J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/06/11/2020041783/justel

Titel
11 JUNI 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 42 betreffende de toekenning van specifieke steun aan de gezinnen inzake gas en elektriciteit in het kader van de sanitaire crisis COVID-19
(NOTA : bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij DWG 2020-12-03/07, art. 18) Zie wijziging(en)

Bron : WAALSE OVERHEIDSDIENST
Publicatie : 19-06-2020 nummer :   2020041783 bladzijde : 45568       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-06-11/21
Inwerkingtreding : 20-06-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020040725       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-7

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° het besluit betreffende de elektriciteitsmarkt : het Besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2006 betreffende de openbare dienstverplichtingen op de elektriciteitsmarkt;
  2° het besluit betreffende de gasmarkt: het besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2006 betreffende de openbare dienstverplichtingen op de gasmarkt
  3° sociale leverancier : distributienetbeheerder die aan de beschermde afnemer levert overeenkomstig artikel 26 van het decreet betreffende de elektriciteitsmarkt en artikel 30 van het decreet betreffende de gasmarkt.

  Art. 2. Een eenmalige en uitzonderlijke steun COVID-19, ten bedrage van vijfenzeventig euro voor gas en honderd euro voor elektriciteit, wordt per 30 juni 2020 toegekend aan de residentiële afnemer met een actieve budgetmeter door middel van een budgetmetervulling. Deze steun wordt verleend tot en met 30 oktober 2020. Zodra de klant zijn kaart weer in zijn budgetmeter heeft gestoken, toont deze automatisch een positief saldo van € 100 aan elektriciteit en € 75 aan gas, ongeacht het vorige saldo en/of de eerder opgeladen bedragen.
  De distributienetbeheerders nemen alle maatregelen om de afnemer met een budgetmeter op de hoogte te brengen van de noodzaak om zijn kaart aan het einde van de periode van 18 maart tot 30 juni 2020 snel te vegen op een oplaadpunt, om te kunnen genieten van de COVID-19-steun en om een onderbreking te voorkomen. Deze mededelingen herinneren de afnemer aan de voorwaarden die de distributienetbeheerder heeft opgesteld om te voldoen aan artikel 1 van het besluit van de Waalse regering van 18 maart 2020 betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter en de gevolgen daarvan op zijn factuur. De distributienetbeheerders herinneren hun afnemers tot eind oktober één keer per maand met alle passende communicatiemiddelen aan de voorwaarden voor de toekenning van de steun.
  Voor afnemers met budgetmeters die hebben geprofiteerd van de voorwaarden die de distributienetbeheerders hebben opgesteld in overeenstemming met artikel 1 van het voornoemde besluit van de Waalse regering van 18 maart 2020, stelt de distributienetbeheerder de laatst bekende index op het moment dat de afnemer zijn kaart heeft gebruikt, overeenkomstig lid 1, op en zendt deze binnen 15 dagen door om te kunnen profiteren van de COVID-19-steun.
  De leverancier stuurt de afnemer een regularisatiefactuur met het verbruik dat hij in de periode van 18 maart tot 30 juni aan de afnemer heeft geleverd. Deze factuur wordt zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 30 dagen opgesteld. In geval van een regularisatie ten voordele van de afnemer zal de terugbetaling van het te veel geïnde bedrag geschieden zoals voorzien in de algemene voorwaarden van de leverancier en dit uiterlijk binnen dertig dagen volgend op de datum van de regularisatie factuur.
  Wanneer de afnemer het bedrag van zijn factuur niet op de vervaldag heeft betaald, past de leverancier de procedures toe die van toepassing zijn op de residentiële afnemer in geval van niet-betaling, zoals uiteengezet in hoofdstuk IV, afdeling II, artikelen 29 tot 30 quater voor het besluit betreffende de elektriciteitsmarkt en hoofdstuk IV, afdeling II, artikelen 32 tot 33 quater voor het besluit betreffende de gasmarkt.
  Uiterlijk op 30 september 2020 stelt de regering, op voorstel van de minister bevoegd voor energie, op advies van CWaPE en in overleg met de leveranciers, de distributienetbeheerders en de sociale verenigingen, de voorwaarden vast voor de terugbetaling van de onbetaalde sommen die nog verband houden met de in lid 3 bedoelde regularisatiefacturen.
  In afwijking van de bepalingen van het besluit betreffende de elektriciteitsmarkt en het Besluit betreffende de gasmarkt, zijn de kosten en interesten die aan de afnemer worden aangerekend voor de uitgifte en inning van deze factuur geplafonneerd op een maximum van vijf euro per energie.

  Art. 3. Het Gewest neemt de kosten van de in artikel 2 bedoelde steun voor zijn rekening via een specifiek begrotingsartikel.
  De distributienetbeheerder stelt de Administratie in kennis van het in artikel 2 bedoelde aantal afnemers. In de kennisgeving, die samen met de in artikel 2, lid 3, bedoelde informatie wordt toegezonden, wordt per leverancier het aantal betrokken afnemers vermeld, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de gasvector enerzijds en de elektriciteitsvector anderzijds.
  De leverancier, met inbegrip van de sociale leverancier, stelt de administratie uiterlijk op 31 augustus 2020 in kennis van een aangifte van schuldvordering op erewoord met vermelding van het totale bedrag van de verleende steun en het aantal begunstigde afnemers voor gas enerzijds en voor elektriciteit anderzijds, voor de in artikel 2, lid 3, bedoelde afnemers. Voor de andere afnemers stelt de leverancier, met inbegrip van de sociale leverancier, de administratie uiterlijk op 30 november 2020 in kennis van een aangifte van schuldvordering op erewoord met vermelding van het totale bedrag van de toegekende steun en het aantal afnemers dat de steun voor gas enerzijds en voor elektriciteit anderzijds heeft ontvangen.
  De administratie controleert zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 30 dagen de samenhang met de door de distributienetbeheerders verstrekte informatie. Na controle wordt het bedrag van de COVID-19 steun binnen 30 dagen aan de leverancier en de sociale leverancier terugbetaald.

  Art. 4. Een bijkomende tussenkomst van het Gewest ten belope van 1,7 miljoen euro, alsook het eventuele saldo van het budget dat overblijft na de terugbetaling overeenkomstig artikel 3, lid 3, bij de leveranciers en sociale leveranciers, wordt toegekend aan het O.C.M.W., in verhouding tot het aantal begunstigden van het leefloon, om in te grijpen in de betaling van de elektriciteits- of gasrekeningen van precaire gezinnen.
  De in lid 1 bedoelde tussenkomst wordt uitgevoerd na een sociaal onderzoek door het OCMW, met name voor de facturen bedoeld in artikel 2, lid 3, van de gezinnen, alsook voor de facturen van de onbeschermde afnemers die door de distributienetbeheerder worden bevoorraad overeenkomstig artikel 31, § 5, van het decreet betreffende de elektriciteitsmarkt of artikel 34, § 6, van het decreet betreffende de gasmarkt.

  Art. 5. In artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2020 betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter, vervangen door erratum op 2 april 2020, worden de zinnen "Alle lopende procedures tot plaatsing van een budgetmeter worden geannuleerd. Afnemers blijven door hun leverancier overeenkomstig hun huidig contract bevoorraad." opgeheven.

  Art. 6. Dit besluit treedt in werking op de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 7. De Minister van Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Namen, 11 juni 2020.
Voor de Regering:
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Klimaat, Energie en Mobiliteit,
Ph. HENRY

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Waalse Regering,
   Gelet op het decreet van 17 maart 2020 tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de sanitaire crisis COVID-19, artikel 1;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2020 betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter;
   Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 20 mei 2020;
   Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 april en 7 mei 2020;
   Gelet op het rapport van 20 mei 2020 opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
   Gelet op het advies van de CWaPE, gegeven op 29 mei 2020;
   Gelet op het advies 67.470 van de Raad van State gegeven op 2 juni 2020 overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
   Gelet op het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, inzonderheid op artikel 33/bis/2, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2018;
   Gelet op het decreet van 19 december 2002 betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt, artikel 32, vervangen bij het decreet van 17 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2015;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2006 betreffende de openbare dienstverplichtingen op de elektriciteitsmarkt;
   Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 maart 2006 betreffende de openbare dienstverplichtingen op de gasmarkt,
   Gelet op de dringende noodzaak om specifieke steun te verlenen na de uitzonderlijke sanitaire crisis in verband met COVID-19 en de gevolgen daarvan in termen van onzekerheid, met name op het gebied van energie;
   Gelet op de noodzaak om de rechtsonzekerheid voor de betrokken netbeheerders, leveranciers en gezinnen te verminderen door de wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2020 betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter;
   Op de voordracht van de Minister van Energie;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • DECREET WAALSE GEWEST VAN 03-12-2020 GEPUBL. OP 14-12-2020
    (GEWIJZIGD ART. : BEKRACHTIGING)

  • Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
       VERSLAG AAN DE WAALSE REGERING,
       1. Algemene presentatie
       Op 22 april heeft de Regering besloten een eenmalige steun van 100 euro toe te kennen aan gezinnen die zijn uitgerust met een elektriciteitsbudgetmeter en 75 euro aan gezinnen die zijn uitgerust met een gasbudgetmeter om hen te helpen de schuld af te lossen die zij tijdens de lockdownperiode bij hun leverancier zullen hebben aangegaan. In dit decreet wordt voorgesteld deze steun te verlenen door middel van een nieuwe lading van de budgetmeter.
       De steun kan tot 30 oktober worden verleend. Als sommige gezinnen hun steun niet volgens plan terugvorderen, zal het begrotingssaldo worden toegewezen aan de OCMW's, die extra steun kunnen verlenen aan gezinnen die onder de budgetmeter zitten en die moeite hebben om hun schuld bij hun leverancier af te lossen. Bovendien wordt steun verleend aan precaire gezinnen die worden getroffen door een procedure voor de installatie van een budgetmeter vóór 18 maart en die vanwege de lockdownperiode in levering X zijn gehouden. Deze steun zal ook worden verleend via het OCMW.
       2. Commentaar op de artikelen
       In artikel 2, eerste alinea, worden de bepalingen vastgesteld voor de toekenning van de steun via de budgetmeter en voor de aanpassing van de meter op het ogenblik van de toekenning van de steun. In het tweede paragraaf worden de verplichtingen van de distributienetbeheerders gespecificeerd met betrekking tot het informeren van de afnemers over de bepalingen die zijn vastgesteld om te voldoen aan artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter. Ook wordt bepaald dat de gezinnen één keer per maand op de hoogte moeten worden gebracht van de wijze waarop de steun wordt verleend.
       In de paragrafen 3 en 4 worden de procedures beschreven voor het opstellen van de meting van het verbruik voor gezinnen die gebruik hebben gemaakt van de in het bovengenoemde BWR opgenomen regelingen, en voor leveranciers om binnen 30 dagen een regularisatiefactuur te sturen met vermelding van het verbruik voor de periode waarin de vooruitbetaling werd opgeschort. Paragraaf 4 bepaalt dat de leverancier bij een positief saldo het saldo moet terugbetalen binnen een termijn die in overeenstemming is met zijn algemene voorwaarden en niet later dan 30 dagen.
       In paragraaf 5 worden de procedures gespecificeerd die van toepassing zijn in geval van niet-betaling van de regularisatiefactuur. De gebruikelijke procedures (herinnering, ingebrekestelling, afsluiting van een betalingsplan) zijn van toepassing op de regularisatiefactuur. In afwijking van de gebruikelijke regels worden de kosten in verband met deze procedures beperkt tot een maximum van 5 euro per energie, zoals gespecificeerd in paragraaf 7.
       Paragraaf 6 voorziet in de vaststelling door de regering van regelingen voor de terugbetaling van de onbetaalde sommen van deze regularisatiefactuur.
       In artikel 3 worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de distributienetbeheerders het aantal klanten dat bijstand heeft ontvangen, moeten registreren en rapporteren, en deze informatie aan de leveranciers en de administratie moet worden meegedeeld. Ook worden de procedures voor de toezending van de aangiftes van schuldvordering van de leverancier en sociale leverancier aan de administratie, de controle van deze aangiftes en de betaling ervan door de administratie gespecificeerd.
       Artikel 4 bepaalt dat aan de OCMW's specifieke middelen ter beschikking worden gesteld, op basis van het aantal gezinnen dat binnen hun gemeente het leefloon geniet, om gezinnen die uitgerust zijn met een budgetmeter te helpen bij de terugbetaling van de restschuld van de bovenvermelde regularisatiefactuur, of precaire gezinnen die betrokken zijn bij een procedure voor de installatie van een budgetmeter vóór 18 maart 2020.
       In artikel 5 wordt de zin "Alle lopende procedures tot plaatsing van een budgetmeter worden geannuleerd. Afnemers blijven door hun leverancier overeenkomstig hun huidig contract bevoorraad." van artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2020 betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter, vervangen door erratum op 2 april 2020, opgeheven. Deze opheffing werd noodzakelijk gemaakt door de aanzienlijke operationele kosten die deze bepaling voor de netwerkbeheerders en -leveranciers met zich meebracht. Het had ook kunnen leiden tot onbegrip bij de betrokken afnemers, vanwege tegenstrijdige informatie over hun situatie, en tot extra kosten voor deze huishoudens, die verband houden met de inning van bestaande schulden bij hun leverancier.
       
       Advies van de Raad van State nr. 67.470/4 van 2 juni 2020 Afdeling Wetgeving
       Op 25 mei 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Minister-President en Minister van Klimaat, Energie en Mobiliteit van het Waalse Gewest verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp-besluit van de Waalse Regering `betreffende de toekenning van specifieke steun aan de gezinnen inzake gas en elektriciteit in het kader van de sanitaire crisis COVID-19'.
       Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 2 juni 2020.De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Luc CAMBIER en Bernard BLERO, staatsraden, en Charles-Henri Van Hove, toegevoegd griffier.
       Het verslag is uitgebracht door Anne VAGMAN, eerste auditeur.
       Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 2 juni 2020.
       *
       Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.
       De motivering in de brief luidt als volgt:
       "De reden voor de dringendheid is als volgt:
       Gelet op de dringende noodzaak om specifieke steun te verlenen na de uitzonderlijke gezondheidscrisis in verband met COVID-19 en de gevolgen daarvan in termen van onzekerheid, met name op energetisch vlak; gelet op de noodzaak om de rechtsonzekerheid voor de betrokken netbeheerders, leveranciers en gezinnen te verminderen door de wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2020 betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter".
       Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
       Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
       ALGEMENE OPMERKINGEN
       1. Het ontwerpbesluit beoogt de invoering van steun ten gunste van bepaalde gas- en elektriciteitsverbruikers in de vorm van steun van het Waals Gewest ten belope van 75 of 100 EUR, naargelang het geval, voor de kosten van de gas- en elektriciteitsfactuur. Volgens artikel 5 van het project wordt het eventuele saldo van de begroting dat overblijft na de betaling van deze financiële tegemoetkomingen, na een sociaal onderzoek, toegewezen aan het OCMW's voor de in artikel 2, lid 3, van het project bedoelde facturen, met het oog op de betaling van de elektriciteits- of gasfacturen van precaire gezinnen.
       Hij is tevens voornemens artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 18 maart 2020 `betreffende de noodmaatregelen inzake de budgetmeter' te wijzigen door de volgende zinnen op te heffen:
       "Alle lopende procedures tot plaatsing van een budgetmeter worden geannuleerd. Afnemers blijven door hun leverancier overeenkomstig hun huidig contract bevoorraad".
       2. De rechtsgrond voor het ontwerpbesluit is artikel 33bis/2 van het decreet van 12 april 2001 `betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt' en artikel 32 van het decreet van 19 december 2002 `betreffende de organisatie van de gewestelijke gasmarkt'.
       Artikel 33bis/2 van het decreet van 12 april 2001 bepaalt het volgende:
       "Tijdens weekend- en avondperiodes mag de levering van elektriciteit door de distributienetbeheerder niet worden onderbroken als gevolg van het gebruik van de voorafbetalingsfunctie. De Regering bepaalt deze periodes en de invorderingsmodaliteiten".
       Artikel 32 van het decreet van 19 december 2002 luidt als volgt:
       " § 1. Na advies van de CWaPE legt de Regering de netbeheerders duidelijk gedefinieerde, transparante, niet-discriminatoire openbare dienstverplichtingen op waarvan de inachtneming door de CWaPE wordt gecontroleerd. Het gaat onder andere om de volgende verplichtingen :
       1° de veiligheid, regelmaat en kwaliteit van de gasleveringen verzekeren;
       2° inzake dienstverlening aan de gebruikers :
       a) onverminderd 5°, op het net elke eindafnemer die het vraagt, aansluiten tegen de prijzen die in overeenstemming met artikel 15 worden bekendgemaakt;
       b) de meet- en teltoestellen installeren en het geheel van de meet- en telgegevens beheren die nodig zijn voor het beheer van het net en de marktprocessen;
       c) een doeltreffende klachtendienst verzekeren;
       d) de doelstellingen eerbiedigen inzake prestaties die de CWaPE in overleg met de netbeheerders heeft gedefinieerd, op zijn minst wat betreft de gegevensuitwisseling met de leveranciers, de aanvragen voor aansluiting of wijziging van de aansluiting [2, met inbegrip van de plaatsing van de budgetmeters, het beheer van de klachten van de gebruikers van het net en het beheer van de vergoedingsaanvragen en de procedure die er recht op geeft, de respectievelijke prestaties van elke distributienetbeheerder t.o.v. deze doelstellingen wordt jaarlijks bekendgemaakt door de CWaPE
       e) (...)
       f) de mededeling verzekeren van de meetgegevens om elke afnemer toe te laten om de rechten uit te oefenen die hij verwerft door het feit dat hij in aanmerking komt;
       g) de last dragen betreffende de financiële waarborg die artikel 25quinquies, § 2 met uitzondering van de last voor de waarborg die wordt samengesteld om de vergoedingen bij zware fout te verzekeren, alsook de beheerkosten van de vergoedingsmechanismen van afdeling III van Hoofdstuk IV;
       h) de indexopmetingen van de afnemers valideren en overmaken aan de leverancier op basis van een periodiciteit die minstens drie maanden bedraagt, voor informatie doeleinden of voor een simulatie van het verbruik of voor aanpassingen van de voorschotten rekening houdend met het afvlakken van het verbruik over 12 maanden;
       i) (...)
       j) voorzien in de aangepaste structuur zodat elke wijziging van transmissienetgebruiker binnen drie weken na ontvangst van de aanvraag wordt uitgevoerd."
       3° op sociaal niveau, met name :
       a) de door de Regering gedefinieerde maatregelen nemen wanneer een eindafnemer verzuimt te betalen aan zijn leverancier;
       b) de levering van gas aan de beschermde afnemers tegen het sociaal tarief verzekeren; het eventueel verschil vastgesteld tussen het sociaal tarief toegepast op de gewestelijke beschermde afnemer bedoeld in artikel 31bis, § 1, 2° en 3°, en § 2, en het sociaal tarief toegepast op de federaal beschermde afnemer bedoeld in artikel 31bis, § 1, 1°, blijft ten laste van de netbeheerder
       c) de plaatsing van en budgetmeter verzekeren overeenkomstig artikel 31ter. Als de distributienetbeheerder, om redenen die voortvloeien uit gebreken die aan hem toe te schrijven zijn, de plaatsingstermijn vastgelegd door de Regering overschrijdt, zal hij de leverancier die de plaatsingsaanvraag voor budgetmeter heeft ingediend, een forfaitaire tegemoetkoming verschuldigd zijn waarvan de berekeningsmethode van het bedrag wordt bepaald door de Regering na advies van de CWaPE;
       d) tijdelijk en in specifieke gevallen die de Regering voorziet, de levering verzekeren aan eindafnemers die tijdelijk geen leveringsovereenkomst hebben;
       e) ten minste een maal per jaar een vergadering houden met de plaatselijke commissies voor energie die op hun grondgebied actief zijn, om een jaarverslag op te stellen van hun activiteiten inclusief de eventuele problemen die in het kader van de activiteiten van de plaatselijke commissies voor energie kunnen ontstaan;
       4° inzake milieubescherming, met name :
       a) voorrang geven inzake aansluiting en toegang aan gas van HEB voor zover deze compatibel is met het gas uit het net;
       b) gratis elke residentiële afnemer waarvan de installaties maximaal 8 meter van de hoofdleiding van het distributienet verhoogd met de eventuele wegovergang liggen, aansluiten.
       De aansluiting is kosteloos indien de gasafname voor huishoudelijk gebruik binnen twaalf maanden na de aansluiting begint. Buiten die termijn kan de netbeheerder overgaan tot de facturatie van het kosteloze aansluitingsdeel.
       c) op verzoek van de producenten en binnen de perken van hun eigen behoeften, met inbegrip van de levering aan de eindafnemers in de gevallen bedoeld in dit decreet, gas uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerd en geïnjecteerd in het distributie- of transmissienet door installaties gevestigd in het Waalse Gewest tegen een gewaarborgde prijs kopen volgens de modaliteiten bepaald door de Regering na advies van de CWaPE;
       d) op verzoek van de producenten, garanties van oorsprong toegekend aan het gas uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerd en geïnjecteerd in het distributie- of transmissienet door overeenkomstig artikel 34 in het Waalse Gewest gevestigde installaties tegen een gewaarborgde prijs kopen volgens de modaliteiten bepaald door de Regering na advies van de CWaPE;
       e) binnen de perken bepaald in het technisch reglement en volgens de verdelingsmodaliteiten van de economische lasten bepaald door de Regering en bekendgemaakt in de tarieven van de netbeheerder, elke producent die erom verzoekt aansluiten en een injectiemodule van gas uit hernieuwbare energiebronnen op verzoek van de producent van dat gas uitwerken en exploiteren";
       5° elke uitbreiding van het gasnet, die door derden die geïnteresseerd zijn, wordt gevraagd in het investeringsplan integreren, voor zover deze investering economisch gemotiveerd is voor de netbeheerder, op basis van de gegevens die door deze derde persoon worden verstuurd of die door de netbeheerder gekend zijn; na advies van de CWaPE wordt de Regering ertoe gemachtigd om de methodologie waarmee het economisch gemotiveerde karakter van een uitbreiding van het net kan worden beoordeeld, te bepalen;
       6° inzake het rationele gebruik van energie :
       a) alle maatregelen nemen ter bevordering van het rationele gebruik van energie voor alle categorieën afnemers en in dit opzicht de complete voorlichting van de gebruikers van het net verzekeren;
       b) tariefformules die het rationele gebruik van energie bevorderen aan de afnemers voorstellen, met uitzondering van de afnemers die deelnemen aan de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten;
       c) het publiek ten minste éénmaal per jaar inlichten over de bestaande premies voor het rationele gebruik van energie of hernieuwbare energie en over de belastingsverminderingen terzake;
       d) energiediensten tegen competitieve prijzen aanbieden, inzonderheid voor sociaal zwakkere residentiële afnemers;
       7° op verzoek van elke eindafnemer een aan zijn verbruiksprofiel aangepaste meter plaatsen, tegen het tarief dat in overeenstemming met artikel 15 wordt bekendgemaakt. Na advies van de CWaPE bepaalt de Regering in overleg met de netbeheerders, de verplichtingen van de netbeheerders wat de plaatsing van intelligente meters betreft;
       8° de voorlichting van de gebruikers van het net betreffende de energiemarkt verzekeren; de Regering kan de inhoud en de communicatiewijzen van de informatie bedoeld in dit punt nader bepalen;
       9° de administratieve en technische interventies betreffende de openbare dienstverplichtingen verzekeren, behoudens uitzondering die de Regering na advies van de CWaPE uitdrukkelijk identificeert;
       10° aansluitingsfaciliteiten voor het samengeperst aardgas ontwikkelen onder voorwaarden die op sociaal, technisch en economisch vlak redelijk zijn.
       § 2. Wat betreft de verzoeken tot uitbreiding van het net door derden zoals bepaald in § 1, 5°, houden de verplichtingen van het overheidsbedrijf, die aan de netbeheerders werden opgelegd, rekening met de volgende bepalingen.
       Na advies van de CWaPE bepaalt de Regering de vorm en de inleidende modaliteiten van het verzoek tot uitbreiding van het net, evenals de termijn en de minimale inhoud van het antwoord ten laste van de netbeheerder die het verzoek heeft ingediend.
       De netbeheerder is bevoegd om een boekhoudkundige reserve aan te leggen om de toekomstige kosten van de hiervoor genoemde uitbreidingen te betalen, zonder de concurrentiekracht van het verbruikstarief van het distributienet in gevaar te brengen. Het gebruik van deze boekhoudkundige reserve kan als een kostenvermindering in de berekening van bovengenoemd rendement geïntegreerd. De Regering bepaalt de procedure en de constructie- en gebruiksmodaliteiten van deze reserve, evenals het maximum ervan.
       Wanneer de investering niet als economisch gemotiveerd wordt erkend, kan elke partij die in deze netuitbreiding een belang heeft, zijn financiële bijdrage voorstellen opdat het project economisch gemotiveerd wordt.
       De CWaPE controleert of de netbeheerder de economische gemotiveerdheid van een netuitbreiding correct heeft beoordeeld.
       § 3. Na advies van de CWaPE bepaalt de Regering de door of krachtens § 1, gedefinieerde verplichtingen die van toepassing zijn op de respectieve netbeheerder. De in artikel 32, § 1, 1°, bepaalde verplichting is in ieder geval van toepassing".
       Zoals de afgevaardigde van de Regering heeft bevestigd, biedt geen van deze bepalingen een toereikende en adequate rechtsgrond voor de invoering van het mechanisme waarin de ontwerptekst voorziet, namelijk de forfaitaire steun die door het Waals Gewest aan bepaalde gas- en elektriciteitsverbruikers wordt toegekend door middel van een tussenkomst van het Gewest in de gas- en elektriciteitsfacturen en de toewijzing van een eventueel begrotingssaldo aan het OCMW, met het oog op de toekenning van steun aan de gezinnen voor specifieke facturen.
       Anderzijds kan hij, eveneens met instemming van de afgevaardigde, een rechtsgrond vinden in artikel 1 van het decreet van 17 maart 2020 `tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de sanitaire crisis COVID-19', dat het volgende bepaalt:
       " § 1. Om de Waalse Regering in staat te stellen te reageren op de pandemie COVID-19, kan de Regering alle nuttige maatregelen nemen om elke situatie te voorkomen en te behandelen die problemen stelt in het strikte kader van de pandemie COVID-19 en de gevolgen ervan en die geregeld moet worden op straffe van ernstig gevaar.
       § 2. De besluiten bepaald in paragraaf 1 kunnen de vigerende decretale bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen zelfs in de aangelegenheden die bij de Grondwet uitdrukkelijk aan het decreet voorbehouden zijn.
       Deze besluiten kunnen met name de administratieve, burgerrechtelijke en strafrechtelijke straffen bepalen die van toepassing zijn op de overtreding ervan.
       De strafrechtelijke sancties mogen geen straffen bevatten die hoger zijn dan die, welke de aangevulde, gewijzigde of vervangen wetgeving verbindt aan de desbetreffende overtredingen op het ogenblik van inwerkingtreding van dit decreet.
       In dit wettelijk kader zal het ontwerp-besluit worden genummerd en zal het worden onderworpen aan een latere decretale bevestiging overeenkomstig artikel 4 van het decreet van 17 maart 2020.
       De Regering zal niet uit het oog verliezen dat, overeenkomstig artikel 3, § 2, van het decreet van 17 maart 2020, het ontwerp van besluit aan de Voorzitter van het Parlement zal worden meegedeeld vóór de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad (1).
       2. Er wordt voorgesteld, zelfs als artikel 3bis, § 1, lid 2, van de gecoördineerde wetten "betreffende de Raad van State" het niet formeel voorschrijft, om tegelijk met het besluit een verslag aan de regering te publiceren waarin de draagwijdte en de concrete gevolgen van het besluit worden uiteengezet.
       3. Ten slotte, in advies nr. 67. 142/AG gegeven op 25 maart 2020 over een voorstel dat de Wet van 27 maart 2020 "die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (I)" en de Wet van 27 maart 2020 "die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II)" is geworden, heeft de afdeling Wetgeving in deze bewoordingen commentaar gegeven op de mogelijkheid voor de Uitvoerende macht om een rechtsgrond te zoeken, zowel in gewone machtigingen als in een wettelijke bepaling die de Uitvoerende macht bijzondere bevoegdheden toekent:
       "8. Er wordt voorzien in de verplichte bekrachtiging van alle besluiten die op grond van de voorgestelde regeling worden genomen, ook wanneer dit vanuit juridisch oogpunt niet strikt noodzakelijk is. Zo is het mogelijk dat de Koning maatregelen neemt of wijzigingen aanbrengt in reglementaire bepalingen die reeds op grond van de actueel geldende wetgeving tot zijn bevoegdheid behoren, maar daarbij toch rechtsgrond zoekt in artikel 5, § 1, van het voorstel, bijvoorbeeld omdat deze samenhangen met maatregelen waarvoor wel degelijk een beroep moet worden gedaan op de bijzondere machten of omdat de bijzonderemachtenwet hem toelaat voorbij te gaan aan bepaalde vormvereisten.
       Als gevolg van de bekrachtiging verkrijgen alle bij bijzonderemachtenbesluit vastgestelde of gewijzigde bepalingen kracht van wet. Zij kunnen daarna enkel nog worden gewijzigd door middel van een formele wet. De Koning zal ze niet meer eigenmachtig kunnen wijzigen, zelfs niet indien een specifieke wetsbepaling hem machtigt om ter zake maatregelen te nemen. Om die reden heeft de Raad van State, afdeling Wetgeving, in het verleden steeds afgeraden om in gewone uitvoeringsbesluiten wijzigingen aan te brengen bij bijzonderemachtenbesluiten (2)".
       Artikel 6 van het ontwerpbesluit beoogt de wijziging van artikel 2 van het besluit van de Waalse regering van 18 maart 2020 door de opheffing van twee zinnen.
       Dit decreet van 18 maart 2020 heeft volgens zijn aanhef artikel 33bis/2 van het decreet van 12 april 2001 als rechtsgrondslag. Het is niet gebaseerd op het decreet van 17 maart 2020 en is niet genummerd. Het gaat dus om een gewoon reglementair besluit van de Waalse regering.
       Weliswaar zou de wijziging van deze laatste door middel van een besluit van bijzondere machten, gebaseerd op het decreet van 17 maart 2020, niet de moeilijkheden veroorzaken die de afdeling Wetgeving in haar advies nr. 67.142/AG heeft vastgesteld, aangezien het de bedoeling is twee zinnen van artikel 2 van het besluit van 18 maart 2020 op te heffen en deze niet te wijzigen door nieuwe bepalingen toe te voegen of bestaande bepalingen te wijzigen.Weliswaar zou de wijziging van deze laatste door middel van een besluit van bijzondere machten, gebaseerd op het decreet van 17 maart 2020, niet de moeilijkheden veroorzaken die de afdeling Wetgeving in haar advies nr. 67.142/AG heeft vastgesteld, aangezien het de bedoeling is twee zinnen van artikel 2 van het besluit van 18 maart 2020 op te heffen en deze niet te wijzigen door nieuwe bepalingen toe te voegen of bestaande bepalingen te wijzigen.
       Vanuit het oogpunt van rechtszekerheid zou het echter beter zijn om artikel 6 van het ontwerp weg te laten en het zo nodig autonoom goed te keuren.
       Indien de auteur van het ontwerp het besluit van 18 maart 2020 het karakter van een besluit van bijzondere machten wil geven, moet de volledige inhoud van het besluit van 18 maart 2020 worden opgenomen in een besluit van bijzondere machten dat gebaseerd is op het decreet van 17 maart 2020, net zoals het ontwerpbesluit. Op dit punt moet er echter aan worden herinnerd dat het ontwerp dat het besluit van 18 maart is geworden niet is aanhangig gemaakt bij de afdeling Wetgeving. In deze aanvraag om advies is de tekst waarin de inhoud van dit besluit in een besluit van bijzondere machten is opgenomen, ook niet aanhangig gemaakt bij de afdeling Wetgeving. Het is dus niet aan de afdeling Wetgeving om zich hierover uit te spreken.
       bijzondere opmerkingen
       Aanhef
       1. Er wordt een nieuw eerste lid ingevoegd, luidend als volgt :
       Gelet op het decreet van 17 maart 2020 tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19, artikel 1;".
       2. Aangezien de decreten van 12 april 2001 en 19 december 2002 geen rechtsgrond voor het ontwerpbesluit kunnen bieden, zullen zij niet in de aanhef worden vermeld in de vorm van een aanhefverwijzing, maar kunnen zij wel worden vermeld in de consideransen.
       3. In lid 7, worden, in de Franse ontwerpversie, de woorden "22 avril" vervangen door de woorden "20 mai".
       4. De consideransen worden in de aanhef na de aanhefverwijzing geplaatst. De aanhef zal dienovereenkomstig worden herzien.
       Beschikkend gedeelte
       Artikel 2.
       1. In het eerste lid, in de Franse ontwerpversie, moet "30 juin 2020" worden geschreven in plaats van "30 juin".
       2. In het tweede lid, dient, in de Franse ontwerpversie, te worden geschreven "Au plus tard à la date mentionnée à l'alinéa 1er" en moeten de woorden "à l'issue de ladite période" worden vervangen door de woorden "à cette date".
       3. Aangezien de ontwerptekst op basis van het decreet van 17 maart 2020 een wetgevende waarde moet hebben door een steunmechanisme toe te voegen waarin de decreten van 12 april 2001 en 19 december 2002 niet voorzien, hoeft niet te worden voorzien in de mogelijkheid om in voorkomend geval af te wijken van enige andere bepaling met een regelgevend karakter.
       Bijgevolg worden in lid 4, in de Franse ontwerpversie, de woorden "Par dérogation à l'article 30ter de l'arrêté relatif au marché de l'électricité et à l'article 33ter de l'arrêté relatif au marché du gaz" weggelaten.
       Een gelijksoortige bemerking geldt voor artikel 3, derde lid.
       Artikel 3.
       Om de redenen vermeld in de algemene opmerkingen en voor een grotere duidelijkheid is het aanbevolen om, in de Franse ontwerpversie, de woorden " à la fin de la période visée à l'article 1er, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 mars portant sur des mesures urgentes en matière de compteur à budget " au terme de la période allant du 18 mars au 30 juin 2020 " of door de woorden " après le 30 juin 2020 ".
       Artikel 4.
       In lid 5 moet, in de Franse ontwerpversie, het begrip "fournisseur social" worden gedefinieerd.
       De Griffier,
       Charles-Henri Van Hove
       De Voorzitter,
       Martine Baguet
       Nota's
       1 Voor een soortgelijke opmerking, zie advies nr. 67.173/2 van 1 april 2020 over een ontwerp dat het besluit van bijzondere machten nr. 2 van de Regering van de Franse Gemeenschap is geworden "afgegeven ter uitvoering van het decreet van 17 maart 2020 tot toekenning van bijzondere machten aan de Regering in het kader van de gezondheidscrisis in verband met het COVID-19 coronavirus met betrekking tot de oprichting van een nood- en ondersteuningsfonds", http://www. raadvst consetat.be/dbx/avis/67173.pdf en advies nr. 67.348/2 van 8 mei 2020 over een ontwerpbesluit van de Regering van de Franse Gemeenschap "betreffende de ondersteuning van ontmoetings- en opvangcentra in het kader van de gezondheidscrisis Covid 19".
       2 Zie met name advies r.v.st 25.669/8 van 24 oktober 1996 over een ontwerp dat het Koninklijk Besluit van 18 november 1996 `strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels' is geworden, http://www.raadvst-consetat.be/dbx/avis/25669;< advies r.v.st 25.671/8 van 24 oktober 1996 over een ontwerp dat het koninklijk besluit van 18 november 1996 `houdende invoering van een sociale verzekering ten gunste van zelfstandigen, in geval van faillissement, en van gelijkgestelde personen, met toepassing van de artikelen 29 en 49 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels' is geworden, http://www.raadvst consetat.be/dbx/avis/25671; advies r.v.st. 25.992/1/2/8 van 23 januari 1997 over een voorontwerp dat de wet van 13 juni 1997 is geworden `tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, en de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels', http://www.raadvst-consetat.be/dbx/avis/25 992.

    Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Verslag aan de Koning Inhoudstafel
    Franstalige versie