J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/07/29/2020015253/justel

Titel
29 JULI 2020. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de samenstelling en de nadere werkingsregels van de commissie belast met de controle op de kwaliteit van de politionele opleiding

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 17-08-2020 nummer :   2020015253 bladzijde : 60968       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-07-29/02
Inwerkingtreding : 27-08-2020

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-6

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De commissie belast met de controle op de kwaliteit van de politionele opleiding bedoeld in artikel 10bis van het koninklijk besluit van 6 april 2008 betreffende de kwaliteitsstandaarden, de pedagogische- en omkaderingsnormen van de politiescholen en het college van de directeurs van de politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen, is als volgt samengesteld:
  1° de inspecteur-generaal of de adjunct-inspecteur-generaal van de algemene inspectie, voorzitter;
  2° één bijzitter per representatieve vakorganisatie;
  3° één Franstalige en één Nederlandstalige expert die noch tot de politiediensten noch tot de algemene inspectie behoren en die doen blijken van een voor de opdracht van de commissie relevante beroepservaring, bijzitters;
  4° twee personeelsleden van de politiediensten die doen blijken van een voor de opdracht van de commissie relevante beroepservaring, waarvan er één tot de lokale politie behoort en één tot de federale politie behoort, en waarvan ten minste één lid is van het officierskader en waarvan de andere lid mag zijn van het administratief en logistiek kader van niveau A, bijzitters.
  De commissie kan enkel geldig zitting houden, beraadslagen en stemmen indien ze zodanig is samengesteld dat elk geslacht door minstens één persoon vertegenwoordigd is.
  De voorzitter en de bijzitters hebben elk een plaatsvervanger.
  Een secretaris, aangewezen door de inspecteur-generaal van de algemene inspectie onder de personeelsleden van de algemene inspectie, staat de commissie bij.

  Art. 2. De inspecteur-generaal wijst onder de personeelsleden van de algemene inspectie een plaatsvervangende voorzitter aan.
  De in artikel 1, eerste lid, 3°, bedoelde bijzitters alsook hun plaatsvervangers worden door de Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen.
  De in artikel 1, eerste lid, 4°, bedoelde bijzitters alsook hun plaatsvervangers worden door de Minister van Binnenlandse Zaken aangewezen onder de personeelsleden die voorkomen op een dubbele lijst die wordt voorgesteld door de commissaris-generaal voor wat de leden van de federale politie betreft en door de vaste commissie voor de lokale politie voor wat de leden van de lokale politie betreft.
  Het mandaat van de plaatsvervangende voorzitter, de bijzitters en hun plaatsvervangers bedraagt twee jaar en is hernieuwbaar.
  Indien de plaatsvervangende voorzitter, een bijzitter of een plaatsvervanger overlijdt of aftreedt, wordt een vervanger aangewezen die de aanwijzing van diegene die hij vervangt, voleindigt.

  Art. 3. De in artikel 1, eerste lid, 3°, bedoelde bijzitters, hebben voor hun werkzaamheden in de commissie recht op een presentiegeld waarvan het bedrag per gepresteerd uur gelijk is aan 1/1850ste van de wedde van een adviseur met loonschaal A53 van de federale overheidsdiensten.
  De in het eerste lid bepaalde bijzitters hebben tevens recht op de vergoedingen voor de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van de federale overheidsdiensten. Zij worden hiertoe gelijkgesteld met adviseurs die de loonschaal A53 genieten.

  Art. 4. De commissie vergadert minstens twee maal per jaar.
  Onverminderd artikel 1, tweede lid, kan de commissie slechts rechtsgeldig zitting houden, beraadslagen en stemmen indien ten minste de helft van haar leden aanwezig zijn, waarvan ten minste één van de in artikel 1, eerste lid, 3°, bedoelde leden en ten minste één van de in artikel 1, eerste lid, 4°, bedoelde leden.
  De commissie oefent haar bevoegdheden uit in overleg en streeft daarbij naar consensus. Indien er geen consensus kan worden bereikt, wordt er beslist met gewone meerderheid van stemmen. In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
  De voorzitter en de bijzitters beschikken elk over één stem.

  Art. 5. De commissie waakt onder andere over de opvolging van de verslagen bedoeld in artikel 10bis, tweede lid, van het koninklijk besluit van 6 april 2008 betreffende de kwaliteitsstandaarden, de pedagogische- en omkaderingsnormen van de politiescholen en het college van de directeurs van de politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen.

  Art. 6. De commissie stelt haar huishoudelijk reglement op.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 29 juli 2020.
P. DE CREM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Binnenlandse Zaken,
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten, artikel 5, vijfde lid;
   Gelet op het koninklijk besluit van 6 april 2008 betreffende de kwaliteitsstandaarden, de pedagogische- en omkaderingsnormen van de politiescholen en het college van de directeurs van de politiescholen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling van opleiders van de federale politie in de erkende politiescholen en betreffende de nadere regels voor de toekenning van een financiële tussenkomst voor de organisatie van selectieproeven en van beroepsopleidingen door de erkende politiescholen, artikel 10bis, derde lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 september 2015;
   Gelet op het protocol van onderhandeling nr. 438/3 van het onderhandelingscomité voor de politiediensten van 26 september 2018 en gelet op het protocol van onderhandeling nr. 463/1 van het onderhandelingscomité voor de politiediensten, gesloten op 16 januari 2020;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 maart 2018;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 11 maart 2019;
   Gelet op het advies van de Raad van burgemeesters, gegeven op 13 maart 2019;
   Gelet op advies 66.551/2 van de Raad van State, gegeven op 30 september 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie