einde

Publicatie : 2021-02-15

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

2 FEBRUARI 2021. - Koninklijk besluit betreffende het in aanmerking nemen, bij de berekening van het pensioen, van de competentieontwikkelingstoelage toegekend aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Wij hebben de eer aan Uwe Majesteit een koninklijk besluit voor te leggen dat genomen wordt ter uitvoering van artikel 8, § 2, vierde lid, van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, ingevoegd bij de wet van 25 januari 1999 houdende sociale bepalingen.
Er moet worden opgemerkt dat dit besluit volgt op de resolutie 736/007 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 2 juli 2020.
Artikel 1
Krachtens artikel 8, § 1, vierde lid, van voormelde wet van 21 juli 1844, wordt in voorkomend geval voor de vaststelling van de referentiewedde die als basis dient voor de berekening van het pensioen ook rekening gehouden met de weddebijslagen voorzien in artikel 8, § 2, van die wet voor zover ze verbonden zijn aan de functie waarin de belanghebbende vastbenoemd werd.
Artikel 8, § 2, derde lid, van voormelde wet beperkt dit voordeel echter tot de weddebijslagen zoals die van kracht waren op 31 december 1998, de dag vˇˇr de inwerkingtreding van voormelde wet van 25 januari 1999. Die beperking heeft namelijk tot gevolg dat de na 31 december 1998 gecreŰerde bijslagen, in principe niet in aanmerking mogen genomen worden voor de berekening van het pensioen.
Niettemin voorziet artikel 8, § 2, vierde lid, dat de Koning, bij een besluit genomen na overleg in de Ministerraad, de lijst van de in aanmerking komende bijslagen kan aanvullen.
Dit besluit vult de lijst van de weddebijslagen aan met de competentieontwikkelingstoelage toegekend aan bepaalde personeelsleden van de politiediensten die behoren tot het administratief en logistiek kader. Deze toelage wordt toegekend op basis van een gecertificeerde opleiding die met vrucht dient doorlopen te worden overeenkomstig artikel XI.II.22bis van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten, ingevoegd bij artikel 27 van het koninklijk besluit van 23 maart 2007.
Het in aanmerking nemen van deze toelage voor de berekening van het pensioen heeft voor gevolg dat ze het voorwerp zal moeten uitmaken van de persoonlijke bijdrage van 7,5 pct. die wordt gestort aan de Federale Pensioendienst om, in hoofdzaak, bij te dragen aan de financiering van de overlevingspensioenen.
Artikel 2
Dit artikel stelt de datum van het in aanmerking nemen voor de pensioenberekening van de in dit besluit bedoelde competentieontwikkelingstoelage vast op 1 januari 2007.
Deze datum verwijst naar de datum van inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 23 maart 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten.
Bovendien wordt de persoonlijke bijdrage van 7,5 % op voormelde toelage reeds ingehouden sinds 1 januari 2007.
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een beperking, Armoedebestrijding en Beliris,
K. LALIEUX

RAAD VAN STATE,
afdeling Wetgeving
Advies 68.074/4, van 21 oktober 2020, over, een ontwerp van koninklijk besluit 'betreffende het in aanmerking nemen voor het pensioen van bepaalde premies inzake competentieontwikkeling toegekend aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten'
Op 23 september 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Pensioenen verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'betreffende het in aanmerking nemen voor het pensioen van bepaalde premies inzake competentieontwikkeling toegekend aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten'.
Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 21 oktober 2020. De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Luc CAMBIER en Bernard BLERO, staatsraden, en Anne Catherine VAN GEERSDAELE, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Yves CHAUFFOUREAUX, eerste auditeur en Aurore PERCY, adjunct-auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine BAGUET.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 21 oktober 2020.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2░, van de wetten 'op de Raad van State', geco÷rdineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde geco÷rdineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
OPSCHRIFT
Luidens het opschrift heeft het ontworpen besluit betrekking op "het in aanmerking nemen voor het pensioen van bepaalde premies inzake competentieontwikkeling toegekend aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten".
Het besluit strekt er evenwel toe de competentieontwikkelingstoelage toe te voegen aan de lijst van de premies die voor het pensioen in aanmerking genomen moeten worden.
Om die strekking beter weer te geven, zou het opschrift van het ontworpen besluit beter als volgt gesteld worden:
"Koninklijk besluit betreffende het in aanmerking nemen, bij de berekening van het pensioen, van de competentieontwikkelingstoelage toegekend aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten."
VOORAFGAANDE VORMVEREISTEN
1. Het derde en het vierde lid van de aanhef moeten aangevuld worden met de datum van, respectievelijk, het advies van de inspecteur van FinanciŰn en de akkoordbevinding van de minister van Begroting.
2. Over het ontwerp dient met de vakbonden onderhandeld te worden. Uit het dossier blijkt evenwel niet of dat vormvereiste volledig vervuld is.
Er moet op toegezien worden dat dit voorafgaande vormvereiste vervuld wordt en de datums waarop het vervuld is, moeten vermeld worden in het zesde en het zevende lid.
Indien het ontwerp naar aanleiding van die adviesaanvraag en die onderhandelingen nog gewijzigd zou worden op andere punten dan die welke in dit advies besproken worden en het daarbij niet om formele of detailwijzigingen zou gaan, dient het opnieuw aan de afdeling Wetgeving voorgelegd te worden.
ONDERZOEK VAN HET ONTWERP
Aanheef
Resolutie 736/007 van de Kamer van volksvertegenwoordigers, waarnaar in het tweede lid verwezen wordt, is niet de rechtsgrond van het ontworpen besluit en heeft geen betrekking op het vervullen van een verplicht vormvereiste.
Indien de steller van het ontwerp dat nuttig acht, kan die resolutie evenwel vermeld worden in een overweging die in de aanhef opgenomen kan worden na de verwijzingen naar het vervullen van de voorafgaande vormvereisten.
DISPOSITIEF
Artikel 1
In de inleidende zin dient het opschrift van de algemene wet van 21 juli 1844 'op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen' correct vermeld te worden.
Artikel 2
Luidens artikel 2 heeft artikel 1 van het ontwerp uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
In het licht van de overwegingen C en G van resolutie 736/007 die door de Kamer van volksvertegenwoordigers aangenomen is op 2 juli 2020,1 is die terugwerking verantwoord omdat de eigen bijdrage van 7,5 % die samenhangt met het in aanmerking nemen van de competentieontwikkelingstoelage in kwestie bij de berekening van het pensioen, vanaf die datum ingehouden is.
Dat staat niet vermeld in het verslag aan de Koning; daarin is enkel sprake van een persoonlijke bijdrage van 7,5 % die voortaan gestort moet worden. Aangezien op die toelagen vanaf 1 januari 2007 een persoonlijke bijdrage van 7,5 % ingehouden is, kan de voorgenomen terugwerking aanvaard worden.
Het zou hoe dan ook een goede zaak zijn om het verslag aan de Koning op dit punt te verduidelijken, door uiteen te zetten welke gegevens de terugwerking waarin artikel 2 voorziet, verklaren en rechtvaardigen.
DE GRIFFIER DE VOORZITTER
Anne Catherine VAN GEERSDAELE Martine BAGUET
_______
Nota
1 Waarin respectievelijk staat "dat een eigen bijdrage van 7,5 % wordt ingehouden op de competentieontwikkelingstoelagen die worden toegekend aan het personeel van het logistiek kader van de ge´ntegreerde politie" en "dat de betrokken werknemers al jarenlang bijdragen betalen".

2 FEBRUARI 2021. - Koninklijk besluit betreffende het in aanmerking nemen, bij de berekening van het pensioen, van de competentieontwikkelingstoelage toegekend aan de personeelsleden van het administratief en logistiek kader van de politiediensten
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, artikel 8, § 2, vierde lid, gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999;
Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŰn, gegeven op 24 augustus 2020;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 14 september 2020;
Gelet op het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse omdat het bepalingen van autoregulering betreft;
Gelet op het protocol nr. 226/1 van 19/11/2020 van het Gemeenschappelijk comitÚ voor alle overheidsdiensten;
Gelet op het protocol nr. 492/1 van 30/09/2020 van het OnderhandelingscomitÚ voor de politiediensten;
Gelet op het advies nr. 68.074/4 van de Raad van State, gegeven op 21 oktober 2020 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2░, van de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973;
Overwegende de resolutie 736/007 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 2 juli 2020;
Op de voordracht van de Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een beperking, Armoedebestrijding en Beliris en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 8, § 2, eerste lid, van de algemene wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, ingevoegd bij de wet van 25 januari 1999 en aangevuld bij de wetten van 30 maart 2001 en 27 maart 2006 en bij de koninklijke besluiten van 25 maart 2003, 3 april 2003, 7 mei 2004, 3 juni 2007, 20 december 2007, 27 september 2009, 5 december 2011 en 16 februari 2014, wordt aangevuld als volgt:
"61░ de competentieontwikkelingstoelage toegekend met toepassing van artikel XI.II.22bis van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;";
Art. 2. Artikel 1 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art. 3. De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 februari 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Pensioenen en Maatschappelijke Integratie, belast met Personen met een beperking, Armoedebestrijding en Beliris,
K. LALIEUX


begin

Publicatie : 2021-02-15