einde

Publicatie : 2020-03-20

Beeld van de publicatie
WAALSE OVERHEIDSDIENST

18 MAART 2020. - Besluit van de Waalse Regering van bijzondere machten nr. 3 betreffende de aangelegenheden, aan het Waalse Gewest overgedragen krachtens artikel 138 van de Grondwet en betreffende de tijdelijke opschorting van dwingende termijnen en termijnen voor het indienen van beroepen vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980



De Waalse Regering,
Gelet op artikel 138 van de Grondwet;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 6 ervan;
Gelet op het decreet van 17 maart 2020 tot toekenning van bijzondere machten aan de Waalse Regering in het kader van de gezondheidscrisis coronavirus;
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 13 september 2019 tot vastlegging van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten;
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 26 september 2019 tot regeling van de werking van de Regering;
Overwegende dat de WGO het coronavirus COVID-19 als pandemie gelabeld heeft op 11 maart 2020;
Gelet op de huidige en komende maatregelen, genomen om de verspreiding van het virus in de bevolking te beperken, ertoe leiden dat iedere vorm van activiteit op het grondgebied van het Waalse Gewest vertraagt, de goede werking van de verschillende overheidsdiensten aantasten en bepaalde diensten zelfs verlammen;
Overwegende dat laatstgenoemde de goede werking van de verschillende overheidsdiensten in het gedrang brengt en de burgers ook de mogelijkheid ontneemt om op nuttige en daadwerkelijke wijze hun rechten te gelde te maken in het kader van de administratieve procedures en beroepen;
Overwegende dat, met het oog op het garanderen van de continuïteit van de openbare dienstverlening, het gelijkheidsbeginsel gewaarborgd moeten worden en de rechtsveiligheid gevrijwaard dient te worden, maatregelen genomen dienen te worden die ertoe strekken dat geen enkele burger belemmerd wordt in de uitoefening van zijn rechten of de uitvoering van zijn verplichtingen wegens de impacten van de gezondheidscrisis op de dagdagelijkse werking van de overheidsdiensten of omdat deze zelfs niet in staat zijn deze diensten uit te oefenen;
Overwegende dat er eveneens over gewaakt dient te worden dat de overheidsdiensten in staat worden gesteld de administratieve procedures en de beroepen daadwerkelijk te behandelen die onder hun verantwoordelijkheid vallen en tegelijk voorkomen wordt dat er bij ontstentenis beslissingen worden genomen in het geval van onmogelijkheid om in de vereiste termijnen te handelen;
Overwegende dat het bijgevolg passend is alle dwingende termijnen op te schorten, vastgesteld in de gezamenlijke Waalse wetgeving en reglementering of aangenomen krachtens deze, evenals die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waalse Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980;
Overwegende dat voorgesteld wordt dat deze termijnen opgeschort worden te rekenen van 18 maart 2020 en voor een verlengbare duur van twee maal 30 dagen voor één zelfde duur bij een besluit waarbij de Regering de noodzaak daartoe verantwoordt ten opzichte van de evolutie van de volksgezondheidsvoorwaarden. Deze termijnen beginnen opnieuw te lopen daags na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit van de Regering waarbij het einde van de opschortingsperiode wordt vastgesteld;
Overwegende dat de Regering ertoe gedwongen kan worden, over de datum van inwerkingtreding van een besluit te beslissen, het redelijk is haar er in huidige omstandigheden toe te machtigen te beslissen over de datum waarop een besluit ophoudt uitwerking te hebben;
Overwegende dat de maatregel, beoogd in dit besluit van bijzondere machten, immers in deze mate buitengewoon is dat het aangewezen is deze te beëindigen zodra blijkt dat deze maatregel niet langer verantwoord is dan wel te verlengen;
Overwegende dat opgemerkt dient te worden dat het opschorten van termijnen de overheden, of zij gewestelijk of gemeentelijk zijn, niet verhindert om beslissingen te nemen, zelfs in de situaties waarin de termijnen opgeschort zijn;
Overwegende dat de betrokken administraties daarenboven, niettegenstaande de opschorting van de dwingende termijnen, met name de betaling van de vergoedingen van hun personeelsleden, de sociale zekerheidsprestaties en de betaling van hun uitvoerders waarborgen, voor zover dit betrekking heeft op reeds uitgevoerde prestaties;
Overwegende dat de hierbij ingevoerde regeling overigens op generlei wijze zinvol zou zijn indien zij niet eveneens van toepassing zou zijn op de beroepen die voor de Raad van State ingediend kunnen worden tegen akten van bestuurlijke overheden die onder de Waalse wetgeving vallen;
Overwegende dat het dienaangaande passend is artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 te wijzigen om in dezelfde voorwaarden de opschorting voor dezelfde periode vast te leggen betreffende het aanhangigmaken van zaken voor de administratieve rechtspleging;
Overwegende dat deze maatregel verantwoord is op grond van artikel 10 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; dat zij noodzakelijk is voor de uitoefening van de gewestelijke bevoegdheden daar de hierbij ingevoerde regel van elke samenhang ontdaan zou worden indien een extern beroep tegen een bestuursakte op een wijze behandeld zou worden die zou verschillen van een intern beroep, dat zij zich tot een gedifferentieerde behandeling leent voor zover zij enkel betrekking heeft op de akten van de administratieve overheden vallend onder het recht van het Waals Gewest en slechts een marginale impact inhoudt voor zover zij enkel tijdens een zeer beperkte tijdsduur van toepassing zal zijn;
Overwegende dat rekening gehouden zal moeten worden met deze termijn van opschorting voor het vatten van het begrip van redelijke termijn in de zin van de rechtspraak van de Raad van State;
Overwegende dat artikel 3, § 1, van het machtigingsdecreet hetvolgende bepaalt:
"De besluiten bedoeld in de artikelen 1 en 2 kunnen aangenomen worden zonder dat de wettelijk of reglementair vereiste adviezen vooraf ingewonnen worden.
Het eerste lid is van toepassing op de adviezen van de afdeling wetgeving van de Raad van State in de bijzonder door de Regering gemotiveerde gevallen.";
Overwegende dat het, rekening houdend met de uiterste dringende noodzakelijkheid om de continuïteit van de openbare dienstverlening te waarborgen en zowel de rechtszekerheid als het gelijkheidsbeginsel te vrijwaren passend is dat huidig besluit onmiddellijk wordt aangenomen; dat dit op zich een verantwoording is voor het feit dat de afdeling wetgeving van de Raad van State niet is geraadpleegd en dat dit des te meer geldt dat genoemd college begrijpelijkerwijze voor organisatieproblemen staat en mede heeft gedeeld dat het "rekening houdend met de aanzienlijke verstoring van de normale werking van de afdeling wetgeving" passend is dat "het advies bij voorkeur aangevraagd wordt binnen een termijn van 60 dagen en dat "voor zover mogelijk kortere termijnen van 5 en 30 dagen vermeden worden";
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. Dit besluit heeft betrekking op de aangelegenheden, aan het Waals Gewest overgedragen krachtens artikel 138 van de Grondwet.
Art. 2. De dwingende termijnen en de beroepstermijnen, vastgesteld bij de decreten en reglementen van het Waals Gewest of krachtens deze genomen en die vastgesteld in de wetten en koninklijke besluiten vallend onder de bevoegdheden van het Waals Gewest krachtens de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980 worden opgeschort te rekenen van 18 maart 2020 voor een verlengbare duur van twee maal 30 dagen voor één zelfde duur bij een besluit waarbij de Regering de noodzaak daartoe verantwoordt ten opzichte van de evolutie van de volksgezondheidsvoorwaarden.
Art. 3. Artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 wordt aangevuld met een paragraaf 4 luidend als volgt:
" § 4. De termijnen, van toepassing op nietigverklaringsrechtspraak voor de afdeling bestuursrechtspraak voor akten genomen door de administratieve overheden of de reglementering van het Waals Gewest worden opgeschort te rekenen van 18 maart 2020 en voor een verlengbare duur van twee maal 30 dagen voor één zelfde duur bij een besluit waarbij de Regering de noodzaak daartoe verantwoordt ten opzichte van de evolutie van de volksgezondheidsvoorwaarden.
De Regering kan beslissen deze opschorting op te heffen voor het vervallen van de termijn bedoeld in het eerste lid".
Art. 4. De Regering stelt bij besluit het einde van de opschortingsperiode bedoeld in de artikelen 2 en 3 vast.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking daags na de dag waarop het ondertekend wordt.
Namen, 18 maart 2020.
Voor de Regering:
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Economie, Buitenlandse Handel,
Onderzoek en Digitale Innovatie, Landbouw en Ruimtelijke Ordening,
W. BORSUS
De Minister van Klimaat, Energie en Mobiliteit,
Ph. HENRY
De Minister van Werk, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten,
Ch. MORREALE
De Minister van Begroting en Financiën, Luchthavens en Sportinfrastructuren,
J.-L. CRUCKE
De Minister van Huisvesting, de Plaatselijke Besturen en het Stedenbeleid,
P.-Y. DERMAGNE
De Minister van Ambtenarenzaken, Toerisme, Erfgoed en Verkeersveiligheid,
V. DEBUE
De Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn,
C. TELLIER


begin

Publicatie : 2020-03-20