J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 47 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2011/07/08/2011035664/justel

Titel
8 JULI 2011. - Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (aangehaald als : het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-08-2011 en tekstbijwerking tot 14-08-2017) Zie wijziging(en)

Bron : VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 25-08-2011 nummer :   2011035664 bladzijde : 54542   BEELD
Dossiernummer : 2011-07-08/24
Inwerkingtreding : 04-09-2011

Inhoudstafel Tekst Begin
Deel 1. - Inleidende bepalingen
Art. 1-5
Deel 2. - Voor de verkiezingsdag
Titel 1. - Vaststelling van de datum van de verkiezingen
Art. 6
Titel 2. - Vaststelling van het aantal te verkiezen vertegenwoordigers
Art. 7
Titel 3. - Kiesvoorwaarden en kiezerslijst
HOOFDSTUK 1. - Kiesvoorwaarden voor Belgische onderdanen
Art. 8-10
HOOFDSTUK 2. - Kiesvoorwaarden voor onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie
Art. 11-12
HOOFDSTUK 3. - Kiesvoorwaarden voor de onderdanen van de staten die geen lid zijn van de Europese Unie
Art. 13-14
HOOFDSTUK 4. - Schorsing en uitsluiting
Art. 15
HOOFDSTUK 5. - Vaststelling van de kiezerslijsten
Art. 16-18
HOOFDSTUK 6. - Bekendmaking van de kiezerslijsten
Art. 19-22
Titel 4. - Verdeling van de kiezers over de stemafdelingen
Art. 23
Titel 5. - Verzending van de kiezerslijsten aan de bureaus
Art. 24-26
Titel 6. - Bezwaar tegen de kiezerslijsten bij het college van burgemeester en schepenen
Art. 27-32
Titel 7. - Beroep tegen de kiezerslijsten bij het hof van beroep
Art. 33-36
Titel 8. - De samenstelling van de hoofdbureaus
HOOFDSTUK 1. - Het gemeentelijk hoofdbureau
Art. 37
HOOFDSTUK 2. - Het stadsdistrictshoofdbureau
Art. 38
HOOFDSTUK 3. - Het kantonhoofdbureau
Art. 39
HOOFDSTUK 4. - Het provinciedistrictshoofdbureau
Art. 40
HOOFDSTUK 5. - Het provinciaal hoofdbureau
Art. 41
Titel 9. - Samenstelling van de stembureaus en telbureaus
HOOFDSTUK 1. - Bepaling van het aantal stembureaus en telbureaus
Art. 42-43
HOOFDSTUK 2. - Opmaak van de lijsten met de personen die kunnen worden aangewezen
Art. 44
HOOFDSTUK 3. - Samenstelling van de telbureaus
Art. 45-47
HOOFDSTUK 4. - Samenstelling van de stembureaus
Art. 48-50
Titel 10. - Oproeping van de kiezers
Art. 51-55
Titel 11. - Afleveren van een volmacht
Art. 56
Titel 12. - De verkiesbaarheidsvoorwaarden
Art. 57-59
Titel 13. - Bescherming van de lijstnamen en toekennen van volgnummers
Art. 60-67
Titel 14. - Indiening van de kandidatenlijsten
HOOFDSTUK 1. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen
Art. 68-82
HOOFDSTUK 2. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen
Art. 83
HOOFDSTUK 3. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen
Art. 84
Titel 15. - Onderzoek van de kandidatenlijsten
HOOFDSTUK 1. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen
Art. 85-98
HOOFDSTUK 2. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen
Art. 99
HOOFDSTUK 3. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen
Art. 100
Titel 16.
Art. 101-109
Titel 17. - Aanwijzing van getuigen in hoofdbureaus, stem- en telbureaus
HOOFDSTUK 1. - Aanwijzing van getuigen in de hoofdbureaus
Art. 110-113
HOOFDSTUK 2. - Aanwijzing van getuigen in stem- en telbureaus
Art. 114-120
Titel 18. - Opmaak van het stembiljet in geval van een stemming op papier
Art. 121-122
Titel 19. - Inrichting van de stemlokalen
Art. 123-125
Deel 3. - Op de verkiezingsdag
Titel 1. - De installatie van de stembureaus
Art. 126-129
Titel 2. - De stemming
Art. 130-140
Titel 3. - Het einde van de stemming
Art. 141-149
Titel 4. - De telling van de stemmen
Art. 150-164
Titel 5. - Zeteltoewijzing, bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden
HOOFDSTUK 1. - Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij gemeenteraadsverkiezingen door het gemeentelijk hoofdbureau en afsluitende werkzaamheden
Afdeling 1. - Verdeling van de zetels over de lijsten
Art. 165-166
Afdeling 2. - Aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers
Art. 167-169
Afdeling 3. - Bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden
Art. 170-174
HOOFDSTUK 2. - Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij stadsdistrictsraadsverkiezingen door het stadsdistrictshoofdbureau en afsluitende werkzaamheden
Art. 175-176
HOOFDSTUK 3. - Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij provincieraadsverkiezingen door het provinciaal hoofdbureau en afsluitende werkzaamheden
Afdeling 1. - Verdeling van de zetels over de lijsten
Art. 177-178, 178/1
Onderafdeling 1.
Art. 179-180
Onderafdeling 2.
Art. 181
Afdeling 2. - Aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers
Art. 182-184
Afdeling 3. - Bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden
Art. 185-189
Deel 4. - Na de verkiezingsdag
Titel 1. - Verkiezingsuitgaven
HOOFDSTUK 1. - Beperking en controle van de verkiezingsuitgaven
Afdeling 1. - Uitgaven voor propaganda op gewestelijk vlak
Art. 190
Afdeling 2. - Uitgaven voor propaganda op lokaal vlak
Art. 191-192
Afdeling 3. - Uitgaven voor verkiezingspropaganda
Art. 193
Afdeling 4. - Verboden of gereglementeerde propagandamiddelen
Art. 194
Afdeling 5. [1 - Financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda met giften en sponsoring]1
Onderafdeling 1. [1 - De giften]1
Art. 195
Onderafdeling 2. [1 - Sponsoring]1
Art. 195/1
Onderafdeling 3. [1 - Elektronische betaling]1
Art. 195/2
Afdeling 6. [1 - De aangifte van de uitgaven voor verkiezingspropaganda, de herkomst van de geldmiddelen en de registratie van de schenkers en de sponsors]1
Onderafdeling 1. [1 - Aangiften van de politieke partijen]1
Art. 196
Onderafdeling 2. [1 - Aangiften van de lijsten en de kandidaten]1
Art. 197
HOOFDSTUK 2. [1 - Controle en sancties]1
Afdeling 1. [1 - Controle van de uitgaven van de politieke partijen]1
Art. 198, 198/1, 198/2
Afdeling 2. [1 - Controle van de uitgaven van de lijsten en de kandidaten]1
Art. 199, 199/1
Afdeling 3. [1 - Controle van de giften en de sponsoring]1
Art. 200
Afdeling 4. [1 - Algemene bepalingen]1
Art. 201, 201/1
Titel 2. - Verkiezingsbetwistingen
HOOFDSTUK 1. - Bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Afdeling 1. - Oprichting van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Art. 202
Afdeling 2. - Bevoegdheid van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen
Art. 203-205
Afdeling 3.
Art. 206
Afdeling 4.
Art. 207-215
HOOFDSTUK 2.
Art. 216-217
Titel 3. - Buitengewone verkiezingen
Art. 218-220
Deel 5. - Algemene bepalingen
Titel 1. - Strafbepalingen
HOOFDSTUK 1. - Algemene strafbepalingen
Art. 221-248
HOOFDSTUK 2. - Strafbepalingen met betrekking tot de stemplicht
Art. 249-254
Titel 2. - Het taalgebruik bij verkiezingen
Art. 255-260
Titel 3. - De kosten van de verkiezingen
Art. 261
Titel 4. - De waarnemers
Art. 262
Deel 6. - Slotbepalingen
Titel 1. - Wijzigingsbepalingen
Art. 263-269, 269/1, 270-279
Titel 2. - Opheffingsbepalingen
Art. 280-283
Titel 3. - Overgangsbepalingen
Art. 284-285
Titel 4. - Bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding
Art. 286
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Deel 1. - Inleidende bepalingen

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.

  Art. 2.In dit decreet wordt verstaan onder :
  1°Gemeentedecreet : het Gemeentedecreet van 15 juli 2005;
  2° Provinciedecreet : het Provinciedecreet van 9 december 2005;
  3° stadsdistricten : de binnengemeentelijke territoriale organen, vermeld in artikel 41 van de Grondwet en titel X van het Gemeentedecreet;
  4° [1 Controlecommissie Verkiezingsuitgaven: de Vlaamse Controlecommissie voor de Verkiezingsuitgaven zoals opgericht bij artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, aangevuld met de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die zetelt zonder stemrecht;]1
  [1 5° sperperiode: de periode van 1 juli van een verkiezingsjaar tot en met de dag van de verkiezingen of, in geval van buitengewone verkiezingen, van de dag van de oproeping van de kiezers tot en met de dag van de verkiezingen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 3. Dit decreet is van toepassing op de organisatie van de verkiezingen van de provinciale, gemeentelijke en binnengemeentelijke organen in alle gemeenten en provincies van het Vlaamse Gewest met behoud van de toepassing van de regelingen, vermeld in artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 4°, eerste lid, a) en b), en artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 4°, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen. In het bijzonder is dit decreet van toepassing op :
  1° de organisatie van de verkiezing van de gemeenteraad in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest;
  2° de organisatie van de verkiezing van de stadsdistrictraad in alle gemeenten van het Vlaamse Gewest;
  3° de organisatie van de verkiezing van de provincieraad in alle provincies van het Vlaamse Gewest;
  4° de organisatie van de rechtstreekse verkiezing van de schepenen in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en in Voeren;
  5° de organisatie van de rechtstreekse verkiezing van de raad voor maatschappelijk welzijn en de verkiezing van het vast bureau in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en in Voeren.

  Art. 4. De Vlaamse Regering kan alle noodzakelijke maatregelen nemen met het oog op het goede verloop van de verkiezingen. Zij kan de provinciegouverneur daartoe eveneens de vereiste opdrachten geven.

  Art. 5. Dit decreet wordt aangehaald als : het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011.

  Deel 2. - Voor de verkiezingsdag

  Titel 1. - Vaststelling van de datum van de verkiezingen

  Art. 6. De verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden, provincieraden en stadsdistrictsraden hebben van rechtswege plaats om de zes jaar, op de tweede zondag van oktober.

  Titel 2. - Vaststelling van het aantal te verkiezen vertegenwoordigers

  Art. 7. § 1. Overeenkomstig artikel 5, § 3, eerste lid, en artikel 273, § 2, van het Gemeentedecreet en artikel 5, § 2, eerste lid, van het Provinciedecreet stelt de Vlaamse Regering uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de verkiezingen zullen plaatsvinden een lijst op van :
  1° het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente, als vermeld in artikel 5, § 1, van het Gemeentedecreet;
  2° het aantal te verkiezen stadsdistrictsraadsleden per stadsdistrict, als vermeld in artikel 273, § 2, van het Gemeentedecreet;
  3° het aantal te verkiezen provincieraadsleden per provincie en per provinciedistrict, als vermeld in artikel 5, § 1, en artikel 6, § 1, tweede en derde lid, van het Provinciedecreet.
  De lijst van de provinciedistricten en de aanwijzing van de provinciedistricthoofdplaats wordt vastgesteld in de tabel die als bijlage bij dit decreet is gevoegd.
  § 2. De lijst van het aantal te verkiezen raadsleden wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

  Titel 3. - Kiesvoorwaarden en kiezerslijst

  HOOFDSTUK 1. - Kiesvoorwaarden voor Belgische onderdanen

  Art. 8. Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men :
  1° Belg zijn;
  2° de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;
  3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn;
  4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing, vermeld in hoofdstuk 4 van deze titel.

  Art. 9. De kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 1° en 3°, moeten vervuld zijn op de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten.
  De kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° en 4°, moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing.

  Art. 10. De gemeenteraadskiezer, die voldoet aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, is een provincieraadskiezer en een stadsdistrictsraadskiezer. De stadsdistrictsraadskiezer moet in het desbetreffende stadsdistrict wonen om kiezer te kunnen zijn voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraad.

  HOOFDSTUK 2. - Kiesvoorwaarden voor onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie

  Art. 11. Overeenkomstig artikel 1bis, § 1, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer en stadsdistrictsraadskiezer verwerven als zij voldoen aan de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° tot en met 4°, en als zij, overeenkomstig artikel 12, voor 1 augustus van het jaar waarin de gewone verkiezing van de gemeenteraden en de stadsdistrictsraden plaats heeft hun wil te kennen hebben gegeven om dat stemrecht in België uit te oefenen.

  Art. 12. § 1. Om te kunnen worden ingeschreven op de kiezerslijst, vermeld in hoofdstuk 5, moeten overeenkomstig artikel 1bis, § 2, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet de personen, vermeld in artikel 11, bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het model dat de minister van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld, met vermelding van :
  1° hun nationaliteit;
  2° het adres van hun hoofdverblijfplaats.
  Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, tiende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de aanvragen die worden ingediend tijdens de periode die begint op de datum van het opmaken van de kiezerslijst en afloopt op de datum van de verkiezing waarvoor ze werden opgemaakt, onontvankelijk verklaard.
  § 2. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, zesde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet controleert het college van burgemeester en schepenen of de betrokkene de kiesvoorwaarden vervult. Als dat het geval is, geeft het college met een aangetekende brief de betrokkene kennis van zijn beslissing om hem in te schrijven op de kiezerslijst.
  Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, zevende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet wordt de inschrijving in de bevolkingsregisters vermeld volgens de door de Koning vastgestelde nadere regelen.
  § 3. Als de aanvrager één of andere kiesvoorwaarde niet vervult, geeft overeenkomstig artikel 1bis, § 2, achtste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet het college van burgemeester en schepenen van de gemeente van zijn verblijfplaats hem met een aangetekende brief kennis van zijn gemotiveerde beslissing om de inschrijving van de betrokkene op de kiezerslijst te weigeren.
  § 4. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, negende lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de beslissingen van inschrijving of van weigering van inschrijving op de kiezerslijst opgesteld volgens de modellen die de minister van Binnenlandse Zaken heeft vastgesteld.
  § 5. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, elfde lid, artikel 1bis, § 4, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kan, buiten de periode, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, iedereen die in de hoedanigheid van kiezer erkend is, schriftelijk verklaren dat hij van die hoedanigheid afziet bij de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft.
  In dat geval mag hij pas na de gemeente- of stadsdistrictsraadsverkiezingen waarvoor hij als kiezer ingeschreven was, een nieuwe aanvraag tot erkenning als kiezer indienen.
  § 6. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, twaalfde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet blijft de erkenning in de hoedanigheid van kiezer geldig zolang de betrokkene blijft voldoen aan de kiesvoorwaarden of zolang hij niet afgezien heeft van zijn hoedanigheid van kiezer, ongeacht de gemeente waar hij zijn verblijfplaats in België heeft.

  HOOFDSTUK 3. - Kiesvoorwaarden voor de onderdanen van de staten die geen lid zijn van de Europese Unie

  Art. 13. Overeenkomstig artikel 1ter en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen onderdanen van de staten die geen lid zijn van de Europese Unie eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer en stadsdistrictsraadskiezer verwerven als zij voldoen aan de andere kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, 2° tot en met 4°.

  Art. 14. § 1. Om te kunnen worden ingeschreven op de kiezerslijst, vermeld in hoofdstuk 5, moeten overeenkomstig artikel 1ter, 1°, en artikel 86 van de Gemeentekieswet de personen, vermeld in artikel 13, bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het model bepaald bij een koninklijk besluit, dat is vastgesteld na overleg in de ministerraad, met vermelding van :
  1° hun nationaliteit;
  2° het adres van hun hoofdverblijfplaats;
  3° een verklaring waarin de indiener van de aanvraag zich ertoe verbindt de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden na te leven.
  Aan de betrokkene wordt een attest van die verklaring overhandigd. Als hij later een aanvraag indient om in een andere gemeente op de kiezerslijst te worden ingeschreven, legt hij dat attest voor.
  § 2. De personen, vermeld in artikel 13, moeten overeenkomstig artikel 1ter, 2°, en artikel 86 van de Gemeentekieswet kunnen bewijzen dat ze op het ogenblik van de indiening van de aanvraag vijf jaar ononderbroken hun hoofdverblijfplaats in België hebben, gedekt door een wettelijk verblijf.
  § 3. Artikel 12, § 1, tweede lid, en § 2 tot en met § 6, zijn van toepassing op de personen, vermeld in artikel 13.

  HOOFDSTUK 4. - Schorsing en uitsluiting

  Art. 15. § 1. Personen die levenslang ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling zijn definitief uitgesloten van het kiesrecht en mogen niet worden toegelaten tot de stemming, overeenkomstig artikel 6 van het Algemeen Kieswetboek.
  § 2. Overeenkomstig artikel 7 van het Algemeen Kieswetboek worden de volgende personen in de uitoefening van het kiesrecht geschorst en mogen niet tot de stemming worden toegelaten zolang die onbekwaamheid duurt :
  1° de gerechtelijk onbekwaamverklaarden, de personen met het statuut van verlengde minderjarigheid met toepassing van artikel 487bis van het Burgerlijk Wetboek, en de personen die geïnterneerd zijn met toepassing van de bepalingen hoofdstukken I tot en met VI van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964. De kiesonbekwaamheid houdt op tezelfdertijd als de gerechtelijke onbekwaamheid, de verlengde minderjarigheid of de definitieve invrijheidsstelling van de geïnterneerde;
  2° de personen die voor een bepaalde duur ontzet zijn van de uitoefening van het kiesrecht door veroordeling;
  3° de personen die ter beschikking van de regering zijn gesteld met toepassing van artikel 380bis, 3°, van het Strafwetboek of met toepassing van artikel 22 en 23 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door artikel 1 van de wet van 1 juli 1964.
  De kiesonbekwaamheid van de personen, vermeld in het eerste lid, 3°, houdt op zodra de terbeschikkingstelling van de regering een einde neemt.
  § 3. De personen die voorgoed van het kiesrecht zijn uitgesloten of van wie het kiesrecht geschorst is, worden alfabetisch in een bestand ingeschreven. Dat bestand wordt doorlopend bijgehouden door het college van burgemeester en schepenen. Het bevat voor elk van die personen uitsluitend de vermeldingen, vermeld in paragraaf 5, tweede lid. De gegevens van de personen van wie het kiesrecht geschorst is, worden vernietigd zodra de onbekwaamheid een einde neemt. De inhoud van het bestand mag niet aan derden worden meegedeeld.
  § 4. Overeenkomstig artikel 8 van het Algemeen Kieswetboek is artikel 87 van het Strafwetboek niet toepasselijk op de gevallen van onbekwaamheid, vermeld in paragraaf 1 en 2.
  § 5. Overeenkomstig artikel 13 van het Algemeen Kieswetboek zijn de parketten van de hoven en rechtbanken ertoe gehouden de burgemeesters van de gemeenten, waar de belanghebbenden op het ogenblik van de veroordeling of internering in de bevolkingsregisters ingeschreven waren, alsook de belanghebbenden zelf kennis te geven van alle veroordelingen of interneringen, waartegen niet meer met een gewoon rechtsmiddel kan worden opgekomen en die uitsluiting van het kiesrecht of opschorting van dat recht tot gevolg hebben.
  De kennisgeving vermeldt :
  1° de voornaam of voornamen en achternaam, geboorteplaats en geboortedatum, en de verblijfplaats van de veroordeelde of de geïnterneerde;
  2° het gerecht dat de beslissing heeft gewezen en de datum van de beslissing;
  3° de uitsluiting van het kiesrecht of de datum waarop de opschorting van dat recht ophoudt.
  De parketten van de hoven en rechtbanken geven eveneens kennis van de datum waarop de internering een einde heeft genomen.
  De griffiers van de hoven en rechtbanken geven aan de burgemeesters van de gemeenten waar de betrokkenen in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn, kennis van de onbekwaamverklaring en van de opheffing van onbekwaamverklaring.
  De minister van Justitie bepaalt de wijze waarop die berichten worden opgesteld en de Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop ze door de gemeentebesturen behandeld, bewaard en, ingeval van verandering van verblijfplaats, doorgezonden moeten worden.
  § 6. Overeenkomstig artikel 1bis, § 2, derde en vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet worden de kennisgevingen, vermeld in paragraaf 5, door de betrokken parketten en griffies van de hoven en rechtbanken gedaan op uitdrukkelijk verzoek van de gemeentelijke overheden, als die gemeentelijke overheden hebben vastgesteld dat een persoon, als vermeld in artikel 11 of artikel 13, die om zijn inschrijving op de kiezerslijst heeft gevraagd, onder de toepassing kan vallen van de maatregelen van uitsluiting en schorsing, vermeld in paragraaf 1 en 2.
  De kennisgevingen, vermeld in het eerste lid, worden binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemeentelijke overheid doorgestuurd. Als er geen grond tot kennisgeving bestaat, wordt de gemeentelijke overheid daarvan binnen dezelfde termijn in kennis gesteld.

  HOOFDSTUK 5. - Vaststelling van de kiezerslijsten

  Art. 16.§ 1. [1 Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaatsheeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op die de toestand op 1 augustus van dat jaar weergeeft.]1
  De lijst van de gemeenteraadskiezers vermeldt de personen die voldoen aan de kiesvoorwaarden.
  De lijst van de gemeenteraadskiezers wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de gemeenteraden.
  § 2. Voor de gewone vernieuwing van de stadsdistrictsraden wordt de lijst van de gemeenteraadskiezers opgedeeld volgens de stadsdistricten. Een exemplaar van die lijst wordt onmiddellijk aan het stadsdistrictscollege bezorgd.
  § 3. De lijst van de Belgische gemeenteraadskiezers die voorkomen op de lijst van de gemeenteraadskiezers, wordt gebruikt voor de gewone vernieuwing van de provincieraden.
  § 4. Voor elke persoon die aan de kiesvoorwaarden voldoet, vermeldt de kiezerslijst de voornaam of voornamen en achternaam, de geboortedatum, het geslacht, de hoofdverblijfplaats en het identificatienummer, vermeld in artikel 2, tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van natuurlijke personen.
  Voor de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 tot en met 14, wordt hun nationaliteit op de kiezerslijst vermeld. Bovendien staat naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn, met toepassing van artikel 11 en 12, de letter "G" en naast de naam van de kiezers die in die hoedanigheid erkend zijn met toepassing van artikel 13 en 14, de letter "V".
  De lijst wordt doorlopend genummerd en eventueel per wijk van de gemeente opgemaakt, ofwel in alfabetische volgorde van de kiezers, ofwel geografisch volgens de straten.
  [1 De exemplaren van de kiezerslijst die conform artikel 20 aan de indieners van een lijst of aan de kandidaten worden afgegeven, mogen het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen van de kiezers niet vermelden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 3, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 17. § 1. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing de Belgische nationaliteit verloren hebben of niet meer in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente ingeschreven zijn, worden van de kiezerslijst geschrapt.
  § 2. De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt.
  § 3. Als de kennisgeving, vermeld in artikel 15, § 6, de gemeentelijke overheid bereikt nadat de kiezerslijst is opgemaakt, wordt de betrokkene van die lijst geschrapt.

  Art. 18. Aan de kiezerslijst worden tot de dag van de verkiezing de personen toegevoegd die ten gevolge van een arrest van het hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen weer als gemeenteraadskiezer opgenomen moeten worden.

  HOOFDSTUK 6. - Bekendmaking van de kiezerslijsten

  Art. 19. Op 1 augustus van het jaar waarin de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen door middel van een aanplakbrief algemeen bekend dat iedereen zich tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing tijdens de diensturen tot het gemeentesecretariaat kan wenden om na te gaan of hijzelf of iemand anders op de lijst staat, en of de vermelding op de lijst correct is. Dat bericht maakt melding van de procedure van bezwaar en beroep, vermeld in titel 6 en 7 van deel 2. De aanplakbrief wordt opgehangen op een aanplakbord aan het gemeentehuis.

  Art. 20.§ 1. [1 Zodra de kiezerslijst opgemaakt is, stelt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst gratis op digitale wijze ter beschikking aan de personen die de burgemeester daar schriftelijk om verzoeken en die zich er schriftelijk toe verbinden een kandidatenlijst voor te dragen voor de verkiezingen in de gemeente of voor de verkiezingen in het provinciedistrict waarin de gemeente ligt. Als de kiezerslijst op een digitale gegevensdrager gegeven wordt, geeft het college van burgemeester en schepenen daarvan één gratis exemplaar aan de voormelde personen.]1
  § 2. [1 Iedere persoon die als kandidaat voorkomt op een voordracht die wordt ingediend met het oog op de verkiezing, kan na schriftelijk verzoek aan de burgemeester en tegen betaling van de kostprijs op digitale wijze de kiezerslijst ter beschikking krijgen.]1
  Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt op het ogenblik van de afgifte van het verzoek om een digitaal exemplaar van de kiezerslijst, of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen.
  Als de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, ook niet voor verkiezingsdoeleinden.
  § 3. [1 Het college van burgemeester en schepenen mag geen kiezerslijsten ter beschikking stellen aan andere personen dan de personen die conform paragraaf 1 of paragraaf 2, eerste lid, om de lijst verzocht hebben. De personen die een kiezerslijst ter beschikking hebben, mogen die lijst alleen voor verkiezingsdoeleinden gebruiken en alleen in de periode die valt tussen de datum van de terbeschikkingstelling van de lijst en de datum van de verkiezing.
   Wie geen kandidatenlijst voordraagt en zich ook niet kandidaat stelt, kan geen gebruik maken van de kiezerslijst, ook niet voor verkiezingsdoeleinden.]1
  § 4. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen van de stadsdistrictsraden, met dien verstande dat :
  a) "college van burgemeester en schepenen" gelezen wordt als "stadsdistrictscollege";
  b) "burgemeester" gelezen wordt als "voorzitter van het stadsdistrictscollege";
  c) " gemeente" gelezen wordt als "stadsdistrict".
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 4, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 21. Uiterlijk op 31 augustus van het jaar waarin de verkiezingen plaatsvinden, zendt het college van burgemeester en schepenen één digitaal exemplaar van de lijst van gemeenteraadskiezers, de lijst van provincieraadskiezers en de lijst van stadsdistrictraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde. Die lijsten zijn ingedeeld in stemafdelingen overeenkomstig artikel 23.

  Art. 22. Wie als dader, mededader of medeplichtige met schending van artikel 20 één van de volgende handelingen heeft gesteld, wordt gestraft overeenkomstig artikel 238 :
  1° exemplaren of afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen;
  2° van gegevens uit de kiezerslijst gebruikmaken voor andere doeleinden dan verkiezingsdoeleinden.

  Titel 4. - Verdeling van de kiezers over de stemafdelingen

  Art. 23.§ 1. [1 Het college van burgemeester en schepenen deelt de kiezers in stemafdelingen in.]1
  § 2. Voor de provincieraadsverkiezingen en de stadsdistrictsraadsverkiezingen is de indeling in stemafdelingen gelijk aan de indeling voor de gemeenteraadsverkiezingen.
  § 3. Het college van burgemeester en schepenen kent aan iedere stemafdeling een naam toe. De naam bestaat uit de naam van de gemeente, gevolgd door een volgnummer, te beginnen met het cijfer 1. Die indeling in stemafdelingen, met hun benamingen, wordt aan de provinciegouverneur bezorgd.
  Het college van burgemeester en schepenen wijst voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan. In één gebouw kunnen verschillende stemlokalen worden ingericht.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 5, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 5. - Verzending van de kiezerslijsten aan de bureaus

  Art. 24.[1 Uiterlijk op 31 augustus van het jaar van de verkiezingen bezorgt het college van burgemeester en schepenen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending twee door de burgemeester en secretaris voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stemafdeling, aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn afwezigheid, de magistraat die hij aanwijst, als de hoofdplaats van het gerechtelijk kanton waartoe de gemeente behoort, ook de hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement.
   In alle andere gevallen bezorgt het college van burgemeester en schepenen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending de uittreksels, vermeld in het eerste lid, aan de vrederechter van het gerechtelijk kanton waartoe de gemeente behoort, of, bij zijn afwezigheid, de plaatsvervanger die hij aanwijst.
   Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de magistraat, vermeld in het eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau die hij voor elke gemeente van het gerechtelijk kanton heeft aangewezen conform artikel 37, § 2.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 6, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 25.[1 In gemeenten waar verkiezingen voor de stadsdistrictsraden plaatsvinden, bezorgt het college van burgemeester en schepenen uiterlijk op 31 augustus van het jaar van de verkiezingen tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending naast de uittreksels, vermeld in artikel 24, twee extra voor echt verklaarde uittreksels uit de kiezerslijst, opgemaakt per stadsdistrict en per stemafdeling, aan de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of aan zijn plaatsvervanger.
   Ten minste zevenentwintig dagen voor de verkiezing bezorgt de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, een kopie van die uittreksels tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende zending, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau die hij voor elk stadsdistrict heeft aangewezen conform artikel 38, § 2.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 7, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 26.[1 Op de dag van de verkiezingen of een dag ervoor bezorgt het college van burgemeester en schepenen aan elke voorzitter van een stembureau de lijst van de kiezers van zijn stemafdeling. Die lijst bevat de wijzigingen die zijn aangebracht conform artikel 17, artikel 31, vierde lid, en artikel 33, § 7.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 8, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 6. - Bezwaar tegen de kiezerslijsten bij het college van burgemeester en schepenen

  Art. 27. § 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op die lijst de voorgeschreven vermeldingen onjuist zijn, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
  § 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, kan elke persoon die de kiesvoorwaarden vervult, tot de twaalfde dag voor de dag van de verkiezing bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van die lijst, of tegen een onjuistheid in de voorgeschreven vermeldingen.

  Art. 28. § 1. Het bezwaar wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen dat de kiezerslijst heeft vastgesteld. De verzoeker stelt daarvoor een verzoekschrift op dat hij samen met de bewijsstukken waarvan hij gebruik wil maken, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief bezorgt aan de gemeentesecretaris of een door de gemeentesecretaris daartoe gevolmachtigde ambtenaar.
  De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, schrijft het in op de datum van ontvangst in een afzonderlijk register en geeft een ontvangstbewijs af van het bezwaar en van de overgelegde bewijsstukken. Voor ieder bezwaar wordt een dossier aangelegd en de overgelegde stukken worden genummerd en geparafeerd en met hun volgnummer ingeschreven in de inventaris die bij elk dossier wordt gevoegd.
  § 2. Als de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingediend. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen. De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, maakt daarvan dadelijk een proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene verklaart niet in staat te zijn te schrijven. Het proces-verbaal neemt de door de betrokkene ingeroepen middelen over. De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een kopie aan de verschijnende persoon, na het hem te hebben voorgelezen. De ambtenaar handelt vervolgens zoals in paragraaf 1, tweede lid, is voorgeschreven.
  § 3. Het gemeentebestuur voegt gratis aan het dossier een kopie toe van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de verzoeker aanvoert om een wijziging van de kiezerslijst te verantwoorden.
  Het gemeentebestuur voegt ambtshalve en gratis bij het dossier een kopie van alle officiële stukken die het in zijn bezit heeft en die de door de betrokkene ingeroepen middelen, opgenomen in het proces-verbaal dat is opgesteld overeenkomstig paragraaf 2, kracht kunnen bijzetten.

  Art. 29. § 1. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens welke de zaak of zaken zullen worden behandeld.
  Die rol van de bezwaren wordt ten minste vierentwintig uur voor de vergadering aangeplakt aan het gemeentehuis, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen.
  Het gemeentebestuur brengt onverwijld en met alle middelen de verzoeker alsook, in voorkomend geval, de betrokken partijen, op de hoogte van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden. Die kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend, zoals bepaald in artikel 31, tweede lid.
  § 2. Gedurende de termijn, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, worden het dossier van de bezwaren en het verslag, vermeld in artikel 30, tweede lid, op het secretariaat ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden.

  Art. 30. Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van vier dagen, te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of vanaf het proces-verbaal, vermeld in artikel 28, § 2, en in elk geval voor de zevende dag voor de dag van de verkiezingen.
  Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, als zij verschijnen.

  Art. 31. Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven.
  De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het bijzondere register, vermeld in het eerste lid, een verklaring van beroep te ondertekenen.
  De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden.
  Als de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register, vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gebracht.
  De beslissing van het college wordt neergelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen er inzage van kan nemen en er gratis een afschrift van kan krijgen.
  Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst.

  Art. 32. Als zijn aanvraag tot inschrijving als kiezer geweigerd wordt, kan de onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie overeenkomstig artikel 1bis, § 3, eerste lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet, binnen de tien dagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 12, § 3, zijn eventuele bezwaren per aangetekende brief meedelen aan het college van burgemeester en schepenen. Het college doet binnen acht dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak, en zijn beslissing wordt onmiddellijk per aangetekende brief aan de betrokkene betekend.
  Het eerste lid is eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet.

  Titel 7. - Beroep tegen de kiezerslijsten bij het hof van beroep

  Art. 33. § 1. Overeenkomstig artikel 27 van het Algemeen Kieswetboek bezorgt de burgemeester aan het hof van beroep, uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de beslissing van het college, als vermeld in artikel 30, tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief, een eensluidend verklaarde kopie van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld, alsook alle documenten die de gedingen betreffen.
  Aan de partijen wordt verzocht voor het hof van beroep te verschijnen binnen vijf dagen na ontvangst van het dossier en uiterlijk de vrijdag die aan de verkiezingen voorafgaat. Het staat hun vrij hun conclusies schriftelijk naar de kamer te sturen die is aangewezen om de zaak te onderzoeken.
  § 2. Als het hof een getuigenverhoor beveelt, kan het overeenkomstig artikel 28 van het Algemeen Kieswetboek aan de vrederechter opdragen dat getuigenverhoor af te nemen.
  § 3. Als het getuigenverhoor plaats heeft voor het hof, geeft de griffier overeenkomstig artikel 29 van het Algemeen Kieswetboek aan de partijen ten minste vierentwintig uur van tevoren kennis van de vastgestelde dag en de te bewijzen feiten.
  § 4. Overeenkomstig artikel 30 van het Algemeen Kieswetboek, mogen de getuigen vrijwillig verschijnen, zonder dat zij hun recht op getuigengeld verliezen. Zij zijn verplicht te verschijnen op enkele dagvaarding. Zij leggen de eed af zoals in correctionele zaken. Als ze niet verschijnen of als ze een valse getuigenis afleggen, worden zij vervolgd en gestraft zoals in correctionele zaken. De straffen bepaald tegen niet-verschijnende getuigen worden evenwel zonder vordering van het openbaar ministerie toegepast door het hof of door de magistraat die het getuigenverhoor afneemt.
  § 5. Overeenkomstig artikel 31 van het Algemeen Kieswetboek geldt in getuigenverhoren over kiesrechtzaken de regeling van artikel 937 van het Gerechtelijk Wetboek niet.
  § 6. Overeenkomstig artikel 32 van het Algemeen Kieswetboek zijn de debatten voor het hof openbaar.
  § 7. Bij de openbare terechtzitting geeft de voorzitter van de kamer overeenkomstig artikel 33 van het Algemeen Kieswetboek het woord aan de partijen, die zich mogen laten vertegenwoordigen en bijstaan door een advocaat.
  Na het advies van de procureur-generaal gehoord te hebben, doet het hof staande de vergadering uitspraak door middel van een arrest dat in openbare zitting wordt voorgelezen. Dat arrest wordt ter griffie van het hof neergelegd, waar de partijen er gratis inzage van kunnen nemen.
  Het openbaar ministerie brengt het college van burgemeester en schepenen, dat de beslissing waartegen beroep is ingesteld heeft genomen, en alle andere partijen, onverwijld en met alle beschikbare middelen op de hoogte van het beschikkend gedeelte van het arrest.
  Het arrest wordt onverwijld ten uitvoer gelegd als het een wijziging van de kiezerslijst inhoudt.
  § 8. Overeenkomstig artikel 34 van het Algemeen Kieswetboek wordt over het beroep zowel in afwezigheid als in aanwezigheid van de partijen uitspraak gedaan. Alle arresten van het hof worden geacht op tegenspraak te zijn gewezen. Ze zijn niet vatbaar voor beroep.

  Art. 34. § 1. Als het verzoekschrift door meer dan één verzoeker wordt ingediend, wordt overeenkomstig artikel 35 van het Algemeen Kieswetboek één enkele woonplaats gekozen. Bij gebreke daarvan worden de verzoekers geacht bij de eerste verzoeker woonplaats te hebben gekozen.
  § 2. Overeenkomstig artikel 36 van het Algemeen Kieswetboek wordt het getuigengeld geregeld zoals in strafzaken.
  § 3. Overeenkomstig artikel 37 van het Algemeen Kieswetboek schieten de partijen de kosten voor.
  Niet alleen de eigenlijke procedurekosten worden begroot, maar ook de kosten van de stukken die de partijen tot staving van hun eisen hebben moeten overleggen in het geding.
  § 4. Overeenkomstig artikel 38 van het Algemeen Kieswetboek zijn de kosten ten laste van de verliezende partij. Worden de partijen elk op enige punten in het ongelijk gesteld, dan kunnen de kosten naar verhouding worden verdeeld.
  Als de eisen van de partijen niet klaarblijkelijk ongegrond zijn, kan het hof bevelen dat de kosten geheel of gedeeltelijk ten laste van de Staat zullen komen.
  § 5. Overeenkomstig artikel 39 van het Algemeen Kieswetboek sturen de griffiers van de hoven van beroep het gemeentebestuur een kopie van de arresten.

  Art. 35. § 1. Als het college bij zijn beslissing blijft om de inschrijving op de kiezerslijst van een niet-Belgische onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie te weigeren, als vermeld in artikel 32, kan die persoon overeenkomstig artikel 1bis, § 3, tweede tot en met vierde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet binnen acht dagen nadat hij van die weigering in kennis is gesteld, tegen die beslissing een beroep aantekenen bij het hof van beroep.
  Het beroep wordt aangetekend door middel van een verzoek aan de procureur-generaal bij het hof van beroep. De procureur-generaal brengt het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente daarvan onmiddellijk op de hoogte.
  De partijen beschikken vanaf de indiening van het verzoek over een termijn van tien dagen om nieuwe conclusies in te dienen. Na het verstrijken van die termijn stuurt de procureur-generaal het dossier, samen met de nieuwe stukken of conclusies, binnen twee dagen naar de hoofdgriffier van het hof van beroep, die de ontvangst ervan bevestigt.
  § 2. Overeenkomstig artikel 1bis, § 3, vijfde lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet zijn artikel 33, § 2 tot en met § 8, en artikel 34 van toepassing op het beroep van een onderdaan van een andere lidstaat van de Europese Unie.

  Art. 36. Overeenkomstig artikel 1ter, tweede lid, en artikel 86 van de Gemeentekieswet is artikel 35 eveneens van toepassing op onderdanen van staten die geen lid zijn van de Europese Unie.

  Titel 8. - De samenstelling van de hoofdbureaus

  HOOFDSTUK 1. - Het gemeentelijk hoofdbureau

  Art. 37.§ 1. In elke gemeente wordt een gemeentelijk hoofdbureau samengesteld. In gemeenten waarin de kiezerslijst bestaat uit één stemafdeling, fungeert het enige stembureau ook als gemeentelijk hoofdbureau.
  [1 Het gemeentelijk hoofdbureau bestaat uit een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, drie bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Als de voorzitter niet vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan functioneert die als vierde bijzitter. Als de voorzitter wel vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan wordt die als vierde bijzitter vervangen door een plaatsvervangende bijzitter. Kandidaten mogen geen lid zijn van het hoofdbureau.]1
  § 2. In de gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk arrondissement, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst.
  In gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton, wordt het gemeentelijk hoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst.
  [1 In de gemeenten die geen hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton of gerechtelijk arrondissement, worden de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau uiterlijk zes maanden voor de dag van de verkiezingen door de vrederechter uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest benoemd.
   Als in een gemeente meer dan een vrederechter bevoegd is, beslist de korpsoverste van de vrederechters welke vrederechter de benoemingen, vermeld in het derde lid, doet.]1
  [1 ...]1
  [1 ...]1
  § 3. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau.
  § 4. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd [1 bij de besluitneming van het bureau]1.
  § 5. Het gemeentelijk hoofdbureau moet ten minste [1 34 dagen]1 voor de verkiezing samengesteld zijn.
  § 6. De voorzitter, de leden en de getuigen van het gemeentelijk hoofdbureau, leggen de volgende eed af : " Ik zweer de verplichtingen van de kieswetgeving na te leven. ".
  De bijzitters, de secretaris en de getuigen leggen de eed af in handen van de voorzitter voor het begin van de verrichtingen. De voorzitter legt vervolgens de eed af ten overstaan van het samengesteld bureau.
  De voorzitter of de leden die gedurende de verrichtingen benoemd worden ter vervanging van een verhinderd lid, leggen de eed af voor ze hun ambt aanvaarden.
  Van die eedaflegging wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.
  [1 § 7. De leden van het gemeentelijk hoofdbureau hebben recht op een vergoeding waarvan het bedrag en de voorwaarden door de Vlaamse Regering bepaald worden.
   § 8. Het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente wijst een gemeentelijk personeelslid aan dat belast wordt met de coördinatie van de taken voor de organisatie van de verkiezingen, vermeld in artikel 3, die aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd. Dat personeelslid fungeert ook als contactpersoon voor het gemeentelijk hoofdbureau, de Vlaamse overheid en de opgeroepen burgers. Hij heeft het recht de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau bij te wonen met adviserende stem.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 9, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 2. - Het stadsdistrictshoofdbureau

  Art. 38.§ 1. In elk stadsdistrict wordt een stadsdistrictshoofdbureau samengesteld.
  [1 Het stadsdistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, drie bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Als de voorzitter niet vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan functioneert die als vierde bijzitter. Als de voorzitter wel vervangen wordt door de plaatsvervangende voorzitter, dan wordt die als vierde bijzitter vervangen door een plaatsvervangende bijzitter. Kandidaten mogen geen lid zijn van het hoofdbureau.]1
  § 2. [1 De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau worden uiterlijk zes maanden voor de dag van de verkiezingen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest benoemd.]1
  § 3. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau.
  § 4. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd [1 bij de besluitneming van het bureau]1.
  § 5. Het stadsdistrictshoofdbureau moet ten minste [1 34 dagen]1 voor de verkiezing samengesteld zijn.
  § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het stadsdistrictshoofdbureau.
  [1 § 7. De leden van het stadsdistrictshoofdbureau hebben recht op een vergoeding waarvan het bedrag en de voorwaarden door de Vlaamse Regering bepaald worden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 10, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 3. - Het kantonhoofdbureau

  Art. 39.[1 Op verzoek van de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of van zijn plaatsvervanger, stelt het college van burgemeester en schepenen personeelsleden ter beschikking van die magistraat, of van zijn plaatsvervanger, die onder zijn toezicht werken. Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de vergoeding die aan die personeelsleden wordt toegekend.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, heeft voor de opdrachten, vermeld in artikel 24, 25, 46, 47, 49 en 50, recht op een vergoeding waarvan het bedrag en de voorwaarden door de Vlaamse Regering bepaald worden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 11, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 4. - Het provinciedistrictshoofdbureau

  Art. 40.§ 1. In de hoofdplaats van elk provinciedistrict wordt een provinciedistrictshoofdbureau samengesteld.
  Het provinciedistrictshoofdbureau bestaat uit een voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. Kandidaten mogen er geen deel van uitmaken.
  § 2. Als de hoofdplaats van het provinciedistrict tevens hoofdplaats is van een gerechtelijk arrondissement, wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hij aanwijst.
  In alle andere gevallen wordt het provinciedistrictshoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door een plaatsvervanger die hij aanwijst.
  De voorzitter houdt toezicht over het geheel van de verrichtingen in het provinciedistrict en schrijft zo nodig de spoedmaatregelen voor die de omstandigheden mochten vereisen.
  [1 ...]1
  § 3. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters die deel uitmaken van zijn bureau.
  § 4. De voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau kiest een secretaris uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. De secretaris is niet stemgerechtigd [1 bij de besluitneming van het bureau]1.
  § 5. Het provinciedistrictshoofdbureau moet ten minste [1 34 dagen]1 voor de verkiezing samengesteld zijn.
  § 6. Artikel 37, § 6, is van overeenkomstige toepassing op het provinciedistrictshoofdbureau.
  [1 § 7. De leden van het provinciedistrictshoofdbureau hebben recht op een vergoeding waarvan het bedrag en de voorwaarden door de Vlaamse Regering bepaald worden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 12, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 5. - Het provinciaal hoofdbureau

  Art. 41. Het provinciedistrictshoofdbureau dat gevestigd is in de hoofdplaats van de provincie, houdt ook zitting als provinciaal hoofdbureau.

  Titel 9. - Samenstelling van de stembureaus en telbureaus

  HOOFDSTUK 1. - Bepaling van het aantal stembureaus en telbureaus

  Art. 42.[1 Het stembureau is gevestigd in het lokaal dat het college van burgemeester en schepenen voor de stemafdeling heeft aangewezen conform artikel 23, § 3, tweede lid. Het college van burgemeester en schepenen deelt aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de adressen van de stembureaus mee.]1 Per stemafdeling wordt één stembureau ingericht. De stembureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict. De stembureaus zijn belast met de kiesverrichtingen voor de gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen.
  De telbureaus hebben zitting in de gemeente of, in voorkomend geval, in het stadsdistrict.
  In gemeenten of stadsdistricten waar drie of meer stembureaus zijn, worden de tellingen door afzonderlijke telbureaus uitgevoerd. In de gemeenten waar minder dan drie stembureaus zijn, fungeert het gemeentelijk hoofdbureau tevens als telbureau.
  [1 In de gemeenten met minstens drie stembureaus telt ieder telbureau de stembiljetten van drie stembureaus. Als het aantal stembureaus niet deelbaar is door drie, telt één telbureau de stembiljetten van twee stembureaus als er na de deling van het aantal stembureaus door drie, twee stembureaus overblijven, of tellen twee telbureaus elk de stembiljetten van twee stembureaus als er na de deling van het aantal stembureaus door drie, één stembureau overblijft.]1
  In elke gemeente worden de telverrichtingen toegewezen aan een of meer bureaus, namelijk de [1 telbureaus]1 G, P en in voorkomend geval S. De bureaus G tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de gemeenteraad. De [1 telbureaus]1 P tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de provincieraad. De [1 telbureaus]1 S tellen de stembiljetten voor de verkiezing van de stadsdistrictsraad.
  [1 In elke gemeente worden evenveel telbureaus G als telbureaus P ingericht. In voorkomend geval worden ook evenveel telbureaus S ingericht.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 13, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 43.De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau gaat [1 uiterlijk]1 vijf dagen vóór de stemming, nadat de formaliteiten voor de aanwijzing van de getuigen [1 van de stembureaus en van de telbureaus]1 zijn vervuld, bij loting over tot de aanwijzing van de stembureaus waarvan de stembiljetten door elk telbureau onderzocht worden. De getuigen die aangewezen zijn om de vergadering van het [1 gemeentelijk hoofdbureau]1 bij te wonen, [1 worden door de voorzitter uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn]1.
  De telbureaus zijn gevestigd in de lokalen die [1 het college van burgemeester en schepenen heeft]1 aangewezen. [1 Het college van burgemeester en schepenen deelt aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de adressen van de telbureaus mee.]1 De voorzitter geeft met een aangetekende brief aan de voorzitters en de bijzitters van de telbureaus onmiddellijk kennis van de plaats van de vergadering van het telbureau waar zij hun taak moeten vervullen en wijst het lokaal aan waar hij zitting zal houden om de resultatentabel te ontvangen, overeenkomstig artikel 158, § 1. [1 ...]1.
  Hij geeft onmiddellijk met een aangetekende brief aan de voorzitters van de stembureaus kennis van de plaats waar het telbureau dat de stembiljetten van hun bureau moet ontvangen, vergadert.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 14, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 2. - Opmaak van de lijsten met de personen die kunnen worden aangewezen

  Art. 44.§ 1. Tijdens de tweede maand die aan de verkiezing voorafgaat, maakt het college van burgemeester en schepenen twee lijsten op. In de gemeenten waar stadsdistrictsraadsverkiezingen plaatsvinden, maakt het college die lijsten op per stadsdistrict.
  [1 Een eerste lijst bevat de volgende categorieën van kiezers:
   1° de magistraten van de rechterlijke orde;
   2° de gerechtelijke stagiairs;
   3° de advocaten en de advocatenstagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs;
   4° de notarissen;
   5° de gerechtsdeurwaarders;
   6° de personeelsleden van de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten, provincies, gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn van niveau A, B, C of gelijkwaardig;
   7° het onderwijzend personeel.
   De lijst, vermeld in het tweede lid, dient om achtereenvolgens de volgende personen aan te wijzen:
   1° de voorzitters van de telbureaus;
   2° de voorzitters van de stembureaus;
   3° de bijzitters of plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus.]1
  [1 De overheden die de personen, vermeld in het tweede lid, 6°, tewerkstellen, delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van die personen mee aan de gemeentebesturen waar die personen hun hoofdverblijfplaats hebben.
   De gemeentelijke overheden delen de voornaam of voornamen en achternaam, het adres en het beroep van de personen die tot het onderwijzend personeel in hun gemeente behoren, mee aan de gemeentebesturen waar die personen hun hoofdverblijfplaats hebben.
   Een tweede lijst bevat de kiezers van de stemafdeling naar rata van twaalf personen per stembureau. Die lijst dient om de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus aan te wijzen. Die lijst mag geen personen bevatten die al zijn opgenomen in de lijst, vermeld in het derde lid.]1
  § 2. [1 De lijsten, vermeld in paragraaf 1, worden uiterlijk op 31 augustus van het jaar van de verkiezing naar de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, gezonden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 15, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 3. - Samenstelling van de telbureaus

  Art. 45.De telbureaus [1 G, P en in voorkomend geval S]1 bestaan uit een voorzitter, een secretaris, en twee tot vier bijzitters en plaatsvervangende bijzitters afhankelijk van het aantal te verkiezen raadsleden :
  1° twee bijzitters en twee plaatsvervangende bijzitters als er minder dan negentien te verkiezen raadsleden zijn;
  2° drie bijzitters en drie plaatsvervangende bijzitters als er negentien tot zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn;
  3° vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters als er meer dan zeventwintig te verkiezen raadsleden zijn.
  [1 Voor de telbureaus G is het aantal bijzitters afhankelijk van het aantal te verkiezen raadsleden in de gemeente. Voor de telbureaus P is het aantal bijzitters afhankelijk van het aantal te verkiezen raadsleden in het provinciedistrict waartoe de gemeente behoort. Voor de telbureaus S is het aantal bijzitters afhankelijk van het aantal te verkiezen raadsleden in het stadsdistrict.]1
  De secretaris wordt benoemd door de voorzitter van het telbureau uit de gemeenteraadskiezers van een gemeente van het Vlaamse Gewest. Hij is niet stemgerechtigd [1 bij de besluitneming van het bureau]1.
  De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het telbureau.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 16, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 46.[1 Uiterlijk op 3 september van het jaar van de verkiezing wijst de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, de volgende personen aan:
   1° de voorzitters van de telbureaus;
   2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, wijst minstens één plaatsvervangende voorzitter aan die de voorzitter zal vervangen in een telbureau waar de voorzitter op de dag van de stemming afwezig is.
   De personen, vermeld in het eerste lid, en de plaatsvervangende voorzitter, vermeld in het tweede lid, worden aangewezen conform artikel 44, § 1, derde lid. Als dat nodig is, kunnen ook andere gemeenteraadskiezers worden aangewezen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 17, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 47.[1 De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, brengt de betrokkenen op de hoogte van hun aanwijzing. Hij verzoekt hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de magistraat daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten, conform artikel 44, § 1, derde lid.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de telbureaus aangeeft, aan het gemeentesecretariaat. Die lijst wordt voor iedereen ter inzage gelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen die daarom verzoekt, een gratis kopie van de lijst kan krijgen.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de telbureaus aangeeft, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt aan de voorzitters van de telbureaus de samenstelling van hun eigen telbureau.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 4. - Samenstelling van de stembureaus

  Art. 48.De stembureaus bestaan uit de voorzitter, [1 ...]1 vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris.
  [1 De secretaris wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de gemeenteraadskiezers. Voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen wordt de secretaris door de voorzitter van het stembureau benoemd uit de stadsdistrictsraadskiezers. Hij is niet stemgerechtigd bij de besluitneming van het bureau.
   De kandidaten mogen geen deel uitmaken van het stembureau.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 19, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 49.[1 Uiterlijk op 3 september van het jaar van de verkiezing wijst de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, de volgende personen aan:
   1° de voorzitters van de stembureaus;
   2° de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, wijst minstens één plaatsvervangende voorzitter aan die de voorzitter zal vervangen in een stembureau waar de voorzitter op de dag van de stemming afwezig is.
   De voorzitters, vermeld in het eerste lid, 1°, en de plaatsvervangende voorzitters, vermeld in het tweede lid, worden aangewezen conform artikel 44, § 1, derde lid. De bijzitters en plaatsvervangende bijzitters, vermeld in het eerste lid, 2°, worden aangewezen conform artikel 44, § 1, zesde lid. Als dat nodig is, kunnen ook andere gemeenteraadskiezers worden aangewezen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 20, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 50.[1 De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, brengt de betrokkenen op de hoogte van hun aanwijzing. Hij verzoekt hen tevens hun ambt op de gestelde dagen te komen waarnemen. In geval van verhindering moeten zij de magistraat daarvan bericht geven binnen drie dagen na de kennisgeving.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, voorziet onmiddellijk in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht, een reden van verhindering laten weten, conform artikel 49, derde lid.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft, aan het gemeentesecretariaat. De lijst wordt voor iedereen ter inzage gelegd op het gemeentesecretariaat, waar iedereen die daarom verzoekt, een gratis kopie van de lijst kan krijgen.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt de lijst die de samenstelling van de stembureaus aangeeft, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau en, in voorkomend geval, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau.
   De magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, bezorgt aan de voorzitters van de stembureaus de samenstelling van hun eigen stembureau.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 21, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 10. - Oproeping van de kiezers

  Art. 51. Ten minste twintig dagen vóór de verkiezingen laat de Vlaamse Regering in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarin de dag van de stemming, en uren van opening en sluiting van het stemlokaal meegedeeld worden. Dat bericht vermeldt eveneens dat elke kiezer bezwaar kan aantekenen bij het gemeentebestuur tot twaalf dagen vóór de verkiezing.

  Art. 52. De provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar zorgt ervoor dat het college van burgemeester en schepenen ten minste vijftien dagen voor de verkiezing aan alle kiezers een oproepingsbrief zendt op de verblijfplaats die ze op dat tijdstip hebben.

  Art. 53.[1 Kiezers die hun oproepingsbrief niet hebben ontvangen of niet meer in bezit hebben, kunnen op het gemeentesecretariaat een duplicaat afhalen tot 12 uur 's middags op de dag van de stemming. Van dat recht wordt melding gemaakt in het bericht, vermeld in artikel 51.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 22, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 54.De oproepingsbrief vermeldt de volgende gegevens :
  1° de dag waarop en het stemlokaal waarin de kiezer moet stemmen;
  2° de te verkiezen mandatarissen;
  3° de uren van opening en sluiting van het stemlokaal;
  4° de voorwaarden voor terugbetaling van de reiskosten van kiezers die niet meer in de gemeente wonen waar ze op de kiezerslijst staan;
  5° de achternaam, de voornaam of voornamen, het geslacht [1 ...]1 en de hoofdverblijfplaats van de kiezer, alsook het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat;
  6° de integrale tekst van artikel 56, artikel 135, § 2, en artikel 138, § 3, derde lid.
  De Vlaamse Regering stelt het model van de oproepingsbrief vast.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 23, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 55.[1 Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen voor de stemming in de gemeente openbaar bekendgemaakt met een aanplakking aan het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente.
   De publicatie vermeldt de gegevens, vermeld in artikel 54, eerste lid, 1° tot en met 4°. De publicatie herinnert er ook aan dat de kiezer die zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen of niet meer in bezit heeft, een duplicaat op het gemeentesecretariaat kan afhalen tot 12 uur 's middags op de dag van de stemming.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 24, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 11. - Afleveren van een volmacht

  Art. 56.§ 1. Een kiezer kan een andere kiezer als gevolmachtigde in zijn plaats laten stemmen. De persoon die hij als gevolmachtigde aanwijst moet voor dezelfde verkiezing zelf de hoedanigheid van kiezer bezitten.
  Een gevolmachtigde kan per verkiezing maar één stem bij volmacht uitbrengen.
  § 2. De volgende kiezers kunnen een volmacht verlenen :
  1° de kiezer die om medische redenen niet in staat is om zich naar het stembureau te begeven of er naartoe gevoerd te worden. Dat moet blijken uit een medisch attest. Geneesheren, die als kandidaat voor de verkiezing zijn voorgedragen, mogen een dergelijk attest niet afgeven;
  2° de kiezer die om beroeps- of dienstredenen :
  a) in het buitenland is opgehouden, alsook de leden van zijn gezin of van zijn gevolg die daar met hem verblijven. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de werknemer ressorteert;
  b) zich op de dag van de stemming in het Rijk bevindt, maar in de onmogelijkheid verkeert om zich in het stembureau te melden. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest van de militaire of burgerlijke overheid of van de werkgever onder wie de werknemer ressorteert;
  3° de kiezer die het beroep van schipper, marktkramer of kermisreiziger uitoefent en de leden van zijn gezin die met hem samenwonen. De uitoefening van het beroep moet blijken uit een attest van de burgemeester van de gemeente waar de betrokkene in het bevolkingsregister is ingeschreven. [1 De Vlaamse Regering bepaalt het model van dat attest;]1
  4° de kiezer die de dag van de stemming ten gevolge van een rechterlijke maatregel in een toestand van vrijheidsbeneming verkeert. Die toestand wordt bevestigd door de directie van de inrichting waar de betrokkene zich bevindt;
  5° de kiezer die om redenen in verband met zijn geloofsovertuiging in de onmogelijkheid verkeert zich op het stembureau te melden. Die onmogelijkheid moet blijken uit een attest dat is afgegeven door de religieuze overheid;
  6° de student die zich, om studieredenen, in de onmogelijkheid bevindt zich in het stembureau te melden, op voorwaarde dat hij een attest voorlegt van de directie van de instelling waar hij studeert;
  7° de kiezer die om andere redenen dan die vermeld in punt 1° tot en met 6°, de dag van de stemming niet in zijn woonplaats is wegens een tijdelijk verblijf in het buitenland, en zich bijgevolg in de onmogelijkheid bevindt zich in het stemlokaal te melden, voor zover de onmogelijkheid door de burgemeester van zijn woonplaats of zijn gemachtigde vastgesteld is, na voorlegging van de nodige bewijsstukken, of, ingeval de kiezer zich in de onmogelijkheid bevindt een dergelijk bewijsstuk voor te leggen, op grond van een verklaring op eer. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de verklaring op erewoord dat de kiezer moet indienen en het model van attest dat door de burgemeester moet worden afgegeven. De aanvraag moet worden ingediend bij de burgemeester van de woonplaats uiterlijk op de dag voor de dag van de verkiezing.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt het model van de volmacht. Het formulier voor de volmacht kan gratis worden verkregen bij het gemeentesecretariaat.
  § 4. De volmachtgever en de gevolmachtigde ondertekenen beiden het volmachtformulier.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 25, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 12. - De verkiesbaarheidsvoorwaarden

  Art. 57. Uiterlijk op de dag van de verkiezing moet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldaan zijn.

  Art. 58. Om tot gemeenteraadslid of stadsdistrictsraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, moet men kiezer zijn en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8 of 11, behouden en mag men zich niet in een geval van schorsing of uitsluiting, als vermeld in artikel 15, § 1 en § 2, bevinden.
  De volgende personen zijn niet verkiesbaar :
  1° overeenkomstig artikel 65, tweede lid, 2°, en artikel 113 van de Gemeentekieswet, de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie die, ten gevolge van een individuele burgerrechtelijke of een strafrechtelijke beslissing in hun lidstaat van herkomst ontheven zijn van het recht om gekozen te worden krachtens het recht van die lidstaat;
  2° personen die, onverminderd de toepassing van punt 1°, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de misdrijven, vermeld in artikel 240, 241, 243, en 245 tot en met 248 van het Strafwetboek, gepleegd tijdens de uitoefening van een gemeenteambt. Die onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling.

  Art. 59.Om tot provincieraadslid verkozen te kunnen worden en om het te kunnen blijven, moet men kiezer zijn [1 , moet men ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente die behoort tot de provincie,]1 en moet men de kiesvoorwaarden, vermeld in artikel 8, behouden en mag men zich niet in een geval van schorsing of uitsluiting als vermeld in artikel 15, § 1 en § 2, bevinden.
  Niet verkiesbaar zijn zij die veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de misdrijven, vermeld in artikel 240, 241, 243, en 245 tot en met 248 van het Strafwetboek, gepleegd tijdens de uitoefening van een gemeenteambt. Die onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 26, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 13. - Bescherming van de lijstnamen en toekennen van volgnummers

  Art. 60.[1 Elke lijstnaam bestaat uit ten hoogste twintig tekens. De Vlaamse Regering legt in een besluit de toegelaten tekens vast en kan bepaalde combinaties van tekens verbieden als dat om informaticatechnische redenen vereist is. De lijstnaam moet op het stembiljet boven de kandidatenlijst komen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 27, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 61.Elke politieke formatie in het Vlaams Parlement die ten minste door drie leden vertegenwoordigd is, kan een voorstel indienen tot de bescherming van de lijstnaam die ze wil vermelden in de voordrachten van kandidaten en tot het verkrijgen van een gemeenschappelijk volgnummer.
  Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam moet worden ondertekend door ten minste drie Vlaamse parlementsleden die tot de politieke formatie behoren die de lijstnaam zal gebruiken. Een parlementslid mag maar één enkel voorstel ondertekenen.
  Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam wordt de veertigste dag voor de verkiezing, tussen tien en twaalf uur, aan de Vlaamse Regering of de gemachtigde van de Vlaamse Regering overhandigd door een parlementslid die het voorstel heeft medeondertekend.
  [1 Het voorstel tot bescherming van de lijstnaam vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam en de contactgegevens van de nationale voorzitter van de politieke formatie of van de door hem gemandateerden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 28, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 62. De vermelding van een lijstnaam waarvan gebruikgemaakt is door een politieke partij die door minstens drie leden vertegenwoordigd is in het Vlaams Parlement en waaraan bij een vorige verkiezing met het oog op de vernieuwing van parlementen op Europees, federaal en regionaal niveau bescherming werd verleend, kan op gemotiveerd verzoek van die politieke partij door de Vlaamse Regering worden verboden. De lijst van de lijstnamen waarvan het gebruik verboden is, wordt de drieënveertigste dag voor de verkiezing in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De Vlaamse Regering kan het gebruik van de lijstnamen die op de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezing voorkomen en waarvan het gebruik ontzegd is, verbieden voor de gemeenteraadsverkiezing en stadsdistrictsraadsverkiezing.

  Art. 63.De Vlaamse Regering kent bij loting aan de beschermde lijstnaam onmiddellijk na het indienen van de voorstellen tot bescherming een gemeenschappelijk volgnummer toe. [1 Lijstnamen die beginnen met een beschermde lijstnaam, kunnen het gemeenschappelijk volgnummer van die partij gebruiken op voorwaarde dat ze een getuigschrift voorleggen als vermeld in artikel 64.]1
  De lijstnamen en de gemeenschappelijke volgnummers worden binnen vier dagen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 29, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 64.[1 Na de loting, vermeld in artikel 63, brengt de Vlaamse Regering de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus, de voorzitters van de provinciedistrictshoofdbureaus die gevestigd zijn in de provinciehoofdplaats en de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus op de hoogte van de toegekende gemeenschappelijke volgnummers, van de aan de verschillende nummers voorbehouden lijstnamen, en van de voornaam of voornamen en achternaam en de contactgegevens van de nationale voorzitter van de politieke formatie of van de door hem gemandateerden.
   Bij de voordrachten van kandidaten die met toepassing van artikel 61 een beschermde lijstnaam en een gemeenschappelijk volgnummer gebruiken, moet een getuigschrift worden gevoegd van de nationale voorzitter van de politieke formatie of van de door hem gemandateerden.
   Als er geen getuigschrift bij de voordrachten, vermeld in het tweede lid, wordt gevoegd, weigert de voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau, van het gemeentelijk hoofdbureau en van het stadsdistrictshoofdbureau het gebruik van de lijstnaam en van het gemeenschappelijke volgnummer door een niet-erkende lijst ambtshalve voor respectievelijk de provincieraadsverkiezing, de gemeenteraadsverkiezing en de stadsdistrictsraadsverkiezing.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 30, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 65.[1 Nadat de kandidatenlijsten, conform artikel 92, volledig zijn afgesloten, houdt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een afzonderlijke loting om voor de gemeenteraadsverkiezing de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die geen gemeenschappelijk volgnummer, conform artikel 63, hebben gekregen.
   De nummers die bij die loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat de Vlaamse Regering bij de loting heeft toegekend, conform artikel 63.
   Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten.
   Dit artikel is ook van toepassing op de verkiezing van de stadsdistrictsraden.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 31, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 66.[1 De kandidaten van de lijsten die werden ingediend bij de provinciedistrictshoofdbureaus die buiten de provinciehoofdplaats gevestigd zijn, mogen op de voordrachtsakte aanduiden dat ze verzoeken om hetzelfde volgnummer te krijgen als een van de lijsten die in de provinciehoofdplaats werden ingediend.
   De voorzitter die een verzoek, vermeld in het eerste lid, ontvangt, zendt onmiddellijk een exemplaar van de voordrachtsakte van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau. De lijsttrekker van de in de hoofdplaats voorgedragen lijsten of de kandidaat die hij daartoe gemandateerd heeft, mag ter plaatse tot uiterlijk 16 uur op de vijfentwintigste dag voor de stemming, inzage nemen van de verzoekschriften, vermeld in het eerste lid. Die lijstrekker of kandidaat verklaart schriftelijk dat hij al dan niet akkoord gaat met het gebruik van hetzelfde volgnummer.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 32, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 67.[1 § 1. Nadat de kandidatenlijsten, conform artikel 100, volledig zijn afgesloten, houdt de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau een afzonderlijke loting om voor de provincieraadsverkiezing de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid, vermeld in artikel 66, en die geen gemeenschappelijk volgnummer conform artikel 63 hebben gekregen.
   De nummers die bij die loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat de Vlaamse Regering bij de loting heeft toegekend, conform artikel 63.
   Eerst wordt een volgnummer toegekend aan de volledige lijsten, vervolgens aan de onvolledige lijsten.
   § 2. Na de loting, vermeld in paragraaf 1, houdt de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau onmiddellijk voor elk provinciedistrict van de provincie een afzonderlijke loting om voor de provincieraadsverkiezing de volgnummers toe te kennen aan de lijsten die niet van een gemeenschappelijk volgnummer, conform paragraaf 1 of artikel 63, zijn voorzien.
   De nummers die bij die loting worden toegekend, beginnen bij het nummer dat onmiddellijk volgt op het laatste nummer dat werd toegekend tijdens de loting, vermeld in paragraaf 1.
   § 3. De voorzitter deelt onmiddellijk het resultaat van de lotingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, via het snelste kanaal mee aan de voorzitters van de andere provinciedistrictshoofdbureaus van de provincie.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 33, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 14. - Indiening van de kandidatenlijsten

  HOOFDSTUK 1. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen

  Art. 68.§ 1. [1 Ten minste vierendertig dagen vóór de verkiezing van de gemeenteraden maakt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bekend:
   1° dat hij op zaterdag, de negenentwintigste dag voor de stemming, tussen 9 en 12 uur en tussen 13 en 16 uur de voordrachtsakten van kandidaten in ontvangst neemt op de zetel van het gemeentelijk hoofdbureau. Hij vermeldt daarbij ook de plaats waar het gemeentelijk hoofdbureau zetelt;
   2° dat hij op dinsdag, de vijfde dag voor de stemming, tussen 14 en 16 uur, de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en voor de telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S in ontvangst neemt.
   De bekendmaking, vermeld in het eerste lid, gebeurt met een aanplakking aan het gemeentehuis, in het gemeentelijke informatieblad of op de website van de gemeente.
   Ten minste vierendertig dagen vóór de verkiezing van de gemeenteraden bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau het adres van de zetel van het gemeentelijk hoofdbureau aan de Vlaamse Regering.]1
  § 2. Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen op de dagen, vermeld in paragraaf 1, achtenveertig uur vervroegd.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 34, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 69. De voordrachtsakten van de kandidaten voor de verkiezing van de gemeenteraden moeten ondertekend worden, hetzij door een aftredend gemeenteraadslid, hetzij door de volgende personen, afhankelijk van de grootte van de gemeente :
  1° in de gemeenten van 20.000 inwoners en meer, door ten minste 100 gemeenteraadskiezers;
  2° in die van 10.000 tot 20.000 inwoners, door ten minste 50 gemeenteraadskiezers;
  3° in die van 5000 tot 10.000 inwoners, door ten minste 30 gemeenteraadskiezers;
  4° in die van 2000 tot 5000 inwoners, door ten minste 20 gemeenteraadskiezers;
  5° in die van 500 tot 2000 inwoners, door ten minste 10 gemeenteraadskiezers;
  6° in die van minder dan 500 inwoners, door ten minste 5 gemeenteraadskiezers.
  Het bevolkingscijfer is het cijfer dat vastgesteld wordt overeenkomstig artikel 7, § 1.

  Art. 70.[1 De eerste kandidaat van de lijst of de kandidaat die door de eerste kandidaat van de lijst daartoe gemandateerd is, bezorgt tegen ontvangstmelding de voordrachtsakte van kandidaten aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau.]1
  De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de kandidatenlijsten moeten worden ingediend.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 35, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 71.[1 De voordrachtsakte vermeldt de voornaam, eventueel de roepnaam, de achternaam, de geboortedatum, het geslacht, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kandidaten, alsook de lijstnaam die boven de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan.
   De kandidaat die op het stembiljet wil vermeld worden met zijn roepnaam, voegt een akte van bekendheid bij de voordrachtsakte als de roepnaam geen van zijn voornamen is of geen afgeleide is van een van zijn voornamen. De akte van bekendheid kan afgeleverd worden door een vrederechter, een notaris of de burgemeester van de woonplaats van de kandidaat.
   In voorkomend geval vermeldt de voordrachtsakte ook de voornaam, de achternaam, het rijksregisternummer, de hoofdverblijfplaats, de nationaliteit en de handtekening van de kiezers die de kandidaten voordragen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 36, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 72. Tot op het ogenblik dat het gemeentelijk hoofdbureau de kandidatenlijsten voorlopig afsluit, mogen voorgedragen kandidaten de voordrachtsakte vervolledigen met hun handtekening.

  Art. 73.Overeenkomstig artikel 23, § 1, negende en tiende lid, en artikel 97 van de Gemeentekieswet [1 verklaren]1 de niet-Belgische kandidaten die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie, [1 in de voordrachtsakte]1 :
  1° dat ze in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie geen ambt of mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester;
  2° dat ze in een andere lidstaat van de Europese Unie geen functies uitoefenen die gelijkwaardig zijn met die, vermeld in artikel 11 van het Gemeentedecreet;
  3° dat ze op de datum van de verkiezing niet ontheven of geschorst zijn van het verkiesbaarheidsrecht in hun land van herkomst.
  In geval van twijfel over de verkiesbaarheid van de kandidaat, meer bepaald na kennisname van zijn verklaring, kan de voorzitter van het hoofdbureau eisen dat die kandidaat een attest van de bevoegde overheden van zijn land van herkomst indient waarin verklaard wordt dat hij, op de datum van de verkiezing, niet ontheven of geschorst is van het verkiesbaarheidsrecht in dat land of dat die overheden daar in elk geval niet van op de hoogte zijn.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 37, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 74. De volgende pariteitsregels moeten in acht genomen worden :
  1° op eenzelfde lijst mag het verschil tussen het aantal kandidaten van elk geslacht niet groter zijn dan één;
  2° de eerste twee kandidaten van eenzelfde lijst mogen niet van hetzelfde geslacht zijn.

  Art. 75. Op eenzelfde lijst mogen niet meer kandidaten voorkomen dan er leden kunnen worden verkozen.

  Art. 76. De kandidaten van wie de namen voorkomen op eenzelfde voordracht, worden geacht één enkele lijst te vormen.

  Art. 77.[1 Op de voordrachtsakte kunnen een getuige en een plaatsvervangende getuige aangewezen worden die de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau bijwonen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 38, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 78. De modellen van voordrachtsakte, van verbeteringsakte en van de individuele geschreven en ondertekende verklaring, vermeld in artikel 73 worden door de Vlaamse Regering vastgelegd.

  Art. 79.De voordracht wijst de volgorde aan waarin de kandidaten worden voorgedragen.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 39, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 80. Een kandidaat mag niet voorkomen op meer dan één lijst voor dezelfde verkiezing.
  De kandidaat die deze verbodsbepaling overtreedt, wordt gestraft overeenkomstig artikel 244. Zijn naam wordt geschrapt van alle lijsten waarop hij voorkomt.

  Art. 81. Als er niet meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau hen zonder meer verkozen.
  Het proces-verbaal van de verkiezing, dat tijdens de vergadering is opgemaakt en door de leden van het bureau werd ondertekend, wordt onmiddellijk aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen gezonden, tegelijk met de voordrachten. Uittreksels uit het proces-verbaal worden aan de gekozenen gezonden en in de gemeente door aanplakking bekendgemaakt.

  Art. 82. § 1. In gemeenten met minder dan 5000 inwoners mag de voordracht van kandidaten, met uitzondering van de lijst, vermeld in artikel 68 tot en met 81, ook een lijst van drie kandidaat-opvolgers omvatten, voor het geval de verkiezing zonder stemming zou eindigen.
  § 2. De voordracht van die kandidaat-opvolgers wijst de volgorde aan waarin zij worden voorgedragen. Ze moet, op straffe van nietigheid, voorkomen in dezelfde akte als de voordracht van de kandidaat-raadsleden. De kandidaten van beide categorieën moeten in die akte afzonderlijk worden gerangschikt, met nauwkeurige aanduiding van elke categorie.
  Een kandidaat mag niet tegelijk als kandidaat-raadslid en als kandidaat-opvolger worden voorgedragen. Bij overtreding van die bepaling wordt de naam van de kandidaat geschrapt van de lijst van kandidaat-opvolgers.
  § 3. Als de raadsleden overeenkomstig artikel 81 verkozen verklaard zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau in voorkomend geval de kandidaat-opvolgers die overeenkomstig paragraaf 1 en 2 zijn voorgedragen, eerste, tweede en derde opvolger.
  § 4. Als er meer kandidaat-raadsleden regelmatig voorgedragen zijn dan er mandaten toe te kennen zijn, dan verklaart het gemeentelijk hoofdbureau de kandidaatstellingen voor de opvolging die overeenkomstig paragraaf 1 en 2 zijn gebeurd, zonder gevolg.

  HOOFDSTUK 2. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen

  Art. 83.Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing :
  1° artikel 68, met dien verstande dat :
  a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
  b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  c) "gemeentehuis" wordt gelezen als "de zetel van het "stadsdistrictshoofdbureau";
  [1 d) paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt geschrapt;]1
  2° artikel 69, met dien verstande dat :
  a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
  b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";
  c) "gemeenten" wordt gelezen als "stadsdistricten";
  d) "gemeenteraadskiezers" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadskiezers";
  3° artikel 70, met dien verstande dat :
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";
  4° artikel 71, met dien verstande dat :
  a) "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict";
  b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als " stadsdistrictshoofdbureau";
  6° artikel 73, met dien verstande dat :
  a) "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadslid";
  b) "schepen" wordt gelezen als "schepen van het stadsdistrictscollege";
  c) "burgemeester" wordt gelezen als "voorzitter van het stadsdistrictscollege";
  7° artikel 74;
  8° artikel 75;
  9° artikel 76;
  10° artikel 77 met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  11° artikel 78;
  12° artikel 79;
  13° artikel 80;
  14° artikel 81, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau".
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 40, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 3. - Indiening van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen

  Art. 84.Voor de verkiezingen van de provincieraden zijn de volgende artikelen van dit hoofdstuk van toepassing :
  1° artikel 68, met dien verstande dat :
  a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "provincieraden";
  b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  c) [1 ...]1
  d) paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt geschrapt;
  2° artikel 69, dat vervangen wordt door wat volgt :
  " De voordrachtsakten voor de provincieraadsverkiezingen moeten ondertekend zijn door ten minste vijftig kiezers van de provincie of door een aftredend provincieraadslid. ";
  3° artikel 70, met dien verstande dat :
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "provincieraadsleden";
  4° artikel 71, met dien verstande dat :
  a) "de gemeente" wordt gelezen als "een gemeente van de provincie";
  b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  5° artikel 72, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  6° artikel 74;
  7° artikel 75;
  8° artikel 76;
  9° [1 artikel 77, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";]1
  10° artikel 78, wordt vervangen door wat volgt :
  " De modellen van voordrachtsakte en van verbeteringsakte worden door de Vlaamse Regering vastgelegd. ";
  11° artikel 79;
  12° artikel 80, met dien verstande dat een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt : "De voorzitter van het provinciaal districtshoofdbureau stuurt onmiddellijk na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de lijsten een kopie van alle ingediende lijsten aan de [1 voorzitter van het provinciaal hoofdbureau]1 die hem uiterlijk de [1 zevenentwintigste]1 dag voor de stemming om 16 uur kennis geeft van de gevallen van meervoudige kandidaatstelling.";
  13° artikel 81, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau".
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 41, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 15. - Onderzoek van de kandidatenlijsten

  HOOFDSTUK 1. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen

  Art. 85. De kandidaten en de kiezers die de voordrachten van kandidaten hebben ingeleverd, mogen ter plaatse inzage nemen van alle ingediende voordrachten en schriftelijk hun opmerkingen aan het gemeentelijk hoofdbureau meedelen.
  Ze kunnen dat recht uitoefenen gedurende de termijn, bepaald voor de inlevering van de voordrachten, en tot twee uur na het verstrijken van die termijn.
  Ze kunnen dat recht, vermeld in het eerste lid, ook nog uitoefenen op de zevenentwintigste dag voor de stemming, van 13 tot 16 uur.
  Als de zevenentwintigste dag voor de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle kiesverrichtingen die op die dag moeten plaatshebben, achtenveertig uur vervroegd.

  Art. 86.Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden vergadert het gemeentelijk hoofdbureau de zevenentwintigste dag voor de stemming om 16 uur.
  [1 Het gemeentelijk hoofdbureau onderzoekt:
   1° of de gegevens correct en volledig ingevuld zijn op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid;
   2° of er niet te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte staan;
   3° of de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden nageleefd;
   4° of de regels voor de rangschikking van de kandidaten, vermeld in artikel 74, 2°, werden nageleefd;
   5° of de regels voor de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden nageleefd;
   6° of de kandidaten verkiesbaar zijn en of de niet-Belgische kandidaten van de Europese Unie de verklaring, vermeld in artikel 73, hebben afgelegd.]1
  Na het onderzoek, vermeld in het tweede lid, sluit het gemeentelijk hoofdbureau de kandidatenlijst voorlopig af.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 42, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 87.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/30, art. 43, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 88. Als het gemeentelijk hoofdbureau de voordracht van bepaalde kandidaten onregelmatig verklaart, worden de redenen van die beslissing in het proces-verbaal opgenomen. Onmiddellijk wordt een uittreksel uit het proces-verbaal, met de woordelijke opgave van de aangevoerde redenen, met een aangetekende brief gestuurd aan de kiezer of de kandidaat die de akte waarop de afgewezen kandidaten voorkomen, heeft ingeleverd.
  Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief, vermeld in het eerste lid, gericht aan de indiener die als eerste in de voordrachtsakte werd aangewezen.
  Als de onverkiesbaarheid van een kandidaat als reden is aangevoerd, wordt het uittreksel uit het proces-verbaal, vermeld in het eerste lid, op dezelfde wijze ook aan die kandidaat gestuurd.

  Art. 89. Personen die de aanvaarde of afgewezen kandidatenlijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die kandidatenlijsten voorkomen, kunnen de zesentwintigste dag voor de stemming, tussen 13 en 16 uur, op de plaats die werd aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, tegen ontvangstbewijs een met redenen omkleed bezwaarschrift tegen de aanvaarding van bepaalde kandidaturen indienen.
  De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau geeft aan de kiezer of de kandidaat die de betwiste voordracht heeft ingeleverd, onmiddellijk met een aangetekende brief kennis van het bezwaar, onder vermelding van de aangevoerde redenen. Als meerdere ondertekenaars de voordrachtsakte hebben ingediend, dan wordt de brief gericht aan de indiener die de kandidaten in de voordracht als eerste hebben aangewezen.
  Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, wordt ook die kandidaat op de wijze, vermeld in het tweede lid, daarover rechtstreeks ingelicht.

  Art. 90. Als het gemeentelijk hoofdbureau bij het voorlopig afsluiten van de kandidatenlijst bepaalde kandidaten wegens onverkiesbaarheid afgewezen heeft of als een bezwaarschrift, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, overeenkomstig artikel 89 is ingediend, verzoekt de voorzitter van dat bureau het gemeentebestuur van de woonplaats van de kandidaat, telefonisch, via e-mail of bij een door de secretaris van het bureau gedragen schriftelijke vordering, hem onmiddellijk met een aangetekende brief een eensluidend verklaard afschrift van een uittreksel uit die stukken die dat bestuur in zijn bezit heeft en die over de verkiesbaarheid van de kandidaat nadere aanwijzingen kunnen verschaffen, toe te sturen.
  Als die kandidaat, als vermeld in het eerste lid, zijn woonplaats niet sedert ten minste vijftien dagen in de gemeente heeft en als de stukken waaruit onverkiesbaarheid kan blijken, nog niet bij het gemeentebestuur zijn aangekomen, dan stuurt dat gemeentebestuur de stukken door naar het gemeentebestuur van de vorige woonplaats van de kandidaat.
  De voorzitter kan, als hij dat nodig acht, andere onderzoeken instellen, zowel over de verkiesbaarheid van de betrokken kandidaten als over de andere aangevoerde onregelmatigheden.
  Alle stukken die ter uitvoering van dit artikel worden aangevraagd, worden kosteloos afgegeven.

  Art. 91.Personen die aanvaarde of afgewezen lijsten hebben ingeleverd, of, bij hun ontstentenis, één van de kandidaten die op die lijsten voorkomt, kunnen de vierentwintigste dag voor de stemming tussen 14 en 16 uur op de plaats, aangewezen voor het inleveren van de voordrachten, bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau tegen ontvangstbewijs, een memorie indienen tot betwisting van de onregelmatigheden waarmee bij het voorlopige afsluiten van de kandidatenlijst rekening is gehouden of die de dag na die afsluiting ingeroepen zijn. Als de onregelmatigheid te maken heeft met de onverkiesbaarheid van een kandidaat, kan een memorie worden ingediend met inachtneming van dezelfde regels.
  [1 De personen, vermeld in het eerste lid, kunnen in voorkomend geval bij de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau een verbeteringsakte indienen tot 16 uur op de vierentwintigste dag voor de stemming. Die verbeteringsakte is alleen ontvankelijk als een kandidaat zich vrijwillig wil terugtrekken of overleden is na de voorlopige afsluiting, of als één of meer kandidaten die op de voordracht voorkomen, afgewezen zijn om een van de volgende redenen:
   1° de gegevens zijn foutief of onvolledig op de voordrachtsakte als vermeld in artikel 71, eerste lid;
   2° er staan te veel kandidaat-titularissen of kandidaat-opvolgers op de voordrachtsakte;
   3° de regels voor de evenwichtige samenstelling van de kandidatenlijsten, vermeld in artikel 74, 1°, werden niet nageleefd;
   4° de regels voor de rangschikking van de kandidaten, vermeld in artikel 74, 2°, werden niet nageleefd;
   5° de regels voor de lijstnaam, vermeld in artikel 60 en 62, werden niet nageleefd;
   6° een kandidaat is niet verkiesbaar of een niet-Belgische kandidaat van de Europese Unie heeft de verklaring, vermeld in artikel 73, niet afgelegd.
   De verbeteringsakte mag geen naam van een nieuwe kandidaat bevatten, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 6°, en in het geval dat een kandidaat zich vrijwillig terugtrekt of overleden is. Ze mag de volgorde van voordracht die in de afgewezen akte werd aangenomen, niet wijzigen, behalve in het geval, vermeld in het tweede lid, 4°.
   De nieuw voorgedragen kandidaat neemt de plaats in van de geschrapte kandidaat of van diegene die zich terugtrekt of overleden is.
   Vermindering van een te groot aantal kandidaat-titularissen of -opvolgers is alleen mogelijk als uit de verbeteringsakte blijkt dat een kandidaat zijn kandidatuur intrekt.]1
  [1 De verbeteringsakte wordt ondertekend door de lijsttrekker, de kandidaten die zich vrijwillig terugtrekken en de eventueel nieuw toegevoegde kandidaten.
   De geldige handtekeningen van de voordragende kiezers en van de kandidaten, alsook de regelmatige vermeldingen in de afgewezen voordracht, blijven van kracht als de verbeteringsakte aanvaard wordt.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 44, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 92.Het gemeentelijk hoofdbureau vergadert de vierentwintigste dag voor de stemming om 16 uur.
  Tot de vergadering worden alleen de personen toegelaten die de lijsten hebben ingeleverd of, bij hun ontstentenis, de kandidaten die een stuk als vermeld in artikel 89 en 91 hebben overhandigd, toegelaten, alsmede de getuigen van die lijsten die met toepassing van artikel 77 zijn aangewezen.
  [1 Als in de verbeteringsakte de pariteitsregels niet gerespecteerd worden, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af. Als er geen verbeteringsakte wordt ingediend, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie eveneens af, tenzij de pariteit behouden blijft. In dat laatste geval hernummert het de kandidaten op de lijst door de opengevallen plaatsen op te vullen, maar zonder de onderlinge volgorde van de kandidaten te wijzigen. Als het gemeentelijk hoofdbureau overgaat tot het schrappen van kandidaten van een lijst en de pariteit daarbij niet wordt behouden of hersteld, wijst het de lijst in kwestie af. Als een lijst na schrapping van kandidaten niet wordt afgewezen, verliest de lijst in kwestie in voorkomend geval haar gemeenschappelijke volgnummer en komt de lijst onderaan in de nummering.]1
  Als de verkiesbaarheid van een kandidaat wordt betwist, mogen ook die kandidaat en de indiener van het bezwaar, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, de vergadering bijwonen. Hun aanwezigheid, hetzij persoonlijk, hetzij bij gemachtigde, is een vereiste voor de ontvankelijkheid van het beroep waarvan sprake is in artikel 93.
  In voorkomend geval, onderzoekt het hoofdbureau de stukken die de voorzitter overeenkomstig artikel 89 tot en met 91, ontvangen heeft, en beslist het erover na de betrokkenen te hebben gehoord, als zij dat verlangen. Het gemeentelijk hoofdbureau verbetert de kandidatenlijst, als daartoe grond bestaat, en sluit ze daarna definitief af.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 45, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 93. Als het gemeentelijk hoofdbureau een kandidatuur verwerpt wegens de onverkiesbaarheid van de kandidaat, wordt daarvan in het proces-verbaal melding gemaakt en, als de afgewezen kandidaat aanwezig of vertegenwoordigd is, verzoekt de voorzitter de kandidaat of zijn gemachtigde als hij dit wenst, op het proces-verbaal een verklaring van beroep te ondertekenen.
  Als een bezwaar, gegrond op de onverkiesbaarheid van een kandidaat, afgewezen wordt, moet de procedure, vermeld in het eerste lid, worden toegepast en de indiener van het bezwaar of zijn gemachtigde wordt verzocht een verklaring van beroep te ondertekenen, als hij dat wenst.
  Beslissingen van het gemeentelijk hoofdbureau die geen betrekking hebben op de verkiesbaarheid van kandidaten, zijn niet vatbaar voor beroep, met uitzondering van de beslissingen, genomen op grond van titel 1 van deel 4.

  Art. 94. De drieëntwintigste dag voor de verkiezing houdt de voorzitter van het hof van beroep zich tussen 11 en 13 uur in zijn kabinet ter beschikking van de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus van zijn rechtsgebied, om er uit hun handen een uitgifte van de processen-verbaal houdende de verklaringen van beroep, alsmede alle stukken betreffende de geschillen waarvan de hoofdbureaus kennis hebben gehad, te ontvangen.
  Bijgestaan door zijn griffier, maakt hij van die overhandiging, vermeld in het eerste lid, akte op.

  Art. 95. Overeenkomstig artikel 125ter van het Algemeen Kieswetboek brengt de voorzitter van het hof van beroep de zaak op de rol van een terechtzitting van de eerste kamer van dat hof, die moet plaatshebben op de twintigste dag voor de verkiezing om 10 uur 's morgens, zelfs als die dag een feestdag is.
  De eerste kamer van het hof van beroep onderzoekt de zaken van verkiesbaarheid met voorrang boven alle andere.
  Ter openbare terechtzitting doet de voorzitter voorlezing van de stukken van het dossier. Hij verleent vervolgens het woord aan de eiser in beroep en eventueel aan de verweerder. Beiden mogen zich laten vertegenwoordigen en bijstaan door een raadsman.
  Het hof beslist, nadat het het advies van de procureur-generaal gehoord heeft, tijdens de vergadering, bij een arrest dat in openbare zitting wordt uitgesproken. Dat arrest wordt niet betekend aan de betrokkene, maar neergelegd ter griffie van het hof, waar de betrokkene er kosteloos inzage van kan nemen.
  Het openbaar ministerie geeft het beschikkende gedeelte van het arrest per e-mail of per fax ter kennis van de voorzitter van het betrokken gemeentelijk hoofdbureau op de door hem aangewezen plaats.
  Het dossier van het hof wordt, met een uitgifte van het arrest, binnen acht dagen toegezonden aan de voorzitter van de gemeenteraad.

  Art. 96. Overeenkomstig artikel 125quater van het Algemeen Kieswetboek staat tegen de arresten, vermeld in artikel 95, geen rechtsmiddel open.

  Art. 97. In geval van beroep verdaagt het gemeentelijk hoofdbureau de verrichtingen, vermeld in artikel 92, en vergadert de twintigste dag voor de verkiezing om 18 uur, om tot die verrichtingen te kunnen overgaan zodra het op de hoogte is gebracht van de beslissingen van het hof van beroep.

  Art. 98.[1 De lijst van de kandidaat-raadsleden wordt ter inzage gelegd op het gemeentesecretariaat. De lijst vermeldt met vette letters in zwarte inkt de achternaam van de kandidaten, in dezelfde vorm als voor het stembiljet wordt bepaald, en ook hun voornaam en hun woonplaats. De onderrichtingen, vermeld in artikel 123, § 3, worden bij de lijsten gevoegd en ter inzage gelegd.]1. Vanaf de negentiende dag voor de stemming deelt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau de officiële kandidatenlijst mee aan de kandidaten en aan de kiezers die hen hebben voorgedragen, als zij daarom vragen.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 46, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 2. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen

  Art. 99.Voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden zijn de volgende bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing :
  1° artikel 85, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  2° artikel 86, met dien verstande dat :
  a) "gemeenteraden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraden";
  b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  3° [1 ...]1
  4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  11° artikel 95, met dien verstande dat :
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  b) "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de stadsdistrictsraad";
  12° artikel 96;
  13° artikel 97, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  14° artikel 98, met dien verstande dat "voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau".
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 47, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  HOOFDSTUK 3. - Onderzoek van de kandidatenlijsten voor de provincieraadsverkiezingen

  Art. 100.Voor de verkiezingen van de provincieraden zijn de volgende bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing :
  1° artikel 85, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "pro-vinciedistrictshoofdbureau";
  2° artikel 86, met dien verstande dat :
  a) "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de gemeenteraden" wordt gelezen als "Bij de verkiezingen voor de vernieuwing van de provincieraden";
  b) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  c) in het tweede lid, 1°, de tweede zin wordt geschrapt;
  d) in het tweede lid, 2°, "artikel 58", wordt gelezen als "artikel 59";
  3° [1 ...]1
  4° artikel 88, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  5° artikel 89, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  6° artikel 90, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  7° artikel 91, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  8° artikel 92, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau" [1 en met dien verstande dat een zesde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
   "De voorzitter zendt onmiddellijk een exemplaar van alle voordrachtsakten van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau.".]1;
  9° artikel 93, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  10° artikel 94, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  11° artikel 95, met dien verstande dat :
  a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  b) "voorzitter van de gemeenteraad" wordt gelezen als "voorzitter van de provincieraad";
  12° artikel 96;
  13° artikel 97, met dien verstande dat "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";
  14° artikel 98, met dien verstande dat "voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "voorzitter van het provinciedistrictshoofdbureau".
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 48, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 16.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 101.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 102.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 103.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 104.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 105.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 106.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 107.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 108.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 109.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 3, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Titel 17. - Aanwijzing van getuigen in hoofdbureaus, stem- en telbureaus

  HOOFDSTUK 1. - Aanwijzing van getuigen in de hoofdbureaus

  Art. 110. Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en een plaatsvervangende getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het gemeentelijk hoofdbureau. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen.

  Art. 111. Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de stadsdistrictsraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en een plaatsvervangend getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het stadsdistrictshoofdbureau. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen.

  Art. 112.Op de voordrachtsakte van kandidaten voor de provincieraadsverkiezingen kan een lijst een getuige en plaatsvervangend getuige aanwijzen voor de vergaderingen van het provinciedistrictshoofdbureau [1 ...]1. Die getuigen hebben het recht hun opmerkingen in de processen-verbaal te doen opnemen.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 49, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 113.[1 De getuigen, vermeld in artikel 112, zijn van rechtswege ook aangewezen om de verrichtingen van het provinciaal hoofdbureau bij te wonen. Uit de groep van de getuigen van de lijsten met dezelfde benaming en hetzelfde lijstnummer in verschillende provinciedistricten van eenzelfde provincie, mag voor die groep maar één getuige de vergaderingen van het provinciaal hoofdbureau bijwonen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/10, art. 4, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  HOOFDSTUK 2. - Aanwijzing van getuigen in stem- en telbureaus

  Art. 114.[1 Vijf dagen voor de verkiezing mag de indiener van een voordrachtsakte als vermeld in artikel 70, één getuige en één plaatsvervangende getuige per stembureau en per telbureau aanwijzen. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau neemt de aanwijzingen van getuigen voor de stembureaus en voor de telbureaus G, P en, in voorkomend geval, S in ontvangst, conform artikel 68, § 1, eerste lid, 2°.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 50, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 115.[1 Om getuige voor een stembureau te kunnen zijn, moet de persoon in kwestie een gemeenteraadskiezer zijn. In de gemeente waar ook de stadsdistrictsraden worden verkozen, moet de getuige voor een stembureau een stadsdistrictsraadskiezer zijn.
   De getuige voor een telbureau G moet een gemeenteraadskiezer zijn, voor een telbureau P een provincieraadskiezer en voor een telbureau S een stadsdistrictsraadskiezer.
   De kandidaten kunnen als getuige of als plaatsvervangende getuige worden aangewezen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 51, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 116.De [1 indiener van een voordrachtsakte als vermeld in artikel 70, beslist]1 voor iedere getuige in welk stembureau of telbureau hij tijdens de duur van de verrichtingen zijn opdracht zal vervullen. De getuigen worden daarvan op de hoogte gebracht door de [1 indiener zelf]1. Die kennisgeving wordt mee ondertekend door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 52, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 117.De getuigen [1 voor een telbureau P]1 die in een andere gemeente kiezer zijn, moeten hun hoedanigheid van [1 provincieraadskiezer]1 kunnen aantonen, hetzij via de oproepingsbrief voor de verkiezingen in hun gemeente, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst.
  [1 In voorkomend geval moeten de getuigen voor een telbureau G of P die in een ander stadsdistrict kiezer zijn, hun hoedanigheid van gemeenteraadskiezer kunnen aantonen, hetzij via de oproepingsbrief voor de verkiezingen in hun stadsdistrict, hetzij via een uittreksel uit de kiezerslijst.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 53, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 118.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/30, art. 54, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 119.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/30, art. 54, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 120. De getuigen hebben het recht hun opmerkingen in het proces-verbaal te doen opnemen.

  Titel 18. - Opmaak van het stembiljet in geval van een stemming op papier

  Art. 121. Als er meer kandidaten dan toe te kennen mandaten zijn, maakt het gemeentelijk hoofdbureau het stembiljet op voor de verkiezingen van de gemeenteraden, het stadsdistrictshoofdbureau maakt het stembiljet op voor de verkiezingen van de stadsdistrictsraden en het provinciedistrictshoofdbureau maakt het stembiljet op voor de verkiezingen van de provincieraden, onmiddellijk na het afsluiten van de kandidatenlijsten overeenkomstig het model, dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald.

  Art. 122. Twee dagen voor of daags voor de dag van de verkiezing zendt de voorzitter van het hoofdbureau dat de stembiljetten heeft vastgesteld, de voor de verkiezing nodige stembiljetten in verzegelde enveloppes aan de voorzitter van elk stembureau. Op de enveloppes worden het adres en het aantal ingesloten stembiljetten vermeld.
  De voorzitter van het hoofdbureau zendt tezelfdertijd aan de voorzitter van elk telbureau de modeltabel die hij heeft opgemaakt en die de voorzitters van de telbureaus na de telling moeten invullen, als vermeld in artikel 156, tweede tot en met vierde lid.

  Titel 19. - Inrichting van de stemlokalen

  Art. 123. § 1. Het stemlokaal en de stemhokjes worden ingericht door het college van burgemeester en schepenen volgens het model dat door de Vlaamse Regering wordt bepaald.
  Afmetingen en schikking mogen worden gewijzigd volgens de vereisten van de lokalen.
  § 2. Er is ten minste één stemhokje per honderdvijftig kiezers.
  § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de onderrichtingen voor de kiezers. Die worden in het stemlokaal aangebracht.

  Art. 124. In het stemlokaal is voor elke te verkiezen raad een aparte stembus aanwezig.

  Art. 125. Een exemplaar van dit kiesdecreet en van de onderrichtingen wordt in het stemlokaal ter inzage gelegd voor de leden van het stembureau.

  Deel 3. - Op de verkiezingsdag

  Titel 1. - De installatie van de stembureaus

  Art. 126.De voorzitter installeert het stembureau uiterlijk om 7.30 uur. Als er onvoldoende bijzitters en plaatsvervangende bijzitters aanwezig zijn, vervolledigt hij het stembureau ambtshalve met aanwezige kiezers.
  Als bewijs van hun aanstelling moeten de getuigen die zich aanbieden, in het bezit zijn van hun aanstellingsbrief overeenkomstig artikel 116. De voorzitter houdt die aanstellingsbrieven bij.
  Getuigen kunnen vóór de aanvang van de stemming bezwaar formuleren tegen de samenstelling van het stembureau. De voorzitter beslist over de bezwaren. Er is geen beroep mogelijk.
  Het proces-verbaal van het stembureau maakt hier melding van.
  [1 Vóór het begin van de stemverrichtingen mag de getuige vervangen worden door zijn plaatsvervanger en omgekeerd, maar de getuige en de plaatsvervanger kunnen elkaar niet meer aflossen zodra de verrichtingen begonnen zijn.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 55, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 127.[1 Als de voorzitter voor of na de installatie van het stembureau verhinderd of afwezig is, wijst de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, een plaatsvervangende voorzitter aan, conform artikel 49, tweede lid.]1
  Het proces-verbaal van het stembureau maakt hier melding van.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 56, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 128. De bijzitters, de secretaris en de getuigen leggen voor het begin van de verrichtingen de eed af ten overstaan van de voorzitter. Daarna legt de voorzitter de eed af ten overstaan van het stembureau.
  De eedformule luidt : "Ik zweer dat ik het geheim van de stemming zal bewaren.".
  De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de werkzaamheden aangesteld wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt.
  Het proces-verbaal van het stembureau maakt melding van elke eedaflegging.

  Art. 129. De leden van het stembureau hebben recht op presentiegeld, waarvan het bedrag en de modaliteiten door de Vlaamse Regering bepaald worden.

  Titel 2. - De stemming

  Art. 130. De kiezer kan alleen zijn stem uitbrengen voor een verkiezing waarvoor hij is opgeroepen. Hij stemt in de gemeente en, in voorkomend geval, in het stadsdistrict waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven.

  Art. 131. Niemand kan worden verplicht het geheim van zijn stem bekend te maken, zelfs bij een gerechtelijk onderzoek of geschil, of bij een parlementair onderzoek.

  Art. 132. § 1. Alleen de kiezers worden in het stemlokaal toegelaten. Ze mogen niet langer in het stemlokaal blijven dan nodig is om te stemmen.
  § 2. De voorzitter neemt de nodige maatregelen voor de handhaving van de orde en rust in het stemlokaal en in de omgeving ervan. Hij kan die bevoegdheid geheel of gedeeltelijk delegeren aan een lid van het stembureau.
  In het stemlokaal en het wachtlokaal mag geen gewapende macht worden opgesteld zonder opvordering van de voorzitter. De burgerlijke overheid en de militaire bevelhebbers zijn gehouden zijn opvorderingen op te volgen.
  § 3. Alleen de leden van het stembureau, de kiezers en de getuigen hebben toegang tot het stemlokaal. Andere personen worden op bevel van de voorzitter of zijn gemachtigde uit het stemlokaal verwijderd. Wie weerstand biedt of opnieuw binnenkomt, kan worden gestraft overeenkomstig artikel 245.
  § 4. De voorzitter of zijn gemachtigde kan ieder persoon tot de orde roepen die in het stemlokaal openlijk tekens van goedkeuring of afkeuring geeft, of de rust verstoort. Als die persoon daar toch mee doorgaat, kan de voorzitter of zijn gemachtigde hem laten verwijderen, met dien verstande dat hij hem opnieuw moet binnenlaten om te stemmen. Wie verwijderd werd, kan worden gestraft overeenkomstig artikel 245.
  § 5. Van het bevel tot verwijdering, vermeld in paragraaf 3 en 4, wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

  Art. 133. De leden van het stembureau en de getuigen stemmen in het stemlokaal waar zij hun opdracht vervullen.

  Art. 134.De kiezers worden tot de stemming toegelaten van 8 tot 13 uur.
  Als de verkiezingen op dezelfde dag plaatsvinden als die welke georganiseerd worden voor de vernieuwing van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Europees Parlement of het Vlaams Parlement, kan de Vlaamse Regering het sluitingsuur van de stembureaus wijzigen.
  Kiezers die in het lokaal aanwezig zijn [1 of die in de wachtrij staan aan te schuiven]1 vóór 13 uur of vóór het uur dat de Vlaamse Regering, overeenkomstig het tweede lid heeft bepaald, worden nog tot de stemming toegelaten.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 57, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 135. § 1. De kiezers melden zich in het stemlokaal met hun identiteitskaart en oproepingsbrief.
  § 2. De gevolmachtigde meldt zich aan in het stemlokaal waar de volmachtgever had moeten stemmen. Hij overhandigt aan de voorzitter van het stembureau :
  1° de volmacht;
  2° één van de attesten, vermeld in artikel 56, § 2;
  3° zijn identiteitskaart;
  4° zijn oproepingsbrief;
  5° de oproepingsbrief van de volmachtgever.

  Art. 136. De secretaris stipt de naam van de kiezers aan op de aanstiplijst. De voorzitter of een door hem aangewezen lid doet hetzelfde op het tweede exemplaar van de aanstiplijst, na te hebben gecontroleerd of de gegevens op de aanstiplijst overeenstemmen met de vermeldingen op de oproepingsbrief en op de identiteitskaart.

  Art. 137.§ 1. Wie als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, maar zijn oproepingsbrief niet kan voorleggen, kan tot de stemming toegelaten worden als zijn identiteit door het bureau wordt erkend.
  § 2. Het stembureau mag de volgende personen die vermeld staan op de aanstiplijst, niet tot de stemming toelaten :
  1° personen van wie het college van burgemeester en schepenen of het hof van beroep de schrapping heeft uitgesproken bij een beslissing of een arrest waarvan een uittreksel is overgelegd;
  2° personen die onder de toepassing vallen van een van de bepalingen van artikel 15, § 1 en 2, en van wie de onbekwaamheid blijkt uit een stuk waarvan de wet de afgifte voorschrijft;
  3° personen van wie bewezen is, hetzij door stukken, hetzij door eigen bekentenis, dat zij op de dag van de verkiezing de stemgerechtigde leeftijd niet hebben bereikt;
  4° personen die dezelfde dag al in een ander stembureau of een andere gemeente hebben gestemd.
  § 3. Wie niet als kiezer vermeld staat op de aanstiplijst, wordt alleen tot de stemming toegelaten na het voorleggen van ofwel :
  1° een beslissing van het college van burgemeester en schepenen waarbij zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen;
  2° een uittreksel uit een arrest van het hof van beroep waarin zijn inschrijving in de kiezerslijst wordt bevolen;
  3° een getuigschrift van het college van burgemeester en schepenen dat bevestigt dat de betrokkene de hoedanigheid van kiezer bezit.
  [1 De kiezer die gebruikmaakt van een stemhokje voor personen met een lichamelijke beperking dat zich in een ander stemlokaal bevindt dan datgene dat op zijn oproepingsbrief staat, wordt toegelaten tot de stemming in dat stemlokaal.
   Als een kiezer niet kan stemmen in het stemlokaal dat op zijn oproepingsbrief staat omdat het door omstandigheden gesloten of buiten werking is, wordt hij toegelaten tot de stemming in een ander stemlokaal.]1
  § 4. De namen van de kiezers die niet vermeld staan op de aanstiplijst maar die door het stembureau tot de stemming zijn toegelaten, worden op beide aanstiplijsten ingeschreven.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 58, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 138. § 1. Voor elke verkiezing waarvoor hij kiesgerechtigd is, ontvangt de kiezer een in vieren dichtgevouwen stembiljet dat aan de keerzijde gemerkt is door een stempel. De plaats van de stempel wordt door de voorzitter bepaald op de dag van de verkiezingen en wordt aangebracht op een modelstembiljet. Dat modelstembiljet wordt geparafeerd en op het einde van de stemming in een aparte verzegelde enveloppe gestopt.
  De kiezer begeeft zich onmiddellijk naar een stemhokje. Hij brengt er zijn stem uit.
  § 2. Een kiezer die wegens lichamelijke beperkingen niet in staat is om zich alleen naar het stemhokje te begeven of om zelf zijn stem uit te brengen, mag zich met toestemming van de voorzitter door iemand laten geleiden of bijstaan. De naam van beide personen wordt in het proces-verbaal vermeld.
  Als een lid van het stembureau of een getuige de echtheid of de ernst van de aangevoerde lichamelijke beperking betwist, dan beslist het stembureau. De met redenen omklede beslissing van het stembureau wordt in het proces-verbaal opgenomen.
  § 3. De kiezer toont aan de voorzitter het behoorlijk opnieuw in vieren dichtgevouwen stembiljet met de stempel aan de buitenzijde en steekt het in de stembus.
  De voorzitter of een door hem aangesteld lid stempelt de oproepingsbrief af en geeft de oproepingsbrief terug aan de kiezer.
  Als de kiezer bij volmacht heeft gestemd, vermeldt de voorzitter na de stemming op de oproepingsbrief van de gevolmachtigde : "heeft bij volmacht gestemd". De oproepingsbrief van de volmachtgever wordt afgestempeld. De voorzitter houdt de volmacht en het daarbij horende attest bij en voegt beide documenten bij het proces-verbaal.

  Art. 139. Het is voor een kiezer verboden om het stembiljet na het verlaten van het stemhokje op zodanige wijze open te vouwen dat de door hem uitgebrachte stem bekend wordt. Als de kiezer het stembiljet na het verlaten van het stemhokje geopend heeft, dan neemt de voorzitter het opengevouwen biljet terug, maakt het onmiddellijk onbruikbaar en verplicht de kiezer opnieuw te stemmen.
  De voorzitter kan op vraag van een kiezer een ander stembiljet geven, tegen teruggave van het eerste. Het eerste stembiljet wordt in dat geval onmiddellijk onbruikbaar gemaakt.
  De voorzitter schrijft op de stembiljetten die zijn teruggenomen, de vermelding : "Teruggenomen stembiljet" en parafeert ze.

  Art. 140. De kiezer kan geldig stemmen door het uitbrengen van :
  1° een lijststem, als hij akkoord gaat met de volgorde waarin de kandidaten op de lijst voorkomen;
  2° een naamstem, meerdere naamstemmen op eenzelfde lijst of een lijststem in combinatie met een of meer naamstemmen binnen dezelfde lijst, als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen.
  Het stemmerk, zelfs op onvolmaakte wijze aangebracht, is geldig, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken, duidelijk blijkt.

  Titel 3. - Het einde van de stemming

  Art. 141. Nadat de laatste toegelaten kiezer heeft gestemd, sluit de voorzitter van het stembureau het stemlokaal. Hij maakt één proces-verbaal op voor alle verkiezingen samen.

  Art. 142. § 1. De voorzitter verzamelt per verkiezing de stembiljetten die hij onbruikbaar gemaakt heeft omdat ze beschadigd of openbaar gemaakt zijn, en vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal. Hij stopt ze in een daartoe bestemde enveloppe en verzegelt die enveloppe.
  § 2. De voorzitter verzamelt per verkiezing de niet-gebruikte stembiljetten en vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal. Hij stopt ze in een daartoe bestemde enveloppe en verzegelt die enveloppe.
  § 3. De voorzitter opent de stembussen.
  Het stembureau telt per verkiezing het aantal stembiljetten. De voorzitter vermeldt het aantal ervan in het proces-verbaal en, per verkiezing, in het daartoe bestemde formulier. Hij stopt die formulieren in de daartoe bestemde enveloppen en verzegelt die enveloppen.
  De stembiljetten worden per verkiezing opnieuw in de stembus of in een harmonica-enveloppe gestopt. De stembus of de harmonica-enveloppe worden verzegeld. Ook de getuigen mogen er hun zegel op zetten. Bij de stembussen bedekt de verzegeling in het bijzonder de sleuf van de stembus.

  Art. 143. De voorzitter stelt de volgende lijsten op :
  1° op basis van de aanstiplijsten : een lijst van de kiezers die op de aanstiplijsten stonden, maar die niet hebben gestemd. Die lijst wordt ondertekend door de leden van het stembureau;
  2° een lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd;
  3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering;
  4° een lijst van de personen die uit het stembureau zijn verwijderd overeenkomstig artikel 132, § 3 en § 4.
  Bij de verschillende lijsten worden de opmerkingen gevoegd die werden gemaakt door de leden van het stembureau en de getuigen.

  Art. 144. De voorzitter sluit het proces-verbaal af. In de stembureaus waar niet geteld wordt overeenkomstig artikel 42, derde lid, vermeldt het proces-verbaal dat de voorzitter de stembus zal bewaren en die in voorkomend geval zal bezorgen aan het telbureau.

  Art. 145. De voorzitter van het stembureau bezorgt, tegen ontvangstbewijs, de volgende stukken aan de voorzitter van het aangewezen telbureau voor de gemeenteraadsverkiezing of, in voorkomend geval, het aangewezen telbureau voor de stadsdistrictsraadsverkiezing :
  1° de verzegelde enveloppe met het exemplaar van het proces-verbaal van het stembureau, vermeld in artikel 144;
  2° de lijst van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden maar die toch gestemd hebben vermeld in artikel 143, eerste lid, 2°, en tweede lid;
  3° de verzegelde enveloppe met de twee exemplaren van de aanstiplijsten;
  4° de aanstellingsbrieven van de getuigen, vermeld in artikel 116;
  5° de volmachten en de daarbij horende attesten, vermeld in artikel 56, § 2;
  6° de documenten die de voorzitter ontving van de kiezers die niet op de aanstiplijsten stonden, maar die toch hebben gestemd, overeenkomstig artikel 137, § 3.
  De voorzitter van het stembureau bezorgt tegen ontvangstbewijs, eventueel vergezeld van getuigen, per verkiezing de verzegelde harmonica-enveloppe of de verzegelde stembus met de sleutels aan de voorzitters van de aangewezen telbureaus, samen met :
  1° de verzegelde enveloppe met het formulier, vermeld in artikel 142, § 3;
  2° het geparafeerde modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1;
  3° de verzegelde enveloppe met de stembiljetten die hij onbruikbaar gemaakt heeft omdat ze beschadigd of openbaar gemaakt zijn, vermeld in artikel 142, § 1;
  4° de verzegelde enveloppe met de niet-gebruikte stembiljetten, vermeld in artikel 142, § 2.
  Indien nodig, stelt het gemeentebestuur een voertuig ter beschikking van de voorzitter om de voormelde enveloppen en/of stembussen te vervoeren.

  Art. 146.[1 De voorzitter van het stembureau bezorgt onmiddellijk na de stemming het formulier voor de betaling van het presentiegeld aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, die controleert of de gegevens volledig zijn.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 59, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 147. De voorzitter van het stembureau bezorgt de volgende stukken in een verzegelde enveloppe binnen drie dagen aan de vrederechter van het gerechtelijk kanton :
  1° de lijst van de kiezers die op de aanstiplijst stonden, maar die niet hebben gestemd, vermeld in artikel 143, eerste lid, 1°;
  2° eventueel de bewijsstukken van de afwezige kiezers en bijzitters;
  3° een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering, vermeld in artikel 143, eerste lid, 3°;
  4° een lijst van de personen als vermeld in artikel 132, § 3 en § 4.

  Art. 148. De getuigen hebben het recht de enveloppen te verzegelen en hun opmerkingen in het proces-verbaal en in de lijsten, vermeld in artikel 143, te doen opnemen.

  Art. 149. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, vermeld in dit hoofdstuk, alsook de lijsten, harmonica-enveloppen, enveloppen, formulieren, verzegelingen en stembussen moeten voldoen.

  Titel 4. - De telling van de stemmen

  Art. 150. De voorzitter installeert het telbureau uiterlijk om 14 uur.
  Als er onvoldoende bijzitters en plaatsvervangende bijzitters aanwezig zijn, vervolledigt de voorzitter het telbureau. Het proces-verbaal van het telbureau maakt daar melding van.

  Art. 151. Als de voorzitter van het telbureau verhinderd of afwezig is, wijst het telbureau onder zijn leden een plaatsvervangend voorzitter aan. Bij staking van stemmen beslist het oudste lid. Het proces-verbaal van het telbureau maakt hier melding van.

  Art. 152. Voor ze hun ambt opnemen, leggen de leden de voorgeschreven eed af.
  De bijzitters en de secretaris leggen voor het begin van de verrichtingen de eed af ten overstaan van de voorzitter. Daarna legt de voorzitter de eed af ten overstaan van het telbureau.
  De eedformule luidt voor de voorzitter, de secretaris en de bijzitters : "Ik zweer dat ik de stemmen getrouw zal tellen en het geheim van de stemming zal bewaren.".
  De voorzitter of de bijzitter die gedurende de werkzaamheden aangesteld wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voor hij zijn ambt aanvaardt.
  Elke eedaflegging wordt vermeld in het proces-verbaal van het telbureau.

  Art. 153. De leden van het telbureau hebben recht op presentiegeld, waarvan het bedrag en de modaliteiten bepaald worden door de Vlaamse Regering.

  Art. 154.Zodra het telbureau is geïnstalleerd, worden de getuigen toegelaten tot het tellokaal.
  Als bewijs van hun aanstelling moeten de getuigen die zich aanbieden, in het bezit zijn van hun aanstellingsbrief. De voorzitter houdt de aanstellingsbrieven bij.
  [1 ...]1
  Voor het begin van de telverrichtingen mag [1 ...]1 getuige vervangen worden door zijn plaatsvervanger en omgekeerd, maar de [1 getuige]1 en de plaatsvervanger kunnen elkaar niet meer aflossen zodra de verrichtingen begonnen zijn.
  De getuigen in het telbureau leggen ten overstaan van de voorzitter de volgende eed af : "Ik zweer dat ik het geheim van de stemming zal bewaren.".
  Als van een bepaalde lijst geen enkele getuige aanwezig is, laat het bureau, ook al zijn de telverrichtingen al begonnen, de eerste getuige van die lijst toe die zich aanmeldt en zijn hoedanigheid bewijst.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 60, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 155. § 1. Het telbureau vat de telverrichtingen aan zodra het een harmonica-enveloppe of stembus met de sleutels en de enveloppen met de bijbehorende documenten die bestemd zijn voor het telbureau, ontvangen heeft.
  § 2. De voorzitter opent de harmonica-enveloppen of stembussen in aanwezigheid van de leden van het telbureau en van de getuigen. Hij of zijn gemachtigde tellen de stembiljetten die ze bevatten, zonder ze open te vouwen.
  Het aantal stembiljetten dat gevonden wordt in elke harmonica-enveloppe of stembus, wordt vermeld in het proces-verbaal.
  De enveloppen met de stembiljetten die de voorzitter van het stembureau onbruikbaar heeft gemaakt omdat ze beschadigd of openbaar werden gemaakt, en de enveloppen met de ongebruikte stembiljetten worden niet geopend.
  § 3. Het telbureau vouwt de stembiljetten open en deelt ze in de volgende categorieën in :
  1° categorie 1 : voor elke lijst, de stembiljetten met alleen een geldige lijststem;
  2° categorie 2 : voor elke lijst, de stembiljetten met een of meer naamstemmen. Tot deze categorie behoren ook alle stembiljetten waarop zowel een lijststem als een stem voor een of meer kandidaten van dezelfde lijst werd uitgebracht;
  3° categorie 3 : blanco stemmen en ongeldige stemmen;
  4° categorie 4 : twijfelachtige stembiljetten.
  De volgende stembiljetten zijn ongeldig :
  1° stembiljetten waarop meer dan een lijststem voorkomt of waarop naamstemmen voor kandidaten op verschillende lijsten zijn uitgebracht;
  2° stembiljetten waarop een kiezer een stem heeft uitgebracht bovenaan op een lijst en tegelijk naast de naam van een of meer kandidaten van een of meer andere lijsten;
  3° stembiljetten waarvan de vorm en de afmetingen veranderd zijn; die binnenin een papier of een voorwerp bevatten; of die de kiezer herkenbaar heeft gemaakt door er een teken, een tekst of een doorhaling op aan te brengen;
  4° alle andere stembiljetten dan die welke volgens de regelgeving mogen worden gebruikt.
  De volgende stembiljetten zijn geldig :
  1° stembiljetten met een lijststem en een of meer naamstemmen op dezelfde lijst;
  2° stembiljetten met een onvolmaakt stemmerk, tenzij het voornemen om het stembiljet herkenbaar te maken duidelijk blijkt.
  § 4. Het telbureau beslist tot welke categorie de twijfelachtige stembiljetten behoren, en wijst ze toe aan categorie 1, 2 of 3, zoals vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° tot en met 3°.
  § 5. Leden van het telbureau en getuigen kunnen opmerkingen voorleggen aan het telbureau, dat over de betwiste stembiljetten beslist. Het bezwaar, het advies van de getuigen en de beslissing van het bureau worden in het proces-verbaal opgenomen.
  Als het bureau beslist dat een stembiljet geldig is, schrijft de voorzitter op het stembiljet "geldig". Dat biljet wordt ondergebracht in de categorie waartoe het behoort.
  Als het bureau beslist dat een stembiljet ongeldig is, schrijft de voorzitter op het stembiljet "ongeldig". Dat biljet wordt ondergebracht in de categorie van de ongeldige stemmen.
  De op de wijze, vermeld in het tweede en het derde lid, geldig en ongeldig verklaarde stembiljetten worden door twee leden van het bureau en door een getuige, als die aanwezig is, geparafeerd en in een aparte verzegelde enveloppe gestoken.
  § 6. Het telbureau telt voor elke lijst :
  1° het aantal stembiljetten met een geldige lijststem, zijnde categorie 1, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1°;
  2° het aantal stembiljetten met een of meer geldige naamstemmen, zijnde categorie 2, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 2°;
  3° het aantal naamstemmen, behaald door elke kandidaat.
  De aantallen, vermeld in het eerste lid, worden in het proces-verbaal vermeld.
  § 7. Het telbureau stelt per lijst het aantal geldige stembiljetten vast, alsook het aantal blanco en ongeldige stembiljetten.
  De aantallen, vermeld in het eerste lid, worden in het proces-verbaal vermeld.
  § 8. De stembiljetten, ingedeeld per lijst in categorie 1 en 2, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° en 2°, en de ongeldige en blanco stembiljetten, zijnde categorie 3, als vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, worden na telling in afzonderlijke verzegelde enveloppen gestoken, net als de stembiljetten waarover een lid van het stembureau of een getuige een opmerking heeft gemaakt als vermeld in paragraaf 5.
  § 9. De getuigen hebben het recht de enveloppen te verzegelen en hun opmerkingen in het proces-verbaal te laten opnemen.

  Art. 156. Het proces-verbaal van het telbureau wordt tijdens de telverrichtingen opgemaakt.
  De resultaten van de telling worden in het proces-verbaal vermeld in de volgorde en volgens de aanwijzingen van een modeltabel, op te maken door de voorzitter van het hoofdbureau overeenkomstig artikel 122.
  Die tabel vermeldt :
  1° het aantal stembiljetten dat in elke stembus gevonden is;
  2° het aantal blanco of ongeldige stembiljetten;
  3° het aantal geldige stembiljetten;
  4° voor elke lijst, gerangschikt volgens volgnummer, het aantal lijststemmen en het aantal naamstemmen voor elke kandidaat.
  Van die tabel wordt onmiddellijk een tweede exemplaar gemaakt.

  Art. 157. § 1. Als het telbureau ook als hoofdbureau fungeert, vult de voorzitter de resultaten van de telling onmiddellijk in op het proces-verbaal, vermeld in artikel 156, eerste lid. Het proces-verbaal wordt definitief na de ondertekening door alle leden van het bureau. Het proces-verbaal geeft de officiële uitslag weer van de verkiezingen.
  § 2. Als het telbureau niet als hoofdbureau fungeert, legt de voorzitter van het telbureau een ontwerp van het proces-verbaal en de bijbehorende tabel voor aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, aan de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau.
  § 3. Als de voorzitter van het hoofdbureau zich niet akkoord verklaart met het ontwerp van het proces-verbaal en de bijbehorende tabel, vraagt hij de voorzitter van het telbureau de tabel aan te vullen of te verbeteren en, in voorkomend geval, het ontwerp van procesverbaal aan te vullen of te verbeteren.
  § 4. Alleen als de voorzitter van het hoofdbureau zich akkoord verklaart met het ontwerp van het proces-verbaal en de bijbehorende tabel, ondertekent hij die stukken en kunnen de leden van het telbureau en de getuigen het proces-verbaal met de tabel en het tweede exemplaar daarvan ondertekenen, waardoor die documenten definitief worden. Daarna ontbindt de voorzitter zijn telbureau.

  Art. 158. § 1. De voorzitter van het telbureau bezorgt onmiddellijk, tegen ontvangstbewijs, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, het stadsdistrictshoofdbureau een verzegelde enveloppe met daarin de ondertekende tabel, vermeld in artikel 157, § 4.
  § 2. De voorzitter van het telbureau bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, het stadsdistrictshoofdbureau, binnen vierentwintig uur :
  1° in een verzegeld pak : het proces-verbaal van het telbureau en het tweede exemplaar van de door de leden van het telbureau ondertekende tabel, vermeld in artikel 157, § 4;
  2° in een verzegeld pak : de betwiste stembiljetten, vermeld in artikel 155, § 8;
  3° in een verzegeld pak : de niet-betwiste stembiljetten, vermeld in artikel 155, § 8;
  4° in een pak : de aanstellingsbrieven van de getuigen;
  5° in een pak : de enveloppen die hij ontvangen heeft van de voorzitters van de stembureaus, vermeld in artikel 145;
  6° in een pak : het modelstembiljet, vermeld in artikel 138, § 1, en het formulier, vermeld in artikel 142, § 3.
  § 3. Die stukken worden beveiligd bewaard in het hoofdbureau.
  De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten waaraan de processen-verbaal, de tabel en de enveloppen vermeld in dit hoofdstuk moeten voldoen.

  Art. 159.[1 De voorzitter van het telbureau bezorgt onmiddellijk na de stemming het formulier voor de betaling van het presentiegeld aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau, die controleert of de gegevens volledig zijn.
   De voorzitter van het telbureau bezorgt binnen drie dagen na de stemming aan de vrederechter van het gerechtelijk kanton in een verzegelde enveloppe een lijst van de kandidaat-bijzitters die afwezig waren of te laat kwamen zonder wettige reden van verhindering.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 61, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 160. Nadat het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, het stadsdistrictshoofdbureau de resultaten van de telling in de verschillende telbureaus ontvangen heeft, gaat het onmiddellijk over tot de algemene telling van de stemmen in aanwezigheid van de leden van het hoofdbureau en van de getuigen.
  Het gemeentelijk hoofdbureau maakt onmiddellijk het proces-verbaal op van de algemene telling voor de provincieraadsverkiezingen. In voorkomend geval maakt het stadsdistrictshoofdbureau onmiddellijk het proces-verbaal op van de algemene telling voor de gemeenteraadsverkiezingen en het proces-verbaal van de algemene telling voor de provincieraadsverkiezingen. Die processen-verbaal worden ondertekend door de leden en door de getuigen.
  Als het hoofdbureau om 24 uur niet in het bezit is van de uitslagen van alle telbureaus, kan de voorzitter van het hoofdbureau beslissen dat de telling of de voortzetting ervan uitgesteld wordt tot de volgende ochtend om 9 uur. De voorzitter van het hoofdbureau zorgt voor de bewaring van de tabellen, vermeld in artikel 158, § 1.

  Art. 161.De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau bezorgt via digitale weg, op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt, aan de Vlaamse Regering het totaal van de neergelegde stembiljetten, het totaal van de geldige stembiljetten, het totaal van de blanco en ongeldige stembiljetten en het door elke kandidaat behaalde aantal naamstemmen.
  De uitslagen of de gedeeltelijke uitslagen kunnen pas worden verspreid als alle stembureaus gesloten zijn.
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 62, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 162.Wat betreft de resultaten van de algemene telling voor de provincieraadsverkiezingen bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of, in voorkomend geval, de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau [1 ...]1 met de resultaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau.
  Wat betreft de resultaten van de algemene telling voor de gemeenteraadsverkiezingen bezorgt de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau [1 ...]1 met de resultaten aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 63, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 163. Op verzoek van de voorzitter van het hoofdbureau stelt het college van burgemeester en schepenen personeelsleden ter beschikking van het hoofdbureau, die werken onder toezicht van het bureau. De aan die personeelsleden toe te kennen vergoeding wordt bepaald door het college van burgemeester en schepenen.

  Art. 164. De getuigen hebben het recht hun opmerkingen in het proces-verbaal te laten opnemen.

  Titel 5. - Zeteltoewijzing, bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden

  HOOFDSTUK 1. - Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij gemeenteraadsverkiezingen door het gemeentelijk hoofdbureau en afsluitende werkzaamheden

  Afdeling 1. - Verdeling van de zetels over de lijsten

  Art. 165. Het stemcijfer van iedere lijst wordt bepaald door alle stembiljetten op te tellen waarop een geldige stem is uitgebracht bovenaan op de lijst of op een of meer kandidaten van die lijst.
  Alleenstaande kandidaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen.

  Art. 166.[Het gemeentelijk hoofdbureau deelt het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1; 1 1/2; 2; 2 1/2; 3; 3 1/2; 4; 4 1/2 enzovoort en rangschikt de quotiënten in de volgorde van belangrijkheid, tot er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.] <Erratum, B.St. 06-02-2012, p. 8424>
  De verdeling over de lijsten gebeurt door aan iedere lijst zoveel zetels toe te kennen als haar stemcijfer quotiënten heeft opgeleverd, gelijk aan of hoger dan het laatst gerangschikte quotiënt. Als een zetel met evenveel recht aan verscheidene lijsten toekomt, wordt hij toegekend aan de lijst met het hoogste stemcijfer en, bij gelijkheid van de stemcijfers, aan de lijst waarop de kandidaat voorkomt die onder de kandidaten van wie de verkiezing in het geding is, de meeste stemmen heeft verkregen of die, subsidiair, de jongste in jaren is.

  Afdeling 2. - Aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers

  Art. 167. Als het aantal kandidaten van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn al die kandidaten verkozen.

  Art. 168. Als het aantal kandidaten van een lijst kleiner is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn die kandidaten allemaal verkozen en voegt het gemeentelijk hoofdbureau de niet-toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten toekomen.
  De verdeling over deze lijsten, vermeld in het eerste lid, gebeurt door voortzetting van de bewerking, vermeld in artikel 166, eerste lid.

  Art. 169. § 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het gemeentelijk hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen en een overdracht van de lijststemmen.
  § 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier :
  1° per lijst wordt het verkiesbaarheidscijfer op de volgende manier berekend :
  ((stemcijfer van de lijst) X (aantal zetels aan die lijst toegekend)) / (aantal zetels aan die lijst toegekend +1)
  De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;
  2° het aantal over te dragen stemmen wordt op de volgende manier berekend :
  ((aantal stembiljetten met een lijststem, vermeld in artikel 155, § 3, eerste lid, 1°) X (aantal zetels aan die lijst toegekend)) / 3
  De eventuele decimalen van het quotiënt dat verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;
  3° het aantal stemmen vermeld in 2° wordt als volgt overgedragen : de toe te kennen stembiljetten worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst vermeld in 1°, te bereiken. Als er een overschot is, wordt dat op vergelijkbare wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde enzovoort, tot het aantal over te dragen stemmen, vermeld in 2°, uitgeput is;
  4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3°. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend;
  5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben bekomen, na een nieuwe overdracht van de stemmen vermeld in 3°, te beginnen bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend.

  Afdeling 3. - Bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden

  Art. 170. Het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau wordt onmiddellijk opgemaakt en ondertekend door de leden en door de getuigen.

  Art. 171.De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau kondigt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot gemeenteraadslid of opvolger gekozen zijn, in het openbaar af.
  Onmiddellijk na die afkondiging zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld.
  [1 De Vlaamse Regering maakt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot gemeenteraadslid of opvolger gekozen zijn, publiek bekend.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 64, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 172. § 1. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur de volgende stukken betreffende de gemeenteraadsverkiezingen :
  1° het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau, in voorkomend geval aangevuld met de processen-verbaal van de algemene telling van de gemeenteraadsverkiezingen ontvangen van de voorzitter van de stadsdistrictshoofdbureaus overeenkomstig artikel 162, tweede lid;
  2° de stukken die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2.
  § 2. De voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur :
  1° het ondertekende proces-verbaal van de algemene telling van de provincieraadsverkiezingen, vermeld in artikel 160, tweede lid;
  2° de stukken betreffende de provincieraadsverkiezingen die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en § 2.

  Art. 173.[1 De gemeentesecretaris legt een afschrift van het proces-verbaal van het gemeentelijk hoofdbureau voor iedereen ter inzage.
   Het gemeentebestuur bezorgt aan iedere kandidaat die erom vraagt, een kopie van dat proces-verbaal.
   Aan de processen-verbaal van de stem- en telbureaus kan inzage verleend worden op schriftelijk verzoek, gericht aan de provinciegouverneur.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 65, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 174. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van de opslag, de organisatie en de vernietiging van de stukken.

  HOOFDSTUK 2. - Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij stadsdistrictsraadsverkiezingen door het stadsdistrictshoofdbureau en afsluitende werkzaamheden

  Art. 175. De bepalingen, vermeld in artikel 165 tot en met 174, zijn van overeenkomstige toepassing op de verkiezingen voor de stadsdistrictsraden met dien verstande dat :
  1° "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";
  2° "gemeentesecretariaat" wordt gelezen als "secretariaat van het stadsdistrict";
  3° "gemeenteraadsverkiezingen" wordt gelezen als "stadsdistrictraadsverkiezingen";
  4° "gemeente" wordt gelezen als "stadsdistrict";
  5° artikel 166, eerste lid, wordt gelezen als "Het stadsdistrictshoofdbureau deelt het stem-cijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4 enzovoort en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun belangrijkheid, tot er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn.".

  Art. 176. De voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau bezorgt binnen drie dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur :
  1° de ondertekende processen-verbaal van de algemene telling van de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen, vermeld in artikel 160, tweede lid;
  2° de stukken betreffende de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen die aan hem bezorgd zijn overeenkomstig artikel 158, § 1 en 2.

  HOOFDSTUK 3. - Verdeling van de zetels en aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers bij provincieraadsverkiezingen door het provinciaal hoofdbureau en afsluitende werkzaamheden

  Afdeling 1. - Verdeling van de zetels over de lijsten

  Art. 177. Het stemcijfer van iedere lijst wordt bepaald door de optelling van alle stembiljetten waarop een geldige stem is uitgebracht bovenaan de lijst of voor één of meer kandidaten van die lijst.

  Art. 178. Alleenstaande kandidaten worden geacht ieder een afzonderlijke lijst te vormen.

  Art. 178/1. [1 De lijsten die minstens 5 percent van het totaal aantal geldig uitgebrachte stemmen hebben behaald in het provinciedistrict, komen in aanmerking voor de rechtstreekse zetelverdeling, bedoeld in artikel 179, 180 en 181, § 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2011-07-08/25, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 04-09-2011>

  Onderafdeling 1.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 5, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 179.§ 1. [1 ...]1
  § 2. Het provinciaal hoofdbureau deelt per provinciedistrict het stemcijfer van iedere lijst achtereenvolgens door 1, 2, 3, 4, 5 enzovoort, en rangschikt de quotiënten in de volgorde van hun grootte, totdat er voor alle lijsten samen zoveel quotiënten worden bereikt als er leden te kiezen zijn. Het laatste quotiënt dient als kiesdeler.
  De verdeling over de lijsten gebeurt zo dat aan iedere lijst een aantal zetels wordt toegekend, gelijk aan het aantal keren dat haar stemcijfer de kiesdeler bevat, behoudens toepassing van artikel 180.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/10, art. 6, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 180. Wanneer een zetel met evenveel recht aan verscheidene lijsten toekomt, wordt hij toegekend aan de lijst met het hoogste stemcijfer en bij gelijkheid van de stemcijfers, aan de lijst waarop een kandidaat voorkomt die onder de kandidaten van wie de verkiezing in het geding is, de meeste stemmen heeft verkregen of subsidiair, de jongste in jaren is.

  Onderafdeling 2.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Art. 181.
  <Opgeheven bij DVR 2017-06-30/10, art. 7, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>

  Afdeling 2. - Aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers

  Art. 182. Als het aantal kandidaten van een lijst gelijk is aan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn al die kandidaten verkozen.

  Art. 183. Als het aantal kandidaten van een lijst kleiner is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, zijn de kandidaten allemaal verkozen en voegt het provinciaal hoofdbureau de niet-toegekende zetels bij die welke aan de overige lijsten toekomen.
  De zetels worden verdeeld over de lijsten door de bewerking, vermeld in artikel 179, § 2, eerste lid, voort te zetten.

  Art. 184. § 1. Als het aantal kandidaten van een lijst groter is dan het aantal zetels dat aan die lijst toekomt, worden de verkozenen door het provinciaal hoofdbureau aangewezen op basis van de naamstemmen en een overdracht van de lijststemmen.
  § 2. De aanwijzing van de verkozenen en hun opvolgers gebeurt op de volgende manier :
  1° per lijst wordt het verkiesbaarheidscijfer op de volgende manier berekend :
  ((stemcijfer van de lijst) X (aantal zetels aan die lijst toegekend)) / (aantal zetels aan die lijst toegekend +1)
  De eventuele decimalen van het quotiënt dat daardoor verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;
  2° het aantal over te dragen stemmen wordt op de volgende manier berekend :
  ((aantal stembiljetten met een lijststem, vermeld in artikel 155, § 3, eerste lid, 1°) X (aantal zetels aan die lijst toegekend)) / 3
  De eventuele decimalen van het quotiënt dat daardoor verkregen wordt, worden afgerond naar de hogere eenheid, ongeacht of ze 0,5 bereiken;
  3° het aantal stemmen vermeld in 2° wordt als volgt overgedragen : de toe te kennen stembiljetten worden toegevoegd aan de naamstemmen die de eerste kandidaat van de lijst heeft behaald, om het verkiesbaarheidscijfer van die lijst, vermeld in 1°, te bereiken. Als er een overschot is, wordt dat op vergelijkbare wijze toegekend aan de tweede kandidaat, vervolgens aan de derde enzovoort, totdat het aantal over te dragen stemmen, zoals vermeld in 2°, uitgeput is;
  4° de zetels worden toegekend aan de kandidaten in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3°. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend;
  5° de niet-verkozen kandidaten worden eerste, tweede, derde enzovoort opvolger verklaard in afnemende grootte van het aantal stemmen dat zij hebben behaald, na een nieuwe overdracht van de stemmen als vermeld in 3°, beginnende bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat. Bij gelijk stemmenaantal is de volgorde van voordracht op de lijst beslissend.

  Afdeling 3. - Bekendmaking van de uitslag en afsluitende werkzaamheden

  Art. 185. Het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau wordt onmiddellijk opgemaakt. Het wordt ondertekend door de leden van het provinciaal hoofdbureau en door de getuigen.

  Art. 186.De voorzitter van het provinciaal hoofdbureau kondigt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot provincieraadslid of opvolger gekozen zijn, in het openbaar af.
  Onmiddellijk na de afkondiging, vermeld in het eerste lid, zendt de voorzitter van het hoofdbureau aan de Vlaamse Regering een staat waarin voor elke voorgedragen lijst het stemcijfer en het aantal verkregen zetels worden vermeld.
  [1 De Vlaamse Regering maakt de uitslag van de algemene telling van de stemmen en de namen van de kandidaten die tot provincieraadslid of opvolger gekozen zijn, publiek bekend.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 66, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 187. De voorzitter van het provinciaal hoofdbureau bezorgt binnen vijf dagen na de verkiezing aan de provinciegouverneur het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau, aangevuld met de processen-verbaal van de algemene telling van de provincieraadsverkiezingen, ontvangen van de voorzitters van de gemeentelijke hoofdbureaus overeenkomstig artikel 162, en, in voorkomend geval, van de voorzitters van de stadsdistrictshoofdbureaus.

  Art. 188.[1 De provinciegriffier legt een afschrift van het proces-verbaal van het provinciaal hoofdbureau voor iedereen ter inzage.
   Het provinciebestuur bezorgt aan iedere kandidaat die erom vraagt, een kopie van dat proces-verbaal.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 67, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 189. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van de opslag, de organisatie en de vernietiging van de stukken.

  Deel 4. - Na de verkiezingsdag

  Titel 1. - Verkiezingsuitgaven

  HOOFDSTUK 1. - Beperking en controle van de verkiezingsuitgaven

  Afdeling 1. - Uitgaven voor propaganda op gewestelijk vlak

  Art. 190.De uitgaven en [1 ...]1 voor verkiezingspropaganda op gewestelijk vlak van de politieke partijen die een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam hebben verkregen met toepassing van titel 13 van deel 2, mogen in totaal niet meer dan 372.000 euro bedragen.
  Voor de politieke partijen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, maar die minder dan vijftig lijsten onder hun gemeenschappelijk volgnummer en beschermde lijstnaam voordragen, wordt het bedrag, vermeld in het eerste lid, verminderd tot 340.000 euro.
  De bedragen, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen door de Vlaamse Regering geïndexeerd worden.
  De politieke partijen kunnen campagne voeren met een of meer kandidaten.
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Afdeling 2. - Uitgaven voor propaganda op lokaal vlak

  Art. 191.§ 1. Het totaal van de uitgaven en [1 ...]1 voor de verkiezingspropaganda van de lijsten mag voor de gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen per lijst niet meer bedragen dan per schijf :
  1° tot 1000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 2,70 euro per ingeschreven kiezer;
  2° van 1001 tot 5000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,10 euro per ingeschreven kiezer;
  3° van 5001 tot 10.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,80 euro per ingeschreven kiezer;
  4° van 10.001 tot 20.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,00 euro per ingeschreven kiezer;
  5° van 20.001 tot 40.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,10 euro per ingeschreven kiezer;
  6° van 40.001 tot 80.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 1,20 euro per ingeschreven kiezer;
  7° vanaf 80.001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,14 euro per ingeschreven kiezer.
  De bedragen, vermeld in het eerste lid, kunnen door de Vlaamse Regering geïndexeerd worden.
  § 2. Het totaal van de uitgaven en [1 ...]1 voor de verkiezingspropaganda van individuele kandidaten mag voor gemeenteraadsverkiezingen, stadsdistrictsraadsverkiezingen en provincieraadsverkiezingen per kandidaat niet meer bedragen dan per schijf :
  1° tot 50.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,080 euro per ingeschreven kiezer, met een minimum van 1250 euro per kandidaat;
  2° van 50.001 tot 100.000 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,030 euro per ingeschreven kiezer;
  3° vanaf 100.001 op de kiezerslijst ingeschreven kiezers : 0,015 euro per ingeschreven kiezer.
  De bedragen, vermeld in het eerste lid, kunnen door de Vlaamse Regering geïndexeerd worden.
  § 3. Als een kandidaat op verschillende lijsten tegelijk kandideert, mogen de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, niet samengeteld worden. Alleen het hoogste maximumbedrag wordt in aanmerking genomen.
  Met behoud van de toepassing van het eerste lid mag een kandidaat die tegelijk op een provincielijst en op een of twee andere lijsten kandideert, twee van de maximumbedragen, vermeld in paragraaf 2, waaronder dat voor de provincieraadsverkiezingen, samentellen, als hij zich voor die laatste verkiezingen kandidaat stelt in een provinciedistrict waartoe de gemeente waar hij in het bevolkingsregister is ingeschreven, niet behoort.
  § 4. Het aantal op de kiezerslijst ingeschreven kiezers, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 16.
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 192. Uiterlijk veertig dagen voor de verkiezingen of, in geval van buitengewone verkiezingen, uiterlijk de dag van de oproeping van de kiezers, deelt de Vlaamse Regering de maximumbedragen mee die werden berekend overeenkomstig de bepaling van artikel 191, en die mogen worden uitgegeven door de lijsten en de kandidaten voor de verkiezingen van de raden.

  Afdeling 3. - Uitgaven voor verkiezingspropaganda

  Art. 193.§ 1. [1 Uitgaven voor verkiezingspropaganda zijn alle uitgaven en financiële verbintenissen voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die verricht worden tijdens de sperperiode en erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij, een lijst en de kandidaten ervan gunstig te beïnvloeden.]1
  § 2. Als uitgaven voor de verkiezingspropaganda, vermeld in paragraaf 1, worden ook de uitgaven beschouwd die gedaan worden door derden voor politieke partijen, lijsten of kandidaten, tenzij die politieke partijen, lijsten of kandidaten de derden onmiddellijk na de kennisneming van de door hen gevoerde campagne, per aangetekende brief ertoe aanmanen de campagne te staken en een afschrift bezorgen van die aangetekende brief, al dan niet vergezeld van het akkoord van de derden tot staking, aan de voorzitter van het verkiezingshoofdbureau. Het afschrift wordt gevoegd bij de door de betrokken partijen, lijsten of kandidaten ingediende aangiften van hun verkiezingsuitgaven en van de herkomst van de geldmiddelen.
  § 3. Als uitgaven voor verkiezingspropaganda worden niet beschouwd :
  1° het verlenen van persoonlijke, niet-bezoldigde diensten, alsook het gebruik van een persoonlijk voertuig;
  2° de publicatie in een dagblad of tijdschrift van redactionele artikelen, op voorwaarde dat die publicatie op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de [1 sperperiode]1, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding. Bovendien mag het niet gaan om een dagblad of tijdschrift dat speciaal wordt uitgegeven ten behoeve van of met het oog op de verkiezingen en moet de verspreiding en de frequentie van de publicatie dezelfde zijn als buiten de [1 sperperiode]1;
  3° de uitzending op radio of televisie van programma's met berichten of commentaren, op voorwaarde dat die uitzendingen op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschieden als buiten de [1 sperperiode]1, zonder betaling, vergoeding of belofte van betaling of vergoeding;
  4° de uitzending of een reeks van uitzendingen op radio of televisie van verkiezingsprogramma's, op voorwaarde dat vertegenwoordigers van de politieke partijen aan die uitzendingen kunnen deelnemen;
  5° de kostprijs van periodieke manifestaties, op voorwaarde dat :
  a) ze niet uitsluitend voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd;
  b) het om geregelde en telkens terugkerende manifestaties gaat die altijd op dezelfde wijze worden georganiseerd. De periodiciteit ervan wordt beoordeeld hetzij aan de hand van een referentieperiode van twee jaar voor de periode, vermeld in paragraaf 1, waarin de manifestatie in kwestie jaarlijks eenmaal moet hebben plaatsgevonden, hetzij aan de hand van een referentieperiode van vier jaar voor de periode, vermeld in paragraaf 1, waarin de manifestatie in kwestie tweejaarlijks ten minste eenmaal moet hebben plaatsgevonden. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave aangerekend worden;
  6° de kostprijs van niet-periodieke manifestaties die voor verkiezingsdoeleinden worden georganiseerd en waarvoor een deelnameprijs wordt aangerekend, als de uitgaven worden gedekt door de inkomsten, met uitzondering van de inkomsten uit sponsoring, en als het niet om uitgaven voor reclame en uitnodigingen gaat. Als de inkomsten de uitgaven niet dekken, moet het verschil als een verkiezingsuitgave worden aangerekend;
  7° de uitgaven die tijdens de [1 sperperiode]1 worden verricht in het kader van een normale partijwerking op nationaal of lokaal niveau, meer bepaald voor de organisatie van congressen en partijbijeenkomsten. Als de uitgaven voor reclame en uitnodigingen in vergelijking met het gewone verloop van een dergelijke manifestatie evenwel uitzonderlijk blijken te zijn, moeten ze bij wijze van uitzondering wel als verkiezingsuitgave worden aangerekend;
  8° de uitgaven voor de aanmaak van internettoepassingen, op voorwaarde dat die aanmaak op dezelfde wijze en volgens dezelfde regels geschiedt als buiten de [1 sperperiode]1.
  § 4. De uitgaven en financiële verbintenissen voor goederen, leveringen en diensten die onder de toepassing van paragraaf 1 vallen, moeten tegen de geldende marktprijzen worden verrekend.
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Afdeling 4. - Verboden of gereglementeerde propagandamiddelen

  Art. 194.Tijdens de [1 sperperiode]1 mogen de politieke partijen, de lijsten en de kandidaten, alsook derden die propaganda voor politieke partijen, lijsten of kandidaten willen maken :
  1° geen geschenken of gadgets verkopen of verspreiden;
  2° geen commerciële telefooncampagnes voeren;
  3° niet gebruikmaken van commerciële reclameborden of affiches;
  4° niet gebruikmaken van niet-commerciële reclameborden of affiches die groter zijn dan 4m2;
  5° niet gebruikmaken van commerciële reclamespots op radio, televisie en in bioscopen.
  Voor dezelfde periode bepaalt de Vlaamse Regering de algemene regels voor het aanbrengen van verkiezingsaffichesen de organisatie van gemotoriseerde optochten.
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Afdeling 5. [1 - Financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda met giften en sponsoring]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Onderafdeling 1. [1 - De giften]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Art. 195.[1 § 1. De partijen, de lijsten en de kandidaten die deelnemen aan de lokale of provinciale verkiezingen mogen hun verkiezingspropaganda financieren met giften binnen de hierna bepaalde grenzen.
   § 2. Worden ook als gift beschouwd:
   - de prestaties die kosteloos of onder de reële kostprijs verleend worden;
   - de terbeschikkinggestelde kredietlijnen die niet moeten worden terugbetaald;
   - de prestaties die door een politieke partij, een lijst of een kandidaat kennelijk boven de marktprijs zijn aangerekend.
   Worden niet als gift beschouwd:
   - de afdrachten van mandatarissen aan een politieke partij, in welke vorm ook;
   - de financiering van kandidaten door een politieke partij, een component van een politieke partij of een lijst;
   - de financiering van lijsten door een politieke partij of een component van een politieke partij.
   § 3. Alleen natuurlijke personen mogen giften doen. Giften van rechtspersonen of feitelijke verenigingen evenals giften van natuurlijke personen die feitelijk optreden als tussenpersonen van rechtspersonen of feitelijke verenigingen zijn verboden.
   § 4. De partijen, de lijsten en de kandidaten mogen hun verkiezingspropaganda financieren met giften die per schenker maximum 500 euro of de tegenwaarde ervan bedragen. Gespreid over verschillende begunstigden mag een natuurlijke persoon in totaal maximum 2.000 euro of de tegenwaarde daarvan schenken ter financiering van verkiezingspropaganda.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Onderafdeling 2. [1 - Sponsoring]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Art. 195/1. [1 § 1. De partijen, de lijsten en de kandidaten die deelnemen aan de lokale of provinciale verkiezingen mogen zich voor de financiering van hun verkiezingspropaganda laten sponsoren door ondernemingen, feitelijke verenigingen en rechtspersonen binnen de volgende grenzen:
   - de partijen, de lijsten en de kandidaten mogen per sponsor maximum 500 euro of de tegenwaarde ervan ontvangen;
   - een sponsor mag gespreid over verschillende begunstigden in totaal maximum 2.000 euro of de tegenwaarde daarvan besteden aan sponsoring.
   § 2. Onder sponsoring wordt verstaan het volgens de geldende marktprijzen ter beschikking stellen van gelden of producten in ruil voor publiciteit.
   Een onderneming zoals bedoeld in het eerste lid is elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft, alsmede zijn verenigingen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Onderafdeling 3. [1 - Elektronische betaling]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Art. 195/2. [1 Giften en sponsorbedragen van 125 euro en meer worden elektronisch overgemaakt met een overschrijving, een lopende betalingsopdracht of een bank- of kredietkaart.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Afdeling 6. [1 - De aangifte van de uitgaven voor verkiezingspropaganda, de herkomst van de geldmiddelen en de registratie van de schenkers en de sponsors]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Onderafdeling 1. [1 - Aangiften van de politieke partijen]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 196.[1 § 1. De politieke partijen die een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam hebben verkregen met toepassing van titel 13 van deel 2, geven binnen dertig dagen na de verkiezingen hun verkiezingsuitgaven aan bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin de nationale zetel van de partij gevestigd is. Bij de aangifte van de uitgaven wordt een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen gevoegd.
   De politieke partijen die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen giften vermelden, registreren de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda. Deze gegevens worden vertrouwelijk behandeld en binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen meegedeeld aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven.
   De politieke partijen die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen sponsoring vermelden, registreren de identiteit van de ondernemingen, de feitelijke verenigingen en de rechtspersonen die hen ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda gesponsord hebben voor een bedrag van 125 euro en meer, en delen deze gegevens binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven.
   § 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de politieke partij gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld.
   § 3. De politieke partijen bewaren de bewijsstukken betreffende hun verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende vijf jaar na de datum van de verkiezingen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Onderafdeling 2. [1 - Aangiften van de lijsten en de kandidaten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Art. 197.[1 § 1. De lijsttrekker geeft binnen dertig dagen na de verkiezingen de verkiezingsuitgaven van de lijst en van elke kandidaat aan bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarin naargelang het geval de gemeente, het stadsdistrict of het provinciedistrict gelegen is. Bij de aangifte van de uitgaven wordt een aangifte over de herkomst van de geldmiddelen gevoegd.
   De lijsten en de kandidaten die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen giften vermelden, registreren de identiteit van de natuurlijke personen die giften van 125 euro en meer hebben gedaan ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda. De lijsttrekker behandelt deze gegevens vertrouwelijk en deelt ze binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven.
   De lijsten en de kandidaten die in hun aangifte van de herkomst van de geldmiddelen sponsoring vermelden, registreren de identiteit van de ondernemingen, de feitelijke verenigingen en de rechtspersonen die hen ter financiering van de uitgaven voor verkiezingspropaganda gesponsord hebben voor een bedrag van 125 euro en meer. De lijsttrekker deelt deze gegevens binnen dertig dagen na de datum van de verkiezingen mee aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven.
   De lijsttrekker kan een ander persoon machtigen om de in deze paragraaf bedoelde aangiften in te dienen.
   § 2. De aangiften worden opgesteld op de daartoe bestemde formulieren en worden ondertekend door de lijsttrekker of door de daartoe door de lijsttrekker gemandateerde persoon. De formulieren worden door de Vlaamse Regering ter beschikking gesteld.
   § 3. De aangiften worden vanaf de eenendertigste dag na de verkiezingen gedurende vijftien dagen op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, ter inzage gelegd.
   § 4. De griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in paragraaf 1, bewaart de aangiften gedurende honderdtwintig dagen na de verkiezingen en bezorgt ze of een kopie ervan aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen als ze daarom verzoekt.
   Als geen enkele klacht of bezwaar werd ingediend als vermeld in artikel 201 en 203, kunnen de aangiften door de kandidaten afgehaald worden gedurende drie maanden na de periode, vermeld in het eerste lid.
   § 5. De lijsttrekker bewaart de bewijsstukken betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen van de lijst gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen.
   De kandidaten bewaren hun bewijsstukken betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen gedurende twee jaar na de datum van de verkiezingen.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  HOOFDSTUK 2. [1 - Controle en sancties]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Afdeling 1. [1 - Controle van de uitgaven van de politieke partijen]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Art. 198.[1 § 1. De voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg, vermeld in artikel 196, maken een verslag op van de verkiezingsuitgaven van de politieke partijen.
   § 2. De verslagen worden binnen zestig dagen na de verkiezingen in vier exemplaren opgemaakt. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in artikel 196, bewaart twee exemplaren. De overige twee exemplaren worden bezorgd aan de voorzitter van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven.
   Het verslag wordt opgesteld op de daartoe bestemde formulieren, die door de Vlaamse Regering ter beschikking worden gesteld.
   Een exemplaar van het verslag wordt vanaf de eenenzestigste dag na de verkiezingen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, vermeld in artikel 196, gedurende vijftien dagen ter inzage gelegd.
   De opmerkingen op de verslagen worden door de voorzitters aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven bezorgd.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 198/1. [1 § 1. Uiterlijk negentig dagen na de ontvangst van alle verslagen doet de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven, na onderzoek van de verslagen en van de opmerkingen die overeenkomstig artikel 198 werden ingediend en met inachtneming van de rechten van de verdediging, uitspraak over de aangiften van de politieke partijen, en legt ze desgevallend een sanctie op overeenkomstig artikel 198/2.
   § 2. De Controlecommissie Verkiezingsuitgaven stelt een verslag op van haar controlewerkzaamheden met vermelding van:
   1° per politieke partij het totaalbedrag van de verkiezingsuitgaven ten voordele van die partij;
   2° elke schending van artikel 190 en 194 die aan de politieke partij toegerekend kan worden;
   3° de sancties die ze oplegt.
   § 3. De voorzitter van het Vlaams Parlement stuurt het eindverslag van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven onverwijld naar de diensten van het Belgisch Staatsblad, die het binnen dertig dagen na ontvangst in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad bekendmaken.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 198/2. [1 § 1. De politieke partij die binnen dertig dagen na de verkiezingen geen aangifte van haar verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen indient, wordt gestraft met een administratieve boete van 1.000 euro per dag vertraging, met een maximum van 30.000 euro.
   Wanneer een politieke partij bij de aanvang van de controle van de verslagen door de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven nog geen aangifte heeft ingediend, maant de controlecommissie de betrokken partij schriftelijk aan om de aangifte in te dienen. Indien de controlecommissie die aangifte niet ontvangt binnen een termijn van dertig dagen na de verzending van de aanmaning, verliest de politieke partij de aanvullende partijfinanciering waar ze krachtens het Reglement van het Vlaams Parlement recht op heeft, met ingang van de dag waarop die termijn verstreken is tot de ontvangst van de aangifte.
   § 2. De politieke partij die een onjuiste of onvolledige aangifte doet van haar verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen, wordt door de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven schriftelijk aangemaand om binnen vijftien dagen de gegevens te corrigeren of aan te vullen.
   Indien de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven de gevraagde aanvulling of correctie niet ontvangt binnen vijftien dagen na de verzending van de aanmaning, wordt de politieke partij gestraft met een administratieve boete van 1.000 euro per dag bijkomende vertraging, met een maximum van 30.000 euro.
   Indien de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven de gevraagde aanvulling of correctie niet ontvangt binnen een termijn van vijfenveertig dagen na de verzending van de aanmaning, verliest de politieke partij de aanvullende partijfinanciering waar ze krachtens het Reglement van het Vlaams Parlement recht op heeft, met ingang van de dag waarop die termijn verstreken is tot de ontvangst van de gevraagde aanvulling of correctie.
   § 3. De politieke partij die het in artikel 190 vermelde maximumbedrag overschrijdt, wordt gestraft met een administratieve geldboete die gelijk is aan het bedrag van de overschrijding, met een minimum van 25.000 euro en een maximum dat overeenstemt met vier keer de maandelijkse aanvullende partijfinanciering waar ze krachtens het Reglement van het Vlaams Parlement recht op heeft.
   § 4. De politieke partij die enig onderdeel van artikel 194 schendt, wordt gestraft met een van de volgende sancties:
   - een waarschuwing;
   - een administratieve boete van 1.000 euro tot 250.000 euro. In geval van herhaling wordt de administratieve boete verdubbeld.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Afdeling 2. [1 - Controle van de uitgaven van de lijsten en de kandidaten]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Art. 199.[1 § 1. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet, met inachtneming van de rechten van de verdediging, uitspraak over de bezwaren, bedoeld in artikel 203, eerste lid, 2°, en spreekt in voorkomend geval de hierna bepaalde sancties uit.
   § 2. De lijst die binnen dertig dagen na de verkiezingen geen aangifte van haar verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen indient, wordt gestraft met een administratieve boete van 100 euro per dag vertraging, met een maximum van 3.000 euro.
   Wanneer de Raad voor Verkiezingsbetwistingen uitspraak doet over een bezwaar betreffende de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen van een lijst die geen aangifte heeft ingediend, maant de Raad de betrokken lijst schriftelijk aan om de aangifte in te dienen.
   Indien de lijst haar aangifte binnen vijftien dagen na de verzending van de aanmaning niet indient, wordt ze gestraft met een administratieve boete van 1.000 euro, vermeerderd met 1.000 euro per volledige maand vertraging, te rekenen vanaf de zestiende dag na de verzending van de aanmaning.
   § 3. De lijst die een onjuiste of onvolledige aangifte doet van haar verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen, wordt door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen schriftelijk aangemaand om de gegevens te corrigeren of aan te vullen.
   Indien de lijst de gevraagde aanvulling of correctie niet indient binnen vijftien dagen na de verzending van de aanmaning, wordt ze gestraft met een administratieve boete van 100 euro per dag bijkomende vertraging, met een maximum van 3.000 euro.
   § 4. De lijst die het in artikel 191 vermelde maximumbedrag overschrijdt, wordt gestraft met een administratieve boete die gelijk is aan het bedrag van de overschrijding, met een minimum van 2.500 euro en een maximum van 25.000 euro.
   § 5. De lijst die enig onderdeel van artikel 194 schendt, wordt gestraft met een van de volgende sancties:
   - een waarschuwing;
   - een administratieve boete van 100 euro tot 25.000 euro. In geval van herhaling wordt de administratieve boete verdubbeld.
   § 6. De lijst die niet beschikt over een gemeenschappelijk volgnummer en een beschermde lijstnaam en uitgaven verricht voor verkiezingspropaganda op gewestelijk vlak, wordt gestraft met een administratieve boete die gelijk is aan het bedrag van de desbetreffende uitgaven, met een minimum van 2.500 euro en een maximum van 25.000 euro.
   § 7. De in de paragrafen 2 tot 6 bedoelde administratieve geldboetes worden opgelegd aan de lijsttrekker van de betrokken lijst.
   § 8. Een verkozen kandidaat die de bepalingen van artikel 191, § 2 en § 3, of artikel 194 schendt, wordt gestraft met een van de volgende sancties:
   - een waarschuwing;
   - de inhouding van de presentiegelden ten belope van 5 % gedurende een periode van minimum een maand en maximum twaalf maanden;
   - de schorsing van de uitoefening van het mandaat gedurende een periode van minimum een maand en maximum zes maanden;
   - de vervallenverklaring van het mandaat.
   § 9. Onverminderd de sancties, vermeld in de paragrafen 2 tot 6, wordt een verkozen lijsttrekker van een lijst die de bepalingen van artikel 191, § 1, artikel 194 of artikel 199 niet naleeft, gestraft met een van de volgende sancties:
   - een waarschuwing;
   - de inhouding van de presentiegelden ten belope van 5% gedurende een periode van minimum een maand en maximum twaalf maanden;
   - de schorsing van de uitoefening van het mandaat gedurende een periode van minimum een maand en maximum zes maanden;
   - de vervallenverklaring van het mandaat.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 199/1.[1 Met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro, of met één van die straffen alleen, wordt gestraft:
   1° de kandidaat waarvan binnen dertig dagen na de verkiezingen geen aangifte of een onvolledige aangifte van zijn verkiezingsuitgaven, de herkomst van de geldmiddelen en de registratie van de giften en de sponsoring is ingediend;
   2° de kandidaat die voor kiespropaganda met opzet uitgaven doet of verbintenissen aangaat die de maximumbedragen overschrijden, vermeld in artikel 191, § 2 en § 3;
   3° de kandidaat die tijdens de sperperiode de bepalingen van artikel 194 niet naleeft.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Afdeling 3. [1 - Controle van de giften en de sponsoring]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 200.[1 § 1. Gelijktijdig met het onderzoek van de verslagen, bedoeld in artikel 198, controleert de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven de registraties van de giften en de sponsoring van de politieke partijen, de lijsten en de kandidaten zoals bedoeld in artikel 196, § 1, tweede en derde lid, en artikel 197, § 1, tweede en derde lid.
   De registraties van de giften worden vertrouwelijk behandeld.
   § 2. De politieke partij die de uitgaven voor haar verkiezingspropaganda financiert met een gift of sponsoring die in strijd is met de artikelen 195 en 195/1, wordt door de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven gestraft met een administratieve boete ten belope van het dubbele van de overschrijding van het toegelaten giften- of sponsorbedrag.
   § 3. Wanneer de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven een andere schending van de artikelen 195 of 195/1 vaststelt dan bedoeld in paragraaf 2, beslist ze om daarover al dan niet een klacht neer te leggen bij de procureur des Konings.
   § 4. Eenieder die de giftenregeling zoals bedoeld in artikel 195 of de sponsorregeling zoals bedoeld in artikel 195/1 schendt, wordt gestraft met een boete van 26 tot 100.000 euro.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Afdeling 4. [1 - Algemene bepalingen]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 201.[1 § 1. Elke inbreuk, vermeld in artikel 199/1 en artikel 200, § 3, kan worden vervolgd, hetzij op initiatief van de procureur des Konings, hetzij op grond van de klacht van een persoon die van enig belang doet blijken.
   De procureur des Konings neemt geen anonieme klachten in aanmerking.
   § 2. De termijn voor de uitoefening van het initiatiefrecht van de procureur des Konings en voor de indiening van klachten met betrekking tot de inbreuken, vermeld in artikel 199/1 en artikel 200, § 3, verstrijkt honderdtwintig dagen na de verkiezingen.
   § 3. De procureur des Konings zendt binnen acht dagen na de indiening van een klacht over een inbreuk, bedoeld in artikel 199/1 een kopie aan de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, alsook aan de personen tegen wie de klacht is ingediend.
   De procureur des Konings zendt binnen acht dagen na de indiening van een klacht over een inbreuk, bedoeld in artikel 200, § 3, een kopie aan de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven, alsook aan de personen tegen wie de klacht is ingediend.
   De procureur des Konings brengt, naargelang het geval, de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven of de Raad voor Verkiezingsbetwistingen binnen dezelfde termijn op de hoogte van zijn beslissing om vervolging in te stellen.
   § 4. Iedereen die een klacht heeft ingediend of een vordering heeft ingesteld die ongegrond blijkt en waarvan vaststaat dat hij die heeft ingediend of ingesteld met het oogmerk te schaden, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 500 euro.
   § 5. De procureur des Konings kan met het oog op de vervolging, vermeld in paragraaf 2, aan een individuele kandidaat vragen alle inlichtingen te verstrekken over de herkomst van de gelden die voor de financiering van zijn verkiezingscampagne zijn aangewend.
   § 6. Het eerste boek van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, is van toepassing op de misdrijven, bedoeld in artikel 199/1 en artikel 200, § 3.
   Het vonnis kan op bevel van de rechtbank geheel of bij uittreksel opgenomen worden in de dag- en weekbladen die ze heeft aangeduid.]1
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Art. 201/1. [1 § 1. Elke aanmaning en elke beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie zoals bedoeld in dit hoofdstuk, wordt aangetekend verstuurd of via een deurwaardersexploot betekend.
   De mededeling van de beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie vermeldt de strafmaat en de beroepsmodaliteiten.
   Tegen elke beslissing van de Controlecommissie Verkiezingsuitgaven tot het opleggen van een administratieve sanctie kan bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring worden ingesteld, overeenkomstig artikel 14, § 1, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
   Tegen elke beslissing van de Raad van Verkiezingsbetwistingen tot het opleggen van een administratieve sanctie kan bij de Raad van State een beroep worden ingesteld zoals bedoeld in artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges.
   § 2. De schorsing en de vervallenverklaring, bedoeld in artikel 199, § 8 en § 9, treden in werking zodra die beslissing kracht van gewijsde heeft.
   De schorsing treedt ten vroegste in werking na de eedaflegging als raadslid. Voor de duur van de schorsing verkeert het raadslid in een staat van verhindering als vermeld in artikel 14 van het Gemeentedecreet.
   Het raadslid dat van zijn mandaat vervallen is verklaard, wordt in de gemeenteraad vervangen door de eerste opvolger van de lijst waarop hij werd verkozen.
   § 3. De in dit hoofdstuk bedoelde administratieve geldboetes zijn ten bate van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2016-06-03/19, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>
  

  Titel 2. - Verkiezingsbetwistingen

  HOOFDSTUK 1. - Bezwaar bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen

  Afdeling 1. - Oprichting van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen

  Art. 202.[1 Er wordt een Raad voor Verkiezingsbetwistingen opgericht.]1
  ----------
  (1)<DVR 2014-04-04/89, art. 87, 003; Inwerkingtreding : 01-11-2014>

  Afdeling 2. - Bevoegdheid van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen

  Art. 203. De Raad spreekt zich als administratief rechtscollege uit over :
  1° de bezwaren tegen de verkiezing;
  2° de bezwaren op grond van de schending van de regelgeving inzake de verkiezingsuitgaven door kandidaten en lijsttrekkers.
  Bij ontstentenis van bezwaren gaat de Raad alleen de juistheid na van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde waarin de raadsleden en opvolgers gekozen zijn verklaard. Hij wijzigt, in voorkomend geval, als administratief rechtscollege ambtshalve de zetelverdeling en de rangorde.

  Art. 204. De Raad kan de verkiezing alleen geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaren op grond van een bezwaar. De verkiezing kan door de Raad alleen geheel of gedeeltelijk ongeldig worden verklaard op grond van onregelmatigheden die de zetelverdeling tussen de verschillende lijsten kunnen beïnvloeden.
  De gehele ongeldigverklaring van de verkiezing heeft tot gevolg dat de verkiezingen ab initio moeten hernomen worden met toepassing van de bepalingen opgenomen in dit decreet. Wanneer de Raad voor Verkiezingsbetwistingen oordeelt dat de verkiezingen gedeeltelijk worden vernietigd, duidt zij de bepalingen aan van dit decreet die bij de herverkiezing opnieuw moeten worden uitgevoerd.
  De stembiljetten mogen alleen worden onderzocht als de met toepassing van artikel 110 tot en met 113, aangewezen getuigen aanwezig of althans behoorlijk opgeroepen zijn. De enveloppen die de stembiljetten bevatten, worden na het onderzoek opnieuw verzegeld in hun bijzijn en door hun toedoen.
  Met behoud van de toepassing van artikel 208, § 1, tweede lid, is de uitslag van de verkiezing, zoals hij door het hoofdbureau is afgekondigd, definitief vijfenzeventig dagen na de dag van de verkiezingen.

  Art. 205.
  <Opgeheven bij DVR 2016-06-03/19, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 18-07-2016>

  Afdeling 3.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 88, 003; Inwerkingtreding : 01-11-2014>

  Art. 206.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 88, 003; Inwerkingtreding : 01-11-2014>

  Afdeling 4.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 207.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 208.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 209.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 210.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 211.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 212.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 213.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 214.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 215.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 89, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  HOOFDSTUK 2.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 90, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 216.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 90, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Art. 217.
  <Opgeheven bij DVR 2014-04-04/89, art. 90, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2015>

  Titel 3. - Buitengewone verkiezingen

  Art. 218.§ 1. In de volgende gevallen worden buitengewone verkiezingen georganiseerd :
  1° bij gebrek aan één of meerdere opvolgers;
  2° [1 in de gevallen van een vrijwillige samenvoeging met toepassing van het decreet vrijwillige samenvoeging van gemeenten van 24 juni 2016, en in de gevallen, vermeld in artikel 297, § 3, en artikel 298, § 2, tweede lid, van het Gemeentedecreet;]1
  3° bij gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring van de verkiezingen door de Raad voor Verkiezingsbetwistingen overeenkomstig artikel 204, of door de Raad van State, overeenkomstig artikel 216.
  § 2. In het geval, vermeld in paragraaf 1,1°, kan krachtens een beslissing van de betrokken raad of krachtens een besluit van de Vlaamse Regering een buitengewone verkiezing gehouden worden om te voorzien in de opengevallen plaatsen binnen vijftig dagen na de beslissing van de betrokken raad of het besluit van de Vlaamse Regering. Die termijn loopt niet tijdens de maanden juli en augustus. De verkiezing heeft altijd plaats op een zondag.
  Het college van burgemeester en schepenen maakt de kiezerslijst op op de datum van de beslissing van de betrokken raad of van het besluit van de Vlaamse Regering.
  § 3. [2 In de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden bij besluit van de Vlaamse Regering de kiezers uit de samengevoegde gemeenten of uit het overblijvende gedeelte van de gemeente bijeengeroepen binnen de termijn die het Vlaams Parlement daartoe vermeldt in zijn beslissing tot samenvoeging of opsplitsing van de gemeente.
   Als de datum waarop de kiezers hun stem moeten uitbrengen, samenvalt met de gewone verkiezingen, vermeld in artikel 6, dan wordt deze buitengewone verkiezing georganiseerd met toepassing van de bepalingen voor de gewone verkiezingen, vermeld in artikel 6.]2
  § 4. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 3°, moet binnen vijftig dagen vanaf het versturen van de kennisgeving van de beslissing tot gehele of gedeeltelijke ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 of 216, een buitengewone verkiezing worden gehouden. De betrokken raad bepaalt de datum van de verkiezingen.
  Op de datum van de verzending van de kennisgeving van de beslissing tot ongeldigverklaring aan de betrokken raad, zoals vermeld in artikel 204 of 216, maakt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst op, tenzij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State, op grond van een gedeeltelijke vernietiging van de verkiezing, oordeelt dat de kiezerslijst niet opnieuw moet worden opgemaakt.
  § 5. Het gemeentebestuur is verplicht, zodra de kiezerslijst is opgemaakt, exemplaren of kopieën daarvan te overhandigen aan de personen, bedoeld in artikel 20, 21 en 24 tot en met 26.
  ----------
  (1)<DVR 2016-06-24/12, art. 64, 005; Inwerkingtreding : 29-08-2016>
  (2)<DVR 2017-06-30/30, art. 68, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 219.De bepalingen vermeld in dit decreet zijn van toepassing op de buitengewone verkiezingen, met dien verstande dat :
  1° de voorzitters en de leden van de [2 stem- en telbureaus]2 door de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau of in voorkomend geval door de voorzitter van het stadsdistrictshoofdbureau uit de gemeenteraadskiezers benoemd worden, zoals bepaald in [2 artikel 46 en 49]2;
  2° als er niet meer dan één raadslid te verkiezen is, de kandidaat die de meeste stemmen heeft verkregen, gekozen verklaard wordt. Bij gelijk stemmenaantal is de jongste gekozen;
  3° [1 ...]1
  [2 4° de handelingen die, conform artikel 24 en 25, uiterlijk op 31 augustus moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk vijfendertig dagen voor de verkiezing. De handelingen die, conform artikel 44, uiterlijk op 31 augustus moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk drieëndertig dagen voor de verkiezing. De handelingen die, conform artikel 46 en 49, uiterlijk op 3 september moeten worden verricht, moeten worden verricht uiterlijk dertig dagen voor de verkiezing.]2
  De verklaringen tot lijstenverbinding, bij de eerste verkiezing op geldige wijze gedaan, blijven bij de nieuwe verkiezing gelden voor de lijsten waarvan de samenstelling niet veranderd is. Zij worden dus niet vernieuwd en er mogen geen nieuwe worden aanvaard.
  Na de nieuwe verkiezing verdeelt het provinciaal hoofdbureau de zetels, zoals bepaald in artikel 177, 178 en 181, zowel met betrekking tot het provinciedistrict waar de nieuwe verkiezing heeft plaatsgehad, alsook met betrekking tot de provinciedistricten waar aanvullende zetels toe te kennen blijven.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/10, art. 8, 006; Inwerkingtreding : 22-07-2017>
  (2)<DVR 2017-06-30/30, art. 69, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 220. Artikel 74 is niet van toepassing op de buitengewone verkiezingen, bedoeld in artikel 218, § 1, 1°.

  Deel 5. - Algemene bepalingen

  Titel 1. - Strafbepalingen

  HOOFDSTUK 1. - Algemene strafbepalingen

  Art. 221. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro, of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, rechtstreeks of onrechtstreeks, zelfs bij wijze van weddenschap, hetzij geld, waarden of enig voordeel, hetzij steun geeft, aanbiedt of belooft onder voorwaarde van stemverlening, stemonthouding of verlening van volmacht als vermeld in titel 11 van deel 2, dan wel op voorwaarde dat de verkiezing een bepaalde uitslag oplevert.
  Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die het aanbod of de belofte aanneemt.

  Art. 222. Met de straffen, vermeld in artikel 221, wordt gestraft hij die onder de voorwaarden, vermeld in artikel 221, een aanbod of belofte van een openbare of particuliere betrekking doet of aanneemt.

  Art. 223. Met straffen, vermeld in artikel 221, wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een kiezer tot stemonthouding over te halen of op zijn stemming invloed uit te oefenen, zich jegens hem schuldig maakt aan feitelijkheden, gewelddaden of bedreigingen, of hem doet vrezen voor het verlies van zijn betrekking of voor een nadeel ten opzichte van zijn persoon, zijn familie of zijn vermogen.

  Art. 224. Met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro wordt gestraft hij die aan kiezers, onder voorwendsel van reis- of verblijfsvergoeding, een som geld of enige waarde geeft, aanbiedt of belooft.
  De straf, vermeld in het eerste lid, wordt ook opgelegd aan de persoon die ter gelegenheid van een verkiezing aan kiezers eetwaren of drank geeft, aanbiedt of belooft. Dezelfde straf wordt ook opgelegd aan de kiezer die een gift, aanbod of belofte aanneemt.
  Herbergiers, drankslijters of andere handelaars zijn niet ontvankelijk om in rechte betaling te vorderen van verbruikerskosten die ter gelegenheid van de verkiezing gemaakt zijn.

  Art. 225. Als dader van de wanbedrijven, vermeld in artikel 221 tot en met 224, wordt gestraft hij die geld geeft om ze te plegen, wetend waarvoor het moet dienen, of opdracht geeft om in zijn naam het aanbod, de belofte of de bedreiging te doen.

  Art. 226. Als de schuldige in de gevallen, vermeld in artikel 221 tot en met 225, een openbaar ambtenaar is, wordt het maximum van de straf uitgesproken en kunnen de gevangenisstraf en de geldboete verdubbeld worden.

  Art. 227. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro wordt gestraft elk lid of elke bediende van een onderstandscommissie of liefdadigheidscomité, elk lid of elke bediende van een openbaar liefdadigheidsbestuur, die aan een of meer behoeftigen, al dan niet rechtstreeks, blijvende, tijdelijke of buitengewone steun aanbiedt, belooft of geeft onder voorwaarde van stemverlening of stemonthouding.
  Het eerste lid geldt voor leden of bedienden vermeld in het eerste lid, die enige steunverlening ontzeggen of schorsen omdat de behoeftige weigert op zijn stemming invloed te laten uitoefenen of zich van stemming te onthouden.
  Hij die, onder bedreiging in een bepaalde zin te stemmen, steun of steunverhoging vraagt, wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden.

  Art. 228. Hij die personen, zelfs ongewapende, aanwerft, bijeenbrengt of opstelt om de kiezers vrees aan te jagen of de orde te verstoren, wordt gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro.
  Zij die bewust van aldus opgerichte benden of groepen deel uitmaken, worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.

  Art. 229. Zij die door samenscholing, geweld of bedreiging een of meer burgers beletten hun politieke rechten uit te oefenen, worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.

  Art. 230. Zij die met geweld binnendringen of proberen binnen te dringen in een kiescollege om de kiesverrichtingen te belemmeren, worden gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro.
  Als de stemming geschonden wordt, wordt het maximum van de straffen, vermeld in het eerste lid, uitgesproken en kunnen deze verdubbeld worden.
  Als de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met een gevangenisstraf van eenjaar tot driejaar en met een geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro, in het tweede geval met opsluiting van vijf tot tien jaar en met een geldboete van drieduizend euro tot vijfduizend euro.

  Art. 231. Als de feiten gepleegd worden door opgerichte benden of groepen als vermeld in artikel 228, worden zij die de daarvan deel uitmakende personen aangeworven, bijeengebracht of opgesteld hebben, gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van honderd euro tot duizend euro.

  Art. 232. Als daders worden gestraft zij die hetzij door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, hetzij door woorden of kreten in openbare bijeenkomsten of plaatsen, hetzij door aangeplakte plakkaten, hetzij door al dan niet gedrukte geschriften die verkocht of rondgedeeld zijn, het plegen van de feiten, vermeld in artikel 229 en 230, rechtstreeks hebben uitgelokt.
  Als de uitlokking zonder gevolg is gebleven, worden ze gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot zes maanden en met een geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.

  Art. 233. Leden van een kiescollege die zich gedurende de vergadering schuldig maken aan smaad of geweld, hetzij tegen het stembureau, hetzij tegen een van de leden ervan of tegen een van de getuigen, of die door feitelijkheden of bedreigingen de kiesverrichtingen vertragen of verhinderen, worden gestraft met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met een geldboete van honderd euro tot duizend euro.
  Als de stemming geschonden wordt, wordt het maximum van de straffen, vermeld in het eerste lid, uitgesproken en kunnen deze verdubbeld worden.
  Als de schuldigen wapens dragen, worden zij gestraft, in het eerste geval met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met een geldboete van tweehonderd euro tot tweeduizend euro, in het tweede geval met opsluiting van vijf tot tien jaar en met een geldboete van drieduizend euro tot vijfduizend euro.

  Art. 234. Als schuldig aan valsheid in private geschriften worden gestraft zij die de handtekening van iemand anders of van verdachte personen plaatsen op akten van kandidaatstelling of van getuigenaanwijzing.

  Art. 235. Hij die, met het oogmerk om zich op een kiezerslijst te doen inschrijven, bewust valse verklaringen aflegt of schijnakten overlegt, wordt gestraft met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
  Met de straf, vermeld in het eerste lid, wordt gestraft hij die, met het oogmerk om een burger op deze lijsten te doen inschrijven of schrappen, bewust dezelfde kunstgrepen aanwendt.
  Vervolging kan echter maar worden ingesteld als de vraag tot inschrijving of schrapping verworpen is bij een definitief geworden beslissing die gegrond is op bedroginhoudende feiten.
  Die beslissingen van de colleges van burgemeester en schepenen of van de hoven van beroep, alsook de desbetreffende stukken en inlichtingen, worden door de provinciegouverneur doorgestuurd naar het openbaar ministerie, dat ze ook ambtshalve kan eisen.
  De vervolging verjaart door verloop van drie volle maanden na de beslissing.

  Art. 236. Hij die in enigerlei hoedanigheid met het voorbereiden of het opmaken van de kiezerslijsten belast is en, met het oogmerk om een kiezer te doen schrappen, bewust gebruikmaakt van stukken of bescheiden die hetzij door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, hetzij valselijk opgemaakt zijn, of die opzettelijk, met hetzelfde oogmerk, de gegevens van de stukken of bescheiden die voor de opmaak van de lijsten kunnen dienen, door verandering, toevoeging of weglating onjuist overneemt op de kiezerslijsten, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro. Als het wanbedrijf wordt gepleegd om aan een burger kiesrecht te verschaffen, is de gevangenisstraf acht dagen tot een maand en de geldboete vijftig euro tot vijfhonderd euro.
  Voor de misdrijven, vermeld in het eerste lid, begint de verjaring van zes maanden, vermeld in artikel 246, pas te lopen op de dag dat de kiezerslijsten en de desbetreffende stukken aan de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar verstuurd zijn. Dit geldt, onverminderd de toepassing van artikel 196, tweede lid, van het Algemeen Kieswetboek, voor wat betreft Voeren.

  Art. 237. Ieder lid van een college van burgemeester en schepenen en ieder gemeenteraadslid dat bij de uitoefening van de rechtsmacht in kieszaken in zijn verslag ten onrechte hetzij een aanvraag tot inschrijving op de lijsten doet verwerpen, hetzij de inschrijving of schrapping van een kiezer doet bevelen en daarvoor stukken of bescheiden inroept of gebruikt, hoewel hij weet dat ze door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, of dat ze valselijk opgemaakt zijn of denkbeeldig zijn, wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar.
  Vervolging kan alleen worden ingesteld, als op beroep tot inschrijving of schrapping van de kiezer een definitief geworden beslissing is gewezen die gegrond is op bedroginhoudende feiten.
  De verjaring, vermeld in artikel 246, begint te lopen vanaf deze beslissing.

  Art. 238. Met een gevangenisstraf van drie maanden tot vijfjaar en met een geldboete van duizend euro tot twintigduizend euro, of met één van die straffen alleen, wordt gestraft degene die als dader, mededader of medeplichtige, met schending van artikel 20, hetzij exemplaren of afschriften van de kiezerslijst heeft afgegeven aan personen die niet gemachtigd zijn om ze te ontvangen, hetzij die exemplaren heeft meegedeeld aan derden na ze regelmatig te hebben ontvangen, hetzij van de gegevens uit de kiezerslijst heeft gebruikgemaakt voor andere doeleinden dan verkiezingsdoeleinden.
  De straffen die de medeplichtigen van de strafbare feiten, vermeld in het eerste lid, oplopen, mogen niet meer bedragen dan twee derde van de straffen die aan hen zouden zijn opgelegd als zij de dader van die strafbare feiten waren.

  Art. 239. Namaak van stembiljetten wordt bestraft als valsheid in openbare geschriften.

  Art. 240. De voorzitter, de bijzitter en de plaatsvervangende bijzitter van een telbureau en de voorzitter, de bijzitter of de plaatsvervangende bijzitter van een stembureau die binnen de bepaalde tijd de reden van zijn verhindering niet opgeeft, of die zonder wettige reden nalaat het hem opgedragen ambt te vervullen of die zich zonder geldige reden, onttrekt aan de aanwijzing, vermeld in artikel 45 tot en met 50, of die door zijn schuld, zijn onvoorzichtigheid of zijn nalatigheid op om het even welke manier de hem toevertrouwde opdracht in gevaar brengt, wordt gestraft met een geldboete van 50 tot 200 euro.

  Art. 241. Iedere voorzitter, bijzitter of secretaris van een bureau en iedere getuige die het geheim van de stemming kenbaar maakt, wordt gestraft met geldboete van vijfhonderd euro tot drieduizend euro.

  Art. 242. Met gevangenisstraf van drie maanden tot twee jaar en met geldboete van vijftig euro tot tweeduizend euro wordt gestraft ieder lid van een bureau of iedere getuige die bij de stemming of bij de stemopneming betrapt wordt op bedrieglijke verandering, op wegneming of op bijvoeging van biljetten, of die bewust minder of meer stembiljetten of stemmen aantekent dan hij werkelijk te tellen heeft gekregen.
  Ieder ander persoon die schuldig is aan de feiten, vermeld in het vorige lid, wordt gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.
  Van de feiten, vermeld in het eerste en het tweede lid, wordt onmiddellijk melding gemaakt in het proces-verbaal.

  Art. 243. Met gevangenisstraf van een maand tot eenjaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro wordt gestraft hij die, buiten de gevallen, vermeld in titel 11 van deel 2, stemt of zich ter stemming aanmeldt onder naam van een andere kiezer.
  Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die, op enigerlei wijze, een of meer officiële stembiljetten wegneemt of achterhoudt.
  Met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro wordt gestraft :
  1° hij die, op grond van titel 11 van deel 2, volmacht heeft gegeven terwijl hij de desbetreffende voorwaarden niet vervulde;
  2° hij die volmacht heeft gegeven en zijn gemachtigde heeft laten stemmen, terwijl hij zijn stemrecht zelf kon uitoefenen;
  3° hij die bewust in naam van zijn lastgever heeft gestemd, terwijl die overleden was of zijn stemrecht zelf kon uitoefenen;
  4° hij die meer dan één volmacht heeft aangenomen of gegeven op grond van titel 11 van deel 2.

  Art. 244.Hij die in een kiescollege stemt met schending van [1 artikel 8 of 80]1, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 70, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 245. Hij die op de dag van de stemming wanorde veroorzaakt, hetzij door een herkenningsteken te aanvaarden, te dragen of te vertonen, hetzij op een andere wijze, wordt gestraft met geldboete van vijftig euro tot vijfhonderd euro.

  Art. 246. De vervolging van de misdaden en wanbedrijven, vermeld in dit decreet, alsook de burgerlijke rechtsvordering, verjaren na verloop van zes volle maanden vanaf de dag waarop de misdaden en wanbedrijven zijn gepleegd.

  Art. 247. Bij samenloop van verschillende wanbedrijven, vermeld in dit decreet, worden alle straffen samen opgelegd, zonder dat ze het dubbele van het maximum van de zwaarste straf te boven mogen gaan.
  Bij samenloop van een of meer van die wanbedrijven en een van de misdaden vermeld in dit decreet, wordt alleen de op de misdaad gestelde straf uitgesproken.

  Art. 248. Als verzachtende omstandigheden aanwezig zijn kunnen de rechtbanken de straf van opsluiting door een gevangenisstraf van ten minste drie maanden vervangen en de gevangenisstraf tot beneden acht dagen, de geldboete tot beneden zesentwintig euro verminderen.
  De rechtbanken kunnen een van de straffen, vermeld in het eerste lid, afzonderlijk uitspreken, zonder dat de straf lager mag zijn dan een politiestraf.

  HOOFDSTUK 2. - Strafbepalingen met betrekking tot de stemplicht

  Art. 249. Deelneming aan de stemming is verplicht.

  Art. 250. Kiezers die onmogelijk aan de stemming kunnen deelnemen, mogen de redenen van hun onthouding, met de nodige verantwoording, aan de vrederechter meedelen.
  Zij die op de dag van de stemming krachtens een rechterlijke of administratieve beslissing van hun vrijheid beroofd zijn, worden geacht onmogelijk aan de stemming te kunnen deelnemen.

  Art. 251. Er wordt geen vervolging ingesteld, als deze verschoning gegrond wordt geacht door de vrederechter, in overeenstemming met de procureur des Konings.

  Art. 252. Binnen acht dagen na de afkondiging van de namen van de verkozenen maakt de procureur des Konings de lijst op van de kiezers die niet aan de stemming hebben deelgenomen en van wie de verschoning niet is aangenomen. Die kiezers verschijnen op een eenvoudige oproeping voor de politierechtbank, die, nadat ze het openbaar ministerie heeft gehoord, beslist zonder dat de mogelijkheid bestaat om hoger beroep in te dienen.

  Art. 253. Een eerste, niet gewettigde onthouding wordt naargelang van de omstandigheden gestraft met een berisping of met een geldboete van vijf euro tot tien euro.
  Bij herhaling is de geldboete tien euro tot vijfentwintig euro. Een vervangende gevangenisstraf wordt niet uitgesproken.
  Met behoud van de toepassing van de voormelde strafbepalingen wordt de kiezer, als de niet-gewettigde onthouding ten minste viermaal voorkomt binnen vijftien jaar, voor tien jaar van de kiezerslijsten geschrapt en kan hij gedurende die tijd geen benoeming, bevordering of onderscheiding krijgen van een openbare overheid.
  In de gevallen vermeld in dit artikel, kan geen uitstel van de ten uitvoering van de straf worden verleend.
  Tegen een veroordeling bij verstek staat verzet open gedurende zes maanden na de betekening van het vonnis. Het verzet kan worden aangetekend bij eenvoudige verklaring, zonder kosten, op het gemeentehuis.

  Art. 254. Hij die zijn stemplicht verzuimt bij een provincieraadsverkiezing, gemeenteraadsverkiezing, stadsdistrictsraadsverkiezing, na een zelfde verzuim te hebben begaan bij een andere verkiezing, en omgekeerd, is niet in staat van herhaling.
  De bepalingen van dit artikel, als ze de herhaling van een niet-gewettigd verzuim van de stemplicht betreffen, vinden alleen toepassing als de verkiezingen van dezelfde aard zijn.

  Titel 2. - Het taalgebruik bij verkiezingen

  Art. 255. De overheden en alle met stemverrichtingen belaste diensten, zoals onder meer de stembureaus, de telbureaus, de gemeentelijke hoofdbureaus, de stadsdistrictshoofdbureaus, de provinciale hoofdbureaus, de provinciedistrictshoofdbureaus en de kantonhoofdbureaus gebruiken bij alle kiesverrichtingen uitsluitend het Nederlands.

  Art. 256. Alle documenten die in strijd met artikel 255 geheel of gedeeltelijk in een andere taal dan het Nederlands opgesteld zijn, zijn nietig.
  De overheden en diensten, vermeld in artikel 255, moeten de nietige documenten als onbestaand beschouwen, en mogen ze niet aanplakken, gebruiken, tellen of verspreiden.

  Art. 257. De Nederlandse afdeling van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht heeft als taak over de toepassing van de bepalingen over het taalgebruik in dit decreet te waken. Ze beschikt daartoe over alle bevoegdheden, bepaald in artikel 60 en 61 van de gecoördineerde wetten op het taalgebruik in bestuurszaken. Bovendien heeft ze de opdracht om alle documenten die krachtens artikel 256 nietig zijn, onmiddellijk in beslag te nemen en onder verzegeling op haar zetel te bewaren.

  Art. 258. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en met een geldboete van zesentwintig tot vijfhonderd frank of met een van die straffen alleen al wie de bepalingen over het taalgebruik in dit decreet overtreedt.

  Art. 259. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, uitgezonderd hoofdstuk V, maar met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de misdrijven, vermeld in dit hoofdstuk.

  Art. 260. De publieke rechtsvordering wegens overtreding van de bepalingen over het taalgebruik van dit decreet verjaart na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.

  Titel 3. - De kosten van de verkiezingen

  Art. 261.§ 1. De verkiezingsuitgaven voor het verkiezingspapier zijn ten laste van het Vlaamse Gewest.
  § 2. Komen bij de gewone verkiezingen ten laste van de provincies :
  1° het presentiegeld en de reisvergoeding waarop de leden van de [1 stem- en telbureaus]1 aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering;
  2° de reiskosten voorgelegd door de kiezers die op de dag van de verkiezing niet meer in de gemeente verblijven waar ze als kiezers zijn ingeschreven, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering;
  3° de verzekeringspremies om de lichamelijke [1 en stoffelijke]1 schade te dekken die voortvloeit uit ongevallen die de leden van de [1 hoofd-, stem- en telbureaus, en de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger]1 zijn overkomen bij de uitoefening van hun ambt. De Vlaamse Regering bepaalt de regels volgens dewelke die risico's worden gedekt.
  [1 4° de verzekeringspremies om de lichamelijke en stoffelijke schade te dekken die voortvloeit uit ongevallen die de personeelsleden van de Vlaamse overheid en van de lokale en de provinciale besturen zijn overkomen bij de vervulling van taken naar aanleiding van de verkiezingen. De Vlaamse Regering bepaalt volgens welke regels die risico's worden gedekt;
   5° de vergoeding en de reisvergoeding waarop de leden van de gemeentelijke en provinciale hoofdbureaus en van de stads- en provinciedistrictshoofdbureaus aanspraak kunnen maken, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald;
   6° de vergoeding waarop de magistraat, vermeld in artikel 24, eerste en tweede lid, of zijn plaatsvervanger, aanspraak kan maken, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald.]1
  § 3. [1 Alle andere verkiezingsuitgaven dan de uitgaven, vermeld in paragraaf 1 en 2, komen ten laste van de gemeenten.
   De Vlaamse Regering bepaalt de regels om uitgaven op het niveau van het gerechtelijk kanton, het provinciedistrict en de provincie, te verdelen over de gemeenten. De Vlaamse Regering kan de provincies en de gemeenten daarvoor instructies geven.]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 71, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Titel 4. - De waarnemers

  Art. 262. De waarnemers die afkomstig zijn van erkende internationale organisaties of die afgevaardigd zijn door andere landen, kunnen gemachtigd worden alle kiesverrichtingen te volgen. Zij worden in dat geval toegelaten in de verschillende bureaus op voorwaarde dat zij hun door de Vlaamse Regering uitgereikte legitimatiekaart aan de voorzitter voorleggen.

  Deel 6. - Slotbepalingen

  Titel 1. - Wijzigingsbepalingen

  Art. 263. In artikel 5, § 3, eerste lid, van het Gemeentedecreet, gewijzigd bij het decreet van 23 januari 2009, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  "§ 3. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen gemeenteraadsleden per gemeente op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het in aanmerking te nemen inwonertal is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente hadden.".

  Art. 264. In artikel 13, eerste lid, artikel 16, eerste lid, artikel 219, artikel 273, § 1, artikel 297, § 3, en artikel 298, § 2, van hetzelfde decreet, worden de woorden "de Gemeentekieswet" vervangen door de woorden "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

  Art. 265. In artikel 14, 6°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de woorden "artikel 85quater, § 2, van de Gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932" vervangen door de woorden "artikel 205 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

  Art. 266. In artikel 38, § 2, 7°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006, worden de woorden "die, overeenkomstig artikel 23 van de Gemeentekieswet, tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het hoofdstembureau wordt overhandigd" vervangen door de woorden "die, overeenkomstig artikel 70 en 91 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, aan de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau wordt overhandigd".

  Art. 267. In artikel 209, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Artikel 13 van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "Artikel 15, § 5, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

  Art. 268. In artikel 213 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 23 januari 2009, worden de woorden "titel V van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "hoofdstuk 1 van deel 5, titel 1, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011" en worden de woorden "artikel 194" vervangen door de woorden "artikel 234".

  Art. 269. In artikel 5 van het Provinciedecreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt paragraaf 2, eerste lid, vervangen door wat volgt :
  " § 2. Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de provincieraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen provincieraadsleden per provincie op basis van de bevolkingsaantallen van de provincies. Het inwonertal dat in aanmerking moet worden genomen, is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de provincieraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de gemeenten van de desbetreffende provincies hadden. " .

  Art. 269/1. [1 In artikel 5 van het Provinciedecreet, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
   " § 1. De Provincieraad vertegenwoordigt de hele bevolking van de provincie. Hij bestaat, met inbegrip van de leden van de deputatie van de provincieraad die als provincieraadslid werden verkozen, uit :
   1° 63 leden in provincies met minder dan 1 000 000 inwoners;
   2° 72 leden in provincies met 1 000 000 of meer inwoners. ".]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2011-07-08/25, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 03-12-2012>

  Art. 270. In artikel 6, § 1, derde lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006, wordt de eerste zin opgeheven.

  Art. 271. In artikel 13, eerste lid, artikel 16, eerste lid, en artikel 212 van hetzelfde decreet worden de woorden "de provinciekieswet" vervangen door de woorden "het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

  Art. 272. In artikel 202, § 3, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "Artikel 13 van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "Artikel 15, § 5, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011";

  Art. 273. In artikel 206 van hetzelfde decreet worden de woorden "titel V van het Kieswetboek" vervangen door de woorden "hoofdstuk 1 van deel 5, titel 1, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011" en worden de woorden "artikel 194" vervangen door de woorden "artikel 234".

  Art. 274. In artikel 14, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, worden de woorden "artikel 85quater, § 2, van de Gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932" vervangen door de woorden "artikel 205 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

  Art. 275. In artikel 38, § 2, 7°, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 2 juni 2006, worden de woorden "die, overeenkomstig artikel 11 van de provinciekieswet, tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het districtshoofdbureau wordt overhandigd" vervangen door de woorden "die, overeenkomstig artikel 84, 3°, en 100, 8°, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 tegen ontvangstbewijs aan de voorzitter van het provinciedistricts-hoofdbureau wordt overhandigd".

  Art. 276. Artikel 5, § 2, eerste lid, van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt vervangen door wat volgt :
  " Uiterlijk op 1 juni van het jaar waarin de gemeenteraadsverkiezingen zullen plaatsvinden, stelt de Vlaamse Regering een lijst op van het aantal te verkiezen leden van de raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend op basis van de bevolkingsaantallen van de gemeenten. Het in aanmerking te nemen inwonertal is het aantal personen dat ingeschreven is in het rijksregister van de natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen hun hoofdverblijfplaats in de desbetreffende gemeente hadden. ".

  Art. 277. In artikel 7 van hetzelfde decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid, 2°, wordt het woord "volle" geschrapt;
  2° in het eerste lid, 4°, worden de woorden "in artikel 65 van de Gemeentekieswet" vervangen door de woorden "in artikel 58 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;
  3° in het tweede lid worden de woorden "Artikel 65, tweede lid, van de Gemeentekieswet" vervangen door de woorden "Artikel 58, tweede lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011".

  Art. 278. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, eerste lid, worden de woorden "bij het secretariaat van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen worden ingediend, hetzij met een aangetekende brief, hetzij met een brief, afgegeven tegen ontvangstbewijs" vervangen door de woorden "aan de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen tegen ontvangstbewijs worden overhandigd, of aangetekend via de post worden verzonden,";
  2° in § 4, tweede lid, worden de woorden ", dat uitdrukkelijk de intrekking van het eerdere verzoekschrift bevestigt" opgeheven;
  3° in § 4, vijfde lid, worden de woorden "artikel 85ter, § 6, van de Gemeentekieswet," vervangen door de woorden "artikel 212 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;
  4° in § 7 wordt het woord "dertig" vervangen door "veertig";
  5° aan § 8, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd : "De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de leden van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.";
  6° in § 9, tweede lid, wordt tussen de woorden "aan de gemeente" en "en aan de verkozenen" de volgende woorden ingevoegd : ", aan de voorzitter van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen".

  Art. 279. Het opschrift van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provincieraden, de gemeenteraden en de districtsraden wordt vervangen door wat volgt :
  " Decreet houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement. " .

  Titel 2. - Opheffingsbepalingen

  Art. 280.De volgende bepalingen van de Gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932, worden opgeheven :
  1° artikel 1;
  2° [1 ...]1
  3° [1 ...]1
  4° artikel 2;
  5° artikel 3;
  6° artikel 4;
  7° artikel 5, eerste lid, met uitzondering voor wat de gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, Voeren en Komen-Waasten betreft de bepaling die betrekking heeft op het verzenden door het gemeentebestuur van twee exemplaren van de lijst der gemeenteraadskiezers aan de provinciegouverneur of zijn gemachtigde;
  8° artikel 6;
  9° artikel 7;
  10° artikel 8, eerste tot en met vierde lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepalingen met betrekking tot de bevoegdheden die zijn toegekend aan de provinciegouverneur of aan zijn gemachtigde;
  11° artikel 9;
  12° artikel 10;
  13° artikel 11;
  14° artikel 12;
  15° artikel 13;
  16° artikel 14;
  17° artikel 15;
  18° artikel 16;
  19° artikel 17;
  20° artikel 18;
  21° artikel 19;
  22° artikel 20;
  23° artikel 21;
  24° artikel 22;
  25° artikel 22bis ;
  26° artikel 23;
  27° artikel 23ter met uitzondering voor wat betreft de bepalingen die betrekking hebben op de Brusselse instellingen en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn in Komen-Waasten, Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  28° artikel 24;
  29° artikel 24bis ;
  30° artikel 25;
  31° artikel 26;
  32° artikel 27;
  33° artikel 28;
  34° artikel 29;
  35° artikel 30, met uitzondering voor wat betreft de voorschriften met betrekking tot de opmaak van het stembiljet in Komen-Waasten, Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van talen in bestuurszaken;
  36° artikel 30ter ;
  <37° artikel 31;
  38° artikel 32;
  39° artikel 33;
  40° artikel 34;
  41° artikel 35;
  42° artikel 36;
  43° artikel 37;
  44° artikel 38;
  45° artikel 40;
  46° artikel 41;
  47° artikel 42;
  48° artikel 42bis ;
  49° artikel 43;
  50° artikel 44;
  51° artikel 45;
  52° artikel 46;
  53° artikel 47;
  54° artikel 48;
  55° artikel 49;
  56° artikel 50;
  57° artikel 51;
  58° artikel 52;
  59° artikel 53;
  60° artikel 54;
  61° artikel 55;
  62° artikel 56, met uitzondering voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen en van de leden van het vast bureau in Komen-Waasten, Voeren en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  63° artikel 57;
  64° artikel 57bis ;
  65° artikel 58;
  66° artikel 58bis ;
  67° artikel 59;
  68° artikel 60;
  69° artikel 61;
  70° artikel 62;
  71° artikel 64;
  72° artikel 65;
  73° artikel 74, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren; Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  74° artikel 74bis, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  75° artikel 75, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  76° artikel 76, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  77° artikel 76bis, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  78° artikel 77, met uitzondering voor wat betreft de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad en voor wat betreft de rechtstreekse verkiezing van de schepenen, van de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn en van de leden van het vast bureau in Voeren, Komen-Waasten en in de gemeenten, vermeld in artikel 7 van de wet van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken;
  79° artikel 84;
  80° artikel 84bis ;
  81° artikel 85;
  82° artikel 85bis ;
  83° artikel 85ter ;
  84° artikel 85quater ;
  85° artikel 85quinquies ;
  86° artikel 85sexies ;
  87° artikel 85septies ;
  88° artikel 85octies ;
  89° artikel 85novies ;
  90° artikel 85decies ;
  91° artikel 85undecies ;
  92° [1 ...]1
  93° artikel 87;
  94° artikel 88;
  95° artikel 89;
  96° artikel 90;
  97° artikel 91;
  98° artikel 92;
  99° artikel 93;
  100° artikel 94;
  101° artikel 95;
  102° artikel 96;
  103° artikel 97;
  104° artikel 98;
  105° artikel 99;
  106° artikel 101;
  107° artikel 102;
  108° artikel 103;
  109° artikel 104;
  110° artikel 105;
  111° artikel 106;
  112° artikel 107;
  113° artikel 108;
  114° artikel 109;
  115° artikel 110;
  116° artikel 111;
  117° artikel 112;
  118° artikel 113;
  119° artikel 114;
  120° artikel 115;
  121° artikel 116;
  122° artikel 117.
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 72, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>

  Art. 281. De volgende bepalingen van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen worden opgeheven :
  1° artikel 1;
  2° artikel 1bis ;
  3° artikel 1ter ;
  4° artikel 1quater ;
  5° artikel 1quinquies ;
  6° artikel 1sexies ;
  7° artikel 2, § 1;
  8° artikel 2, § 2, eerste tot en met derde lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepalingen met betrekking tot de bevoegdheden die zijn toegekend aan de provinciegouverneur of aan zijn afgevaardigde;
  9° artikel 3;
  10° artikel 3bis, eerste lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepaling met betrekking tot de verzending van twee voor echt verklaarde uittreksels uit de lijst der kiezers;
  11° artikel 3ter ;
  12° artikel 3sexies ;
  13° artikel 3septies ;
  14° artikel 3octies ;
  15° artikel 3novies, eerste lid, met uitzondering voor wat betreft Voeren en Komen-Waasten de bepaling met betrekking tot het afschrift van de lijst met de samenstelling van de stembureaus;
  16° artikel 3novies, derde lid;
  17° artikel 3decies ;
  18° artikel 3undecies ;
  19° artikel 4;
  20° artikel 5, eerste lid;
  21° artikel 5, tweede lid, met uitzondering voor wat Voeren en Komen-Waasten betreft;
  22° artikel 5, vierde tot en met achtste lid;
  23° artikel 8;
  24° artikel 9;
  25° artikel 9bis ;
  26° artikel 9ter ;
  27° artikel 9quater ;
  28° artikel 9quinquies ;
  29° artikel 9sexies ;
  30° artikel 9septies ;
  31° artikel 10;
  32° artikel 11, met uitzondering van het vijfde lid voor zover het betrekking heeft op de gemeenten die deel uitmaken van het Duits taalgebied;
  33° artikel 11bis ;
  34° artikel 12;
  35° artikel 13;
  36° artikel 14;
  37° artikel 15;
  38° artikel 16;
  39° artikel 17;
  40° artikel 18;
  41° artikel 18bis ;
  42° artikel 19;
  43° artikel 20;
  44° artikel 21;
  45° artikel 21bis ;
  46° artikel 21ter ;
  47° artikel 22;
  48° artikel 23;
  49° artikel 29;
  50° artikel 32;
  51° artikel 36;
  52° artikel 37;
  53° artikel 37/1;
  54° artikel 37bis ;
  55° artikel 37ter ;
  56° artikel 37quater ;
  57° artikel 37quinques ;
  58° artikel 37sexies ;
  59° artikel 37septies ;
  60° artikel 37octies ;
  61° artikel 37novies ;
  62° artikel 37decies ;
  63° artikel 37undecies ;
  64° artikel 38;
  65° artikel 43, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de provincie Waals-Brabant.

  Art. 282. Het decreet van 18 mei 1994 houdende regeling van het taalgebruik bij de verkiezingen wordt opgeheven voor wat betreft de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen.

  Art. 283. Hoofdstuk IIIbis van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provincieraden, de gemeenteraden en de districtraden, wordt opgeheven.

  Titel 3. - Overgangsbepalingen

  Art. 284. Bezwaren die ingediend zijn bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen voor 1 maart 2012, zullen behandeld worden overeenkomstig de bepalingen houdende de organisatie van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die van toepassing zijn voor 1 maart 2012.
  Bezwaren die ingediend zijn bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen vanaf 1 maart 2012, zullen behandeld worden overeenkomstig de bepalingen houdende de organisatie van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen die van toepassing zijn vanaf 1 maart 2012.

  Art. 285. Tot de inwerkingtreding van artikel 71, eerste lid, geldt de volgende bepaling :
  " De voordrachtsakte vermeldt de voornaam of voornamen en achternaam, eventueel de roepnaam, de geboortedatum, het geslacht, het rijksregisternummer, het beroep, de hoofdverblijfplaats en de handtekening van de kandidaten en in voorkomend geval van de kiezers die hen voordragen. Ze vermeldt eveneens de lijstnaam die boven de kandidatenlijst op het stembiljet moet staan. De naam van de vrouwelijke kandidaat die gehuwd of weduwe is, mag voorafgegaan worden door de naam van haar echtgenoot of echtgenote of van haar overleden echtgenoot of echtgenote. De naam van de mannelijke kandidaat die gehuwd of weduwnaar is, mag worden gevolgd door de naam van zijn echtgenote of echtgenoot of van zijn overleden echtgenote of echtgenoot. Voor de toepassing van deze bepaling worden de personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben afgesloten, met echtgenoten gelijkgesteld. ".

  Titel 4. - Bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding

  Art. 286. Dit decreet treedt in werking op de tiende dag na datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de bepalingen, vermeld in het tweede en het derde lid.
  Artikel 202 tot en met 205, artikel 207 tot en met 217, artikel 265, artikel 274, artikel 278, artikel 280, 82° tot en met 91°, en artikel 281, 53°, treden in werking op 1 maart 2012.
  Artikel 71, eerste lid, treedt in werking op 1 januari 2018.

  BIJLAGE.

  Art. N.[1 Lijst van de provinciedistricten en de aanwijzing van de provinciedistricthoofdplaats als vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid
  
   Provincie ANTWERPEN
   Provinciaal kiesarrondissement Antwerpen
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Antwerpen Antwerpen (1) (2)
 Aartselaar
 Boechout
 Boom
 Borsbeek
 Brasschaat
 Brecht
 Edegem
 Essen
 Hemiksem
 Hove
 Kalmthout
 Kapellen
 Kontich
 Lint
 Malle
 Mortsel
 Niel
 Ranst
 Rumst
 Schelle
 Schilde
 Schoten
 Stabroek
 Wijnegem
 Wommelgem
 Wuustwezel
 Zandhoven
 Zoersel
 Zwijndrecht

Provinciaal kiesarrondissement Mechelen-Turnhout
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Mechelen Mechelen (2)
 Berlaar
 Bonheiden
 Bornem
 Duffel
 Heist-op-den-Berg
 Lier
 Nijlen
 Putte
 Puurs
 Sint-Amands
 Sint-Katelijne-Waver
 Willebroek
Turnhout Turnhout (2)
 Arendonk
 Baarle-Hertog
 Balen
 Beerse
 Dessel
 Geel
 Grobbendonk
 Herentals
 Herenthout
 Herselt
 Hoogstraten
 Hulshout
 Kasterlee
 Laakdal
 Lille
 Meerhout
 Merksplas
 Mol
 Olen
 Oud-Turnhout
 Ravels
 Retie
 Rijkevorsel
 Vorselaar
 Vosselaar
 Westerlo

Provincie LIMBURG
   Provinciaal kiesarrondissement Limburg
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Hasselt Hasselt (1) (2)
 As
 Beringen
 Diepenbeek
 Genk
 Gingelom
 Halen
 Ham
 Herk-de-Stad
 Heusden-Zolder
 Leopoldsburg
 Lummen
 Nieuwerkerken
 Sint-Truiden
 Tessenderlo
 Zonhoven
 Zutendaal
Maaseik Maaseik (2)
 Bree
 Bocholt
 Dilsen-Stokkem
 Hamont-Achel
 Hechtel-Eksel
 Houthalen-Helchteren
 Kinrooi
 Lommel
 Meeuwen-Gruitrode
 Neerpelt
 Opglabbeek
 Overpelt
 Peer
Tongeren Tongeren (2)
 Alken
 Bilzen
 Borgloon
 Heers
 Herstappe
 Hoeselt
 Kortessem
 Lanaken
 Maasmechelen
 Riemst
 Voeren
 Wellen

Provincie OOST-VLAANDEREN
   Provinciaal kiesarrondissement Gent
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Gent Gent (1) (2)
 Aalter
 Assenede
 De Pinte
 Deinze
 Destelbergen
 Eeklo
 Evergem
 Gavere
 Kaprijke
 Knesselare
 Lochristi
 Lovendegem
 Maldegem
 Melle
 Merelbeke
 Moerbeke
 Nazareth
 Nevele
 Oosterzele
 Sint-Laureins
 Sint-Martens-Latem
 Waarschoot
 Wachtebeke
 Zelzate
 Zomergem
 Zulte

Provinciaal kiesarrondissement Aalst-Oudenaarde
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Aalst-Oudenaarde Aalst (2)
 Brakel
 Denderleeuw
 Erpe-Mere
 Geraardsbergen
 Haaltert
 Herzele
 Horebeke
 Kluisbergen
 Kruishoutem
 Lede
 Lierde
 Maarkedal
 Ninove
 Oudenaarde
 Ronse
 Sint-Lievens-Houtem
 Wortegem-Petegem
 Zingem
 Zottegem
 Zwalm

Provinciaal kiesarrondissement Dendermonde-Sint-Niklaas
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Dendermonde-Sint-Niklaas Sint-Niklaas (2)
 Berlare
 Beveren
 Buggenhout
 Dendermonde
 Hamme
 Kruibeke
 Laarne
 Lebbeke
 Lokeren
 Sint-Gillis-Waas
 Stekene
 Temse
 Waasmunster
 Wetteren
 Wichelen
 Zele

Provincie VLAAMS-BRABANT
   Provinciaal kiesarrondissement Leuven
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Leuven Leuven (1) (2)
 Aarschot
 Begijnendijk
 Bertem
 Bekkevoort
 Bierbeek
 Boortmeerbeek
 Boutersem
 Diest
 Geetbets
 Glabbeek
 Haacht
 Herent
 Hoegaarden
 Holsbeek
 Huldenberg
 Keerbergen
 Kortenaken
 Kortenberg
 Landen
 Linter
 Lubbeek
 Oud-Heverlee
 Rotselaar
 Scherpenheuvel-Zichem
 Tervuren
 Tielt-Winge
 Tienen
 Tremelo
 Zoutleeuw

Provinciaal kiesarrondissement HALLE-VILVOORDE
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Halle-Vilvoorde Vilvoorde (2)
 Affligem
 Asse
 Beersel
 Bever
 Dilbeek
 Drogenbos
 Galmaarden
 Gooik
 Grimbergen
 Halle
 Herne
 Hoeilaart
 Kampenhout
 Kapelle-op-den-Bos
 Kraainem
 Lennik
 Liedekerke
 Linkebeek
 Londerzeel
 Machelen
 Meise
 Merchtem
 Opwijk
 Overijse
 Pepingen
 Sint-Genesius-Rode
 Sint-Pieters-Leeuw
 Steenokkerzeel
 Ternat
 Roosdaal
 Wemmel
 Wezembeek-Oppem
 Zaventem
 Zemst

Provincie WEST-VLAANDEREN
   Provinciaal kiesarrondissement Brugge
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Brugge Brugge (1) (2)
 Beernem
 Blankenberge
 Damme
 Jabbeke
 Knokke-Heist
 Oostkamp
 Torhout
 Zedelgem
 Zuienkerke

Provinciaal kiesarrondissement Ieper-Oostende-Diksmuide
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Ieper-Oostende-Diksmuide Oostende (2)
 Alveringem
 Bredene
 De Haan
 De Panne
 Diksmuide
 Gistel
 Heuvelland
 Houthulst
 Ichtegem
 Ieper
 Koekelare
 Koksijde
 Kortemark
 Langemark-Poelkapelle
 Lo-Reninge
 Mesen
 Middelkerke
 Nieuwpoort
 Oudenburg
 Poperinge
 Veurne
 Vleteren
 Wervik
 Zonnebeke

Provinciaal kiesarrondissement Kortrijk-Roeselare-Tielt
  

  
  
provinciedistrict gemeente
Kortrijk-Roeselare-Tielt Kortrijk (2)
 Anzegem
 Ardooie
 Avelgem
 Deerlijk
 Dentergem
 Harelbeke
 Hooglede
 Ingelmunster
 Izegem
 Kuurne
 Ledegem
 Lendelede
 Lichtervelde
 Menen
 Meulebeke
 Moorslede
 Pittem
 Oostrozebeke
 Roeselare
 Ruiselede
 Spiere-Helkijn
 Staden
 Tielt
 Waregem
 Wevelgem
 Wielsbeke
 Wingene
 Zwevegem

(1) hoofdplaats van de provincie
   (2) hoofdplaats van het provinciedistrict]1
  ----------
  (1)<DVR 2017-06-30/30, art. 73, 007; Inwerkingtreding : 24-08-2017>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 8 juli 2011.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand,
G. BOURGEOIS

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :
Erratum Tekst Begin

BEELD
2012035112
PUBLICATIE :
2012-02-06
bladzijde : 8424

Errata



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 25-05-2018 GEPUBL. OP 15-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 71)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-05-2018 GEPUBL. OP 01-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 22-12-2017 GEPUBL. OP 15-02-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 7; 73; 201/1; 218)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-06-2017 GEPUBL. OP 14-08-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 16; 20; 23; 24; 25; 26; 37; 38; 39; 40; 42; 43; 44; 45; 46; 47; 48; 49; 50; 53; 54; 55; 56; 59; 60; 61; 63; 64; 65; 66; 67; 68; 70; 71; 73; 77; 79; 83; 84; 86; 87; 91; 92; 98; 99; 100; 112; 114; 115; 116; 117; 118; 119; 126; 127; 134; 137; 146; 154; 159; 161; 162; 171; 173; 186; 188; 218; 219; 244; 261; 280; N)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 30-06-2017 GEPUBL. OP 12-07-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 101-109; 113; 179; 181; 219)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 24-06-2016 GEPUBL. OP 19-08-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 218; )
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 03-06-2016 GEPUBL. OP 08-07-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 190; 191; 193; 194; 195; 195/1; 195,/2; 196; 197; 198; 198/1; 198/2; 199; 199/1; 200; 201; 201/1; 205)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 04-04-2014 GEPUBL. OP 01-10-2014
    (GEWIJZIGDE ART. : 202; 206; 207-215; 2016; 217)
  • BEELD
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-07-2011 GEPUBL. OP 25-08-2011
    (GEWIJZIGDE ART. : 178/1; 269/1)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
        Zitting 2010-2011. Stukken - Ontwerp van decreet : 1084 - Nr. 1 - Amendementen : 1084 - Nr. 2 t.e.m. 4 - Advies van de Raad van State : 1084 - Nr. 5 - Amendementen : 1084 - Nr. 6 en 7 - Verslag : 1084 - Nr. 8 - Amendementen : 1084 - Nr. 9 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1084 - Nr. 10 Handelingen - Bespreking en aanneming : Vergadering van 29 juni 2011.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 47 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie