J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/12/15/2020010017/justel

Titel
15 DECEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 57/6/1, ß 3, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, houdende de vastlegging van de lijst van veilige landen van herkomst

Bron :
BINNENLANDSE ZAKEN
Publicatie : 03-02-2020 nummer :   2020010017 bladzijde : 5727       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-12-15/17
Inwerkingtreding : 03-02-2020

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-3

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. De volgende landen worden aangewezen als veilig land van herkomst in de zin van artikel 57/6/1, ß 3, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen:
  - AlbaniŽ
  - BosniŽ-Herzegovina
  - GeorgiŽ
  - India
  - Kosovo
  - Noord-MacedoniŽ
  - Montenegro
  - ServiŽ

  Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

  Art. 3. De minister die de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onder zijn bevoegdheid heeft, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 15 december 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Ph. GOFFIN
De Minister van Asiel en Migratie,
M. DE BLOCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, artikel 57/6/1, ß 3, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012 en gewijzigd bij de wet van 21 november 2017;
   Gelet op het advies van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, gegeven op 5 november 2019;
   Gelet op het advies van de Inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 25 november 2019;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 2 december 2019;
   Gelet op het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse omdat het een formele beslissing betreft.
   Overwegende dat artikel 57/6/1, ß 3, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, voorschrijft dat de lijst van veilige landen van herkomst ten minste eenmaal per jaar door de Koning wordt bepaald.
   Overwegende dat het koninklijk besluit van 15 februari 2019 tot uitvoering van het artikel 57/6/1, ß 3, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, houdende de vastlegging van de lijst van veilige landen van herkomst, op 1 maart 2019 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd en diezelfde dag in werking trad.
   Op de voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Asiel en Migratie en op het advies van de in Raad vergaderde ministers,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Dit besluit heeft tot doel de lijst met veilige landen vast te leggen, zoals bedoeld in het artikel 57/6/1, ß 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna: de Vreemdelingenwet), ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012 en gewijzigd bij de wet van 21 november 2017.
   De wet voorziet een versnelde procedure met kortere termijnen voor de behandeling van verzoeken om internationale bescherming van personen afkomstig uit landen die zijn aangemerkt als veilig land van herkomst. Een individueel en effectief onderzoek blijft noodzakelijk, maar het vermoeden geldt dat er in hoofde van de verzoeker om internationale bescherming geen vrees voor vervolging of een reŽel risico op ernstige schade aanwezig is, gezien zijn afkomst uit een veilig land van herkomst.
   Het koninklijk besluit van 15 februari 2019 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 maart 2019) beoogde de uitvoering van het artikel 57/6/1, ß 3, vierde lid, van de Vreemdelingenwet, dat voorziet in de vastlegging van een lijst van veilige landen van herkomst op gezamenlijk voorstel van de minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de minister van Buitenlandse Zaken.
   Artikel 57/6/1, ß 3, vierde lid van de Vreemdelingenwet schrijft voor dat de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, ten minste eenmaal per jaar de lijst van veilige landen van herkomst bepaalt. Dit vormt het onderwerp van voorliggend ontwerp van besluit.
   De wetswijzigingen van 21 november 2017 en 17 december 2017 (gepubliceerd in het BS van 12 maart 2018) wijzigden de procedure voor de toekenning tot internationale bescherming voor verzoekers afkomstig uit veilige landen van herkomst. Het ging hier echter vooral om technische aanpassingen: zo worden deze verzoeken voortaan volgens een versnelde procedure behandeld binnen een termijn van vijftien werkdagen na ontvangst van het verzoek dat door de minister of zijn gemachtigde werd overgezonden aan de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen. Dit houdt in dat er een volledig individueel onderzoek en beoordeling ten gronde van het verzoek wordt gevoerd, maar het verzoek binnen een korte termijn van vijftien werkdagen wordt afgehandeld. De Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen kan in dat geval het verzoek ook als kennelijk ongegrond beschouwen.
   De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen zal het beroep tegen de beslissing ten gronde omdat de verzoeker afkomstig is uit een veilig land van herkomst enkel binnen verkorte termijnen (beroepstermijn tien dagen en beslissingstermijn twee maanden) behandelen als de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen de termijn van vijftien werkdagen heeft gerespecteerd. Bij overschrijding van deze termijn gelden de normale termijnen voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, voor zover er geen andere redenen aanwezig zijn om deze termijnen in te korten.
   De richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking) laat in zijn artikelen 36 en 37 toe de lijst veilige landen van herkomst in te voeren, maar geeft wel strikt omlijnde criteria mee voor de beoordeling. De wetsbepalingen rond de veilige herkomstlanden verwijzen naar deze criteria, met name de rechtstoestand in het land van herkomst, de toepassing van de rechtsvoorschriften en de algemene politieke omstandigheden en de mate waarin bescherming wordt geboden tegen vervolging en mishandeling.
   Voor deze beoordeling moet volgens de wet met een aantal informatiebronnen rekening worden gehouden, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten van de Europese Unie, informatie van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen, de Raad van Europa en andere relevante internationale organisaties.
   De wet voorziet eveneens dat de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen een niet-bindend advies opstelt over welke landen op deze lijst kunnen worden opgenomen. Naast een advies over de landen die reeds waren opgenomen in het koninklijk besluit van 15 februari 2019 heeft de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen bijkomend een advies gegeven over Algerije, Marokko en TunesiŽ.
   Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen is een onafhankelijke instantie en is omwille van haar (asiel- en landen)expertise bijzonder goed geplaatst om de veiligheidssituatie van een land te kunnen inschatten als het over bescherming gaat.
   Deze lijst met veilige landen wordt minstens ťťn keer per jaar herbekeken, maar kan afhankelijk van de veranderingen in de situatie in de landen van herkomst ook sneller worden herzien. Het feit dat de vastlegging van de lijst dient te gebeuren bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en niet bij wet, laat toe om op flexibele wijze in te spelen op de veranderende situatie.
   Deze lijst moet meegedeeld worden aan de Europese Commissie.
   Artikelsgewijze commentaar.
   Artikel 1.
   De minister die bevoegd is voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de minister van Buitenlandse Zaken hebben besloten om volgende landen voor te dragen als veilig land van herkomst:
   - AlbaniŽ
   - BosniŽ-Herzegovina
   - GeorgiŽ
   - India
   - Kosovo
   - Noord-MacedoniŽ
   - Montenegro
   - ServiŽ
   De Regering is van oordeel dat deze landen in principe moeten worden beschouwd als veilige landen van herkomst, gezien deze beantwoorden aan de criteria die worden beschreven in artikel 57/6/1, ß 3, tweede lid, van de Vreemdelingenwet, zoals ook blijkt uit het advies van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.
   Deze criteria hebben niet alleen betrekking op aspecten van algemene politieke aard (bijvoorbeeld het bestaan van democratische instellingen, de politieke stabiliteit), maar ook op de rechtstoestand en de naleving van mensenrechten, zowel betreffende de formele verplichtingen die een land op zich heeft genomen (partij bij het EVRM) als de naleving daarvan in de praktijk. De beoordeling of er algemeen gezien en op duurzame wijze geen sprake is van vervolging in de zin van de Vluchtelingenconventie of van foltering of onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, is gebaseerd op een diepgaande analyse door de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, die een aanzienlijke expertise daarover heeft opgebouwd.
   Er werd verder nauwe aansluiting gezocht bij het beleid van de overige Europese landen.
   Niettegenstaande ook uit het advies van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen duidelijk blijkt dat er enige kanttekeningen zouden kunnen worden geplaatst bij bepaalde situaties in bepaalde landen, vormt deze vaststelling geen bezwaar om deze landen op de lijst te plaatsen, rekening houdende met alle relevante feiten en omstandigheden. Deze afweging gebeurde op zeer voorzichtige wijze.
   Bovendien wordt de verzoeker om internationale bescherming afkomstig van deze veilige landen steeds in de gelegenheid gesteld om substantiŽle redenen aan te geven waaruit blijkt dat in zijn specifieke omstandigheden, zijn land van herkomst niet als veilig kan worden beschouwd en dit dus in afwijking van de algemene situatie aldaar. Het loutere feit dat een verzoeker om internationale bescherming afkomstig is uit een veilig land van herkomst zal in geen geval automatisch tot gevolg hebben dat diens verzoek zal worden geweigerd. Slechts indien, na individueel onderzoek, blijkt dat de verzoeker om internationale bescherming geen of onvoldoende elementen naar voren brengt waaruit blijkt dat hij vreest vervolgd te worden in zijn land van herkomst of er een reŽel risico op ernstige schade zou lopen, zal zijn verzoek om internationale bescherming worden geweigerd.
   Artikel 2.
   Artikel 2 vermeldt de inwerkingtreding van het koninklijk besluit.
   Artikel 3.
   Dit artikel vereist geen bijzondere commentaar.
   Dit is het onderwerp van dit ontwerp van koninklijk besluit.
   Brussel,
   Ik heb de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
   De Minister van Buitenlandse Zaken,
   Ph. GOFFIN
   De Minister van Asiel en Migratie,
   M. DE BLOCK

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie