einde

Publicatie : 2020-06-22

Beeld van de publicatie
VLAAMSE OVERHEID

12 JUNI 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ondanks de versoepelde coronavirusmaatregelen, tot wijziging van de artikelen 1, 9 en 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus, en tot wijziging van de artikelen 1, 6, 9 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus



Rechtsgronden
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, artikel 35;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart inzake het coronavirus.
Vormvereisten
De volgende vormvereiste zijn vervuld:
- De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 10 juni 2020;
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 12 juni 2020;
- Er is geen advies gevraagd aan de Raad van State, met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Er is een dringende noodzakelijkheid omdat ondernemingen nog steeds geconfronteerd worden met een omzetdaling of een verplichte sluiting in gevolge de coronavirusmaatregelen. Om deze ondernemingen financieel te steunen is er dringend nood aan een verlenging van de steunmaatregelen.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op het volgende motief:
- De Vlaamse ondernemingen worden geconfronteerd met een omzetdaling of een verplichte sluiting van hun zaak wegens de federale coronamaatregelen zoals beslist door de Nationale Veiligheidsraad vanaf donderdag 12 maart 2020. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, ondersteunt ondernemingen met een vestiging in Vlaanderen en een omzetdaling ingevolge de coronamaatregelen door het toekennen van een forfaitaire subsidie, en ondernemingen die verplicht gesloten zijn ingevolge de coronamaatregelen door het toekennen van een forfaitaire subsidie en een sluitingspremie. Gezien bepaalde ondernemingen nog steeds geconfronteerd worden met een omzetdaling, ook na doorstart van deze onderneming, of een verplichte sluiting ingevolge de versoepelde coronavirusmaatregelen wenst de minister de werking van de steuninstrumenten te verlengen.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
HOOFDSTUK 1. - Toekenning van steun aan ondernemingen
die een omzetdaling hebben ondanks de versoepelde coronavirusmaatregelen
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
2° coronavirusmaatregelen: de maatregelen van de Nationale Veiligheidsraad genomen vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus en de daaruit voortvloeiende maatregelen van de bevoegde autoriteiten inzake burgerlijke veiligheid;
3° corona hinderpremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus;
4° corona compensatiepremie: de steun krachtens het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart inzake het coronavirus;
5° omzetdaling: de daling van de omzet, exclusief de btw en op basis van de dagontvangsten, geleverde prestaties of de tijdregistratie in de doorstartperiode. Als referentieperiode geldt dezelfde periode in 2019. Voor ondernemingen die nog niet gestart waren in de voormelde periode van 2019 wordt de omzetdaling in de referentieperiode vergeleken met de verwachte omzet, vermeld in het financieel plan. Als de omzet in de voormelde periode van 2019 abnormaal laag is wegens een uitzonderlijke gebeurtenis die gemotiveerd wordt, wordt die periode vervangen door een andere referentieperiode;
6° doorstartperiode: de periode waarin de onderneming doorstart na de versoepeling van de coronavirusmaatregelen. Voor de ondernemingen die behoren tot het toepassingsgebied van de corona hinderpremie wegens een verplichte sluiting is de doorstartperiode de maand volgend op de opheffing van deze verplichte sluiting, respectievelijk 11 mei, 18 mei of 8 juni 2020. Voor de ondernemingen die na het opheffen van deze verplichte sluiting vrijwillig gesloten bleven is de doorstartperiode de maand volgend op de dag van heropening, uiterlijk binnen een week na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van dit besluit. Voor de ondernemingen die behoren tot het toepassingsgebied van de corona compensatiepremie is de doorstartperiode de periode van 1 mei tot 31 mei 2020;
7° onderneming: de natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent in hoofd- of bijberoep, de vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht, de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut en de vereniging met een economische activiteit.
De vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht en de buitenlandse onderneming met een vergelijkbaar statuut moeten minstens één voltijdsequivalent werkende vennoot of bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
De vereniging met een economische activiteit moet bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel tewerkstellen.
De onderneming beschikt op 1 mei 2020 over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Met een zelfstandige in hoofdberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen heeft van minstens 13.993,78 euro.
Met de zelfstandige in bijberoep wordt gelijkgesteld de zelfstandige die in 2019 een beroepsinkomen heeft tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefent die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
Een startende zelfstandige die in 2019 geen volledig beroepsinkomen heeft, wordt gelijkgesteld met één van bovenstaande gevallen gelet op het verwachte beroepsinkomen, vermeld in het financieel plan.
Art. 2. Deze regelgeving valt onder de toepassing van de verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (Publicatieblad van 24 december 2013, L 352, blz. 1-8), en de latere wijzigingen ervan.
Art. 3. Een forfaitaire subsidie van 2000 euro wordt toegekend aan ondernemingen.
In afwijking van het eerste lid wordt een éénmalige forfaitaire subsidie van 1000 euro toegekend aan de zelfstandigen in bijberoep die in 2019 een beroepsinkomen hebben tussen 6.996,89 euro en 13.993,78 euro en geen betrekking als loontrekkende uitoefenen die 80% of meer bedraagt van een voltijdse betrekking.
Art. 4. De ondernemingen moeten een omzetdaling hebben in de doorstartperiode van minstens 60% ten gevolge van de coronavirusmaatregelen.
Art. 5. Enkel ondernemingen die onder het toepassingsgebied vallen van hetzij de corona hinderpremie, hetzij de corona compensatiepremie komen in aanmerking voor deze forfaitaire subsidie.
Ondernemingen die geen aanvraag indienden voor het bekomen van een corona hinderpremie of een corona compensatiepremie, dienen het oorzakelijk verband tussen de substantiële exploitatiebeperkingen die ze ondervonden door de coronavirusmaatregelen en de omzetdaling omstandig te motiveren in de aanvraag, vermeld in artikel 10 van dit besluit.
Enkel ondernemingen met een actieve bedrijfsvoering in de doorstartperiode komen in aanmerking voor deze forfaitaire subsidie. Ondernemingen die onder het toepassingsgebied van de corona hinderpremie vallen dienen hun zaak heropend te hebben binnen de periode van een week na het opheffen van deze verplichte sluiting, of uiterlijk binnen de periode van een week na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van dit besluit.
Art. 6. De forfaitaire subsidie wordt verhoogd als de onderneming beschikt over één of meer bijkomende exploitatiezetels waar bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid minstens één voltijdsequivalent ingeschreven personeel is tewerkgesteld. Dat betekent dat de verhoging wordt berekend door de forfaitaire subsidie te vermenigvuldigen met de voormelde bijkomende exploitatiezetels. De verhoging is beperkt tot maximaal vier bijkomende exploitatiezetels in het Vlaams Gewest.
Art. 7. De forfaitaire subsidie en de verhoging, vermeld in artikel 6, wordt per onderneming toegekend.
Art. 8. De volgende ondernemingen komen niet in aanmerking voor de forfaitaire subsidie:
1° ondernemingen die zich in één van de volgende rechtstoestanden bevinden:
a) ontbinding;
b) stopzetting;
c) faillissement;
d) vereffening;
2° holdings, management-, of patrimoniumvennootschappen;
3° de ondernemingen waarvan de zaakvoerder als bestuurder, vennoot of zaakvoerder verbonden is met een andere onderneming die de forfaitaire subsidie heeft ontvangen en waaraan zij zakelijke diensten verlenen;
4° de ondernemingen die achterstallige schulden hebben bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen naar aanleiding van een terugvordering van een onterecht ontvangen corona hinderpremie of corona compensatiepremie;
5° de ondernemingen die op 1 mei 2020 nog niet opgestart waren en beschikten over een actieve exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest overeenkomstig de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Art. 9. De steun verleend in het kader van dit besluit kan niet gecumuleerd worden met de achtergestelde lening verleend door PMV ten gevolge van de coronavirusmaatregelen van meer dan 75.000 euro.
De steun verleend in het kader van dit besluit is intuitu personae en kan niet overgedragen worden aan een derde en is niet vatbaar voor beslag.
Art. 10. De onderneming dient een subsidieaanvraag in via de website van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, VLAIO genoemd, en vermeldt daarbij haar ondernemingsnummer.
De subsidieaanvraag moet ten laatste op 15 augustus 2020 worden ingediend. De subsidieaanvraag wordt elektronisch afgehandeld.
Het Agentschap Innoveren en Ondernemen onderzoekt de naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij dit besluit en beslist of de subsidie toegekend wordt.
De onderneming ontvangt een schriftelijke kennisgeving van de beslissing, vermeld in het derde lid.
Als het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist dat de subsidie wordt toegekend, wordt ze uitbetaald.
De subsidie wordt alleen uitbetaald op een Belgisch rekeningnummer op naam van de begunstigde onderneming. De begunstigde onderneming blijft steeds verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden waarbij de steun werd toegekend en voor de verantwoording van de aanwending ervan.
Art. 11. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de waarachtigheid van de door de onderneming gerapporteerde omzetdaling controleren op basis van administratieve gegevens en van de boekhouding van de onderneming, en dit zowel voorafgaandelijk aan als tot vijf jaar na de uitbetaling van de subsidie.
In toepassing van artikel 40 van het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, wordt de subsidie teruggevorderd binnen zes jaar na de indieningsdatum van de steunaanvraag in geval van niet-naleving van de voorwaarden die zijn opgelegd bij het decreet van 16 maart 2012, dit besluit of de uitvoeringsbesluiten.
Ondernemingen moeten de subsidies die ten onrechte ontvangen werden, terugbetalen aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art. 12. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan bijkomende modaliteiten en preciseringen bepalen.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart inzake het coronavirus.
Art. 13. Aan artikel 1, 4° van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 april 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die een omzetdaling hebben ten gevolge van de exploitatiebeperkingen opgelegd door de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart inzake het coronavirus wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Een startende zelfstandige die in 2019 geen volledig beroepsinkomen heeft, wordt gelijkgesteld met één van bovenstaande gevallen gelet op het verwachte beroepsinkomen, vermeld in het financieel plan."
Art. 14. In artikel 9, eerste lid van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "de achtergestelde lening" en "en de Gigarantwaarborg" de zinsnede "van meer dan 75.000 euro" ingevoegd.
Art. 15. In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit worden tussen de woorden "van" en "door" het woord "de", en tussen de woorden "basis" en "administratieve" de woorden "van de" ingevoegd.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus
Art. 16. In artikel 1, 2° van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus wordt tussen de zinsnede "vanaf 12 maart 2020" en het woord "inzake" de zinsnede "tot en met 3 juni" ingevoegd.
Art. 17. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
"Vanaf 8 juni 2020 wordt de bijkomende sluitingspremie enkel toegekend aan ondernemingen die ten gevolge van de coronavirusmaatregelen verplicht volledig gesloten zijn en waarbij de fysieke locatie gesloten is."
Art. 18. In artikel 9, eerste lid van hetzelfde besluit wordt de zin "De subsidieaanvraag moet binnen de dertig kalenderdagen na de verplichte sluitingsperiode ten gevolge van de coronavirusmaatregelen worden ingediend." vervangen door de zin "De initiële subsidieaanvraag moet ten laatste op 30 juni 2020 worden ingediend."
Art. 19. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 12. Dit besluit treedt in werking op 14 maart 2020."
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van de artikelen 13, 14 en 15 die in werking treden op 10 april 2020, en de artikelen 16, 17 en 18 die in werking treden op 20 maart 2020.
De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, kan dit besluit opheffen.
Brussel, 12 juni 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw,
H. CREVITS


begin

Publicatie : 2020-06-22