einde

Publicatie : 2021-02-12

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID

5 FEBRUARI 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020



Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, artikel 35.
Vormvereisten
De volgende vormvereiste zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 18 december 2020;
- De Europese Commissie verleende haar goedkeuring voor deze steunmaatregel op 29 januari 2021;
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat ondernemingen opnieuw geconfronteerd worden met een omzetdaling ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020. Om die ondernemingen financieel te steunen is het dringend nodig om nieuwe ondersteuningsmaatregelen voor de getroffen ondernemingen te nemen.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief:
- Omdat de Vlaamse ondernemingen opnieuw worden geconfronteerd met een omzetdaling wegens de aanhoudende coronamaatregelen van 28 oktober 2020 is het nodig om nieuwe ondersteuningsmaatregelen voor de getroffen ondernemingen te nemen.
Juridisch kader
Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
- De mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 (C(2020) 1863) betreffende de Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige Covid-19-uitbraak, zoals gewijzigd op 3 april 2020 (C(2020) 2215), 8 mei 2020 (C(2020) 3156), 29 juni 2020 (C(2020) 4509), 13 oktober 2020 (C(2020)7127) en 28 januari 2021 (C(2021)564), en alle latere wijzigingen ervan.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° coronavirusmaatregelen: het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken en de latere maatregelen inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid;
2° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
3° corona hinderpremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
4° corona compensatiepremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart inzake het coronavirus;
5° corona ondersteuningspremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ondanks de versoepelde coronavirusmaatregelen, tot wijziging van de artikelen 1, 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, en tot wijziging van de artikelen 1, 6, 9 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
6° Vlaams Beschermingsmechanisme: steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 7 augustus 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen vanaf 29 juli 2020, tot wijziging van artikel 10 en 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juni 2020 inzake de corona ondersteuningspremie en tot wijziging van artikel 1 van en tot toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2020 inzake de corona handelshuurlening, het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus en het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 1, 3 en 4 van en toevoeging van een bijlage aan het besluit van de Vlaamse Regering van 23 oktober 2020 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de verstrengde coronavirusmaatregelen genomen op 6 en 16 oktober 2020 en tot wijziging van artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
7° decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
8° omzetdaling: de daling van de omzet, exclusief de btw en op basis van de dagontvangsten, geleverde prestaties of de tijdregistratie in respectievelijk de maanden januari 2021 of februari 2021, afhankelijk van de maand waarvoor een subsidie wordt aangevraagd. Als referentieperiode geldt dezelfde periode in 2020. Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in de voormelde referentieperiode wordt de omzetdaling in de referentieperiode vergeleken met de verwachte omzet, vermeld in het financieel plan. Als de omzet in de voormelde referentieperiode abnormaal laag is, wordt die periode vervangen door een andere referentieperiode in 2019.
Uitzonderlijke en éénmalige opbrengsten of inkomsten worden niet meegeteld voor de berekening van de omzetdaling;
9° onderneming: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofd- of bijberoep, de vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut en de vereniging met een economische activiteit.
De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één werkende vennoot of bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
De vereniging met een economische activiteit moet bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
Met een zelfstandige in hoofdberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft van minstens 13.993,78 euro.
Met de zelfstandige in bijberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
Een startende zelfstandige die in 2019 geen volledig beroepsinkomen heeft, wordt gelijkgesteld met één van bovenstaande gevallen gelet op het verwachte beroepsinkomen, vermeld in het financieel plan;
10° verplichte sluitingsperiode: de periode waarin de onderneming verplicht is gesloten in de maand, vermeld in artikel 1, 8° ;
11° tijdelijke kaderregeling COVID-19: de mededeling van de Commissie van 19 maart 2020 (C(2020) 1863) betreffende de Tijdelijke Kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige Covid-19-uitbraak, en de latere wijzigingen ervan.
Art. 2. Alle steun die toegekend wordt met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de tijdelijke kaderregeling COVID-19. De beslissing tot toekenning van de steun moet worden genomen uiterlijk op 31 december 2021.
De regelgeving in dit besluit valt onder de toepassing van punt 3.1 van de tijdelijke kaderregeling COVID-19.
Art. 3. § 1. Er wordt een subsidie per maand toegekend aan ondernemingen die 10% bedraagt van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 8°.
De subsidie bedraagt per maand minimaal 600 euro en maximaal:
1° 7500 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling tot 9 werknemers, ingeschreven bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid, hierna RSZ genoemd en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen, hierna VKBO genoemd;
2° 15.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling van 10 tot 49 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO;
3° 40.000 euro voor ondernemingen met een tewerkstelling vanaf 50 werknemers, ingeschreven bij de RSZ en op basis van de laatst beschikbare RSZ-personeelsklasse in de VKBO.
Ondernemingen die 50% of meer van hun omzet halen uit toelevering aan een gesloten sector, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 2°, en paragraaf 3, tweede lid, 2°, kunnen kiezen voor een referentieperiode die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode van die gesloten sector. Het minimale en maximale subsidiebedrag wordt pro rata berekend als vermeld in paragraaf 2, derde lid.
De onderneming moet een omzetdaling hebben van minstens 60% ten gevolge van de coronavirusmaatregelen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, vierde lid, moet er geen omzetdaling aangetoond worden als de hoofdactiviteit van de onderneming op de eerste dag van de maand, vermeld in artikel 1, 8°, behoort tot de sector van cafés en restaurants en de onderneming verplicht gesloten is ten gevolge van de coronavirusmaatregelen. De subsidie bedraagt per maand 10% van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 8°, die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode. Die afwijking geldt niet voor ondernemingen waarvan de omzet in de referentieperiode 50% of meer betrekking heeft op take away-activiteiten.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° hoofdactiviteit: de activiteit die is opgenomen als activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen onder de RSZ- of btw-NACE-code en die meer dan 50% van de omzet vertegenwoordigt;
2° de sector van cafés en restaurants: de ondernemingen met NACE-code:
a) 56101: Eetgelegenheden met volledige bediening;
b) 56102: Eetgelegenheden met beperkte bediening;
c) 56301: Cafés en bars.
Het maximale en minimale subsidiebedrag per maand wordt pro rata berekend afhankelijk van de duurtijd van de sluitingsperiode. Dit betekent dat de proratisering gebeurt op basis van het aantal verplicht gesloten kalenderdagen in de verplichte sluitingsperiode ten opzichte van de kalenderdagen in de maand, vermeld in artikel 1, 8°.
§ 3. In afwijking van paragraaf 1, vierde lid, moet er geen omzetdaling aangetoond worden als de hoofdactiviteit van de onderneming op de eerste dag van de maand, vermeld in artikel 1, 8°, behoort tot de in aanmerking komende sectoren en de onderneming verplicht gesloten is ten gevolge van de coronavirusmaatregelen. De subsidie bedraagt per maand 10% van de omzet, exclusief btw, in de referentieperiode, vermeld in artikel 1, 8°, die overeenstemt met de verplichte sluitingsperiode.
In het eerste lid wordt verstaan onder:
1° hoofdactiviteit: de activiteit die meer dan 50% van de omzet vertegenwoordigt;
2° in aanmerking komende sectoren: de lijst van sectoren, vermeld in bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd.
De minister, bevoegd voor de economie, kan de lijst van sectoren, vermeld in het tweede lid, 2°, aanpassen als er bijkomende sectoren verplicht gesloten worden of terug open mogen ten gevolge van de coronavirusmaatregelen.
Het maximale en minimale subsidiebedrag per maand wordt pro rata berekend afhankelijk van de duurtijd van de sluitingsperiode. Dit betekent dat de proratisering gebeurt op basis van het aantal verplicht gesloten kalenderdagen in de verplichte sluitingsperiode ten opzichte van de kalenderdagen in de maand, vermeld in artikel 1, 8°.
§ 4. De subsidie en de maximale en minimale subsidiebedragen worden gehalveerd voor de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
Art. 4. Alleen ondernemingen die substantiële exploitatiebeperkingen ondervinden ten gevolge van de coronavirusmaatregelen komen in aanmerking voor de subsidie.
Ondernemingen die geen aanvraag indienden voor het bekomen van een corona hinderpremie, een corona compensatiepremie, een corona ondersteuningspremie of een Vlaams Beschermingsmechanisme dienen het oorzakelijk verband tussen de substantiële exploitatiebeperkingen die ze ondervonden door de coronavirusmaatregelen en de omzetdaling omstandig te motiveren in de subsidieaanvraag, vermeld in artikel 7.
Enkel ondernemingen met een actieve bedrijfsvoering in de maand, vermeld in artikel 1, 8°, komen in aanmerking voor de subsidie, tenzij de onderneming verplicht is gesloten ten gevolge van de coronavirusmaatregelen of is gesloten ten gevolge van de normale jaarlijkse sluiting.
Ondernemingen, die exploitant zijn van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt of van een traiteurszaak die regelmatig cateringdiensten verricht en die over een geregistreerd kassasysteem moeten beschikken overeenkomstig artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en artikel 2bis van het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen, komen alleen in aanmerking voor een subsidie van meer dan 1.500 euro als die voorwaarde is nageleefd.
Art. 5. De volgende ondernemingen komen niet in aanmerking voor de subsidie:
1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden:
a) ontbinding;
b) stopzetting;
c) faillissement;
d) vereffening;
2° holdings, management-, of patrimoniumvennootschappen;
3° de ondernemingen waarvan de zaakvoerder als bestuurder of vennoot verbonden is met een andere onderneming die de subsidie heeft ontvangen en waaraan zij zakelijke diensten verlenen;
4° de ondernemingen die achterstallige schulden hebben bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen naar aanleiding van een terugvordering van een onterecht ontvangen corona hinderpremie, corona compensatiepremie, corona ondersteuningspremie of een Vlaams Beschermingsmechanisme;
5° de ondernemingen die op de eerste dag van de maand, vermeld in artikel 1, 8°, nog niet opgestart waren en niet beschikten over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen;
6° de ondernemingen in moeilijkheden, vermeld in lid 22, c, en c bis, van de tijdelijke kaderregeling COVID-19;
7° de kredietinstellingen en de financiële instellingen die onder toezicht vallen van de Nationale Bank van België.
Art. 6. De steun verleend in het kader van dit besluit is intuitu personae en kan niet overgedragen worden aan een derde en is niet vatbaar voor beslag.
De subsidie kan geweigerd, niet-uitbetaald of teruggevorderd worden als de onderneming niet voldoet aan de regelgeving die van toepassing is in het Vlaamse Gewest.
Art. 7. De onderneming dient een subsidieaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, en vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer alsook de omzet die in haar btw-aangifte van het eerste kwartaal 2020 was opgenomen.
Er moet voor de maanden, vermeld in artikel 1, 8°, twee aparte subsidieaanvragen worden ingediend.
De subsidieaanvraag voor de maand januari 2021 wordt ten vroegste op 16 februari 2021 en ten laatste op 15 maart 2021 ingediend. De subsidieaanvraag voor de maand februari 2021 wordt ten vroegste op 16 maart 2021 en ten laatste op 15 april 2021 ingediend.
De subsidieaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de subsidie toegekend wordt.
De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het vierde lid.
Als het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist dat de subsidie wordt toegekend, wordt ze uitbetaald onder de voorwaarde dat de onderneming zich niet bevindt in één van de rechtstoestanden, vermeld in artikel 5, 1°.
De subsidie wordt alleen uitbetaald op een Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de steun werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
Art. 8. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de waarachtigheid van onder meer de door de onderneming gerapporteerde omzetdaling controleren op basis van de administratieve gegevens en van de boekhouding van de onderneming, en dit zowel voorafgaandelijk aan als tot vijf jaar na de uitbetaling van de subsidie. Die informatie kan ook opgevraagd worden bij de federale of Vlaamse gegevensbronnen.
In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 wordt de subsidie teruggevorderd binnen zes jaar na de indieningsdatum van de steunaanvraag in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten.
Ondernemingen moeten de subsidies die ten onrechte ontvangen werden, terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan bijkomende preciseringen bepalen.
Art. 10. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan dit besluit opheffen.
Brussel, 5 februari 2021.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,
H. CREVITS

Bijlage 1. De lijst van sectoren als vermeld in artikel 3, § 3, tweede lid, 2°.
Discotheken en dancings
Pretparken
Bioscopen
Cultuurhuizen en evenementensector
Fitnesscentra
Binnenspeeltuinen
Bowlingzalen
Casino's, speelautomatenhallen en wedkantoren
Wellnesscentra, met inbegrip van onder meer sauna's, zonnebanken, jacuzzi's, stoomcabines, hammams en subtropische zwembaden
Kermisattracties
Feest- en receptiezalen
Niet-medische contactberoepen
Niet-essentiële ambulante handel (exclusief marktkramers)
Verplicht gesloten dienstverlening
Dierentuinen en -parken
Vakantieparken, bungalowparken en campings
Rijscholen en -examencentra
Skipistes, langlaufpistes en skicentra

Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021 betreffende het Vlaams Beschermingsmechanisme voor ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de aanhoudende coronavirusmaatregelen van 28 oktober 2020.
Brussel, 5 februari 2021.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,
H. CREVITS


begin

Publicatie : 2021-02-12