einde

Publicatie : 2020-07-28

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

28 JULI 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken



De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
Gelet op het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 28 juli 2020;
Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 28 juli 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen beslist tijdens de Nationale Veiligheidsraad die is bijeengekomen op 27 juli 2020 hebben gerechtvaardigd; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te hernieuwen en om andere aan te passen;
Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, op 3, 24 en 30 juni 2020, alsook op 10, 15,23 en 27 juli 2020;
Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
Overwegende artikel 6, 1. c) van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande de coronavirus COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
Overwegende de verklaring van de regionale directeur van de WHO voor Europa van 3 juni 2020, die stelt dat de overgang naar "een nieuw normaal" dient te zijn gebaseerd op de principes van volksgezondheid, alsook op economische en maatschappelijke overwegingen, en dat de besluitvormers op alle niveaus het leidende principe moeten volgen op grond waarvan de overgang progressief en behoedzaam dient te gebeuren;
Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in België; dat het totale aantal besmettingen blijft stijgen;
Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in België sinds 13 maart 2020;
Overwegende het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO van 22 april 2020;
Overwegende dat het gevaar zich uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van algemeen belang is dat er een coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiëntie ervan te maximaliseren;
Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, bepaalde bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, nog steeds een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid;
Overwegende dat een politiemaatregel houdende een beperking en omkadering van samenscholingen van meer dan tien personen bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
Overwegende dat de voormelde maatregel van dien aard is om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiënten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiënte behandelingen en vaccins te ontwikkelen; dat deze maatregel eveneens de contact tracing kan vergemakkelijken;
Overwegende het verslag van 22 april 2020 van de GEES (Groep van Experts die belast zijn met de Exit Strategy) dat een gefaseerde aanpak voor het geleidelijk afbouwen van de maatregelen bevat en dat voornamelijk gebaseerd is op drie essentiële aspecten, met name het dragen van een mondmasker, testing en tracing; dat het verslag een evenwicht tracht te verzekeren tussen het behoud van de gezondheid, zij het fysiek of mentaal, het vervullen van de pedagogische opdrachten op vlak van onderwijs en de heropstart van de economie; dat de GEES is samengesteld uit deskundigen van verschillende vakgebieden, waaronder artsen, virologen en economen;
Overwegende de adviezen van de GEES en van CELEVAL;
Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad van 9 juli 2020;
Overwegende het Phoenixplan van Comeos voor een herstart van de handel;
Overwegende de "Gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Overwegende de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
Overwegende dat de burgemeester, wanneer hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met dit ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen, een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting kan bevelen in het belang van de openbare gezondheid;
Overwegende het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen;
Overwegende het ministerieel besluit van 13 maart 2020 houdende de afkondiging van de federale fase betreffende de coördinatie en het beheer van de crisis coronavirus COVID-19;
Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
Overwegende het overleg in het Overlegcomité;
Overwegende dat het gemiddelde cijfer in België van de nieuwe besmettingen met het coronavirus COVID-19 gestegen is to 255 bevestigde positieve gevallen per dag op 26 juli 2020; dat het gaat om een verdrievoudiging met betrekking tot de situatie van drie weken geleden;
Overwegende dat het reproductiegetal R momenteel wordt geschat op 1,3 voor België, met een nationaal gemiddelde van 24,6 positief geteste inwoners per 100 000 inwoners volgens de cijfers van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en-Bestrijding;
Overwegende dat het CELEVAL-rapport van 26 juli 2020 vaststelt dat er een begin is van een tweede golf van besmettingen met het coronavirus COVID-19 in België, en dat de impact zich eveneens duidelijk laat voelen in het stijgend aantal ziekenhuisopnames;
Overwegende dat deze epidemiologische toestand opnieuw een drastische vermindering van de sociale contacten vereist; dat de sociale bubbel dan ook beperkt zal worden tot steeds dezelfde vijf personen en dat privé-samenscholingen beperkt zullen worden tot tien personen;
Overwegende dat deze ongunstige evolutie tevens een beperking noodzakelijk maakt van het maximaal aantal personen dat mag deelnemen aan bepaalde samenscholingen; dat de experten er reeds meerdere keren aan hebben herinnerd dat dansen in dit kader een zeer groot risico op overdracht van het virus met zich meebrengt; dat dansen bijgevolg verboden blijft in de inrichtingen van de horecasector, en tijdens bepaalde soorten toegelaten evenementen;
Overwegende dat de Nationale Veiligheidsraad van 23 juli 2020 had beslist om de registratie van persoonsgegevens te verplichten in de horecasector; dat die gegevens van cruciaal belang kunnen zijn om contact- en brontracering verder te optimaliseren; dat in de huidige epidemiologische toestand, die is verergerd, het des te meer noodzakelijk blijkt om alles in het werk te stellen om de haarden waarin het virus circuleert te identificeren en om de verspreiding ervan zo snel mogelijk te beperken; dat deze noodzaak dan ook impliceert om de registratieplicht uit te breiden tot andere plaatsen waar groepen mensen een langere tijd actief samen doorbrengen, bijvoorbeeld wellnesscentra, zwembaden en casino's en speelautomatenhallen;
Overwegende dat de koopjesperiode binnenkort start en dit het risico op een grote toestroom van klanten in de winkels inhoudt; dat CELEVAL aanbeveelt om opnieuw alleen te winkelen of eventueel vergezeld van een minderjarige of een hulpbehoevende, zulks gedurende een periode van dertig minuten, behalve in geval van een afspraak;
Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen;
Overwegende dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof een belangrijke rol speelt in de strategie om de maatregelen geleidelijk aan af te bouwen; dat het dragen van mondmaskers dan ook wordt aanbevolen aan de bevolking voor elke situatie waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan; dat het verplicht is in bepaalde inrichtingen en bepaalde specifieke situaties; dat het alleen voor de strikt noodzakelijke tijd mag worden afgezet, met name om te drinken en te eten, om de neus te snuiten of om te liplezen voor doven en slechthorenden; dat het louter gebruik van een mondmasker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;
Overwegende dat het in het licht van de laatste epidemiologische bevindingen noodzakelijk is geworden de verplichting om een mondmasker te dragen uit te breiden naar andere plaatsen om het risico van een tweede besmettingsgolf zoveel mogelijk te beperken;
Overwegende dat de burgers duidelijk geïnformeerd moeten worden over de plaatsen en het tijdstip waarop het mondmasker verplicht moet worden gedragen; dat er dan ook een aanplakking met vermelding van de uren wanneer deze maatregel van kracht is, moet worden geplaatst; dat de aangeduide periode effectief moet overeenkomen met de uren van verwachte volkstoeloop of van hoog transmissierisico;
Overwegende dat de hygiënemaatregelen essentieel blijven;
Overwegende dat buitenactiviteiten waar mogelijk de voorkeur krijgen; dat, indien dit niet mogelijk is, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht;
Overwegende dat het nodig is dat bijkomende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor wat betreft mensen die tot een risicogroep behoren;
Overwegende dat, hoewel de meerderheid van de activiteiten opnieuw is toegelaten, het evenwel noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen;
Overwegende dat de gezondheidssituatie op regelmatige basis wordt geëvalueerd; dat dit betekent dat een terugkeer naar striktere maatregelen nooit is uitgesloten;
Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
Besluit :
Artikel 1. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
"6° "huishouden" : personen die onder hetzelfde dak wonen."
Art. 2. Artikel 2 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Telethuiswerk is sterk aanbevolen bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten, welke grootte zij ook hebben, voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent.
Indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de niet-essentiële ondernemingen en verenigingen de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
Indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten bedoeld in de bijlage van dit besluit, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten, de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de regels van de social distancing in de mate van het mogelijke toe te passen."
§ 2. De ondernemingen, verenigingen en diensten nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van de regels voorzien in de eerste paragraaf te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.
Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.
Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken werknemers, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.
De ondernemingen, verenigingen en diensten informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.
Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen.
§ 3. De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers van de niet-essentiële ondernemingen en verenigingen, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die gelden in deze ondernemingen en verenigingen overeenkomstig paragrafen 1 en 2."
Art. 3. Artikel 5 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
"In de inrichtingen die behoren tot de horecasector gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten :
1° de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafel wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
2° een maximum van 10 personen per tafel is toegestaan;
3° enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
4° elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
5° het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het zaalpersoneel;
6° het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het keukenpersoneel;
7° er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken met naleving van een afstand van 1,5 meter;
8° terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden;
9° drankgelegenheden en restaurants mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot één uur `s nachts, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten, en moeten vanaf één uur 's nachts minstens gedurende een ononderbroken periode van vijf opeenvolgende uren gesloten blijven;
10° de contactgegevens van één klant per tafel, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, moeten worden geregistreerd bij aankomst en bewaard gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19, ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen en de klanten moeten uitdrukkelijk hun akkoord geven. Voor de klanten die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd."
Art. 4. Het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt aangevuld met een artikel 6bis als volgt :
" § 1. De contactgegevens van één bezoeker of deelnemer per huishouden, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, moeten worden geregistreerd bij aankomst op de volgende plaatsen :
- de wellnesscentra;
- de gemeenschappelijke sportlessen;
- de zwembaden;
- de casino's en de speelautomatenhallen;
- de feest- en receptiezalen.
§ 2. De gegevens bedoeld in de eerste paragraaf moeten worden bewaard gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19.
Ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen en de bezoekers of deelnemers moeten uitdrukkelijk hun akkoord geven. Voor de bezoekers of deelnemers die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd."
Art. 5. Artikel 7 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
"In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten :
1° één klant per 10 m2 wordt toegelaten gedurende een periode die niet langer is dan noodzakelijk en gebruikelijk;
2° het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de klanten bij de in- en uitgang;
3° het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties;
4° er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk;
5° in afwijking van 4°, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen."
Art. 6. Artikel 8 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren.
Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 22.00 uur.
§ 2. Er wordt individueel gewinkeld en gedurende een periode van maximum 30 minuten, behalve in geval van een afspraak.
§ 3. In afwijking van paragraaf 2, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen."
Art. 7. Artikel 10 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
"De bevoegde gemeentelijke overheid kan de markten, met inbegrip van de brocante- of rommelmarkten, en de kermissen toelaten onder de volgende modaliteiten :
1° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een markt, jaarmarkten uitgezonderd, bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
2° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een kermis of op een jaarmarkt, bedraagt 200;
3° de markt- en kermiskramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm;
4° de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt of de kermis;
5° de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
6° de markt- en kermiskramers mogen voor consumptie ter plaatse voeding en dranken aanbieden met naleving van de modaliteiten voorzien door artikel 5;
7° er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt of de kermis aanwezig zijn;
8° er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.
9° er wordt op de markt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk;
10° in afwijking van 8°, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.
Onverminderd artikel 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan".
Art. 8. Artikel 11 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
" § 1. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan 10 personen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel. Onder "samenscholingen" worden ook recepties en banketten met privékarakter verstaan.
§ 2. Een maximum van 50 personen mag de volgende activiteiten bijwonen :
1° de activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter;
2° de zomerkampen en -stages met naleving van de regels voorzien in artikel 15.
§ 3. Een maximum van 100 personen mag de volgende activiteiten bijwonen :
1° burgerlijke huwelijken;
2° begrafenissen en crematies, andere dan de activiteiten bedoeld in 3°, zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam;
3° de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening, alsook de activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, met naleving van de regels voorzien door artikel 14.
§ 4. Een publiek van maximum 100 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, en wedstrijden bijwonen, voor zover deze binnen worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
Een publiek van maximum 200 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, en wedstrijden bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
Wanneer een evenement, voorstelling, gezeten receptie of banket toegankelijk voor het publiek, of wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.
§ 5. Een maximum van 200 deelnemers mag statische betogingen bijwonen die plaatsvinden op de openbare weg, waar de social distancing kan worden gerespecteerd, en die voorafgaand werden toegelaten door de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13.
§ 6. Onverminderd een eventueel protocol en onverminderd de richtlijnen en/of beperkingen bepaald door de bevoegde gemeentelijke overheid, mag eenieder deelnemen aan sportieve wedstrijden.
Wanneer een sportieve wedstrijd wordt georganiseerd voor meer dan 200 deelnemers of op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist."
Art. 9. Artikel 13 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
"De bevoegde gemeentelijke overheid gebruikt de matrix bedoeld door de Nationale Veiligheidsraad tijdens diens vergadering van 24 juni 2020, die haar daartoe ter beschikking wordt gesteld, wanneer ze een toelatingsbeslissing neemt met betrekking tot de organisatie van :
1° een evenement, voorstelling of wedstrijd bedoeld in artikel 11, § 4, lid 3;
2° een betoging bedoeld in artikel 11, § 5;
3° een sportieve wedstrijd bedoeld in artikel 11, § 6, lid 2.
De kermissen, de gezeten recepties en banketten bedoeld in artikel 11, § 4, de evenementen, voorstellingen en wedstrijden bedoeld in artikel 11, § 4, de betogingen bedoeld in artikel 11, § 5 en de sportieve wedstrijden bedoeld in artikel 11, § 6 mogen niet plaatsvinden tussen één uur 's nachts en zes uur 's morgens."
Art. 10. Artikel 14 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
"De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, evenals de individuele bezoeken van gebouwen der eredienst en van gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening zijn toegestaan.
De representatieve organen van de erediensten en van de organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing nemen de nodige maatregelen en vaardigen richtlijnen uit, met inachtneming van volgende voorwaarden :
1° het respect van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behalve voor personen die onder hetzelfde dak wonen;
2° het respect van het vooraf bepaalde maximum aantal personen per gebouw, met een maximum van 100 personen per gebouw;
3° het verbod op fysieke aanrakingen van personen en van voorwerpen door verschillende deelnemers;
4° de terbeschikkingstelling van middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien bij de in- en uitgang."
Art. 11. Artikel 20 van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
"Onverminderd artikel 11 mag elk huishouden maximum 5, steeds dezelfde personen, ontmoeten in het kader van privébijeenkomsten, met inbegrip van deze die plaatsvinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen. Kinderen jonger dan 12 jaar zijn niet meegerekend in deze 5 personen."
Art. 12. Artikel 21bis van het ministerieel besluit van 30 juni 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt :
"Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen :
1° de winkels en de winkelcentra;
2° de bioscopen;
3° de theater-, concert- en conferentiezalen;
4° de auditoria;
5° de gebedshuizen en bezinningsplaatsen;
6° de musea;
7° de bibliotheken;
8° de casino's en de speelautomatenhallen;
9° de winkelstraten, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;
10° de openbare gebouwen (voor de publiek toegankelijke delen);
11° de markten, met inbegrip van de brocante- en rommelmarkten, de kermissen, en de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons;
12° de inrichtingen die behoren tot de horecasector, behalve wanneer de klanten aan hun eigen tafel zitten;
13° de activiteiten bedoeld in artikel 11, § 3;
14° de evenementen bedoeld in artikel 11, § 4;
15° de betogingen bedoeld in artikel 11, § 5.
Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt."
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 29 juli 2020.
Brussel, 28 juli 2020.
P. DE CREM


begin

Publicatie : 2020-07-28