J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 3 gearchiveerde versies
Erratum Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiėlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/06/26/2020042279/justel

Titel
26 JUNI 2020. - Koninklijk besluit nr. 47 tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3° en 5°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op het toekennen van een tijdelijke premie aan de gerechtigden op bepaalde sociale bijstandsuitkeringen
(NOTA : bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij W 2020-12-24/20, art. 33)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-07-2020 en tekstbijwerking tot 29-07-2021)

Bron : SOCIALE ZEKERHEID
Publicatie : 15-07-2020 nummer :   2020042279 bladzijde : 53689       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-06-26/27
Inwerkingtreding : 15-07-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :1966061301       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en de inkomensgarantie voor ouderen
Art. 2
HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap
Art. 3-4
HOOFDSTUK 4. - Bepalingen betreffende leefloonbegunstigden en begunstigden van een hulpverlening equivalent aan het leefloon
Art. 5-6
HOOFDSTUK 5. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 7-9
HOOFDSTUK 6. . - Wijzigingsbepalingen
Art. 10
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Art. 11-12

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

  Artikel 1.Een tijdelijke premie wordt met ingang vanaf 1 juli 2020 gedurende [3 vijftien opeenvolgende maanden]3 toegekend aan de gerechtigde op:
  1° een gewaarborgd inkomen voor bejaarden bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden.
  2° een inkomensgarantie voor ouderen bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
  3° een inkomensvervangende tegemoetkoming en/of een integratietegemoetkoming krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
  4° een leefloon krachtens artikel 14, § 1 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
  5° een financiėle hulpverlening krachtens artikel 60, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en waarvan deze steun terugbetaald is door de Staat krachtens artikel 1 van het ministerieel besluit van 30 januari 1995 tot regeling van de terugbetaling door de Staat van de kosten van de dienstverlening door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toegekend aan een behoeftige die de Belgische nationaliteit niet bezit en die niet in het bevolkingsregister is ingeschreven.
  ----------
  (1)<W 2020-12-20/10, art. 21, 002; Inwerkingtreding : 09-01-2021>
  (2)<W 2021-04-02/10, art. 66, 003; Inwerkingtreding : 23-04-2021>
  (3)<W 2021-07-18/03, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 08-08-2021>

  HOOFDSTUK 2. - Bepalingen betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en de inkomensgarantie voor ouderen

  Art. 2. De premie bedoeld in artikel 1, 1° en 2° is betaalbaar in zoverre de uitkering die hem rechtvaardigt eveneens betaalbaar is voor dezelfde maand.
  De premie bedoeld in artikel 1, 1° en 2° bedraagt maandelijks 50 euro voor elke begunstigde.

  HOOFDSTUK 3. - Bepalingen betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap

  Art. 3. De premie bedoeld in artikel 1, 3° is betaalbaar vanaf het moment waarop het recht op een tegemoetkoming voor personen met een handicap is toegekend krachtens de voormelde wet van 27 februari 1987.
  De premie bedoeld in artikel 1, 3° bedraagt maandelijks 50 euro voor elke begunstigde.

  Art. 4. De premie bedoeld in artikel 1, 3° wordt niet uitbetaald indien de begunstigde aanspraak maakt op de betaling van de premie bedoeld in artikel 1, 1° of 2°.

  HOOFDSTUK 4. - Bepalingen betreffende leefloonbegunstigden en begunstigden van een hulpverlening equivalent aan het leefloon

  Art. 5. De premie bedoeld in artikel 1, 4° en 5° wordt door het OCMW uitbetaald als maatschappelijke dienstverlening ter aanvulling op het leefloon of de financiėle hulpverlening en is betaalbaar in zoverre de uitkering die hem rechtvaardigt eveneens betaalbaar is voor dezelfde maand.
  De premie bedoeld in artikel 1, 4° en 5° bedraagt maandelijks 50 euro voor elke begunstigde.

  Art. 6. De premie bedoeld in artikel 1, 4° en 5° wordt niet uitbetaald indien de begunstigde aanspraak maakt op de betaling van de premie bedoeld in artikel 1, 1°, 2° of 3°.

  HOOFDSTUK 5. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Art. 7. De premie bedoeld in artikel 1 wordt voor het vaststellen van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden bedoeld in de wet van 1 april 1969 en van de inkomensgarantie voor ouderen bedoeld in de voormelde wet van 22 maart 2001 als een volledig vrijgestelde inkomst beschouwd.

  Art. 8. De premie bedoeld in artikel 1 is niet vatbaar voor overdracht of beslag en is vrijgesteld van elke fiscale en sociaalrechtelijke inhouding.

  Art. 9. § 1. De in artikel 1 bedoelde vervallen en niet-uitbetaalde premie wordt, in geval van overlijden van de gerechtigde, uitbetaald, naargelang het geval, overeenkomstig de modaliteiten voor de uitkering die hem rechtvaardigt respectievelijk voorzien in:
  1° artikel 41 van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen;
  2° artikel 59 van het koninklijk besluit van 29 april 1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
  3° artikel 34 van het koninklijk besluit van 23 mei 2003 betreffende de procedure voor de behandeling van de dossiers inzake tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
  § 2. De in artikel 1 bedoelde vervallen en niet-uitbetaalde premie, wordt in geval van overlijden van de gerechtigde als bedoeld in artikel 1, 4° en 5° uitbetaald overeenkomstig de modaliteiten voorzien in artikel 40 van het koninklijk besluit houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

  HOOFDSTUK 6. . - Wijzigingsbepalingen

  Art. 10. In artikel 21, § 1, eerste lid, van de wet van 13 juni 1966 betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor arbeiders, bedienden, zeevarenden onder Belgische vlag, mijnwerkers en vrijwillig verzekerden, laatst gewijzigd bij de wet van 6 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de bepaling onder k), luidende:
  "k) de premie bedoeld in artikel 1, 1° en 2° van het koninklijk besluit nr. ..... van ................. tot uitvoering van artikel 5, § 1, 3° en 5°, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), met het oog op het toekennen van een tijdelijke premie aan de gerechtigden op bepaalde sociale bijstandsuitkeringen;";
  2° in de bepaling onder 2°, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
  "b) de Federale Pensioendienst wat betreft de in 1°, a, c, d, e, h, i, j, k en, in voorkomend geval, f en g bedoelde voordelen.".

  HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen

  Art. 11. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 12. De minister bevoegd voor Justitie, de minister bevoegd voor Financiėn, de minister bevoegd voor Sociale Zaken, de minister bevoegd voor Pensioenen, de minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie en de minister bevoegd voor Personen met een beperking zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 26 juni 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk, belast met Armoedebestrijding,
Gelijke Kansen en Personen met een beperking,
N. MUYLLE
De Minister van Justitie,
K. GEENS
De Minister van Financiėn,
A. DE CROO
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK
De Minister van Pensioenen,
D. BACQUELAINE
De Minister van Maatschappelijke Integratie,
D. DUCARME

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), artikelen 2, 5, § 1, 3°
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Gelet op de adviezen van de Inspecteurs van Financiėn, gegeven op 10 en 13 juni 2020;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 17 juni 2020;
   Gelet op het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse gezien de hoogdringendheid gemotiveerd door de noodzaak om onverwijld de sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie op te vangen;
   Gelet op het advies nr. 67.647/1 van de Raad van State, gegeven op 25 juni 2020, met toepassing van artikel 4, derde lid, van de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (I);
   Overwegende het feit dat de crisis van COVID-19 een grote economische crisis en bijkomende kosten veroorzaakt die tot armoede kunnen leiden;
   Overwegende dat krachtens artikel 23 van de Grondwet ieder het recht heeft een menswaardig leven te leiden;
   Overwegende het feit dat er behoefte is aan hulp voor de meest kwetsbaren;
   Overwegende dat het meest kwetsbare publiek afhankelijk is van de sociale bijstandsuitkeringen;
   Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van Financiėn, de Minister van Sociale Zaken, de Minister van Pensioenen, de Minister van Maatschappelijke Integratie en de Minister van Werk, belast met Armoedebestrijding, Gelijke Kansen en Personen met een beperking en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Erratum Tekst Begin

originele versie
2020042387
PUBLICATIE :
2020-07-23
bladzijde : 55201

Erratum



Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 18-07-2021 GEPUBL. OP 29-07-2021
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • WET VAN 02-04-2021 GEPUBL. OP 13-04-2021
    (GEWIJZIGD ART. : 1)
  • originele versie
  • WET VAN 24-12-2020 GEPUBL. OP 15-01-2021
    (GEWIJZIGD ART. : BEVESTIGING)
  • originele versie
  • WET VAN 20-12-2020 GEPUBL. OP 30-12-2020
    (GEWIJZIGD ART. : 1)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE KONING
       Sire,
       Ik heb de eer Uwe Majesteit een ontwerp van koninklijk besluit ter ondertekening voor te leggen dat aan de gerechtigden op bepaalde sociale bijstandsuitkeringen een maandelijkse premie van 50 euro toekent voor de maanden juli 2020 tot en met december 2020.
       Deze tijdelijke premie is bedoeld om de negatieve gevolgen en bijkomende kosten op te vangen die de COVID-19-pandemie voor deze kwetsbare categorieėn veroorzaakt.
       Opzet van het koninklijk besluit:
       De COVID-19-pandemie heeft een grote economische crisis en bijkomende kosten veroorzaakt die tot armoede kunnen leiden.
       Volgens de studies van het Federaal Planbureau zal de daling van het welvaartsniveau van de Belgen voor de komende maanden groter zijn dan in 2008.
       Dit risico op armoede is nog groter voor de kwetsbare categorieėn die reeds een beroep moeten doen op sociale bijstand.
       Deze gezinnen werden immers al geconfronteerd met veel ontbering tijdens de lockdownperiode. Met de economische en sociale crisis die om zich heen grijpt, is het moeilijk voor deze gezinnen om nog meer te verduren in de komende maanden. Zij hebben nood aan een duwtje in de rug om deze negatieve impact te beperken.
       Aangezien krachtens artikel 23 van de Grondwet ieder het recht heeft een menswaardig leven te leiden, is het de bedoeling om door de toekenning van een tijdelijke premie de negatieve effecten van de COVID-19 pandemie op te vangen.
       Daarom wordt de premie toegekend vanaf 1 juli 2020.
       De wens is dat elke begunstigde van een sociale bijstandsuitkering de gevolgen van de Corona-crisis beter kan dragen, ongeacht zijn categorie.
       Deze tijdelijke premie kan toegekend worden aan de gerechtigden op de volgende sociale bijstands-uitkeringen:
       * een gewaarborgd inkomen voor bejaarden bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden (hierna: het GI);
       * een inkomensgarantie voor ouderen bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (hierna: de IGO);
       * een integratietegemoetkoming en/of inkomensvervangende tegemoetkoming krachtens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap (hierna: de tegemoetkomingen aan personen met een handicap);
       * een leefloon krachtens artikel 14, § 1 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (hierna: het leefloon);
       * een financiėle hulpverlening krachtens artikel 60, § 3, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en waarvan deze steun terugbetaald is door de Staat krachtens artikel 1 van het ministerieel besluit van 30 januari 1995 tot regeling van de terugbetaling door de Staat van de kosten van de dienstverlening door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toegekend aan een behoeftige die de Belgische nationaliteit niet bezit en die niet in het bevolkingsregister is ingeschreven (hierna: de hulpverlening equivalent aan het leefloon).
       Gemeenschappelijke regels:
       Voor deze tijdelijke premie gelden, ongeacht de sociale bijstandsuitkering die haar rechtvaardigt, de volgende gemeenschappelijke regels:
       * de premie is tijdelijk en wordt enkel toegekend voor de maanden juli 2020 tot en met december 2020;
       * het maandelijks bedrag van de premie bedraagt 50 euro per begunstigde;
       * de premie kan over de verschillende sociale bijstandsuitkeringen heen slechts eenmaal aan een gerechtigde betaald worden. Hierbij wordt eerst de mogelijkheid tot betaling op basis van het GI of de IGO onderzocht. Nadien wordt de betaling op basis van één van de tegemoetkomingen voor personen met een handicap onderzocht. Tot slot wordt de mogelijkheid tot betaling op basis van het leefloon of een hulpverlening equivalent aan het leefloon, onderzocht;
       * Teneinde de betrokken personen maximaal te ondersteunen is de premie niet vatbaar voor overdracht of beslag en vrijgesteld van elke fiscale en sociaalrechtelijke inhouding;
       * De premie wordt voor de vaststelling van het recht op het GI of de IGO beschouwd als een volledig vrijgesteld inkomen;
       * In geval van overlijden van de gerechtigde kan de premie als achterstal uitgekeerd worden op dezelfde wijze als de uitkering die haar rechtvaardigt.
       Hiernaast gelden er bepaalde regels voor deze premie die eigen zijn aan de sociale bijstandsuitkering die haar rechtvaardigt.
       Regels specifiek voor het GI en de IGO:
       De premie enkel is betaalbaar in zoverre het GI of de IGO die haar rechtvaardigt eveneens betaalbaar is voor dezelfde maand.
       De premie bedraagt maandelijks 50 euro voor de gerechtigde op de betaling van een GI of een IGO.
       De bepalingen inzake verjaring en terugvordering voorzien in artikel 21 van de wet van 13 juni 1966 betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor arbeiders, bedienden, zeevarenden onder Belgische vlag, mijnwerkers en vrijwillig verzekerden zijn eveneens van toepassing op deze premie.
       Regels specifiek voor de tegemoetkomingen aan personen met een handicap:
       De premie wordt betaald zodra het recht op een invaliditeitsuitkering is toegekend. Overeenkomstig het reglement treedt het recht op de premie dus in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de persoon voldoet aan de wettelijke voorwaarden om van een dergelijke tegemoetkoming te genieten en ten vroegste op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van indiening van de aanvraag.
       De premie bedraagt maandelijks 50 euro voor elke begunstigde.
       Artikel 4 bepaalt dat de premie niet wordt toegekend aan personen met een handicap die deze kunnen verkrijgen in het kader van hun recht op een GI of een IGO.
       Regels specifiek voor leefloonbegunstigden en begunstigden van een hulpverlening equivalent aan het leefloon:
       Deze premie wordt per maand toegekend voor zover dat de begunstigde voor die maand een leefloon of een hulpverlening equivalent hieraan ontvangt.
       Deze premie bedraagt maandelijks 50 euro voor elke begunstigde.
       Inwerkingtreding:
       Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
       Ik heb de eer te zijn,
       Sire,
       Van Uwe Majesteit,
       de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
       De Minister van Justitie,
       K. GEENS
       De Minister van Financiėn,
       A. DE CROO
       De Minister van Sociale Zaken,
       M. DE BLOCK
       De Minister van Pensioenen,
       D. BACQUELAINE
       De Minister van Maatschappelijke Integratie,
       D. DUCARME
       De Minister van Werk, belast met Armoedebestrijding,
       Gelijke Kansen en Personen met een beperking,
       N. MUYLLE

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel 3 gearchiveerde versies
    Erratum Franstalige versie