J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/08/22/2020031255/justel

Titel
22 AUGUSTUS 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 22-08-2020 nummer :   2020031255 bladzijde : 63510       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-08-22/01
Inwerkingtreding : 01-09-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020042036       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-14

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met de bepalingen onder 7° en 8°, luidende :
  "7° "gebruiker": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon bij wie of voor wie door personen bedoeld in artikel 2bis rechtstreeks of in onderaanneming werkzaamheden worden verricht;
  8° "grensarbeider": een werknemer die arbeid in loondienst verricht in een Lidstaat maar in een andere Lidstaat zijn woonplaats heeft waarnaar die werknemer in de regel dagelijks of ten minste éénmaal per week terugkeert."

  Art. 2. Aan het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt een artikel 2bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
  " § 1. Iedere werkgever of gebruiker die tijdelijk beroep doet op een in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige voor het uitvoeren van werkzaamheden in België in de sectoren bouw, schoonmaak en land- en tuinbouw bedoeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en in artikel 1, 1° van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970, met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde alsook activiteiten in de vleessector bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van artikel 6ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, is verplicht om, vanaf het begin van de werkzaamheden tot en met de veertiende dag na het einde ervan, een geactualiseerd register bij te houden met volgende gegevens :
  1° volgende identificatiegegevens van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige:
  - de naam en voornamen;
  - de geboortedatum;
  - het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
  2° de verblijfplaats van de werknemer of zelfstandige gedurende zijn werkzaamheden in België;
  3° het telefoonnummer waarop de werknemer of zelfstandige kan worden gecontacteerd;
  4° in voorkomend geval, de aanduiding van de personen waarmee de werknemer of zelfstandige tijdens zijn werkzaamheden in België samenwerkt.
  De verplichting tot registratie bedoeld in deze paragraaf is niet van toepassing op de tewerkstelling van grensarbeiders en geldt evenmin wanneer het verblijf van de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige in België minder dan 48 uur duurt.
  De gegevens bedoeld in het eerste lid mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met inbegrip van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten op eenzelfde adres.
  De gegevens bedoeld in het eerste lid moeten worden vernietigd na veertien kalenderdagen te rekenen vanaf de datum van het einde van de betreffende werkzaamheden.
  Het register bedoeld in het eerste lid wordt ter beschikking gehouden van alle diensten en instellingen die belast zijn met de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, alsook van alle diensten en instellingen belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen opgelegd in het raam van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.
  § 2. Indien de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige ertoe gehouden is het Passenger Locator Form bedoeld in artikel 18 in te vullen, dan dient de werkgever of gebruiker die tijdelijk op hem een beroep doet voor de uitvoering van werkzaamheden in de sectoren bouw, land- en tuinbouw en schoonmaak bedoeld in artikel 20, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en in artikel 1, 1° van het voornoemd koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 of activiteiten in de vleessector bedoeld in artikel 2 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 december 2007 in België, met uitzondering van de natuurlijke persoon bij wie of voor wie de werkzaamheden voor strikt persoonlijke doeleinden geschieden, vóór de aanvang van de werkzaamheden na te gaan of het Passenger Locator Form effectief werd ingevuld.
  Bij gebrek aan bewijs dat dit formulier werd ingevuld, dient de werkgever of gebruiker erover te waken dat het Passenger Locator Form ingevuld is uiterlijk op het moment waarop de in het buitenland wonende of verblijvende werknemer of zelfstandige de werkzaamheden in België aanvat."

  Art. 3. Artikel 4, lid 2 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met de bepaling onder 9°, luidende :
  " 9° de organisator van de handelsbeurs, vanaf 1 september 2020:
  - neemt de nodige maatregelen om de menigtes onder controle te houden, zowel binnen als buiten de gebouwen, met inbegrip van de parking;
  - voert een online of telefonisch ticketsysteem in;
  - ontvangt niet meer dan één bezoeker per 10m2."

  Art. 4. Artikel 7 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten:
  1° één klant per 10 m2 wordt toegelaten;
  2° het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de klanten bij de in- en uitgang;
  3° het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties;
  4° er wordt ofwel individueel gewinkeld, ofwel, behoudens andersluidende beslissing van de uitbater van het winkelcentrum, in het gezelschap van één persoon, en dit met naleving van de afstand van 1,5 meter indien deze persoon niet behoort tot hetzelfde huishouden of tot de vijf personen bedoeld in artikel 20;
  5° in afwijking van 4°, mogen een of twee volwassenen de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen."

  Art. 5. Artikel 8 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren.
  Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 22.00 uur.
  § 2. Er wordt ofwel individueel gewinkeld, ofwel, behoudens andersluidende beslissing van de uitbater van de winkel, in het gezelschap van één persoon, en dit met naleving van de afstand van 1,5 meter indien deze persoon niet behoort tot hetzelfde huishouden of tot de vijf personen bedoeld in artikel 20.
  § 3. In afwijking van paragraaf 2, mogen een of twee volwassenen de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen."

  Art. 6. Artikel 10 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "De bevoegde gemeentelijke overheid kan de markten, met inbegrip van de brocante- of rommelmarkten, en de kermissen toelaten onder de volgende modaliteiten:
  1° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een markt, jaarmarkten uitgezonderd, bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
  2° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een kermis of op een jaarmarkt, bedraagt 200 tot en met 31 augustus 2020 en 400 vanaf 1 september 2020;
  3° de markt- en kermiskramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm;
  4° de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt of de kermis;
  5° de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
  6° de markt- en kermiskramers mogen voor consumptie ter plaatse voeding en dranken aanbieden met naleving van de modaliteiten voorzien door artikel 5;
  7° er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt of de kermis aanwezig zijn;
  8° er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.
  9° er wordt op de markt ofwel individueel gewinkeld, ofwel, behoudens andersluidende beslissing van de bevoegde gemeentelijke overheid, in het gezelschap van één persoon, en dit met naleving van de afstand van 1,5 meter indien deze persoon niet behoort tot hetzelfde huishouden of tot de vijf personen bedoeld in artikel 20;
  10° in afwijking van 9°, mogen een of twee volwassenen de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.
  Onverminderd artikel 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan".

  Art. 7. Artikel 11 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan 10 personen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel. Onder "samenscholingen" worden ook recepties en banketten met privékarakter verstaan.
  § 2. Een maximum van 50 personen mag de volgende activiteiten bijwonen:
  1° de activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter;
  2° de zomerkampen en -stages met naleving van de regels voorzien in artikel 15;
  3° de recepties die plaatsvinden na uitvaarten, met naleving van de regels voorzien in artikel 5.
  § 3. Een maximum van 200 personen mag de volgende activiteiten bijwonen:
  1° burgerlijke huwelijken;
  2° begrafenissen en crematies, andere dan de activiteiten bedoeld in 3°, zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam;
  3° de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening, alsook de activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, met naleving van de regels voorzien door artikel 14.
  § 4. Een publiek van maximum 200 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, lessen in auditoria en wedstrijden bijwonen, voor zover deze binnen worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
  Een publiek van maximum 400 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, en wedstrijden bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
  Wanneer een evenement, voorstelling, gezeten receptie of banket toegankelijk voor het publiek, of wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.
  § 5. Een maximum van 400 deelnemers mag statische betogingen bijwonen die plaatsvinden op de openbare weg, waar de social distancing kan worden gerespecteerd, en die voorafgaand werden toegelaten door de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13.
  § 6. Onverminderd een eventueel protocol en onverminderd de richtlijnen en/of beperkingen bepaald door de bevoegde gemeentelijke overheid, mag eenieder deelnemen aan sportieve wedstrijden.
  Wanneer een sportieve wedstrijd wordt georganiseerd voor meer dan 200 deelnemers of op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist."

  Art. 8. Aan het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt een artikel 12 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De bevoegde gemeentelijke overheid kan de uitbaters van permanente infrastructuren toelaten om een zittend publiek te ontvangen voor evenementen, voorstellingen of wedstrijden, dat groter is dan de aantallen personen bedoeld in artikel 11, § 4, in akkoord met de bevoegde minister(s), na raadpleging van een viroloog en met inachtneming van het geldende protocol. Deze toelating kan eveneens verleend worden voor lessen in auditoria of overeenkomstig de protocollen die worden voorzien in uitvoering van artikel 17.
  De aanvraag dient te worden gericht tot de bevoegde burgemeester."

  Art. 9. Artikel 14 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, evenals de individuele bezoeken van gebouwen der eredienst en van gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening zijn toegestaan.
  De representatieve organen van de erediensten en van de organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing nemen de nodige maatregelen en vaardigen richtlijnen uit, met inachtneming van volgende voorwaarden:
  1° het respect van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behalve voor personen die onder hetzelfde dak wonen;
  2° het respect van het vooraf bepaalde maximum aantal personen per gebouw, met een maximum van 200 personen per gebouw;
  3° het verbod op fysieke aanrakingen van personen en van voorwerpen door verschillende deelnemers;
  4° de terbeschikkingstelling van middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien bij de in- en uitgang."

  Art. 10. Artikel 17 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
  "In het kader van de leerplicht en het deeltijds kunstonderwijs worden de specifieke voorwaarden voor de organisatie van lessen en scholen door de Ministers van Onderwijs vastgesteld op basis van het advies van experten, rekening houdend met de gezondheidscontext en de mogelijke ontwikkelingen daarvan. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het aantal dagen aanwezigheid op school, de normen die moeten worden nageleefd met betrekking tot het dragen van een mondmasker of andere veiligheidsuitrustingen binnen de inrichtingen, het gebruik van infrastructuren, de aanwezigheid van derden en de extramurale activiteiten. Indien er op lokaal niveau bijzondere maatregelen worden genomen, stellen de Ministers van Onderwijs een procedure vast, waarbij het advies van de experten wordt gevraagd en waarbij de bevoegde gemeentelijke overheid en de desbetreffende actoren worden betrokken. "

  Art. 11. Aan het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt een artikel 18bis toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In het kader van de strijd tegen het coronavirus COVID-19, kan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, in de hoedanigheid van verwerker ten behoeve van de contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams, gezondheidsgegevens inzake het coronavirus COVID-19, contact-, identificatie-, tewerkstellings- en verblijfsgegevens met betrekking tot werknemers of gedetacheerde zelfstandigen bedoeld in artikel 137, 8°, a en b) van de programmawet (I) van 27 december 2006 die werkzaamheden uitvoeren in België, verzamelen, samenvoegen en verwerken, met inbegrip van datamining en datamatching, met het oog op het ondersteunen van het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten.
  De persoonsgegevens die voortkomen uit de verwerkingen bedoeld in het eerste lid worden niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt en worden vernietigd uiterlijk op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit dat het einde van de COVID-19-epidemie afkondigt."

  Art. 12. Artikel 21bis van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
  "De personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker, een alternatief in stof of een gelaatsscherm te dragen omwille van een beperking, gestaafd door middel van een medisch attest, moeten niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit die deze verplichting voorzien."

  Art. 13. Artikel 24 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "Behoudens andersluidende bepaling, zijn de maatregelen voorzien in dit besluit van toepassing tot en met 30 september 2020."

  Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2020, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 4, 5, 6 en 11 die in werking treden op 24 augustus 2020.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 22 augustus 2020.
P. DE CREM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
   Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
   Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
   Gelet op het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
   Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 augustus 2020;
   Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 22 augustus 2020;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen beslist tijdens de Nationale Veiligheidsraad die is bijeengekomen op 20 augustus 2020 hebben gerechtvaardigd; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te hernieuwen en om andere aan te passen;
   Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, op 10, 15, 23 en 27 juli 2020, alsook op 20 augustus 2020;
   Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
   Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
   Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
   Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
   Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande de coronavirus COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
   Overwegende de verklaring van de regionale directeur van de WHO voor Europa van 3 juni 2020, die stelt dat de overgang naar "een nieuw normaal" dient te zijn gebaseerd op de principes van volksgezondheid, alsook op economische en maatschappelijke overwegingen, en dat de besluitvormers op alle niveaus het leidende principe moeten volgen op grond waarvan de overgang progressief en behoedzaam dient te gebeuren;
   Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in België; dat het totale aantal besmettingen blijft stijgen;
   Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
   Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in België sinds 13 maart 2020;
   Overwegende het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO van 22 april 2020;
   Overwegende dat het gevaar zich uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van algemeen belang is dat er een coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiëntie ervan te maximaliseren;
   Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, bepaalde bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, nog steeds een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid;
   Overwegende dat een politiemaatregel houdende een beperking en omkadering van samenscholingen van meer dan tien personen bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
   Overwegende dat de voormelde maatregel van dien aard is om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiënten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiënte behandelingen en vaccins te ontwikkelen; dat deze maatregel eveneens de contact tracing kan vergemakkelijken;
   Overwegende het verslag van 22 april 2020 van de GEES (Groep van Experts die belast zijn met de Exit Strategy) dat een gefaseerde aanpak voor het geleidelijk afbouwen van de maatregelen bevat en dat voornamelijk gebaseerd is op drie essentiële aspecten, met name het dragen van een mondmasker, testing en tracing; dat het verslag een evenwicht tracht te verzekeren tussen het behoud van de gezondheid, zij het fysiek of mentaal, het vervullen van de pedagogische opdrachten op vlak van onderwijs en de heropstart van de economie; dat de GEES is samengesteld uit deskundigen van verschillende vakgebieden, waaronder artsen, virologen en economen;
   Overwegende de adviezen van de GEES en van CELEVAL;
   Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
   Overwegende het Phoenixplan van Comeos voor een herstart van de handel;
   Overwegende de "Gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
   Overwegende de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
   Overwegende dat de burgemeester, wanneer hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met dit ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen, een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting kan bevelen in het belang van de openbare gezondheid;
   Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
   Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
   Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
   Overwegende het overleg in het Overlegcomité;
   Overwegende dat het reproductiegetal R op 20 augustus 2020 wordt geschat op 0,943 voor België, met een nationaal gemiddelde van 70 positief geteste inwoners per 100 000 inwoners over een periode van 14 dagen volgens de cijfers van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en-Bestrijding; dat het virus dus nog steeds circuleert, hoewel minder sterk dan 1 à 2 weken geleden;
   Overwegende dat het CELEVAL-rapport van 18 augustus 2020 vaststelt dat de verspreiding van het virus op nationaal niveau tekenen van vertraging vertoont maar dat er verschillen worden waargenomen tussen provincies en binnen de provincies zelf en dat de situatie in de grootstedelijke gebieden in het bijzonder zorgwekkend is;
   Overwegende dat er momenteel dus een trend merkbaar is waarbij de gezondheidssituatie zich stabiliseert en zelfs verbetert; dat bepaalde maatregelen bijgevolg opnieuw kunnen worden versoepeld;
   Overwegende dat het echter het geheel van de maatregelen is dat heeft toegelaten de cijfers te stabiliseren; dat een deel daarvan dan ook moet worden verlengd;
   Overwegende dat de huidige epidemiologische situatie nog steeds een drastische beperking van de sociale contacten vereist; dat de sociale bubbel waarmee men nauwere contacten mag hebben dan ook beperkt blijft tot steeds dezelfde vijf personen en dat privé-samenscholingen beperkt blijven tot tien personen;
   Overwegende dat deze situatie ook nog steeds een beperking noodzakelijk maakt van het maximaal aantal personen dat mag deelnemen aan bepaalde samenscholingen; dat dit maximaal aantal echter naar boven kan worden bijgesteld voor enkele daarvan, in het licht van de stabilisatie van de cijfers; dat de experten er reeds meerdere keren aan hebben herinnerd dat dansen in dit kader een zeer groot risico op overdracht van het virus met zich meebrengt; dat dansen bijgevolg verboden blijft in de inrichtingen van de horecasector, en tijdens bepaalde soorten toegelaten evenementen;
   Overwegende dat het piekmoment van de koopjesperiode voorbij is en dat CELEVAL aanbeveelt om opnieuw toe te laten te winkelen in het gezelschap van één andere persoon;
   Overwegende dat de organisatoren van handelsbeurzen, met inbegrip van salons, hun activiteiten vanaf 1 september 2020 kunnen uitoefenen overeenkomstig het protocol bepaald door de bevoegde minister in overleg met de sector; dat deze organisatoren in het bijzonder maatregelen dienen te nemen om de menigtes onder controle te houden;
   Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen;
   Overwegende dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof een belangrijke rol speelt in de strategie om de maatregelen geleidelijk aan af te bouwen; dat het dragen van mondmaskers dan ook wordt aanbevolen aan de bevolking voor elke situatie waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan; dat het verplicht is in bepaalde inrichtingen en bepaalde specifieke situaties; dat het alleen voor de strikt noodzakelijke tijd mag worden afgezet, met name om te drinken en te eten, om de neus te snuiten of om te liplezen voor doven en slechthorenden; dat het louter gebruik van een mondmasker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;
   Overwegende dat de hygiënemaatregelen essentieel blijven;
   Overwegende dat buitenactiviteiten waar mogelijk de voorkeur krijgen; dat, indien dit niet mogelijk is, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht;
   Overwegende dat het nodig is dat bijkomende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor wat betreft mensen die tot een risicogroep behoren;
   Overwegende dat, hoewel de meerderheid van de activiteiten opnieuw is toegelaten, het evenwel noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen;
   Overwegende dat de gezondheidssituatie op regelmatige basis wordt geëvalueerd; dat dit betekent dat een terugkeer naar striktere maatregelen nooit is uitgesloten;
   Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie