J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/07/10/2020042746/justel

Titel
10 JULI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de ondersteuning van hernieuwbare energiebronnen en warmte-krachtkoppeling

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 21-08-2020 nummer :   2020042746 bladzijde : 63404       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-07-10/34
Inwerkingtreding : 31-08-2020

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :2019042875        2010035890       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-22

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In titel VI, hoofdstuk I van het Energiebesluit van 19 november 2010, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2019, worden een artikel 6.1.3/2 en artikel 6.1.3/3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 6.1.3/2. Voor standaarddossiers en expertisedossiers, worden geen groenestroomcertificaten toegekend voor de productie gedurende de periodes waarin de day-ahead prijzen op de Belgische spotmarkt negatief zijn gedurende minstens 6 opeenvolgende uren.
  Als de situatie, vermeld in het eerste lid, minstens één keer in een bepaalde kalendermaand voorkomt, dan informeert wat betreft expertisedossiers de beheerder van het net waarop de installatie is aangesloten het Vlaams Energieagentschap over de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd door de betreffende installatie gedurende de periode waarin de day-ahead prijzen op de Belgische spotmarkt negatief waren gedurende minstens 6 opeenvolgende uren. Zij delen deze gegevens ten laatste de volgende kalendermaand mee aan het Vlaams Energieagentschap. Het Vlaams Energieagentschap kan nadere regels bepalen met betrekking tot de wijze waarop deze gegevens worden medegedeeld.
  Het aantal groenestroomcertificaten voor de betreffende kalendermaand zal in de gevallen, vermeld in het eerste en tweede lid, bij standaarddossiers en expertisedossiers vermenigvuldigd worden met een factor die berekend wordt als 1 verminderd met de verhouding tussen de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd door de betreffende installatie gedurende de periode waarin de day-ahead prijzen op de Belgische spotmarkt negatief waren gedurende minstens 6 opeenvolgende uren en de totale elektriciteitsproductie van de installatie gedurende deze kalendermaand.
  De regeling, vermeld in het eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing op installaties met een bruto nominaal elektrisch vermogen lager dan 500 kW zoals bepaald in de beslissing van het Vlaams Energieagentschap, vermeld in artikel 6.1.2, § 2 voor expertisedossiers of zoals geregistreerd bij de behandeling van de aanvraag voor standaarddossiers.
  Art. 6.1.3/3. Voor expertisedossiers voor projecten die gebruikmaken van windenergie, wordt een maximaal productievolume waarvoor het aantal toe te kennen groenestroomcertificaten berekend wordt, opgenomen in de beslissing van het Vlaams Energieagentschap, vermeld in artikel 6.1.2, § 2. Dit maximaal productievolume wordt berekend door de volgende factoren te vermenigvuldigen met elkaar:
  1° het bruto nominaal elektrisch vermogen van de installatie in MWe;
  2° een van de volgende vollasturen:
  a) het aantal vollasturen voor de representatieve projectcategorie en de startdatum in kwestie, vermeld in het definitieve rapport van het Vlaams Energieagentschap voor de berekening van de onrendabele toppen en de bandingfactoren, vermeld in artikel 6.2/1.5, § 2;
  b) het aantal vollasturen dat toegepast wordt voor de berekening van de betreffende onrendabele top, vermeld in artikel 6.2/1.7;
  3° het aantal jaren, gelijkgesteld aan 20 jaar.
  Het Vlaams Energieagentschap controleert bij de maandelijkse berekening van het aantal groenestroomcertificaten dat wordt toegekend, dat het maximaal productievolume waarvoor het aantal toe te kennen groenestroomcertificaten berekend wordt, niet overschreden wordt.
  § 2. De regeling, vermeld in paragraaf 1, is van overeenkomstige toepassing op standaarddossiers. In afwijking van § 1, eerste lid, wordt het maximaal aantal toe te kennen groenestroomcertificaten vastgelegd door de beheerder van het net in kwestie. In afwijking van § 1, eerste lid, 2° wordt het bruto nominaal elektrisch vermogen voor projecten die gebruikmaken van zonne-energie gelijkgesteld aan het piekvermogen van de zonnepanelen. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, 3° wordt het aantal vollasturen toegepast dat overeenstemt met het piekvermogen van de zonnepanelen voor projecten die gebruikmaken van zonne-energie. In afwijking van § 1, eerste lid, 4° wordt het aantal jaren voor projecten die gebruikmaken van zonne-energie gelijkgesteld aan 10 jaar.
  De beheerder van het net waarop de installatie is aangesloten, of in geval van eilandwerking de netbeheerder die overeenkomstig de federale elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangewezen, controleert bij de maandelijkse berekening van het aantal groenestroomcertificaten dat wordt toegekend, dat het maximaal aantal groenestroomcertificaten niet overschreden wordt.".

  Art. 2. In titel VI, hoofdstuk II van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2019, wordt een artikel 6.2.3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6.2.3/1. Er worden geen warmtekrachtcertificaten toegekend voor de warmtekrachtbesparing gedurende de periodes waarin de day-ahead prijzen op de Belgische spotmarkt negatief zijn gedurende minstens 6 opeenvolgende uren.
  Als de situatie, vermeld in het eerste lid, minstens één keer in een bepaalde kalendermaand voorkomt, dan informeert de beheerder van het net waarop de installatie is aangesloten het Vlaams Energieagentschap over de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd door de betreffende installatie gedurende de periode waarin de day-ahead prijzen op de Belgische spotmarkt negatief waren gedurende minstens 6 opeenvolgende uren. De beheerder van het net deelt deze gegevens ten laatste de volgende kalendermaand mee aan het Vlaams Energieagentschap. Het Vlaams Energieagentschap kan nadere regels bepalen met betrekking tot de wijze waarop deze gegevens worden medegedeeld.
  Het aantal warmtekrachtcertificaten voor de betreffende kalendermaand zal in dit geval vermenigvuldigd worden met een factor die berekend wordt als 1 verminderd met de verhouding tussen de hoeveelheid elektriciteit geproduceerd door de betreffende installatie gedurende de periode waarin de day-ahead prijzen op de Belgische spotmarkt negatief waren gedurende minstens 6 opeenvolgende uren en de totale elektriciteitsproductie van de installatie gedurende deze kalendermaand.
  De regeling, vermeld in het eerste tot en met derde lid, is niet van toepassing op installaties met een bruto nominaal elektrisch vermogen lager dan 500 kW zoals bepaald in de beslissing van het Vlaams Energieagentschap, vermeld in artikel 6.2.2, § 2.".

  Art. 3. In artikel 6.2/1.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Een bandingfactor kan nooit meer bedragen dan de maximaal toegelaten bandingfactor die voor die startdatum van toepassing was voor de betreffende installatie. De maximaal toegelaten bandingfactoren worden voor nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2024 vastgelegd door de minister voor installaties die behoren tot de representatieve projectcategorieën vermeld in artikel 6.2/1.2, eerste lid, of in artikel 6.2/1.4, eerste lid, en voor de niet-representatieve projectcategorieën vermeld in artikel 6.2/1.7, § 1, eerste lid. Een aldus bepaalde maximaal toegelaten bandingfactor of een maximale bandingfactor zoals vastgelegd in het vierde of vijfde lid, blijft voor installaties geldig gedurende de volledige periode waarbinnen de installatie certificaten ontvangt. Deze maximale bandingfactoren liggen nooit hoger dan de maximale bandingfactoren die gelden voor projecten met startdatum in 2023.".
  2° tussen het derde en het vierde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "De volgende maximale bandingfactoren gelden voor groenestroomproductie-installaties die groene stroom produceren in functie van hun startdatum en de gebruikte hernieuwbare energiebron:
  

  
Startdatum 2021 2022 2023
Zon 0,8 0,6 0,4
Wind 0,56 0,42 0,28
Biogas 0,76 0,72 0,68

De volgende maximale bandingfactoren gelden voor warmte-krachtinstallaties in functie van hun startdatum:
  

  
startdatum 2021 2022 2023
WKK op biogas of biomassa 1 1 1
Andere WKK 0,95 0,9 0,85

";
  3° het huidige vijfde lid wordt opgeheven;
  4° in het huidige zesde lid, dat het nieuwe zevende lid wordt, worden de woorden "derde lid" vervangen door "vierde lid";
  5° in het laatste lid worden de woorden "het derde en vierde lid" vervangen door de woorden "het zevende en achtste lid".

  Art. 4. In artikel 6.2/1.2, eerste lid van het Energiebesluit van 19 november 2010, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 en laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° a) wordt "3 MWe" vervangen door "2,5 MWe";
  2° in punt 2° b) wordt "vanaf 3 MWe" vervangen door "vanaf 2,5 MWe";
  3° punten 5° tot en met 7° worden opgeheven.

  Art. 5. In artikel 6.2/1.4, eerste lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punten 2°, 3°, 4° en 5°, 1) worden de woorden "op stortgas of" ingevoegd tussen de woorden "warmte-krachtinstallaties" en "op";
  2° in punt 5°, 1) worden de woorden "en 3)" opgeheven;
  3° punt 5°, 3) wordt opgeheven;
  4° punt 8° wordt opgeheven.

  Art. 6. In artikel 6.2/1.7, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt in punt 4° "voor zover ze een minimaal vermogen hebben van meer dan 50 MWe" vervangen door "voor zover ze een bruto nominaal vermogen hebben groter dan 20 MWe";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de punten 9° tot en met 11° opgeheven;
  3° in paragraaf 1, eerste lid, wordt in punt 12° "50 MWe" vervangen door "20 MWe";
  4° in paragraaf 1, vijfde lid, wordt het zinsdeel ", en legt dit ministerieel besluit voorafgaand aan de ondertekening als mededeling voor aan de Vlaamse Regering" opgeheven.
  5° aan paragraaf 1 wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "De minister kan nadere regels vaststellen betreffende de indeling van biogasinstallaties en verbrandingsinstallaties die gebruik maken van gemengde inputstromen.";
  6° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt: "Indien een voorlopige bandingfactor, vermeld in paragraaf 1, vijfde lid, werd aangevraagd, vervalt deze voorlopige bandingfactor en de gevalideerde berekeningsmethodiek als de definitieve gegevens van de installatie door de steunaanvrager niet binnen een termijn van uiterlijk negen maanden na de aanvraag van de definitieve bandingfactor zijn aangeleverd, of als de steunaanvrager bij de eerste aanvraag van een definitieve bandingfactor deze aanvraag niet heeft ingediend binnen een maand na het verkrijgen van de laatste vergunning. De aanvraag van de definitieve bandingfactor vervalt als de definitieve gegevens van de installatie door de steunaanvrager niet binnen een termijn van uiterlijk negen maanden na de aanvraag van de definitieve bandingfactor zijn aangeleverd.";
  7° in paragraaf 2, vierde lid, wordt de eerste zin vervangen door "Het Vlaams Energieagentschap berekent op basis van de actuele energie- en brandstofprijzen en definitieve gegevens van de installatie binnen de 6 weken de definitieve bandingfactor (volgens de gevalideerde berekeningsmethode in het geval er een voorlopige bandingfactor werd aangevraagd) en legt de berekende definitieve bandingfactor ter goedkeuring voor aan de minister. ";
  8° in paragraaf 2, vierde lid, wordt het zinsdeel ", en legt dit ministerieel besluit als mededeling voor aan de Vlaamse Regering" opgeheven.
  9° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt de zin "Als het project echter geen milieuvergunningen, stedenbouwkundige vergunningen of omgevingsvergunningen nodig heeft kan de aanvrager onmiddellijk een definitieve aanvraag indienen om een definitieve bandingfactor te verkrijgen volgens de procedure vermeld in § 1." vervangen door "De aanvrager kan ook onmiddellijk een definitieve aanvraag indienen om een definitieve bandingfactor te verkrijgen volgens de procedure vermeld in § 2.";
  10° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "In dat geval" vervangen door "In het geval het project geen omgevingsvergunning nodig heeft";
  11° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "twaalf maanden" vervangen door "18 maanden".
  12° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt in de laatste zin " § 1" vervangen door " § 2";
  13° in paragraaf 2, zesde lid, worden de woorden "één maand" vervangen door "6 maanden";
  14° in paragraaf 2, zesde lid, worden de woorden "principe-aanvraag, vermeld in § 1", vervangen door "definitieve aanvraag, vermeld in § 2";
  15° in paragrafen 3 en 6 worden de woorden "derde lid" vervangen door "vierde lid".

  Art. 7. In artikel 7.6.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 13 september 2013 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "wordt steun toegekend aan" vervangen door de woorden "kan steun toegekend worden aan";
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "De minister bepaalt jaarlijks het maximale bedrag van de totale steun" vervangen door de woorden "De minister bepaalt het maximale bedrag van de totale steun";
  3° in paragraaf twee wordt het tweede lid opgeheven.

  Art. 8. In bijlage III/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1.1, eerste lid, wordt het zinsdeel "(voor biogas en biomassa steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van zeventien jaar, voor wind steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 20 jaar, voor zon steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 15 jaar)" vervangen door "(voor biogas steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 15 jaar, voor wind steeds over de constructieperiode + exploitatieperiode van 20 jaar, voor zon steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 15 jaar)";
  2° in punt 3 wordt in punt 2° a) "3 MWe" vervangen door "2,5 MWe";
  3° in punt 3 wordt in punt 2° b) "vanaf 3 MWe" vervangen door "vanaf 2,5 MWe";
  4° in punt 3 worden punten 5° tot en met 7° opgeheven;
  5° in punt 3 worden in de tabel de kolommen met het opschrift, cat. 15a, cat. 15b, cat. 16a, cat. 16b, cat. 17a en cat. 17b opgeheven;
  6° in punt 3 worden in de aldus gewijzigde tabel de rijen
  

  
R 4,75 4,75 4,75 4,75 4,75 4,75 6,5 6,5 6,5 6,5 10,5 10,5 10,5 10,5
Tb 10 10 10 10 10 10 20 20 20 20 17 17 17 17
Ta 10 10 10 10 10 10 20 20 20 20 17 17 17 17

vervangen door de rijen
  

  
R 4,4 4,4 4,4 4,4 4,4 4,4 5,5 5,5 5,5 5,5 8,5 8,5 8,5 8,5
Tb 12 12 12 12 12 12 22 22 22 22 17 17 17 17
Ta 12 12 12 12 12 12 22 22 22 22 17 17 17 17

7° in punt 3 wordt in de toelichting onder de tabel in punt ** "1,5 MW" vervangen door "2 MW".

  Art. 9. In punt 3 van bijlage III/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punten 2°, 3°, 4° en 5°, 1) worden de woorden "op stortgas of" ingevoegd tussen de woorden "warmte-krachtinstallatie" en "op";
  2° in punt 5°, worden de woorden "en 3)" opgeheven;
  3° punt 5°, 3) wordt opgeheven;
  4° punt 8° wordt opgeheven;
  5° in de tabel wordt de het opschrift "cat. 5./1 a/b 1-3" vervangen door "cat. 5./1 a/b 1-2" en wordt de kolom met het opschrift cat. 8. a-c 1/2 opgeheven;
  6° in de aldus gewijzigde tabel wordt de rij
  

  
R 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5

vervangen door de rij
  

  
R 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5

Art. 10. In bijlage III/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1.1 wordt het zinsdeel "(voor biogas en biomassa steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van zeventien jaar, voor wind steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 20 jaar, voor zon steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 15 jaar)" vervangen door "(voor biogas steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van vijftien jaar, voor wind steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 20 jaar, voor zon steeds over de constructieperiode + een exploitatieperiode van 15 jaar);
  2° in punt 3 wordt in punt 4° "voor zover ze een minimaal vermogen hebben van meer dan 50 MWe" vervangen door "voor zover ze een bruto nominaal vermogen hebben groter dan 20 MWe";
  3° in punt 3 worden de punten 9° tot en met 11° opgeheven;
  4° in punt 3 wordt in punt 12° "50 MWe" vervangen door 20 MWe";
  5° in punt 3 worden in de tabel de kolommen met het opschrift cat. 9, cat. 10 en cat. 11 opgeheven;
  6° in de tabel wordt in de eerste rij het opschrift "cat. 8" vervangen door "cat. 8.a/b";
  7° in punt 3 worden in de tabel de rijen
  

  
R 4,75 6,5 10,5 10,5 4,75 6,5 10,5 10,5 10,5 10,5 10,5 4,75
Tb 10 20 15 15 10 20 17 17 17 17 15 10
Ta 10 20 15 15 10 20 17 17 17 17 15 10

vervangen door de rijen
  

  
R 4,4 5,5 8,5 8,5 4,4 5,5 8,5 8,5 8,5 8,5 8,5 4,4
Tb 12 22 15 15 12 22 17 17 17 17 15 12
Ta 12 22 15 15 12 22 17 17 17 17 15 12

8° in punt 3 worden in de tabel voor categorie 0/1 en 1 de volgende parameters vervangen:
  

  
 Cat. 1 Cat. 0/1
Ki M3.9*, waarbij geen contingency aanvaard wordt M3.7*, waarbij geen contingency aanvaard wordt
PEL,ZA M3.4*, waarbij een korting van maximaal 7,5 % op de vermeden elektriciteitskost wordt toegestaan in geval van elektriciteitslevering via een directe lijn aan een onderneming die geen verbonden onderneming of partneronderneming is* * * M3.4*, waarbij een korting van maximaal 7,5 % op de vermeden elektriciteitskost wordt toegestaan in geval van elektriciteitslevering via een directe lijn aan een onderneming die geen verbonden onderneming of partneronderneming is* * *
PEL,ZA,t M3.4*, waarbij een korting van maximaal 7,5 % op de vermeden elektriciteitskost wordt toegestaan in geval van elektriciteitslevering via een directe lijn aan een onderneming die geen verbonden onderneming of partneronderneming is* * * M3.4*, waarbij een korting van maximaal 7,5 % op de vermeden elektriciteitskost wordt toegestaan in geval van elektriciteitslevering via een directe lijn aan een onderneming die geen verbonden onderneming of partneronderneming is* * *
Kv M3.1*, waarbij een maximaal opstalrecht wordt toegestaan van 1 euro/kWp M3.7*, waarbij een maximaal opstalrecht wordt toegestaan van 1 euro/kWp

9° bij de voetnoten onder de tabel wordt als derde voetnoot de zin "* * *Verbonden onderneming en partneronderneming zoals gedefinieerd in de Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen" toegevoegd.

  Art. 11. Artikel 6.1.3/2 en artikel 6.1.3/3 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd door artikel 1, zijn voor het eerst van toepassing op:
  1° de representatieve projectcategorieën, vermeld in artikel 6.2/1.2, van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor projecten met startdatum vanaf 1 januari 2021;
  2° de projectcategorieën, vermeld in artikel 6.2/1.7, van het Energiebesluit van 19 november 2010, voor de projecten waarvoor vóór 1 september 2020 nog geen voorlopige of definitieve projectspecifieke bandingfactor is vastgelegd, conform artikel 6.2/1.7, paragraaf 1 of paragraaf 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010.

  Art. 12. Artikel 6.2.3/1, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals ingevoegd door artikel 2, zijn voor het eerst van toepassing op:
  1° de representatieve projectcategorieën, vermeld in artikel 6.2/1.4, voor projecten met startdatum vanaf 1 januari 2021;
  2° de projectcategorieën, vermeld in artikel 6.2/1.7, voor de projecten waarvoor vóór 1 september 2020 nog geen voorlopige of definitieve projectspecifieke bandingfactor is vastgelegd, conform artikel 6.2/1.7, paragraaf 1 of paragraaf 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010.

  Art. 13. § 1. Artikel 6.2/1.2, eerste lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd door artikel 4, 3° is van toepassing op nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2021.
  § 2. Artikel 6.2/1.2 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 4, 1° en 2°, en bijlage III/1 bij het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 8, 2°, 3° en 7°, zijn van toepassing op projecten met startdatum vanaf 15 september 2020.
  In afwijking van artikel 6.2/1.5 van het Energiebesluit van 19 november 2010 zorgt het Vlaams Energieagentschap er voor dat over de representatieve projectcategorieën, vermeld in artikel 6.2/1.2, eerste lid, 2° van het Energiebesluit van 19 november 2010, uiterlijk op 15 augustus 2020 een definitief rapport aan de minister wordt bezorgd voor wat betreft projecten met startdatum vanaf 15 september 2020.
  In afwijking van artikel 6.2/1.6, tweede lid van het Energiebesluit van 19 november 2010 worden de bandingfactoren die aangepast zijn naar aanleiding van het rapport, vermeld in het tweede lid, voor nieuwe projecten van toepassing vanaf 15 september 2020.

  Art. 14. Artikel 6.2/1.4, eerste lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd door artikel 5, is van toepassing op nieuwe projecten met startdatum vanaf 1 januari 2021.

  Art. 15. Artikel 6.2/1.7 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd door artikel 6, 1° tot en met 3°, is van toepassing op de projecten met een startdatum vanaf 1 januari 2021.

  Art. 16. Artikel 6.2/1.7 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd door artikel 6, 4°, en 6° tot en met 14°, is van toepassing op de projecten waarvoor voor 1 september 2020 nog geen voorlopige of definitieve projectspecifieke bandingfactor is aangevraagd, conform artikel 6.2/1.7, paragraaf 1 of paragraaf 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010.

  Art. 17. Bijlage III/1, zoals gewijzigd bij artikel 8, 1°, 4°, 5° en 6°, en bijlage III/2 bij het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 9, zijn van toepassing op projecten met startdatum vanaf 1 januari 2021.

  Art. 18. Bijlage III/3 bij het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 10, 7°, 8° en 9° van dit besluit, is van toepassing op de projecten waarvoor vóór 1 september 2020 nog geen voorlopige of definitieve projectspecifieke bandingfactor is vastgelegd, conform artikel 6.2/1.7, paragraaf 1 of paragraaf 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010.

  Art. 19. Bijlage III/3 bij het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals gewijzigd bij artikel 10, 1° tot en met 5° van dit besluit, is van toepassing op de projecten met startdatum vanaf 1 januari 2021.

  Art. 20. § 1. Artikel 6.2/1.2 en bijlage III/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 4, 3° en artikel 8, 4° en 5° van dit besluit, blijven van toepassing op de actualisatie van de bandingfactor voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2021.
  Artikel 6.2/1.2 en bijlage III/1 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 4, 1° en 2°, en artikel 8, 2°, 3° en 7° van dit besluit, blijven van toepassing op de actualisatie van de bandingfactor voor projecten met een startdatum voor 15 september 2020.
  § 2. Artikel 6.2/1.4 en bijlage III/2 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 5 en artikel 9, 1° tot en met 5° van dit besluit, blijven van toepassing op de actualisatie van de bandingfactor voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2021.
  § 3. Artikel 6.2/1.7 en bijlage III/3 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 6, 1° tot en met 3° en artikel 10, 2° tot en met 5°, van dit besluit, blijven van toepassing op de actualisatie van de bandingfactor voor projecten met een startdatum voor 1 januari 2021.

  Art. 21. In artikel 9, derde lid van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2019 tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de stopzetting van de ZEV-premie, de verlenging van de energieleningen voor niet-commerciële instellingen en coöperatieve vennootschappen en de sloop en heropbouwpremie, en de aanpassing van de parameters voor de berekening van de onrendabele top worden tussen de woorden "al een" en de woorden "definitieve bandingfactor" de woorden "voorlopige of" ingevoegd.

  Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 10 juli 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme,
Z. DEMIR

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Rechtsgronden
   Dit besluit is gebaseerd op:
   - het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 7.1.1, § 2, vijfde lid, artikel 7.1.1, § 4, artikel 7.1.2, § 5, artikel 7.1.3, artikel 7.1.4/1, § 1, § 4, eerste en vijfde lid, artikel 8.2.1, 3°, artikel 8.3.1, 3° en artikel 8.4.1, 3°.
   Vormvereisten
   De volgende vormvereisten zijn vervuld:
   - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 28 maart 2020.
   - De Raad van State heeft advies nr. 67.519/3 gegeven op 1 juli 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
   Initiatiefnemers
   Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.
   Na beraadslaging,
   DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie