J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/12/11/2019031193/justel

Titel
11 DECEMBER 2019. - Koninklijk besluit betreffende de inzameling van gegevens met het oog op het opstellen van de driemaandelijkse nationale rekeningen

Bron :
ECONOMISCHE ZAKEN
Publicatie : 14-01-2020 nummer :   2019031193 bladzijde : 987       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-12-11/18
Inwerkingtreding : 24-01-2020

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-8

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
  - "wet van 21 december 1994" : de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen;
  - "informatieplichtige" : elk in BelgiŽ btw-plichtig lid van een btw-eenheid, voor zover die laatste in BelgiŽ voor btw-doeleinden een omzetcijfer aangeeft dat op jaarbasis 15 mio. EUR of meer bedraagt.
  - "btw-eenheid" : de btw-eenheid in de zin van artikel 4 ß 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en artikel 1, ß 3 van het koninklijk besluit nr. 55 van 9 maart 2007 met betrekking tot de regeling voor belastingplichtigen die een btw-eenheid vormen.
  - "driemaandelijkse nationale rekeningen" : de driemaandelijkse nationale rekeningen bedoeld in artikel 108, eerste lid, d) van de wet van 21 december 1994.

  Art. 2. De Nationale Bank van BelgiŽ verzamelt de gegevens die dienstig zijn voor de driemaandelijkse nationale rekeningen, door hen op te vragen bij het Instituut voor de Nationale Rekeningen, het Nationaal Instituut voor de Statistiek, de FOD FinanciŽn, of enige andere publiekrechtelijke overheid of instelling die erover beschikt.

  Art. 3. In afwijking van het vorige artikel zamelt de Nationale Bank van BelgiŽ de hierna volgende gegevens rechtstreeks in bij de informatieplichtigen:
  1į op het vlak van de uitgaande handelingen:
  a) handelingen onderworpen aan een bijzondere regeling;
  b) handelingen waarvoor de btw verschuldigd is door de aangever aan het tarief van 6%;
  c) handelingen waarvoor de btw verschuldigd is door de aangever aan het tarief van 12%;
  d) handelingen waarvoor de btw verschuldigd is door de aangever aan het tarief van 21 %;
  e) diensten waarvoor de buitenlandse btw verschuldigd is door de medecontractant;
  f) handelingen waarvoor de btw verschuldigd is door de medecontractant;
  g) vrijgestelde intracommunautaire leveringen verricht in BelgiŽ en ABC-verkopen;
  h) andere vrijgestelde handelingen en andere handelingen verricht in het buitenland;
  i) bedrag van de uitgereikte creditnota's en de negatieve verbeteringen met betrekking tot de handelingen bedoeld in de punten e) en g);
  j) bedrag van de uitgereikte creditnota's en de negatieve verbeteringen met betrekking tot de handelingen bedoeld in de punten a) tot en met d), f) en h);
  2į op het vlak van de inkomende handelingen, de hierna volgende bedragen, waarbij rekening wordt gehouden met de ontvangen creditnota's en de andere verbeteringen:
  a. bedrag (aftrekbare btw niet inbegrepen) van de aankopen van handelsgoederen, grond- en hulpstoffen;
  b. bedrag (aftrekbare btw niet inbegrepen) van de aankopen van diensten en diverse goederen;
  c. bedrag (aftrekbare btw niet inbegrepen) van de aankopen van bedrijfsmiddelen.

  Art. 4. De informatieplichtigen maken de gegevens bedoeld in artikel 3 over aan de Nationale Bank van BelgiŽ op driemaandelijkse basis en dit uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op het kalenderkwartaal waarop de gegevens slaan.

  Art. 5. De informatieplichtigen kunnen ervoor opteren om de vertegenwoordiger van de btw-eenheid bedoeld in artikel 1, ß 3 van het koninklijk besluit nr. 55 van 9 maart 2007 met betrekking tot de regeling voor belastingplichtigen die een btw-eenheid vormen, aan te stellen als mandataris om de gegevens bedoeld in artikel 3 te rapporteren voor hun rekening. In dat geval blijven de individuele informatieplichtigen de uiteindelijke verantwoordelijken voor het verstrekken van deze gegevens.

  Art. 6. De eerste rapportering van de gegevens bedoeld in artikel 3 door de informatieplichtigen aan de Nationale Bank van BelgiŽ op grond van dit besluit zal betrekking hebben op het eerste kwartaal van 2020.

  Art. 7. Voor zover de gegevens bedoeld in artikel 3 persoonsgegevens uitmaken in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, treedt de Nationale Bank van BelgiŽ op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van deze verordening met betrekking tot de verwerking van deze persoonsgegevens.
  De bewaartermijn die de Nationale Bank van BelgiŽ hanteert voor de persoonsgegevens bedoeld in het voorgaande lid, bedraagt twintig jaar te rekenen vanaf de datum van hun overmaking door de informatieplichtige aan de Nationale Bank van BelgiŽ.

  Art. 8. De Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 11 december 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
N. MUYLLE

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, artikel 121.
   Gelet op de wet van 4 juli 1962 betreffende de openbare statistiek, artikel 1quinquies, vernummerd en gewijzigd bij de wet van 22 maart 2006, en artikel 16, gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985 en 22 maart 2006;
   Gelet op Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;
   Gelet op het advies van de Hoge Raad voor de Statistiek, gegeven op 29 maart 2019;
   Gelet op het advies nr. 127/2019 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 19 juni 2019, met toepassing van artikel 23, ß 1, 1į van de wet van 3 december 2017 tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit;
   Gelet op advies 66.080/1 van de Raad van State, gegeven op 28 mei 2019, met toepassing van artikel 84, ß 1, eerste lid, 2į, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Economische Zaken,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Verslag aan de Koning Tekst Inhoudstafel Begin
   VERSLAG AAN DE KONING
   Sire,
   Het Instituut voor Nationale Rekeningen stelt, op grond van artikel 108 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, een aantal statistieken op. Het Instituut voor de Nationale Rekeningen doet dit met medewerking van zijn geassocieerde instellingen, doch onder zijn eigen verantwoordelijkheid.
   Eťn van deze statistieken betreft de driemaandelijkse nationale rekeningen, vermeld in artikel 108, eerste lid, d) van de wet van 21 december 1994.
   Het opstellen van deze specifieke statistiek vertrouwt het Instituut voor Nationale Rekeningen toe aan de Nationale Bank van BelgiŽ, zijn geassocieerde instelling, op grond van artikel 109, ß 3, eerste lid van de wet van 21 december 1994.
   Overeenkomstig datzelfde artikel baseert de Nationale Bank van BelgiŽ zich daarbij op gegevens verzameld door het Nationaal Instituut voor de Statistiek (Statbel) en opgesteld door het Instituut voor Nationale Rekeningen.
   Op grond van artikel 121 wet van 21 december 1994 bepaalt de Koning welke informatie natuurlijke personen en publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen moeten meedelen aan de Nationale Bank van BelgiŽ met het oog op het opstellen door die laatste van de statistieken waarvan de productie aan haar wordt toevertrouwd door het Instituut voor de Nationale Rekeningen en stelt Hij eveneens vast op welke manier deze mededeling gebeurt.
   In de praktijk kan de Nationale Bank van BelgiŽ de gegevens die zij nodig heeft voor het opstellen van deze statistiek bekomen bij andere instellingen zoals de FOD FinanciŽn of Statbel. Ze hoeft dan ook geen beroep te doen op een rechtstreekse gegevensinzameling bij de ondernemingen waarop de betreffende statistieken slaan, zodat het principe van een minimale gegevensinzameling zoveel mogelijk wordt gerespecteerd en de rapporteringsdruk voor de betreffende ondernemingen zo beperkt mogelijk blijft.
   Sedert enkele jaren worden het Instituut voor Nationale Rekeningen en de Nationale Bank van BelgiŽ geconfronteerd met een toenemende vertekening in de driemaandelijkse nationale rekeningen. Die vertekening wordt veroorzaakt doordat het omzetcijfer dat btw-eenheden aangeven voor btw-doeleinden, integraal wordt toebedeeld aan de belangrijkste bedrijfstak van de btw-eenheid, terwijl bepaalde leden van deze eenheid in werkelijkheid actief zijn in andere activiteitensectoren. De informatie waar het Instituut voor Nationale Rekeningen en de Nationale Bank van BelgiŽ vandaag over beschikken, laat niet toe om het omzetcijfer van de betreffende individuele entiteiten uit het globale omzetcijfer van de btw-eenheid te halen en onder te brengen in de juiste activiteitensector. De vertekening in de trimestriŽle nationale rekeningen kan met andere woorden niet worden rechtgezet op basis van de beschikbare informatie.
   Deze vertekening wordt ook steeds omvangrijker, aangezien er ieder jaar btw-eenheden bijkomen. Zo is het aantal btw-eenheden in BelgiŽ in de periode 2007 -2017 gestegen van 87 btw-eenheden met 362 leden tot 5.498 btw-eenheden met 17.006 leden. Waar de 87 btw-eenheden in 2007 verantwoordelijk waren voor 0,2% van het volledige Belgische omzetcijfer zoals afgeleid uit de totaliteit van de Belgische btw-aangiften, waren de 5.498 btw-eenheden in 2017 verantwoordelijk voor 16,9% van ditzelfde omzetcijfer.
   Het Instituut voor Nationale Rekeningen en de Nationale Bank van BelgiŽ hebben in kaart gebracht welke gegevens zij nodig hebben om de vertekening in de driemaandelijkse nationale rekeningen recht te zetten, zodat de kwaliteit van deze statistieken gewaarborgd blijft.
   Het gaat om een aantal gegevens waarover het Instituut voor Nationale Rekeningen en de Nationale Bank van BelgiŽ vandaag enkel beschikken op het niveau van de btw-eenheid, maar waarover zij ook op het niveau van de individuele leden van de btw-eenheid moeten kunnen beschikken om de voornoemde rechtzetting te doen. Meer specifiek gaat het over de gegevens die slaan op een aantal specifieke uitgaande handelingen (verkopen) en inkomende handelingen (aankopen) van de betreffende ondernemingen en die overeenstemmen met bepaalde codes uit de btw-aangifte.
   Aangezien het Instituut voor Nationale Rekeningen en de Nationale Bank van BelgiŽ de betreffende gegevens niet kunnen bekomen van andere instanties zoals de FOD FinanciŽn, dient een gegevensinzameling te worden georganiseerd bij de betreffende leden van btw-eenheden.
   Om de kwaliteit van de driemaandelijkse nationale rekeningen te verzekeren, is het niet noodzakelijk om deze gegevens te bekomen bij de leden van alle Belgische btw-eenheden, maar volstaat het om de inzameling te organiseren bij de leden van btw-eenheden waarvan de jaarlijkse omzet die voor btw-doeleinden wordt aangegeven, in totaal 15 mio. EUR of meer bedraagt.
   Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd beoogt de inzameling te organiseren van de bijkomende gegevens die nodig zijn om kwaliteitsvolle driemaandelijkse nationale rekeningen op te stellen.
   Het besluit definieert een aantal concepten in artikel 1 en stelt in artikel 2 vast dat de Nationale Bank van BelgiŽ de gegevens die zij nodig heeft voor het opstellen van de trimestriŽle nationale rekeningen, opvraagt bij de publiekrechtelijke overheden of instellingen die erover beschikken. Vervolgens definieert artikel 3 van het besluit de gegevens die de Nationale Bank van BelgiŽ rechtstreeks bij de leden van de btw-eenheden inzamelt en bepalen de artikelen 4 tot en met 6 tot slot een aantal modaliteiten van deze rechtstreekse inzameling.
   In zijn advies 66.080/1 van 28 mei 2019 stelt de Raad van State met betrekking tot de versie van het besluit die aan zijn lezing werd onderworpen, dat de artikelen 108 en 109, ß 3 van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen onterecht werden vermeld als rechtsgrond van het besluit. Het besluit vermeldt deze artikelen niet langer als rechtsgrond. Van deze wet wordt enkel artikel 121 nog als rechtsgrond van het besluit vermeld.
   Aangezien een beperkt deel van de gegevens die Nationale Bank van BelgiŽ rechtstreeks bij de informatieplichtigen zal inzamelen op basis van het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, betrekking hebben op natuurlijke personen en bijgevolg persoonsgegevens zijn in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016), heeft de Gegevensbeschermingsautoriteit zijn advies gegeven bij het ontwerp van dit besluit.
   In zijn advies nr. 127/2019 van 19 juni 2019 geeft de Gegevensbeschermingsautoriteit aan dat de identificatie van de informatieplichtigen uitsluitend gebeurt aan de hand van het btw-nummer en dat dit best wordt gepreciseerd. Dit dient als volgt te worden genuanceerd: in eerste instantie hanteert de Nationale Bank van BelgiŽ effectief enkel het btw-nummer om uit te maken welke btw-plichtigen deel uitmaken van een btw-eenheid en bijgevolg mogelijk kwalificeren als informatieplichtigen in de zin van dit besluit. Om met deze informatieplichtigen te kunnen communiceren over de overmaking van gegevens op grond van dit besluit, dient zij evenwel de eigenlijke contactgegevens van deze informatieplichtigen op te zoeken en te gebruiken. Deze gegevens zijn publiek beschikbaar in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Voor zover de leden van de btw-eenheid evenwel de vertegenwoordiger van de btw-eenheid aanduiden als mandataris overeenkomstig artikel 5 van het besluit, zal de Nationale Bank enkel deze vertegenwoordiger contacteren aan de hand van de opgezochte contactgegevens. In dat geval zullen de andere leden van de btw-eenheid - inclusief eventuele natuurlijke personen die deel uitmaken van deze groep - bij de Nationale Bank van BelgiŽ nog steeds alleen aan de hand van hun btw-nummer gekend zijn.
   In zijn advies geeft de Gegevensbeschermingsautoriteit verder aan dat het van belang is te vermelden in het ontwerp van koninklijk besluit in welke mate de Nationale Bank van BelgiŽ en het Instituut voor Nationale Rekeningen elk afzonderlijk optreden als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, voor de verwerking van de hoger genoemde persoonsgegevens, dan wel of zij gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zijn, dan wel of ťťn van beide instellingen optreedt als verwerkings-verantwoordelijke en de andere als verwerker. Het eerste lid van artikel 7 van het besluit vermeldt nu uitdrukkelijk dat de Nationale Bank van BelgiŽ, die als enige van beide instellingen de persoonsgegevens effectief verwerkt en de middelen bepaalt voor deze verwerking, waarvan de doeleinden overigens door de wetgever werden bepaald, optreedt als verwerkingsverantwoordelijke. Het Instituut voor Nationale Rekeningen treedt niet als zodanig op en evenmin als verwerker.
   De Gegevensbeschermingsautoriteit stelt in zijn advies ook dat, wat de bewaartermijn betreft van de gegevens die de Nationale Bank van BelgiŽ rechtstreeks zal inzamelen bij de informatieplichtigen en die kwalificeren als persoonsgegevens, "(maximale) bewaartermijnen van de met het oog op de onderscheiden doeleinden te verwerken persoonsgegevens [moeten] worden voorzien, of toch minstens criteria [moeten] worden opgenomen die toelaten deze bewaartermijnen te bepalen." Het tweede lid van artikel 7 bepaalt daarom nu uitdrukkelijk dat de bewaartermijn voor deze persoonsgegevens, twintig jaar bedraagt te rekenen vanaf de datum van overmaking van deze gegevens aan de Nationale Bank van BelgiŽ. Een dergelijke bewaartermijn is noodzakelijk opdat de Nationale Bank van BelgiŽ kan beschikken over een historische reeks van deze gegevens die een periode beslaat die voldoende lang is om bruikbaar te zijn voor statistische doeleinden, zo onder meer om toekomstige `outliers' binnen deze groep van gegevens te identificeren.
   Tot slot wordt vermeld dat de Gegevensbeschermingsautoriteit opmerkte dat de inhoud van het eerste lid van artikel 2 van de versie van het besluit waarop zijn advies betrekking had, overbodig was. Deze opmerking werd overgenomen, door het eerste en tweede lid van artikel 2 samen te voegen en daarbij enkel de inhoudelijke bepaling van het oorspronkelijke tweede lid te behouden.
   Wij hebben de eer te zijn,
   Sire,
   Van Uwe Majesteit,
   de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars,
   De Minister van Economische Zaken,
   N. MUYLLE
   
   RAAD VAN STATE
   Afdeling Wetgeving advies 66.080/1 van 28 mei 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de inzameling van gegevens met het oog op het opstellen van de driemaandelijkse nationale rekeningen'
   Op 29 april 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Economie en Consumenten verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende de inzameling van gegevens met het oog op het opstellen van de driemaandelijkse nationale rekeningen'.
   Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 23 mei 2019. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Chantal BAMPS, staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en Helena KETS, toegevoegd griffier.
   Het verslag is uitgebracht door Katrien DIDDEN, adjunct-auditeur.
   De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.
   Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 mei 2019.
   1. Met toepassing van artikel 84, ß 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
   2. Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van verordeningen noodzakelijk is.
   STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
   3. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe om het inzamelen van de gegevens te regelen die de Nationale Bank van BelgiŽ kan opvragen met het oog op het opstellen van de driemaandelijkse nationale rekeningen. De Nationale Bank van BelgiŽ zal onder meer ook bepaalde gegevens rechtstreeks kunnen inzamelen bij de informatieplichtigen zoals omschreven in artikel 1 van het ontwerp.
   4. De ontworpen regeling kan worden geacht rechtsgrond te vinden in artikel 121 van de wet van 21 december 1994 `houdende sociale en diverse bepalingen' waarin de Koning wordt opgedragen om, voor de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk I van titel VIII van die wet, met betrekking tot het Instituut voor de nationale rekeningen, de informatie te bepalen die door de natuurlijke personen en door de publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen aan de Nationale Bank van BelgiŽ moet worden meegedeeld en om de wijze vast te stellen waarop die mededeling gebeurt.
   Bijkomend kunnen ook de artikelen 1quinquies en 16 van de wet van 4 juli 1962 `betreffende de openbare statistiek' worden geacht om rechtsgrond te bieden voor de ontworpen regeling.
   VORMVEREISTEN
   5. Het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit werd opgevraagd, maar is nog niet beschikbaar. Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst ten gevolge van het inwinnen van het voornoemde advies nog wijzigingen zou ondergaan, moeten de gewijzigde of toegevoegde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, ß 1, eerste lid, van de gecoŲrdineerde wetten op de Raad van State, alsnog aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd.
   ONDERZOEK VAN DE TEKST
   Aanhef
   6. In het eerste lid van de aanhef van het ontwerp wordt, benevens van artikel 121 van de reeds genoemde wet van 21 december 1994, ook nog melding gemaakt van de artikelen 108 en 109, ß 3, van die wet. Deze laatste artikelen strekken de ontworpen regeling evenwel niet tot rechtsgrond. Hiermee rekening houdend volstaat het om het eerste lid van de aanhef - dat het tweede lid zou moeten worden - te redigeren als volgt:
   "Gelet op de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen, artikel 121;".
   7. Men passe de redactie van het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar het advies van de Raad van State aan als volgt:
   "Gelet op advies 66.080/1 van de Raad van State, gegeven op ... (datum), met toepassing van artikel 84, ß 1, eerste lid, 2į, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;".
   DE GRIFFIER,
   Helena KETS
   DE VOORZITTER,
   Marnix van Damme
   Nota's
   (1) In artikel 1, tweede streepje, van het ontwerp, wordt de "informatieplichtige" omschreven als "elk in BelgiŽ btw- plichtig lid van een btw-eenheid, voor zover die laatste in BelgiŽ voor btw-doeleinden een omzetcijfer aangeeft dat op jaarbasis 15 mio. EUR of meer bedraagt".
   (2) Het is vanuit legistiek oogpunt gebruikelijk dat in de aanhef van het ontwerp de wetten waarvan bepalingen rechtsgrond bieden voor de ontworpen regeling in chronologische volgorde worden vermeld, te beginnen met de oudste wet (Beginselen van de wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbeveling nr. 26, te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst consetat.be). De eerste twee leden van de aanhef van het voorliggende ontwerp worden derhalve het best van plaats gewisseld.

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Verslag aan de Koning Inhoudstafel
Franstalige versie