J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/06/30/2020042036/justel

Titel
30 JUNI 2020. - Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-06-2020 en tekstbijwerking tot 28-07-2020)

Bron : BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 30-06-2020 nummer :   2020042036 bladzijde : 48715       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-06-30/02
Inwerkingtreding : 01-07-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020030347       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Organisatie van de arbeid
Art. 2-3
HOOFDSTUK 3. - Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten
Art. 4-5, 5bis, 6, 6bis, 7-8, 8bis
HOOFDSTUK 4. - Markten, kermissen en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra
Art. 9-10
HOOFDSTUK 5. - Samenscholingen
Art. 11-15
HOOFDSTUK 6. - Openbaar vervoer
Art. 16
HOOFDSTUK 7. - Onderwijs
Art. 17
HOOFDSTUK 8. - Grenzen
Art. 18
HOOFDSTUK 9. - Individuele verantwoordelijkheden
Art. 19-21, 21bis
HOOFDSTUK 10. - Sancties
Art. 22
HOOFDSTUK 11. - Slot- en opheffingsbepalingen
Art. 23-27
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Definities

  Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° "onderneming": elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft;
  2° "consument": elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen;
  3° "protocol": het document bepaald door de bevoegde minister in overleg met de betrokken sector dat de regels bevat die de ondernemingen en verenigingen van de bedoelde sector dienen toe te passen bij de uitoefening van hun activiteiten;
  [1 4° "vervoerder", bedoeld in artikel 18 : de openbare of private luchtvervoerder, de openbare of private zeevervoerder;]1
  [2 5° "gouverneur": de provinciegouverneur of de krachtens artikel 48 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen bevoegde overheid van de Brusselse agglomeratie;]2
  [3 6° "huishouden" : personen die onder hetzelfde dak wonen.]3
  ----------
  (1)<MB 2020-07-10/01, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 11-07-2020>
  (2)<MB 2020-07-24/01, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 25-07-2020>
  (3)<MB 2020-07-28/01, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  HOOFDSTUK 2. - Organisatie van de arbeid

  Art. 2.[1 § 1. Telethuiswerk is sterk aanbevolen bij alle ondernemingen, verenigingen en diensten, welke grootte zij ook hebben, voor alle personeelsleden wiens functie zich ertoe leent.
   Indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de niet-essentiële ondernemingen en verenigingen de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
   Indien telethuiswerk niet wordt toegepast, nemen de ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten bedoeld in de bijlage van dit besluit, alsook de producenten, leveranciers, aannemers en onderaannemers van goederen, werken en diensten die essentieel zijn voor de activiteit van deze ondernemingen en deze diensten, de maatregelen bedoeld in paragraaf 2 om de regels van de social distancing in de mate van het mogelijke toe te passen."
   § 2. De ondernemingen, verenigingen en diensten nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van de regels voorzien in de eerste paragraaf te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.
   Deze passende preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard zoals bepaald in de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan", die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere passende maatregelen die minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.
   Deze passende preventiemaatregelen worden op het niveau van de onderneming, vereniging of dienst uitgewerkt en genomen met inachtneming van de geldende regels van het sociaal overleg, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken werknemers, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.
   De ondernemingen, verenigingen en diensten informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.
   Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen.
   § 3. De sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en sociaal overleg zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers van de niet-essentiële ondernemingen en verenigingen, en overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek met het toezien op de naleving van de verplichtingen die gelden in deze ondernemingen en verenigingen overeenkomstig paragrafen 1 en 2.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 3. In het kader van de toepassing van de maatregelen voorgeschreven door dit besluit en voor zover de operationele behoeften het vereisen, worden de afwijkingen van de bepalingen betreffende de organisatie van de arbeids- en rusttijden voorgeschreven door Deel VI, Titel I van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten toegelaten voor de geldigheidsperiode van dit besluit.

  HOOFDSTUK 3. - Ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten

  Art. 4.[1 Onverminderd artikel 5, oefenen de ondernemingen en verenigingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten en vanaf 1 september 2020 de organisatoren van handelsbeurzen, met inbegrip van salons, hun activiteiten uit overeenkomstig het protocol of de daartoe op de website van de bevoegde overheidsdienst bekendgemaakte minimale algemene regels.
   Bij gebrek aan een dergelijk protocol dienen de volgende minimale regels te worden nageleefd:
   1° de onderneming of vereniging, of vanaf 1 september 2020 de organisator van de handelsbeurs, informeert de klanten en werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken de werknemers een passende opleiding;
   2° een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon wordt gegarandeerd;
   3° mondmaskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen worden steeds sterk aanbevolen in de onderneming of vereniging en worden er gebruikt indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd omwille van de aard van de uitgeoefende activiteit;
   4° de activiteit moet zo worden georganiseerd dat samenscholingen worden vermeden;
   5° de onderneming of vereniging, of vanaf 1 september 2020 de organisator van de handelsbeurs, stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de klanten;
   6° de onderneming of vereniging, of vanaf 1 september 2020 de organisator van de handelsbeurs, neemt de gepaste hygiënemaatregelen om de werkplaats en het gebruikte materiaal regelmatig te desinfecteren;
   7° de onderneming of vereniging, of vanaf 1 september 2020 de organisator van de handelsbeurs, zorgt voor een goede verluchting van de werkplaats;
   8° een contactpersoon wordt aangeduid en bekendgemaakt, zodat klanten en personeelsleden, en vanaf 1 september 2020 de bezoekers van de handelsbeurs, een mogelijke besmetting met het coronavirus COVID-19 kunnen melden met het oog op het vergemakkelijken van contact tracing.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-24/01, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 25-07-2020>

  Art. 5.[1 In de inrichtingen die behoren tot de horecasector gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten :
   1° de tafels worden zo geplaatst dat een afstand van minstens 1,5 meter tussen de tafel wordt gegarandeerd, tenzij de tafels worden gescheiden door een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief, met een minimale hoogte van 1,8 meter;
   2° een maximum van 10 personen per tafel is toegestaan;
   3° enkel zitplaatsen aan tafel zijn toegestaan;
   4° elke klant moet aan zijn eigen tafel blijven zitten;
   5° het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het zaalpersoneel;
   6° het dragen van een mondmasker of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, van een gelaatsscherm is verplicht voor het keukenpersoneel;
   7° er is geen enkele bediening aan de bar toegestaan, met uitzondering van eenmanszaken met naleving van een afstand van 1,5 meter;
   8° terrassen en openbare ruimten worden georganiseerd overeenkomstig de voorschriften bepaald door de gemeentelijke overheden en met respect voor dezelfde regels als deze die binnen gelden;
   9° drankgelegenheden en restaurants mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot één uur `s nachts, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten, en moeten vanaf één uur 's nachts minstens gedurende een ononderbroken periode van vijf opeenvolgende uren gesloten blijven;
   10° de contactgegevens van één klant per tafel, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, moeten worden geregistreerd bij aankomst en bewaard gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19, ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen en de klanten moeten uitdrukkelijk hun akkoord geven. Voor de klanten die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 5bis. [1 Het individueel en collectief gebruik van waterpijpen is verboden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2020-07-24/01, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 25-07-2020>
  

  Art. 6. De volgende ondernemingen of onderdelen van ondernemingen blijven gesloten:
  1° de jacuzzi's, stoomcabines en hammams, behalve indien hun gebruik privé is;
  2° de discotheken en dancings.

  Art. 6bis. [1 § 1. De contactgegevens van één bezoeker of deelnemer per huishouden, die zich kunnen beperken tot een telefoonnummer of een e-mailadres, moeten worden geregistreerd bij aankomst op de volgende plaatsen :
   - de wellnesscentra;
   - de gemeenschappelijke sportlessen;
   - de zwembaden;
   - de casino's en de speelautomatenhallen;
   - de feest- en receptiezalen.
   § 2. De gegevens bedoeld in de eerste paragraaf moeten worden bewaard gedurende 14 kalenderdagen teneinde enig later contactonderzoek te faciliteren. Die contactgegevens mogen enkel worden gebruikt voor de doeleinden van de strijd tegen COVID-19.
   Ze moeten worden vernietigd na 14 kalenderdagen en de bezoekers of deelnemers moeten uitdrukkelijk hun akkoord geven. Voor de bezoekers of deelnemers die dit weigeren wordt de toegang tot de inrichting bij aankomst geweigerd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2020-07-28/01, art. 4, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>
  

  Art. 7.[1 In de winkelcentra gelden bij het ontvangen van klanten minstens de volgende specifieke modaliteiten :
   1° één klant per 10 m2 wordt toegelaten gedurende een periode die niet langer is dan noodzakelijk en gebruikelijk;
   2° het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de klanten bij de in- en uitgang;
   3° het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties;
   4° er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk;
   5° in afwijking van 4°, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 5, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 8.[1 § 1. Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren.
   Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 22.00 uur.
   § 2. Er wordt individueel gewinkeld en gedurende een periode van maximum 30 minuten, behalve in geval van een afspraak.
   § 3. In afwijking van paragraaf 2, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 8bis. [1 De casino's en de speelautomatenhallen mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot één uur `s nachts, tenzij de gemeentelijke overheid oplegt dat ze eerder moeten sluiten, en moeten vanaf één uur 's nachts minstens gedurende een ononderbroken periode van vijf opeenvolgende uren gesloten blijven.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij MB 2020-07-10/01, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 11-07-2020>
  

  HOOFDSTUK 4. - Markten, kermissen en organisatie van de openbare ruimte rond de winkelstraten en -centra

  Art. 9. Onverminderd de artikelen 4 en 7 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde gemeentelijke overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

  Art. 10.[1 De bevoegde gemeentelijke overheid kan de markten, met inbegrip van de brocante- of rommelmarkten, en de kermissen toelaten onder de volgende modaliteiten :
   1° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een markt, jaarmarkten uitgezonderd, bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
   2° het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op een kermis of op een jaarmarkt, bedraagt 200;
   3° de markt- en kermiskramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker, elk ander alternatief in stof of, wanneer dit niet mogelijk is omwille van medische redenen, met een gelaatsscherm;
   4° de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt of de kermis;
   5° de markt- en kermiskramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
   6° de markt- en kermiskramers mogen voor consumptie ter plaatse voeding en dranken aanbieden met naleving van de modaliteiten voorzien door artikel 5;
   7° er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt of de kermis aanwezig zijn;
   8° er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt of de kermis, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.
   9° er wordt op de markt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk;
   10° in afwijking van 8°, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.
   Onverminderd artikel 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten en de kermissen door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 7, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  HOOFDSTUK 5. - Samenscholingen

  Art. 11.[1 § 1. Behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, zijn samenscholingen van meer dan 10 personen, kinderen jonger dan 12 jaar niet meegeteld, enkel toegelaten onder de voorwaarden voorzien en voor de activiteiten toegelaten door dit artikel. Onder "samenscholingen" worden ook recepties en banketten met privékarakter verstaan.
   § 2. Een maximum van 50 personen mag de volgende activiteiten bijwonen :
   1° de activiteiten in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of vereniging, steeds in aanwezigheid van een meerderjarige trainer, begeleider of toezichter;
   2° de zomerkampen en -stages met naleving van de regels voorzien in artikel 15.
   § 3. Een maximum van 100 personen mag de volgende activiteiten bijwonen :
   1° burgerlijke huwelijken;
   2° begrafenissen en crematies, andere dan de activiteiten bedoeld in 3°, zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam;
   3° de collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening, alsook de activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, met naleving van de regels voorzien door artikel 14.
   § 4. Een publiek van maximum 100 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, en wedstrijden bijwonen, voor zover deze binnen worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
   Een publiek van maximum 200 personen mag evenementen, voorstellingen, gezeten recepties en banketten toegankelijk voor het publiek, en wedstrijden bijwonen, voor zover deze buiten worden georganiseerd met naleving van de modaliteiten voorzien in artikel 4, lid 2, of in het toepasselijke protocol, en onverminderd artikel 5.
   Wanneer een evenement, voorstelling, gezeten receptie of banket toegankelijk voor het publiek, of wedstrijd wordt georganiseerd op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.
   § 5. Een maximum van 200 deelnemers mag statische betogingen bijwonen die plaatsvinden op de openbare weg, waar de social distancing kan worden gerespecteerd, en die voorafgaand werden toegelaten door de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13.
   § 6. Onverminderd een eventueel protocol en onverminderd de richtlijnen en/of beperkingen bepaald door de bevoegde gemeentelijke overheid, mag eenieder deelnemen aan sportieve wedstrijden.
   Wanneer een sportieve wedstrijd wordt georganiseerd voor meer dan 200 deelnemers of op de openbare weg, is de voorafgaande toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid overeenkomstig artikel 13 vereist.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 8, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 12.
  <Opgeheven bij MB 2020-07-24/01, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 25-07-2020>

  Art. 13.[1 De bevoegde gemeentelijke overheid gebruikt de matrix bedoeld door de Nationale Veiligheidsraad tijdens diens vergadering van 24 juni 2020, die haar daartoe ter beschikking wordt gesteld, wanneer ze een toelatingsbeslissing neemt met betrekking tot de organisatie van :
   1° een evenement, voorstelling of wedstrijd bedoeld in artikel 11, § 4, lid 3;
   2° een betoging bedoeld in artikel 11, § 5;
   3° een sportieve wedstrijd bedoeld in artikel 11, § 6, lid 2.
   De kermissen, de gezeten recepties en banketten bedoeld in artikel 11, § 4, de evenementen, voorstellingen en wedstrijden bedoeld in artikel 11, § 4, de betogingen bedoeld in artikel 11, § 5 en de sportieve wedstrijden bedoeld in artikel 11, § 6 mogen niet plaatsvinden tussen één uur 's nachts en zes uur 's morgens.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 9, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 14.[1 De collectieve uitoefening van de eredienst en de collectieve uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en van activiteiten binnen een filosofisch-levensbeschouwelijke vereniging, evenals de individuele bezoeken van gebouwen der eredienst en van gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening zijn toegestaan.
   De representatieve organen van de erediensten en van de organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing nemen de nodige maatregelen en vaardigen richtlijnen uit, met inachtneming van volgende voorwaarden :
   1° het respect van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, behalve voor personen die onder hetzelfde dak wonen;
   2° het respect van het vooraf bepaalde maximum aantal personen per gebouw, met een maximum van 100 personen per gebouw;
   3° het verbod op fysieke aanrakingen van personen en van voorwerpen door verschillende deelnemers;
   4° de terbeschikkingstelling van middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien bij de in- en uitgang.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 10, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 15. Zomerkampen en -stages met of zonder overnachting, alsook de speelpleinwerking zijn toegestaan, onder voorbehoud van de toelating van de bevoegde gemeentelijke overheid.
  Deze kampen, stages en activiteiten mogen georganiseerd worden voor één of meerdere groepen van maximum 50 personen bestaande uit de deelnemers en de begeleiders. De personen die samenkomen in het kader van deze kampen, stages en activiteiten moeten in eenzelfde groep blijven en mogen niet samen worden gezet met de personen van een andere groep.
  De begeleiders en deelnemers ouder dan 12 jaar respecteren de regels van social distancing in de mate van het mogelijke, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.

  HOOFDSTUK 6. - Openbaar vervoer

  Art. 16. Het openbaar vervoer blijft behouden.
  Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd. Wanneer het dragen van een masker of van een alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.
  In afwijking van het tweede lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de conducteur goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de conducteur geen masker draagt.

  HOOFDSTUK 7. - Onderwijs

  Art. 17. De instellingen van hoger onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie mogen hun lessen en activiteiten hervatten overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en de bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering. Enkel indien de configuratie van de infrastructuur het toelaat, kunnen de Gemeenschappen beslissen om het deeltijds kunstonderwijs te hernemen eventueel met beperkingen in het kader van de veiligheid.

  HOOFDSTUK 8. - Grenzen

  Art. 18.[1 § 1. Niet essentiële reizen vanuit en naar België zijn verboden.
   § 2. In afwijking van de eerste paragraaf en onverminderd artikel 20 is het toegelaten om :
   1° te reizen vanuit België naar alle landen van de Europese Unie, van de Schengenzone en naar het Verenigd Koninkrijk, en om vanuit deze landen naar België te reizen, met uitzondering van de gebieden aangeduid als rode zones, waarvan de lijst is bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken;
   2° zomerkampen te organiseren tot maximum 150 kilometer van de Belgische grenzen, met uitzondering van de gebieden aangeduid als rode zones, waarvan de lijst is bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken;
   3° te reizen vanuit België naar de landen die zijn opgenomen in de lijst bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en om te reizen naar België vanuit deze landen, met uitzondering van de gebieden aangeduid als rode zones, waarvan de lijst is bekendgemaakt op de website van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken.
   § 3. [2 Voor de overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 toegelaten reizen naar België vanuit een land dat geen deel uitmaakt van de Schengenzone is de reiziger er toe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronisch Passenger Locator Form, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
   Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronisch Passenger Locator Form, is hij ertoe gehouden het papieren Passenger Locator Form bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen en te ondertekenen.
   De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passenger Locator Form hebben ingevuld. Bij gebrek aan dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.
   Bij gebrek aan deze verklaring of bij valse, misleidende of onvolledige informatie in deze verklaring kan in voorkomend geval de binnenkomst geweigerd worden overeenkomstig artikel 14 van de Schengengrenscode of artikel 43 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.]2
   § 4. [2 In geval van een reis naar België vanuit een gebied in de Schengenzone is de reiziger ertoe gehouden om voorafgaand aan de reis het elektronisch Passenger Locator Form, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en voor te leggen aan de vervoerder voor boarding.
   Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronisch Passenger Locator Form, is hij ertoe gehouden het papieren Passenger Locator Form bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan de vervoerder. De vervoerder is ertoe gehouden deze verklaring onverwijld te bezorgen aan Saniport.
   De vervoerder is ertoe gehouden te controleren dat alle passagiers, voorafgaand aan de boarding, een Passenger Locator Form hebben ingevuld. Bij gebrek van dit formulier is de vervoerder ertoe gehouden het boarden te weigeren.]2
   § 5. [2 In geval van een reis bedoeld in de paragrafen 3 en 4 waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een vervoerder, is de reiziger, van wie het verblijf in België meer dan 48 uur duurt, en het voorafgaand verblijf buiten België meer dan 48 uur duurde, er persoonlijk toe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het elektronisch Passenger Locator Form, bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken, in te vullen en te ondertekenen.
   Indien het niet mogelijk is voor de reiziger om gebruik te maken van het elektronisch Passenger Locator Form, is hij ertoe gehouden om, voorafgaand aan de reis, het papieren Passenger Locator Form bekendgemaakt op de websites van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken en van de Dienst Vreemdelingenzaken in te vullen, te ondertekenen en te bezorgen aan Saniport.]2]1
  [2 § 6. De persoonsgegevens ingezameld via de Passenger Locator Form in uitvoering van paragrafen 3, 4 en 5 kunnen worden opgeslagen in de Gegevensbank I bedoeld in artikel 1, § 1, 5° van het koninklijk besluit nr. 44 betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de overheden van de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van de gegevensbank bij Sciensano en worden verwerkt en uitgewisseld voor de verwerkingsdoeleinden bepaald in artikel 3 van dat koninklijk besluit.]2
  ----------
  (1)<MB 2020-07-10/01, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 11-07-2020>
  (2)<MB 2020-07-24/01, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 01-08-2020>

  HOOFDSTUK 9. - Individuele verantwoordelijkheden

  Art. 19. § 1. Onverminderd andersluidende bepaling voorzien door dit besluit, neemt eenieder de nodige maatregelen om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
  § 2. De regels van social distancing zijn niet van toepassing:
  - op personen die onder hetzelfde dak wonen onderling;
  - op kinderen onderling tot en met de leeftijd van 12 jaar;
  - op personen die elkaar ontmoeten in het kader van artikel 20 onderling
  - tussen begeleiders enerzijds en personen die nood hebben aan begeleiding anderzijds.

  Art. 20.[1 Onverminderd artikel 11 mag elk huishouden maximum 5, steeds dezelfde personen, ontmoeten in het kader van privébijeenkomsten, met inbegrip van deze die plaatsvinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen. Kinderen jonger dan 12 jaar zijn niet meegerekend in deze 5 personen.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 11, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  Art. 21. Het dragen van een mondmasker of elk ander alternatief in stof om de mond en neus te bedekken, is toegestaan voor gezondheidsdoeleinden in voor het publiek toegankelijke plaatsen.

  Art. 21bis.[1 Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen :
   1° de winkels en de winkelcentra;
   2° de bioscopen;
   3° de theater-, concert- en conferentiezalen;
   4° de auditoria;
   5° de gebedshuizen en bezinningsplaatsen;
   6° de musea;
   7° de bibliotheken;
   8° de casino's en de speelautomatenhallen;
   9° de winkelstraten, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;
   10° de openbare gebouwen (voor de publiek toegankelijke delen);
   11° de markten, met inbegrip van de brocante- en rommelmarkten, de kermissen, en de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons;
   12° de inrichtingen die behoren tot de horecasector, behalve wanneer de klanten aan hun eigen tafel zitten;
   13° de activiteiten bedoeld in artikel 11, § 3;
   14° de evenementen bedoeld in artikel 11, § 4;
   15° de betogingen bedoeld in artikel 11, § 5.
   Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-28/01, art. 12, 004; Inwerkingtreding : 29-07-2020>

  HOOFDSTUK 10. - Sancties

  Art. 22.[1 Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid:
   - de artikelen 4 tot en met 8bis, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer;
   - het artikel 10, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, en op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid;
   - de artikelen 11, 16, 18, 19 en 21bis.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-24/01, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 25-07-2020>

  HOOFDSTUK 11. - Slot- en opheffingsbepalingen

  Art. 23.[1 § 1. De gemeentelijke overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
   De burgemeesters kunnen in overleg met de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten aanvullende preventieve maatregelen nemen ten opzichte van deze voorzien in dit besluit.
   Wanneer de burgemeester of de gouverneur door het gezondheidsorganisme van de betrokken gefedereerde entiteit wordt ingelicht over een plaatselijke heropleving van de epidemie op diens grondgebied, of wanneer hij dit vaststelt, moet hij bijkomende maatregelen nemen vereist door de situatie. Hij informeert hierover onmiddellijk de gouverneur en de bevoegde overheden van de gefedereerde entiteiten. Indien de beoogde maatregelen evenwel een impact hebben op de federale middelen of een impact hebben op naburige gemeenten of op nationaal niveau, is een overleg vereist overeenkomstig het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen.
   De burgemeester is verantwoordelijk voor de organisatie van de mondelinge en visuele communicatie van de specifieke maatregelen genomen op het grondgebied van zijn of haar gemeente.
   De minister van Binnenlandse Zaken geeft de instructies over de coördinatie.
   § 2. De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt.]1
  ----------
  (1)<MB 2020-07-24/01, art. 13, 003; Inwerkingtreding : 25-07-2020>

  Art. 24. Behoudens andersluidende bepaling, zijn de maatregelen voorzien in dit besluit van toepassing tot en met 31 augustus 2020.

  Art. 25. Het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt opgeheven.

  Art. 26. Tot hun eventuele wijziging moeten de verwijzingen naar het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, begrepen worden als verwijzingen naar dit besluit.

  Art. 27. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2020.

  BIJLAGE.

  Art. N.
  

  
Handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking
De handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de Natie en de behoeften van de bevolking, zijn de volgende:
- De wetgevende en uitvoerende machten, met al hun diensten;
- De medische zorginstellingen, met inbegrip van de diensten voor preventieve gezondheidszorg;
- De diensten voor zorg, opvang en bijstand voor oudere personen, voor minderjarigen, voor mindervalide personen en voor kwetsbare personen, met inbegrip van slachtoffers van intrafamiliaal en seksueel geweld;
- De instellingen, diensten en bedrijven die verantwoordelijk zijn voor toezicht, controle en crisisbeheer voor milieuzorg en gezondheidszorg;
- De asiel en migratiediensten met inbegrip van asielopvang en detentie in het kader van gedwongen terugkeer;
- De integratie en inburgeringsdiensten;
- De telecominfrastructuur en -diensten (met inbegrip van het vervangen en verkopen van telefoontoestellen, modems, simkaarten en het uitvoeren van installaties) en digitale infrastructuur;
- De media, de journalisten en de diensten van de communicatie;
- De diensten voor de afvalophaling en -verwerking;
- De hulpverleningszones;
- De diensten en bedrijven voor het beheer van vervuilde gronden;
- De diensten van private en bijzondere veiligheid;
- De politiediensten;
- De diensten van de medische hulpverlening en de dringende medische hulpverlening;
- Defensie en de veiligheids- en defensie-industrie;
- De Civiele Bescherming;
- De inlichtingendiensten- en veiligheidsdiensten, met inbegrip van het OCAD;
- De justitiediensten en de beroepen die daaraan verbonden zijn: justitiehuizen, magistratuur en penitentiaire instellingen, jeugdinstellingen, elektronisch toezicht, gerechtsdeskundigen, gerechtsdeurwaarders, gerechtspersoneel, vertalers-tolken, advocaten, met uitzondering van psycho-medische-sociale centra voor het herstel in het recht tot sturen.
- De Raad van State en de administratieve rechtscolleges;
- Het Grondwettelijk Hof;
- De internationale instellingen en diplomatieke posten;
- De noodplannings- en crisisbeheerdiensten, met inbegrip van Brussel Preventie en Veiligheid;
- De Algemene Administratie van douane en accijnzen;
- De omgevingen van kinderopvang en scholen, met het oog op het organiseren van opvang, internaten, opvangtehuizen en permanente zorginstellingen;
- De universiteiten en hogescholen;
- De taxidiensten, de diensten van het openbaar vervoer, het spoorvervoer van personen en goederen, andere vervoersmodi van personen en goederen en logistiek, en de essentiële diensten ter ondersteuning van deze transportmodi.
- De leveranciers en transporteurs van brandstoffen, en de leveranciers van brandhout;
- De handelszaken en bedrijven die tussenkomen in het kader van de agro-voedselketen, dierenvoeding, de voedingsnijverheid, land- en tuinbouw, productie van meststoffen en andere essentiële grondstoffen voor de agro-voedingsindustrie en visserij;
- Dierenartsen, inseminatoren voor de veeteelt en dienst van vilbeluik;
- Diensten voor de verzorging, opvang en het asiel van dieren;
- Dierenvervoer;
- De bedrijven actief in het kader van de productie van persoonlijke hygiëne producten;
- De productieketens die niet kunnen worden stilgelegd omwille van technische of veiligheidsredenen;
- De verpakkingsindustrie verbonden aan de toegelaten activiteiten;
- De apotheken en farmaceutische industrie;
- De hotels;
- De dringende pech- en herstellingsdiensten en naverkoopdiensten voor voertuigen (inclusief fietsen), alsook het ter beschikking stellen van vervangwagens;
- De diensten die essentieel zijn voor dringende herstellingen die een veiligheids- of hygiënerisico inhouden;
- De bedrijven actief in de sector van de schoonmaak, het onderhoud en de herstelling voor de andere cruciale sectoren en essentiële diensten;
- De postdiensten;
- De begrafenisondernemingen, grafdelvers en crematoria;
- De overheidsdiensten en -infrastructuur die een rol hebben in de essentiële dienstverlening van de toegelaten categorieën;
- De waterhuishouding;
- De inspectie- en controlediensten;
- De sociale secretariaten;
- De noodcentrales en ASTRID;
- De meteo- en weerdiensten;
- De uitbetalingsinstellingen van sociale prestaties;
- De energiesector (gas, elektriciteit, en olie): opbouw, productie, raffinaderij, opslag, transmissie, distributie, markt;
- De watersector: drinkwater, zuivering, winning, distributie, en het oppompen;
- De chemische industrie, inclusief contracting en onderhoud;
- De productie van medische instrumenten;
- De financiële sector: banken, elektronisch betalingsverkeer en alle diensten die hiervoor nuttig zijn, handel in effecten, financiële markinfrastructuur, buitenlandse handel, diensten die instaan voor de bevoorrading van cash geld, geldtransporten, geldverwerkers en de financiële berichtgeving tussen banken, de diensten verricht door accountants, belastingconsulenten, erkende boekhouders en erkende boekhouder-fiscalisten;
- De verzekeringssector;
- De grondstations van ruimtevaartsystemen;
- De productie van radio-isotopen;
- Het wetenschappelijk onderzoek van vitaal belang;
- Het nationaal, internationaal transport en logistiek;
- Het luchtvervoer, de luchthavens en de essentiële diensten ter ondersteuning van het luchtvervoer, de grondafhandeling, de luchthavens, de luchtvaartnavigatie en de luchtverkeersleiding en -planning;
- De havens, maritiem vervoer, estuaire vaart, short sea shipping, goederenvervoer over water, binnenvaart en de essentiële diensten ter ondersteuning hiervan;
- De nucleaire en radiologische sector;
- De cementindustrie.



  
Voor de private sector, wordt bovenstaande lijst vertaald naar de paritaire comités.Beperkingen
102.9 Subcomité van de groeven van kalksteen en kalkovens 
104 Paritair comité voor de ijzernijverheidVolcontinu bedrijven.
105 Paritair comité voor non-ferro metalenVolcontinu bedrijven.
106 Paritair comité voor het cementbedrijfBeperkt tot de productieketting van de ovens op hoge temperaturen (belangrijk voor afvalverwerking).
109 Paritair comité voor het kleding- en confectiebedrijfBeperkt tot:
  - de productie van medisch textiel gebruikt in ziekenhuizen en zorginstellingen;
  - de toelevering van medisch textiel en medische kledij aan ziekenhuizen en zorginstellingen en
  - de toelevering van cleanroom kledij aan farmaceutische bedrijven.
110 Paritair comité voor textielverzorging 
111 Paritair comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouwBeperkt tot :
  - productie, toelevering, onderhoud en herstelling van landbouwmachines en installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en essentiële diensten;
  - de veiligheids- en defensie-industrie en
  - de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
112 Paritair comité voor het garagebedrijfBeperkt tot takeldiensten en hersteldiensten.
113 Paritair comité voor het ceramiekbedrijfBeperkt tot continue ovens.
113.04 Paritair subcomité voor de pannenbakkerijenBeperkt tot continue ovens.
114 Paritair comité voor de steenbakkerijBeperkt tot continue ovens.
115 Paritair comité voor het glasbedrijfBeperkt tot continue vuurovens.
116 Paritair comité voor de scheikundige nijverheid 
117 Paritair comité voor de petroleumnijverheid en -handel 
118 Paritair comité voor de voedingsnijverheid 
119 Paritair comité voor de handel in voedingswaren 
120 Paritair comité voor de textielnijverheidBeperkt tot:
  - de sector van de persoonlijke hygiëne producten, waaronder incontinentieproducten, baby-luiers en dameshygiëneproducten;
  - de productie van medisch textiel gebruikt in ziekenhuizen en zorginstellingen;
  - de toelevering van medisch textiel en medische kledij aan ziekenhuizen en zorginstellingen en
  - de toelevering van cleanroom kledij aan farmaceutische bedrijven.
121 Paritair comité voor de schoonmaakBeperkt tot:
  - enerzijds de schoonmaak in de bedrijven van de cruciale sectoren en in de essentiële diensten en anderzijds tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten;
  - de ophaling van afvalstoffen bij bedrijven en
  - de ophaling van huishoudelijk en/of niet- huishoudelijk afval van alle producenten.
124 Paritair comité voor het bouwbedrijfBeperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten.
125 Paritair comité voor de houtnijverheidBeperkt tot houten verpakkingen en paletten en producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout.
126 Paritair comité voor de stoffering en houtbewerkingBeperkt tot houten verpakkingen, paletten, producenten en leveranciers van brandstoffen op basis van hout of derivaten van hout en tot de productie en toelevering van (elementen van) doodskisten.
127 Paritair comité voor de handel in brandstoffen 
129 Paritair comité voor de voortbrenging van papierpap, papier en kartonBeperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten alsook tot grafisch papier en papierpulp.
130 Paritair comité voor het drukkerij-, grafische kunst- en dagbladbedrijfBeperkt tot:
  - drukken van dag- en weekblad en
  - drukken van toepassingen (etiketten, labels) nodig voor de voedings- en agro-industrie, en het drukken van bijsluiters en verpakkingen voor de farmaceutische industrie.
132 Paritair comité voor ondernemingen van technische land- en tuinbouwwerken 
136 Paritair comité voor de papier en kartonbewerkingBeperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten.
139 Paritair comité voor de binnenscheepvaart 
140 Paritair comité voor het vervoer en de logistiek Subcomités: 140.01,140.03, 140.04Beperkt tot personenvervoer, wegvervoer, spoorvervoer, logistiek en grondafhandeling voor luchthavens.
140.05 Paritair subcomité voor de verhuizingBeperkt tot verhuizingen, voor zover ze dringend en noodzakelijk zijn, of verbonden met medische, sanitaire of ziekenhuisnoden.
142 Paritair comité voor de ondernemingen waar teruggewonnen grondstoffen opnieuw ter waarde worden gebracht
  Subcomités : 142.01, 142.02, 142.03, 142.04
Beperkt tot afvalophaling en/of -verwerking.
143 Paritair comité voor de zeevisserij 
144 Paritair comité voor de landbouw 
145 Paritair comité voor het tuinbouwbedrijf 
149.01 Paritair subcomité voor de elektriciens: installatie en distributieBeperkt tot de dringende werkzaamheden en tussenkomsten.
149.03 Paritair subcomité voor de edele metalenBeperkt tot machineonderhoud en herstellingen.
149.04 Paritair subcomité voor de metaalhandelBeperkt tot onderhoud en herstelling.
152 Paritair comité voor de gesubsidieerde inrichtingen van het vrij onderwijs
  Subcomités: 152.01, 152.02
 
200 Aanvullend Paritair comité voor de bediendenBeperkt tot de bedienden noodzakelijk bij onderhoud, herstelling, productie en toelevering van bedrijven die behoren tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten.
201 Paritair comité voor de zelfstandige kleinhandelBeperkt tot voeding en dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra.
202 Paritair comité voor de bedienden uit de kleinhandel in voedingswaren 
202.01 Paritair subcomité voor de middelgrote levensmiddelenbedrijven 
207 Paritair comité voor de bedienden uit de scheikundige nijverheid 
209 Paritair comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheidBeperkt tot:
  - productie, toelevering, onderhoud en herstelling van installaties van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten;
  - de veiligheids- en defensie-industrie en - de productie van materiaal voor de medische en (para)farmaceutische industrie.
210 Paritair comité voor de bedienden van de ijzernijverheid 
211 Paritair comité voor de bedienden uit de petroleumnijverheid en -handel 
220 Paritair comité voor de bedienden uit de voedingsnijverheid 
221 Paritair comité voor de bedienden uit de papiernijverheidBeperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp.
222 Paritair comité voor de bedienden van de papier- en kartonbewerkingBeperkt tot de verpakkingen uit papier en karton, tot zakdoekjes en toiletpapier, evenals tot papier voor kranten, alsook tot grafisch papier en papierpulp.
224 Paritair comité voor de bedienden van de non-ferro metalenVolcontinu bedrijven.
225 Paritair comité voor de bedienden van de inrichtingen van het gesubsidieerd vrij onderwijs Subcomités: 225.01, 225.02 
226 Paritair comité voor de bedienden uit de internationale handel, het vervoer en de logistiek 
227 Paritair comité voor de audiovisuele sectorBeperkt tot radio en televisie.
301 Paritair comité voor het havenbedrijf 
302 Paritair comité voor het hotelbedrijfBeperkt tot de hotels.
304 Paritair comité voor de vermakelijkheidsbedrijvenBeperkt tot radio en televisie.
309 Paritair comité voor de beursvennootschappen 
310 Paritair comité voor de bankenBeperkt tot essentiële bankverrichtingen.
311 Paritair comité voor de grote kleinhandelszakenBeperkt tot voeding en dierenvoeding, doe-het-zelfzaken (algemeen assortiment) en tuincentra.
312 Paritair comité voor de warenhuizen 
313 Paritair comité voor de apotheken en tarificatiediensten 
315 Paritair comité voor de handelsluchtvaart (en subcomités) 
316 Paritair comité voor koopvaardij 
317 Paritair comité voor de bewakings- en/of toezichtsdiensten 
318 Paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp (en subcomités) 
319 Paritair comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen (en subcomités) 
320 Paritair comité voor de begrafenisondernemingen 
321 Paritair comité voor de groothandelaars-verdelers in geneesmiddelen 
322 Paritair comité voor de uitzendarbeid en erkende ondernemingen die buurtwerken of- diensten leverenBeperkt tot zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen.
326 Paritair comité voor het gas- en elektriciteitsbedrijf 
327 Paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijvenBeperkt tot toelevering van bedrijven behorende tot de cruciale sectoren en de essentiële diensten.
328 Paritair comité voor het stads- en streekvervoer 
329 Paritair comité voor de socioculturele sectorBeperkt tot:
  - zorg, welzijn (inclusief de hulpverleners en jeugdwelzijnswerkers) en voedselbedeling;
  - de monumentenwacht en
  - niet-commerciële radio en televisie.
330 Paritair comité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten 
331 Paritair comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector 
332 Paritair comité voor de Franstalige en Duitstalige welzijns- en gezondheidssector 
335 Paritair comité voor de dienstverlening aan en de ondersteuning van het bedrijfsleven en de zelfstandigenBeperkt tot de sociale secretariaten en de sociale verzekeringsfondsen, de kinderbijslagkassen en de ondernemingsloketten.
336 Paritair comité voor de vrije beroepen 
337 Aanvullend paritair comité voor de non-profitsectorBeperkt tot:
  - zorg en welzijnswerk aan kwetsbare doelgroepen;
  - het Instituut voor Tropische Geneeskunde en
  - de mutualiteiten.
339 Paritair comité voor de erkende maatschappijen voor sociale huisvesting (en subcomités) 
340 Paritair comité voor de orthopedische technologieën


Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 30 juni 2020.
P. DE CREM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
   Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
   Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
   Gelet op het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
   Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 juni 2020;
   Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 30 juni 2020;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen beslist tijdens de Nationale Veiligheidsraad die is bijeengekomen op 24 juni 2020 hebben gerechtvaardigd; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te hernieuwen en om andere aan te passen;
   Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, op 6, 13, 20 en 29 mei 2020, alsook op 3, 24 en 30 juni 2020;
   Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
   Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
   Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
   Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande de COVID-19 die de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
   Overwegende de verklaring van de regionale directeur van de WHO voor Europa van 3 juni 2020, die stelt dat de overgang naar "een nieuw normaal" dient te zijn gebaseerd op de principes van volksgezondheid, alsook op economische en maatschappelijke overwegingen, en dat de besluitvormers op alle niveaus het leidende principe moeten volgen op grond waarvan de overgang progressief en behoedzaam dient te gebeuren;
   Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in België; dat het totale aantal besmettingen blijft stijgen;
   Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
   Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in België sinds 13 maart 2020;
   Overwegende de adviezen van CELEVAL;
   Overwegende het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO van 22 april 2020;
   Overwegende dat het gevaar zich uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van algemeen belang is dat er een coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiëntie ervan te maximaliseren;
   Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, bepaalde bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, nog steeds een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid;
   Overwegende dat een politiemaatregel houdende een beperking en omkadering van samenscholingen van meer dan vijftien personen bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
   Overwegende dat de voormelde maatregel van dien aard is om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiënten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiënte behandelingen en vaccins te ontwikkelen; dat deze maatregel eveneens de contact tracing kan vergemakkelijken;
   Overwegende het verslag van 22 april 2020 van de GEES (Groep van Experts die belast zijn met de Exit Strategy) dat een gefaseerde aanpak voor het geleidelijk afbouwen van de maatregelen bevat en dat voornamelijk gebaseerd is op drie essentiële aspecten, met name het dragen van een mondmasker, testing en tracing; dat het verslag een evenwicht tracht te verzekeren tussen het behoud van de gezondheid, zij het fysiek of mentaal, het vervullen van de pedagogische opdrachten op vlak van onderwijs en de heropstart van de economie; dat de GEES is samengesteld uit deskundigen van verschillende vakdomeinen, waaronder artsen, virologen en economen;
   Overwegende de adviezen van de GEES;
   Overwegende het Phoenixplan van Comeos voor een herstart van de handel;
   Overwegende de "Gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
   Overwegende de "Gids betreffende de opening van de horeca om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", ter beschikking gesteld op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de protocollen bepaald door de bevoegde ministers in overleg met de betrokken sectoren;
   Overwegende dat de burgemeester, wanneer hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met toepasselijke protocollen, en bijgevolg in strijd met dit ministerieel besluit, een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting kan bevelen in het belang van de openbare gezondheid;
   Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
   Overwegende het overleg in het Overlegcomité;
   Overwegende dat het gemiddelde dagelijkse aantal nieuwe besmettingen en overlijdens die verband houden met het coronavirus COVID-19 sinds enkele weken een neerwaartse trend voortzet; dat het virus evenwel niet verdwenen is van het Belgische grondgebied en blijft circuleren; dat een tweede besmettingsgolf tot dusver niet kan worden uitgesloten;
   Overwegende dat deze gunstige evolutie het mogelijk maakt om de heropening toe te laten van wellnesscentra, met inbegrip van sauna's, van de voor het publiek toegankelijke zwembaden, van casino's en speelautomatenhallen, van pretparken en binnenspeeltuinen, van bioscopen en van kermissen; dat evenwel bepaalde restricties moeten worden voorzien om de risico's van besmetting en verspreiding van het virus te beperken;
   Overwegende dat nog steeds een beroep wordt gedaan op het verantwoordelijkheidsgevoel en de geest van solidariteit van elke burger om de social distancing na te leven en om alle gezondheidsaanbevelingen toe te passen;
   Overwegende dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof een belangrijke rol speelt in de strategie om de maatregelen geleidelijk aan af te bouwen; dat het dragen van mondmaskers dan ook wordt aanbevolen aan de bevolking voor elke situatie waarin de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd, om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan; dat het louter gebruik van een masker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;
   Overwegende dat, zelfs indien ze niet volledig gelijkwaardig zijn in termen van bescherming, gelaatsschermen mogen worden gebruikt, bij wijze van medische uitzondering, wanneer het dragen van een mondmasker problematisch of onmogelijk is;
   Overwegende dat de hygiënemaatregelen essentieel blijven;
   Overwegende dat buitenactiviteiten waar mogelijk de voorkeur krijgen; dat, indien dit niet mogelijk is, de ruimtes voldoende moeten worden verlucht;
   Overwegende dat recepties en banketten die worden verzorgd door een onderneming of vereniging, betere garantie bieden op de naleving van de modaliteiten voorzien door het geldende protocol;
   Overwegende dat het nodig is dat bijkomende voorzorgsmaatregelen worden genomen voor wat betreft mensen die tot een risicogroep behoren;
   Overwegende dat, hoewel de meerderheid van de activiteiten opnieuw is toegelaten, het evenwel noodzakelijk is om bijzondere aandacht te besteden aan activiteiten die een aanzienlijk risico op verspreiding van het virus met zich meebrengen en om activiteiten te blijven verbieden die te nauwe contacten tussen individuen impliceren en/of een groot aantal personen samenbrengen;
   Overwegende dat de gezondheidssituatie op regelmatige basis wordt geëvalueerd; dat dit betekent dat een terugkeer naar striktere maatregelen nooit is uitgesloten;
   Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 28-07-2020 GEPUBL. OP 28-07-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 2; 5; 6bis; 7; 8; 10; 11; 13; 14; 20; 21bis)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 24-07-2020 GEPUBL. OP 24-07-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 4; 5; 5bis; 8; 11; 12; 13; 14; 18; 21bis; 22; 23)
  • originele versie
  • MINISTERIEEL BESLUIT VAN 10-07-2020 GEPUBL. OP 10-07-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 8bis; 18; 21bis; 22)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 3 uitvoeringbesluiten 3 gearchiveerde versies
    Franstalige versie