bewijs van eindgebruik bij uit- en doorvoer
Art. 24. § 1. Bij iedere aanvraag van uit- of doorvoer en tot op het moment van de beslissing daarover deelt de aanvrager alle informatie mee over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie.
§ 2. Met behoud van de toepassing van de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Vlaamse Gewest en België, voegt de aanvrager bij zijn aanvraag een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt, namelijk een internationaal invoercertificaat of een kopie van de invoervergunning van het land van bestemming of een verklaring van de eindgebruiker.
§ 3. De dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen kan bij elke uit- of doorvoer extra garanties voor het eindgebruik eisen, zoals een verificatie van de eindgebruiker of relevante verbintenissen van de bestemmeling of de eindgebruiker.
Als het land van eindgebruik geen lidstaat is van de EU of van de NAVO is in ieder geval een verklaring van de eindgebruiker vereist waarin deze zich er toe verbindt om bij een eventuele wederuitvoer de toestemming van de Vlaamse Regering te vragen als de dienst oordeelt dat :
1° het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste wederuitvoer;
2° de uit- of doorvoer gevoelige goederen betreft;
3° het exportcontrolebeleid en de effectiviteit van het exportcontrolesysteem van het land van bestemming of het land van eindgebruik aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat de verplichting in het tweede lid tevens niet van toepassing is op een of meer lidstaten van het Wassenaar Arrangement.
§ 4. Bij iedere aanvraag tot doorvoer wordt een document gevoegd waaruit blijkt dat de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst van de goederen de uitvoer hebben toegestaan, als het voorwerp van de aanvraag in het land van herkomst onderworpen was aan een uitvoervergunning.
Het document, vermeld in het eerste lid, hoeft niet te worden aangeleverd als de doorvoer plaatsvindt in het kader van de uitoefening van de taken van de EU, de NAVO, de VN, het IAEA, of een andere intergouvernementele organisatie waarvan Vlaanderen of België lid is, of als de doorvoer gekoppeld is aan humanitaire hulp bij een ramp of deel uitmaakt van een schenking in een noodgeval.
§ 5. Als de aanvrager tijdens de geldigheidsduur van zijn of haar vergunning voor uit- of doorvoer informatie verkrijgt over de wijziging van doel of bestemming of van de wederuitvoer van goederen die door hem of haar op basis van die vergunning effectief werden uit- of doorgevoerd, stelt hij of zij de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen daarvan in kennis.
Art. 25. Personen die een uitvoervergunning aanvragen voor defensiegerelateerde producten die in het kader van een vergunning als vermeld in artikel 13 vanuit een andere lidstaat van de EU zijn overgebracht, en waaraan uitvoerbeperkingen zijn verbonden, voegen bij hun aanvraag de documenten die aantonen dat ze aan de voorwaarden van die beperkingen hebben voldaan, eventueel met inbegrip van het feit dat ze van de lidstaat van herkomst de vereiste toestemming voor uitvoer hebben verkregen.
Onderafdeling 2. - Criteria bij uit- en doorvoer
Art. 26. § 1. Iedere aanvraag van uit- of doorvoer wordt getoetst aan de volgende criteria, gebaseerd op artikel 2 van het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie. Die criteria omvatten :
1° de naleving van de internationale verplichtingen en verbintenissen van België, in het bijzonder de door de VN-Veiligheidsraad of de EU aangenomen sancties, overeenkomsten ter zake van non-proliferatie en andere onderwerpen, alsook andere internationale verplichtingen;
2° de eerbiediging van de mensenrechten in het land van eindgebruik en de naleving van het internationaal humanitair recht door dat land;
3° de interne situatie van het land van eindgebruik ten gevolge van spanningen of gewapende conflicten;
4° de handhaving van vrede, veiligheid en stabiliteit in de ontvangende regio;
5° de nationale veiligheid van het Vlaamse Gewest en België, van de lidstaten van de EU, van de gebieden waarvan een van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsook van bevriende landen of bondgenoten;
6° het gedrag van het land dat de goederen of technologie in kwestie koopt tegenover de internationale gemeenschap, namelijk de houding van dat land tegenover terrorisme, de aard van zijn bondgenootschappen en de eerbiediging van het internationaal recht;
7° het gevaar dat de goederen of technologie in kwestie in het land van bestemming of in het land van eindgebruik een andere bestemming krijgen of onder ongewenste voorwaarden opnieuw worden uitgevoerd;
8° de compatibiliteit van de levering van de goederen in kwestie of technologie met de technische en economische capaciteit van het land van eindgebruik, rekening houdend met de wenselijkheid dat de staten aan hun legitieme behoeften op het vlak van veiligheid en defensie voldoen met zo gering mogelijke aanwending van menselijk en economisch potentieel voor bewapening.
§ 2. In het licht van het eerste criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 1°, wordt de vergunning geweigerd als de toekenning ervan strijdig is met onder andere :
1° de internationale verplichtingen van België en de verbintenis om wapenembargo's van de VN, de EU en de OVSE te doen naleven;
2° de internationale verplichtingen van België uit hoofde van het verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, het verdrag inzake biologische en toxinewapens, het verdrag inzake chemische wapens, het verdrag inzake clustermunitie en het verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan;
3° de verbintenissen van België binnen het raamwerk van de Australische Groep, het Missile Technology Control Regime, het Comité-Zangger, de Groep van Nucleaire Export-landen, het Wassenaar Arrangement en de Haagse Gedragscode tegen de verspreiding van ballistische raketten.
§ 3. In het licht van het tweede criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 2°, wordt de houding van het land van eindgebruik geëvalueerd ten opzichte van de belangrijke, in internationale mensenrechteninstrumenten vastgelegde beginselen en ten opzichte van belangrijke, in het internationaal humanitair recht vastgelegde beginselen.
De vergunning wordt geweigerd als de aanvraag goederen betreft die voor binnenlandse onderdrukking kunnen worden gebruikt en de ter zake bevoegde instanties van de VN, de Raad van Europa, de EU of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is ten aanzien van de eindgebruiker ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht hebben vastgesteld of van mensenrechten die potentieel met gebruik van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal of ordehandhavingsmateriaal geschonden kunnen worden.
Ongeacht de eindgebruiker wordt de vergunning geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie gebruikt zullen worden bij het begaan van ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht.
§ 4. In het licht van het derde criterium, vermeld in de paragraaf 1, punt 3°, wordt de vergunning geweigerd als de aanvraag goederen betreft die in een gewapend conflict ingezet kunnen worden en de eindgebruiker betrokken partij is bij een intern gewapend conflict in het land van eindgebruik, behoudens de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Vlaamse Gewest en België ten opzichte van de EU, de NAVO en hun lidstaten, en ten opzichte van de VN, en andere intergouvernementele organisaties waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is, en behoudens de noodzaak om te voldoen aan legitieme behoeften van nationale veiligheid van de lidstaten van de EU, van de gebieden waarvan een van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsook van bevriende landen of bondgenoten, zonder afbreuk te doen aan het tweede criterium, inzake de naleving van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.
Ongeacht de eindgebruiker wordt de vergunning geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie een intern gewapend conflict of binnenlandse spanningen zullen uitlokken dan wel bestaande gewapende conflicten of spanningen zullen verlengen of verergeren.
Bij aanvragen voor landen waar binnenlandse spanningen aanwezig zijn, wordt tevens de grootste zorgvuldigheid aan de dag gelegd.
§ 5. In het licht van het vierde criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 4°, wordt de vergunning geweigerd als de aanvraag goederen betreft die in een gewapend conflict ingezet kunnen worden en de eindgebruiker betrokken partij is bij een regionaal gewapend conflict, behoudens de relevante verplichtingen en verbintenissen van het Vlaamse Gewest en België ten opzichte van de EU, de NAVO en hun lidstaten, en ten opzichte van de VN, en andere intergouvernementele organisaties waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is, artikel 51 van het Handvest van de VN en de noodzaak om te voldoen aan legitieme behoeften van nationale veiligheid van de lidstaten van de EU, van de gebieden waarvan een van de lidstaten de buitenlandse betrekkingen behartigt, alsook van bevriende landen of bondgenoten, zonder afbreuk te doen aan het criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 2°, inzake de naleving van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.
Ongeacht de eindgebruiker wordt de vergunning geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie een gewapend conflict of spanningen in de regio zullen uitlokken dan wel bestaande gewapende conflicten of spanningen zullen verlengen of verergeren.
Bij aanvragen voor landen in een regio waar spanningen aanwezig zijn, wordt tevens de grootste zorgvuldigheid aan de dag gelegd.
§ 6. In het licht van het vijfde criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 5°, wordt de vergunning geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de voorgestelde uit- of doorvoer de defensie- en veiligheidsbelangen van het Vlaamse Gewest en België of van andere lidstaten van de EU of de NAVO of van bevriende landen of bondgenoten rechtstreeks of onrechtstreeks zou bedreigen of dat de goederen of technologie in kwestie tegen de eigen troepen of die van andere lidstaten van de EU of de NAVO of van bevriende landen of bondgenoten zullen gebruikt worden.
§ 7. In het licht van het zesde criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 6°, wordt onderzocht of het land van eindgebruik in het verleden het terrorisme of de internationaal georganiseerde misdaad heeft gesteund of aangemoedigd, zijn internationale verbintenissen is nagekomen en of het zich heeft gecommitteerd aan non-proliferatie en andere aspecten van wapenbeheersing en ontwapening, met name door ondertekening, ratificatie en implementatie van de verdragen vermeld in paragraaf 2, punt 2°.
De vergunning wordt in ieder geval geweigerd als de ter zake bevoegde instanties van de VN, de Raad van Europa, de EU of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is, hebben vastgesteld dat het land van eindgebruik het terrorisme of de internationaal georganiseerde misdaad steunt of aanmoedigt of op een systematische en manifeste manier haar internationale verplichtingen en verbintenissen betreffende het geweldverbod als vermeld in artikel 2 van het Handvest van de VN, het internationaal humanitair recht, non-proliferatie en ontwapening niet nakomt.
§ 8. In het licht van het zevende criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 7°, wordt rekening gehouden met de legitieme belangen inzake defensie en binnenlandse veiligheid van het land van eindgebruik, inclusief deelname aan VN- of andere vredeshandhavingsoperaties, met het technische vermogen van het land van eindgebruik om de goederen of technologie te gebruiken, met het vermogen van het land van eindgebruik om effectieve uitvoercontroles te verrichten, met het risico dat de goederen of technologie opnieuw worden uitgevoerd naar ongewenste bestemmingen en de mate waarin het land van eindgebruik zich in het verleden heeft gehouden aan wederuitvoerbepalingen of aan wederuitvoer voorafgaande toestemmingen die in het verleden werden opgelegd, met het risico dat de goederen of technologie bij terroristische organisaties of individuele terroristen terechtkomen en met het risico van onbedoelde overdracht van technologie.
De vergunning wordt in ieder geval geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie zullen afgewend worden van hun doel of bestemming of wederuitgevoerd, op een manier die strijdig is met de bepalingen van dit decreet of van de uitvoeringsbepalingen ervan.
De vergunning wordt te meer geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen of technologie in kwestie zullen terechtkomen bij personen ten opzichte waarvan door de ter zake bevoegde instanties van de VN, de Raad van Europa, de EU of een andere intergouvernementele organisatie waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is, ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht zijn vastgesteld of die betrokken partij zijn in een intern of regionaal gewapend conflict, als vermeld in de criteria, vermeld in paragraaf 1, punt 2°, 3° en 4°.
§ 9. In het licht van het achtste criterium, vermeld in paragraaf 1, punt 8°, wordt onderzocht of de voorgestelde uit- of doorvoer ernstig afbreuk zou kunnen doen aan de duurzame ontwikkeling van het land van eindgebruik en wordt rekening gehouden met de financiële waarde van de betreffende uit- of doorvoer, met de hoogte van de militaire uitgaven van het ontvangende land ten opzichte van de sociale uitgaven, met in begrip van steun van de Europese Unie en bilaterale steun.
Art. 27. De uit- en doorvoervergunningen die geweigerd werden op grond van de criteria, vermeld in artikel 26, en de redenen van de weigering worden aan de andere lidstaten van de EU gemeld.
Vooraleer een vergunning wordt toegekend die de afgelopen drie jaar door een of meer andere lidstaten van de EU voor een in wezen identieke transactie geweigerd werd, wordt die lidstaat of worden die lidstaten geraadpleegd. Op basis van die raadpleging wordt beslist om de vergunning eveneens te weigeren of de vergunning toch toe te kennen. Als na die raadpleging beslist wordt om toch een vergunning toe te kennen, wordt de lidstaat of worden de lidstaten van de oorspronkelijke weigering of weigeringen daarvan op de hoogte gebracht en wordt een gedetailleerde motivering gegeven.
De weigeringen en raadplegingen blijven vertrouwelijk, conform de bepalingen in het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie.
Art. 28. Naast de gevallen vermeld in artikel 26, kan elke aanvraag van uit- of doorvoer ook geweigerd worden, rekening houdend met de volgende criteria :
1° de externe belangen en internationale doelstellingen van het Vlaamse Gewest en België;
2° de rechten van het kind in het land van eindgebruik. Zo wordt een aanvraag geweigerd als vaststaat dat kindsoldaten ingezet worden in het geregelde leger;
3° de houding van het land van eindgebruik ten opzichte van de doodstraf;
4° de prevalentie van een hoge graad van doden ten gevolge van vuurwapengeweld in het land van eindgebruik;
5° de prevalentie van gendergerelateerd geweld, in het bijzonder verkrachting en andere vormen van seksueel geweld;
6° de aanwezigheid van initiatieven van peacebuilding en reconciliatieprocessen.
TITEL 3. - In-, uit- en doorvoer en overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie
HOOFDSTUK 1. - Algemene beginselen en voorwaarden
Art. 29. Deze titel voorziet in de omzetting, voor wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest, van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens en van Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik.
Afdeling 1. - Vergunningsverplichtingen
Art. 30. § 1. Een vergunning is vereist voor de tijdelijke en definitieve in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van alle categorieën en types van civiele vuurwapens, en voor de onderdelen en munitie ervan.
§ 2. De Vlaamse Regering kan een lijst vaststellen van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie die in-, uit- en doorgevoerd en overgebracht kunnen worden zonder vergunning omdat deze geen directe bedreiging voor de openbare orde of veiligheid vormen.
Deze lijst mag geen civiele vuurwapens, onderdelen en munitie bevatten waarvan het voorhanden hebben of het verwerven ervan verboden of vergunningsplichtig is op basis van de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 3. De Vlaamse Regering stelt de procedure voor de aanvraag en toekenning van die vergunningen en de nadere regels ervan vast.
Afdeling 2. - Algemene voorwaarden en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Legaal bezit
Art. 31. § 1. De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie, wordt alleen toegestaan als de aanvrager op basis van de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, gerechtigd is om het vuurwapen, onderdeel of de munitie voorhanden te hebben of te verwerven.
§ 2. De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie wordt tevens alleen toegestaan als alle essentiële kenmerken ervan bekend zijn.
Onder essentiële kenmerken, vermeld in het eerste lid, worden de aard, de categorie, het merk, het model, het kaliber en het serienummer verstaan.
In afwijking van het eerste lid kan in de volgende gevallen en mits gegronde motivering door de aanvrager de invoer en de overbrenging naar het Vlaamse Gewest van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie worden toegestaan zonder opgave van de betreffende serienummers :
1° de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie hebben geen serienummer;
2° de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie werden besteld bij de producent en zijn nog in productie;
3° de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie zullen verworven worden in het kader van een veiling of een beurs.
Als de invoer of de overbrenging naar het Vlaamse Gewest wordt toegestaan zonder de opgave van de serienummers van de betreffende civiele vuurwapens, onderdelen of munitie moeten deze serienummers na het gebruik van de vergunning met toepassing van artikel 49, § 3, gerapporteerd worden aan de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen.
Tevens wordt het toestaan van de uitzondering vermeld in het derde lid met toepassing van artikel 50, § 3, opgenomen in het jaarlijks en halfjaarlijks verslag aan het Vlaams Parlement.
Onderafdeling 2. - Criteria bij de invoer en overbrenging naar het Vlaamse Gewest
Art. 32. Elke vergunningsaanvraag voor de invoer of overbrenging wordt geweigerd als er een duidelijk risico bestaat dat de goederen in kwestie :
1° een andere bestemming krijgen dan aangegeven in de aanvraag of onder ongewenste voorwaarden wederuitgevoerd of overgebracht zullen worden;
2° een bedreiging vormen voor de openbare orde of veiligheid.
Onderafdeling 3. - Toekennings- en gebruiksvoorwaarden, verbonden aan specifieke vergunningen
Art. 33. § 1. De afgifte van vergunningen als vermeld in artikel 34 en 38, kan afhankelijk gesteld worden van bepaalde voorwaarden en beperkingen inzake de toekenning en het gebruik ervan, die er op gericht zijn bij te dragen tot de naleving van de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbepalingen ervan.
Deze voorwaarden en beperkingen kunnen betrekking hebben op de volgende elementen :
1° het eindgebruik van de betreffende goederen;
2° de wederuitvoer of de uitvoer na overbrenging van de betreffende goederen;
3° het vervoer en de in- of uitklaring van de betreffende goederen;
4° de fysieke verificatie van de betreffende goederen;
5° de rapportering over het gebruik van de betreffende vergunning, als vermeld in artikel 49.
§ 2. De voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk op het moment van afgifte van de vergunning aan de aanvrager bekendgemaakt.
Beperkingen op het eindgebruik van de goederen of op wederuitvoer of uitvoer na overbrenging ervan worden door de aanvrager onmiddellijk aan de bestemmeling gemeld.
§ 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van het opleggen van de voorwaarden en beperkingen, vermeld in paragraaf 1, vast.
HOOFDSTUK 2. - Overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie binnen de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten vergunningen
Art. 34. Voor de overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie in een of meer zendingen moet telkens een individuele vergunning aangevraagd worden.
Art. 35. § 1. In afwijking van artikel 34 kunnen personen die in het bezit zijn van de Europese Vuurwapenpas, vermeld in het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese Vuurwapenpassen, het vuurwapen of de vuurwapens die daarin vermeld staan, de bijhorende onderdelen en een proportionele hoeveelheid munitie, zonder vergunning voor de duur van hun jaag- of schietsportactiviteiten overbrengen vanuit en naar lidstaten van de EU, op voorwaarde dat ze op basis van een uitnodiging of een ander bewijs kunnen aantonen dat ze de vuurwapens daadwerkelijk overbrengen om deel te nemen aan jaag- of schietsportactiviteiten.
§ 2. Tevens kunnen personen in het bezit van de Europese Vuurwapenpas voor de geldigheidsduur van hun Vuurwapenpas het vuurwapen of de vuurwapens die daarin vermeld staan en de bijhorende onderdelen, op basis van een voorafgaande kennisgeving en voor de duur van de betreffende activiteiten vanuit en naar lidstaten van de EU overbrengen voor doeleinden van demonstratie of expositie zonder verkoop en van onderhoud, evaluatie en herstelling, op voorwaarde dat ze een bewijs kunnen voorleggen dat aantoont dat ze de vuurwapens daadwerkelijk voor dergelijke activiteiten overbrengen.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van deze kennisgevingen vast.
Art. 36. § 1. In afwijking van artikel 34 kunnen personen die in het bezit zijn van het getuigschrift van erkenning als wapenhandelaar, een open vergunning verkrijgen die hen voor een periode van drie jaar toelaat om volgens de Wapenwet van 8 juni 2006 vergunningsplichtige vuurwapens en vrij verkrijgbare vuurwapens die door de Vlaamse Regering niet vrijgesteld zijn van de vergunning tot overbrenging, en onderdelen en munitie ervan op basis van een voorafgaande kennisgeving over te brengen naar een wapenhandelaar die in een lidstaat van de EU gevestigd is.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van deze kennisgeving vast.
§ 2. Tevens kunnen personen die in het bezit zijn van het getuigschrift van erkenning als wapenhandelaar voor de tijdelijke overbrenging van civiele vuurwapens en onderdelen vanuit en naar lidstaten van de EU voor doeleinden van demonstratie of expositie zonder verkoop en van onderhoud, evaluatie en herstelling, een meervoudige vergunning aanvragen.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden en criteria voor de toekenning en het gebruik
Art. 37. Bij iedere vergunningsaanvraag tot overbrenging naar een andere lidstaat van de EU wordt een document gevoegd waaruit de voorafgaande toestemming van die lidstaat voor die overbrenging blijkt, of waaruit blijkt dat de vergunning als vermeld in artikel 34 kan toegekend worden zonder die voorafgaande toestemming.
HOOFDSTUK 3. - In-, uit- en doorvoer van civiele vuurwapens onderdelen en munitie vanuit en naar landen buiten de Europese Unie
Afdeling 1. - Soorten vergunningen
Art. 38. Voor de in-, uit- en doorvoer van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie in een of meer zendingen moet telkens een individuele vergunning aangevraagd worden.
Art. 39. § 1. In afwijking van artikel 38 kunnen personen in het bezit van de Europese Vuurwapenpas, vermeld in het koninklijk besluit van 8 augustus 1994 betreffende de Europese Vuurwapenpassen, voor de geldigheidsduur van hun Vuurwapenpas het vuurwapen of de vuurwapens die daarin vermeld staan, de bijhorende onderdelen en een proportionele hoeveelheid munitie, op basis van een voorafgaande kennisgeving voor de duur van hun jaag- of schietsportactiviteiten tijdelijk in- of uitvoeren vanuit en naar landen buiten de EU, op voorwaarde dat ze op basis van een uitnodiging of een ander bewijs kunnen aantonen ze de vuurwapens daadwerkelijk uitvoeren om deel te nemen aan jaag- of schietsportactiviteiten.
Tevens kunnen personen in het bezit van de Europese Vuurwapenpas voor de geldigheidsduur van hun Vuurwapenpas het vuurwapen of de vuurwapens die daarin vermeld staan en de bijhorende onderdelen, op basis van een voorafgaande kennisgeving en voor de duur van de betreffende activiteiten tijdelijk in- of uitvoeren vanuit en naar landen buiten de EU, voor doeleinden van demonstratie of expositie zonder verkoop en van onderhoud, evaluatie, herstelling en tijdelijke opslag, op voorwaarde dat ze een bewijs kunnen voorleggen dat aantoont dat ze de vuurwapens daadwerkelijk voor dergelijke activiteiten in- of uitvoeren.
Voor personen die hun woonplaats in België hebben, geldt het eerste en tweede lid eveneens als zij enkel in het bezit zijn van een titel op basis waarvan zij volgens de Wapenwet van 8 juni 2006 en de uitvoeringsbesluiten ervan, gerechtigd zijn om de betreffende vuurwapens voorhanden te hebben.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van deze kennisgeving vast.
§ 2. In afwijking van artikel 38 kunnen personen die in het bezit zijn van het getuigschrift van erkenning als wapenhandelaar voor de tijdelijke in- of uitvoer voor doeleinden van demonstratie of expositie zonder verkoop en van onderhoud, evaluatie, herstelling en tijdelijke opslag een meervoudige vergunning aanvragen.
Afdeling 2. - Specifieke voorwaarden en criteria voor de toekenning en het gebruik
Onderafdeling 1. - Bewijs van eindgebruik bij uit- en doorvoer
Art. 40. § 1. Bij iedere aanvraag van uit- of doorvoer en tot op het moment van de beslissing daarover deelt de aanvrager alle informatie mee over de eindgebruiker en het eindgebruik van de goederen in kwestie.
§ 2. De aanvrager voegt bij zijn aanvraag een document waaruit de toestemming van het land van bestemming voor de invoer blijkt, zoals een internationaal invoercertificaat of een kopie van de invoervergunning.
Indien dit niet uit het document, vermeld in het tweede lid blijkt, voegt de aanvrager bij zijn aanvraag een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt, zoals een verklaring van de eindgebruiker.
§ 3. De dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen kan bij elke uit- of doorvoer extra garanties voor het eindgebruik eisen, zoals een verificatie van de eindgebruiker of relevante verbintenissen van de bestemmeling of de eindgebruiker.
Als het land van eindgebruik geen lidstaat is van de EU of van de NAVO is in ieder geval een verklaring van de eindgebruiker vereist waarin deze zich er toe verbindt om bij een eventuele wederuitvoer de toestemming van de Vlaamse Regering te vragen als de dienst oordeelt dat :
1° het eindgebruik of de eindgebruiker aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op het vlak van een ongewenste wijziging van doel of bestemming of een ongewenste wederuitvoer;
2° het exportcontrolebeleid en de effectiviteit van het exportcontrolesysteem van het land van bestemming of het land van eindgebruik aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat de verplichting in het tweede lid tevens niet van toepassing is op een of meer lidstaten van het Wassenaar Arrangement.
§ 4. Bij iedere aanvraag van definitieve uitvoer wordt een document gevoegd waaruit de toestemming van de eventuele landen van doorvoer blijkt, met uitzondering van de lidstaten van de EU.
Als de dienst die de Vlaamse Regering heeft aangewezen binnen twintig werkdagen na een schriftelijk verzoek tot toestemming van de bevoegde autoriteiten in de landen van doorvoer geen bezwaar tegen de doorvoer heeft ontvangen, wordt de toestemming geacht gegeven te zijn.
§ 5. Bij iedere aanvraag van doorvoer wordt een document gevoegd waaruit blijkt dat de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst van de goederen de uitvoer hebben toegestaan, als het voorwerp van de aanvraag in het land van herkomst onderworpen was aan een uitvoervergunning.
Het document, vermeld in het eerste lid, hoeft niet te worden aangeleverd als de doorvoer plaatsvindt in het kader van de uitoefening van de taken van de EU, de NAVO, de VN, het IAEA, of een andere intergouvernementele organisatie waarvan Vlaanderen of België lid is, of als de doorvoer gekoppeld is aan humanitaire hulp bij een ramp of deel uitmaakt van een schenking in een noodgeval.
§ 6. Als de aanvrager tijdens de geldigheidsduur van zijn of haar vergunning voor uit- of doorvoer informatie verkrijgt over de wijziging van doel of bestemming of van de wederuitvoer van goederen die door hem of haar op basis van die vergunning effectief werden uit- of doorgevoerd, stelt hij of zij de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen daarvan in kennis.
Onderafdeling 2. - Criteria bij uit- en doorvoer
Art. 41. Iedere aanvraag van uit- of doorvoer wordt getoetst aan de criteria, vermeld in artikel 26.
Art. 42. Naast de gevallen vermeld in artikel 26, kan elke aanvraag van uit- of doorvoer ook geweigerd worden, rekening houdend met de criteria, vermeld in artikel 28.
TITEL 4. - Schorsing, intrekking en beperking van vergunningen, machtigingen, certificaten, voorlopige adviezen en schriftelijke bevestigingen
Art. 43. § 1. Op basis van een procedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering, kunnen vergunningen, machtigingen, certificaten, voorlopige adviezen en schriftelijke bevestigingen die op basis van dit decreet zijn toegekend, geschorst of ingetrokken worden of beperkt worden in gebruik als :
1° de voorwaarden voor het toekennen ervan niet langer vervuld zijn of de voorwaarden en beperkingen, vermeld in artikel 12 en 33, niet in acht genomen zijn;
2° sinds de toekenning van een vergunning gewijzigde omstandigheden hebben plaatsgevonden of plaatsvinden die een belangrijk effect kunnen hebben op de toets, vermeld in artikel 11, 26, 28, 32, 41 en 42;
3° veiligheidsbelangen of redenen van openbare orde of veiligheid dat vereisen.
In geval een schorsing, intrekking of beperking wordt beoogd bij wijze van individuele maatregel, wordt de maatregel in geen geval opgelegd zonder dat de betrokken persoon gehoord is, eventueel bijgestaan door een raadsman van zijn keuze, of zonder dat hij of zij naar behoren opgeroepen is om gehoord te worden.
§ 2. Als uitzonderlijke omstandigheden dringende maatregelen vereisen, kan de geldigheid van lopende vergunningen, certificaten en schriftelijke bevestigingen voorlopig, voor een periode van maximaal zestig dagen, geschorst worden bij wijze van een eenvoudige kennisgeving.
TITEL 5. - Tijdelijke uitsluiting van aanvragers
Art. 44. § 1. Op basis van een procedure, vastgesteld door de Vlaamse Regering, kan aan een persoon de toekenning of het gebruik van elke vergunning, machtiging of schriftelijke bevestiging of elk certificaat of voorlopig advies voor een periode van een maand tot zes maanden ontzegd worden als er aanwijzingen zijn dat die persoon met betrekking tot defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen of munitie een van de volgende handelingen stelt of heeft gesteld :
1° hij of zij brengt goederen zonder de daarvoor noodzakelijke vergunning over, hij of zij voert ze in, uit of door, of hij of zij probeert ze over te brengen of in, uit of door te voeren;
2° hij of zij brengt goederen waarvan de overbrenging, en de in-, uit- en doorvoer verboden is over, hij of zij voert ze in, uit of door, of hij of zij probeert ze over te brengen of in, uit of door te voeren;
3° hij of zij brengt goederen over, hij of zij voert ze in, uit of door, of hij of zij probeert ze over te brengen of in, uit of door te voeren op een manier die strijdig is met de gebruiksvoorwaarden van de toegekende vergunning of met de overige bepalingen van dit decreet of van de uitvoeringsbepalingen;
4° hij of zij heeft onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt om een vergunning te verkrijgen;
5° hij of zij onthoudt zich van het verstrekken van inlichtingen en documenten, of verstrekt die inlichtingen en die documenten in een onjuiste of onvolledige vorm;
6° hij of zij heeft zich schuldig gemaakt aan misdrijven die niet rechtstreeks verband houden met de toepassing van dit decreet, maar er wel een belangrijke invloed op kunnen uitoefenen, zoals inbreuken op de wapenwetgeving, geweldmisdrijven of valsheid in geschrifte.
§ 2. In geen geval wordt een dergelijke maatregel opgelegd zonder dat de betrokken persoon werd gehoord, eventueel bijgestaan door een raadsman van zijn keuze, of zonder dat hij of zij naar behoren is opgeroepen om gehoord te worden.
§ 3. In geval van een strafrechtelijk vooronderzoek naar de onrechtmatigheden, vermeld in paragraaf 1, kan die uitsluitingsmaatregel verlengd worden tot het moment dat de daarvoor bevoegde instantie oordeelt dat de strafvordering al dan niet ingesteld moet worden.
Als de strafvordering wordt ingesteld voor de onrechtmatigheden, vermeld in paragraaf 1, kan die uitsluitingsmaatregel verlengd worden tot het moment dat een beslissing over de strafvordering in kracht van gewijsde is getreden.
§ 4. De uitsluitingsmaatregel, vermeld in paragraaf 1, kan beperkt worden tot bepaalde activiteiten van in-, uit-, of doorvoer of van overbrenging, en tot bepaalde categorieën van goederen, vermeld in dit decreet.
TITEL 6. - Hoorrecht bij weigering
Art. 45. Als een aanvraag van een vergunning, machtiging of certificaat wordt geweigerd, heeft de aanvrager het recht om gehoord te worden, eventueel bijgestaan door een raadsman van zijn keuze, om zijn zaak te bespreken.
De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van dat hoorrecht vast.
TITEL 7. - Toezichts- en strafbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Toezicht op de naleving van het decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan
Art. 46. § 1. Met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie en de personeelsleden van de Administratie der Douane en Accijnzen van de FOD Financiën, houden de personeelsleden die de Vlaamse Regering aanwijst, toezicht op de naleving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
§ 2. Als dat redelijkerwijs nuttig kan zijn voor de vervulling van hun opdracht, kunnen die personeelsleden gebruikmaken van de volgende rechten :
1° op elk moment, met het nodige materiaal, elke plaats betreden. Bij woningen is de toegang echter afhankelijk van de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner;
2° inzage vorderen in alle documenten, correspondentie en andere informatiedragers in welke vorm ook, en zich daarvan een kopie laten verstrekken of zelf een kopie maken;
3° zaken onderzoeken of laten onderzoeken, beproeven of laten beproeven, monsters ervan nemen of laten nemen, en ze meten of laten meten en daartoe verpakkingen openen of laten openen. Als het onderzoek niet ter plaatse uitgevoerd kan worden, mogen ze de zaken voor korte tijd meenemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs;
4° relevante inlichtingen inwinnen.
Bij de uitoefening van hun rechten mogen die personeelsleden vaststellingen doen met behulp van audiovisuele middelen, mogen ze zich laten bijstaan door personen die ze daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid en kunnen ze de bijstand van de politie vorderen.
Bij de uitoefening van hun rechten dragen die personeelsleden een legitimatiebewijs bij zich, dat ze onmiddellijk tonen als dat gevraagd wordt. De Vlaamse Regering stelt de kenmerken van dit legitimatiebewijs vast.
§ 3. De personeelsleden in kwestie stellen de inbreuken op de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan vast in een proces-verbaal van overtreding.
Het proces-verbaal heeft bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel voor zover een kopie ervan binnen tien dagen na datum van verbalisering aangetekend is opgestuurd naar de persoon of personen ten laste van wie het is opgesteld.
Een kopie van het proces-verbaal wordt ook bezorgd aan de dienst, vermeld in artikel 48.
§ 4. Het verhinderen van het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht en de pogingen daartoe wordt bestraft in overeenstemming met artikel 47 en 48.
HOOFDSTUK 2. - Strafrechtelijke sancties
Art. 47. § 1. Met behoud van de toepassing van de bevoegdheden van de Administratie der Douane en Accijnzen van de FOD Financiën, worden inbreuken en pogingen tot inbreuk op de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbepalingen ervan bestraft zoals hieronder bepaald is.
De in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van goederen waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging verboden zijn op basis van artikel 3, § 1, eerste lid, en de uit- en doorvoer en de overbrenging in weerwil van een embargo of andere beperkende maatregel van de VN, de EU of de OVSE wordt bestraft met opsluiting van vijf tot tien jaar en een geldboete van ten minste 750 euro en ten hoogste 750.000 euro of het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie, indien hoger.
De invoer en de overbrenging naar het Vlaamse Gewest van goederen waarvan de invoer en de overbrenging naar het Vlaamse Gewest verboden zijn op basis van artikel 3, § 1, tweede lid, en de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging van goederen waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging op basis van dit decreet aan een vergunning onderworpen is zonder geldige vergunning of op een manier die strijdig is met de gebruiksvoorwaarden van de toegekende vergunning, wordt bestraft met een gevangenisstraf die ten hoogste vijf jaar bedraagt en een geldboete van ten minste 250 euro en ten hoogste 250.000 euro of het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie, indien hoger.
Andere inbreuken op de bepalingen van dit decreet en van de uitvoeringsbepalingen ervan worden bestraft met een geldboete van ten minste 250 euro en ten hoogste 250.000 euro of het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie, indien hoger.
Naast de straffen, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid, kan de rechter ten aanzien van rechtspersonen een verbod uitspreken om gedurende maximaal tien jaar zelfs voor rekening van een ander, activiteiten van in-, uit- of doorvoer of de overbrenging als vermeld in dit decreet, of een van die activiteiten te verrichten, voor alle of bepaalde categorieën van goederen vermeld in dit decreet.
Bij herhaling worden alle vermelde straffen verdubbeld.
§ 2. Onder poging tot inbreuk als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende handelingen verstaan :
1° het verzenden, vervoeren of voorhanden hebben van goederen waarvan de in-, uit- en doorvoer en de overbrenging op basis van dit decreet verboden zijn of waarvoor een vergunning noodzakelijk is, met het kennelijk doel ze in-, uit-, of door te voeren of ze over te brengen op een manier die strijdig is met bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan;
2° het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen bij een vergunningsaanvraag met het kennelijk doel goederen in-, uit-, of door te voeren of over te brengen op een manier die strijdig is met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan.
In de gevallen, vermeld in het eerste lid, punt 1° en 2°, wordt de poging gelijkgesteld met het misdrijf zelf.
§ 3. De bepalingen van het Eerste Boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in paragraaf 1 en 2.
HOOFDSTUK 3. - Administratieve sancties
Art. 48. In de gevallen waarin een daartoe bevoegde instantie een overtreding van de bepalingen van dit decreet of van de uitvoeringsbepalingen ervan heeft vastgesteld en er, in voorkomend geval na een strafrechtelijk vooronderzoek, binnen twee maanden na die vaststelling geen strafvordering is ingesteld, kan de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen, beslissen om bij wijze van administratieve sanctie :
1° een geldboete op te leggen die ten minste 50 euro en ten hoogste het dubbel van de waarde van de goederen in kwestie bedraagt;
2° een verbod uit te spreken om gedurende ten hoogste één jaar, zelfs voor rekening van een ander, activiteiten van in-, uit- en doorvoer en van overbrenging als vermeld in dit decreet of een van die activiteiten te verrichten, van alle of bepaalde categorieën van goederen.
De Vlaamse Regering stelt de procedure voor het opleggen van die sanctie en de nadere regels van de uitvoering ervan vast.
In geen geval wordt een dergelijke sanctie opgelegd zonder dat de betrokken persoon gehoord is of zonder dat hij of zij daartoe naar behoren opgeroepen is.
TITEL 8. - Rapportering
Art. 49. § 1. Personen die gebruikmaken van de vergunningen, vermeld in dit decreet, rapporteren daarover aan de dienst die de Vlaamse Regering daartoe heeft aangewezen op basis van de overzichten vermeld in paragraaf 2 en 3.
§ 2. Personen die gebruik maken van de algemene, globale of individuele vergunningen, vermeld in artikel 14, 15 en 16, houden per gebruikte vergunning een gedetailleerd en volledig overzicht van hun overbrengingen bij.
Deze overzichten omvatten handelsbescheiden met de volgende elementen :
1° de beschrijving van de overgebrachte defensiegerelateerde producten en de categorie daarvan;
2° de hoeveelheid en waarde van de overgebrachte defensiegerelateerde producten;
3° de data van de overbrenging;
4° naam en adres van de afzender en van de bestemmeling;
5° het eindgebruik en de eindgebruiker van de defensiegerelateerde producten;
6° het bewijs dat voldaan werd aan de op basis van artikel 12, § 1, aan de vergunning verbonden voorwaarden en beperkingen betreffende het gebruik;
7° het bewijs dat de informatie over de aan een vergunning verbonden beperkingen op het eindgebruik of op uitvoer na overbrenging is meegedeeld aan de bestemmeling van de defensiegerelateerde producten.
§ 3. Personen die gebruik maken van de individuele, gecombineerde of meervoudige vergunningen vermeld in artikel 22, 23, 34, 36, 38 en 39, houden per gebruikte vergunning een gedetailleerd en volledig overzicht met daarin de volgende elementen bij :
1° de hoeveelheid en de waarde van de betreffende goederen die effectief werden in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht;
2° de data van de zendingen op basis van de toegekende vergunning;
3° het bewijs dat voldaan werd aan de op basis van artikel 12, § 1, of artikel 33, § 1, aan de toegekende vergunning verbonden voorwaarden en beperkingen betreffende het gebruik;
4° het bewijs dat de informatie over de aan een toegekende vergunning verbonden beperkingen op het eindgebruik of op wederuitvoer of uitvoer na overbrenging is meegedeeld aan de bestemmeling van de betreffende goederen;
5° indien toepasselijk, de gegevens vermeld in artikel 31, § 2, vierde lid.
In geval van globale en gecombineerde vergunningen houden de betreffende personen de overzichten, vermeld in het eerste lid, per bestemmeling bij.
§ 4. De Vlaamse Regering stelt de procedure, de vorm en de nadere regels van de rapportering vast.
Art. 50. § 1. De Vlaamse Regering brengt ieder jaar verslag uit aan het Vlaams Parlement over de toepassing van dit decreet. Dat verslag bevat onder meer de volgende elementen :
1° de gegevens over de Vlaamse in-, uit- en doorvoer;
2° de gegevens over de Vlaamse overbrengingen;
3° de gegevens over de toegekende vrijstellingen;
4° de gegevens over de in-, uit- en doorvoer op Europees en wereldniveau;
5° de eventuele wijzigingen van de reglementering en de procedures in het Vlaamse Gewest;
6° de internationale en Europese initiatieven en embargo's.
§ 2. In het jaarlijks verslag, zoals vermeld in paragraaf 1, brengt de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement verslag uit over het gebruik van de algemene vergunningen, zoals vermeld in artikel 14, § 2.
Per algemene vergunning wordt een overzicht gegeven van het aantal personen dat van de vergunning heeft gebruikgemaakt en van de totale waarde in euro van de verrichte overbrengingen, uitgesplitst naar de lidstaat van bestemming,de categorie van de bestemmelingen en de categorie van de defensiegerelateerde producten.
§ 3. In het jaarlijks verslag zoals vermeld in paragraaf 1, en in een halfjaarlijks verslag brengt de Vlaamse Regering aan het Vlaams Parlement verslag uit over de toegekende vrijstellingen en over de toegekende en geweigerde vergunningen, andere dan deze vermeld in paragraaf 2.
Per land wordt een overzicht gegeven van het aantal vrijstellingen en vergunningen die werden toegekend en geweigerd en van de totale waarde daarvan in euro.
Per toegekende vrijstelling en per toegekende of geweigerde vergunning voor dat land worden vervolgens de volgende gegevens opgelijst :
1° de categorie van de defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, het ordehandhavingsmateriaal, de civiele vuurwapens, de onderdelen of de munitie in kwestie;
2° het land van eindgebruik, indien dit verschillend is van het land van bestemming;
3° de categorie van de bestemmeling of bestemmelingen;
4° de categorie van de eindgebruiker of eindgebruikers, indien die verschillend is of zijn van de bestemmeling of bestemmelingen;
5° de waarde in euro van de vrijstelling of vergunning;
6° indien toepasselijk, de gegevens vermeld in artikel 31, § 2, vijfde lid.
§ 4. Met behoud van de toepassing van de bovenstaande paragrafen, wordt erover gewaakt dat er geen informatie zal worden meegedeeld waardoor aan de betrokken personen schade kan berokkend worden.
TITEL 9. - Slotbepalingen
Art. 51. In de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie, gewijzigd bij de wetten van 25 maart 2003 en 26 maart 2003 worden de volgende artikelen opgeheven :
1° de artikelen van titel 2;
2° de artikelen van titel 3, voor wat betreft de uit- en doorvoer en de overbrenging van goederen waarvan de uit- en doorvoer en de overbrenging op basis van dit decreet aan een vergunning onderworpen is;
3° artikel 17.
Art. 52. § 1. De voorafgaande vergunningen die voor de inwerkingtreding van dit decreet afgeleverd werden door de minister van Justitie, vermeld in artikel 10, eerste lid, van de wet van 5 augustus 1991 betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van de illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie, blijven gelden als voorafgaande machtigingen als vermeld in artikel 10.
§ 2. De driejaarlijkse evaluatie van voorafgaande machtigingen, als vermeld in artikel 10, § 3, is ook op deze voorafgaande vergunningen van toepassing.
De voorafgaande vergunningen die meer dan drie jaar voor de inwerkingtreding van het decreet werden toegekend zullen binnen een jaar na de inwerkingtreding van het decreet de eerste keer geëvalueerd worden.
Art. 53. Dit decreet wordt aangehaald als : Wapenhandeldecreet.
Art. 54. Dit decreet treedt in werking op 30 juni 2012.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 15 juni 2012.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid,
K. PEETERS
_______
Nota
(1) Zitting 2011-2012.
Stukken. - Ontwerp van decreet, 1371 - Nr. 1. - Verslag over hoorzittingen, 1371 - Nr. 2. - Amendementen, 1371 - Nr. 3 tot 5. - Verslag, 1371 - Nr. 6. - Amendement, 1371 - Nr. 7. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, 1371 - Nr. 8.
Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 6 juni 2012.


begin

Publicatie : 2012-07-04