J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/05/04/2020041152/justel

Titel
4 MEI 2020. - Koninklijk Besluit tot verlenging van sommige maatregelen genomen bij het Koninklijk Besluit nr. 12 van 21 april 2020 met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 04-05-2020 nummer :   2020041152 bladzijde : 30338       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-05-04/03
Inwerkingtreding : 04-05-2020

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2020030747       

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De periode bedoeld in artikelen 2, 3, 4 en 5 van het Koninklijk Besluit nr. 12 van 21 april 2020 met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken wordt verlengd tot en met 18 mei 2020.

  Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 4 mei 2020.

  Art. 3. De Minister bevoegd voor Veiligheid en Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 4 mei 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
P. DE CREM

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 27 maart 2020 die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19 (I);
   Gelet op het Koninklijk Besluit nr. 12 van 21 april 2020 met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 27 april 2020;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 29 april 2020;
   Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, artikel 3, ß 1;
   Gezien de dringende noodzakelijkheid, die het onmogelijk maakt het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State in te winnen, zelfs binnen een verkorte termijn van vijf dagen, gezien de periodes die bij dit besluit worden verlengd verstrijken op zondag 3 mei 2020, ofwel in die datum hun grondslag vinden;
   Overwegende de dringende noodzakelijkheid zo vlug mogelijk een antwoord te bieden op de moeilijkheden die het maatschappelijk, economisch, gerechtelijk en administratief leven ondervindt als gevolg van de maatregelen die genomen worden tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19;
   Overwegende het ministerieel besluit van 30 april 2020 houdende wijziging van het Ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken;
   Op de voordracht van de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Bij het Koninklijk Besluit nr. 12 van 21 april 2020 met betrekking tot de verlenging van de termijnen van de rechtspleging voor de Raad van State en de schriftelijke behandeling van de zaken dat Uwe Majesteit heeft genomen met toepassing van de bijzondere machtenwet van 27 maart 2020 (I), werden een aantal maatregelen getroffen met betrekking tot de Raad van State. Enerzijds werden bij artikel 1 de instellings- en behandelingstermijnen die vervallen tijdens de crisisperiode, op dat ogenblik bepaald tot 3 mei 2020, verlengd tot 30 dagen na afloop van die periode. Anderzijds regelt artikel 2 de procedure die gevolgd moet worden inzake de vorderingen tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid en de vorderingen tot bevelen van voorlopige maatregelen wegens uiterst dringende noodzakelijkheid. Artikel 3 van het vermelde KB biedt de mogelijkheid dat bepaalde vorderingen en beroepen zonder behandeling in openbare terechtzitting kunnen behandeld worden gedurende de in artikel 1 bepaalde periode. In artikel 4 van het vermeld KB wordt de elektronische regeling voor procedurestukken en aanvullende stukken voorzien. Artikel 5 van het vermeld KB voorziet een regeling voor elke kennisgeving en mededelingen, waarbij de elektronische mogelijkheden verruimd worden en rekening wordt gehouden met particulieren die geen gebruik kunnen maken van elektronische procedures.
   Met dit ontwerp-KB worden de artikelen 2, 3, 4 en 5 in KB nr. 12 van 21 april 2020 gewijzigd in die zin dat deze verlengingen zullen gelden tot en met 18 mei 2020.
   De regeling van artikel 1 van het KB nr. 12 wordt niet verlengd omdat er geen juridische onzekerheid mag bestaan over een langere periode voor wat de geviseerde overheidshandelingen betreft.
   Met de maatregelen van KB nr. 12 van 21 april 2020 werd onder meer zoveel als mogelijk tegemoet gekomen aan de moeilijkheden voor de werking van de Raad van State veroorzaakt door het gaandeweg stilvallen van het maatschappelijk, economisch en administratief leven, als gevolg van de strengere veiligheidsvoorschriften die de Regering heeft genomen ter bestrijding van de dreiging van het Covid-19-virus en de daaruit voortvloeiende beperkingen van het openbaar leven en van de bewegingsvrijheid. Die "afgeleide" maatregelen zijn uiteraard tijdelijk, in die zin dat ze slechts gerechtvaardigd zijn in het licht van de veiligheidsmaatregelen die zelf tijdelijk zijn.
   De einddatum van de bij het KB nr. 12 genomen maatregelen was vooralsnog vastgesteld op 3 mei 2020 (art. 1) omdat de strenge veiligheidsmaatregelen alvast tot 3 mei 2020 waren aangehouden. Inmiddels is beslist dat een groot aantal van die veiligheidsmaatregelen zal worden verlengd, meer bepaald tot 17 mei 2020, en dat de maatregelen slechts op gefaseerde wijze zullen worden versoepeld. De actuele versoepelingen en de algemene volksgezondheidssituatie volstaan niet om de bij het KB nr. 12 genomen "afgeleide" maatregelen zonder meer op te heffen. Precies daarom is er in het Koninklijk Besluit nr. 12 in voorzien dat de einddatum van de gelding van de "afgeleide" maatregelen door de Koning kan worden aangepast, vanzelfsprekend in functie van en verantwoord door de evolutie.
   Wat de termijnen in art. 1 van het KB nr. 12 van 21 april 2020 betreft: deze zullen niet verder worden verlengd. De actoren betrokken bij de werking van de Raad van State waaronder de rechtszoekenden hebben zich inmiddels voldoende kunnen organiseren, zodat geen verlenging nodig is.
   Anderzijds, voor wat de bepalingen betreft in de artikelen 2, 3, 4 en 5 van K.B. nr. 12 van 21 april 2020, moet de verlenging voorzien worden wegens onvoldoende gewijzigde toestand op gebied van de volksgezondheidssituatie, en dit tot en met 18 mei 2020.
   De maatregelen die hierbij worden verlengd zijn belangrijk om de fysieke sociale interactie te beperken en dit om de verspreiding van het coronavirus maximaal te beperken.
   De datum van 18 mei 2020 laat de Raad van State toe om zich in de gegeven omstandigheden zo goed als mogelijk te organiseren en daarbij alle voorzorgsmaatregelen in acht te nemen.
   Opdat er geen hiaat zou zijn tussen de initiŽle tekst van KB nr. 12 van 21 april 2020 en de voorgestelde wijziging, wordt de inwerkingtreding bepaald op 4 mei 2020.
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
   P. DE CREM

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit
Franstalige versie