J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/decreet/2006/06/16/2006036572/justel

Titel
16 JUNI 2006. - Decreet betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum.
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-10-2006 en tekstbijwerking tot 02-09-2019)

Bron : VLAAMSE GEMEENSCHAP
Publicatie : 26-10-2006 nummer :   2006036572 bladzijde : 57703       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2006-06-16/51
Inwerkingtreding : 05-11-2006

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1999035415        1936050552        1995036105       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Art. 1-3
HOOFDSTUK II. - Taken, bevoegdheden en organisatie van het begeleiden van de scheepvaart in het algemeen.
Art. 4, 4bis, 5-6, 6bis
HOOFDSTUK III. - Het verkeersbegeleidingssysteem.
Afdeling I. - Territoriale bevoegdheid en doelstelling.
Art. 7-8
Afdeling II. - Melding en beheer van gegevens.
Art. 9-15
Afdeling III. - Begeleiding van vaartuigen in het VBS-werkingsgebied.
Art. 16-30
Afdeling IV. - Maatregelen in verband met het verkeer naar, van en in de havens en op de waterwegen.
Art. 31, 31bis, 32-33
Afdeling V. - Infrastructuur.
Art. 34-36
Afdeling VI. - Retributies.
Art. 37, 37bis, 38-41
HOOFDSTUK IV. - MRCC en het optreden bij scheepvaartincidenten.
Art. 42-43, 43bis, 44-52
HOOFDSTUK V. - Sancties.
Art. 53-55
HOOFDSTUK VI. - Aansprakelijkheid.
Art. 56-57
HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.
Art. 58-70

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

  Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

  Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :
  1° verkeersbegeleidingssysteem, afgekort VBS : het geheel van instanties dat is opgezet om de veiligheid en de efficiëntie van het scheepsverkeer te verbeteren en het milieu te beschermen, dat in het verkeer kan interveniëren en dat op verkeerssituaties die zich in het VBS-werkingsgebied voordoen, kan reageren;
  2° VBS-werkingsgebied : de wateren waar daadwerkelijk het verkeersbegeleidingssysteem wordt georganiseerd;
  3° Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum, afgekort MRCC : het kuststation dat is opgezet voor de coördinatie van de opsporings- en reddingsactiviteiten binnen het opsporings- en reddingsgebied, alsmede om adequaat op scheepvaartincidenten te reageren;
  4° opsporings- en reddingsgebied : de wateren waar het MRCC daadwerkelijk optreedt, conform internationale bepalingen of afspraken;
  5° Maritieme Assistentiedienst, afgekort MAS : een maritieme raadgevende dienst, verantwoordelijk om incidentenrapporten in ontvangst te nemen, en contactpunt tussen de kapitein en de autoriteiten van de kuststaat in geval van een incident [1 , overeenkomstig de MAS-resolutie]1;
  6° bevoegde instantie : de door de Vlaamse Regering met de in dit decreet vermelde taken belaste dienst of diensten van het Vlaamse Gewest;
  7° havenkapitein : de havenkapitein zoals omschreven in de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins;
  8° havengebied : de havengebieden zoals omschreven in het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens en bijbehorende uitvoeringsbesluiten;
  9° havenbedrijf : het havenbedrijf zoals gedefinieerd in het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens en bijbehorende uitvoeringsbesluiten;
  10° vaartuig : elk drijvend tuig, met of zonder eigen beweegkracht, met of zonder waterverplaatsing, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel om zich te verplaatsen in, over of onder water, met inbegrip van de niet- blijvend aan de wal of aan de bodem verbonden installaties;
  11° exploitant : de reder of beheerder van een vaartuig;
  12° maatschappij : de maatschappij, vermeld in voorschrift 1.2 van hoofdstuk IX van het SOLAS-verdrag;
  13° gezagvoerder : de kapitein, schipper en eenieder die de feitelijke leiding heeft over een vaartuig;
  14° scheepsagent : de persoon die opdracht of toestemming heeft om namens de exploitant van een schip informatie te verstrekken;
  15° vaarwegmarkering : het door middel van betonning, bebakening of verlichting aangeven van vaarroutes, vaargeulen, vaarrichtingen en mogelijke gevaren voor de scheepvaart;
  16° verkeersteken : een in, naast of boven een vaarweg aangebracht voorwerp of aangebrachte combinatie van voorwerpen waarmee aan het scheepvaartverkeer een van de volgende inlichtingen worden gegeven :
  a) een inlichting over de toestand in een bepaald gedeelte van een vaarweg;
  b) een inlichting, aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag in een bepaald gedeelte van een vaarweg;
  17° scheepsrouteringssysteem : een systeem van een of meer routes of routeringsmaatregelen om het risico van scheepsongevallen te verkleinen dat bestaat uit verkeersscheidingsstelsels, vaarwegen voor tweerichtingsverkeer, aanbevolen koerslijnen, gebieden die moeten worden gemeden, zones voor kustverkeer, rotondes, voorzorgsgebieden en diepwaterroutes, voorzover het betrekking heeft op het gebruik en de bescherming van de vaarweg en/of erop gericht is het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden;
  18° toevluchtsoord : een voor de opvang van een vaartuig in nood aangewezen haven, deel van een haven of andere beschutte aanleg- of ankerplaats dan wel veilig gebied;
  19° kuststation : een door een lidstaat van de Europese Unie uit hoofde van de Monitoringrichtlijn aangewezen walinstallatie, belast met een door de Internationale Maritieme Organisatie goedgekeurd systeem van verplichte melding of organisatie, belast met de coördinatie van opsporings- of reddingsoperaties;
  20° ongeval : een ongeval in de zin van de IMO-code voor het onderzoek naar ongevallen en incidenten en ongevallen op zee;
  21° scheepvaartactoren : alle publieke en private belanghebbenden bij de afwikkeling van het scheepvaartverkeer, waaronder de waterweg- en havenbedrijven, de vaarwegbeheerders, de loodsdiensten, de sleepdiensten, [1 de vast-, en]1 losmaakdiensten, de Dienst Afzonderlijk Beheer Vloot, de reders, de scheepsagenten en de terminalexploitanten;
  22° toelatingsbeleid : het vaststellen van de voorwaarden waaronder vaartuigen kunnen gebruikmaken van het VBS-werkingsgebied, in overleg met de betrokkenen, in het bijzonder met de loodsdienst van het Vlaamse Gewesten de havenkapiteinsdienst;
  23° ketenbenadering : een geďntegreerde organisatie van de verkeersbegeleidingssystemen en de scheepvaartactoren, waarbij de vaartrajecten vanaf zee tot aan de ligplaats, en omgekeerd, worden beschouwd als onderdeel van één aaneengesloten keten, teneinde een optimale verkeersafwikkeling te bekomen. Hierbij wordt de optimalisatie van de volledige scheepsreis beoogd en niet de optimalisatie van de werking van één der scheepvaartactoren;
  24° vaarplan : de planning in het kader van het toelatingsbeleid, op grond van de ketenbenadering, voor de opvaart of afvaart van een vaartuig in het VBS-werkingsgebied;
  25° FAL-verdrag : het verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationaal verkeer ter zee, ondertekend in Londen op 9 april 1965, met bijbehorende protocollen [1 , en latere wijzigingen]1;
  26° SOLAS-verdrag : het internationaal verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, ondertekend in Londen op 1 november 1974, met bijbehorende protocollen [1 , en latere wijzigingen]1;
  27° SAR-verdrag : het internationaal verdrag inzake opsporing en redding op zee, ondertekend in Hamburg op 27 april 1979, met bijbehorende protocollen [1 , en latere wijzigingen]1;
  28° MARPOL-verdrag : het internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973 en het bijbehorende protocol van 1978 [1 , en latere wijzigingen]1;
  29° VN-Zeerechtverdrag : het verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, ondertekend in Montego Bay op 10 december 1982 met de overeenkomst betreffende de uitvoering van deel XI van voornoemd verdrag, ondertekend in New York op 29 juli 1994 [1 , en latere wijzigingen]1;
  30° Vredesverdrag : het definitieve vredestraktaat tussen België en Nederland, ondertekend in Londen op 19 april 1839 [1 , en latere wijzigingen]1;
  31° Scheldeverlichtingsverdrag : het verdrag tussen [1 België]1 en Nederland regelende de verlichting en de bebakening van de Westerschelde en hare mondingen, ondertekend in 's-Gravenhage op 23 oktober 1957 [1 , en latere wijzigingen]1;
  32° Schelderadarverdrag : de overeenkomst tussen België en Nederland inzake het aanleggen van een walradarketen langs de Westerschelde en haar mondingen, ondertekend in Brussel op 29 november 1978, en gewijzigd door notawisselingen van 10 en 15 mei 1984 en van 22 maart 2000 en 25 juni 2002 [1 , en latere wijzigingen]1;
  33° Scheldereglement : het verdrag tussen het Vlaamse Gewest, België en Nederland tot herziening van het reglement ter uitvoering van artikel IX van het traktaat van 19 april 1839 en van hoofdstuk II, afdeling 1 en 2, van het traktaat van 5 november 1842, zoals gewijzigd, voor het loodswezen en het gemeenschappelijke toezicht daarop (Scheldereglement), ondertekend in Middelburg op 11 januari 1995, en de uitvoeringsbesluiten [1 , en latere wijzigingen]1;
  34° Monitoringrichtlijn : Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad [1 , en latere wijzigingen]1;
  35° ISPS-Verordening : Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten [1 , en latere wijzigingen]1;
  36° Havendecreet : het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, en de uitvoeringsbesluiten;
  37° Loodsdecreet : het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaams Gewest en betreffende de brevetten van havenloods en bootsman, en de uitvoeringsbesluiten;
  38° nautische publicaties : officiële schriftelijke berichten van het verkeersbegeleidingssysteem, gericht aan alle scheepvaartactoren;
  39° minister : de minister die het begeleiden van de scheepvaart en de organisatie van het MRCC in zijn bevoegdheid heeft;
  40° informatie : betreft onder meer verkeersbewegingen, meteorologische omstandigheden en/of bijzonderheden, veiligheidsaangelegenheden, verkeerssituaties, de positie van het betrokken vaartuig en deze van vaartuigen in de omgeving, de identiteit en de bedoelingen van de vaartuigen in de omgeving, de toestand van de vaarweg en alle andere inlichtingen belangrijk in het kader van een veilige en vlotte afhandeling van het scheepvaartverkeer of die van invloed kunnen zijn op de voortgang van het betrokken schip zonder onnodige tussenkomst in gebruikelijke navigatie van een vaartuig of de aanvaarde relatie tussen de gezagvoerder en de loods;
  41° navigatie-assistentie : de dienstverlening tijdens moeilijke navigatie- of meteorologische omstandigheden, bij storingen of gebreken, of indien de scheepvaart dit vereist, of ter voorkoming van enige calamiteit, verstrekt op verzoek van een vaartuig of wanneer zulks door het verkeersbegeleidingssysteem nodig wordt geacht;
  42° verkeersorganisatie : het ordenen van het scheepvaartverkeer om het ontstaan van gevaarlijke situaties of opstoppingen te voorkomen, in het bijzonder bij hoge scheepvaartverkeersdichtheid of wanneer speciale transporten een invloed kunnen hebben op het gewone scheepvaartverkeer, om de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer in de betrokken gebieden mogelijk te maken, of wanneer de veiligheid van mensenlevens of de bescherming van het milieu of eigendommen zulks vereist. Hiertoe kan een systeem van op- of afvaarttoelatingen, of vaarplannen worden ingesteld, toekenning van ruimte, rapportering over bewegingen in het VBS-werkingsgebied, te volgen routes, snelheidsbeperkingen of andere aangepaste maatregelen die door het verkeersbegeleidingssysteem nodig geacht worden;
  43° verkeersaanwijzing : een door een daartoe bevoegd persoon gegeven gebod om een bepaald resultaat in het verkeersgedrag te bewerkstelligen of opgelegd verbod van een bepaald resultaat in het verkeersgedrag;
  44° RIS-richtlijn : Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap [1 , en latere wijzigingen]1;
  [1 45° MAS-resolutie : resolutie A.950(23) van de Internationale Maritieme Organisatie, " Maritime Assistance Services (MAS) " genaamd, en latere wijzigingen;
   46° schip dat bijstand behoeft : een schip in omstandigheden die gevaar voor verlies van het schip, voor het milieu of voor de scheepvaart kunnen opleveren, onverminderd de bepalingen van het SAR-verdrag;
   47° Toevluchtsoordenresolutie : resolutie A.949(23) van de Internationale Maritieme Organisatie, " Guidelines on places of refuge for ships in need of assistance " genaamd, en latere wijzigingen;
   48° samenwerkingsakkoord Kustwacht : samenwerkingsakkoord van 8 juli 2005 tussen de Federale Staat en het Vlaamse Gewest betreffende de oprichting van en de samenwerking in een structuur Kustwacht;
   49° PSC-richtlijn : richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole, en latere wijzigingen;]1
  [2 50° richtlijn Onderzoek Ongevallen : richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de richtlijn 1999/35/EG van de Raad en richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad, en latere wijzigingen.]2
  § 2. De Vlaamse Regering kan de in § 1 omschreven begrippen alsmede de andere in dit decreet gebruikte begrippen aanvullend of specifiek omschrijven, met het oog op de regeling van de in dit decreet geregelde aangelegenheden of de bepaling van het toepassingsgebied van door of krachtens dit decreet bepaalde regelen.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>
  (2)<DVR 2013-07-12/14, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 19-08-2013>

  Art. 3.Dit decreet regelt onder meer de omzetting van de Monitoringrichtlijn [2 , de PSC-richtlijn en de richtlijn Onderzoek Ongevallen]2.
  Dit decreet geldt onverminderd de volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke rechten en verplichtingen van het Vlaamse Gewest met betrekking tot de erin geregelde aangelegenheden, in het bijzonder die welke opgenomen zijn in het VN-Zeerechtverdrag, het FAL-verdrag, het SOLAS-verdrag, het SAR-verdrag, liet MARPOL-verdrag, liet Vredesverdrag, het Scheldeverlichtingsverdrag, het Schelderadarverdrag, het Scheldereglement, de ISPS-Verordening, de RIS-richtlijn en de verdragen en andere volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke regelen die met betrekking tot deze aangelegenheden later zullen worden vastgesteld, met inbegrip van de regelen die vastgesteld zijn door de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>
  (2)<DVR 2013-07-12/14, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 19-08-2013>

  HOOFDSTUK II. - Taken, bevoegdheden en organisatie van het begeleiden van de scheepvaart in het algemeen.

  Art. 4.§ 1. Het begeleiden van de scheepvaart behelst de volgende taken :
  1° het organiseren en beheren van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het VBS-werkingsgebied, vermeld in artikel 7, met inbegrip van het centraal beheersysteem, vermeld in artikel 13, en het treffen van maatregelen om een goede uitvoering van en coördinatie met de bevoegde diensten buiten het VBS-werkingsgebied te bevorderen;
  2° het opstarten, de ondersteuning, de coördinatie en het beëindigen van reddings- en opsporingsacties binnen het opsporings- en reddingsgebied en, in het algemeen, het optreden als MRCC;
  3° [1 het treffen]1 van alle maatregelen die de uitvoering van de taken, vermeld in 1° en 2°, rechtstreeks of onrechtstreeks ondersteunen;
  4° het loodsen van de schepen conform het Loodsdecreet.
  § 2. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instanties aan die belast zijn met de uitvoering van de taken, vermeld in dit decreet. Binnen het havengebied is de havenkapiteinsdienst de bevoegde instantie, tenzij dat uitdrukkelijk anders werd overeengekomen tussen de minister en het havenbedrijf in kwestie.
  § 3. Bij de uitvoering van de door of krachtens dit decreet bepaalde taken, treden de met het begeleiden van de scheepvaart belaste personeelsleden enkel op als ondersteuner van de gezagvoerder; de houders van het loodsbrevet die deel uitmaken van de loodsdienst zoals bedoeld in het Loodsdecreet treden op als raadgever van de gezagvoerder, conform het Loodsdecreet.
  § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels betreffende de opleiding en de kwalificatie van liet personeel dat belast is met de uitvoering van de taken, vermeld in dit decreet.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 4bis. [1 § 1. De bevoegde instanties die taken uitoefenen in het kader van dit decreet, brengen de bevoegde federale onderzoeksinstantie, opgericht ter uitvoering van de richtlijn onderzoek ongevallen, onverwijld in kennis van elk ongeval of incident. De Vlaamse Regering kan de ongevallen en incidenten die onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen, nader omschrijven.
   De Vlaamse Regering kan de nadere regels voor de melding aan de bevoegde onderzoeksinstantie, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
   § 2. De bevoegde instanties, die taken uitoefenen in het kader van dit decreet, leveren de nodige ondersteuning aan de bevoegde onderzoeksinstantie, vermeld in paragraaf 1.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2013-07-12/14, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 19-08-2013>

  Art. 5. Ter uitvoering van de met het Koninkrijk der Nederlanden overeengekomen regelen, vermeld in artikel 3, tweede lid, de regelen, vastgesteld door de Permanente Commissie van Toezicht op de Scheldevaart, of andere volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke regelen, en, bij ontstentenis van dergelijke regelen, telkens als de omstandigheden dat vereisen, maar alsdan met uitdrukkelijke of stilzwijgende toestemming van de betrokken staten die over de betrokken wateren soevereiniteit of soevereine rechten uitoefenen, en overeenkomstig eventueel nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen, kunnen de werking van het verkeersbegeleidingssysteem en het MRCC zich uitstrekken en kunnen de personeelsleden van de bevoegde instantie als ondersteuner optreden buiten de grenzen van het Koninkrijk België en de wateren waar het Koninkrijk België soevereiniteit of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de volle zee.

  Art. 6. Binnen de grenzen van de wetten, decreten en besluiten betreffende de scheepvaart, in het bijzonder de politie- en scheepvaartreglementen en de door de Vlaamse Regering ter uitvoering van dit decreet vastgestelde regelen, kan de bevoegde instantie nautische publicaties verspreiden.
  De Vlaamse Regering kan de samenstelling, de uitgave en de verschijning van de nautische publicaties nader regelen.
  De gezagvoerders en scheepvaartactoren zijn ertoe gehouden steeds met die nautische publicaties rekening te houden en de erin opgenomen voorschriften na te leven.

  Art. 6bis. [1 Om de vlotheid en de veiligheid van het scheepvaartverkeer niet in het gedrang te brengen en omwille van de bescherming van de vaarweginfrastructuur, moet, voor de door de Vlaamse Regering aangewezen wateren en kustzone, een toelating van de bevoegde instantie worden verkregen voor de organisatie van bijzondere of buitennormale transporten en bijzondere gebeurtenissen, die een invloed hebben of zouden kunnen hebben op de vlotheid en de veiligheid van het scheepvaartverkeer of op de vaarweginfrastructuur. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instantie aan.
   Indien een toelating voor de organisatie van bijzondere of buitennormale transporten of bijzondere gebeurtenissen wordt verleend, kan de bevoegde instantie hieraan voorwaarden verbinden.
   De Vlaamse Regering kan de bijzondere en buitennormale transporten en bijzondere gebeurtenissen, alsook de procedure voor het vragen van en de voorwaarden voor het verkrijgen van een toelating tot bijzondere of buitennormale transporten en bijzondere gebeurtenissen, nader omschrijven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2012-07-06/06, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  HOOFDSTUK III. - Het verkeersbegeleidingssysteem.

  Afdeling I. - Territoriale bevoegdheid en doelstelling.

  Art. 7. De bevoegde instanties organiseren en beheren het verkeersbegeleidingssysteem op de door de Vlaamse Regering aangewezen wateren. De Vlaamse Regering kan de omschrijving, de afbakening en de indeling van het VBS-werkingsgebied en de taken, uitgeoefend door het verkeersbegeleidingssysteem aldaar, nader omschrijven.
  Telkens als dat noodzakelijk is, en overeenkomstig de eventueel nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen, kan de aangewezen bevoegde instantie de haar door of krachtens dit decreet toegekende bevoegdheden eveneens uitoefenen buiten het VBS-werkingsgebied.

  Art. 8. Binnen het VBS-werkingsgebied coördineert het verkeersbegeleidingssysteem het scheepvaartverkeer van en naar de havens, waterwegen en lig- en ankerplaatsen, rekening houdend onder meer met artikel 31, om de vlotheid en de veiligheid van dit verkeer, de bescherming van de vaarweginfrastructuur alsmede de vrijwaring van het milieu na te streven. Het verkeersbegeleidingssysteem doet geen afbreuk aan de volkenrechtelijke regelen met betrekking tot de vrijheid van scheepvaart en het recht van onschuldige doorvaart.

  Afdeling II. - Melding en beheer van gegevens.

  Art. 9.§ 1. [1 De gezagvoerder van een vaartuig dat op weg is naar een haven gelegen binnen het VBS-werkingsgebied of naar een andere Belgische haven gelegen buiten het VBS-werkingsgebied, waarbij de grens van het Vlaamse Gewest wordt overschreden, moet zich aanmelden bij de bevoegde instantie, volgens de door de Vlaamse Regering bepaalde regels.
   De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de vrijstelling van melding.]1
  § 2. De Vlaamse Regering wijst de personen en instanties aan die aan de bevoegde instantie en het MRCC, direct of indirect, gegevens moeten verstrekken of doorgeven.
  De Vlaamse Regering bepaalt de relevante gegevens, de wijze waarop en de termijn waarbinnen die gegevens moeten worden verstrekt of doorgegeven.
  De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de vrijstelling van de gegevensverstrekking.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 10. De gezagvoerders melden hun passage op de door de bevoegde instantie opgerichte meldpunten, overeenkomstig de inlichtingen, procedurevoorschriften en nadere instructies, vastgesteld door de Vlaamse Regering.

  Art. 11. Onder meer om uitvoering te geven aan volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke verplichtingen, kan de Vlaamse Regering de scheepseigenaars, de gezagvoerders en de andere scheepvaartactoren verplichtingen opleggen met betrekking tot de melding van andere gegevens aan de bevoegde instantie dan die welke bepaald zijn door en krachtens de voorgaande artikelen.

  Art. 12. § 1. De bevoegde instantie ontvangt, verwerkt, beheert en zendt gegevens, verkregen met behulp van automatische identificatiesystemen.
  Bij onregelmatige afwezigheid of gebrekkige werking van dergelijke systemen ten gevolge waarvan de verkeersbegeleiding in het gedrang komt of kan komen, kan de bevoegde instantie passende acties ondernemen.
  De Vlaamse Regering kan regels bepalen inzake de uitvoering van het ontvangen, verwerken, beheren en verzenden van gegevens met behulp van automatische identificatiesystemen.
  § 2. De bevoegde instantie ontvangt, verwerkt, beheert en zendt gegevens verkregen met behulp van radar, camera en andere detectiesystemen.
  De Vlaamse Regering kan regels bepalen inzake de uitvoering van het ontvangen, verwerken, beheren en verzenden van gegevens met behulp van radar, camera en andere detectiesystemen.

  Art. 13. Door middel van een centraal beheersysteem centraliseert, verwerkt en verspreidt de bevoegde instantie relevante gegevens in verband met de scheepvaart, de vaartuigen, de ladingen en de opvarenden en de desbetreffende dienstverleningen, met inbegrip van die welke vermeld worden in de voorgaande artikelen en die welke worden ontvangen, gegenereerd of ingevoerd door de scheepvaartactoren en andere instanties of ondernemingen.
  De door de bevoegde instantie verwerkte of ter beschikking gestelde gegevens en de andere in het centraal beheersysteem opgenomen of ervoor bestemde gegevens, in het bijzonder als ze berusten op een meldingsplicht, mogen niet voor commerciële doeleinden worden verspreid of anderszins doorgegeven. Hiervan kan worden afgeweken mits de beheerder van het centraal beheersysteem uitdrukkelijk en voorafgaandelijk instemming verleent en onder de met die beheerder overeengekomen voorwaarden. Die beheerder wordt binnen de bevoegde instantie door de minister aangewezen.

  Art. 14.§ 1. De informatie die op grond van dit decreet en de besluiten, genomen ter uitvoering ervan, aan de bevoegde instantie wordt verstrekt, wordt opgeslagen in het centraal beheersysteem dat eigendom is van het Vlaamse Gewest en is in beginsel vertrouwelijk.
  Het centraal beheersysteem is alleen toegankelijk voor de hiertoe bevoegde eigen personeelsleden van de bevoegde instantie.
  § 2. Als de bevoegde instantie daartoe verplicht is, ingevolge volkenrechtelijke of gemeenschapsrechtelijke regelen of ingevolge een besluit van de Vlaamse Regering, alsook telkens als de bevoegde instantie dat na een gemotiveerde aanvraag noodzakelijk acht met het oog op de doelstellingen, vermeld in artikel 8, de goede werking van het openbaar gezag, een openbare dienst of openbare instantie of een scheepvaart- of havengebonden dienst, kan de beheerder van het centraal beheersysteem een beveiligde koppeling van een extern informaticasysteem aan het centraal beheersysteem, de terbeschikkingstelling van gegevens of andere vormen van dienstverlening of samenwerking toestaan.
  § 3. De voorwaarden van de koppeling, vermeld in § 2, terbeschikkingstelling, dienstverlening of samenwerking worden voorafgaandelijk bepaald in [1 een geschreven overeenkomst]1.
  [1 De Vlaamse Regering kan nadere regels voor de opmaak van dergelijke overeenkomsten bepalen.]1
  § 4. Met het behoud van de toepassing van de bepalingen van de overeenkomsten, vermeld in § 3, en van hoofdstuk IV, kan de bevoegde instantie de koppeling of de terbeschikkingstelling van gegevens onmiddellijk en zonder formaliteit of vergoeding schorsen of beëindigen als inbreuk wordt gemaakt op volkenrechtelijke of gemeenschapsrechtelijke regelen, dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten en de bepalingen van de overeenkomst of andere toepasselijke regelen.
  § 5. De beheerder van het centraal beheersysteem kan door hem ontvangen of verwerkte gegevens ter beschikking stellen aan derden en publiceren, zonder afbreuk te doen aan de vertrouwelijkheid van de verplichte meldingen.
  Het ter beschikking stellen aan derden en het publiceren van ontvangen of verwerkte gegevens door de beheerder van het centraal beheersysteem kan enkel na gemeenschappelijk akkoord met de instantie die deze gegevens heeft aangeleverd, voorzover het niet gaat om gegevens die werden verstrekt op basis van dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten, scheepvaart- en havenreglementen of andere wetten, decreten of besluiten die desbetreffend een meldingsplicht opleggen.
  § 6. De beheerder van het centraal beheersysteem staat geen koppeling toe, maakt geen gebruik van de bevoegdheid, vermeld in § 5, en geeft geen gegevens vrij, als dat economische, financiële of commerciële belangen zou kunnen schaden of als dat afbreuk doet aan de vertrouwelijkheid van de verplichte melding, behalve in de door de Vlaamse Regering bepaalde uitzonderingsgevallen.
  § 7. Informatie en gegevens kunnen ter beschikking gesteld worden aan de personeelsleden van het verkeersbegeleidingssysteem ter lering en verbetering van het systeem en de kwalificatie van het personeel.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 15.Met behoud van de toepassing van de in het [1 titel II, hoofdstuk 3, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018]1 bepaalde uitzonderingen op de openbaarheid van bestuursdocumenten, wijzen de bevoegde instantie en de andere diensten, instanties en ondernemingen die toegang hebben tot de in het centraal beheersysteem opgenomen gegevens, zelfs als ze die gegevens zelf hebben gegenereerd of ingevoerd, door derden gedane aanvragen tot openbaarmaking van informatie, met inbegrip van milieu-informatie, bovendien af als :
  1° de aanvraag betrekking heeft op gegevens die aan de bevoegde instantie of andere diensten, instanties en ondernemingen werden verstrekt of doorgegeven op basis van dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten, scheepvaart- en havenreglementen of andere wetten, decreten of besluiten die desbetreffend een meldingsplicht opleggen;
  2° de openbaarmaking economische, financiële of commerciële belangen zou kunnen schaden.
  ----------
  (1)<DVR 2018-12-07/05, art. IV.138, 006; Inwerkingtreding : 01-01-2019>

  Afdeling III. - Begeleiding van vaartuigen in het VBS-werkingsgebied.

  Art. 16. Overeenkomstig de hieronder volgende bepalingen omvat het verkeersbegeleidingssysteem onder meer de volgende dienstverleningen :
  1° een informatiedienst die tijdig essentiële informatie ter beschikking stelt voor de nautische besluitvorming aan boord;
  2° een navigatie-assistentiedienst die ondersteuning biedt bij de nautische besluitvorming aan boord en die de effecten ervan volgt;
  3° een verkeersorganisatiedienst die de ontwikkeling van gevaarlijke verkeerssituaties tracht te voorkomen en die bijdraagt tot de veilige en vlotte beweging van de scheepvaart in het VBS-werkingsgebied;
  4° een loodsdienst zoals bedoeld in het Loodsdecreet.

  Art. 17. De gezagvoerders die het VBS-werkingsgebied of een door de Vlaamse Regering bepaald deel ervan binnenvaren, zijn ertoe verplicht aan het verkeersbegeleidingssysteem deel te nemen op de door de Vlaamse Regering voorgeschreven wijze.

  Art. 18. De Vlaamse Regering kan regelen vaststellen betreffende de door het verkeersbegeleidingssysteem via radioberichtgeving of op andere passende wijzen aan de gezagvoerders te verstrekken informatie over nautisch relevante omstandigheden.

  Art. 19. Op verzoek van een gezagvoerder, zonder afbreuk te doen aan zijn eigen gezag, taak en verantwoordelijkheden, en overeenkomstig de nader door de Vlaamse Regering te bepalen regelen, kan het verkeersbegeleidingssysteem, als de organisatie van de dienst en de omstandigheden het toelaten, bijzondere inlichtingen verstrekken of op een andere wijze nadere ondersteuning bieden.

  Art. 20. Het verkeersbegeleidingssysteem verzorgt de permanente opvolging van het scheepvaartverkeer door contact en gegevensuitwisseling met de gezagvoerders, overeenkomstig de door de Vlaamse Regering vastgestelde bepalingen.

  Art. 21. De Vlaamse Regering kan scheepsrouteringssystemen instellen, die een integrerend deel uitmaken van het verkeersbegeleidingssysteem.
  Overeenkomstig de toepasselijke volkenrechtelijke regelen deelt de Vlaamse Regering die scheepsrouteringssytemen in voorkomend geval mee aan de Internationale Maritieme Organisatie of legt ze die systemen er ter goedkeuring aan voor.

  Art. 22. Overeenkomstig de door de Vlaamse Regering bepaalde regelen is de bevoegde instantie belast met het toelatingsbeleid.

  Art. 23. In het raam van het toelatingsbeleid kan de bevoegde instantie met de gezagvoerders onder meer vaarplannen en andere maatregelen overeenkomen, waarvan de naleving door het verkeersbegeleidingssysteem wordt gevolgd.

  Art. 24. Als de bevoegde instantie met de gezagvoerder geen overeenstemming bereikt over vaarplannen of andere maatregelen als vermeld in artikel 23, en, in het algemeen, telkens als het toelatingsbeleid of de omstandigheden dat vereisen, kan de bevoegde instantie, met behoud van de toepassing van de toepasselijke reglementen betreffende de politie en de scheepvaart, aan de vaartuigen verkeersaanwijzingen richten.
  Die verkeersaanwijzingen laten de bevoegdheid van de gezagvoerder onverlet. Alleen de gezagvoerder is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën personeelsleden bevoegd zijn om verkeersaanwijzingen aan de vaartuigen te richten.

  Art. 25. Onverminderd de bevoegdheden van andere overheden en de eigen bevoegdheden van de bevoegde instantie, bepaald in hoofdstuk III, is de bevoegde instantie met het oog op de begeleiding van de scheepvaart bevoegd voor het opleggen van verplichtingen als vermeld in artikel 13, derde lid, van de wet van 11 april 1989 houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart.

  Art. 26. Elk bericht dat door het verkeersbegeleidingssysteem wordt gericht aan een vaartuig of vaartuigen moet duidelijk maken of het een informatie, een loodsadvies, een waarschuwing of een verkeersaanwijzing of een navigatie-assistentie bevat. De aard van het bericht hoeft evenwel niet noodzakelijk uitdrukkelijk te worden gespecificeerd, zolang de aard ondubbelzinnig blijkt uit de vorm, de inhoud of de context ervan.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën personeelsleden bevoegd zijn om de onderscheiden soorten berichten aan de vaartuigen te richten.
  In geen geval doet een bericht van het verkeersbegeleidingssysteem afbreuk aan de uitsluitende eindverantwoordelijkheid van de gezagvoerder voor de navigatie en aan de adviserende verantwoordelijkheid van de loods,vermeld in artikel 8 van het Loodsdecreet, artikel 10 van het Scheldereglement en andere relevante regelgeving. De gezagvoerder is er steeds toe gehouden de berichten van het verkeersbegeleidingssysteem te toetsen aan en te interpreteren in het licht van de reële nautische omstandigheden aan boord en de eisen van het goed zeemanschap. Hij moet zich op basis van een en ander, en rekening houdend met artikel 24, tweede lid, steeds een eigen oordeel vormen.

  Art. 27. De Vlaamse Regering bepaalt welke maatregelen de bevoegde instantie kan nemen of welke aanbevelingen ze aan de gezagvoerders kan richten als ze in geval van uitzonderlijk slecht weer of ruwe zee van mening is dat er groot gevaar bestaat voor verontreiniging van de Belgische zee- of kustgebieden of die van andere lidstaten van de Europese Gemeenschap, of als de veiligheid van mensen wordt bedreigd.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën van personeelsleden bevoegd zijn tot het nemen van de maatregelen, vermeld in het eerste lid.

  Art. 28. Overeenkomstig de eventueel nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen draagt het verkeersbegeleidingssysteem bij tot het loodsen op afstand door de daartoe nodige apparatuur ter beschikking te stellen en andere ondersteuning te verlenen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het Loodsdecreet.

  Art. 29. Overeenkomstig nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen houdt de bevoegde instantie over het verloop van de verkeersbegeleiding en in het bijzonder over de communicatie met de gezagvoerders gedurende een bepaalde tijd gegevens bij, en stelt die, in het bijzonder ten behoeve van strafrechtelijk of gerechtelijk bevolen deskundigenonderzoek over ongevallen, ter beschikking van bevoegde overheden en personen.

  Art. 30. Onder meer om uitvoering te geven aan volkenrechtelijke en gemeenschapsrechtelijke verplichtingen kan de Vlaamse Regering de scheepseigenaars, de gezagvoerders en de andere scheepvaartactoren andere of bijkomende verplichtingen opleggen met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem, voorzover zulks gebeurt met het oog op het gebruik en de bescherming van de vaarweg en/of om het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden.

  Afdeling IV. - Maatregelen in verband met het verkeer naar, van en in de havens en op de waterwegen.

  Art. 31. § 1. Onverminderd de wettelijke en decretale bevoegdheden van de havenbedrijven en de havenkapiteinsdiensten kan de Vlaamse Regering maatregelen nemen om de scheepvaart van en naar de havens optimaal te coördineren met de scheepvaart in de havengebieden en de scheepvaart in doorvaart en om de vlotheid en de veiligheid van de scheepvaart tussen de zee en de ligplaats te bevorderen in het raam van de ketenbenadering, voorzover zulks gebeurt met het oog op het gebruik en de bescherming van de vaarweg en/of om het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden.
  De maatregelen kunnen pas worden genomen nadat overleg werd gepleegd tussen alle bevoegde instanties van het verkeersbegeleidingssysteem en het havenbedrijf, overeenkomstig de nader door de Vlaamse Regering bepaalde regels.
  § 2. Op verzoek en onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de betrokken havenbedrijven kan de bevoegde instantie bij de coördinatie van de scheepvaart rekening houden met bijzondere belangen van het betrokken havenbedrijf, op voorwaarde dat het havenbedrijf waarvan de vraag uitgaat, overeenkomstig de door de Vlaamse Regering nader bepaalde regels :
  1° aantoont dat dat niet leidt tot de verstoring van de vlotheid en de veiligheid van het algemene verkeer;
  2° heeft aangetoond dat dat niet leidt tot een verstoring van de mededinging;
  3° aantoont dat het havenbedrijf het goede functioneren waarborgt van de gehele keten van de verkeersafwikkeling;
  4° het verzoek per individueel geval indient.

  Art. 31bis. [1 § 1. De havenkapiteinsdiensten lichten, als zij bij het vervullen van hun normale taak opmerken dat er klaarblijkelijke gebreken aan het schip zijn, die afbreuk kunnen doen aan de veilige vaart van het schip of die een gevaar voor schade kunnen opleveren aan het mariene milieu, via de geëigende weg de instantie van de federale overheid die bevoegd is voor de havenstaatcontrole, onmiddellijk in.
   § 2. De havenkapiteinsdiensten rapporteren via de geëigende weg aan de instantie, vermeld in de eerste paragraaf, indien mogelijk in elektronische vorm, de volgende gegevens :
   1° scheepsinformatie : naam, IMO-identificatienummer, roepletters en vlaggenstaat;
   2° informatie betreffende de vaarroute : laatste aanloophaven en haven van bestemming;
   3° beschrijving van de aan boord of vanaf de ligplaats vastgestelde klaarblijkelijke gebreken.
   De Vlaamse Regering kan de rapportage van bijkomende gegevens verplicht stellen.
   § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de rapportage van klaarblijkelijke gebreken, vermeld in paragraaf 1, de gegevens, vermeld in paragraaf 2, en de wijze waarop deze klaarblijkelijke gebreken en gegevens moeten worden gerapporteerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2012-07-06/06, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 32. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd om binnen de perken van de begroting subsidies toe te kennen aan de havenbedrijven ten behoeve van de activiteiten van hun havenkapiteinsdiensten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling, de veiligheid en de vrijwaring van het milieu.
  Voor investeringen ten behoeve van dergelijke activiteiten kan de Vlaamse Regering hetzij subsidies toekennen aan het havenbedrijf, hetzij overgaan tot financiering of medefinanciering van het havenbedrijf.
  De nadere voorwaarden waaronder de subsidie of de medefinanciering wordt verleend, worden vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering en worden gespecificeerd bij overeenkomst van het betrokken havenbedrijf.
  Met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire besluiten inzake de begrotingscontrole, wordt het toezicht op de naleving door de havenbedrijven, bepaald in dit artikel en in de besluiten en de overeenkomsten ter uitvoering van dit artikel, uitgeoefend door de gewestelijke havencommissaris overeenkomstig artikel 23 van het Havendecreet.

  Art. 33. De Vlaamse Regering kan eveneens maatregelen nemen voor de goede coördinatie van de scheepvaart buiten het VBS-werkingsgebied.

  Afdeling V. - Infrastructuur.

  Art. 34. De Vlaamse Regering verstrekt de bevoegde instantie de passende apparatuur om permanent zijn taken te kunnen vervullen, zijn bevoegdheden uit te oefenen en, waar vereist door volkenrechtelijke of gemeenschapsrechtelijke regelen, inter-connectie en interoperabiliteit met de nationale systemen van andere lidstaten en van de bevoegde diensten van de Europese Gemeenschappen te waarborgen.

  Art. 35. De vaarwegmarkering en verkeerstekens in het VBS-werkingsgebied maken integraal deel uit van het verkeersbegeleidingssysteem.
  De Vlaamse Regering regelt de plaatsing, het beheer en het onderhoud van de vaarwegmarkering en de verkeerstekens.

  Art. 36. De Vlaamse Regering kan de bevoegde instantie belasten met het begeleiden van de scheepvaart en het nautisch beheer ter hoogte van beweegbare bruggen en van de sluizen die gelegen zijn binnen het VBS-werkingsgebied, inclusief het havengebied.

  Afdeling VI. - Retributies.

  Art. 37. § 1. Voor het gebruik van de dienstverlening van het verkeersbegeleidingssysteem door vaartuigen met als bestemming een haven, waterweg, lig- of ankerplaats in het VBS-werkingsgebied of in een gebied, beheerd door een waterweg- of havenbestuur in België, is een VBS-retributie verschuldigd.
  Van deze verplichting zijn vrijgesteld :
  1° de door de Vlaamse Regering op basis van hun aard, karakteristieken, bestemming of vaartraject aangewezen categorieën van vaartuigen;
  2° per bezoek of per doorvaart, de door de Vlaamse Regering bij wijze van uitzondering met naam aangewezen vaartuigen die worden ingezet met een pedagogisch, humanitair, filantropisch of cultureel doel, deelnemen aan een bijzondere manifestatie of werkzaamheden verrichten in het algemeen belang.
  De betaling van het loodsgeld, de LOA-vergoeding, de havengelden en de andere vergoedingen, worden geregeld in de desbetreffende reglementaire bepalingen.
  § 2. Met inachtname van de terzake geldende volkenrechtelijke, gemeenschapsrechtelijke en grondwettelijke regelen bepaalt de Vlaamse Regering het tarief van de VBS-retributie alsook de wijze waarop en de instantie door wie de VBS-retributie wordt geďnd.

  Art. 37bis. [1 § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
   1° VBS-vergoeding : de VBS-retributie, vermeld in artikel 37;
   2° tariefgebied : het gebied waarbinnen verkeersbegeleiding verstrekt wordt;
   3° lengte : de lengte over alles.
   § 2. Een VBS-vergoeding is verschuldigd voor ieder vaartuig dat uit zee komt, met als bestemming een Vlaamse haven die in het verkeersbegeleidingssysteem is ingeschakeld; ze geldt als vergoeding voor in- en uitvaart.
   Als het vaartuig gedurende één kalenderdag meer dan eenmaal het tariefgebied binnenvaart, is het tarief maar eenmaal verschuldigd.
   De VBS-vergoeding is niet verschuldigd bij scheepvaartverkeer tussen Vlaamse havens.
   § 3. Voor de volgende categorieën van vaartuigen is geen vergoeding verschuldigd :
   1° binnenschepen;
   2° schepen tot 46 m lengte;
   3° schepen in eigendom van of in beheer bij het Rijk of een gewest;
   4° vaartuigen voor het winnen of vervoeren van zand, baggerspecie of grind, maar alleen als ze daartoe worden gebruikt ter uitvoering van werkzaamheden in opdracht van de vaarweg- of waterbeheerder;
   5° vaartuigen in dienst van het loodswezen van Nederland en Vlaanderen.
   § 4. De Vlaamse minister bevoegd voor het vervoer, kan aan een vaartuig vrijstelling van VBS-vergoeding verlenen als het deelneemt aan een bijzondere manifestatie of werkzaamheden verricht in het algemeen belang.
   § 5. Het bedrag van de verschuldigde VBS-vergoeding wordt overeenkomstig het tarief opgenomen in de onderstaande tabel, vastgesteld op grond van de lengte van het vaartuig.
   In het geval van gesleepte vaart is de VBS-vergoeding verschuldigd voor de sleepboot en het gesleepte vaartuig afzonderlijk, op grond van hun respectievelijke lengte.
  

  
LengteBedrag van deLengteBedrag van deLengteBedrag van de
 VBS-vergoeding VBS-vergoeding VBS-vergoeding
 in [euro] in [euro] in [euro]
<Erratum, B.St. 01-04-2009, p. 25366>
---------------------------------------------------------------------------
46 t/m35100105140174
60     
6137101106141176
6239102108142177
6340103110143179
6442104112144181
6544105113145183
6646106115146184
6747107117147186
6849108118148188
6951109120149190
7053110122150191
7154111124151193
7256112125152195
7358113127153197
7459114129154198
7561115131155200
7663116132156202
7765117134157204
7866118136158205
7968119138159207
8070120139160209
8172121141161210
8273122143162212
8375123145163214
8477124146164216
8579125148165217
8680126150166219
8782127151167221
8884128153168223
8986129155169224
9087130157170226
9189131158171228
9291132160172230
9392133162173231
9494134164174233
9596135165175235
9698136167176236
9799137169177238
98101138171178240
99103139172179242



  
LengteBedrag van deLengteBedrag van deLengteBedrag van de
 VBS-vergoeding VBS-vergoeding VBS-vergoeding
 in [euro] in [euro] in [euro]
<Erratum, B.St. 01-04-2009, p. 25366>
---------------------------------------------------------------------------
180243220313260382
181245221315261384
182247222316262386
183249223318263387
184250224320264389
185252225322265391
186254226323266393
187256227325267394
188257228327268396
189259229328269398
190261230330270400
191263231332271401
192264232334272403
193266233335273405
194268234337274407
195269235339275408
196271236341276410
197273237342277412
198275238344278413
199276239346279415
200278240348280417
201280241349281419
202282242351282420
203283243353283422
204285244354284424
205287245356285426
206289246358286427
207290247360287429
208292248361288431
209294249363289433
210295250365290434
211297251367291436
212299252368292438
213301253370293440
214302254372294441
215304255374295443
216306256375296445
217308257377297446
218309258379298448
219311259381299450
    300 en452
    meer


   § 6. De VBS-vergoeding is betaalbaar op de rekening, geopend op naam van Loodswezen Locatie Antwerpen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2008-12-19/22, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 05-11-2006>

  Art. 38. De VBS-retributie, vermeld in artikel 37, is hoofdelijk verschuldigd door de gezagvoerder, de scheepseigenaar, de exploitant en eventueel door de door hen tot handelen gemachtigde persoon of personen.

  Art. 39. § 1. De VBS-retributie moet binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn of, als dat door de bevoegde instantie om bijzondere redenen wordt geëist, voor het eerstvolgende vertrek van het vaartuig naar zee of naar het buitenland worden betaald bij de door de Vlaamse Regering aangewezen ontvangers, tenzij een door de bevoegde ontvanger voldoende geachte zekerheid is gesteld.
  § 2. Indien het vaartuig toch is afgevaren zonder dat tijdig voldaan werd aan de in dit artikel bepaalde verplichtingen tot betaling of tot zekerheidstelling, kunnen de nodige gerechtelijke stappen worden gezet ten aanzien van elk zusterschip van het betrokken vaartuig waarop de bedoelde vordering betrekking heeft.
  Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder zusterschip verstaan, elk vaartuig waarvan de betrokken instantie weet of althans redelijkerwijze kan vermoeden dat de eigenaar of eigenaars, of de bevrachter, dezelfde of voor een overwegend gedeelte dezelfde zijn als die van het vaartuig waarop de vordering van de bevoegde instantie betrekking heeft.

  Art. 40. § 1. De Vlaamse Regering bepaalt welke retributie verschuldigd is door een scheepvaart- of havengebonden dienst om gekoppeld te worden aan het centraal beheersysteem of door voornoemde instanties of door derden om van de bevoegde instantie gegevens of andere diensten te ontvangen met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem.
  De Vlaamse Regering bepaalt desbetreffend de voorwaarden en modaliteiten.
  § 2. Het openbaar gezag en openbare diensten en openbare instanties zijn noch voor de koppeling aan het centraal beheersysteem, noch voor het ontvangen van gegevens of andere diensten met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem, enige vergoeding verschuldigd.

  Art. 41. Voor elke vordering betreffende de krachtens deze afdeling verschuldigde bedragen, voor de retributies voor de koppeling aan het centraal beheersysteem of om van de bevoegde instantie of van andere diensten of instanties gegevens te ontvangen met betrekking tot het verkeersbegeleidingssysteem zijn de regels van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing.

  HOOFDSTUK IV. - MRCC en het optreden bij scheepvaartincidenten.

  Art. 42. Het MRCC ondersteunt en coördineert de opsporings- en reddingsacties in het door de Vlaamse Regering aangewezen opsporings- en reddingsgebied, dat door haar nader kan worden omschreven, afgebakend en ingedeeld, en waarbinnen ze de taken van het MRCC nader kan omschrijven.

  Art. 43.[1 § 1.]1 De gezagvoerder die vaart binnen het opsporings- en reddingsgebied moet aan het MRCC, dat als permanent meldpunt fungeert, onmiddellijk melding maken van :
  1° iedere drenkeling en personen in nood op zee;
  2° ieder ongeval dat gevolgen heeft voor de veiligheid van het vaartuig of zijn bemanning;
  3° ieder ongeval dat gevolgen heeft voor de veiligheid van de scheepvaart;
  4° iedere situatie die tot verontreiniging van de wateren en de kust kan leiden;
  5° elke in zee drijvende substantie of elk in zee drijvend voorwerp dat daar niet hoort.
  § 2. De Vlaamse Regering kan de omstandigheden, vermeld in § 1, nader omschrijven.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 43bis. [1 Bij een ongeval of incident verlenen de exploitant, de gezagvoerder van een vaartuig en de eigenaar van gevaarlijke en verontreinigende stoffen aan boord, aan het MRCC hun volle medewerking, om de gevolgen van een incident of ongeval tot het minimum te beperken.
   De Vlaamse Regering bepaalt welke informatie in geval van een incident of ongeval, aan het MRCC moet worden verstrekt en de wijze waarop deze gegevens aan het MRCC moeten worden verstrekt.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij DVR 2012-07-06/06, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 44.Het MRCC geleidt de informatie over risicovaartuigen waarover het beschikt door aan de kuststations van de andere lidstaten van de [1 Europese Unie]1 die liggen aan de door het vaartuig te volgen route en aan de door de Vlaamse Regering aangewezen diensten.
  De Vlaamse Regering kan het begrip risicovaartuig omschrijven.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 45.Naar aanleiding van ongevallen of risico-omstandigheden kan het MRCC alle passende maatregelen nemen, [1 waaronder het toewijzen van een toevluchtsoord,]1 om de vlotheid en de veiligheid van het verkeer, de bescherming van de vaarweginfrastructuur, een veilige vaart en de veiligheid van personen te verzekeren en het mariene en kustmilieu en de vaarweg en zijn aanhorigheden te beschermen, voorzover deze betrekking hebben op het gebruik en de bescherming van de vaarweg, uitlopend naar de kustlijn, het strand en de duinen, en/of erop gericht zijn het scheepvaartverkeer op de meest doeltreffende wijze te begeleiden.
  De Vlaamse Regering kan de ongevallen en risico-omstandigheden en de maatregelen, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
  De Vlaamse Regering kan bepalen welke categorieën personeelsleden bevoegd zijn tot het nemen van de maatregelen.
  [1 Bij de beoordeling voor de toewijzing van een toevluchtsoord houdt het MRCC rekening met de richtsnoeren, vermeld in de Toevluchtsoordenresolutie. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beoordeling voor het aanwijzen van een toevluchtsoord. De beslissing voor de toewijzing van een toevluchtsoord van het MRCC en de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden geldt onverminderd het gezag en de verantwoordelijkheden van de gezagvoerder. Alleen de gezagvoerder is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.]1
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 46.[1 Bij de afkondiging van het plan of de plannen, vermeld in artikel 26 van het samenwerkingsakkoord Kustwacht, op basis van de in dit plan opgenomen objectieve criteria, neemt de instantie, vermeld in artikel 26, § 1, van voormeld samenwerkingsakkoord, onafhankelijk en autonoom de maatregelen, vermeld in artikel 45, ten aanzien van schepen die bijstand behoeven en wijst aan de schepen, die voldoen aan de in het plan of de plannen opgelegde voorwaarden, het toevluchtsoord aan overeenkomstig het bepaalde in artikel 45. In voorkomend geval kan deze instantie daaraan voorwaarden koppelen.
   De bevoegde instantie, vermeld in artikel 26, § 1, van voormeld samenwerkingsakkoord, wordt bijgestaan door de bevoegde diensten van het Vlaamse Gewest, die aangeduid zijn op grond van artikel 7, § 1, 2°, van voormeld samenwerkingsakkoord.
   Het MRCC deelt de maatregelen, waaronder de beslissing over het aanwijzen van een toevluchtsoord en de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden aan het vaartuig mee.
   De maatregelen, waaronder de beslissing over de toewijzing van een toevluchtsoord en de eventueel daaraan gekoppelde voorwaarden, en de mededeling daarvan aan het vaartuig, gelden met het behoud van de toepassing van het gezag en de verantwoordelijkheden van de gezagvoerder. Alleen die laatste is meester over de leiding en de manoeuvres van het vaartuig.]1
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 47.Indien nodig zendt het MRCC in de betrokken gebieden een nood-, spoed- en veiligheidsbericht uit over de in artikel 43 vermelde ongevallen of feiten en over de aanwezigheid van schepen die een bedreiging vormen voor de veiligheid op zee, de veiligheid van personen en voor het milieu.
  Als het MRCC beschikt over dergelijke informatie stelt het die informatie zo spoedig mogelijk ter beschikking van de bevoegde instanties van andere lidstaten van de [1 Europese Unie]1 die daar uit veiligheidsoverwegingen om verzoeken.
  Als het MRCC in kennis wordt gesteld van feiten die een risico of een verhoogd risico vormen voor zee- en kustgebieden van een andere lidstaat van de [1 Europese Unie]1, neemt het passende maatregelen om iedere betrokken lidstaat hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen en hem te raadplegen over de te ondernemen acties.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 48. Ter uitvoering van de in dit hoofdstuk bepaalde opdrachten kan het hoofd van het MRCC of zijn gemachtigde overgaan tot opvorderingen in de gevallen, op de wijze, voor de maximale duurtijd en overeenkomstig de vergoedingsregelen die worden bepaald door de Vlaamse Regering.

  Art. 49. Het MRCC werkt mee aan de opstelling en de tenuitvoerlegging van rampenplannen en interventieplannen voor de zeegebieden.

  Art. 50.Het MRCC zorgt ervoor dat elke verrichte doorgeleiding van informatie, op grond van artikel 44 en de ter uitvoering ervan vastgestelde regelen, alsmede de getroffen maatregelen, op grond van artikel 45 [1 en artikel 46,]1 en de ter uitvoering ervan vastgestelde regelen, worden meegedeeld aan de vlaggenstaat van het vaartuig en aan elke andere betrokken staat.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 15, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 51.§ 1. Overeenkomstig nader door de Vlaamse Regering bepaalde regelen houdt het MRCC over het verloop van reddingsacties en het optreden bij ongevallen en in het bijzonder noodoproepen en de communicatie met de gezagvoerders gedurende [1 een bepaalde tijd gegevens bij]1, en stelt die, in het bijzonder ten behoeve van strafrechtelijk of gerechtelijk bevolen deskundigenonderzoek over ongevallen, ter beschikking van bevoegde overheden en personen.
  § 2. Informatie en gegevens kunnen ter beschikking gesteld worden aan de personeelsleden van het MRCC ter lering en verbetering van het systeem en de kwalificatie van het personeel, met inbegrip van de nautische verkeersleiders.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 16, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 52. De Vlaamse Regering kan het MRCC aanwijzen als Maritieme Assistentiedienst en daaromtrent nadere regelen vaststellen.

  HOOFDSTUK V. - Sancties.

  Art. 53.§ 1. Met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en een geldboete van 250 tot 2.500 euro, of met een van die straffen alleen, worden de volgende personen bestraft :
  1° eenieder die opzettelijk en al dan niet met het oog op het plegen van een ander misdrijf nalaat tijdig een door of krachtens dit decreet voorgeschreven melding aan het verkeersbegeleidingssysteem of het MRCC te doen, of een foutieve of onvolledige melding doet;
  2° eenieder die, daartoe verplicht zijnde, nalaat op de voorgeschreven wijze deel te nemen aan het verkeersbegeleidingssysteem :
  3° eenieder die de bevoegde instantie of zijn personeelsleden verhindert of probeert te verhinderen de aan hen opgedragen taak te vervullen :
  4° eenieder die aan het MRCC een vals noodbericht zendt of op een andere wijze zonder grond de bijstand of interventie van de bevoegde instantie inroept of veroorzaakt;
  5° eenieder die het door of krachtens dit decreet geregelde gegevens- en berichtenverkeer verstoort of bemoeilijkt, [1 met inbegrip van door onnodig]1, kennelijk onzorgvuldig, nalatig of onprofessioneel gebruik van communicatiemiddelen of -verbindingen;
  6° eenieder die door de beheerder van het centraal beheersysteem verwerkte of ter beschikking gestelde of andere in het centraal beheersysteem opgenomen of ervoor bestemde gegevens voor commerciële doeleinden verspreidt of anderszins doorgeeft, zonder uitdrukkelijke en voorafgaande instemming van de beheerder van het centraal beheersysteem, of met miskenning van de met die beheerder overeengekomen voorwaarden;
  7° eenieder die de door de bevoegde instantie gebruikte apparatuur vernietigt of beschadigt, dan wel de normale werking ervan op enigerlei wijze verstoort of belet;
  8° eenieder die de berichten in de nautische publicaties overtreedt;
  9° de eigenaar, de exploitant en de gezagvoerder van een vaartuig waarvan het automatische identificatiesysteem aan de bevoegde instantie geen, onvolledige of onjuiste gegevens verschaft ten gevolge waarvan het begeleiden van de scheepvaart in het gedrang wordt of kan worden gebracht;
  10° eenieder die ingaat tegen een door of krachtens artikel 45 [1 door het MRCC]1 genomen maatregel;
  11° de eigenaar, de exploitant en de gezagvoerder van een beschadigd, defect of abnormale scheepvaart- of milieurisico's vertonend vaartuig die naar een toevluchtsoord vaart zonder de in [1 artikel 45]1 vermelde toestemming van het MRCC of die de terzake door het MRCC opgelegde voorwaarden overtreedt.
  [1 12° de eigenaar, de exploitant en de gezagvoerder van een beschadigd, defect, of abnormale scheepvaart- of milieurisico's vertonend vaartuig dat naar een toevluchtsoord vaart zonder de overeenkomstig artikel 46 via het MRCC meegedeelde toestemming of die de ter zake via het MRCC meegedeelde voorwaarden overtreedt;
   13° eenieder die handelt zonder de toestemming, vermeld in artikel 6bis, of die de voorwaarden, opgelegd door of krachtens artikel 6bis, niet naleeft.]1
  § 2. De rechtspersonen zijn burgerlijk aansprakelijk voor de veroordeling tot het betalen van een geldboete, schadevergoeding en geldstraf van welke aard ook die wegens inbreuken, gepleegd op dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, werd uitgesproken tegen hun bestuurder, vertegenwoordiger, lasthebber of aangestelde. Artikel 46, §§ 1 tot 3, van de Zeewet zijn van toepassing.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 54.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de volgende personen belast met de opsporing en de vaststelling van de misdrijven, vermeld in artikel 53 :
  1° het hoofd en de andere door de minister aangewezen categorieën van personeelsleden of individueel daartoe aangestelde personeelsleden van de bevoegde instantie;
  2° de houders van het loodsbrevet en de gezagvoerders van de loodsboten of van de schepen van de DAB Vloot als zij in actieve dienst zijn.
  De Vlaamse Regering kan de kentekens van de functie van de personeelsleden, vermeld in 1°, alsook de vorm van hun legitimatiebewijs regelen.
  § 2. De personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, stellen de inbreuken vast in een proces-verbaal dat bewijswaarde heeft tot bewijs van het tegendeel.
  Binnen een maand na de vaststelling van de inbreuk wordt aan de overtreder een afschrift van het proces-verbaal gezonden met een aangetekende brief met ontvangstbewijs; bij verzending na het verstrijken van deze termijn geldt het proces-verbaal nog enkel als inlichting.
  Als de overtreder zich bevindt op een vaartuig dat het VBS-gebied al verlaten heeft, dan wordt het proces-verbaal toegezonden aan de eigenaar van dat vaartuig of aan de eerstvolgende haven, als die bekend is en binnen de Europese Gemeenschappen ligt.
  § 3. Met naleving van de bepalingen van artikel 8 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en voorzover de plaatsen geen woning uitmaken in de zin van artikel 15 van de Grondwet, mogen de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, in de uitoefening van hun functie op elk moment een vaartuig, alsook alle publieke en private plaatsen, gebouwen en vervoermiddelen waar zij nuttige vaststellingen of verrichtingen zouden kunnen doen, betreden, onderzoeken en verzegelen.
  De personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, kunnen zich alle nodige inlichtingen en bescheiden doen verstrekken, inzage nemen van alle documenten, stukken, titels en alle andere informatiedragers, er een afschrift van nemen of ze tegen ontvangstbewijs voor een beperkte tijd meenemen. Ze kunnen de, identiteit van personen controleren, hen verhoren en alle nuttige vaststellingen doen. Ze kunnen de medewerking vorderen van elke gezagvoerder en van elke andere persoon die een vaartuig onder zijn hoede heeft.
  [2 [3 Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het vierde tot en met het twaalfde lid.
   De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het derde lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.
   De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.
   De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het derde lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt.
   Als de betrokkene in het geval, vermeld in het derde lid, tijdens de periode, vermeld in het vierde lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.
   De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het derde lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 1, zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het tiende lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.]3]2
  [3 De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.
   De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.
   Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
   Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het derde lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.]3
  § 4. De personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, kunnen vorderen dat een vaartuig voor onderzoek wordt stilgehouden, dat het daartoe naar een bepaalde plaats wordt overgebracht of dat het daartoe wordt geladen of gelost. Zij kunnen de bijstand vorderen van de ambtenaren van de scheepvaartcontrole en van de politionele diensten.
  Buiten de strafprocedures, geregeld door het Wetboek van strafvordering, het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement van gerechtskosten inzake strafzaken of artikel 14 van deze wet kunnen, in geval van ongeval of bedreiging voor de veiligheid, meer bepaald in geval van afwezigheid, weigering, verzet of gebrek aan medewerking bij de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen, opgelegd door de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in § 1, die gedwongen uitgevoerd worden. De nodige handelingen ter uitvoering van de veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd op risico en kosten van de overtreder, de eigenaar of degene die het vaartuig onder zijn hoede heeft.
  Het vaartuig kan geheel of gedeeltelijk op risico en kosten van voornoemde personen worden stilgehouden zolang de gemaakte [1 kosten niet]1 werden betaald of zolang geen som in consignatie werd gegeven of een bankwaarborg werd verstrekt door een in België gevestigde bank of kredietinstelling die voldoende is voor de dekking van alle gemaakte kosten met inbegrip van de bewaringskosten. [1 De som, die in consignatie werd gegeven, wordt]1, na aftrek van alle hierboven vermelde kosten, in voorkomend geval vermeerderd met de gerechtskosten, teruggegeven.
  § 5. Opsporings- en vervolgingshandelingen moeten tot zo weinig mogelijk vertraging voor het betrokken vaartuig leiden.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 18, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>
  (2)<DVR 2018-06-08/04, art. 147, 005; Inwerkingtreding : 25-05-2018>
  (3)<BVR 2019-07-19/22, art. 16, 007; Inwerkingtreding : 12-09-2019>

  Art. 55. De bevoegde instantie stelt, via de geëigende weg, de vlaggenstaat en elke andere betrokken staat onverwijld op de hoogte van de op grond van artikel 53 uitgesproken veroordeling wegens de door de Vlaamse Regering aangewezen inbreuken.

  HOOFDSTUK VI. - Aansprakelijkheid.

  Art. 56.§ 1. [1 Het verkeersbegeleidingssysteem, de bevoegde instantie, de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46, en het MRCC kunnen noch rechtstreeks noch onrechtstreeks aansprakelijk worden gesteld voor schade die een vaartuig zou lijden of veroorzaken, wanneer die schade te wijten is aan een fout van het verkeersbegeleidingssysteem zelf, de bevoegde instantie zelf, de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46, zelf of van het MRCC zelf of van een personeelslid dat handelt in uitvoering van zijn functie, ongeacht of die fout in een handeling, beslissing dan wel in een verzuim bestaat.]1
  § 2. Het verkeersbegeleidingssysteem, de bevoegde instantie [1 , de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46,]1 en het MRCC kunnen evenmin rechtstreeks of onrechtstreeks aansprakelijk worden gesteld voor schade die te wijten is aan een defect aan of een gebrek in de apparaten die dienen om berichten aan vaartuigen te richten of die waaruit de informatie wordt gehaald waarop de berichten worden gebaseerd of die waarvan de personeelsleden op enigerlei wijze gebruik maken bij het uitoefenen van hun functie, en die toebehoren aan of gebruikt worden door het verkeersbegeleidingssysteem, de bevoegde instantie [1 , de bevoegde instantie, vermeld in artikel 46,]1 of het MRCC.
  § 3. Het vaartuig is aansprakelijk voor de schade bedoeld in de vorige paragrafen.
  ----------
  (1)<DVR 2013-07-12/14, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 19-08-2013>

  Art. 57.§ 1. Het personeelslid door wiens handeling [1 , beslissing]1 of verzuim de in artikel 56, § 1, bedoelde schade is veroorzaakt, is niet aansprakelijk, tenzij er zijnerzijds opzet of grove schuld aanwezig is.
  § 2. Het personeelslid is tot het vergoeden van de door zijn grove schuld veroorzaakte schade slechts gehouden tot een beperkt bedrag per schadeverwekkende gebeurtenis.
  De Vlaamse Regering bepaalt de bedragen voor de onderscheiden categorieën van personeelsleden, zonder dat deze bedragen hoger zijn dan 10.000 euro per schadeverwekkende gebeurtenis.
  § 3. De betrokken personeelsleden van de loodsdienst blijven vallen, wat hun aansprakelijkheid betreft, onder de bepalingen van de wet van 3 november 1967 betreffende het loodsen van zeevaartuigen.
  ----------
  (1)<DVR 2013-07-12/14, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 19-08-2013>

  HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen.

  Art. 58. In artikel 2, tweede lid, van de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins worden de woorden " het zeewezen " vervangen door de woorden " de bevoegde instantie, vermeld in het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen naar de Vlaamse havens en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum. ".

  Art. 59. In artikel 3 van dezelfde wet worden de woorden " de Koning " vervangen door de woorden " de Vlaamse Regering ".

  Art. 60. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 augustus 1993, wordt vervangen door wat volgt :
  " Behoudens de vereiste van een STCW-95 Certificaat van Master en tenminste 36 maanden effectieve vaart, bepaalt de Vlaamse Regering de nadere regels betreffende de opleiding en de kwalificatie van de havenkapiteins en adjunct-kapiteins die belast zijn met de uitvoering van de in deze wet vermelde taken. "

  Art. 61. Aan artikel 5 van dezelfde wet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Het ontslag van de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins wordt hen verleend door de Vlaamse Regering. ".

  Art. 62. In artikel 2 van het Loodsdecreet, gewijzigd bij het decreet van 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° 7° wordt vervangen door wat volgt :
  " 7° de bevoegde instantie :de entiteit, vermeld in artikel 2, § 1, 7°, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum ";
  2° 10° wordt vervangen door wat volgt :
  " 10° loodsgelden : het gewone loodsgeld en de LOA-vergoeding ".

  Art. 63. In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, tweede lid, 2°, § 2, vierde lid, § 4, tweede lid, en § 5, worden na het woord " ambtenaren " de woorden " van de bevoegde instantie " ingevoegd;
  2° er wordt een § 2bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2bis. De Vlaamse Regering kan ontheffing verlenen van de in § 1 vermelde verplichting. Aan die ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden. "

  Art. 64. In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de woorden " aan de loodsdienst te melden op de wijze, in de vorm en binnen de termijn die door de Vlaamse Regering bepaald zijn " vervangen door de woorden " te melden aan de bevoegde instantie, op de wijze, in de vorm en binnen de termijn, bepaald door of krachtens het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum ".

  Art. 65. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de woorden " en de VBS-vergoeding, " geschrapt.

  Art. 66. In artikel 21, § 1, van hetzelfde decreet wordt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° het hoofd en de andere door de minister tot wiens bevoegdheid het begeleiden van de scheepvaart behoort aangewezen categorieën van personeelsleden of individueel daartoe aangestelde personeelsleden van de bevoegde instantie als vermeld in het decreet betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum; ".

  Art. 67. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 5 december 2003, worden de volgende bepalingen opgeheven :
  1° artikel 2, 8°en 13°;
  2° artikel 5, § 3;
  3° artikel 14;
  4° artikel 20, 3°.

  Art. 68.§ 1. Artikel 32 van het Havendecreet wordt opgeheven.
  § 2. De overeenkomsten die, overeenkomstig artikel 34 van hetzelfde decreet, met de havenbedrijven werden afgesloten op grond van [1 artikel 32 van hetzelfde decreet]1, behouden hun geldigheid gedurende de volledige periode waarvoor ze werden afgesloten, onder de voorwaarden bepaald in de nadere regels vastgelegd ter uitvoering van de betrokken artikelen van het Havendecreet.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 69.De Vlaamse Regering wijzigt de politie- en scheepvaartreglementen en [1 alle andere relevante reglementen]1 om ze met dit decreet in overeenstemming te brengen.
  ----------
  (1)<DVR 2012-07-06/06, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 11-08-2012>

  Art. 70. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de diensten, instellingen en scheepvaartactoren die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 14 reeds gegevens van de bevoegde instantie ontvangen hebben of die gekoppeld zijn aan het centraal beheersysteem zonder desbetreffend met de bevoegde instantie een overeenkomst te hebben gesloten, de ontvangst of koppeling zonder overeenkomst kunnen behouden gedurende een door de Vlaamse Regering te bepalen termijn van maximaal zes maanden.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 16 juni 2006.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur,
K. PEETERS.

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT VLAAMSE REGERING VAN 19-07-2019 GEPUBL. OP 02-09-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 54)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 07-12-2018 GEPUBL. OP 19-12-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 15)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 08-06-2018 GEPUBL. OP 26-06-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 54)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 12-07-2013 GEPUBL. OP 09-08-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; 4bis; 56; 57)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 06-07-2012 GEPUBL. OP 01-08-2012
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 3; NL4; 6bis; 9; 14; 31bis; 43; 43bis; NL44; 45; 46; NL47; 50; NL51; 53; 54; NL68; NL69)
  • originele versie
  • DECREET VLAAMSE RAAD VAN 19-12-2008 GEPUBL. OP 10-03-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 37BIS)

  • Parlementaire werkzaamheden Tekst Inhoudstafel Begin
       Zitting 2005-2006 : Stukken. - Ontwerp van decreet : 7463, nr. 1. - Amendement : 746, nr. 2. - Verslag, 746, nr. 3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 746, nr. 4. Handelingen. - Bespreking en aanneming : vergaderingen van 31 mei 2006.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Parlementaire werkzaamheden Inhoudstafel 12 uitvoeringbesluiten 6 gearchiveerde versies
    Franstalige versie