einde

Publicatie : 2020-10-08

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

8 OKTOBER 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken



De Minister van Binnenlandse Zaken,
Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
Gelet op het koninklijk besluit nr. 44 van 26 juni 2020 betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde regionale overheden of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano;
Gelet op het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
Gelet op artikel 8, § 2, 1░ en 2░, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŰn, gegeven op 7 oktober 2020;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 8 oktober 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen beslist tijdens het OverlegcomitÚ dat is bijeengekomen op 6 oktober 2020 hebben gerechtvaardigd; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te nemen;
Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, op 10, 15, 23 en 27 juli 2020, op 20 augustus 2020, alsook op 23 september 2020;
Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiŰle crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
Overwegende de Aanbeveling van 6 augustus 2020 van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van de aanbeveling 2020/912 over de geleidelijke opheffing van de tijdelijke beperkingen van niet-essentiŰle reizen naar de EU;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande de coronavirus COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de verklaring van de regionale directeur van de WHO voor Europa van 3 juni 2020, die stelt dat de overgang naar "een nieuw normaal" dient te zijn gebaseerd op de principes van volksgezondheid, alsook op economische en maatschappelijke overwegingen, en dat de besluitvormers op alle niveaus het leidende principe moeten volgen op grond waarvan de overgang progressief en behoedzaam dient te gebeuren;
Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in BelgiŰ; dat het totale aantal besmettingen blijft stijgen;
Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in BelgiŰ sinds 13 maart 2020;
Overwegende het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO van 22 april 2020;
Overwegende dat het gevaar zich uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van algemeen belang is dat er een coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiŰntie ervan te maximaliseren;
Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, bepaalde bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, nog steeds een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid;
Overwegende dat een politiemaatregel houdende een beperking en omkadering van samenscholingen van meer dan vier personen bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
Overwegende dat de voormelde maatregel van dien aard is om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiŰnten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiŰnte behandelingen en vaccins te ontwikkelen; dat deze maatregel eveneens de contact tracing kan vergemakkelijken;
Overwegende het verslag van 22 april 2020 van de GEES (Groep van Experts die belast zijn met de Exit Strategy) dat een gefaseerde aanpak voor het geleidelijk afbouwen van de maatregelen bevat en dat voornamelijk gebaseerd is op drie essentiŰle aspecten, met name het dragen van een mondmasker, testing en tracing; dat het verslag een evenwicht tracht te verzekeren tussen het behoud van de gezondheid, zij het fysiek of mentaal, het vervullen van de pedagogische opdrachten op vlak van onderwijs en de heropstart van de economie;
Overwegende de adviezen van de GEES en van CELEVAL;
Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
Overwegende het Phoenixplan van Comeos voor een herstart van de handel;
Overwegende de "Gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
Overwegende de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
Overwegende dat de burgemeester, wanneer hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met dit ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen, een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting kan bevelen in het belang van de openbare gezondheid;
Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een co÷rdinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de co÷rdinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
Overwegende het overleg in het OverlegcomitÚ;
Overwegende dat het daggemiddelde van de nieuwe besmettingen met het coronavirus COVID-19 in BelgiŰ over de voorbije zeven dagen gestegen is tot 2309 bevestigde positieve gevallen op 6 oktober 2020;
Overwegende dat de huidige epidemiologische situatie nog steeds een drastische beperking van de sociale contacten vereist;
Overwegende dat deze situatie ook nog steeds een beperking noodzakelijk maakt van het maximaal aantal personen dat mag deelnemen aan bepaalde samenscholingen; dat de experten er reeds meerdere keren aan hebben herinnerd dat dansen in dit kader een zeer groot risico op overdracht van het virus met zich meebrengt; dat dansen bijgevolg verboden blijft in de inrichtingen van de horecasector, evenals op recepties en banketten en tijdens bepaalde soorten toegelaten evenementen;
Overwegende dat, in het kader van de strijd tegen COVID-19 in BelgiŰ, een accurate opvolging nodig is van de gezondheidstoestand van personen die terugkeren uit steden, gemeenten, arrondissementen, regio's of landen, ook binnen het Schengengebied, de Europese Unie of het Verenigd Koninkrijk, waarvoor door CELEVAL op basis van objectieve epidemiologische criteria een hoog gezondheidsrisico werd vastgesteld;
Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen;
Overwegende dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof een belangrijke rol speelt in de strategie om de maatregelen geleidelijk aan af te bouwen; dat het dragen van mondmaskers dan ook wordt aanbevolen aan de bevolking voor elke situatie waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan; dat het verplicht is in bepaalde inrichtingen en bepaalde specifieke situaties; dat het alleen voor de strikt noodzakelijke tijd mag worden afgezet, met name om te drinken en te eten, om de neus te snuiten of om te liplezen voor doven en slechthorenden; dat het louter gebruik van een mondmasker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;
Overwegende dat de experten van CELEVAL aanbevelen om het aantal personen waarmee nauwe contacten worden onderhouden te beperken tot drie per maand, wat betekent dat de regels van de social distancing gedurende een bepaalde tijdsduur niet worden toegepast met deze personen;
Overwegende dat de burgers duidelijk ge´nformeerd moeten worden over de plaatsen en het tijdstip waarop het mondmasker verplicht moet worden gedragen; dat er dan ook een aanplakking met vermelding van de uren wanneer deze maatregel van kracht is, moet worden geplaatst; dat de aangeduide periode effectief moet overeenkomen met de uren van verwachte volkstoeloop of van hoog transmissierisico;
Overwegende dat de sterke aanbeveling om telethuiswerk, indien mogelijk meerdere dagen per week, toe te passen dient te worden benadrukt;
Overwegende dat de hygiŰnemaatregelen essentieel blijven;
Overwegende dat buitenactiviteiten waar mogelijk de voorkeur krijgen; dat, indien dit niet mogelijk is, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht;
Overwegende dat het nodig is dat bijkomende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor wat betreft mensen die tot een risicogroep behoren;
Overwegende dat, hoewel de meerderheid van de activiteiten opnieuw is toegelaten, het evenwel noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen;
Overwegende dat de gezondheidssituatie op regelmatige basis wordt geŰvalueerd; dat dit betekent dat een terugkeer naar striktere maatregelen nooit is uitgesloten;
Overwegende dat de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren, na het consulteren van een viroloog, kunnen afwijken van de regel van 1,5 meter afstand tussen elke persoon;
Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 2bis van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Iedere werkgever of gebruiker die tijdelijk beroep doet op een in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige voor het uitvoeren van werkzaamheden in BelgiŰ in de sectoren bouw, schoonmaak en land- en tuinbouw bedoeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en in artikel 1, 1░ van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970, met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde alsook activiteiten in de vleessector bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van artikel 6ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, is verplicht om, vanaf het begin van de werkzaamheden tot en met de veertiende dag na het einde ervan, een geactualiseerd register bij te houden met volgende gegevens :
1░ volgende identificatiegegevens van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige:
- de naam en voornamen;
- de geboortedatum;
- het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
2░ de verblijfplaats van de werknemer of zelfstandige gedurende zijn werkzaamheden in BelgiŰ;
3░ het telefoonnummer waarop de werknemer of zelfstandige kan worden gecontacteerd;
4░ in voorkomend geval, de aanduiding van de personen waarmee de werknemer of zelfstandige tijdens zijn werkzaamheden in BelgiŰ samenwerkt.
De verplichting tot registratie bedoeld in deze paragraaf is niet van toepassing op de tewerkstelling van grensarbeiders en geldt evenmin wanneer het verblijf van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige in BelgiŰ minder dan 48 uur duurt.
De gegevens bedoeld in het eerste lid mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met inbegrip van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten op eenzelfde adres.
De gegevens bedoeld in het eerste lid moeten worden vernietigd na veertien kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het einde van de betreffende werkzaamheden.
Het register bedoeld in het eerste lid wordt ter beschikking gehouden van alle diensten en instellingen die belast zijn met de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, alsook van alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
§ 2. Indien de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige ertoe gehouden is het Passagier Lokalisatie Formulier bedoeld in artikel 18 in te vullen, dan dient de werkgever of gebruiker die tijdelijk op hem een beroep doet voor de uitvoering van werkzaamheden in de sectoren bouw, land- en tuinbouw en schoonmaak bedoeld in artikel 20, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en in artikel 1, 1░ van het voornoemd koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 of activiteiten in de vleessector bedoeld in artikel 2 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 december 2007 in BelgiŰ, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, vˇˇr de aanvang van de werkzaamheden na te gaan of het Passagier Lokalisatie Formulier effectief werd ingevuld.
Bij gebrek aan bewijs dat dit formulier werd ingevuld, dient de werkgever of gebruiker erover te waken dat het Passagier Lokalisatie Formulier ingevuld is uiterlijk op het moment waarop de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige de werkzaamheden in BelgiŰ aanvat."
Art. 2. Artikel 5 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
"In de inrichtingen die behoren tot de horecasector en andere drankgelegenheden gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten:
1░ de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafels wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
2░ een maximum van 10 personen per tafel in de restaurants en een maximum van 4 personen per tafel in de andere drankgelegenheden is toegestaan;
3░ enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
4░ elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
5░ het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het zaalpersoneel;
6░ het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het keukenpersoneel;
7░ er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken met naleving van een afstand van 1,5 meter;
8░ terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden;
9░ restaurants en drankgelegenheden mogen geopend zijn vanaf het gebruikelijke openingsuur en tot 01.00 uur voor de restaurants en tot 23.00 uur voor de andere drankgelegenheden, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten, en moeten vanaf dit sluitingsuur ononderbroken gesloten blijven tot minstens 6 uur `s ochtends;
10░ de contactgegevens van ÚÚn klant per tafel, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, moeten worden geregistreerd bij aankomst en bewaard gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19, ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen en de klanten moeten uitdrukkelijk hun akkoord geven. Voor de klanten die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd.
In afwijking van het eerste lid, 2░, mag een huishouden een tafel delen, ongeacht de grootte van dat huishouden.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "restaurant" verstaan: de inrichting die behoort tot de horecasector en die beschikt over de toelating 1.1 bedoeld in Bijlage III van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen."
Art. 3. Artikel 11 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan vier personen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel.
§ 1bis. Ieder huishouden mag maximum vier personen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, tegelijkertijd in huis ontvangen.
§ 2. Een maximum van 50 personen mag de volgende activiteiten bijwonen:
1░ de activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter;
2░ de kampen en stages met naleving van de regels voorzien in artikel 15;
3░ de recepties die plaatsvinden na uitvaarten, met naleving van de regels voorzien in artikel 5, die niet worden verzorgd door een professionele catering/traiteur onderneming.
§ 3. Een maximum van 200 personen mag de volgende activiteiten bijwonen:
1░ burgerlijke huwelijken;
2░ begrafenissen en crematies, andere dan de activiteiten bedoeld in 3░, zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam;
3░ de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening, alsook de activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, met naleving van de regels voorzien door artikel 14.
§ 4. Een publiek van maximum 200 personen mag evenementen, voorstellingen, lessen in auditoria en wedstrijden bijwonen, voor zover deze binnen worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
Een publiek van maximum 400 personen mag evenementen, voorstellingen en wedstrijden bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
Wanneer een evenement, voorstelling, receptie, banket of wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.
§ 5. Een maximum van 400 deelnemers mag statische betogingen bijwonen die plaatsvinden op de openbare weg, waar de social distancing kan worden gerespecteerd, en die voorafgaand werden toegelaten door de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13.
§ 6. Onverminderd een eventueel protocol en onverminderd de richtlijnen en/of beperkingen bepaald door de bevoegde gemeentelijke overheid, mag eenieder deelnemen aan sportieve wedstrijden.
Wanneer een sportieve wedstrijd wordt georganiseerd voor meer dan 200 deelnemers of op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.
§ 7. In afwijking van de eerste paragraaf mag een onbeperkt aantal personen gezeten recepties en banketten bijwonen, wanneer die worden verzorgd door een professionele catering/traiteur onderneming, met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 5, 1░ tot en met 3░ en 5░ tot en met 10░ en onverminderd artikel 4, lid 2, 1░ en 5░ tot en met 8░ of het toepasselijke protocol."
Art. 4. Artikel 18 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
" § 1. Niet essentiŰle reizen naar BelgiŰ zijn verboden.
§ 2. In afwijking van de eerste paragraaf is het toegelaten om:
1░ te reizen naar BelgiŰ vanuit alle landen van de Europese Unie, van de Schengenzone en van het Verenigd Koninkrijk;
2░ te reizen naar BelgiŰ vanuit de landen die zijn opgenomen in de lijst bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken.
§ 3. Voor de overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 toegelaten reizen naar BelgiŰ vanuit een land dat geen deel uitmaakt van de Schengenzone is de reiziger er toe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen en te ondertekenen.
De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.
Bij gebrek aan deze verklaring of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
§ 4. In geval van een reis naar BelgiŰ vanuit een gebied in de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan de vervoerder. De vervoerder is ertoe gehouden deze verklaring onverwijld te bezorgen aan Saniport.
De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passagier Lokalisatie Formulier hebben ingevuld. Bij gebrek van dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.
§ 5. In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3 en 4 waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is de reiziger, van wie het verblijf in BelgiŰ meer dan 48 uur duurt, en het voorafgaand verblijf buiten BelgiŰ meer dan 48 uur duurde, er persoonlijk toe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en te ondertekenen.
Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronische Passagier Lokalisatie Formulier, is hij ertoe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het papieren Passagier Lokalisatie Formulier bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan Saniport.
§ 6. De persoonsgegevens ingezameld via het Passagier Lokalisatie Formulier in uitvoering van paragrafen 3, 4 en 5 kunnen worden opgeslagen in de Gegevensbank I bedoeld in artikel 1, § 1, 5░ van het koninklijk besluit nr. 44 betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de overheden van de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van de gegevensbank bij Sciensano en worden verwerkt en uitgewisseld voor de verwerkingsdoeleinden bepaald in artikel 3 van dat koninklijk besluit."
Art. 5. Artikel 23 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
" § 1. De gemeentelijke overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
De bevoegde lokale overheden kunnen, in overleg met de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten, aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze voorzien in dit besluit. De burgemeester overlegt hieromtrent met de gouverneur.
Wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke toename van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, moet de burgemeester of de gouverneur bijkomende maatregelen nemen vereist door de situatie. De burgemeester informeert de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten onmiddellijk over de aanvullende maatregelen, genomen op gemeentelijk niveau. Indien de beoogde maatregelen evenwel een impact hebben op de federale middelen of een impact hebben op naburige gemeenten of op nationaal niveau, is een overleg vereist overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een co÷rdinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.
De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn gemeente.
De minister van Binnenlandse Zaken geeft de instructies over de co÷rdinatie.
§ 2. De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt."
Art. 6. Artikel 24 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
"Behoudens andersluidende bepaling, zijn de maatregelen voorzien in dit besluit van toepassing tot en met 8 november 2020."
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 9 oktober 2020.
Brussel, 8 oktober 2020.
A. VERLINDEN


begin

Publicatie : 2020-10-08