einde

Publicatie : 2020-12-21

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

21 DECEMBER 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken



De Minister van Binnenlandse Zaken,
Gelet op de Grondwet, artikel 23;
Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
Gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
Gelet op artikel 8, § 2, 1į en 2į, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 21 december 2020;
Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor begroting, gegeven op 21 december 2020;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 21 december 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen hebben gerechtvaardigd die worden beslist; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te nemen;
Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiŽle crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende de verklaring van 19 december 2020 van de Britse Premier met betrekking tot de epidemiologische situatie in het Verenigd Koninkrijk en meer bepaald het opduiken van een mutatie van het coronavirus COVID-19;
Overwegende het advies van de Risk Assessment Group van 20 december 2020;
Overwegende de risicoanalyse van het ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control) van 20 december 2020 betreffende "de snelle toename van een SARS-CoV-2-variant met meerdere piek eiwitmutaties waargenomen in het Verenigd Koninkrijk";
Overwegende dat deze mutatie voornamelijk vastgesteld werd in Kent en het zuidoosten van het Verenigd Koninkrijk, inclusief de regio's London en het oosten van het Verenigd Koninkrijk;
Overwegende dat er sterke aanwijzingen zijn dat deze variant tot 70 procent besmettelijker zou zijn dan de oorspronkelijke variant; dat deze variant zich dus sneller verspreidt; dat er daarom een verhoogd risico op besmetting kan zijn;
Overwegende dat op Belgisch grondgebied voorlopig vier bevestigde gevallen van besmetting met de nieuwe variant van het virus werden vastgesteld; dat de besmettelijkere variant van het virus dus nog niet verspreid lijkt over het grondgebied; dat ook in andere landen van het Europese vasteland het virus nog niet verspreid lijkt;
Overwegende dat het noodzakelijk is om verdere verspreiding van deze mutatie van het virus op het Belgisch grondgebied tegen te gaan;
Overwegende dat in Nederland een reisverbod werd ingesteld tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk tot 1 januari 2021; dat ook andere landen van het Europese vasteland, waaronder Frankrijk en Duitsland, reisbeperkingen opleggen tussen het Verenigd Koninkrijk en hun grondgebied;
Overwegende dat de aard en besmettelijkheid van deze mutatie nog verder moet worden onderzocht; dat ondertussen moet worden voorkomen dat deze mutatie zich verder kan verspreiden;
Overwegende dat het dus noodzakelijk is om het verbod op alle reizen naar BelgiŽ vanuit het Verenigd Koninkrijk door middel van passagiersvervoer te verlengen tot en met 22 december 2020, teneinde het risico op verspreiding van het coronavirus COVID-19 maximaal te beperken;
Overwegende dat ook na 22 december 2020 maatregelen moeten worden genomen om te voorkomen dat deze mutatie zich in BelgiŽ kan verspreiden; dat de toegang tot het Belgisch grondgebied vanuit het Verenigd Koninkrijk daarom beperkt moet worden tot personen met de Belgische nationaliteit en personen die hun hoofdverblijfplaats in BelgiŽ hebben, alsook tot welbepaalde strikt noodzakelijke niet-uitstelbare reizen en tot bepaalde transitvluchten ;
Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coŲrdinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coŲrdinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Overwegende de Aanbeveling (EU) van 7 augustus 2020 van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de aanbeveling 2020/912 over de geleidelijke opheffing van de tijdelijke beperkingen van niet-essentiŽle reizen naar de EU;
Overwegende de Aanbeveling (EU) van 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoŲrdineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande het coronavirus COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die aangeeft dat de situatie in Europa zeer onrustwekkend is en dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO van 26 oktober 2020, die aangeeft dat het hoogste aantal gevallen van COVID-19 werd gemeld in de week van 19 oktober 2020 en dat alles in het werk moet worden gesteld om de medewerkers van de zorgsector te beschermen; dat scholen en bedrijven kunnen openblijven maar daarvoor compromissen moeten worden gesloten; dat de directeur-generaal bevestigt dat het virus kan worden onderdrukt door snel en bewust in te grijpen;
Overwegende dat de WHO heeft vastgesteld dat tal van landen een grootschalige besmetting konden verhinderen dankzij bewezen preventie- en bestrijdingsmaatregelen, en dat die maatregelen nog steeds het beste verdedigingsmiddel tegen COVID-19 zijn;
Overwegende dat ons land sinds 13 oktober 2020 op nationaal niveau in alarmniveau 4 (zeer hoge alertheid) zit; dat het aantal besmettingen in BelgiŽ zeer hoog blijft en de druk op de ziekenhuizen nog steeds zeer reŽel is; dat de situatie in BelgiŽ dus zeer precair blijft;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat het zorgsysteem de mogelijkheid behoudt om niet COVID-19 patiŽnten te verzorgen en alle patiŽnten in de best mogelijke omstandigheden te ontvangen; dat een besmettelijkere variant van het virus een nog grotere impact kan hebben op het zorgsysteem;
Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende dat de hygiŽnemaatregelen essentieel blijven;
Overwegende dat de gezondheidssituatie en de maatregelen op regelmatige basis worden geŽvalueerd; dat dit betekent dat striktere maatregelen nooit zijn uitgesloten;
Overwegende dat de voorziene maatregelen van dien aard zijn om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en de ziekenhuizen en de diensten van de intensieve zorg te ontlasten, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiŽnte behandelingen en vaccins te ontwikkelen;
Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
Besluit :
Artikel 1. In artikel 21 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt paragraaf 2bis vervangen door wat volgt:
"In afwijking van de paragrafen 1 en 2 zijn alle reizen naar BelgiŽ vanuit het Verenigd Koninkrijk door middel van passagiersvervoer verboden op 22 december 2020.
In afwijking van de paragrafen 1 en 2 zijn van 23 december 2020 tot en met 31 december 2020 enkel toegelaten:
1į de reizen naar BelgiŽ vanuit het Verenigd Koninkrijk van personen met de Belgische nationaliteit en van personen die hun hoofdverblijfplaats in BelgiŽ hebben;
2į de volgende strikt noodzakelijke niet-uitstelbare reizen naar BelgiŽ vanuit het Verenigd Koninkrijk van andere personen dan deze bedoeld in de bepaling onder 1į, desgevallend mits voorlegging van een door de werkgever uitgereikt attest:
a) de professionele verplaatsingen van gezondheidswerkers, onderzoekers op het gebied van gezondheid en beroepskrachten uit de ouderenzorg;
b) de professionele verplaatsingen van vervoerspersoneel;
c) de verplaatsingen van diplomaten, personeel van internationale organisaties en door internationale organisaties uitgenodigde personen van wie fysieke aanwezigheid vereist is voor de goede werking van deze organisaties, professionele verplaatsingen van militair personeel en van ordediensten, personeel van de civiele bescherming, en humanitaire hulpverleners, bij het uitoefenen van hun functie;
d) de professionele verplaatsingen van journalisten;
e) de verplaatsingen om de volgende dwingende gezinsredenen:
- de reizen die gerechtvaardigd zijn door gezinshereniging;
- de bezoeken aan een wettelijke echtgenoot of partner, wanneer beiden om professionele of persoonlijke redenen niet samenwonen;
- de reizen in het kader van co-ouderschap;
- de reizen in het kader van begrafenissen of crematies in geval van een verwantschap in de eerste en tweede graad;
doorreizen in BelgiŽ bij luchtverkeer vanuit het Verenigd Koninkrijk, voor zover de eindbestemming zich buiten de Europese Unie bevindt."
Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 21 december 2020.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. VERLINDEN


begin

Publicatie : 2020-12-21