J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/06/02/2020021172/justel

Titel
2 JUNI 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot vermindering van de broeikasgasintensiteit van transportenergie

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 10-06-2020 nummer :   2020021172 bladzijde : 41990       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-06-02/03
Inwerkingtreding : 20-06-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2018031427       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-7

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot vermindering van de broeikasgasintensiteit van transportenergie wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
  " § 2. Dit besluit is van toepassing op transportbrandstoffen die worden gebruikt voor de aandrijving van wegvoertuigen, niet voor de weg bestemde mobiele machines (met uitsluiting van binnenschepen wanneer deze niet op zee varen), landbouw- en bosbouwtrekkers, pleziervaartuigen wanneer deze niet op zee varen en op elektriciteit voor verbruik in wegvoertuigen."

  Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de bepalingen onder 3°, 4°, 7° en 9° vervangen als volgt :
  "3° benzine : iedere vluchtige minerale olie voor verbrandingsmotoren met elektrische ontsteking voor de aandrijving van voertuigen die onder de GN-codes 2710 11 41, 2710 11 45, 2710 11 49, 2710 11 51 of 2710 11 59 valt (De nummering van deze GN-codes zoals aangegeven in het Gemeenschappelijk douanetarief en gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2031/2001 van de Commissie (PB L 279 van 23.10.2001, blz. 1));"
  "4° dieselbrandstof : gasolie die onder GN-code 2710 19 41 (De nummering van deze GN-codes zoals aangegeven in het Gemeenschappelijk douanetarief en gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2031/2001 van de Commissie (PB L 279 van 23.10.2001, blz. 1)) valt en gebruikt wordt voor de aandrijving van voertuigen als bedoeld in richtlijnen 70/220/EEG en 88/77/EEG;"
  " 7° gasoliën voor niet voor de weg bestemde mobiele machines (met uitsluiting van binnenschepen wanneer deze niet op zee varen), landbouwtrekkers en bosbouwmachines, en pleziervaartuigen : uit aardolie verkregen vloeistoffen die vallen onder de GN-codes 2710 19 41 en 2710 19 45 (De nummering van deze GN-codes zoals gespecificeerd in het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.6.1987, blz. 1)) en die bestemd zijn voor gebruik in motoren als bedoeld in de richtlijnen 94/25/EG, 97/68/EG en 2000/25/EG van het Europees Parlement en de Raad;"
  "8° uitslag tot verbruik : de hoeveelheid transportenergie uitgeslagen tot verbruik conform de artikelen 6, a), c) en d) en 36 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen en de programmawet van 27 december 2004 en; voor waterstof, de hoeveelheid energie bestemd voor transport die geleverd werd aan een eindverbruiker;"
  " 9° leverancier van transportbrandstoffen : elke natuurlijke of rechtspersoon die voor eigen rekening, voor rekening van anderen of voor eigen gebruik over het kalenderjaar een volume van minstens 500.000 liter voor transportbrandstoffen die bij atmosferische condities vloeibaar zijn of 500.000 kilogram voor transportbrandstoffen die bij atmosferische condities gasvormig zijn, tot verbruik uitslaat;"

  Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, zesde lid, worden de woorden "30 april" vervangen door de woorden "31 augustus";
  2° in paragraaf 4, eerste lid, worden het woord "juni " vervangen door het woord "oktober".

  Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Contrôle
  Art. 4. Na verificatie van de ontvangen gegevens annuleert de bevoegde overheid binnen één maand na ontvangst de desgevallend op de federale rekeningen overgemaakte GSER's, met uitzondering van permanent geblokkeerde GSER's."

  Art. 5. In bijlage 1 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° deel 1, punt 3, b) wordt vervangen als volgt :
  " b) "x" = de identificatie van de verschillende soorten brandstof en energie die binnen het toepassingsgebied van dit besluit vallen, op de wijze zoals vermeld in bijlage I, tabel 1, vak 17c, bij Verordening (EG) nr. 684/2009;";
  2° deel 1, punt 3, c), wordt aangevuld met de bepaling onder v), luidende :
  "v) De hoeveelheid gasolie die geleverd werd voor niet voor de weg bestemde mobiele machines wordt als volgt bepaald :
  - voor landbouwtoepassingen: 52% van het volume gasolie dat aan de landbouwsector geleverd werd;
  - voor commerciële en industriële toepassingen : 31% van het volume gasolie dat aan de commerciële en industriële sector geleverd werd."
  3° in deel 1, punt 3, d), i), worden de bepalingen onder 1. en 2. vervangen als volgt :
  "1. GSER's die door andere lidstaten gecertificeerd werden als GSER's binnen een certificatiesysteem dat door de minister op basis van advies van de bevoegde overheid goedgekeurd is en die aan de volgende voorwaarden voldoen :
  * Deze GSER's, komen enkel in aanmerking indien deze GSER's broeikasgasemissiereducties vertegenwoordigen die werden gegenereerd tussen 1 januari en 31 december van het kalenderjaar waarop de rapportage betrekking heeft;
  * De op basis van de bovenvermelde bepalingen in aanmerking komende GSERs dienen tevens te beantwoorden aan de duurzaamheidscriteria die van kracht waren onder het aankoopprogramma van emissierechten van de federale overheid voor de eerste verbintenissenperiode onder het Protocol van Kyoto, in uitvoering van de beslissing van het Overlegcomité van 8 maart 2004 aangaande de nationale lastenverdeling.
  2. Voor het kalenderjaar 2020 : GSER's afkomstig van projecten onder het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling (Clean Development Mechanism of CDM) van het Protocol van Kyoto die sinds 1 januari 2011 actief zijn met emissiereducties als resultaat en die aan de volgende voorwaarden voldoen :
  * Alle GSER's dienen afkomstig te zijn van projecten die geregistreerd zijn op basis van de goedgekeurde methodologie voor grootschalige projecten AM0009 "Recovery and utilization of gas from oil fields that would otherwise be flared or vented" of van projecten die door de minister goedgekeurd worden;
  * GSER's van bovengenoemde projecten die vóór 31 december 2012 werden geregistreerd, komen enkel in aanmerking indien deze GSERs broeikasgasemissiereducties vertegenwoordigen die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2020 werden gegenereerd;
  * GSERs van bovengenoemde projecten die na 31 december 2012 werden geregistreerd en die broeikasgasemissiereducties vertegenwoordigen die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2020 werden gegenereerd, komen enkel in aanmerking indien deze projecten in Minst Ontwikkelde Landen (MOLs) gelegen zijn, zoals erkend door de Verenigde Naties;
  * De op basis van de bovenvermelde bepalingen in aanmerking komende GSERs dienen tevens te beantwoorden aan de duurzaamheidscriteria die van kracht waren onder het aankoopprogramma van emissierechten van de federale overheid voor de eerste verbintenissenperiode onder het Protocol van Kyoto, in uitvoering van de beslissing van het Overlegcomité van 8 maart 2004 aangaande de nationale lastenverdeling."

  Art. 6. De artikels 1, 2 en 5, 2°, hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2020.

  Art. 7. De minister bevoegd voor Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 2 juni 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Leefmilieu en Energie,
M. C. MARGHEM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de Grondwet, artikel 108;
   Gelet op de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, artikel 5, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 5°, 6°, 11° en 12°, gewijzigd bij de wetten van 27 juli 2011 en 16 december 2015;
   Gelet op de programmawet van 27 december 2004, artikel 239, gewijzigd bij de wet van 9 september 2008;
   Gelet op het koninklijk besluit van 29 juni 2018 tot vermindering van de broeikasgasintensiteit van transportenergie;
   Gelet op het koninklijk besluit van 18 juli 2013 houdende vaststelling van de federale beleidsvisie op lange termijn inzake duurzame ontwikkeling, artikel 1 en bijlage 1, paragrafen 22, 25, 26 en 31;
   Gelet op het koninklijk besluit van 21 juli 2017 betreffende het beheer van het register voor broeikasgassen van België en de voorwaarden die van toepassing zijn op de gebruikers ervan;
   Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
   Gelet op de betrokkenheid van de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit, in het kader van de Interministeriële Conferentie Leefmilieu van 19 november 2019;
   Gelet op het advies van de Hoge Gezondheidsraad, gegeven op 5 februari 2020;
   Gelet op het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, gegeven op 14 februari;
   Gelet op het advies van de bijzondere raadgevende commissie Verbruik, gegeven op 14 februari 2020;
   Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 14 februari 2020;
   Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 18 februari 2020;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 11 maart 2020;
   Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie op 5 november 2019 met toepassing van artikel 5, lid 1, van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;
   Gelet op advies 67.190/1 van de Raad van State, gegeven op 30 april 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Overwegende onder andere dat andere landen die partij zijn bij het Verdrag voor de Rijnvaart, ondertekend in Mannheim op 17 oktober 1868 (Duitsland, Nederland, Zwitserland), de specifieke verplichting die leidt tot de heffing van een belasting op brandstoffen die worden verkocht aan de exploitanten van binnenschepen door de toepassing van Richtlijn 98/70/EG, niet toepassen op de sector van het vervoer per binnenschip;
   Overwegende dat dit verschil ernstig afbreuk doet aan de concurrentiepositie van de bunkersector in België en dat het passend is hieraan te verhelpen;"
   Op de voordracht van de Minister van Leefmilieu en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie