J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/11/13/2020031701/justel

Titel
13 NOVEMBER 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een subsidie aan de lokale besturen om de contact- en bronopsporing ter bestrijding van de COVID-19-pandemie te versterken

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 02-12-2020 nummer :   2020031701 bladzijde : 84458       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-11-13/15
Inwerkingtreding : 01-11-2020

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-16

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° centrale contactcentrum: het contactcentrum vermeld in artikel 3, eerste lid van decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19;
  2° lokaal bestuur: iedere gemeente van het Vlaams Gewest;
  3° lokaal contactcentrum: contactonderzoek dat door een gemeente in het kader van dit besluit wordt georganiseerd;
  4° COVID-19-team: een binnen een zorgraad opgericht team dat ondersteuning en advies verleent in het kader van de COVID-19 pandemie;
  5° ticket/werkorder: een uniek digitaal identificatiemiddel dat het contactcentrum in staat stelt om een werkorder, in dit geval een patiënt, uniek te benoemen en af te handelen. Aan de hand van dit ticket/werkorder is rapportering mogelijk;
  6° afhandeling van een ticket/werkorder: hieronder wordt verstaan contacten in alle mogelijke vormen die noodzakelijk of nuttig zijn om deze patiënt effectief te horen conform het uitgewerkte script, de afwerking en registratie van verkregen informatie van de patiënt en de hoog risicocontacten in het digitale platform volgens het script en de kwaliteitseisen van het centrale contactcentrum.
  7° indexpatiënt: persoon die besmet is met COVID-19 of waarvan een arts een ernstig vermoeden heeft dat hij of zij besmet is met COVID-19;
  8° nieuwe indexpatiënt: een indexpatiënt waarvan het ticket door het centrale contactcentrum aan het lokale contactcentrum wordt aangereikt zonder dat er, in gelijk welke vorm reeds contactname was door het centrale contactcentrum. Het lokale contactcenter zorgt voor de volledige afhandeling van het ticket/werkorder;
  9° hoogrisicocontact: personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad met een persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19;
  10° nieuw hoogrisicocontact: een hoogrisicocontact waarvan het ticket door het centrale contactcentrum aan het lokale contactcentrum wordt aangereikt zonder dat er in gelijk welke vorm reeds contactname was door het centrale contactcentrum. Het lokale contactcenter zorgt voor de volledige afhandeling van het ticket/werkorder;
  11° quarantainecoaching: het organiseren van medische en psychosociale ondersteuning voor met COVID-19 besmette personen en vermoedelijk met COVID-19 besmette personen die in tijdelijke afzondering zijn geplaatst;
  12° risicogroepen: personen waarvan medisch is vastgesteld dat ze een verhoogd risico op besmetting lopen of een verhoogd risico hebben op overlijden aan een COVID-19 besmetting;
  13° kwetsbare personen of groepen : personen of groepen die omwille van hun specifieke context specifieke aandacht en behandeling op maat vereisen op vlak van informatie, sensibilisering, quarantainecoaching en algemene zorg. Mensen met een beperking, senioren, alleenstaanden (met kinderen), hulpbehoevenden kunnen hier bijvoorbeeld onder vallen.
  14° hotspot : een locatie die vanuit de bronopsporing naar boven komt als risicovolle omgeving.

  Art. 2. Een totaal subsidiebedrag van maximaal 11.644.000 euro (elf miljoen zeshonderdvierenveertigduizend euro) wordt toegekend vanuit begrotingsartikel PJ0-1PMC2CGA-WT aan de lokale besturen die in het kader van dit besluit bijkomende engagementen opnemen.
  Deze subsidie is samengesteld uit een forfaitaire subsidie van maximaal 4.144.000 euro (vier miljoen honderdvierenveertigduizend euro) voor de opdrachten vermeld in artikel 5 en een variabele subsidie van maximaal 7.500.000 euro (zeven miljoen vijfhonderdduizend euro) voor de lokale besturen die additioneel inzetten op de opdrachten vermeld in artikel 6.
  Deze subsidie heeft betrekking op de periode van 1 november 2020 tot en met 31 maart 2021.

  Art. 3. Een lokaal bestuur engageert zich om in het kader van dit besluit in te zetten op :
  * Optie 1: inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing en quarantainecoaching
  * Optie 2: inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing, quarantainecoaching en contactonderzoek.
  Lokale besturen kunnen zich verenigen om één van voornoemde opties voor hun regio op zich te nemen.

  Art. 4. De lokale besturen voeren hun opdrachten in het kader van dit besluit uit in afstemming met de bestaande initiatieven op het niveau van de eerstelijnszone en met het plan van aanpak van de COVID-19-teams die binnen de zorgraden werden opgericht.

  Art. 5. De lokale besturen engageren zich om in het kader van dit besluit in te zetten op sensibilisering, preventie, bronopsporing en quarantainecoaching (optie 1).
  § 1. De lokale besturen doen aan sensibilisering en preventie door minstens hun inwoners te informeren over het naleven van de zes gouden principes:
  1° hygiënemaatregelen in acht nemen;
  2° activiteiten bij voorkeur buiten organiseren;
  3° verhoogde aandacht voor risicogroepen;
  4° een veilige afstand van minstens anderhalve meter houden;
  5° een mondmasker dragen;
  6° bijeenkomsten beperken.
  § 2. De lokale besturen hanteren hierbij een populatiegerichte aanpak met focus op de risicogroepen en de kwetsbare personen/groepen.
  § 3. De lokale besturen ondernemen acties om de bronopsporing te versterken. Ze leggen verbanden door analyse van de beschikbare gegevens, inclusief de gegevens verkregen uit de samenwerkingsovereenkomst met de zorgraad, waardoor ogenschijnlijk willekeurige besmettingen tot één en dezelfde bron kunnen worden teruggebracht om op die manier verdere verspreiding van COVID-19 te beperken door het aanpassen van het lokale beleid inzake infectiebestrijding. Wanneer zij hotspots detecteren, nemen zij eveneens maatregelen om deze te isoleren en zo mogelijk in te perken.
  § 4. De lokale besturen zetten in op quarantainecoaching. Zij informeren hun inwoners wanneer tijdelijke afzondering van toepassing is, welke procedures gevolgd worden en welke activiteiten toegelaten of niet toegelaten zijn. De lokale besturen volgen de richtlijnen op die worden geformuleerd op de website van de federale overheid.
  § 5. De lokale besturen kunnen zich in bijzonder inzetten op kwetsbare personen en groepen. Zij zorgen voor informatie en contact op maat, bespreken met de betrokkene welke bijkomende hulp kan verstrekt worden en doen hiertoe het nodige zo de betrokkene hiermee heeft ingestemd. Deze hulp kan van allerlei aard zijn.
  § 6. Alle initiatieven worden in overleg en in samenwerking COVID-19-teams binnen de zorgraden besproken, de initiatieven worden steeds op de reeds bestaande werking afgestemd.

  Art. 6. Naast hun engagementen zoals vervat in artikel 5 kunnen lokale besturen ook inzetten op lokaal contactonderzoek. Dit gebeurt in overleg met het Agentschap Zorg en Gezondheid.
  De lokale besturen hanteren hiervoor een populatiegerichte aanpak :
  1° het lokaal contactcenter ontvangt van het centrale contactcenter op basis van de postcodes per dag een afgesproken aantal tickets/werkorders;
  2° de tickets/werkorders worden afgewerkt volgens de scripts en de kwaliteitseisen van het centrale contactcenter. Hiervan kan niet worden afgeweken om de uniforme werking van het contactonderzoek te bewaken;
  3° het lokaal contactcenter zorgt voor de volledige afhandeling van alle aan haar toegewezen tickets/werkorders;
  4° de behandeling van een ticket/werkorder moet binnen de 24 uur vanaf de aanmelding van het ticket aangevat worden.

  Art. 7. In het kader van hun opdrachten kunnen de lokale besturen de uitwisseling van persoonsgegevens uitwerken volgens één of meerdere van de volgende modaliteiten:
  1° De lokale besturen ondertekenen met het Agentschap Zorg en Gezondheid een verwerkersovereenkomst conform artikel 28.3. van de verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG om te kunnen optreden als verwerker van persoonsgegevens voor het contactonderzoek binnen de voorwaarden van de samenwerkingsovereenkomst van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano.
  2° De lokale besturen ondertekenen met het Agentschap Zorg en Gezondheid een verwerkersovereenkomst conform artikel 28.3. van de verordening (EU) nr. 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG om te kunnen optreden als verwerker van persoonsgegevens voor de uitvoering van quarantainecoaching en brononderzoek.
  3° Lokale besturen treden op als verwerkersverantwoordelijke van persoonsgegevens wanneer zij toestemming van de betrokken burgers ontvingen voor de verwerking.
  4° Wanneer lokale besturen gebruik maken van eigen datagegevens of wanneer de initiatieven verder reiken dan artikel 44 preventdecreet omvat, treden zij op als verantwoordelijke van persoonsgegevens.

  Art. 8. De persoonsgegevens die het lokaal bestuur verkrijgt vanuit de controletoren, mogen enkel en alleen gebruikt worden voor volgende doeleinden :
  - het tegengaan van de verspreiding van infecties COVID-19 (artikel 44 preventiedecreet);
  - het bieden van medische en psychosociale ondersteuning bij quarantainecoaching door COVID-19 (artikel 44 preventiedecreet en artikel 2 § 2 DLB);
  - het detecteren van hot spots COVID-19, om deze vervolgens te isoleren en uiteindelijk in te perken, (artikel 44 preventiedecreet en artikel 2 § 1 DLB);
  - het detecteren van kwetsbare personen of groepen (artikel 2 § 1 DLB);
  - de handhaving van de opgelegde maatregelen (artikel 135 § 2 NGW);
  - nadat hiervoor door de betrokkene expliciet toestemming werd gegeven, het aanbieden van ondersteuning op maat. Hieronder wordt (niet limitatief) verstaan: het verstrekken van informatie op maat van betrokkene, (mee) zorgen voor kinderopvang, het doen van boodschappen, maatregelen om vervreemding of vereenzaming tegen te gaan, verlenen van psychologische bijstand, regelen van administratie, verstrekken van een bijkomende financiële tegemoetkoming (artikel 2 § 1 DLB).
  De personeelsgegevens die het lokaal bestuur verkrijgt vanuit het script en formsplatform kunnen enkel en alleen gebruikt worden voor contactonderzoek binnen de voorwaarden van de samenwerkingsovereenkomst van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano.

  Art. 9. De subsidie dient ter financiële ondersteuning van de bijkomende engagementen die de lokale besturen in het kader van dit besluit opnemen.
  De lokale besturen zorgen zelf voor de nodige capaciteit en middelen om deze engagementen kwaliteitsvol uit te voeren.
  De personen die geselecteerd worden voor het lokaal contactcenter, zullen voorafgaand aan de opstart van hun opdracht, hiervoor bijkomend opgeleid worden.

  Art. 10. De lokale besturen voldoen aan de volgende voorwaarden om in aanmerking te komen voor subsidiëring:
  1° De lokale besturen melden ten laatste op 11 december 2020 op digitale wijze aan het Agentschap Binnenlands Bestuur voor welke optie, vermeld in artikel 3, zij zich willen engageren.
  2° De lokale besturen sluiten een samenwerkingsovereenkomst met het Agentschap Zorg en Gezondheid, het Consortium Opsporing en Smals waarin wordt vermeld welke inspanningen door de lokale besturen in de uitvoering van dit besluit geleverd zullen worden. Deze samenwerkingsovereenkomst regelt minstens de volgende elementen :
  - voor welke optie wil het lokaal bestuur zich engageren;
  - concretisering van de taken die zij binnen deze optie zal opnemen;
  - de termijn van het engagement, dat minstens twee en ten hoogste 5 opeenvolgende maanden kan zijn;
  - de werkafspraken tussen de verschillende partners (COVID-19-teams, centraal contactcenter,...);
  - zo het lokaal bestuur kiest voor optie 2 wordt in overleg met elkaar het aandeel tickets/werkorders bepaald dat het lokale contactcentrum dagelijks zal verwerken. Het lokaal contactonderzoek handelt deze werkorders/tickets van nieuwe indexpatiënten af alsook de werkorders/tickets hoogrisicocontacten dat zij op basis van het postnr. krijgt toebedeeld. Dit aantal is evenwaardig aan het aantal nieuwe indexpatiënten.
  - Het afgesproken aandeel kan bij onderling overleg wijzigen in functie van het totaal aantal besmettingen.
  3° De lokale besturen en de COVID-19-teams maken taakafspraken zodat deze op efficiënte en kwaliteitsvolle wijze worden uitgevoerd.
  4° Afhankelijk van de aard van de taken zoals bepaald in artikelen 5 en 6 sluiten de lokale besturen een verwerkersovereenkomst met het Agentschap Zorg en Gezondheid en/of zorgen zij voor de nodige protocollen.
  5° De lokale besturen die zich verenigd hebben kunnen een gezamenlijke overeenkomst en afsprakenkader afsluiten.

  Art. 11. § 1. De subsidie, vermeld in artikel 2, bestaat uit twee delen:
  1° De lokale besturen die inzetten op sensibilisering en preventie, bronopsporing en quarantainecoaching krijgen een forfaitaire subsidie van 0,125 euro per inwoner/maand en dit voor een periode van maximaal 5 maanden.
  2° De lokale besturen die eveneens inzetten op lokaal contactonderzoek, krijgen hetzelfde forfait vermeerderd met een subsidie van 100 euro per afgehandeld ticket/werkorder van een nieuwe indexpatiënt, inclusief de werkorders/tickets van het met het Agentschap Zorg en Gezondheid overeengekomen aantal nieuw hoog risicocontacten.
  Het aantal inwoners is dat op 1 januari 2020, zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 27 juli 2020.
  § 2. De subsidie wordt als volgt uitbetaald:
  1° uiterlijk op 31 maart 2021: een voorschot van 80% van de forfaitaire subsidie na het indienen, op uiterlijk 31 januari 2021, via digitale weg, bij het Agentschap Binnenlands Bestuur, van de ondertekende :
  a. samenwerkingsovereenkomst;
  b. verwerkersovereenkomst;
  2° uiterlijk op 30 september 2021: het saldo van 20% van de forfaitaire subsidie en 100% van de variabele subsidie nadat het lokaal bestuur, op uiterlijk 1 juni 2021, de volgende stukken heeft ingediend :
  a. voor de forfaitaire subsidie : evaluatieverslag waarbij de uitvoering van de engagementen vervat in de samenwerkingsovereenkomst worden geëvalueerd en de bijkomende inzet wordt gemotiveerd.
  b. voor de variabele subsidie : rapportage van het aantal afgehandelde tickets van een nieuwe indexpatiënt, inclusief de werkorders/tickets van het met het Agentschap Zorg en Gezondheid overeengekomen aantal nieuw hoog risicocontacten.
  § 3. De kosten voor de inhoudelijke opleiding van callcenteragents, alsook de infrastructurele kosten, uitbatingskosten (inclusief ICT-kosten) en verzekeringskosten zijn ten laste van de lokale besturen.

  Art. 12. Het lokaal bestuur dient uiterlijk op 1 juni 2021 via digitale weg bij het Agentschap Binnenlands Bestuur een aanvraag in voor het ontvangen van de subsidie.
  In die aanvraag bezorgt het lokaal bestuur minimaal de volgende informatie:
  1° de identificatiegegevens van het lokaal bestuur;
  2° de datum en ondertekening.
  3° de stukken zoals vermeld in artikel 11, § 2, 2°.
  Het Agentschap Binnenlands Bestuur stelt het aanvraagformulier ter beschikking.

  Art. 13. Het Agentschap Binnenlands Bestuur en het Agentschap Zorg en Gezondheid oefenen toezicht uit op de naleving van de bepalingen van dit besluit. Het lokaal bestuur verstrekt daartoe de gevraagde documenten, inlichtingen of toelichtingen.
  Het Agentschap Zorg en Gezondheid evalueert de rapportering vermeld in artikel 11, § 2, 2°, b.

  Art. 14. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, zal het Agentschap Binnenlands Bestuur de subsidie verminderen of terugvorderen als het lokaal bestuur de bepalingen van dit besluit niet of niet volledig naleeft of heeft nageleefd.

  Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 2020.

  Art. 16. De Vlaamse minister, bevoegd voor het binnenlands bestuur en het stedenbeleid en de Vlaamse minister, bevoegd voor het welzijn en de armoedebestrijding, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 13 november 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding,
W. BEKE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Rechtsgronden
   Dit besluit is gebaseerd op:
   - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993 en artikel 87, § 1;
   - de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, artikel 3, derde lid;
   - de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019, artikel 71 tot en met 77;
   - het decreet van 20 december 2019 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2020, artikel 11;
   - het besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019, artikel 29 tot en met 31 en artikel 43.
   Vormvereisten
   De volgende vormvereisten zijn vervuld:
   - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 9 november 2020.
   - Begrotingsakkoord werd gegeven op 12 november 2020.
   Motivering
   - Ter ondersteuning van de centrale contactopsporing mobiliseert de Vlaamse Regering de lokale besturen om bijkomend in te zetten op preventie, sensibilisering, bronopsporing, quarantainecoaching en contactonderzoek. De lokale besturen werken in al deze opdrachten ondersteunend en/of aanvullend op de centrale contactopsporing en de reeds bestaande initiatieven op het niveau van de eerstelijnszone. De initiatieven worden steeds genomen in overleg en samenwerking met het Agentschap Zorg en Gezondheid, het Consortium Contactopsporing, de lokale eerstelijnszorgraden (ELZ) en opgerichte COVID-19-teams. De lokale besturen kiezen in het kader van dit besluit tussen de volgende opties:
   * Optie 1: inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing en quarantainecoaching
   * Optie 2: inzet in sensibilisering, preventie, bronopsporing, quarantainecoaching en contactonderzoek.
   Lokale besturen kunnen zich verenigen om één van voornoemde opties voor hun regio op zich te nemen.
   Op basis van hun keuze engageren de lokale besturen zich om verschillende taken op te nemen in hun gemeente en hiervoor de nodige personeelscapaciteit en middelen te voorzien. De Vlaamse Regering zal deze bijkomende inspanningen financieel ondersteunen.
   Er wordt in beide opties afgestemd met het Agentschap Zorg en Gezondheid, het Consortium Contactopsporing en Smals, om toegang te verkrijgen tot de Vlaamse platformen voor wat de eigen gemeente betreft. Daarnaast worden de nodige afspraken gemaakt met het oog op een permanente, correcte en vlotte informatie-uitwisseling tussen het Vlaamse en het lokale contactcenter alsook de andere betrokken stakeholders, waaronder de COVID-19-teams binnen de zorgraden.
   Voor lokale besturen kunnen op het vlak van volksgezondheid twee specifieke rechtsgronden gevonden worden die hen toestaan om zelf voornoemde taken op te nemen en over de nodige data te kunnen beschikken:
   - Vooreerst bepaalt artikel 135, § 2 Nieuwe Gemeentewet (NGW) dat gemeenten ook tot taak hebben het voorzien ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald kan de gemeente passende maatregelen nemen om rampen en plagen, zoals epidemieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden.
   - Daarnaast stipuleert het decreet over het lokaal bestuur (DLB) in artikel 2, § 1: de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers en verzekeren een burgernabije, democratische, transparante en doelmatige uitoefening van hun bevoegdheden. Ook dit vormt een rechtsgrond voor het optreden van de lokale besturen in het kader van de COVID-19-pandemie.
   Het optreden van de lokale besturen moet gebeuren met inachtneming van de bescherming van de privacy van de burgers, zoals onder meer gewaarborgd door de algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
   Contactonderzoek
   Het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 en het uitvoeringsbesluit van 12 juni 2020, voorzien dat de taken zoals opgelegd in artikel 44 van het preventiedecreet, meer bepaald het tegengaan van de verspreiding van infecties, uitgevoerd zal worden door een samenwerkingsverband dat een contactcentrum opricht dat belast wordt met opdrachten van opsporing en begeleiding van personen met een bevestigde of vermoedelijke diagnose van COVID-19, of van personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad met een persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19. Met voornoemde doelstelling kunnen lokale besturen dan ook als verwerker voor het Agentschap Zorg en Gezondheid optreden en kunnen ze rechtstreeks toegang hebben tot de databank Sciensano - gegevensdatabank.
   Het lokaal contactonderzoek wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen, scripts en kwaliteitsnormen van het centraal contactonderzoek. Hiervan kan niet worden afgeweken om en uniformiteit van het contactonderzoek te bewaken.
   Binnen het contactonderzoek is momenteel geen casemanagement mogelijk. Het lokaal contactonderzoek engageert zich om
   - het afgesproken aandeel van werkorders/tickets van nieuwe indexpatiënten volledig af te handelen
   én
   - de werkorder/tickets van de hoogrisicocontacten die aan hen worden toebedeeld op basis van het postnummer.
   Voor uitbetaling van de variabele subsidie wordt gekeken naar het aantal afgehandelde werkorders/tickets van nieuwe indexpatiënten. De afgehandelde werkorders/tickets van de hoogrisicocontacten worden niet meegerekend in dit aantal omdat de vergoeding hiervan reeds vervat ligt in het bedrag/indexpatiënt.
   Het lokale bestuur zorgt voor eigen capaciteit en middelen om dit engagement kwaliteitsvol op te nemen.
   Voor de inzet van medewerkers in functie van het lokale contactonderzoek wordt voorzien in de nodige technische opleiding en aansturing. Het contactonderzoek op het niveau van de gemeente vereist ook enkele technische aanpassingen van het huidige centrale systeem.
   Bronopsporing en quarantainecoaching
   - Bronopsporing:
   Via bronopsporing kunnen de lokale besturen de hot spots detecteren. Vervolgens kunnen zij allerhande initiatieven nemen om deze hotspots te isoleren en uiteindelijk in te perken, bijvoorbeeld door doelgerichte informatie, preventie- en sensibiliseringscampagnes.
   - Quarantainecoaching
   De burger die omwille van een positieve test of omwille van preventie tijdelijk in quarantaine moet gaan, heeft gepast ondersteuning en begeleiding nodig om de quarantaine goed te doorlopen. Deze taak werd voorzien voor de COVID-19-teams. Vanuit hun eigen know how en ervaring kunnen lokale besturen hier een waardevolle ondersteuning bieden.
   In beide gevallen worden de respectieve verantwoordelijkheden voor de naleving van de AVG-regels vastgelegd in een verwerkersovereenkomst tussen het lokaal bestuur en het Agentschap Zorg en Gezondheid. Deze aanpak is identiek met de huidige aanpak voor de COVID-19-teams binnen de zorgraden.
   Wanneer lokale besturen hierbij gebruik maken van eigen datagegevens, is de opmaak van een protocol (of aanvulling van een bestaand protocol) vereist. Hierbij wordt gedacht aan informatie vanuit de dienstverlening van het OCMW, informatie vanuit het rijksregister voor het controleren en aanvullen adresgegevens van indexpatiënten en hoogrisicocontacten,...
   Verdere maatregelen
   De ondersteuning in het kader van de quarantainemaatregelen, kunnen verder gaan dan enkel telefonisch richtlijnen geven. Lokale besturen kunnen aan indexpatiënten, mogelijk besmette naasten en mensen in verplichte quarantaine een ondersteuning op maat aanbieden. Zij kunnen hierbij specifiek inzetten op de ondersteuning van kwetsbare personen en groepen. Onder deze specifieke maatregelen wordt (niet limitatief) verstaan: het verstrekken van informatie op maat van betrokkene, (mee) zorgen voor kinderopvang, het doen van boodschappen, maatregelen om vervreemding of vereenzaming tegen te gaan, verlenen van psychologische bijstand, regelen van administratie, verstrekken van een bijkomende financiële tegemoetkoming.
   Het aanbieden van deze verdere hulp kan enkel en alleen nadat hiervoor expliciet toestemming werd gevraagd aan de betrokkenen om hun gegevens voor verdere diensten te kunnen gebruiken. Bij de verder te nemen maatregelen, op basis van de toestemming en in het kader van artikel 2, § 1 DLB dat lokale besturen de opdracht geeft om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers, treden de lokale besturen op als verwerkingsverantwoordelijke.
   Wanneer lokale besturen hierbij gebruik maken van eigen datagegevens, is de opmaak van een protocol (of aanvulling van een bestaand protocol) vereist. Hierbij wordt gedacht aan informatie vanuit de dienstverlening van het OCMW, informatie vanuit het rijksregister voor het controleren en aanvullen adresgegevens van indexpatiënten en hoogrisicocontacten,...
   Dit besluit reikt een financieringsmodel aan dat vertrekt vanuit twee sporen:
   * Optie 1: een forfaitaire financiering op basis van het aantal inwoners van de gemeente: 0,125 euro per inwoner en per maand, voor maximaal 5 maanden;
   * Optie 2: dezelfde forfaitaire financiering als in optie 1, met daarbovenop een variabele financiering ten belope van 100 euro per afgehandeld werkorder/ticket van een nieuwe indexpatiënt, inclusief de werkorders/tickets van het met het Agentschap Zorg en Gezondheid overeengekomen aantal nieuw hoog risicocontacten.
   Juridisch kader
   Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
   - Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, artikel 135, § 2, tweede lid, 5° ;
   - decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 2 § 1;
   - het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, artikel 44 t.e.m. 50;
   - het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19;
   - Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
   Initiatiefnemer
   Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Bestuurszaken, Inburgering en Gelijke Kansen en de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.
   Na beraadslaging,
   DE VLAAMSE REGERING BESLUIT :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie