einde

Publicatie : 2020-10-23

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

23 OKTOBER 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken



De Minister van Binnenlandse Zaken,
Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
Gelet op het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 oktober 2020;
Gelet op het akkoord van de Staatssecretaris voor begroting, gegeven op 23 oktober 2020;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 23 oktober 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen hebben gerechtvaardigd die werden beslist tijdens het Overlegcomité dat is bijeengekomen op 22 oktober 2020; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te nemen;
Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, op 10, 15, 23 en 27 juli 2020, op 20 augustus 2020, alsook op 23 september 2020;
Overwegende de adviezen van de GEES en van CELEVAL;
Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
Overwegende de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten;
Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
Overwegende het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;
Overwegende de wet van 9 oktober 2020 houdende instemming met het voormelde samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020;
Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Overwegende de "Gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
Overwegende de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
Overwegende de Aanbeveling (EU) van 7 augustus 2020 van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de aanbeveling 2020/912 over de geleidelijke opheffing van de tijdelijke beperkingen van niet-essentiële reizen naar de EU;
Overwegende de Aanbeveling (EU) van 2020/1475 van de Raad van 13 oktober 2020 betreffende een gecoördineerde aanpak van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande de coronavirus COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de inleidende toespraak van de directeur-generaal van de WHO van 12 oktober 2020 die aangaf dat het virus zich voornamelijk verspreidt tussen nauwe contacten en aanleiding geeft tot opflakkeringen van de epidemie die onder controle zouden kunnen worden gehouden door middel van gerichte maatregelen;
Overwegende de verklaring van de directeur-generaal van de WHO Europa van 15 oktober 2020, die aangeeft dat de situatie in Europa zeer onrustwekkend is en dat de overdracht en besmettingsbronnen plaatsvinden in de huizen, binnen in publieke plaatsen en bij de personen die de zelfbeschermingsmaatregelen niet correct naleven;
Overwegende dat de WHO heeft vastgesteld dat tal van landen een grootschalige besmetting konden verhinderen dankzij bewezen preventie- en bestrijdingsmaatregelen, en dat die maatregelen nog steeds het beste verdedigingsmiddel tegen COVID-19 zijn;
Overwegende dat het Overlegcomité van 22 oktober 2020 akte heeft genomen van de verslechtering van de epidemiologische toestand ten opzichte van vrijdag 16 oktober 2020; dat ons land sinds 13 oktober 2020 op nationaal niveau in alarmniveau 4 (zeer hoge alertheid) zit; dat prognoses een verdere verslechtering op 14 dagen aangeven;
Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België over de voorbije zeven dagen gestegen is tot 10.454 bevestigde positieve gevallen op 23 oktober 2020;
Overwegende dat deze nieuwe exponentiële evolutie tot gevolg heeft dat de bezettingsgraad van de ziekenhuizen, in het bijzonder van de diensten van de intensieve zorg, opnieuw kritiek wordt; dat op 23 oktober 2020 in totaal 3649 patiënten werden opgenomen in de Belgische ziekenhuizen; dat op diezelfde datum in totaal 573 patiënten werden opgenomen op de diensten van de intensieve zorg; dat de druk op de ziekenhuizen en op de continuïteit van de niet-COVID-19-zorg toeneemt en dat dit een aanzienlijk effect kan hebben op de volksgezondheid; dat sommige ziekenhuizen kampen met personeelsuitval wegens ziekte en dat dit kan leiden tot een tekort aan personeel in de zorgsector; dat de opvang van patiënten op het grondgebied meer en meer onder druk komt te staan;
Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in België sinds 13 maart 2020; dat het aantal overlijdens in België momenteel gemiddeld 35 per dag bedraagt; dat één op vijf overlijdens in Europa vandaag veroorzaakt wordt door COVID-19;
Overwegende dat er geen verbetering van de epidemiologische situatie wordt waargenomen; dat een ongecontroleerde en exponentiële groei van de epidemie moet worden vermeden;
Overwegende dat het gevaar zich opnieuw uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van belang is dat er een maximale coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiëntie ervan te maximaliseren; dat de lokale overheden evenwel de mogelijkheid hebben om in geval van een toename van de epidemie op hun grondgebied strengere maatregelen te nemen;
Overwegende dat de burgemeester, wanneer hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met dit ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen, een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting kan bevelen in het belang van de openbare gezondheid;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat het zorgsysteem de mogelijkheid behoudt om niet COVID-19 patiënten te verzorgen en alle patiënten in de best mogelijke omstandigheden te ontvangen, dat de scholen maximaal openblijven, dat de economie maximaal blijft functioneren, en dat mensen niet vereenzamen; dat het Overlegcomité dus heeft besloten om sommige maatregelen te behouden, andere te verstrengen en nieuwe te nemen;
Overwegende dat de huidige epidemiologische situatie nog steeds een drastische beperking van de sociale contacten vereist;
Overwegende dat vele sociale contacten plaatsvinden tussen de toeschouwers op sportieve wedstrijden;
Overwegende dat de experten van CELEVAL aanbevelen om het aantal personen waarmee nauwe contacten worden onderhouden te beperken tot één per maand, wat betekent dat de regels van de social distancing gedurende een bepaalde tijdsduur niet worden toegepast met deze persoon;
Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende dat dragen van mondmaskers is verplicht in bepaalde inrichtingen en bepaalde specifieke situaties, alsook in elke situatie waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan; dat het alleen voor de strikt noodzakelijke tijd mag worden afgezet, met name om te drinken en te eten, om de neus te snuiten of om te liplezen voor doven en slechthorenden; dat het louter gebruik van een mondmasker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;
Overwegende dat de burgers duidelijk geïnformeerd moeten worden over de plaatsen en het tijdstip waarop het mondmasker verplicht moet worden gedragen; dat er dan ook een aanplakking met vermelding van de uren wanneer deze maatregel van kracht is, moet worden geplaatst; dat de aangeduide periode effectief moet overeenkomen met de uren van verwachte volkstoeloop of van hoog transmissierisico;
Overwegende dat het noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen;
Overwegende dat bepaalde activiteiten het risico op besmetting kunnen verhogen, onder meer voor zover ze niet kunnen worden uitgeoefend met een masker op of voor zover ze eerder zullen leiden tot het aannemen van gedrag dat niet in overeenstemming is met de gouden regels, waaronder deze van de social distancing (eten in een restaurant, drinken in een bar, deelnemen aan familie-, studenten- of andere feesten, ...); dat dit de reden is waarom de meeste inrichtingen waar dit soort activiteiten plaatsvinden, gesloten moeten worden;
Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, bepaalde bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, nog steeds een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid;
Overwegende dat een politiemaatregel houdende een beperking en omkadering van samenscholingen van meer dan vier personen bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
Overwegende dat deze situatie ook nog steeds een beperking noodzakelijk maakt van het maximaal aantal personen dat mag deelnemen aan bepaalde toegelaten samenscholingen; dat de experten er reeds meerdere keren aan hebben herinnerd dat dansen in dit kader een zeer groot risico op overdracht van het virus met zich meebrengt; dat dansen bijgevolg verboden blijft tijdens toegelaten evenementen en horeca-activiteiten;
Overwegende dat telethuiswerk de regel blijft voor alle functies die zich ertoe lenen en in de mate dat de continuïteit van de bedrijfsvoering, de activiteiten en de dienstverlening dit toelaat; dat deze maatregel onder meer toelaat om het aantal personen in het openbaar vervoer tijdens de spitsuren te verminderen en om op die manier te vermijden dat ze niet in de mogelijkheid zijn om de regels van de social distancing na te leven; dat het evenwel belangrijk is dat personeelsleden een band behouden met zowel hun collega's als de onderneming, vereniging of dienst waarin of waarvoor zij werken; dat de werkgever goed georganiseerde en beperkte terugkeermomenten kan inplannen voor de telethuiswerkers, met respect voor de sanitaire voorschriften; dat een overleg wordt opgezet met de werkgeversfederaties teneinde een responsabiliserende monitoring te bewerkstelligen, zodat de regel van telewerk toegepast zou worden waar dit moet;
Overwegende dat, in het kader van de strijd tegen COVID-19 in België, een accurate opvolging nodig is van de gezondheidstoestand van personen die terugkeren uit steden, gemeenten, arrondissementen, regio's of landen, ook binnen het Schengengebied, de Europese Unie of het Verenigd Koninkrijk, waarvoor door CELEVAL op basis van objectieve epidemiologische criteria een hoog gezondheidsrisico werd vastgesteld;
Overwegende dat het arsenaal aan maatregelen in dit ministerieel besluit de registratie van bepaalde persoonsgegevens omvat, teneinde de opvolging van contacten en de opsporing van bepaalde besmettingshaarden te vergemakkelijken; dat het derhalve de taak is van de personen die deze gegevens verwerken om ze te beschermen door alle passende technische en organisatorische maatregelen te nemen om de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de gegevens te waarborgen, met name om ongeoorloofde toegang tot deze gegevens te voorkomen; dat zij daartoe onder meer rekening kunnen houden met de aanbevelingen die de Gegevensbeschermingsautoriteit op haar website heeft gepubliceerd;
Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen;
Overwegende dat de hygiënemaatregelen essentieel blijven;
Overwegende dat buitenactiviteiten waar mogelijk de voorkeur krijgen; dat, indien dit niet mogelijk is, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht;
Overwegende dat het nodig is dat bijkomende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor wat betreft mensen die tot een risicogroep behoren;
Overwegende dat de gezondheidssituatie op regelmatige basis wordt geëvalueerd; dat dit betekent dat striktere maatregelen nooit zijn uitgesloten;
Overwegende dat de voorziene maatregelen van dien aard zijn om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiënten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiënte behandelingen en vaccins te ontwikkelen; dat deze maatregelen eveneens de contact tracing kunnen vergemakkelijken;
Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 6 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
" § 1. De inrichtingen die behoren tot de horecasector en andere eet- en drankgelegenheden zijn gesloten, behalve voor het aanbieden en leveren van afhaalmaaltijden en niet-alcoholische dranken om mee te nemen tot ten laatste 22.00 uur. Afhaalmaaltijden mogen samen worden aangeboden en/of geleverd met alcoholische dranken tot 20.00 uur.
In afwijking van het eerste lid mogen de volgende inrichtingen openblijven:
1° alle logiesvormen, met inbegrip van hun restaurant maar met uitzondering van hun andere drankgelegenheden, en dit uitsluitend voor de gasten die er verblijven;
2° de grootkeukens voor verblijf-, school-, leef- en werkgemeenschappen;
3° de collectieve faciliteiten voor dak- en thuislozen;
4° de eet- en drankgelegenheden in de transitzones van de luchthavens.
§ 2. Voor de horeca-activiteiten die door dit besluit worden toegelaten, gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten, onverminderd artikel 5:
1° de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafelgezelschappen wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
2° een maximum van 4 personen per tafel is toegestaan;
3° enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
4° elke persoon moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
5° het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het personeel;
6° er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan;
7° de contactgegevens van één klant per tafel, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, worden geregistreerd bij aankomst en bewaard, met respect voor de bescherming van de persoonsgegevens, gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Voor de klanten die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19, en ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen.
In afwijking van het eerste lid, 2°, mag een huishouden een tafel delen, ongeacht de grootte van dat huishouden."
Art. 2. Artikel 8 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
"De volgende ondernemingen of onderdelen van ondernemingen zijn gesloten:
1° de jacuzzi's, stoomcabines en hammams, behalve indien hun gebruik privé is;
2° de discotheken en dancings;
3° de feest- en receptiezalen, behalve voor de organisatie van rouwmaaltijden na begrafenissen en crematies;
4° de binnenruimten in dierentuinen en dierenparken, met uitzondering van de ingang, uitgang, sanitaire voorzieningen en noodgebouwen;
5° de pretparken."
Art. 3. In artikel 11, eerste lid van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt in de Franse tekst het woord "dispositions" vervangen door het woord "disposition".
Art. 4. Artikel 13 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
"De casino's, speelautomatenhallen en wedkantoren mogen geopend blijven voor maximum 40 bezoekers tegelijkertijd vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 23.30 uur, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten, en moeten ononderbroken gesloten blijven tot minstens 6.00 uur `s morgens.
In afwijking van het eerste lid:
- kan een protocol meer dan 40 bezoekers toelaten, met een maximum van 200 bezoekers;
- blijven de protocollen die reeds van toepassing waren op 23 oktober 2020 gelden onverminderd artikel 31bis.
Het aanbieden en nuttigen ter plaatse van drank en voeding is verboden."
Art. 5. Artikel 15 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
"De bevoegde gemeentelijke overheid kan de kleine kermissen en markten, met uitzondering van de jaarmarkten, brocantemarkten, rommelmarkten, kerstmarkten en winterdorpen, toelaten onder de volgende modaliteiten:
1° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een markt bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
2° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een kermis bedraagt 200 ;
3° de markt- en kermiskramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm;
4° de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt of de kermis;
5° de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
6° de markt- en kermiskramers mogen geen voeding of dranken aanbieden voor consumptie ter plaatse;
7° bezoekers mogen op de markten en kermissen geen voeding of dranken nuttigen;
8° er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt of de kermis aanwezig zijn;
9° er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.
Onverminderd artikel 5 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan"."
Art. 6. Artikel 17 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan vier personen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel.
§ 2. Ieder huishouden mag maximum vier dezelfde personen per 14 dagen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, in huis ontvangen.
§ 3. Behoudens andersluidende bepalingen in dit besluit en, behoudens in huis en in logies waarvoor artikel 17, § 2 onverkort geldt, mag een maximum van 40 personen aanwezig zijn binnen en in dezelfde ruimte, zoals in het kader van georganiseerde activiteiten op professioneel, cultureel, religieus, onderwijs-, verenigings- of sportief vlak.
In afwijking van het eerste lid:
- kan een protocol voor een specifieke sector of activiteit afwijken van het maximum van 40 personen binnen in dezelfde ruimte, met een maximum van 200 personen;
- blijven de protocollen die reeds van toepassing waren op 23 oktober 2020 gelden onverminderd artikel 31bis;
- blijven de toelatingen die werden verleend in toepassing van artikel 12 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en de toelatingen die werden verleend in toepassing van artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gelden onverminderd artikel 31bis.
Het aanbieden en nuttigen ter plaatse van drank en voeding is verboden, behalve voor wat betreft rouwmaaltijden die plaatsvinden na begrafenissen en crematies met naleving van de regels voorzien in artikel 6, § 2.
Leden 1 en 3 zijn niet van toepassing in school-, verblijf-, leef- en werkgemeenschappen, noch voor de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking bedoeld in de bijlage van dit besluit wanneer de activiteiten worden uitgeoefend buiten de werkgemeenschap.
Bij begrafenissen en crematies mag het lichaam niet worden blootgesteld.
Bij activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of vereniging, dient steeds een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter aanwezig te zijn, tenzij het protocol hiervan afwijkt.
De organisator van de handelsbeurs, met inbegrip van de salons:
- neemt de nodige maatregelen om de menigtes onder controle te houden, zowel binnen als buiten de gebouwen, met inbegrip van de parking;
- voert een online of telefonisch ticketsysteem in;
- ontvangt niet meer dan één bezoeker per 10m2.
§ 4. Een maximum van 50 personen mag de volgende activiteiten bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd:
1° de activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter;
2° de kampen, stages en activiteiten met naleving van de regels voorzien in artikel 21.
§ 5. Een maximum van 400 personen mag evenementen en voorstellingen bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 5, lid 2.
In afwijking van het eerste lid:
- blijven de protocollen die reeds van toepassing waren op 23 oktober 2020 gelden onverminderd artikel 31bis;
- blijven de toelatingen die werden verleend in toepassing van artikel 12 van het ministerieel besluit 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en de toelatingen die werden verleend in toepassing van artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, gelden onverminderd artikel 31bis.
Het aanbieden en nuttigen ter plaatse van drank en voeding is verboden.
§ 6. Professionele sportieve wedstrijden kunnen enkel plaatsvinden zonder publiek.
§ 7. Niet-professionele sportieve wedstrijden kunnen enkel plaatsvinden voor deelnemers tot en met 18 jaar. Deze wedstrijden mogen enkel worden bijgewoond door één lid van het huishouden van de deelnemers.
§ 8. Wanneer een evenement, voorstelling of wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde lokale overheid overeenkomstig artikel 19 vereist.
§ 9. Een maximum van 400 deelnemers mag statische betogingen bijwonen die plaatsvinden op de openbare weg, waar de social distancing kan worden gerespecteerd, en die voorafgaand werden toegelaten door de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 19."
Art. 7. Artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt opgeheven.
Art. 8. Artikel 20 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
"De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, evenals de individuele bezoeken van gebouwen der eredienst en van gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening zijn toegestaan.
De representatieve organen van de erediensten en van de organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing nemen de nodige maatregelen en vaardigen richtlijnen uit, met inachtneming van volgende voorwaarden:
1° het respect van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behalve voor personen die onder hetzelfde dak wonen;
2° het respect van het vooraf bepaalde maximum aantal personen per gebouw, met een maximum van 40 personen in eenzelfde ruimte;
3° het verbod op fysieke aanrakingen van personen en van voorwerpen door verschillende deelnemers;
4° de terbeschikkingstelling van middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien bij de in- en uitgang.
In afwijking van het tweede lid, 2° :
- kan een protocol meer dan 40 bezoekers toelaten, met een maximum van 200 bezoekers;
- blijven de protocollen die reeds van toepassing waren op 23 oktober 2020 gelden onverminderd artikel 31bis."
Art. 9. Aan het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt een artikel 31bis toegevoegd, luidende:
"Bepalingen van een protocol of gids, dan wel van een toelating verleend op basis van artikel 12 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken of op basis van artikel 18 van het ministerieel besluit van 18 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, die strijdig zijn met de regels van dit besluit worden buiten toepassing gelaten, zonder afbreuk te doen aan de krachtens dit besluit toegestane afwijkingen van het maximaal aantal toegelaten personen voor ruimtes, activiteiten, ondernemingen of inrichtingen."
Art. 10. De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met 19 november 2020.
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op 23 oktober 2020 om 18.00 uur.
Brussel, 23 oktober 2020.
A. VERLINDEN


begin

Publicatie : 2020-10-23