einde

Publicatie : 2019-12-18

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

9 DECEMBER 2019. -Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen en van het koninklijk besluit van 11 mei 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Dit ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe uitvoering te verlenen aan de wet van 5 mei 2019 tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers.
Deze wet voorziet verschillende nieuwe maatregelen, die een aanpassing noodzakelijk maken van zowel het koninklijk besluit van 11 mei 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers als van het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen.
De voornaamste aanpassingen gebeuren naar aanleiding van de erkenning van 2 nieuwe aandoeningen: larynxkankers en longkankers veroorzaakt door asbest.
Ten aanzien van de opmerking van de Raad van State, geformuleerd in zijn advies nr. 66.494/1/V in punt 5, betreffende het onvoldoende raadplegen van de Wetenschappelijke Raad van Fedris, kunnen verschillende zaken worden opgemerkt.
De Raad van State baseert zijn kritiek op artikel 32, derde lid van de wetten betreffende de preventie van de beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, dat het volgende bepaalt: "De Koning kan voor sommige beroepsziekten en voor ziekten zoals bedoeld in artikel 30bis, op voorstel van het beheerscomité voor de beroepsziekten en na advies van de Wetenschappelijke Raad, blootstellingscriteria vastleggen.".
De in dit artikel gestelde eisen werden goed vervuld, aangezien dit besluit wordt genomen op de voordracht van het beheerscomité voor de beroepsziekten en na advies van de Wetenschappelijke Raad die de criteria gesteld in de bijlage bij het koninklijk besluit van 28 maart 1969 betreffende de daarin bedoelde ziekten heeft goedgekeurd.
Dit wordt overigens bevestigd door de voorbereidende werkzaamheden van de wet die uitdrukkelijk steunen op het advies van de Wetenschappelijke Raad om de schadeloosstelling van longkankers en larynxkankers in het kader van het Asbestfonds te bedingen voor een blootstelling die gelijk is aan dewelke vereist is voor de erkenning ervan als beroepsziekte.
Artikel 32, derde lid van de wetten, gecoördineerd op 3 juni 1970, bepaalt enkel dat de Wetenschappelijke Raad een advies moet geformuleerd hebben, zonder dat er sprake moet zijn van een simultaneïteit, of zelfs conformiteit, zodat een koninklijk besluit niet onwettelijk zou kunnen zijn, enkel door het feit dat het niet werd bekendgemaakt in de weken of maanden volgend op het advies van de Wetenschappelijke Raad, of zelfs door het feit dat het in strijd is met het advies in kwestie.
Bovenbedoelde wettelijke bepaling is, net als alle wetten gecoördineerd op 3 juni 1970, van openbare orde, zoals dit expliciet is vastgelegd in artikel 65 van voormelde wetten en moet dus strikt worden geïnterpreteerd.
Door van de Wetenschappelijke Raad een eigentijds en conform advies te eisen (aangezien de Raad van State erop wijst dat de wetenschappelijke kennis kan zijn veranderd), voegt de Raad van State voorwaarden aan de wettekst toe, wat niet mogelijk is wegens het karakter van openbare orde. De geformuleerde kritiek is bijgevolg juridisch niet gegrond.
De wet is overigens in werking getreden op 1 juni 2019. Dit betekent dat vanaf die datum iedere persoon die getroffen wordt door een van de door de wet van 5 mei 2019 toegevoegde ziekten, namelijk longkanker en larynxkanker, recht heeft op de schadeloosstelling voorzien bij de programmawet (I) van 27 december 2006.
De modaliteiten van deze schadeloosstelling, en in de eerste plaats de wijze waarop ze zal worden berekend (namelijk door middel van een forfaitair bedrag vermenigvuldigd met het percentage van de ongeschiktheid) en het bedrag dat in aanmerking moet worden genomen, worden evenwel nauwkeurig bepaald door het koninklijk besluit en zolang het niet in werking treedt, zal het onmogelijk zijn deze slachtoffers schadeloos te stellen.
De goedkeuring van het koninklijk besluit laten afhangen van een nieuwe raadpleging van de Wetenschappelijke Raad, ook al zou die raadpleging noodzakelijk zijn, quod non, zou tot gevolg hebben dat de goedkeuring van dit besluit nog enkele maanden wordt uitgesteld en bijgevolg de schadeloosstelling van personen die reeds verzwakt zijn, wat rechtstreeks indruist tegen de wil van de Wetgever, zoals uitgedrukt in de wet van 5 mei 2019.
Het advies van de Raad van State werd gevolgd op alle punten.
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige
en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK

RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 66.494/1/V
van 3 september 2019
over
een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van de wet van 5 mei 2019 tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers.
Op 2 augustus 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van de wet van 5 mei 2019 tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers'.
Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 27 augustus 2019. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE en Kaat LEUS, staatsraden, Michel TISON, assessor, en Annemie GOOSSENS, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Githa SCHEPPERS, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wouter PAS, staatsraad.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 3 september 2019.
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
2. Rekening houdend met het ogenblik waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht van de regering op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens die de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van verordeningen noodzakelijk is.
STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
3. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe om diverse wijzigingen aan te brengen in het koninklijk besluit van 11 mei 2007 `ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers'. Tevens wordt de bijlage bij het koninklijk besluit van 28 maart 1969 (1) vervangen.
De ontworpen wijzigingen sluiten aan bij de wijzigingen die bij de wet van 5 mei 2019 `tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers' werden aangebracht in hoofdstuk VI van titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006 (hierna: de programmawet), dat een regeling bevat met betrekking tot het Schadeloosstellingsfonds voor asbestslachtoffers (hierna: het Asbestfonds).
De wijzigingen houden in dat ook personen die erkend zijn als zijnde getroffen door larynxkanker veroorzaakt door asbest of door longkanker veroorzaakt door asbest, bij toepassing van de regeling inzake beroepsziekten worden vrijgesteld van de verplichting om een aanvraag om een tegemoetkoming bij het Asbestfonds in te dienen (artikel 1 van het ontwerp) en dat de onderzoekstermijn van aanvragen om een tegemoetkoming, wat betreft larynxkanker veroorzaakt door asbest of longkanker veroorzaakt door asbest, op vier maanden wordt gebracht (artikel 2). Voorts wordt bepaald dat de personen die getroffen zijn door larynxkanker veroorzaakt door asbest of door longkanker veroorzaakt door asbest recht hebben op een maandelijkse rente van 15 euro per procent lichamelijke ongeschiktheid (artikel 3, 2° ) en wordt de regeling inzake het recht op een kapitaal voor de rechthebbenden van de persoon die is overleden aan de gevolgen van asbestose, zoals die ligt vervat in artikel 14 van het koninklijk besluit van 11 mei 2007 uitgebreid tot de rechthebbenden van de persoon die is overleden aan de gevolgen van larynxkanker veroorzaakt door asbest of van longkanker veroorzaakt door asbest (artikel 4). De verwijzing naar het ogenblik waarop de vergoedingsperiode aanvangt, wordt weggelaten in artikel 10 van het koninklijk besluit van 11 mei 2007 (artikel 3, 1° ). De vervanging van de bijlage bij het koninklijk besluit van 28 maart 1969 (artikel 5 van het ontwerp), die blootstellingscriteria voor sommige beroepsziekten omvat, is ingegeven door de toevoeging van bepaalde ziekten veroorzaakt door asbest.
Aan de ontworpen regeling wordt uitwerking gegeven met ingang van 1 juni 2019 (artikel 6).
4. De artikelen 1 en 2 van het ontwerp vinden rechtsgrond in artikel 119, § 1, tweede lid, van de programmawet dat de Koning opdraagt om de nadere regels vast te stellen volgens dewelke de aanvragen om tegemoetkoming worden ingediend en onderzocht.
Voor artikel 3 van het ontwerp kan als rechtsgrond een beroep worden gedaan op artikel 120, § 1, vierde lid, van de programmawet dat de Koning ermee belast om, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de bedragen, de voorwaarden en de nadere regels voor de toekenning en de betaling van de maandelijkse forfaitaire rente te bepalen.
Artikel 120, § 2, tweede lid, van de programmawet biedt rechtsgrond voor artikel 4 van het ontwerp. De betrokken wetsbepaling draagt de Koning op om, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels te bepalen voor de betaling en het bedrag van het betrokken kapitaal, dat kan variëren in functie van de ziekte waaraan het slachtoffer leed, alsook van de categorie waaronder de begunstigde rechthebbende ressorteert.
Voor de vervanging van de bijlage bij het koninklijk besluit van 28 maart 1969 (artikel 5 van het ontwerp) kan geen rechtsgrond worden gevonden in de programmawet, maar wel in artikel 32, derde lid, van de wetten `betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970' (hierna: gecoördineerde wetten op de beroepsziekten). In deze laatste bepaling wordt de Koning gemachtigd om voor sommige beroepsziekten en voor ziekten bedoeld in artikel 30bis van de betrokken gecoördineerde wetten (2) blootstellingscriteria vast te leggen op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten en na advies van de Wetenschappelijke Raad (3).
VORMVEREISTEN
5. Aangezien artikel 5 van het ontwerp rechtsgrond vindt in artikel 32, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de beroepsziekten en die wetsbepaling, naast een advies van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, ook een advies van de Wetenschappelijke Raad vereist, dat zich evenwel niet bevindt onder de aan de Raad van State, afdeling Wetgeving, toegezonden documenten, werd de gemachtigde in dat verband om toelichting verzocht. De gemachtigde deelde het volgende mee:
"En ce qui concerne la seconde question du Conseil d'Etat, soit la consultation préalable du Conseil scientifique en ce qui concerne les critères d'exposition, tel que cela est prévu par l'article 32 des lois relatives à la prevention des maladies professionnelles et à la réparation des dommages en résultant, coordonnées le 3 juin 1970, il faut se reporter aux travaux préparatoires de la loi du 5 mai 2019 et aux exposés des motifs des propositions qui réfèrent aux avis donnés sur la question par le Conseil scientifique ayant estimé, en ce qui concerne cancer du larynx et cancer du poumon, qu'une exposition au moins équivalente à celle qui est exigé en matière de maladies professionnelles est nécessaire.
Par ailleurs, vous trouverez, en annexe, un document établi par le Professeur DE VUYST, membre du Conseil scientifique de Fedris jusqu'il y a peu et qui, déjà en 2004 faisait le point sur les critères admis par ce Conseil en ce qui concerne le cancer du poumon et l'asbestose. Le critère d'exposition a été repris dans l'annexe actuelle à l'arrêté royal du 28 mars 1969 comme valant pour le cancer du larynx.
Il ne fait donc pas de doute que ces critères ont été validés par le Conseil scientifique de sorte qu'il eut été inutile, dans le cadre de la discussion de la loi, de réinterroger le Conseil scientifique sur ce point."
De verwijzing van de gemachtigde naar de parlementaire voorbereiding van de wet van 5 mei 2019 en naar vroegere adviezen van de Wetenschappelijke Raad kunnen niet de vaststelling ongedaan maken dat met betrekking tot het ontworpen koninklijk besluit niet aan de in artikel 32, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de beroepsziekten voorgeschreven verplichting tot het inwinnen van het advies van de Wetenschappelijke Raad is voldaan. De verwijzing naar een document dat door een gewezen lid van de Wetenschappelijke Raad in 2004 werd opgesteld, kan evenmin verantwoorden dat de Wetenschappelijke Raad niet om een advies werd verzocht met betrekking tot het ontwerp van koninklijk besluit. Een dergelijk document kan immers niet worden geacht van de Wetenschappelijke Raad zelf uit te gaan. Bovendien kunnen de wetenschappelijke inzichten sinds 2004 zodanig zijn geëvolueerd dat aan de actuele waarde van dergelijk document kan worden getwijfeld. Het ontwerp van koninklijk besluit zal daarom nog om advies aan de Wetenschappelijke Raad moeten worden voorgelegd, zoals artikel 32, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de beroepsziekten, het voorschrijft.
ONDERZOEK VAN DE TEKST
Opschrift
6. In het opschrift van een wijzigende tekst dient in beginsel melding te worden gemaakt van de normatieve teksten die worden gewijzigd. (4) De vermelding van de wet van 5 mei 2019, die zelf een wijzigende wet is, wordt derhalve het best vervangen door de vermelding van de twee koninklijke besluiten waarvan het om advies voorgelegde ontwerp de wijziging beoogt.
Aanhef
7. Rekening houdend met hetgeen sub 4 is opgemerkt met betrekking tot de rechtsgrond voor de ontworpen regeling, vervange men het eerste lid van de aanhef van het ontwerp door de twee volgende leden:
"Gelet op de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, artikel 32, derde lid, gewijzigd bij de wet van 13 juli 2006;
Gelet op de programmawet (I) van 27 december 2006, artikelen 119, § 1, tweede lid, 120, § 1, vierde lid, en 120, § 2, tweede lid, vervangen bij de wet van 11 mei 2007;".
Artikel 1
8. Aangezien in het koninklijk besluit van 11 mei 2007 nog geen melding wordt gemaakt van de wet van 5 mei 2019, dient deze laatste met zijn opschrift te worden vermeld in het ontworpen artikel 4, § 2, vierde lid, van dat koninklijk besluit.
Artikel 2
9. De redactie van artikel 2 van het ontwerp moet worden aangepast als volgt:
"In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 november 2017, wordt de zinsnede `artikel 118, 2° en 3°, van de programmawet' vervangen door de zinsnede `artikel 118, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 5°, van de programmawet'."
Artikel 5
10. Aan het einde van artikel 5 van het ontwerp schrijve men ", wordt de bijlage, zoals ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 mei 2002, vervangen door de bijlage gevoegd bij dit besluit".
Bijlage
11. Aangezien het om een ontwerp van koninklijk besluit gaat, zijnde een van de federale overheid afkomstige tekst, zal erop moeten worden toegezien dat enkel de Nederlandse en de Franse - en niet de Duitse - tekst van de bijlage zullen worden bekendgemaakt. (5)
DE GRIFFIER DE VOORZITTER
Annemie GOOSSENS Marnix VAN DAMME
_______
Nota's
(1) Koninklijk besluit van 28 maart 1969 `houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen'.
(2) Bedoeld worden de ziekten die niet voorkomen op de lijst van beroepsziekten die voor schadeloosstelling in aanmerking komen "maar die op een determinerende en rechtstreekse wijze het gevolg [zijn] van de beroepsuitoefening".
(3) De Wetenschappelijke Raad is in de schoot van Fedris opgericht. De taken ervan worden opgesomd in artikel 16 van de gecoördineerde wetten op de beroepsziekten.
(4) Beginselen van de wetgevingstechniek. Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbeveling 14.1, te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be).
(5) Die Duitse tekst kan uiteraard wel worden benut voor de officiële vertaling in het Duits van het te nemen besluit of van de besluiten die erbij worden gewijzigd.

9 DECEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen en van het koninklijk besluit van 11 mei 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, artikel 32, derde lid, gewijzigd bij de wet van 13 juli 2006;
Gelet op de programmawet (I) van 27 december 2006, artikelen 119, § 1, tweede lid, 120, § 1, vierde lid, en 120, § 2, tweede lid, vervangen bij de wet van 11 mei 2007;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 mei 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers;
Gelet op het advies van het Beheerscomité voor de beroepsziekten van het Federaal agentschap voor de beroepsrisico's, gegeven op 8 mei 2019;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 juni 2019;
Gelet op het akkoord van de Minister voor Begroting, d.d. 15 juli 2019;
Gelet op het advies van de Raad van State nr. 66.494/1/V, gegeven op 3 september 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, lid 1, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, van de Minister van Sociale Zaken, van de Minister van Pensioenen, van de Minister van Middenstand, van de Minister van Werk en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 4, § 2 van het koninklijk besluit van 11 mei 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers wordt aangevuld met een lid luidende:
"In afwijking van § 1 geniet het slachtoffer, dat op de eerste dag van de maand volgend op deze waarop de wet van 5 mei 2019 tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers in werking treedt, van een schadeloosstelling voor larynxkanker veroorzaakt door asbest of voor longkanker veroorzaakt door asbest bij toepassing van de gecoördineerde wetten, ambtshalve van de tussenkomst van het Asbestfonds vanaf deze datum.".
Art. 2. In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 november 2017, wordt de zinsnede "artikel 118, 2° en 3°, van de programmawet" vervangen door de zinsnede "artikel 118, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 5° van de programmawet".
Art. 3. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden ", vanaf de maand van de ontvangst van de aanvraag" worden opgeheven;
2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt:
"een maandelijkse rente van 15 EUR per procent lichamelijke ongeschiktheid, indien hij getroffen is door asbestose, larynxkanker veroorzaakt door asbest of longkanker veroorzaakt door asbest.".
Art. 4. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de woorden "De rechthebbende van de persoon die overleden is aan de gevolgen van asbestose" vervangen door de woorden "De rechthebbende van de persoon die overleden is aan de gevolgen van asbestose, larynxkanker veroorzaakt door asbest of longkanker veroorzaakt door asbest".
Art. 5. In het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen, wordt de bijlage, zoals ingevoegd bij het koninklijk besluit van 26 mei 2002, vervangen door de bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2019.
Art. 7. De minister bevoegd voor Veiligheid en Binnenlandse Zaken, de minister bevoegd voor Sociale Zaken, de minister bevoegd voor Pensioenen, de Minister bevoegd voor Middenstand en de minister bevoegd voor Werk, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 december 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken,
P. DE CREM
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK
De Minister van pensioenen,
D. BACQUELAINE
De Minister van Middenstand,
D. DUCARME
De Minister van Werk,
N. MUYLLE

Bijlage bij het koninklijk besluit van 9 december 2019 tot uitvoering van de wet van 5 mei 2019 tot verbetering van de schadeloosstelling voor asbestslachtoffers
Bijlage bij het koninklijk besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen
Blootstellingscriteria voor sommige beroepsziekten
Codenummer 9.308 - Longkanker veroorzaakt door asbest
Codenummer 9.310 - Larynxkanker veroorzaakt door asbest
Codenummer 1.301.21 - Asbestose
1. Voor de erkenning van een blootstelling aan het beroepsrisico van de ziekten 9.308, 9.310 en 1.301.21 is vereist dat de beroepsblootstelling aan asbest ten minste 20 jaar vóór het verschijnen van de ziekte een aanvang heeft genomen en dat de betrokkene een beroepsblootstelling aan asbest heeft gehad die in het totaal ten minste 25 vezeljaren bedraagt.
2. Een vezeljaar is gelijk aan de totale blootstelling die een persoon op één jaar tijd ondervindt in een arbeidsmilieu waar de asbestvezelconcentratie in de ingeademde lucht gelijk is aan één asbestvezel per kubieke centimeter. Deze definitie wordt uitgedrukt in de volgende formule:

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Een asbestvezel is een asbestdeeltje met een lengte groter dan 5 micrometer, een diameter kleiner dan 3 micrometer en een lengte/diameter verhouding van ten minste drie op één.
De blootstelling gedurende een bepaalde beroepsactiviteit wordt berekend op grond van de gemiddelde asbestvezelconcentratie in de lucht op de arbeidspost en de werkelijke duur van de blootstelling.
De gemiddelde asbestvezelconcentratie in de lucht wordt voor een welbepaalde arbeidspost vastgesteld aan de hand van beschikbare meetresultaten betreffende soortgelijke arbeidsposten in dezelfde periode.
Indien enkel welbepaalde handelingen of procédés gepaard gingen met een blootstelling aan asbest, wordt alleen de tijd die aan die handelingen of procédés werd besteed in aanmerking genomen.
De totale blootstelling wordt berekend door de afzonderlijke blootstellingen (C1 T1, C2 T2,.... Cn Tn) samen te tellen volgens de formule:

Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld
Waarin:
Ci = het aantal asbestvezels per cm3 lucht
Ti = de blootstellingsduur in jaren
Voor de berekening van de blootstellingsduur geldt :
1 jaar = 1.920 arbeidsuren
Indien de werkelijke arbeidsduur niet meer kan worden achterhaald wordt één arbeidsdag gelijkgesteld met acht arbeidsuren, één week met vijf arbeidsdagen, één maand met twintig arbeidsdagen of vier weken en één jaar met twaalf maanden.
3. Een beroepsblootstelling van 25 vezeljaren is bewezen indien de betrokkene bilaterale diffuse verdikkingen van de viscerale borstvliezen vertoont die als beroepsziekte onder de code 9.301.20 zijn erkend of aan de wettelijke voorwaarden voldoen om als beroepsziekte te worden erkend.
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van 28 maart 1969 houdende vaststelling van de lijst van beroepsziekten die aanleiding geven tot schadeloosstelling en tot vaststelling van de criteria waaraan de blootstelling aan het beroepsrisico voor sommige van deze ziekten moet voldoen.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE BLOCK .


begin

Publicatie : 2019-12-18