einde

Publicatie : 2020-06-12

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

8 JUNI 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven met betrekking tot maatregelen ter ondersteuning van de horeca



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Dit ontwerp van koninklijk besluit voegt in het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (hierna : "koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970") een tijdelijke bepaling in op grond waarvan restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van alcoholische dranken, tot en met 31 december 2020 onderworpen zijn aan het verlaagd tarief van 6 pct.
Sinds enige tijd maakt ons land inderdaad een grote gezondheidscrisis door als gevolg van de wereldwijde pandemie van het COVID-19 virus, beter bekend als het "coronavirus". Deze pandemie heeft de regering gedwongen om verschillende krachtdadige maatregelen te nemen die de individuele en collectieve vrijheden beperken.
Op 12 maart 2020 is de Nationale Veiligheidsraad (NVR) op verzoek van de Eerste minister en in overleg met de minister-presidenten van de gefedereerde entiteiten bijeengekomen. Aan het einde van deze bijeenkomst zijn verschillende maatregelen genomen die ertoe strekken om de verspreiding van het COVID-19 virus zoveel mogelijk te voorkomen. Eťn daarvan bestaat uit de sluiting vanaf vrijdag 13 maart 2020 om middernacht van discotheken, cafťs en restaurants (inclusief die in hotels die op die datum open bleven).
Deze zeer uitzonderlijke maatregel die vanuit gezondheidsoogpunt volledig gerechtvaardigd is, zal noodzakelijkerwijs ernstige economische gevolgen hebben voor de betrokken sectoren en in het bijzonder de horecasector.
In dit kader beoogt de ministerraad een reeks nieuwe maatregelen goed te keuren die de negatieve gevolgen van de beslissingen inzake de inperking van de bewegingsvrijheid van de burgers van ons land zoveel mogelijk beperken. De maatregel die een tijdelijke verlaging van het btw-tarief voor restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van alcoholische dranken, beoogt, draagt bij tot deze doelstelling.
Toelichting bij de artikelen
Artikel 1
Deze maatregel bestaat erin het btw-tarief voor restaurant- en cateringdiensten verder te verlagen van 12 pct. tot 6 pct. Deze tijdelijke maatregel is gepland tot en met 31 december 2020. Aangezien het om een tijdelijke maatregel gaat, maakt hij het voorwerp uit van een nieuw artikel 1ter/1 in het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970.
Materieel toepassingsgebied
Deze maatregel heeft betrekking op de restaurant- en cateringdiensten als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 11į, van het Btw-Wetboek en in rubriek I, van tabel B, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970.
In artikel 6, lid 1, van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna "Uitvoeringsverordening nr. 282/2011"), worden deze diensten als volgt gedefinieerd :
"Onder restaurant- en cateringdiensten wordt verstaan het verstrekken van bereide of onbereide spijzen of dranken dan wel beide, voor menselijke consumptie, in combinatie met voldoende bijkomende diensten ten behoeve van de onmiddellijke consumptie van die spijzen of dranken. Het verstrekken van spijzen of dranken dan wel beide is niet meer dan een onderdeel van het geheel waarin het dienstenaspect de overhand heeft. Restaurantdiensten zijn dergelijke diensten verstrekt in de ruimten van de dienstverrichter en cateringdiensten zijn dergelijke diensten verstrekt elders dan in de ruimten van de dienstverrichter.".
Worden dus bedoeld, het verschaffen van maaltijden, het verschaffen van dranken of het verschaffen van beide, indien dat gepaard gaat met voldoende bijkomende diensten ten behoeve van de onmiddellijke consumptie ervan, en dat zowel in de ruimte van de dienstverrichter ("restaurantdiensten") als buitenshuis ("cateringdiensten"). Ondanks het feit dat de benaming "restaurantdiensten" anders zou kunnen doen vermoeden, omvat dat begrip derhalve ook het verschaffen van dranken zonder spijzen (indien dat gepaard gaat met voldoende relevante bijkomende diensten) in alle mogelijke drankgelegenheden (cafťs, tavernes,...).
Voor een verdere gedetailleerde commentaar omtrent het begrip restaurant- en cateringdiensten en de aflijning ervan ten opzichte van de loutere levering van spijzen en/of dranken wordt verwezen naar punt 2 van de circulaire 2019/C/26 van 4 april 2019 en punt 2.5.2. van de circulaire 2017/C/70 van 6 november 2017 die onverkort van toepassing blijven. Dat onderscheid is trouwens nu ook in het bijzonder relevant voor de verplichtingen inzake het geregistreerde kassasysteem.
In tegenstelling tot de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 12 pct. op de restaurant- en cateringdiensten bedoeld in rubriek I, van tabel B, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, is het verlaagd tarief van 6 pct. van toepassing voor zover restaurantdiensten betrekking hebben op het verstrekken van niet-alcoholische dranken. Het betreft met name die dranken die ook aan het tarief van 6 pct. onderworpen zijn als ze het voorwerp uitmaken van een levering zonder bijkomende diensten (zoals fruit- en groentensappen, melk- en sojadranken, koffie, thee, mineraalwater, frisdranken,...).
Voor zover restaurant- en cateringdiensten anderzijds betrekking hebben op het verstrekken van alcoholische dranken, is de toepassing van het verlaagd tarief van 6 pct. niet mogelijk. Voor de toepassing van deze bepaling worden als alcoholische dranken beschouwd bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol. Het gaat om dezelfde dranken die bedoeld zijn in de uitsluiting in fine van rubriek X, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 en die om die reden onderworpen zijn aan het btw-tarief van 21 pct. zoals wanneer zij het voorwerp uitmaken van een levering van goederen zonder bijkomende diensten.
Overigens, wat het verschaffen van gemeubeld logies met ontbijt betreft, is en blijft de restaurantdienst inzake het ontbijt als accessorium van het gemeubeld logies integraal onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 pct. (toepassing cijfer 1 van rubriek XXX, van tabel A, van de bijlage het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970).
Persoonlijk toepassingsgebied
De aard of benaming van de vestiging die de restaurant- of cateringdiensten verricht is niet relevant. Het kan bijgevolg onder meer gaan om de volgende dienstverrichters en vestigingen:
-fastfood en zelfbedieningsrestaurants;
- restaurants in theaters (clubs ...), musea en winkelcentra;
- kantines en bedrijfsmesses;
- hotels of gastenkamers met half- of volpension;
- cafetaria's, bars, herbergen, theesalons en discotheken;
- foodtrucks, snackbarauto's;
- traiteurs, bakkerijen met verbruiksalons;
- tijdelijke stands voor verkoop of consumptie tijdens een festival, op een markt, een beurs.
Hieronder vallen ook de restaurant- of cateringdiensten die worden verricht door gespecialiseerde cateraars of door de exploitanten van de bovengenoemde inrichtingen.
Temporeel toepassingsgebied
Deze maatregel wil bijdragen tot een zo snel mogelijke economische relance van de horecasector eenmaal de maatregelen tot inperking van de bewegingsvrijheid die de Belgische autoriteiten hebben genomen in het kader van de gezondheidscrisis verbonden aan de pandemie van het virus COVID-19, en in het bijzonder de verplichte sluiting van de horeca-gelegenheden, worden opgeheven.
Deze uitzonderlijke maatregel is dus beperkt in de tijd. Hij is, overeenkomstig artikel 1 van dit ontwerp, van toepassing tot en met 31 december 2020.
Artikel 2
Overeenkomstig artikel 2 van dit ontwerp heeft dit besluit uitwerking met ingang van 8 juni 2020, i.e. op de dag dat de horeca-activiteiten in BelgiŽ terug kunnen hernemen. Op die manier kunnen de betrokken belastingplichtigen onmiddellijk van deze maatregel genieten.
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Vice-Eerste Minister en Minister van FinanciŽn,
A. DE CROO

8 JUNI 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven met betrekking tot maatregelen ter ondersteuning van de horeca
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel 37, § 1, vervangen bij de wet van 28 december 1992;
Gelet op het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven;
Gelet op het advies van de inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 1 juni 2020;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 5 juni 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende :
- dat ons land sinds enige tijd een gigantische gezondheidscrisis doormaakt als gevolg van de wereldwijde pandemie van het COVID-19 virus en dat deze pandemie de regering gedwongen heeft om verschillende krachtdadige maatregelen te nemen die de individuele en collectieve vrijheden beperken;
- dat op 12 maart 2020 de Nationale Veiligheidsraad op verzoek van de Eerste minister en in overleg met de minister-presidenten van de gefedereerde entiteiten is bijeengekomen en aan het einde van die bijeenkomst heeft beslist tot de verplichte sluiting vanaf 13 maart 2020 om middernacht, van discotheken, cafťs en restaurants (inclusief die in hotels die op die datum open bleven), om de verspreiding van het virus COVID-19 zoveel als mogelijk te beperken;
- dat deze zeer uitzonderlijke maatregel die vanuit gezondheidsoogpunt volledig gerechtvaardigd is, noodzakelijkerwijs ernstige economische gevolgen zal hebben voor de betrokken sector;
- dat dus zonder verwijl maatregelen moeten genomen worden om deze sector te ondersteunen vanaf de opstart van zijn activiteit die door de Regering werd voorzien op 8 juni 2020 en dat de daartoe bestemde verlaging van het btw-tarief op de restaurant- en cateringdiensten aldus zo snel mogelijk in werking moet treden om zijn volle effect te kunnen sorteren;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van FinanciŽn en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven wordt een artikel 1ter/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 1ter/1. In afwijking van artikel 1, worden onderworpen aan het verlaagd tarief van 6 pct. tot en met 31 december 2020, de restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol.".
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 8 juni 2020.
Art. 3. De minister bevoegd voor FinanciŽn is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 8 juni 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van FinanciŽn,
A. DE CROO


begin

Publicatie : 2020-06-12