J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/05/15/2020020991/justel

Titel
15 MEI 2020. - Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 15-05-2020 nummer :   2020020991 bladzijde : 35727       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-05-15/01
Inwerkingtreding : 18-05-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020030347       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-9

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De ondernemingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten mogen openen, onder de voorwaarden bepaald in dit besluit.
  Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "onderneming": elke natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft ;
  2° "consument": elke natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden die niet onder zijn commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of activiteit van een vrij beroep vallen.
  In afwijking van het eerste lid, zijn de volgende ondernemingen gesloten, met inbegrip van wat betreft dienstverlening aan huis:
  1° de massagesalons;
  2° de wellnesscentra, met inbegrip van sauna's;
  3° de fitnesscentra;
  4° de casino's, de speelautomatenhallen en de wedkantoren.
  § 2. In alle in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde ondernemingen moeten de nodige maatregelen getroffen worden om eenieder te beschermen tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19, met inbegrip van de toepassing van de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
  Onverminderd paragraaf 3bis kunnen deze ondernemingen enkel klanten ontvangen overeenkomstig de volgende modaliteiten:
  - één klant per 10 m2 wordt toegelaten gedurende een periode van maximum 30 minuten of zolang als gebruikelijk in geval van een afspraak;
  - indien de voor klanten toegankelijke vloeroppervlakte minder dan 20 m2 bedraagt, is het toegelaten om twee klanten te ontvangen, mits een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon gegarandeerd is;
  - kappers mogen meer dan één klant per 10 m2 ontvangen indien de werkstations onderling afgescheiden zijn met een plexiglazen wand of een gelijkwaardig alternatief;
  - de onderneming stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van het personeel en de klanten.
  Er wordt individueel gewinkeld en gedurende een periode van maximum 30 minuten, behalve in geval van een afspraak.
  In afwijking van het derde lid, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.
  § 3. De in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde ondernemingen, nemen tijdig passende preventiemaatregelen om de toepassing van de regels voorzien in paragraaf 2, eerste lid, te garanderen of, indien dit niet mogelijk is, een minstens gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden.
  Deze gepaste preventiemaatregelen zijn veiligheids- en gezondheidsvoorschriften van materiële, technische en/of organisatorische aard, zoals gedefinieerd in :
  - de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", beschikbaar op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere gepaste maatregelen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden;
  - de "Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau, en/of andere gepaste maatregelen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden. Collectieve maatregelen hebben steeds voorrang op individuele maatregelen.
  Deze passende preventiemaatregelen worden op ondernemingsniveau uitgewerkt en genomen met inachtneming van de regels van het sociaal overleg in de onderneming, of bij ontstentenis daarvan in overleg met de betrokken werknemers, en in overleg met de diensten voor preventie en bescherming op het werk.
  De ondernemingen informeren de werknemers tijdig over de geldende preventiemaatregelen en verstrekken hen een passende opleiding. Ze informeren ook derden tijdig over de geldende preventiemaatregelen.
  Werkgevers, werknemers en derden zijn ertoe gehouden de in de onderneming geldende preventiemaatregelen toe te passen.
  § 3bis. In de schoonheidssalons, de niet-medische pedicurezaken, de nagelsalons, de kapperszaken, de barbiers en de tatoeage- en piercingsalons gelden bij het ontvangen van klanten de volgende bijkomende specifieke modaliteiten:
  - de ontvangst mag enkel op afspraak plaatsvinden;
  - de klant mag slechts in de onderneming aanwezig zijn voor de duur die strikt noodzakelijk is;
  - in geval van dienstverlening aan huis, mag de dienstverlener slechts aanwezig zijn op de plaats van dienstverlening voor de duur die strikt noodzakelijk is;
  - wachtruimtes mogen niet voor klanten worden gebruikt en, behoudens in noodgeval, de toiletten evenmin;
  - eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de onderneming of plaats van dienstverlening, met uitzondering van de klant voor de duur die strikt noodzakelijk is voor een behandeling aan het gelaat;
  - de werkstations dienen onderling op een afstand van minstens 1,5 meter van elkaar verwijderd te zijn;
  - de dienstverlener neemt de gepaste hygiënemaatregelen om zijn handen, de gebruikte werkinstrumenten en zijn werkstation te desinfecteren tussen elke klant;
  - er mag geen voeding of drank worden aangeboden.
  § 4. Winkelcentra kunnen enkel klanten ontvangen overeenkomstig de volgende modaliteiten:
  - één klant per 10 m2 wordt toegelaten gedurende een periode die niet langer is dan noodzakelijk en gebruikelijk;
  - het winkelcentrum stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgang;
  - het winkelcentrum vergemakkelijkt het behoud van een afstand van 1,5 meter middels het aanbrengen van markeringen op de grond en/of signalisaties.
  Er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk.
  In afwijking van het tweede lid, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.
  § 5. Winkels mogen open blijven volgens de gebruikelijke dagen en uren.
  Nachtwinkels mogen geopend blijven vanaf het gebruikelijke openingsuur tot 22u00.
  § 6. Onverminderd paragrafen 3 en 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de winkelcentra, winkelstraten en parkings door de bevoegde gemeentelijke overheid, in overeenstemming met de instructies van de minister van Binnenlandse Zaken, op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon.
  De in paragraaf 1, eerste lid bedoelde ondernemingen organiseren geen verkoopacties op de openbare weg, en plaatsen er geen uitstallingen, vlaggen of andere objecten.
  § 6bis. De bevoegde gemeentelijke overheid kan de dagelijkse, wekelijkse en tweewekelijkse markten die maximaal 50 kramen bevatten, toelaten onder de volgende modaliteiten:
  - het maximum aantal bezoekers dat wordt toegelaten op de markt bedraagt 1 bezoeker per 1,5 lopende meter aan het kraam;
  - het betreft geen brocante- of rommelmarkt;
  - de marktkramers en hun personeel zijn tijdens het uitbaten van een kraam verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof;
  - de bevoegde gemeentelijke overheid stelt middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking bij de in- en uitgangen van de markt;
  - de marktkramers stellen middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien ter beschikking van hun personeel en hun klanten;
  - bezoekers mogen op de markten geen voeding of dranken nuttigen;
  - er wordt een organisatie of een systeem ingevoerd om te controleren hoeveel klanten er op de markt aanwezig zijn;
  - er wordt een éénrichtingsverkeersplan opgesteld, met afzonderlijke toe- en uitgangen tot en van de markt, tenzij er in uitzonderlijke omstandigheden een gemotiveerde afwijking wordt toegestaan door de bevoegde lokale overheid, die een alternatieve oplossing bepaalt.
  Er wordt individueel gewinkeld en niet langer dan noodzakelijk en gebruikelijk.
  In afwijking van het tweede lid, mag een volwassene de minderjarigen die onder hetzelfde dak wonen of een persoon die nood heeft aan begeleiding, vergezellen.
  Onverminderd paragrafen 3 en 4 en onverminderd de opdrachten van de hulp- en interventiediensten, wordt de toegang tot de markten door de bevoegde gemeentelijke overheid op dusdanige wijze georganiseerd, zodat de regels van de social distancing kunnen worden gerespecteerd, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, evenals de passende preventiemaatregelen die minstens gelijkwaardig zijn aan deze van de "Generieke gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan".
  Een individuele ambulante activiteit mag worden uitgeoefend op de gebruikelijke plaats mits voorafgaande toelating van de gemeentelijke overheid.
  § 7. De inrichtingen die behoren tot de culturele, feestelijke, recreatieve, toeristische, sportieve en horecasector zijn gesloten.
  Het terrasmeubilair van de horecasector moet naar binnen gebracht worden. Levering van maaltijden en maaltijden om mee te nemen zijn toegestaan.
  De ondernemingen mogen geen culturele, feestelijke, recreatieve, toeristische of sportieve activiteiten organiseren.
  In afwijking van het eerste lid mogen open blijven:
  1° de hotels en aparthotels, met uitzondering van hun eventuele restaurants, vergaderzalen en recreatiefaciliteiten;
  2° de noodzakelijke infrastructuren voor de uitoefening van fysieke activiteiten in de buitenlucht die geen fysieke contacten impliceren, met uitzondering van de kleedkamers, douches en cafetaria's;
  3° de culturele bezienswaardigheden;
  4° de natuurbezienswaardigheden.
  In afwijking van het eerste lid zijn de bibliotheken open.
  De culturele bezienswaardigheden bedoeld in het vierde lid, 3° zijn:
  - de musea;
  - de historische huizen en monumenten;
  - de kastelen en citadellen.
  Wordt verstaan onder "museum":
  - een structuur erkend als museum of kunsthal door ten minste één van deze entiteiten: de federale regering en de deelstaten;
  - een permanente instelling ten dienste van de maatschappij en haar ontwikkeling, open voor het publiek, die het materieel en immaterieel patrimonium van de mensheid en haar omgeving verwerft, bewaart, bestudeert, overbrengt en tentoonstelt voor doeleinden van studie, vorming en vermaak door middel van tentoonstellingen, activiteiten voor het publiek en wetenschappelijke publicaties of van vulgarisatie, steeds verwezenlijkt door professionelen.
  De natuurbezienswaardigheden bedoeld in het vierde lid, 4° zijn:
  - de tuinen;
  - de natuurparken en natuurreservaten;
  - de dierentuinen en dierenparken.
  De volgende modaliteiten zijn van toepassing op de bezoeken aan de culturele bezienswaardigheden bedoeld in het vierde lid, 3° :
  - de bezoeken zijn individueel of in het gezelschap van personen die onder hetzelfde dak wonen;
  - de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, worden gerespecteerd;
  - er wordt een online of telefonisch ticketsysteem ingevoerd;
  - per 15 m2 wordt één bezoeker toegelaten;
  - er wordt een maximum aantal bezoekers per tijdspanne bepaald;
  - er worden éénrichtingsaanduidingen en begeleiding van het publiek voorzien;
  - het personeel is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de regels van social distancing;
  - eventuele winkels zijn verplicht de regels bedoeld in paragrafen 2 en 3 na te leven;
  - eventuele cafetaria's, restaurants, attracties en speeltuinen zijn gesloten;
  - het didactisch materiaal wordt gedesinfecteerd na elk gebruik.
  De volgende modaliteiten zijn van toepassing op de bezoeken aan de natuurbezienswaardigheden bedoeld in vierde lid, 4° :
  - de bezoeken zijn individueel of in het gezelschap van personen die onder hetzelfde dak wonen;
  - de regels van social distancing, in het bijzonder het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, worden gerespecteerd;
  - er wordt een online of telefonisch ticketsysteem ingevoerd;
  - per 10 m2 van de voor het publiek toegankelijke oppervlakte wordt één bezoeker toegelaten;
  - er wordt een maximum aantal bezoekers per tijdspanne bepaald;
  - er worden éénrichtingsaanduidingen en begeleiding van het publiek voorzien;
  - het personeel is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de regels van social distancing;
  - eventuele winkels zijn verplicht de regels bedoeld in paragrafen 2 en 3 na te leven;
  - eventuele cafetaria's, restaurants, attracties en speeltuinen zijn gesloten."

  Art. 2. Artikel 4 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "Het openbaar vervoer blijft behouden.
  Eenieder is vanaf de leeftijd van 12 jaar verplicht om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief in stof, vanaf het betreden van de luchthaven, het station, op het perron of een halte, in de bus, de (pre)metro, de tram, de trein of elk ander vervoersmiddel dat door een openbare overheid wordt georganiseerd.
  In afwijking van het tweede lid is het rijdend personeel van de openbare vervoersmaatschappijen niet verplicht om de mond en de neus te bedekken, voor zover enerzijds de conducteur goed geïsoleerd is in een cabine en anderzijds een affiche en/of zelfklever aan de gebruikers de reden aangeeft waarom de conducteur geen masker draagt."

  Art. 3. Artikel 5 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "Worden verboden, behoudens andersluidende bepaling voorzien door dit besluit:
  1° de samenscholingen;
  2° de privé- en publieke activiteiten van culturele, maatschappelijke, feestelijke, folkloristische, sportieve, toeristische en recreatieve aard;
  3° de ééndaagse schooluitstappen;
  4° de meerdaagse schooluitstappen;
  5° de activiteiten in het kader van jeugdbewegingen, op en vanaf het nationaal grondgebied;
  6° de activiteiten van de erediensten.
  In afwijking van het eerste lid, worden toegestaan:
  - begrafenisceremonies, maar enkel in aanwezigheid van maximaal 30 personen, met een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon en zonder de mogelijkheid van blootstelling van het lichaam;
  - burgerlijke huwelijken, maar enkel in het bijzijn van maximum 30 personen;
  - religieuze huwelijken, maar enkel in het bijzijn van maximum 30 personen;
  - religieuze plechtigheden die zijn opgenomen met de bedoeling ze via alle beschikbare kanalen te verspreiden en die alleen met maximaal 10 personen plaatsvinden, met inbegrip van de personen die voor die opname verantwoordelijk zijn, met het behoud van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon, en voor zover de plaats van eredienst tijdens de opname voor het publiek gesloten blijft;
  - wandelingen en fysieke activiteiten in open lucht die geen fysieke contacten impliceren, alleen of in het gezelschap van personen die onder hetzelfde dak wonen en/of in het gezelschap van maximum twee, steeds dezelfde, andere personen, met respect van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon;
  - regelmatige trainingen en lessen in de buitenlucht die geen fysieke contacten impliceren, in georganiseerd verband, in het bijzonder door een club of een vereniging, met een groep van maximum 20 personen, steeds in de aanwezigheid van een trainer of een meerderjarige toezichter, en met het respect van een afstand van 1,5 meter tussen elke persoon;
  - ritten te paard, en dit enkel met het oog op het welzijn van het dier en met een maximum van drie ruiters."

  Art. 4. Artikel 6 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "De lessen en activiteiten in het kleuter-, lager en secundair onderwijs worden geschorst, behoudens deze aangeduid door de onderwijsinstellingen voor 15 mei 2020.
  Opvang wordt echter verzekerd.
  Het personeel en alle leerlingen vanaf de leeftijd van 12 jaar zijn ertoe gehouden om de mond en de neus te bedekken met een masker of elk ander alternatief.
  In afwijking van het eerste lid mogen vanaf 18 mei 2020 de lessen en activiteiten hervat worden in het basisonderwijs en het secundair onderwijs, voor de groepen bepaald door de Gemeenschappen op basis van de aanbevelingen van de experten en de bevoegde overheden.
  De scholen kunnen nieuw pedagogisch materiaal ter beschikking stellen van de leerlingen thuis en kunnen leerlingen die het voorwerp moeten uitmaken van een specifieke opvolging omwille van problemen op school of bijzondere leerbehoeften individueel uitnodigen.
  De internaten, opvangtehuizen en permanente opvangtehuizen blijven open. Bijzondere organisatiemodaliteiten kunnen voor deze inrichtingen voorzien worden.
  De instellingen van hoger onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie mogen hun lessen en activiteiten hervatten overeenkomstig de richtlijnen van de Gemeenschappen en de bijkomende maatregelen voorzien door de federale regering. Enkel indien de configuratie van de infrastructuur het toelaat, kunnen de Gemeenschappen beslissen om het deeltijds kunstonderwijs te hernemen voor beperkte activiteiten."

  Art. 5. Artikel 8 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "De personen zijn ertoe gehouden thuis te blijven. Het is verboden om zich op de openbare weg en in openbare plaatsen te bevinden, behalve in geval van noodzakelijkheid.
  Worden onder meer beschouwd als noodzakelijk, verplaatsingen zoals:
  - om zich te begeven van en naar de plaatsen waarvan de opening is toegelaten op basis van artikelen 1, 2 en 3;
  - om toegang te hebben tot bankautomaten en postkantoren;
  - om toegang te hebben tot medische zorgen;
  - om tegemoet te komen aan familiale noden, zoals een bezoek brengen aan een partner of kinderen in het kader van co-ouderschap;
  - om bijstand en zorgen te voorzien voor oudere personen, voor minderjarigen, voor mindervalide personen en voor kwetsbare personen;
  - om te zorgen voor dieren;
  - om de professionele verplaatsingen uit te voeren, met inbegrip van het woon-werkverkeer;
  - om de verplaatsingen in het kader van vrijwilligerswerk binnen een bedrijf van een cruciale sector of een essentiële dienst zoals bedoeld in artikel 3 uit te voeren, met inbegrip van het woon-werkverkeer;
  - om activiteiten bedoeld in artikel 5, tweede lid en artikel 5bis uit te oefenen;
  - om de verplaatsingen uit te voeren in het kader van artikel 6;
  - om verplaatsingen uit te voeren in het kader van de verkoop of het verhuren van onroerende goederen."

  Art. 6. Artikel 10 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid:
  - artikel 1, met uitzondering van paragraaf 6, eerste lid, en met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, of op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid;
  - artikelen 4, 5, 8 en 8bis."

  Art. 7. Artikel 11 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "De gemeentelijke overheden en de overheden van bestuurlijke politie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
  De politiediensten hebben als opdracht toe te zien op de naleving van dit besluit, zo nodig door het uitoefenen van dwang en geweld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 37 van de wet op het politieambt."

  Art. 8. Artikel 13 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, wordt vervangen als volgt:
  "De maatregelen voorzien in dit besluit zijn van toepassing tot en met 7 juni 2020.
  In afwijking van het eerste lid:
  - is de maatregel voorzien in artikel 5, eerste lid, 4° van toepassing tot en met 30 juni 2020;
  - is de maatregel voorzien in artikel 7 van toepassing tot en met 8 juni 2020;
  - zijn beroeps- en amateursportwedstrijden geannuleerd tot en met 31 juli 2020;
  - zijn evenementen van culturele, maatschappelijke, feestelijke, folkloristisch, sportieve, toeristische en recreatieve aard verboden tot en met 30 juni 2020."

  Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 18 mei 2020.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, op 15 mei 2020.
P. DE CREM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
   Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, artikel 4;
   Gelet op de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, artikelen 11 en 42;
   Gelet op de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid, artikelen 181, 182 en 187;
   Gelet op het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
   Gelet op artikel 8, § 2, 1° en 2°, van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging is dit besluit uitgezonderd van de regelgevingsimpactanalyse;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 mei 2020;
   Gelet op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, gegeven op 15 mei 2020;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1, eerste lid;
   Gelet op de dringende noodzakelijkheid, die niet toelaat te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State binnen een verkorte termijn van vijf dagen, onder meer omwille van de zeer snelle evolutie van de situatie in België en in de naburige landen, en van de noodzaak om maatregelen te overwegen die gegrond zijn op epidemiologische resultaten die van dag op dag evolueren en waarvan de laatste de maatregelen beslist tijdens de Nationale Veiligheidsraad die is bijeengekomen op 13 mei 2020 hebben gerechtvaardigd; dat het zodoende dringend is om bepaalde maatregelen te hernieuwen en om andere aan te passen;
   Overwegende het overleg tussen de regeringen van de deelstaten en de bevoegde federale overheden binnen de Nationale Veiligheidsraad, die is bijeengekomen op 10, 12, 17 en 27 maart 2020, op 15 en 24 april 2020, alsook op 6 en 13 mei 2020;
   Overwegende artikel 191 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel in het kader van het beheer van internationale gezondheidscrisissen en van de actieve voorbereiding van zulke potentiële crisissen verankert; dat dit beginsel inhoudt dat, wanneer een ernstig risico hoogstwaarschijnlijk werkelijkheid zal worden, het aan de overheid is om dringende en voorlopige maatregelen te nemen;
   Overwegende de verklaring van de WHO omtrent de karakteristieken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder met betrekking tot de besmettelijkheid en het sterfterisico;
   Overwegende de kwalificatie van het coronavirus COVID-19 als een pandemie door de WHO op 11 maart 2020;
   Overwegende dat de WHO op 16 maart 2020 het hoogste dreigingsniveau heeft uitgeroepen aangaande COVID-19 dat de wereldeconomie destabiliseert en zich snel verspreidt over de wereld;
   Overwegende de verklaring van de regionale Directeur van de WHO voor Europa van 16 april 2020, die benadrukt dat Europa het meest getroffen continent blijft, hoewel enkele Europese landen een kalmere periode kennen, en die deze landen aanspoort om hun inspanningen niet te stoppen ondanks de complexiteit, de onzekerheden en de bevragingen over de duur en over de nodige opofferingen, en om een gepaste strategie aan te nemen die moet garanderen dat de overdracht van het virus gecontroleerd wordt en dat de maatregelen die een versoepeling van de beperkingen en de overgang naar een "nieuw normaal" beogen, worden geregeld volgens de principes van de volksgezondheid;
   Overwegende de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied, en in België ; dat het totaal aantal besmettingen blijft stijgen en dat een nieuwe ziektegolf hoe dan ook vermeden moet worden;
   Overwegende de urgentie en het risico voor de volksgezondheid die het coronavirus COVID-19 met zich meebrengt voor de Belgische bevolking;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 een infectieziekte is die meestal de longen en luchtwegen treft;
   Overwegende dat het coronavirus COVID-19 zich via de lucht lijkt over te dragen van mens op mens; dat de overdracht van de ziekte lijkt plaats te vinden via alle mogelijke emissies via de mond en de neus;
   Overwegende het aantal besmettingsgevallen dat werd gedetecteerd en het aantal sterfgevallen dat zich heeft voorgedaan in België sinds 13 maart 2020;
   Overwegende de adviezen van CELEVAL;
   Overwegende het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO van 22 april 2020;
   Overwegende dat het gevaar zich uitstrekt over het gehele nationale grondgebied; dat het van algemeen belang is dat er een coherentie bestaat bij het nemen van maatregelen voor de handhaving van de openbare orde, teneinde de efficiëntie ervan te maximaliseren;
   Overwegende dat, gezien wat voorafgaat, de bijeenkomsten in besloten of overdekte plaatsen, maar ook in open lucht, een specifieke bedreiging vormen voor de volksgezondheid ;
   Overwegende dat een politiemaatregel houdende het samenscholingsverbod bijgevolg onontbeerlijk en proportioneel is;
   Overwegende dat het voormelde verbod van die aard is om, enerzijds, het aantal acute besmettingen te verminderen en er bijgevolg voor te zorgen dat de diensten van de intensieve zorg de zwaarst getroffen patiënten in de beste omstandigheden kunnen ontvangen, en om, anderzijds, meer tijd te geven aan de wetenschappers om efficiënte behandelingen en vaccins te ontwikkelen;
   Overwegende dat het noodzakelijk is, teneinde de verspreiding van het virus te blijven beperken, om de algemene maatregelen tot inperking van verplaatsingen en tot social distancing te verlengen, waarbij tegelijkertijd enkele bijkomende versoepelingen worden voorzien om deze maatregelen gradueel af te bouwen; dat de evolutie van ziekenhuisopnames daalt ten opzichte van de voorbije weken; dat de gezondheidssituatie regelmatig wordt geëvalueerd; dat dit betekent dat een terugkeer naar striktere maatregelen nooit is uitgesloten;
   Overwegende het verslag van 22 april 2020 van de GEES (Groep van Experts die belast zijn met de Exit Strategy) dat een gefaseerde aanpak voor het geleidelijk afbouwen van de maatregelen bevat en dat voornamelijk gebaseerd is op drie essentiële aspecten, met name het dragen van een mondmasker, testing en tracing ; dat het verslag een evenwicht tracht te verzekeren tussen het behoud van de gezondheid, zij het fysiek of mentaal, het vervullen van de pedagogische opdrachten op vlak van onderwijs en de heropstart van de economie; dat de GEES is samengesteld uit deskundigen van verschillende vakdomeinen, waaronder artsen, virologen en economen;
   Overwegende de adviezen van de GEES;
   Overwegende het Phoenixplan van Comeos voor een herstart van de handel;
   Overwegende de "Gids betreffende de opening van de handelszaken om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan", op de website van de Federale Overheidsdienst Economie;
   Overwegende de "Gids om de verspreiding van COVID-19 op de werkplaats tegen te gaan", op de website van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
   Overwegende de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, en de uitvoeringsbesluiten;
   Overwegende dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof een belangrijke rol speelt in de strategie van geleidelijke afbouw van de maatregelen; dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof bijgevolg sterk wordt aanbevolen in de ondernemingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten, gezien het grote aantal personen die er sedert 11 mei 2020 opnieuw naartoe kunnen gaan en dit, teneinde een verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 te vermijden; dat het louter gebruik van een masker echter niet volstaat en dat het steeds gepaard moet gaan met de andere preventiemaatregelen; dat de social distancing de belangrijkste en prioritaire preventiemaatregel blijft;
   Overwegende het risico op indirect contact met een besmette persoon via druppels en aerosoldeeltjes die deze laatste op voedingsmiddelen en producten kan uitstoten; dat dit risico groter is op markten aangezien de kramen zich vlak voor de marktkramer bevinden en tussen deze laatste en zijn klanten zijn geplaatst; dat het dragen van een mondmasker of van elk alternatief in stof bijgevolg verplicht moet worden voor de verkopers en hun personeel die op de markten werken, en dat dit sterk wordt aanbevolen voor de klanten;
   Overwegende dat de social distancing per definitie niet kan worden toegepast bij contactberoepen; dat het dragen van een mondmasker of van elk ander alternatief in stof eveneens verplicht moet worden voor zowel de dienstverlener als de klant;
   Overwegende dat het aanbevolen wordt om aankopen te doen in een stad of gemeente dichtbij de woonplaats of werkplek;
   Overwegende dat er maatregelen moeten worden genomen voor het beheer van de openbare ruimte in en bij de winkelzones en toegelaten markten die van toepassing zijn voor het geheel van het grondgebied;
   Overwegende dat bijzondere bijkomende modaliteiten dienen te worden opgelegd voor de contactberoepen, die thans hun activiteiten hervatten;
   Overwegende dat de contactberoepen, net zoals alle andere ondernemingen die goederen of diensten aanbieden aan consumenten, in de regel slechts moeten worden toegelaten om één klant per 10 vierkante meter te ontvangen;
   Overwegende dat kappers hun dienstverlening gebruikelijk in verschillende stappen organiseren, gedurende dewelke de klanten elk over een individuele plaats beschikken; dat daardoor een zekere flexibiliteit kan worden geboden aan de kappers met betrekking tot het toegelaten aantal klanten in functie van de oppervlakte van het salon;
   Overwegende de dringende noodzakelijkheid,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie