J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2020/03/20/2020030664/justel

Titel
20 MAART 2020. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie

Bron :
VLAAMSE OVERHEID
Publicatie : 27-04-2020 nummer :   2020030664 bladzijde : 28763       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2020-03-20/15
Inwerkingtreding : 27-04-2020

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1997036368        2011035447       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie
Art. 1
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement
Art. 2-7
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
Art. 8-9

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie

  Artikel 1. In artikel 3, 2° van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie, vervangen bij besluit van 6 december 2013 en gewijzigd bij besluit van 24 mei 2019 wordt de zinsnede "7° en 8° " telkens vervangen door de zinsnede "7° tot 9°, 12° en 13° ".

  HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement

  Art. 2. In artikel 8, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement, gewijzigd bij besluit van 26 april 2019 wordt de zinsnede "2.3.3" vervangen door de zinsnede "2.6.1.3.3, § 2".

  Art. 3. In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, worden het eerste tot en met het derde lid opgeheven.

  Art. 4. Artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11. § 1. Alleen de exploitant mag de huisaansluiting plaatsen, wijzigen, versterken, verplaatsen, wegnemen, onderhouden, herstellen, in dienst stellen en buiten dienst stellen of de werkzaamheden daarvoor laten uitvoeren.
  De huisaansluiting is eigendom van de exploitant, zonder afbreuk te doen aan bestaande zakelijke rechten die voor 1 juli 2011 zijn gevestigd. De exploitant zorgt voor de goede uitvoering ervan en draagt de kosten. Als de klant of titularis de werkzaamheden aanvraagt of als ze noodzakelijk zijn door schade of storing die de klant of titularis heeft aangericht, kan de exploitant daarvoor een bijdrage aan de klant vragen.
  Principieel wordt per onroerend goed in één huisaansluiting voor de afvoer van afvalwater en, als dat van toepassing is, in één huisaansluiting voor de afvoer van niet-verontreinigd hemelwater voorzien. Als de aanvrager meer huisaansluitingen wil, bepaalt de exploitant in overleg met hem het aantal huisaansluitingen en legt hij de voorwaarden vast.
  De exploitant bepaalt, in overleg met de aanvrager, het traject van de huisaansluiting zodat de algemene veiligheid, de instandhouding en de normale werking van de elementen van de huisaansluiting verzekerd zijn en dat het toezicht, de controle en het onderhoud gemakkelijk uitgevoerd kunnen worden.
  § 2. De exploitant stelt de prijsofferte op voor elke nieuwe, te herstellen of te wijzigen huisaansluiting. Hij gebruikt daarvoor een document dat al de volgende gegevens bevat:
  1° de uitvoeringsmodaliteiten voor de werkzaamheden;
  2° de totale geraamde prijs;
  3° de samenstellende elementen van de prijs;
  4° de betalingsmodaliteiten;
  5° de nodige informatie over de samenstelling van de huisaansluiting.
  De samenstellende elementen van het totale werk worden niet meegedeeld als een forfaitaire prijsberekening per eenheid wordt uitgevoerd.
  De exploitant stelt de prijsofferte gratis op. De prijsofferte wordt in principe bezorgd binnen vijftien werkdagen nadat de aanvrager alle nodige gegevens en inlichtingen aan de exploitant heeft verstrekt. De prijsofferte is ten minste twee maanden geldig. De huisaansluiting, de herstelling op het gedeelte tussen de rooilijn en de aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk, en andere werkzaamheden om de afvoer te verzekeren, worden aangerekend aan de aanvrager tegen de prijzen die gelden op het moment dat de prijsofferte wordt opgemaakt. Buitengewone en uitzonderlijke werkzaamheden om de afvoer te verzekeren, kunnen worden aangerekend aan de aanvrager tegen de prijzen die gelden op het moment van de uitvoering.
  De werkzaamheden aan de huisaansluiting worden uitgevoerd binnen de periode die met de aanvrager is afgesproken, rekening houdend met eventuele noodzakelijke planaanvragen, toestemmingen en vergunningen, nadat de aanvrager zich uitdrukkelijk akkoord heeft verklaard met de prijsofferte en nadat hij alle overeengekomen formaliteiten en werken correct heeft uitgevoerd, en dat ook aan de exploitant heeft gemeld.
  § 3. De exploitant waarschuwt de klant of, bij afwezigheid ervan, de titularis, als er werkzaamheden aan de huisaansluiting zullen plaatsvinden, zodat de klant, respectievelijk de titularis de mogelijkheid heeft om zelf, in voorkomend geval, de nodige werkzaamheden uit te voeren, meer bepaald om de toegang tot de privéwaterafvoer mogelijk te maken. Als de klant of titularis de nodige werkzaamheden niet heeft uitgevoerd binnen de periode die met de exploitant is afgesproken, of als hij weigert de werkzaamheden uit te voeren binnen een redelijke termijn die de exploitant voorstelt, mag de exploitant de nodige werkzaamheden zelf uitvoeren.
  In geval van dringende noodzakelijkheid mag de exploitant de nodige werkzaamheden en inzonderheid de werkzaamheden om de toegang tot de huisaansluiting op privé-eigendom mogelijk te maken, altijd zelf uitvoeren zonder de klant of titularis daarvan vooraf op de hoogte te brengen.
  § 4. De wijzigingen die de exploitant verplicht is aan te brengen door het specifieke gebruik van de huisaansluiting door de klant, zijn ten laste van de klant.
  De klant of titularis die al een huisaansluiting heeft, verbindt er zich toe de exploitant binnen een zo kort mogelijke tijd in te lichten over elk aan hem toe te schrijven feit dat aanpassingen aan de huisaansluiting tot gevolg kan hebben.
  De klant bezorgt alle nodige informatie over zijn installatie en afvoerstelsel aan de exploitant opdat die een huisaansluiting of een wijziging in de huisaansluiting kan uitvoeren.
  Het is verboden een huisaansluiting van een onroerend goed op het openbaar saneringsnetwerk of een privéwaterafvoer te verbinden of te laten verbinden met die van een ander onroerend goed, behalve na een uitdrukkelijk en voorafgaand akkoord van de exploitant.
  De klant of titularis treft als een goed huisvader de nodige schikkingen om iedere oorzaak van beschadiging en verontreiniging van de huisaansluiting en van het openbaar saneringsnetwerk te vermijden. Hij brengt de exploitant onmiddellijk op de hoogte van elke onregelmatigheid of beschadiging, en van elke afwijking van of strijdigheid met de wettelijke en technische voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen. Als die het gevolg zijn van een tussenkomst of nalatigheid van de klant of titularis, zijn de kosten voor de herstelling of vervanging voor zijn rekening.".

  Art. 5. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt een artikel 11/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 11/1. § 1. Dit artikel is van toepassing als de exploitant de saneringsverplichting op het vlak van individuele sanering uitvoert.
  In dit artikel wordt verstaan onder IBA: de individuele behandelingsinstallatie.
  § 2. De aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk wordt aangelegd en onderhouden conform de technische voorschriften van de exploitant.
  Alleen de exploitant of zijn aangestelde mag de IBA plaatsen, wijzigen, versterken, verplaatsen, wegnemen, onderhouden, herstellen, in dienst stellen en buiten dienst stellen, of werkzaamheden daarvoor laten uitvoeren. De IBA is eigendom van de exploitant, zonder afbreuk te doen aan bestaande zakelijke rechten die voor 1 januari 2020 zijn gevestigd. De individuele behandelingsinstallatie wordt geplaatst binnen de periode die met de aanvrager is afgesproken.
  De exploitant of zijn aangestelde zorgt voor de goede uitvoering ervan en draagt de kosten. Als de klant of titularis de werkzaamheden aanvraagt of als ze noodzakelijk zijn door schade of storing die de klant of titularis heeft aangericht, kan de exploitant daarvoor een bijdrage van de klant vragen.
  § 3. Als de klant of titularis verplicht is om een IBA te plaatsen, kan die een verzoek tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk richten tot de exploitant. Afhankelijk van de situatie verwijst de exploitant de aanvrager door naar de gemeente voor een voorafgaande goedkeuring tot aansluiting.
  Behalve bij uitdrukkelijke en voorafgaande weigering van de titularis acht de exploitant het bewezen dat de aanvrager van een verzoek tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk het akkoord van de titularis daarvoor heeft verkregen.
  § 4. Om zijn saneringsplicht te vervullen in het individueel te optimaliseren buitengebied, kan de exploitant aanbieden om een IBA te plaatsen die hij zelf beheert. Als de klant of titularis niet ingaat op dat verzoek, is hij verplicht zelf in te staan voor de sanering van het afvalwater.
  § 5. De exploitant gaat over tot effectieve aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk nadat de aanvrager van een verzoek tot aansluiting op het openbaar saneringsnetwerk zich akkoord heeft verklaard met de wijze van aanrekening van de kosten, het algemeen waterverkoopreglement en, als dat van toepassing is, het bijzonder waterverkoopreglement.
  De kosten die verbonden zijn aan de aanleg van aan- en afvoerleidingen naar de IBA, zijn ten laste van de klant of titularis.
  Een onroerend goed kan alleen aangesloten worden op een collectief beheerde IBA als de oorsprong, hoeveelheid, samenstelling en continuïteit van het huishoudelijk afvalwater dat toelaten. De klant of titularis blijft zelf verantwoordelijk voor de sanering van alle afvalwaterstromen die niet aangesloten zijn op de IBA voor huishoudelijk afvalwater.
  De klant of titularis geeft daarbij aan de exploitant toestemming voor toegang tot zijn perceel en de uitvoering van de noodzakelijke werken of handelingen in het kader van de levering en de plaatsing van de huisaansluiting of de IBA. Dat recht van toegang geldt ook na de uitvoering van de huisaansluiting of de eigenlijke plaatsing van de IBA, voor de inspectie van de installatie, het onderhoud van de IBA, de herstellingen en de eventuele verwijdering van de installatie.
  Bij een collectief beheerde IBA blijft de IBA in volle eigendom van de exploitant. De klant of titularis staat in voor de aanleg van alle toevoer- en afvoerleidingen van en naar de IBA. Het beheer en het onderhoud om de goede werking te garanderen, is op elk moment mogelijk. Anders kan de exploitant gepaste maatregelen treffen voor en op kosten van de klant of titularis. De klant of titularis is verplicht om elke belangrijke wijziging die mogelijk invloed heeft op de goede werking van de IBA, onmiddellijk mee te delen aan de exploitant. Kosten van beheer en onderhoud zijn alleen ten laste van de klant of titularis als aangetoond kan worden dat de kosten voortvloeien uit een niet-correct gebruik van de IBA.".

  Art. 6. In artikel 14/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2016 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 en 24 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3, vierde lid, wordt de zinsnede "artikel 35quater, 35quinquies en 35septies van de wet van 26 maart 1971" vervangen door de zinsnede "artikel 4.2.2.2.1 tot en met 4.2.2.2.3, artikel 4.2.2.3.1 tot en met 4.2.2.3.9 en artikel 4.2.2.5.1 en 4.2.2.5.2 van het decreet van 18 juli 2003";
  2° aan paragraaf 5 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de aansluiting van de abonnee op het openbare waterdistributienetwerk van een exploitant geen volledig jaar bestrijkt, worden zowel het vastrecht en de capaciteitsvergoeding als de schijfgrenzen van de variabele prijs pro rata temporis berekend.".

  Art. 7. In artikel 27, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° de toepassing van artikel 7, § 5";
  2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° de toepassing van artikel 7/1;";
  3° er wordt een punt 4° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° /1 de toepassing van artikel 12/1 tot en met 12/4;";
  4° er wordt een punt 4° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "4/2° de toepassing van artikel 13;";
  5° punt 5° wordt vervangen door wat volgt:
  "5° de toepassing van artikel 17, § 4, § 5, § 6, § 7 en § 8;";
  6° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° de toepassing van artikel 27/6 en 27/7.".

  HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen

  Art. 8. Dit besluit treedt in werking op de dag van bekendmaking, met uitzondering van artikel 7, 2°, 3° en 6° die in werking treden op 1 januari 2021, tenzij door de minister een vroegere datum wordt bepaald met toepassing van artikel 32, 2° van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water, wat betreft de aanvraagprocedure om de debietsbeperking op de watertoevoer in te stellen of weg te nemen, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting en het algemeen waterverkoopreglement, wat betreft onder andere de hervorming van de procedure voor de afsluiting van de watertoevoer, de keuring van de binneninstallatie en de privéwaterafvoer, en tot wijziging van het besluit van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunningen, wat betreft een procedureel aspect.

  Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 20 maart 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme,
Z. DEMIR

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   Rechtsgronden
   Dit besluit is gebaseerd op:
   - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, artikel 20;
   - het decreet van 20 december 1996 tot regeling van de rol van de lokale adviescommissie in het kader het van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie, artikel 7, § 1, vervangen bij het decreet van 25 mei 2007, en artikel 7, § 3, eerste lid, gewijzigd bij de decreten van 25 mei 2007, 20 april 2012, 19 juli 2013 en 26 april 2019;
   - het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, artikel 2.2.1, § 1 tot § 3, artikel 2.2.2, § 6, artikel 2.3.5, § 3, artikel 2.5.1.1, artikel 2.5.3.1, artikel 2.5.2.3.2, artikel 2.6.1.3.3, § 3, artikel 4.2.2.2.1 tot 4.2.2.2.3, artikel 4.3.1.1.2.;
   Vormvereisten
   De volgende vormvereisten zijn vervuld:
   - de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk werden geconsulteerd op 5 november 2019;
   - de Inspectie van Financiën heeft gunstig advies gegeven op 25 november 2019;
   - de WaterRegulator heeft advies WR 2020-02 gegeven op 8 januari 2020;
   - de Raad van State heeft advies 66.927/1 gegeven op 12 februari 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Juridisch kader
   Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving:
   - het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende bepalingen van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de uitvoering van de saneringsverplichting, de niet-aangesloten binneninstallatie en installaties voor tweedecircuitwater in onroerende goederen die niet aangesloten zijn of worden op het openbaar waterdistributienetwerk, en het algemeen waterverkoopreglement;
   - het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 1997 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water en de levering van thermische energie.
   Initiatiefnemers
   Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme;
   Na beraadslaging,
   DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie