J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/09/21/2020042893/justel

Titel
21 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies inzake scheepvaart
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-09-2020 en tekstbijwerking tot 15-02-2021)

Bron : MOBILITEIT EN VERVOER
Publicatie : 28-09-2020 nummer :   2020042893 bladzijde : 68449       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-09-21/05
Inwerkingtreding : 28-09-2020

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1989014205        2000014160        2017010230        2020042587        1994014160       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1.1-1.2
HOOFDSTUK 2. - Belgisch Scheepsregister
Art. 2.1-2.5
HOOFDSTUK 3. - Scheepvaartcontrole
Art. 3.1-3.9
HOOFDSTUK 4. - Indexering en modaliteiten
Art. 4.1-4.2
HOOFDSTUK 5. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
Art. 5.1-5.9

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Art. 1.1.Voor de toepassing van dit besluit betekent:
  1° Directoraat: het Directoraat-generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, met inbegrip van het Belgisch Scheepsregister;
  2° NT: nettotonnage voor zeeschepen vastgesteld op de meetbrief;
  3° scheepsgebonden certificaten: certificaten uitgereikt door de Scheepvaartcontrole op basis van het AFS-Verdrag, het BUNKER-Verdrag, het BWM-Verdrag, het CLC-Verdrag 1992, het COLREG-Verdrag, het CSC-verdrag, het LL Verdrag, het LL-Protocol 1988, het MARPOL-Verdrag, het MARPOL-Protocol 1978, het MARPOL-Protocol 1997, [1 MLC-Verdrag,]1 het PAL-verdrag, het PAL-Protocol het SOLAS-Verdrag, het SOLAS-Protocol 1978, het SOLAS-Protocol 1988, het SRC-Verdrag, het TMC-Verdrag en het WRC-Verdrag, alle certificaten op basis van de hoofdstukken 2 en 3 van titel 2 van boek 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, certificaten op basis van hoofdstuk 2 van titel 3 van Boek 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek en alle certificaten op basis van hoofdstuk 3 van titel 5 van boek 2 van het Belgisch Scheepvaartwetboek;
  4° TBS: het op het Unie binnenvaartcertificaat vastgestelde nettotonnage van het binnenschip.
  ----------
  (1)<KB 2021-01-20/11, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 25-02-2021>

  Art. 1.2. De retributies in dit besluit zijn verschuldigd aan het Directoraat.

  HOOFDSTUK 2. - Belgisch Scheepsregister

  Art. 2.1. § 1. Voor elke formaliteit, zoals bedoeld in artikel 1.2.1.5 van het Belgisch Scheepsvaartwetboek, waaronder de inschrijving van akten en vonnissen zoals bedoeld in artikel 2.2.1.12 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, is een retributie van 50 euro verschuldigd.
  De retributie in het eerste lid is verschuldigd door het feit van de neerlegging wanneer de inschrijving niet mogelijk is bij gebreke aan registratie van een zeeschip of teboekstelling van een binnenschip.
  § 2. Voor de aflevering van getuigschriften, afschriften en gegevens zoals bedoeld in artikel 1.2.1.5 van het Belgisch Scheepvaartwetboek is een retributie van 50 euro verschuldigd.

  Art. 2.2. § 1. In afwijking van artikel 2.1, § 1, is voor de inschrijving van een akte of vonnis bedoeld in artikel 2.2.1.12 van het Belgisch Scheepvaartwetboek die een eigendomsrecht vestigt op een zeeschip volgende retributie cumulatief verschuldigd:
  1° een vast bedrag van 500 euro;
  2° voor elke NT tot 1.000: 1 euro per NT;
  3° voor elke NT vanaf 1.001 tot en met 10.000: 0,5 euro per NT;
  4° voor elke NT vanaf 10.001 tot en met 20.000: 0,15 euro per NT;
  5° voor elke NT vanaf 20.001 tot en met 40.000: 0,1 euro per NT;
  6° voor elke NT vanaf 40.001: 0,05 euro per NT.
  Voor zeeschepen in aanbouw is enkel het bedrag bedoeld in het eerste lid, 1°, verschuldigd. Bij definitieve registratie bij oplevering van het zeeschip is enkel de retributie in het eerste lid, 2° tot en met 6° verschuldigd.
  Indien de eigendomsvestiging betrekking heeft op een eigendomsaandeel van minder dan 50% is enkel het bedrag bedoeld in het eerste lid, 1°, verschuldigd, tenzij 1 partij door de eigendomsoverdracht 50% of meer verwerft.
  § 2. In afwijking van artikel 2.1, § 1, is voor de inschrijving van een akte of vonnis bedoeld in artikel 2.2.1.12 van het Belgisch Scheepvaartwetboek die een eigendomsrecht vestigt op een binnenschip volgende retributie verschuldigd:
  1° voor binnenschepen van minder dan 20 meter, of van of minder dan 500 TBS: een vast bedrag van 150 euro;
  2° voor binnenschepen van 20 meter en meer of met een TBS van minstens 501 TBS: een vast bedrag van 150 euro en een variabel bedrag op basis van het tonnage binnenschepen:
  a) voor elke TBS vanaf 501 tot en met 1000: 0,50 euro per TBS;
  b) voor elke TBS vanaf 1001: 0,20 euro per TBS.
  Voor binnenschepen in aanbouw is enkel het bedrag bedoeld in het eerste lid, 1°, verschuldigd. Bij definitieve teboekstelling bij oplevering van het binnenschip is enkel de retributie in het eerste lid, 2°, verschuldigd.
  Indien de eigendomsvestiging betrekking heeft op een eigendomsaandeel van minder dan 50% is enkel het bedrag bedoeld in het eerste lid, 1°, verschuldigd, tenzij 1 partij door de eigendomsoverdracht meer dan 50% verwerft.
  § 3. Indien de inschrijving bedoeld in paragraaf 1 het gevolg is van een handeling bedoeld in boek 12 of boek 13 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, en indien voor het schip reeds een retributie bij registratie overeenkomstig paragraaf 1 werd betaald, is enkel het vast bedrag van paragraaf 1, eerste lid, 1°, verschuldigd.
  § 4. Indien de inschrijving bedoeld in paragraaf 2 het gevolg is van een handeling bedoeld in boek 12 of boek 13 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen, en indien voor het schip reeds een retributie bij registratie overeenkomstig paragraaf 2 werd betaald, is enkel het vast bedrag van paragraaf 2, eerste lid, 1°, verschuldigd.

  Art. 2.3. § 1. In afwijking van artikel 2.1, § 1, is voor de inschrijving van scheepshypotheken volgende retributie verschuldigd:
  1° voor een bedrag met ingeschreven waarde tot en met 50.000 euro: 150 euro;
  2° voor een bedrag met ingeschreven waarde van meer dan 50.000 euro tot en met 500.000 euro: 250 euro;
  3° voor een bedrag met ingeschreven waarde van meer dan 500.000 euro tot en met 1.000.000 euro: 500 euro;
  4° voor een bedrag met ingeschreven waarde van meer dan 1.000.000 euro tot en met 10.000.000 euro: 1.000 euro;
  5° voor een bedrag met ingeschreven waarde van meer dan 10.000.000 euro: 2.000 euro.
  Voor de toepassing van het eerste lid wordt drie jaar interest uitgesloten zoals bedoeld in artikel 87 van de Hypotheekwet.
  § 2. In afwijking van artikel 2.1, § 1, is voor de volledige doorhaling van een scheepshypotheek een retributie van 150 euro verschuldigd.
  § 3. De retributies in dit artikel zijn slechts éénmaal verschuldigd, ongeacht het aantal schepen die het voorwerp uitmaken van de akten of vonnissen.

  Art. 2.4. In afwijking van artikel 2.1, § 1, is voor de inschrijving van een zeeschip in het rompbevrachtingsregister is een retributie van 1.500 euro, ter vermenigvuldigen met het aantal jaren van de rompbevrachtingsduur. Indien de rompbevrachting een deel van een jaar bevat, wordt dit deel voor een volledig jaar aanzien.

  Art. 2.5. Voor elke bekendmaking bedoeld in artikel 1.1.3.1, § 1, van het Belgisch Scheepvaartwetboek is een retributie van 150 euro verschuldigd door diegene die de bekendmaking aanvraagt.

  HOOFDSTUK 3. - Scheepvaartcontrole

  Art. 3.1. § 1. Een jaarlijkse retributie van 500 euro is verschuldigd voor de administratieve onderzoeken en afgifte van alle certificaten betreffende zeeschepen.
  De retributie bedoeld in het eerste lid is niet verschuldigd voor de eerste drie jaren nadat de retributie bedoeld in artikel 2.2, § 1, eerste lid, werd betaald.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op vissersvaartuigen en pleziervaartuigen.

  Art. 3.2. Voor de schouwing van een zeeschip met het oog op de afgifte van scheepsgebonden certificaten is een retributie verschuldigd van 150 euro per uur verschuldigd.

  Art. 3.3. § 1. Voor de verplaatsingen op volgende trajecten is een retributie van 60 euro per uur verschuldigd:
  1° tussen de stand- of woonplaats van de inspecteur naar de plaats van de opdracht of verblijfplaats, naargelang op welke van de 2 plaatsen de inspecteur al eerste arriveert;
  2° tussen de plaats van de opdracht of verblijfplaats, naar de stand- of woonplaats van de inspecteur, naargelang op welke van de 2 plaatsen de inspecteur al eerste arriveert;
  3° tussen 2 verschillende schepen die tijdens 1 buitenlandse reis worden geïnspecteerd;
  4° tussen 2 verschillende hotels die tijdens 1 buitenlandse reis worden gebruikt;
  § 2. Indien vertrek en aankomst per traject op dezelfde kalenderdag plaatsvinden, wordt de verplaatsingstijd berekend als volgt:
  de tijd tussen het lokale uur op de klok van de plaats van vertrek en het lokale uur op de klok van de plaats van aankomst, met een maximum van 8 uur.
  Indien vertrek en aankomst per traject op verschillende kalenderdagen plaatsvinden, wordt er voor elke kalenderdag de verplaatsingstijd berekend als volgt:
  - van ogenblik van vertrek tot middernacht, met een maximum van 8 uur volgens de lokale tijd van de plaats van vertrek;
  - van middernacht tot aankomst met een maximum van 8 uur, volgens het lokale uur van de plaats van aankomst.
  In het geval de kalenderdagen van vertrek en aankomst niet aaneensluitend zijn, is de maximale vergoeding van 8 uur voor elke tussenliggende dag verschuldigd.
  § 3. Indien de verplaatsing betrekking heeft op schepen van verschillende reders, is de retributie verschuldigd door:
  1° voor de retributie bepaald in paragraaf 1, 1° : de reder van het eerste geschouwde zeeschip;
  2° voor de retributie bepaald in paragraaf 1, 2° : de reder van het laatste geschouwde zeeschip;
  3° voor de retributie bepaald in paragraaf 1, 3° en 4° : door de reders van de 2 geschouwde zeeschepen, elk voor de helft.

  Art. 3.4. Voor de toepassing van de artikelen 3.2. en 3.3 wordt elk begonnen uur als een volledig uur beschouwd.

  Art. 3.5. § 1. Indien de in artikelen 4.12 en 4.14 van het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving bedoelde inspecties leiden tot bevestiging of ontdekking van tekortkomingen met betrekking tot de voorschriften van een verdrag, die de aanhouding van een schip rechtvaardigen, worden de kosten in verband met de inspectie door de eigenaar of de exploitant van het schip gedragen.
  De kosten in verband met de door de inspecteurs ingevolge artikel 4.16 en artikel 4.23, § 4 van het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving, uitgevoerde inspecties komen ten laste van de eigenaar of de exploitant van het schip.
  Indien een schip wordt aangehouden worden de kosten in verband met de aanhouding in de haven gedragen door de eigenaar of de exploitant van het schip.
  § 2. Voor de inspecties bedoeld in paragraaf 1 is een retributie van 150 euro per uur verschuldigd voor elke begonnen uur dat een inspecteur aanwezig is op het zeeschip.

  Art. 3.6. Voor de afgifte van een Bijzonder Toelating voor het vervoer van gevaarlijke goederen is een retributie van 105 euro verschuldigd door de aanvrager van de Bijzonder Toelating.

  Art. 3.7. Voor het onderzoek en de afgifte van een certificaat bedoeld in artikel 3.66 van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart zijn de artikelen 3.2 en 3.3 van toepassing.

  Art. 3.8. Voor het onderzoek en de afgifte van een Toelating tot Afvaart is een retributie van 150 euro verschuldigd.
  Voor het verlenen van voorlopige vrijstellingen, uitzonderingen en gelijkwaardigheden overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de internationale verdragen betreffende de scheepsgebonden certificaten bedoeld in artikel 1.1, 3° is een retributie van 150 euro verschuldigd.

  Art. 3.9. De retributie voor de uitreiking van een certificaat van verzekering bedoeld in Titel 2, hoofdstuk 1 van het koninklijk besluit van 15 juli 2020 inzake milieuvriendelijke scheepvaart aan een zeeschip onder vreemde vlag bedraagt 150 euro.

  HOOFDSTUK 4. - Indexering en modaliteiten

  Art. 4.1. De bedragen van de retributies bedoeld in dit besluit, met uitzondering van de retributies bedoeld in artikel 2.2, § 1, eerste lid, 2° tot en met 6°, en de retributies bedoeld in artikel 2.2, § 2, eerste lid, 2°, worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex op basis van de volgende formule : het basisbedrag vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer en gedeeld door het aanvangsindexcijfer.
  Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de gezondheidsindex van de maand november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het bedrag van de retributie wordt aangepast.
  Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de gezondheidsindex van november 2020.
  Het verkregen resultaat wordt afgerond naar boven op de euro als het decimale gedeelte gelijk aan of meer dan vijftig cent is. Het wordt naar onder op de euro afgerond als dit gedeelte minder is dan vijftig cent.

  Art. 4.2. De retributies worden betaald volgens de instructies van het Directoraat die bekendgemaakt worden op de website van het Belgisch Scheepsregister.

  HOOFDSTUK 5. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen

  Art. 5.1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 13 juli 1989 tot vaststelling van de tarieven van de retributies voor prestaties inzake het certificeren van schepen, vervangen bij koninklijk besluit 12 juli 2009, wordt vervangen als volgt:
  "Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies voor het certificeren van vissersvaartuigen".

  Art. 5.2. Artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 12 juli 2009, wordt vervangen als volgt:
  "Dit besluit is enkel van toepassing op de prestaties van de scheepvaartcontrole voor het certificeren van vissersvaartuigen waarvoor een retributie overeenkomstig artikel 3 verschuldigd is.".

  Art. 5.3. In het koninklijk besluit van 23 juni 1994 tot vaststelling van de tarieven der retributies voor prestaties geleverd door de Dienst van de scheepsmeting wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1/1. Dit besluit is enkel van toepassing op de prestaties van de scheepvaartcontrole voor het meten van vissersvaartuigen waarvoor een retributie overeenkomstig artikel 1 verschuldigd is.".

  Art. 5.4. Artikel 4.29 van het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig artikel 3.3 van het koninklijk besluit van .... tot vaststelling van retributies inzake scheepvaart is ontvangen.".

  Art. 5.5. Het koninklijk besluit van 31 mei 2000 houdende vaststelling van de retributies voor sommige prestaties van de ambtenaren belast met de scheepvaartcontrole wordt opgeheven.

  Art. 5.6. Het koninklijk besluit van 13 februari 2017 tot vaststelling van de retributies van de dienst Belgisch Scheepsregister wordt opgeheven.

  Art. 5.7. Voor zeeschepen die geregistreerd zijn voor 1 september 2020, is de retributie bedoeld in artikel 3.1 voor de eerste maal op 1 januari 2021 verschuldigd.

  Art. 5.8. Dit besluit treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 5.9. De minister bevoegd voor maritieme mobiliteit en de minister bevoegd voor binnenvaart zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 21 september 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Mobiliteit
Fr. BELLOT
De Minister van Noordzee
Ph. DE BACKER

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op het Belgisch Scheepvaartwetboek, artikelen 1.1.3.4, 1.2.1.5, 2.2.1.3, § 4, 3°, 2.2.2.4, 2.2.2.11, 2.2.2.13, 2.2.3.5, 2.3.2.18, 2.3.2.29, 2.5.3.6, § 5, 3.2.1.1 en 4.2.1.21;
   Gelet op het koninklijk besluit van 13 juli 1989 tot vaststelling van de tarieven van de retributies voor prestaties inzake het certificeren van schepen;
   Gelet op het koninklijk besluit van 23 juni 1994 tot vaststelling van de tarieven der retributies voor prestaties geleverd door de Dienst van de scheepsmeting;
   Gelet op het koninklijk besluit van 31 mei 2000 houdende vaststelling van de retributies voor sommige prestatie van de ambtenaren van de scheepvaartcontrole;
   Gelet op het koninklijk besluit van 13 februari 2017 tot vaststelling van de retributies van de dienst Belgisch Scheepsregister;
   Gelet op het koninklijk besluit van 14 juli 2020 inzake de handhaving van scheepvaartregelgeving;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 27 juli 2020;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 27 augustus 2020;
   Gelet op het advies 67.922/2/V van de Raad van State gegeven op 2 september 2020 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende dat de gewestregeringen niet overeenkomstig artikel 6, § 4, 3° van de Bijzonder Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen betrokken moeten worden; dat het besluit geen rechtsregels van verkeer of vervoer bevatten maar enkel de doorgerekende interne werkingskosten van de federale staat aan de begunstigde van een dienst geleverd door de federale staat betreffen;
   Op de voordracht van de Minister van Mobiliteit en de Minister van Noordzee,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-01-2021 GEPUBL. OP 15-02-2021
    (GEWIJZIGD ART. : 1.1)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie