einde

Publicatie : 2020-12-20

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

19 DECEMBER 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken



De Minister van Binnenlandse Zaken,
Gelet op de Grondwet, artikel 23;
Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
Gelet op het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
Gelet op artikel 8, § 2, 1į en 2į, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 18 december 2020;
Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor begroting, gegeven op 19 december 2020;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 19 december 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen hebben gerechtvaardigd die werden beslist tijdens het Overlegcomitť dat is bijeengekomen op 18 december 2020; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te verduidelijken en om andere desgevallend te versterken en beter te laten naleven;
Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, op 10, 15, 23 en 27 juli 2020, op 20 augustus 2020, alsook op 23 september 2020;
Overwegende het advies van de experten van 15 december 2020;
Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiŽle crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
Overwegende de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten;
Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
Overwegende het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;
Overwegende de wet van 9 oktober 2020 houdende instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020;
Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coŲrdinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coŲrdinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Overwegende de "Gids voor de opening van de handel", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
Overwegende de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
Overwegende de Aanbeveling (EU) van 7 augustus 2020 van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de aanbeveling 2020/912 over de geleidelijke opheffing van de tijdelijke beperkingen van niet-essentiŽle reizen naar de EU;
Overwegende de Aanbeveling (EU) van 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoŲrdineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande het coronavirus COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die aangeeft dat de situatie in Europa zeer onrustwekkend is en dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO van 26 oktober 2020, die aangeeft dat het hoogste aantal gevallen van COVID-19 werd gemeld in de week van 19 oktober 2020 en dat alles in het werk moet worden gesteld om de medewerkers van de zorgsector te beschermen; dat scholen en bedrijven kunnen openblijven maar daarvoor compromissen moeten worden gesloten; dat de directeur-generaal bevestigt dat het virus kan worden onderdrukt door snel en bewust in te grijpen;
Overwegende dat de WHO heeft vastgesteld dat tal van landen een grootschalige besmetting konden verhinderen dankzij bewezen preventie- en bestrijdingsmaatregelen, en dat die maatregelen nog steeds het beste verdedigingsmiddel tegen COVID-19 zijn;
Overwegende dat ons land sinds 13 oktober 2020 op nationaal niveau in alarmniveau 4 (zeer hoge alertheid) zit;
Overwegende dat op 18 december 2020 het gemiddeld aantal besmettingen over zeven dagen 2.445 bedraagt; dat dat een stijging is van 12 procent in vergelijking met de zeven dagen ervoor; dat het reproductiecijfer opnieuw is gestegen tot boven 1; dat het aantal besmettingen per 100.000 inwoners, of de incidentie, op 18 december 2020 282 bedraagt en dus is gestegen; dat de positiviteitsratio schommelt rond 8 procent; dat de daling van de cijfers inzake nieuwe hospitalisaties sterk is vertraagd; dat het huidige niveau van stabilisatie hoger ligt dan na de eerste golf, wat gevaarlijk is indien de cijfers opnieuw beginnen stijgen;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat het zorgsysteem de mogelijkheid behoudt om niet COVID-19 patiŽnten te verzorgen en alle patiŽnten in de best mogelijke omstandigheden te ontvangen;
Overwegende dat het van uiterst groot belang is de situatie onder controle te hebben en te houden; dat de situatie als onder controle wordt beschouwd eenmaal het gemiddeld aantal besmettingen over 14 dagen gedurende drie weken niet meer dan 800 bedraagt en het reproductiecijfer niet meer bedraagt dan 1; dat deze drempelwaardes nog ver buiten bereik liggen;
Overwegende dat het aantal besmettingen op 18 december 2020 in de buurlanden en andere landen van Europa hoger ligt dan de cijfers in BelgiŽ; dat de incidentie bijvoorbeeld 546 per 100.000 inwoners bedraagt voor Nederland, 341 per 100.000 inwoners voor Duitsland en 1.189 per 100.000 inwoners voor Luxemburg;
Overwegende de aankomende Kerst- en Nieuwjaarsperiode en de schoolvakantie; overwegende de verhoging van het aantal reizen die daar traditioneel mee gepaard gaat;
Overwegende dat de eerste virusgolf zich in de loop van maart 2020 exponentieel en versneld in BelgiŽ heeft verspreid, onder andere door de complexe opvolging van reizigers die terugkeerden naar BelgiŽ;
Overwegende dat, in het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19 in BelgiŽ, dus een accurate opvolging nodig is van de gezondheidstoestand van personen die terugkeren uit het buitenland; dat deze accurate opvolging enkel mogelijk is indien elke reiziger voldoet aan de formaliteiten omschreven in dit besluit en in staat is om dit te bewijzen in het geval van een controle; dat zeker moet zijn dat de personen die geen hoofdverblijfplaats hebben in BelgiŽ niet besmet zijn met het coronavirus COVID-19 en dat bijgevolg wordt vereist dat zij een negatieve test voorleggen wanneer zij naar BelgiŽ reizen vanuit een rode zone;
Overwegende dat het arsenaal aan maatregelen in dit ministerieel besluit de registratie van bepaalde persoonsgegevens omvat, teneinde de opvolging van contacten en de opsporing van bepaalde besmettingshaarden te vergemakkelijken; dat het derhalve de taak is van de personen die deze gegevens verwerken om ze te beschermen door alle passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen, met name om ongeoorloofde toegang tot deze gegevens te voorkomen; dat zij daartoe onder meer rekening kunnen houden met de aanbevelingen die de Gegevensbeschermingsautoriteit op haar website heeft gepubliceerd;
Overwegende dat het Verenigd Koninkrijk op 31 december 2020 om middernacht de Europese Unie zal verlaten;
Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende dat het noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die gelet op de huidige omstandigheden te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen;
Overwegende dat de kerstvakantie de start is van het hoogseizoen voor de wintersport; dat tijdens deze periode grote mensenmassa's samenkomen op ski- en langlaufpistes; dat het beheer van de menigte op deze plaatsen niet mogelijk is en dat er niet kan worden gegarandeerd dat de regels van de social distancing worden nageleefd; dat dit leidt tot een verhoogd risico op de overdracht van het virus; dat de skipistes, langlaufpistes en skicentra om die reden moeten sluiten;
Overwegende dat de burgemeester, wanneer hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met dit ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen, een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting kan bevelen in het belang van de openbare gezondheid; dat dit ook geldt voor de winkels en handelszaken die de opgelegde maatregelen niet respecteren;
Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen;
Overwegende dat de hygiŽnemaatregelen essentieel blijven;
Overwegende dat buitenactiviteiten waar mogelijk de voorkeur krijgen; dat, indien dit niet mogelijk is, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht;
Overwegende dat het nodig is dat bijkomende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor wat betreft mensen die tot een risicogroep behoren;
Overwegende dat de gezondheidssituatie en de maatregelen op regelmatige basis worden geŽvalueerd; dat dit betekent dat striktere maatregelen nooit zijn uitgesloten;
Overwegende dat de voorziene maatregelen van dien aard zijn om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en de ziekenhuizen en de diensten van de intensieve zorg te ontlasten, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiŽnte behandelingen en vaccins te ontwikkelen; dat deze maatregelen eveneens de contact tracing kunnen vergemakkelijken;
Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 3 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. De in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige moet het bewijs leveren van een negatief resultaat van een test die ten vroegste 48 uur voor aankomst op het Belgische grondgebied wordt uitgevoerd wanneer hij onder de voorwaarden van artikel 21, § 7, reist.
De werkgever of gebruiker die tijdelijk op hem een beroep doet voor de uitvoering van werkzaamheden in de sectoren bouw, land- en tuinbouw en schoonmaak bedoeld in artikel 20, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en in artikel 1, 1į van het voornoemd koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 of activiteiten in de vleessector bedoeld in artikel 2 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 december 2007 in BelgiŽ, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, dient vůůr de aanvang van de werkzaamheden na te gaan of een negatief testresultaat zoals bedoeld in het eerste lid kan voorgelegd worden. Wanneer de werknemer niet met een in artikel 21 van dit besluit bedoelde vervoerder heeft gereisd, moet hij ten vroegste 48 uur voor de aanvang van zijn werkzaamheden of activiteit in BelgiŽ het bewijs leveren van een negatief testresultaat.
Bij gebrek aan een negatief resultaat kan de werkgever of gebruiker geen beroep doen op de werknemer of zelfstandige, al dan niet woonachtig in het buitenland, om in BelgiŽ te gaan werken en moet deze laatste zichzelf in quarantaine plaatsen totdat een negatief resultaat kan worden meegedeeld.
Het negatief testresultaat zal worden toegevoegd aan het register als bedoeld in de eerste paragraaf."
Art. 2. In artikel 8, § 1 van hetzelfde besluit, wordt het eerste lid aangevuld met een bepaling onder 13į, luidende: "13į de skipistes, langlaufpistes en skicentra.".
Art. 3. In artikel 21 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1į paragraaf 2, 1į, wordt vervangen door wat volgt:
"1į te reizen naar BelgiŽ vanuit alle landen van de Europese Unie en van de Schengenzone;";
2į in paragraaf 3 wordt het derde lid aangevuld met de woorden: "De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.";
3į in paragraaf 4 wordt het derde lid aangevuld met de woorden: "De vervoerder controleert bij aankomst op Belgisch grondgebied opnieuw dat het Passagier Lokalisatie Formulier werd ingevuld.";
4į er wordt een paragraaf 5bis toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5bis. In aanvulling op de paragrafen 3, 4 en 5 is de reiziger ertoe gehouden om het bewijs van indiening van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier bij zich te dragen gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in BelgiŽ en de daaropvolgende 48 uur. Indien het onmogelijk is dergelijk bewijs te bekomen, draagt de reiziger een kopie bij zich van het overeenkomstig de paragrafen 3, 4 en 5 ingevulde Passagier Lokalisatie Formulier gedurende de integrale reis naar de eindbestemming in BelgiŽ en de daaropvolgende 48 uur.";
5į er wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3, 4 en 5 dient eenieder, vanaf de leeftijd van 12 jaar, die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit een grondgebied dat op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken in het kader van de COVID-19 crisis als rode zone is aangemerkt, en die geen hoofdverblijfplaats heeft in BelgiŽ, te beschikken over een negatief testresultaat van een test die ten vroegste 48 uren voor aankomst op Belgisch grondgebied werd afgenomen. Desgevallend is de vervoerder ertoe gehouden te controleren dat deze personen, voorafgaand aan het instappen, een negatief testresultaat voorleggen. Bij gebrek aan een negatief testresultaat is de vervoerder ertoe gehouden het instappen te weigeren.".
Art. 4. In artikel 22, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "of gedetacheerde zelfstandigen bedoeld in artikel 137, 8į, a) en b) van de programmawet (I) van 27 december 2006 die werkzaamheden uitvoeren in BelgiŽ" vervangen door de woorden "en zelfstandigen".
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 21 december 2020, met uitzondering van:
- artikel 3, 1į dat in werking treedt op 1 januari 2021;
- artikel 3, 5į dat in werking treedt op 25 december 2020.
Brussel, 19 december 2020
A. VERLINDEN


begin

Publicatie : 2020-12-20