einde

Publicatie : 2021-06-23

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

14 JUNI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 2020 tot verlenging van de toekenningstermijn en de maximumduur van de in aanmerking komende kredieten voor een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus, en daarmee verbonden maatregelen



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Het besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, wordt genomen ter uitvoering van de wet van 20 juli 2020 tot verstrekking van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen (de "wet van 20 juli 2020").
Dit besluit geeft uitvoering aan artikel 4, § 5, van de wet van 20 juli 2020.
Deze bepaling machtigt de Koning om bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de termijn waarbinnen de in datzelfde artikel 4 bedoelde kredieten kunnen worden toegekend te verlengen indien dit gelet op de ernst dan wel de duur van de coronavirus-crisis noodzakelijk is.
Deze periode werd voor het eerst verlengd tot en met 30 juni 2021. Zowel de lange duur, als de ernst van de negatieve effecten van het coronavirus vereisen echter dat de periode waarbinnen de gewaarborgde kredieten als bedoeld in de wet van 20 juli 2020 worden toegekend, wordt verlengd tot en met 31 december 2021.
De nieuwe maatregelen ter bestrijding van het coronavirus hebben ertoe geleid dat veel KMO's hun activiteiten sterk hebben beperkt of zelfs hebben moeten sluiten. Als gevolg van de ernst en de langere duur van de negatieve effecten van het coronavirus op de economie is het wenselijk om deze Staatsgarantie te verlengen tot december 2021. Er is nog steeds steun nodig om ervoor te zorgen dat KMO's toegang hebben tot financiering en om hen in staat te stellen hun economische activiteit opnieuw op te starten. Anderzijds heeft de Europese Commissie besloten de tijdelijke Kaderregeling inzake Staatssteun, die op 19 maart 2020 is aangenomen om de economie te ondersteunen in de context van de uitbraak van COVID-19, te verlengen tot en met 31 december 2021.
Het koninklijk besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad zodat de continuÔteit van de kredietverlening zonder risico van onderbreking op 30 juni 2021 is gewaarborgd.
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Vice-eersteminister en minister van FinanciŽn,
belast met de CoŲrdinatie van de fraudebestrijding,
V. VAN PETEGHEM

Raad van State,
afdeling Wetgeving
Advies 69.391/2 van 7 juni 2021 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 2020 tot verlenging van de toekenningstermijn en de maximumduur van de in aanmerking komende kredieten voor een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus, en daarmee verbonden maatregelen'
Op 11 mei 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-eersteminister en Minister van FinanciŽn, belast met de CoŲrdinatie van de fraudebestrijding verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 2[4] december 2020 tot verlenging van de toekenningstermijn en de maximumduur van de in aanmerking komende kredieten voor een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus, en daarmee verbonden maatregelen'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 7 juni 2021 . De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Patrick Ronvaux en Christine Horevoets, staatsraden, Christian Behrendt en Marianne Dony, assessoren, en Esther Conti, toegevoegd griffier.
Het verslag is uitgebracht door Anne-Stťphanie Renson, adjunct-auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 7 juni 2021.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2į, van de wetten `op de Raad van State', gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoŲrdineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Voorafgaande vormvereisten
Het is de bedoeling van de steller van het voorontwerp om de ontworpen steunmaatregel in te passen in de Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun `ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak', vervat in de mededeling van de Europese Commissie van 19 maart 2020, die is gewijzigd bij de mededelingen van 3 april, 8 mei, 29 juni en 13 oktober 2020, en een vijfde keer bij een mededeling die op 1 februari 2021 is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (hierna: "de Kaderregeling").
In die tekst stelt de Commissie de verenigbaarheidsvoorwaarden vast die ze in beginsel tot 31 december 2021 zal toepassen op steun die de lidstaten verlenen op grond van artikel 107, lid 3, b), van het Verdrag `betreffende de werking van de Europese Unie' (hierna: "VWEU"), met inbegrip van steun in de vorm van gewaarborgde kredieten.
Deze mededeling van de Commissie neemt echter niet weg dat staatssteunregelingen in beginsel nog steeds bij de Commissie moeten worden aangemeld, op grond van artikel 108, lid 3, van het VWEU, tenzij wanneer een beroep kan worden gedaan op een vrijstellingsregeling. De mededeling brengt daarin geen wijziging. (1) De Commissie verklaart in haar mededeling immers dat ze
"zorg [draagt] voor een snelle besluitvorming na heldere en volledige aanmelding van maatregelen die onder deze mededeling vallen. De lidstaten moeten de Commissie van hun voornemens in kennis stellen en hun plannen om dergelijke maatregelen in te voeren zo snel en volledig mogelijk aanmelden."(2)
Punt 12 van de mededeling van de Commissie van 1 februari 2021 betreffende de vijfde wijziging van de Kaderregeling bevat voorts het volgende precisering:
"Gelet op het voorgaande kunnen de lidstaten overwegen bestaande steunmaatregelen die op grond van de tijdelijke kaderregeling door de Commissie zijn goedgekeurd, te wijzigen om de toepassingstermijn ervan tot en met 31 december 2021 te verlengen. De lidstaten kunnen ook overwegen de begroting voor bestaande maatregelen te verhogen of andere wijzigingen aan te brengen om die maatregelen in overeenstemming te brengen met het tijdelijke steunkader, zoals gewijzigd bij deze mededeling. Lidstaten die dit voornemens zijn, wordt verzocht een lijst mee te delen van alle bestaande steunmaatregelen waarvoor zij een wijziging overwegen, samen met de nodige informatie die in de bijlage bij deze mededeling is bepaald. Op die manier kan de Commissie ťťn besluit over de lijst met aangemelde maatregelen vaststellen."(3)
Op de vraag of de ontworpen regeling reeds bij de Commissie aangemeld is, hebben de gemachtigden van de minister het volgende geantwoord:
"La Trťsorerie a effectivement demandť ŗ ses avocats de prťparer la notification ŗ la Commission europťenne de la prolongation de la garantie de l'Etat concernťe jusqu'au 31 dťcembre 2021."
Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst ten gevolge van het vervullen van het voornoemde vormvereiste nog wijzigingen zou ondergaan, (4) moeten de gewijzigde of toegevoegde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, § 1, eerste lid, van de gecoŲrdineerde wetten `op de Raad van State', aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd.
Bijzondere opmerkingen
Aanhef
Het vierde en het vijfde lid moeten worden aangevuld met de datum van het advies van de inspecteur van FinanciŽn en met de datum van de akkoordbevinding van de staatssecretaris voor Begroting.
Dispositief
Artikel 3
De woorden "De Minister van FinanciŽn" moeten worden vervangen door de woorden "De minister bevoegd voor FinanciŽn". (5)
De griffier,
Esther Conti
De voorzitter,
Pierre Vandernoot
_______
Nota
1 Zie in die zin onder meer advies nr. 67.277/3, op 27 april 2020 gegeven over een ontwerp dat heeft geleid tot het bijzondere machtenbesluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering nr. 2020/015 van 7 mei 2020 betreffende de steun in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19 tot vergoeding van de ondernemingen actief in de primaire productie van landbouwproducten en de aquacultuur op het gebeid van voeding" (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/ adviezen/67277.pdf) en advies 68.485/2, op 17 december 2020 gegeven over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 24 december 2020 "tot verlenging van de toekenningstermijn en de maximumduur van de in aanmerking komende voor een staatswaarborg voor maatregelen" (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/68485.pdf
2 Kaderregeling, punt 96.
3 Zie ook punt 12 van de bijlage bij de mededeling van de Commissie van 1 februari 2021, die het volgende opschrift draagt : "Vijfde wijziging van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19 uitbraak en wijziging van de bijlage bij de medeling van de Commissie aan de lidstaten inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op kortlopende exportkredietverzekering".
4 Namelijk andere wijzigingen dan die welke het voorliggende advies voorstelt, of wijzigingen waarmee men wil tegemoetkomen aan de opmerkingen die in dit advies worden geformuleerd.
5 Begingselen van de wetgevingstechniek - handleiding voor het optellen van wetgevende en reglementaire teksten, http://www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 167 en formule F 4-7-1.

14 JUNI 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 2020 tot verlenging van de toekenningstermijn en de maximumduur van de in aanmerking komende kredieten voor een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus, en daarmee verbonden maatregelen
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 20 juli 2020 tot verstrekking van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus en tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut en toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, artikel 4, § 5;
Gelet op het koninklijk besluit van 24 december 2020 tot verlenging van de toekenningstermijn en de maximumduur van de in aanmerking komende kredieten voor een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus, en daarmee verbonden maatregelen;
Gelet op de regelgevingsimpactanalyse, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies van de inspecteur van FinanciŽn gegeven op 20 april 2021;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting gegeven op 29 april 2021;
Gelet op het advies 69.391/2 van de Raad van State, gegeven op 7 juni 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2į van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat artikel 4, § 1, van de wet van 20 juli 2020 bepaalt: "Gewaarborgde kredieten zijn kredieten met een looptijd van meer dan 12 maanden en ten hoogste 36 maanden verleend door een kredietgever aan een kredietnemer tussen de datum van inwerkingtreding van deze wet en 31 december 2020, voor zover zij door de kredietgever op het ogenblik dat ze worden verleend specifiek worden geÔdentificeerd. De hiervoor bedoelde identificatie van een krediet kan door de kredietgever niet worden beŽindigd of ongedaan gemaakt";
Overwegende dat artikel 4, § 5, van deze wet de Koning de bevoegdheid geeft om de termijn te verlengen waarbinnen de gewaarborgde kredieten kunnen worden toegekend alsmede de maximaal toegestane looptijd van die kredieten verlengen bij een in de Ministerraad overlegd besluit "indien dit gelet op de ernst dan wel de duur van de coronavirus-crisis noodzakelijk is";
Overwegende dat het gepast is de machtiging te gebruiken om de garantie te verlengen tot 31 december 2021, aangezien een dergelijke verlenging "gelet op de ernst dan wel de duur van de coronavirus-crisis noodzakelijk is";
Overwegende dat, op grond van de wet van 20 juli 2020, een staatswaarborg wordt toegekend voor de in die wet bepaalde kredieten die tot 31 december 2020 worden verleend; dat de einddatum van 31 december 2020 ten tijde van de goedkeuring van de wet van 20 juli 2020 gerechtvaardigd was, aangezien toen werd vermoed dat het ergste van de coronaviruscrisis voorbij zou zijn; dat gelet op de ernst en de duur van de crisis, de datum van 31 december 2020 is verlengd tot 30 juni 2021; dat een aanzienlijk aantal KMO's echter recent opnieuw gedwongen werd voor langere tijd dan initieel vermoed hun activiteiten op te schorten en/of aanzienlijk te verminderen; dat derhalve de einddatum van 30 juni 2021 naar 31 december 2021 dient te worden verlaat, wil men de negatieve effecten van het coronavirus op de economie zoveel mogelijk indammen;
Overwegende dat het bijgevolg aangewezen is om deze KMO's te blijven steunen tijdens de rest van deze crisisperiode; overwegende dat gelet op de ernst en de duur van de crisis het noodzakelijk is om de toekenningstermijn voor gewaarborgde kredieten te verlengen tot 31 december 2021, overeenkomstig de machtiging die aan de Koning werd verleend bij artikel 4, § 5, van de voornoemde wet van 20 juli 2020;
Op voordracht van de Minister van FinanciŽn en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 2020 tot verlenging van de toekenningstermijn en de maximumduur van de in aanmerking komende kredieten voor een staatswaarborg voor bepaalde kredieten aan KMO's in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus, en daarmee verbonden maatregelen, worden de woorden "30 juni 2021" vervangen door de woorden "31 december 2021".
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. De Minister die FinanciŽn binnen zijn bevoegdheden heeft is belast met de uitvoering van dit besluit.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eersteminister en Minister van FinanciŽn,
belast met de CoŲrdinatie van de fraudebestrijding,
V. VAN PETEGHEM


begin

Publicatie : 2021-06-23