einde

Publicatie : 2020-08-12

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID

17 JULI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E



Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, eerste lid, en tweede lid, gewijzigd bij de wet van 21 juni 1985;
- de wet van 18 februari 1969 betreffende de maatregelen ter uitvoering van de internationale verdragen en akten inzake vervoer over zee, over de weg, de spoorweg of de waterweg, artikel 1, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 15 mei 2006.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord
gegeven op 9 december 2019.
- De Mobiliteitsraad Vlaanderen heeft zijn advies gegeven op 31 januari 2020.
- De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies nr. 2020/03 gegeven op 18 februari 2020.
- De Raad van State heeft advies 67.548/3 gegeven op 7 juli 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
Hoofdstuk 1. - Inleidende bepaling
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs.
Hoofdstuk 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E
Art. 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de woorden "van de Raad" en het woord "om" wordt de zinsnede ", gewijzigd bij de richtlijnen 2004/66/EG van 26 april 2004 en 2006/103/EG van 20 november 2006, bij de verordening (EG) nr. 1137/2008 van 22 oktober 2008 en bij de richtlijnen 2013/22/EU van 13 mei 2013 en 2018/645 van 18 april 2018" ingevoegd;
2° de woorden "in Belgisch recht" worden opgeheven.
Art. 3. In artikel 2 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden punt 34° en 35° vervangen door wat volgt:
"34° code 95: de Uniecode 95, vermeld in bijlage I bij richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs;
35° bestuurdersattest: het attest, vermeld in verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg.".
Art. 4. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 januari 2011 en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 2°, worden de woorden "en diensten verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde" vervangen door de zinsnede ", diensten die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de openbare orde en medische noodvervoersdiensten, als het vervoer voortvloeit uit de opdrachten waarmee die diensten zijn belast";
2° in paragraaf 1 wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° /1 van voertuigen waarvoor een rijbewijs van categorie D of D1 vereist is en die worden bestuurd zonder passagiers door onderhoudspersoneel naar of van een onderhoudscentrum dat zich bevindt in de omgeving van de dichtstbijzijnde onderhoudsbasis die wordt gebruikt door de vervoerder, als het rijden met het voertuig niet de voornaamste activiteit van de bestuurder is;";
3° aan paragraaf 1, 4°, wordt de zinsnede ", met inbegrip van voertuigen die worden gebruikt voor niet-commercieel vervoer van humanitaire hulp" toegevoegd;
4° in paragraaf 1, 5°, worden de woorden "voor privé-doeleinden" opgeheven;
5° in paragraaf 1 wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
"6° van voertuigen of combinaties van voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van materiaal, uitrusting of machines waarmee de bestuurder zijn werk uitvoert, als het besturen van het voertuig niet de voornaamste activiteit van de bestuurder is;";
6° aan paragraaf 1 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"7° van voertuigen die landbouw-, tuinbouw-, bosbouw-, veeteelt- of visserijbedrijven gebruiken om goederen te vervoeren in het kader van hun eigen bedrijvigheid, behalve als het besturen van het voertuig deel uitmaakt van de voornaamste activiteit van de bestuurder of als ze verder rijden dan vijf kilometer vanaf de basis van de onderneming die het voertuig bezit, huurt of leaset.";
7° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"In het eerste lid wordt verstaan onder voornaamste activiteit: 30% of meer van de maandelijkse werktijd.";
8° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "Vrijgesteld van de verplichting tot het beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid zijn :" vervangen door de zinsnede "De volgende personen zijn vrijgesteld van de verplichting om over een bewijs van vakbekwaamheid te beschikken als de voertuigen niet worden gebruikt voor commercieel vervoer van goederen en personen:".
Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 5/1. De bestuurder voldoet aan de vereisten voor de vakbekwaamheid als hij in het bezit is van een geldig document als vermeld in artikel 8, § 1, uitgereikt door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische ruimte of van Zwitserland, waarop de code 95 vermeld wordt."
De vermelding van de code 95 op het document, vermeld in artikel 8, § 1, 2°, is niet verplicht als het document voor 23 mei 2020 afgeleverd is."
Art. 6. In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2014, wordt de zinsnede "communautaire code 95" vervangen door de zinsnede "code 95".
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede "communautaire code 95" vervangen door de zinsnede "code 95";
2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° de kwalificatiekaart bestuurder.";
3° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
4° in paragraaf 2 en 4 wordt de zinsnede "communautaire code 95" vervangen door de zinsnede "code 95".
Art. 8. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, wordt een artikel 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 8/1. § 1. De personen die conform de bepalingen van artikel 3, § 3, 2°, in België een getuigschrift van basiskwalificatie hebben verworven en die niet beantwoorden aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, kunnen een kwalificatiekaart bestuurder verkrijgen die voldoet aan de vereisten, vermeld in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd wanneer zij in dienst zijn van of werken voor een onderneming die in het Vlaamse Gewest gevestigd is of indien zij beschikken over een werkvergunning afgeleverd door het Vlaamse Gewest.
Het rijbewijs voor de voertuigcategorie in kwestie waarvan de personen, vermeld in het eerste lid, houder zijn, moet nog geldig zijn.
§ 2. De personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vragen op elektronische wijze de kwalificatiekaart bestuurder aan bij het Departement.
De bestuurder levert het bewijs dat hij het getuigschrift van basiskwalificatie in België kon verwerven.
Het model van het aanvraagformulier wordt bepaald door het Departement.
§ 3. De minister of zijn gemachtigde reikt de kwalificatiekaart bestuurder, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, uit aan de aanvrager.
§ 4. Er is een vergoeding van 20 euro verschuldigd voor de uitreiking van de kwalificatiekaart bestuurder, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, is gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2019 is bereikt. Het bedrag wordt op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december van het voorgaande jaar bereikt is, en wordt tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.".
Art. 9. In artikel 13/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het rijbewijs voor de voertuigcategorie in kwestie waarvan de personen, vermeld in het eerste lid, houder zijn, moet nog geldig zijn.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden tussen het woord "vragen" en het woord "de" de woorden "op elektronische wijze" ingevoegd.
Art. 10. In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 januari 2013 en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "een opleidingscentrum." en de woorden "Aan de bestuurder" de zin "De nascholing wordt gegeven in modules van ten minste zeven uur die over twee opeenvolgende dagen mogen worden gespreid, waarbij het tweede deel uiterlijk zestig dagen na het eerste deel wordt gegeven." ingevoegd;
2° aan paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "of door middel van lessen met hulpmiddelen op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie, waarvan de nadere voorwaarden door de minister worden bepaald" toegevoegd;
3° in paragraaf 4 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De bestuurder mag binnen een periode van vijf jaar die voorafgaat aan de datum van de verlenging van de geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid, vermeld in artikel 13, § 1, niet twee keer dezelfde module volgen. De bestuurder kan twee modules met betrekking tot eenzelfde onderwerp volgen indien hij een herhaling van het onderwerp nodig acht.";
4° in paragraaf 4 wordt het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, vervangen door wat volgt:
"Elke bestuurder volgt tijdens de nascholing een module die betrekking heeft op elk van de volgende thema's:
1° defensief of zuinig rijden;
2° verkeersveiligheid.";
5° aan paragraaf 4 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De module over defensief of zuinig rijden, vermeld in het derde lid, 1°, omvat ten minste drie uur praktisch rijonderricht.";
6° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. Als een bestuurder van werkgever verandert, wordt voor de verlenging van de geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid, vermeld in artikel 13, § 1, rekening gehouden met de nascholing die al is gevolgd in de periode van vijf jaar die voorafgaat aan de datum van de verlenging.".
Art. 11. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, wordt een artikel 45/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 45/1. De volgende opleidingen komen in aanmerking als nascholing als vermeld in artikel 3, § 4:
1° de opleiding voor de bestuurder over het vervoer van gevaarlijke goederen, vermeld in richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land;
2° de opleiding over het vervoer van dieren, vermeld in verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97;
3° de opleiding over de omgang met personen met een handicap, vermeld in verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004.
Voor elke opleiding, vermeld in het eerste lid, van tenminste zeven uur waarvan de bestuurder kan aantonen dat hij ze gevolgd heeft binnen een periode van vijf jaar die voorafgaat aan de datum van de verlenging van de geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid, worden zeven kredietpunten toegekend.
In afwijking van het tweede lid, worden voor de opleiding, vermeld in het eerste lid, 1°, veertien kredietpunten toegekend als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
1° de bestuurder kan aantonen dat hij de opleiding, vermeld in het eerste lid, 1°, gevolgd heeft binnen de periode van vijf jaar die voorafgaat aan de datum van de verlenging van de geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid;
2° de bestuurder heeft binnen dezelfde periode van vijf jaar die voorafgaat aan de datum van de verlenging van de geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid de opleiding, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°, niet als nascholing in aanmerking laten nemen;
3° de opleiding duurt tenminste veertien uur.
Voor de toepassing van artikel 45, § 4, eerste lid, wordt aangenomen dat de opleidingen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, betrekking hebben op het onderwerp, vermeld in punt 2 van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, voor de nascholing voor categorie C, en dat de opleiding, vermeld in het eerste lid, 3°, betrekking heeft op het onderwerp, vermeld in punt 1 van bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, voor de nascholing voor categorie D.".
Art. 12. Artikel 55/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 november 2008 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 januari 2013 en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt opgeheven.
Art. 13. Aan titel VI van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 55/2 tot en met 55/5, toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk 3. Verwerking van persoonsgegevens
Art. 55/2. Van de bestuurder die conform artikel 8/1, § 2, en 13/1, § 2, een kwalificatiekaart bestuurder aanvraagt, worden de volgende gegevens verwerkt:
1° de naam en de voornaam;
2° de straatnaam, het huisnummer en desgevallend het busnummer;
3° de postcode en de naam van de gemeente;
4° het land;
5° de geboortedatum en de plaats van geboorte;
6° het telefoonnummer;
7° het e-mailadres;
8° de vermelding of de bestuurder een rijbewijs van de categorie C, van de categorie D of van de categorie C en D heeft;
9° de vermelding of het de eerste aanvraag van een Belgische kwalificatiekaart bestuurder is;
10° een recente pasfoto;
11° een kopie van het identiteitsbewijs;
12° een kopie van het rijbewijs;
13° een attest van de werkgever waar de bestuurder werkt;
14° een kopie van de werkvergunning;
15° een kopie van de initiële of de laatst uitgereikte kwalificatiekaart bestuurder.
Art. 55/3. Het?Departement?is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
Art. 55/4. De gegevens worden verzameld en verwerkt voor:
1° de uitreiking van de kwalificatiekaarten bestuurder, vermeld in artikel 8/1, § 3, en artikel 13/1, § 3;
2° de inspectie en controle, vermeld in titel VI, hoofdstuk 1;
3° de opmaak van algemene en naamloze statistieken door het Departement om de beleidsmaatregel te onderzoeken en evalueren.
Art. 55/5. De gegevens worden vijf jaar bijgehouden.".
Art. 14. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2017, worden een artikel 76/1 en 76/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"Art. 76/1. De kwalificatiekaarten bestuurder die voor de dag van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E zijn afgegeven, zijn geldig tot hun vervaldatum.
Art. 76/2. Voor de toepassing van artikel 45/1, tweede en derde lid, worden alleen de opleidingen, vermeld in artikel 45/1, eerste lid, die gevolgd worden vanaf de dag van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020 tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E, in aanmerking genomen als nascholing als vermeld in artikel 3, § 4.".
Art. 15. In bijlage 1 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 september 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1.2 wordt de zin "Specifieke eigenschappen van het hydropneumatisch remcircuit, grenzen aan het gebruik van remmen en retarders, gecombineerd gebruik van remmen en retarder, het vinden van de beste bij een snelheid passende versnelling, benutting van de traagheid van het voertuig, benutting van de mogelijkheden tot vertraging en remmen bij afdalingen, wat te doen in geval van defecte remmen;" vervangen door de zin "Grenzen aan het gebruik van remmen en retarders, gecombineerd gebruik van remmen en retarders, de versnelling die het best bij een snelheid past, benutting van de traagheid van het voertuig, mogelijkheden om te vertragen en te remmen bij afdalingen, wat te doen in geval van defecte remmen, gebruik van elektronische en mechanische systemen zoals het elektronisch stabiliteitsprogramma (ESP), geavanceerde noodremsystemen (AEBS), het antiblokkeersysteem (ABS), het tractiecontrolesysteem (TCS) en monitoringsystemen die in het voertuig ingebouwd zijn (IVMS), en andere systemen ter ondersteuning van de bestuurder of automatiseringssystemen die voor gebruik goedgekeurd zijn;";
2° in punt 1.3 wordt de zin "Optimalisering van het brandstofverbruik dankzij kennis betreffende de punten 1.1 en 1.2.;" vervangen door de zin "Optimalisering van het brandstofverbruik dankzij de toepassing van kennis over punt 1.1 en 1.2, het belang van te anticiperen op de verkeersstroom, rijden op veilige afstand van andere voertuigen en de snelheid van het voertuig benutten, constante snelheid, een vlotte rijstijl en de juiste bandendruk, en vertrouwdheid met slimme vervoerssystemen die zuiniger rijden mogelijk maken en kunnen helpen bij de routeplanning;";
3° er wordt een punt 1.3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1.3/1. Doelstelling: het vermogen om te anticiperen op risico's in het verkeer, die risico's te beoordelen en er zich aan aan te passen.
Zich bewust zijn van en aanpassen aan verschillende weg-, verkeers- en weersomstandigheden, anticiperen op naderende gebeurtenissen; begrijpen hoe een reis moet worden voorbereid en gepland bij ongewone weersomstandigheden. Vertrouwd zijn met het gebruik van de bijbehorende veiligheidsuitrusting en begrijpen wanneer een reis uitgesteld of geannuleerd moet worden wegens extreme weersomstandigheden. Zich aanpassen aan risico's in het verkeer, waaronder gevaarlijk gedrag in het verkeer of bestuurders die zich laten afleiden (door het gebruik van elektronische apparaten, eten, drinken enzovoort). Gevaarlijke situaties herkennen en zich aanpassen aan dergelijke situaties en kunnen omgaan met de spanning die daaruit voortkomt, namelijk met betrekking tot de afmetingen en het gewicht van het voertuig ten opzichte van kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers, fietsers en gemotoriseerde tweewielers.
Herkennen van potentieel gevaarlijke situaties en correct inschatten hoe die gevaren kunnen uitmonden in situaties waarin een aanrijding niet meer kan worden vermeden en acties bepalen en ondernemen om de veiligheidsmarges te verhogen tot een niveau waarop een aanrijding nog wel kan worden vermeden als de potentiële gevaren zich voordoen;";
4° in punt 1.4 wordt tussen de zinsnede "van de weg," en het woord "berekening" de zinsnede "gebruik van automatische transmissiesystemen," ingevoegd;
5° in punt 1.5 wordt de zin "IJking van de bewegingen in de lengte- en de zijrichting, wegverdeling, plaats op de rijweg, soepel remmen, rijden met een overbouw, gebruik van specifieke infrastructuur (openbare plaatsen, voorbehouden rijvakken), beheersen van conflicten tussen veilig rijden en de andere taken als bestuurder, interactie met de passagiers, specifieke kenmerken van het vervoer van bepaalde groepen personen (gehandicapten, kinderen);" vervangen door de zin "Aanpassing van de bewegingen in de lengte en zijwaarts, wegverdeling, plaats op de weg, soepel remmen, rijden met een overbouw, gebruik van specifieke infrastructuur (openbare plaatsen, speciale rijstroken), beheersen van conflicten tussen veilig rijden en andere taken als bestuurder, interactie met passagiers, specifieke kenmerken van bepaalde groepen passagiers (gehandicapten, kinderen);";
6° in punt 1.6 wordt tussen de zinsnede "van de weg," en het woord "berekening" de zinsnede "gebruik van automatische transmissiesystemen," ingevoegd;
7° in punt 2.1 worden de zinnen "Specifiek voor de vervoersector geldende maximumwerktijden; principes, toepassing en gevolgen van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en nr. 3821/85; sancties op het niet gebruiken, verkeerd gebruiken of knoeien met de tachograaf; kennis van het sociale klimaat van het wegvervoer : rechten en plichten van de bestuurders inzake basiskwalificatie en nascholing;" vervangen door de zinnen "Maximumwerktijden die specifiek voor de vervoersector gelden. Principes, toepassing en gevolgen van de Verordeningen (EG) nr. 561/2006 en (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad. Sancties op het niet of verkeerd gebruiken van of het knoeien met de tachograaf. Kennis van de sociale context in het wegvervoer: rechten en plichten van de bestuurders inzake basiskwalificatie en nascholing;";
8° in punt 2.2 wordt de zin "Documenten met betrekking tot vervoersexploitatie, uit standaardcontracten voor goederenvervoer voortvloeiende verplichtingen, opstelling van de documenten die het vervoerscontract uitmaken, internationale transportvergunningen, verplichtingen van het Verdrag betreffende de Overeenkomst tot Internationaal Vervoer van Goederen over de Weg, opstelling van de internationale vrachtbrief, grensoverschrijdingen, expediteurs, de goederen begeleidende speciale documenten;" vervangen door de zin "Documenten over de vervoersexploitatie, aan boord mee te nemen documenten, verbod op het gebruik van bepaalde wegen, tolheffingen, verplichtingen die uit standaardcontracten voor goederenvervoer voortvloeien, opstelling van de documenten die het vervoerscontract vormen, internationale transportvergunningen, verplichtingen van het Verdrag betreffende de Overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, opstelling van de internationale vrachtbrief, grensoverschrijdingen, expediteurs, speciale documenten die de goederen begeleiden;";
9° in punt 3.7 wordt de zin "Verhouding tussen het wegvervoer en de overige vervoerstakken (concurrentie, verladers), verschillende activiteiten in het wegvervoer (vervoer voor rekening van derden, voor eigen rekening, aanvullende activiteiten), organisatie van de voornaamste soorten vervoersondernemingen of aanverwante transportactiviteiten, gespecialiseerd vervoer (tankwagens, koelwagens, enz.), ontwikkelingen in de sector (diversificatie van het dienstenaanbod, railvervoer/wegvervoer, uitbesteding, enz.);" vervangen door de zin "Verhouding tussen het wegvervoer en de overige vervoerstakken (concurrentie, verladers), verschillende activiteiten in het wegvervoer (vervoer voor rekening van derden, voor eigen rekening, aanvullende activiteiten), organisatie van de voornaamste soorten vervoersondernemingen of aanverwante transportactiviteiten, gespecialiseerd vervoer (tankwagens, koelwagens, gevaarlijke goederen, vervoer van dieren enzovoort), ontwikkelingen in de sector (diversificatie van het dienstenaanbod, railvervoer/wegvervoer, uitbesteding enzovoort);";
10° in punt 3.8 wordt tussen de zinsnede "over de weg," en het woord "grensoverschr?dingen" de zinsnede "omgang met personen met een handicap," ingevoegd.
Art. 16. In bijlage 3 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 juli 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 2, wat betreft bladzijde 1, punt d), wordt de zinsnede "modèle des Communautés européennes - Model van de Europese Gemeenschappen - Modell der Europäischen Gemeinschaften" vervangen door het woord "EU-model";
2° in punt 2, wat betreft bladzijde 1, punt d), wordt het woord "Gemeenschap" vervangen door het woord "Unie";
3° in punt 2, wat betreft bladzijde 2, punt a), wordt de bepaling "10. de communautaire code 95 gevolgd door de vervaldatum van het bewijs van vakbekwaamheid;" vervangen door de bepaling "10. de geharmoniseerde Uniecode 95, vermeld in bijlage I bij richtlijn 2006/126/EG;";
4° het model van kwalificatiekaart bestuurder wordt vervangen door het model, opgenomen in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Hoofdstuk 3. - Slotbepalingen
Art. 17. Artikel 13 treedt in werking op een datum die de Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het wegenbeleid, vaststelt en uiterlijk op 1 januari 2021.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor de weginfrastructuur en het wegenbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 juli 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken,
L. PEETERS

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld


begin

Publicatie : 2020-08-12