J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2021/02/06/2021030266/justel

Titel
6 FEBRUARI 2021. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-02-2021 en tekstbijwerking tot 12-02-2021)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 07-02-2021 nummer :   2021030266 bladzijde : 10316       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2021-02-06/01
Inwerkingtreding : 13-02-2021

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020010455       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-7

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 1 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepalingen onder 10°, 11° en 12° worden opgeheven;
  2° er wordt een bepaling onder 15° toegevoegd, luidende: "15° "een (mond)masker of elk ander alternatief in stof": een masker zonder uitlaatventiel, uit stof of wegwerpmateriaal, dat nauw aansluit op het gelaat, en de neus, mond en kin bedekt, bestemd om besmettingen bij contact tussen personen te voorkomen.".

  Art. 2. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 1°, worden de woorden "met inbegrip van hun gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen" ingevoegd tussen de woorden "alle logiesvormen" en de woorden ", met uitsluiting van";
  2° het derde lid wordt opgeheven.

  Art. 3.In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, wordt het woord "onbemande" ingevoegd tussen het woord "sauna's," en het woord "zonnebanken";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de bepaling onder 7° opgeheven;
  3° in paragraaf 1, tweede lid, 3°, worden de woorden "dierentuinen en dierenparken" ingevoegd tussen het woord "natuurparken," en de woorden "met inbegrip van";
  4° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 5° aangevuld met de woorden ", behalve voor verzorging van het kapsel uitgevoerd in hun inrichting";
  5° paragraaf 3 wordt opgeheven;
  6° in paragraaf 4 wordt het eerste lid aangevuld met een derde streepje, luidende: "de dienstverlening door de kappers en barbiers, tot en met 28 februari 2021 enkel voor verzorging van het kapsel, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol bepaald door de minister van Werk en de minister van Middenstand en Zelfstandigen overeenkomstig de beslissing van het Overlegcomité ter zake;";
  7° in paragraaf 4 wordt het eerste lid aangevuld met een vierde streepje, luidende: "de dienstverlening door de schoonheidssalons, [1 met inbegrip van de bemande zonnebanken en de bemande zonnecentra]1 de niet-medische pedicurezaken, de nagelsalons, de massagesalons, de kapperszaken, de barbiers en de tatoeage- en piercingsalons, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol bepaald door de minister van Werk en de minister van Middenstand en Zelfstandigen overeenkomstig de beslissing van het Overlegcomité ter zake.";
  8° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "dienstverlening door de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage 1 van dit besluit." vervangen door de woorden ":
  - de dienstverlening door de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in bijlage 1 van dit besluit;
  - de dienstverlening door de vastgoedsector voor de bezichtigingen van onroerend goed, met naleving van de modaliteiten voorzien in het toepasselijke protocol.".
  ----------
  (1)<MB 2021-02-12/02, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 12-02-2021>

  Art. 4. In artikel 15, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende: "Een maximum van 15 personen, kinderen tot en met 12 jaar en de bedienaar van de eredienst niet meegeteld, mag tegelijkertijd aanwezig zijn op een begraafplaats in het kader van een uitvaartceremonie.";
  2° in de inleidende zin van het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "en tweede" ingevoegd tussen de woorden "in het eerste" en het woord "lid".

  Art. 5. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid vervangen als volgt:
  "In afwijking van het derde lid, is een verklaring op eer niet vereist voor de transportwerkers of vervoeraanbieders, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op het grondgebied vervoeren, en zij die alleen maar op doorreis zijn, voor zover zij in het bezit zijn van transportdocumenten die aangeven dat zij in het kader van hun functie reizen.
  Bij gebrek aan deze verklaring op eer of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring, en indien het essentieel karakter van de reis evenmin blijkt uit de transportdocumenten in het bezit van de werknemers of dienstverleners bedoeld in het vorige lid, kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.";
  2° in paragraaf 7, eerste lid, worden de woorden "vanaf de leeftijd van 12 jaar" vervangen door de woorden "vanaf de leeftijd van 6 jaar".

  Art. 6. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot 1 april 2021."

  Art. 7.Dit besluit treedt in werking op 13 februari 2021, met uitzondering van artikel 2 dat in werking treedt op 8 februari 2021 en van [1 artikel 3, 1°, 5° en 7°]1 dat in werking treedt op 1 maart 2021.
  ----------
  (1)<MB 2021-02-12/02, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 12-02-2021>
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 6 februari 2021.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. VERLINDEN

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Gelet op de Grondwet, artikel 23;
   Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
   Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
   Gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
   Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 februari 2021;
   Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor begroting, gegeven op 6 februari 2021;
   Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 6 februari 2021;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen hebben gerechtvaardigd die werden beslist tijdens het Overlegcomité dat is bijeengekomen op 5 februari 2021; dat het zodoende dringend is om de maatregelen te hernieuwen en om er een aantal daarvan aan te passen;
   Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, op 10, 15, 23 en 27 juli 2020, op 20 augustus 2020, alsook op 23 september 2020;
   Overwegende de adviezen van de GEES, van CELEVAL, van de RAG en van de GEMS;
   Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
   Overwegende het advies van de Pediatric Task Force;
   Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
   Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
   Overwegende het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;
   Overwegende de wet van 9 oktober 2020 houdende instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020;
   Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
   Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
   Overwegende de "Gids voor de opening van de handel", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
   Overwegende de Aanbeveling (EU) van 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoördineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie;
   Overwegende de Aanbeveling (EU) 2020/912 van de Raad van 30 juni 2020 over de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU en de mogelijke opheffing van die beperking;
   Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
   Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
   Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande het coronavirus COVID-19 dat de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
   Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen;
   Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die aangeeft dat de situatie in Europa zeer onrustwekkend is en dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven;
   Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO van 26 oktober 2020, die aangeeft dat het hoogste aantal gevallen van COVID-19 werd gemeld in de week van 19 oktober 2020 en dat alles in het werk moet worden gesteld om de medewerkers van de zorgsector te beschermen; dat scholen en bedrijven kunnen openblijven maar daarvoor compromissen moeten worden gesloten; dat de directeur-generaal bevestigt dat het virus kan worden onderdrukt door snel en bewust in te grijpen;
   Overwegende dat ons land sinds 13 oktober 2020 op nationaal niveau in alarmniveau 4 (zeer hoge alertheid) zit;
   Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe vastgestelde besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen gestegen is tot 2348 bevestigde positieve gevallen op 6 februari 2021;
   Overwegende dat op 6 februari 2021 in totaal 1736 patiënten getroffen door COVID-19 worden behandeld in de Belgische ziekenhuizen; dat op diezelfde datum in totaal 304 patiënten worden behandeld op de diensten van de intensieve zorg;
   Overwegende het aantal bezette ziekenhuisbedden; dat de druk op de ziekenhuizen en op de continuïteit van de niet-COVID-19-zorg hoog blijft en dat het risico voor de volksgezondheid blijft bestaan; dat ziekenhuizen nog steeds kampen met personeelsuitval wegens ziekte en dat dit kan leiden tot een tekort aan personeel in de zorgsector; dat moet worden voorkomen dat de opvang van patiënten op het grondgebied onder druk komt te staan;
   Overwegende dat de epidemiologische situatie nog steeds zeer ernstig en precair is; dat de incidentie op 6 februari 2021 over een periode van 14 dagen 280,9 op 100.000 inwoners bedraagt; dat het reproductiegetal op basis van de nieuwe hospitalisaties 1,035 bedraagt; dat een daling van de cijfers nog steeds noodzakelijk is om uit deze gevaarlijke epidemiologische situatie te geraken; dat verregaande en ingrijpende maatregelen onvermijdelijk blijven om de situatie onder controle te houden;
   Overwegende dat het advies van het RAG van 3 februari 2021 vaststelt dat de epidemiologische situatie nog niet onder controle is; dat de grenswaarden van de kwantitatieve indicatoren die gebruikt worden om te kunnen bepalen of de situatie onder controle is, in het bijzonder het aantal besmettingen, hospitalisaties, de positiviteitsratio en het reproductiegetal, nog niet werden bereikt;
   Overwegende dat deze cijfers, hoewel relatief stabiel, te hoog blijven; dat sommige van deze cijfers zelfs licht stijgen;
   Overwegende dat de dreiging van nieuwe varianten en mutaties reëel is; dat de variant B.1.1.7 oprukt in België; dat deze variant al breder verspreid is in andere lidstaten van de Europese Unie; dat een verdere verspreiding van deze variant of introductie van nieuwe varianten enkel beperkt kan blijven door het verder aanhouden van de maatregelen;
   Overwegende dat de cijfers welbepaalde activiteiten buiten terug toelaten; dat het niettemin nodig blijft om deze te beperken tot de activiteiten die het met zekerheid en te allen tijde mogelijk maken de social distancing te respecteren; dat activiteiten die in het bijzonder aanleiding kunnen geven tot geschreeuw en aërosolprojecties nog steeds beperkt moeten blijven; dat daarom de buitengedeelten van dierentuinen en dierenparken weer geopend mogen worden met naleving van de toepasselijke protocollen ;
   Overwegende dat het RMG in zijn advies van 1 februari 2021 heeft gesteld dat mondmaskers mond, neus en kin moeten bedekken en nauw moeten aansluiten op elke zijde van het gezicht; dat het correct gebruik van mondmaskers essentieel is; dat sjaals, nekwarmers, bandana's en dergelijke om die reden niet langer aanvaardbaar zijn als alternatief;
   Overwegende dat de beperking van het gebruik van de openbare ruimte tussen middernacht en 5 uur 's morgens bijdraagt tot een vermindering van het aantal festiviteiten, ontmoetingen en het gebruik van alcohol in de openbare ruimte onder omstandigheden waarin de maatregelen betreffende de social distancing of het dragen van mondmaskers niet worden toegepast; dat deze beperking aldus bijdraagt tot een vermindering van het aantal besmettingen en van de snelheid waarmee het virus wordt overgedragen;
   Overwegende dat een dergelijke beperking van de fundamentele vrijheden evenredig en beperkt in de tijd moet zijn; dat zij niettemin noodzakelijk blijft om het fundamentele recht op leven en gezondheid van de bevolking te vrijwaren;
   Overwegende dat, gezien de gemengde gezondheidssituatie, een verlenging van deze beperking noodzakelijk blijft om te voorkomen dat de situatie opnieuw snel verslechtert en om ervoor te zorgen dat de inspanningen van de gehele bevolking en van alle betrokken sectoren, met inbegrip van de economische en de gezondheidssector, niet teniet worden gedaan; dat alleen zeer strenge maatregelen ervoor kunnen zorgen dat de situatie weer onder controle wordt gebracht en dat de andere maatregelen kunnen worden beperkt;
   Overwegende dat lichaamsverzorging van belang is; dat het na verloop van tijd noodzakelijk is geworden dat men daartoe beroep kan doen op bepaalde dienstverleners, in het bijzonder de kappers; dat het opnieuw toelaten van deze dienstverlening een bijdrage kan leveren tot het mentaal welzijn van de burgers; dat een gefaseerde aanpak aangewezen is aangezien de epidemiologische situatie een gemengd beeld weergeeft; dat de niet-medische contactberoepen daarom geleidelijk aan terug mogen heropenen;
   Overwegende dat het recht op huisvesting een fundamenteel recht is dat in bepaalde omstandigheden in gevaar kan worden gebracht door de langdurige beperkende maatregelen op vlak van bezichtigingen van onroerend goed; dat de bezichtigingen van onroerend goed door de vastgoedsector om die reden onder strikte voorwaarden opnieuw toegelaten kunnen worden; dat vastgoedmakelaars, wiens activiteiten onder toezicht van een tuchtrechtelijke instantie staan, bij de organisatie van deze bezichtigingen een veilig gezondheidsprotocol in acht moeten nemen; dat ze moeten toezien op de naleving van dit protocol; dat daarom enkel bezichtigingen van onroerend goed met een vastgoedmakelaar mogen plaatsvinden;
   Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 12-02-2021 GEPUBL. OP 12-02-2021
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 7)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie