einde

Publicatie : 2019-06-24

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BELEID EN ONDERSTEUNING

2 JUNI 2019. - Koninklijk besluit inzake het hergebruik van overheidsinformatie



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Het koninklijk besluit dat wij aan Uwe Majesteit ter ondertekening voorleggen is bedoeld om de wet van 4 mei 2016 tot omzetting van Richtlijn 2013/37/EU van 26 juni 2013 inzake het hergebruik van overheidsinformatie uit te voeren.
Voorwaarden voor het hergebruik (hoofdstuk 2)
In Richtlijn 2013/37/EU worden de voorwaarden vastgesteld waaronder bestuursdocumenten door derden voor commerciële of niet-commerciële doeleinden mogen worden hergebruikt. Overheden kunnen toestemming geven voor het onvoorwaardelijk hergebruik van bestuursdocumenten of kunnen voorwaarden opleggen, indien nodig door middel van een licentie.
De bedoeling van de Richtlijn 2013/37/EU is om de transparantie en de economische activiteit te bevorderen dankzij de ter beschikkingstelling van overheidsgegevens. De overheidsgegevens moeten dus zo breed en zo gemakkelijk mogelijk toegankelijk zijn, m.a.w. open data zijn.
Een eerste ontwerp tot uitvoering van de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie en tot omzetting van richtlijn 2013/37/EU, dat drie voorontwerpen van koninklijk besluit herneemt, werd reeds in augustus 2017 voorgelegd aan de Raad van State voor advies (zie advies nr. 62.033 en nr 62.035 ).
Naar aanleiding van zijn adviezen van 11 september 2017 had de Raad van State evenwel geopperd dat artikel 7 van de wet van 4 mei 2016 de tenuitvoerlegging van de federale opendata-strategie zoals vermeld in het betrokken ontwerp niet mogelijk maakte, aangezien de Koning enkel was gemachtigd om het gebruik van de standaardlicenties te bepalen maar niet de modaliteiten voor het hergebruik met of zonder voorwaarden.
Artikel 7 van de wet van 4 mei 2016 werd dan ook gewijzigd teneinde deze machtiging uit te breiden door middel van de wet van 7 april 2019 tot wijziging van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, de wet van 17 juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten, de wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied en tot wijziging van de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie.
Om de doelstelling van de Richtlijn 2013/37/EU te bereiken, moet het onvoorwaardelijk hergebruik de norm zijn. Dit principe wordt in dit Koninklijk Besluit vertaald door bestuursdocumenten ambtshalve te beschouwen als publiek domein:
"De persoon die deze akte aan een werk heeft verbonden heeft het werk toegewezen aan het publiek domein door wereldwijd zijn of haar rechten op het werk onder het auteursrecht, inclusief alle bijbehorende en naburige rechten, af te staan, voor zover door de wet is toegestaan.
Je mag het werk zonder toestemming kopiëren, veranderen, verspreiden en uitvoeren, zelfs voor commerciële doeleinden." [Bron: CreativeCommons.org].
Indien een overheid omwille van juridische, technische of andere gegronde motieven voorwaarden moet opleggen, moet ze die motiveren. De wil is duidelijk om in de mate van het mogelijke de overheden aan te moedigen om geen voorwaarden op te leggen.
De federale opendata-strategie, die werd goedgekeurd door de Ministerraad op 24 juli 2015, stelt als eerste oriëntatie het "comply or explain"-principe voor:
"Alle gegevens die in het kader van openbare taken verzameld worden, zullen als mogelijke `open dataset' beschouwd worden. Deze gegevens zullen voor hergebruik ter beschikking worden gesteld, tenzij er een juridische reden is om dit niet te doen (`comply or explain'-principe)."
Bovendien voorziet de strategie ook:
"Er wordt gebruik gemaakt van eenvoudige gestandaardiseerde licentiemodellen. De "open licentie" (CC0 licentie ) die toelaat dat gegevens gratis hergebruikt kunnen worden voor niet-commerciële en commerciële doeleinden is van toepassing waar mogelijk. Indien van deze licentie wordt afgeweken wordt dit expliciet gemotiveerd door de betrokken overheidsdienst (`comply or explain' principe).
Daarom volgt dit koninklijk besluit een cascadelogica:
1. In de regel - Geen voorwaarde = publiek domein = Creative Commons Zero (CC0) -verklaring.
2. Voorwaarde "bronvermelding" = CC-BY-verklaring + motivering.
3. Voorwaarde "vergoeding" = modellicentie "hergebruik tegen vergoeding" + gedetailleerde motivering.
4. Specifieke voorwaarden = modellicentie op maat te bepalen door de overheid + gedetailleerde motivering.
Onder modellicentie wordt verstaan een licentie die voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van een bestuursdocument werd opgemaakt, ongeacht de hergebruiker of het specifieke doel van het hergebruik.
Bovendien moet de motivering gedetailleerder zijn wanneer een overheid, in alle transparantie en volgens de voorafbepaalde criteria, een vergoeding of specifieke voorwaarden wenst op te leggen.
Om de doestelling van de onvoorwaardelijk hergebruik te promoten, om het niet-discriminatieprincipe en de eenvormige toegang tot administratieve documenten te verzekeren, wordt voorgesteld dat de licenties en hun bijhorende motivatie vooraf zouden worden toegestuurd naar de open data-taskforce op straffe van nietigheid.
De taskforce draagt zo bij tot de standaardisering van de voorwaarden voor het hergebruik die door de overheid opgelegd worden en zorgt er voor dat ze in een machine leesbaar formaat beschikbaar zijn. Hierbij wordt gestreefd naar nationale en internationale coherentie, bijvoorbeeld door het gebruik te maken van de internationaal verspreide Creative Commons licenties.
Behandelingsprocedure voor een aanvraag voor hergebruik (hoofdstuk 3)
De procedure voor de behandeling van de aanvraag voor hergebruik van bestuursdocumenten in de zin van de richtlijn, die door dit koninklijk besluit wordt geregeld, verschilt van de modaliteiten voorzien in het kader van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur.
De Richtlijn 2013/37/EU gaat verder dan de loutere verplichting tot duidelijke informatie over de handelingen van de overheidsdiensten. Ze regelt onder welke voorwaarden de overheidsinformatie door derden voor commerciële of niet-commerciële doeleinden kan worden hergebruikt. Er moet dus op voorhand een bijzondere procedure ontwikkeld worden die overeenstemt met de principes van de richtlijn : naleving van de mededinging en de gelijkheid tussen de aanvragers, de transparantie van de aanbiedingsvoorwaarden en de terbeschikkingstelling van de documenten binnen termijnen en middels formaliteiten die tot economische activiteiten aanzetten.
Toezicht op de verplichting om bestuursdocumenten beschikbaar te stellen (hoofdstuk 4)
Enkele toezichtmaatregelen moeten waarborgen dat aan de aanvragers van bestuursdocumenten heldere, actuele gestructureerde en gecentraliseerde informatie over alle herbruikbare documenten en de voorwaarden voor hergebruik. Deze informatie moet elektronisch beschikbaar zijn. Hoofdstuk 4 van dit koninklijk besluit bepaalt de elementaire regels voor de transparantie van het aanbod van de overheidsdiensten.
Met de richtlijn in het achterhoofd, waarin de lidstaten opgeroepen worden om de bestuursdocumenten voor hergebruik makkelijk toegankelijk te maken, kunnen de documenten geïnventariseerd worden, kan hun vorm worden gestandaardiseerd, kunnen de licenties opgemaakt worden, kunnen de vergoedingen vastgesteld worden, enz.
Om de overheden hierin bij te staan, wordt er een functioneel comité, het transparantiecomité, opgericht.
De Open Data Taskforce verzekert het secretariaat en de ondersteuning, zowel op juridisch als op administratief niveau.
Berekening van de vergoedingen (hoofdstuk 5)
In artikel 6, lid 1, van de richtlijn 2013/37/EU zijn de tariferingsbeginselen vastgelegd die van toepassing zijn op alle vormen van kostentoerekening voor het hergebruik van overheidsinformatie in de EU, met uitzondering van de in artikel 6, lid 2, bepaalde situaties: de overheden mogen voor de vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding van documenten geen hoger tarief berekenen dan de marginale kosten. De marginale kosten kunnen worden gedefinieerd als kosten die rechtstreeks verband houden met en gemaakt moeten worden voor de vervaardiging van een extra exemplaar van een document en met het daarvan beschikbaar stellen aan de hergebruikers.
In hoofdstuk 5 worden de toegestane marginale kosten, de methoden voor de berekening van de vergoedigen en eventuele uitzonderingen beschreven. Dit hoofdstuk is gebaseerd op de richtsnoeren van de Europese Commissie: `Commission notice - Guidelines on recommended standard licences, datasets and charging for the reuse of documents, 2014/C 240/01, 24/07/2014.
In zijn advies van 20 mei 2019 nr. 66.051 is de Raad van State van oordeel dat de artikelen 18 tot en met 23 van het ontwerp geen expliciete rechtsgrond hebben, aangezien de wet van 7 april 2019 geen enkele wijziging heeft aangebracht met betrekking tot de vaststelling van de heffingen, zodat de Koning enkel bevoegd is om een orgaan aan te wijzen dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van criteria voor de heffingen die de marginale kosten overschrijden.
In antwoord op deze opmerking verwijzen wij naar het nieuwe artikel 7 van de wet van 4 mei 2016, gewijzigd bij de wet van 7 april 2019, dat bepaalt dat de Koning "de modaliteiten van het hergebruik van de bestuursdocumenten" bepaalt, en op die manier het geheel van de voorwaarden voor hergebruik beoogt, met inbegrip van de berekening van de heffingen.
Bovendien, betreffen de artikelen 18 tot en met 23 enkel de heffingen die niet hoger liggen dan de marginale kosten, waarvoor artikel 7 § 2 het mogelijk maakt ze via een algemene machtiging van de Koning te bepalen.
Het is enkel voor het vastleggen van de criteria die de marginale kosten overschrijden, dat de Koning, in toepassing van artikel 8 § 4 van de wet van 4 mei 2016, een onafhankelijke instelling dient aan te wijzen.

RAAD VAN STATE,
afdeling Wetgeving
Advies 66.051/2 van 20 mei 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `inzake het hergebruik van overheidsinformatie'
Op 25 april 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `inzake het hergebruik van overheidsinformatie'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 20 mei 2019. De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Luc DETROUX en Patrick RONVAUX, staatsraden, Christian BEHRENDT en Marianne DONY, assessoren, en Béatrice DRAPIER, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Anne VAGMAN, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre VANDERNOOT.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 20 mei 2019.
Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of het ontwerp onder die beperkte bevoegdheid valt, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van alle feitelijke gegevens die de regering in aanmerking kan nemen als zij moet beoordelen of het nodig is een verordening vast te stellen of te wijzigen.
Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving, overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten, haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
GEDEELTELIJKE NIET-ONTVANKELIJKHEID VAN DE ADVIESAANVRAAG
1. Op 17 september 2017 heeft de afdeling Wetgeving de volgende adviezen gegeven:
1° advies 62.033/2 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot bepaling van de voorwaarden voor het hergebruik van overheidsinformatie';
2° advies 62.034/2 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 april 2008 betreffende de samenstelling en werkwijze van de Commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten';
3° advies 62.035/2 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot bepaling van de behandelingsprocedure voor een aanvraag voor hergebruik van overheidsinformatie alsook het toezicht op de verplichting om bestuursdocumenten beschikbaar te stellen'.
2. In de adviesaanvraag in verband met de ontworpen tekst staat dienaangaande het volgende:
"Un premier projet, reprenant trois avant-projet[s] d'arrêtés royaux exécutant la loi du 4 mai 2016 relative à la réutilisation des informations du secteur public et transposant la Directive 2013/37/UE vous avait déjà été soumis en août 2017.
Cependant, à l'occasion de vos avis du 11 septembre 2017, vous aviez fait état de ce que l'article 7 de la loi du 4 mai 2016 relative à la réutilisation des informations du secteur public ne permettait pas la mise en oeuvre de la Stratégie gouvernementale Open data telle que libellée dans le projet en question, l'article 7 de la loi du 4 mai 2016 n'habilitant le Roi qu'a déterminer l'usage de licences types mais non les modalités de réutilisations avec ou sans conditions des informations du secteur public.
En date du 13 mars 2019, un amendement au projet de loi sur la facturation électronique a été réalisé afin de modifier l'article 7 de la loi du 4 mai 2016 de telle sorte que l'obstacle légal à la mise en place de la stratégie fédérale open data par le biais de l'Arrêté Royal d'exécution n'est plus de mise, l'habilitation au Roi ayant été étendue.
Vous trouverez dès lors en annexe un avant-projet d'Arrêté Royal qui finalisera ainsi la transposition de la directive 2013/37/UE (et qui fusionne les avant projets d'AR soumis précédemment en un seul, pour la facilité de lecture du texte, sachant que le fond de ce dossier n'a pas été modifié)."
2. In dit stadium dient gepreciseerd te worden dat het voorliggende ontwerpbesluit, afgezien van sommige volledig nieuwe bepalingen, een samenvoeging is van de ontwerpen die onderzocht zijn in de adviezen 62.033/2 en 62.035/2 en geen enkele bepaling bevat die refereert aan het ontwerp dat onderzocht is in advies 62.034/2.
3. Dit gezegd zijnde dient eraan herinnerd te worden dat, wanneer de afdeling Wetgeving een advies heeft gegeven, ze de bevoegdheid heeft opgebruikt die ze krachtens de wet heeft en het haar derhalve niet toekomt om zich opnieuw uit te spreken over reeds onderzochte bepalingen, ongeacht of ze herzien zijn teneinde rekening te houden met de opmerkingen die in het eerste advies gemaakt zijn, dan wel ongewijzigd blijven.
Dat geldt niet wanneer overwogen wordt in de tekst volledig nieuwe bepalingen in te voegen waarvan de inhoud losstaat van de opmerkingen of voorstellen die door de afdeling Wetgeving in het eerste advies zijn gemaakt of gedaan: in zo'n geval moet de afdeling Wetgeving weer worden geraadpleegd over de nieuwe bepalingen.
Dat geldt ook niet wanneer na het eerste advies nieuwe juridische gegevens opduiken die kunnen rechtvaardigen dat de tekst door de afdeling Wetgeving wederom wordt onderzocht: in zo'n geval moeten de bepalingen van de tekst waarvoor die nieuwe gegevens consequenties hebben, aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd.
Gelet op hetgeen voorafgaat, dient de afdeling Wetgeving enkel en alleen de artikelen 1 tot 8, 18 tot 23 en 25 van het ontwerp te onderzoeken.
De adviesaanvraag is alleen ontvankelijk met betrekking tot die bepalingen.
VOORAFGAANDE VORMVEREISTEN
Gelet op de artikelen 18 tot 23 van het ontwerp is krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 `betreffende de administratieve en Begrotingscontrole' de akkoordbevinding van de Minister van Begroting vereist.
Die akkoordbevinding wordt niet vermeld in de aanhef het ontwerpbesluit en bevindt zich niet in het dossier dat aan de afdeling Wetgeving bezorgd is (Zie evenwel de bijzondere opmerking hieronder in verband met de artikelen 18 tot 23).
ONDERZOEK VAN HET ONTWERP
BIJZONDERE OPMERKINGEN
AANHEF
1. Het tweede lid moet gesteld worden als volgt:
"Gelet op de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie, artikel 7, § 2, vervangen bij de wet van 4 april 2019, artikel 10, § 2 en § 5, en artikel 13;".
2. In het vierde lid behoort niet enkel dit advies met nummer 66.051/2 vermeld te worden, maar eveneens de adviezen 62.033/2 en 62.035/2, die op 11 september 2017 door de afdeling Wetgeving gegeven zijn.
Dit lid moet dienovereenkomstig aangevuld worden.
DISPOSITIEF
Artikel 7
In punt 2° dienen de woorden "vermeld in artikel 8, § 1, van de wet" vervangen te worden door de woorden "vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, van de wet".
Artikelen 18 tot 23
In advies 62.033/2 heeft de afdeling Wetgeving opgemerkt dat
"artikel 8 van de wet van 4 mei 2016, dat verband houdt met de vergoedingen voor het gebruik, slechts een enkele machtiging aan de Koning [bevat], die betrekking heeft op de aanwijzing van de instelling belast met de vaststelling van de `criteria voor vergoedingen die de marginale kosten overstijgen'".
In tegenstelling tot artikel 7 van de wet van 4 mei 2016 is artikel 8 van die wet niet gewijzigd bij de wet van 7 april 2019.
Bovendien hebben de wijzigingen die aangebracht zijn in artikel 7 van die wet niets van doen met de vergoedingen voor het hergebruik: enerzijds wordt in de tekst van artikel 7, zoals dat vervangen is bij de wet van 7 april 2019, geen gewag gemaakt van die vergoedingen; anderzijds wordt in de verantwoording bij het amendement dat aan de basis ligt van die bepaling, waarin de draagwijdte wordt toegelicht van de machtiging die bij die nieuwe bepaling aan de Koning verleend wordt, evenmin gewag gemaakt van de vergoedingen (Die verantwoording luidt als volgt: "Via dit artikel wordt de koning dus gemachtigd om de nadere regels voor het hergebruik vast te leggen met of zonder voorwaarden, dit wil onder meer zeggen, de verplichting voor de besturen om de beslissing te motiveren, om hergebruiksvoorwaarden op te leggen alsook het toezicht op de verplichting om de bestuursdocumenten ter beschikking te stellen. Deze machtiging heeft echter alleen betrekking op de documenten die kunnen worden hergebruikt op grond van artikel 3 van de wet, waardoor documenten van persoonlijke aard of documenten die niet toegankelijk kunnen worden gemaakt, dus worden uitgesloten " (Parl.St. Kamer, 2018 19, nr. 3538/002, 4 en 5).).
Daaruit volgt dat bij de wet van 7 april 2019 geen wijziging aangebracht is in verband met de vaststelling van de vergoedingen, zodat de enige machtiging waarover de Koning beschikt nog altijd alleen betrekking heeft op de aanwijzing van de instelling belast met de vaststelling van de "criteria voor vergoedingen die de marginale kosten overstijgen".
De artikelen 18 tot 23 van het ontwerp hebben dus geen uitdrukkelijke rechtsgrond (Zie in die zin het advies van de inspecteur van Financiën van 2 april 2019).
Bovendien reiken de regels die daarin zijn opgenomen verder dan de algemene bevoegdheid om wetten uit te voeren die bij artikel 108 van de Grondwet aan de Koning verleend wordt.
Deze bepalingen moeten weggelaten worden.
DE GRIFFIER,
Béatrice DRAPIER
DE VOORZITTER
Pierre VANDERNOOT

2 JUNI 2019. - Koninklijk besluit inzake het hergebruik van overheidsinformatie
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie, artikel 7, § 2, vervangen door de wet van 7 april 2019, artikel 10, §§ 2 en 5, en artikel 13 ;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 april 2019;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 3 mei 2019;
Gelet op het advies 66.051/2 van de Raad van State, gegeven op 20 mei 2019, alsmede de adviezen nrs. 62.033/2 en 62.035/2 gegeven op 11 september 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. - Definities
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° Wet: de wet van 4 mei 2016 inzake het hergebruik van overheidsinformatie.
2° Werkdagen: het geheel van alle kalenderdagen met uitsluiting van de zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.
3° Modellicentie: een licentie die voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van bestuursdocument werd opgemaakt, ongeacht de hergebruiker of het specifieke doel van het hergebruik.
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor het hergebruik
Art. 2. In de regel wordt het hergebruik van bestuursdocumenten aan geen enkele voorwaarde onderworpen. De hergebruiker wordt hiervan minstens via de website van de overheid geinformeerd.
Art. 3. In afwijking van artikel 2, en enkel wanneer de overheid de bronvermelding van bestuursdocumenten oplegt, wordt de hergebruiker hiervan minstens via haar website geïnformeerd.
Art. 4. In afwijking van artikels 2 en 3, en enkel wanneer de overheid een vergoeding oplegt, wordt een modellicentie "hergebruik tegen vergoeding" gebruikt.
Art. 5. In afwijking van artikels 2 tot 4, en enkel wanneer de overheid specifieke voorwaarden oplegt, wordt een modellicentie op maat gebruikt.
Art. 6. Indien de overheid, om juridische, technische of andere gegronde redenen, voorwaarden oplegt voor het hergebruik, vermeld in artikel 3 tot 5, motiveert zij haar keuze rekening houdend met de rechten en belangen van de overheid of van derden.
Ze informeert de hergebruiker via haar website en in de modellicentie.
Art. 7. Voor de modellicentie vermeld in artikel 4, neemt de overheid bovendien de volgende elementen op:
1° In geval van een keuze voor een vergoeding vermeld in artikel 8, § 1, eerste lid, van de wet: het effectieve bedrag en de berekeningsgrondslag voor de vergoeding.
2° In geval van een keuze voor een vergoeding vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid van de wet: de factoren waarmee zij rekening houdt bij de berekening van die vergoeding.
3° Een verantwoording van de wijze waarop de verplichtingen van artikel 8 van de wet werden nageleefd bij de bepaling van de vergoeding.
4° De contactgegevens waar belanghebbenden de overheid kunnen contacteren voor bijkomende informatie over de berekening van die vergoeding, overeenkomstig artikel 6, § 3, van de wet.
Art. 8. De voorwaarden voor het hergebruik vermeld in artikels 3 tot 5 samen met een toelichting worden:
1° naar de taskforce vermeld in artikel 17 voor een voorafgaand advies gestuurd, op straffe van nietigheid;
2° op de federale open data-portaalsite, vermeld in artikel 21 van de wet, gepubliceerd.
HOOFDSTUK 3. - Behandelingsprocedure voor een aanvraag voor hergebruik
Art. 9. De aanvraag voor hergebruik wordt rechtstreeks gericht aan de overheid die over het bestuursdocument beschikt of het heeft laten archiveren of wordt ingediend via de federale open data-portaalsite, vermeld in artikel 21 van de wet. In dit laatste geval wordt de aanvraag naar de bevoegde overheid doorgestuurd.
Art. 10. Binnen een termijn van tien werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag door de overheid, onderzoekt deze of de aanvraag ontvankelijk en volledig is, overeenkomstig artikel 10, § 1, van de wet. Indien de aanvraag voor hergebruik onvolledig of te vaag geformuleerd is, verzoekt de overheid de aanvrager ze te vervolledigen binnen een termijn van 20 werkdagen. Ze geeft aan welke gegevens ontbreken of toelichting vereisen.
Indien de aanvrager de vereiste gegevens niet overmaakt binnen de termijn van twintig werkdagen, beëindigt de overheid de behandeling van de aanvraag voor hergebruik.
Art. 11. Indien het hergebruik een licentie vereist, stuurt de overheid de aanvrager het licentieaanbod binnen een termijn van tien werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag.
Indien de overheid de aanvrager verzocht heeft zijn aanvraag voor hergebruik te vervolledigen, overeenkomstig artikel 10, gaat de termijn in vanaf de ontvangst van de volledig aanvraag.
Wat de aanvragen betreft waarvoor vooraf het advies of de toestemming van een comité bevoegd voor persoonsgegevens vereist is, gaat de termijn van tien werkdagen in vanaf de datum waarop het advies is verstrekt of de toestemming is verleend. De overheid stelt de aanvrager ervan in kennis dat het advies of de toestemming gevraagd werd.
Voor uitgebreide of ingewikkelde aanvragen kan de behandelingstermijn van de aanvraag met twintig werkdagen worden verlengd. In dit geval stelt de overheid de aanvrager ervan in kennis, binnen een termijn van twintig werkdagen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, dat een bijkomende termijn noodzakelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag. Deze mededeling vermeldt de termijn en de redenen voor de verlenging.
Art. 12. De overheid stelt de aanvrager het bestuursdocument ter beschikking voor hergebruik binnen een termijn van twintig werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag, of, indien van toepassing, de ontvangst van de ondertekende licentie.
Art. 13. § 1. De overheid kan een aanvraag afwijzen. De beslissing vermeldt de redenen waarom de aanvraag voor hergebruik is afgewezen.
Indien de afwijzende beslissing gebaseerd is op artikel 3, § 2, 3°, van de wet, verwijst de overheid in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, indien deze bekend is of, bij gebrek daaraan, naar de licentiegever van wie het gevraagde bestuursdocument afkomstig is.
§ 2. De overheid stelt de aanvrager in kennis van haar beslissing, ten laatste binnen een termijn van tien werkdagen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag of vanaf het verkrijgen van het advies of de toelating bedoeld in artikel 11, derde lid, of vanaf het vervallen van de bijkomende termijn bedoeld in artikel 11, vierde lid.
Art. 14. Indien de overheid, na afloop van de termijnen bepaald in artikel 13, § 2, haar antwoord nog niet heeft overgemaakt aan de aanvrager, kan de zaak worden voorgelegd aan de beroepscommissie krachtens artikel 13 van de wet.
Art. 15. Indien de overheid beslist de licentie of de terbeschikkingstelling van de bestuursdocumenten te beëindigen overeenkomstig artikel 10, §§ 3 en 4, van de wet, stelt ze de aanvrager in kennis van haar beslissing en van de redenen daarvoor.
Het document waarmee de aanvrager in kennis gesteld wordt van deze beslissing, vermeldt de beroepsmogelijkheden, de instantie bij wie het beroep moet worden ingesteld en de voorgeschreven vormen en termijnen.
HOOFDSTUK 4. - Toezicht op de verplichting om bestuursdocumenten beschikbaar te stellen
Art. 16. § 1. Om de uitvoering van de federale open data-strategie te ondersteunen, wordt een transparantiecomité gecreëerd. Het comité is samengesteld uit een vaste en een plaatsvervangende vertegenwoordiger per overheid, aangewezen door de leidende ambtenaren van deze overheid. De vertegenwoordiger is binnen deze overheid belast met de ontwikkeling of uitvoering van de open data-strategie.
§ 2. De voorzitter van het comité word aangeduid op voorstel van de Ministers bevoegd voor digitale agenda en administratieve vereenvoudiging.
§ 3. Het comité heeft als opdrachten:
1° het stimuleren, oriënteren en bijdragen tot de bekendmaking en het hergebruik van bestuursdocumenten;
2° het organiseren van het voortdurend overleg en de permanente coördinatie tussen de overheden om de bekendmaking en het hergebruik van bestuursdocumenten te vergemakkelijken;
3° het opmaken, via de leden van het comité, van een inventaris van de bestuursdocumenten die kunnen worden hergebruikt;
4° het opmaken van een gestructureerd feedback-mechanisme om de kwaliteit van de authentieke bron-data te verhogen zodat hergebruikers eventuele verbeteringen kunnen voorstellen;
§ 4. Het comité keurt zijn huishoudelijk reglement goed binnen de zes maanden na zijn oprichting.
§ 5. Het comité kan vergaderingen houden die openstaan voor de deelstaten, vertegenwoordigers van de hergebruikers of externe deskundigen. De voorzitter van het comité bepaalt wie hiervoor wordt uitgenodigd. De Ministers bevoegd voor digitale agenda en administratieve vereenvoudiging kunnen ook permanente externe deskundigen of vertegenwoordigers van de hergebruikers aanduiden.
Art. 17. § 1. Het secretariaat van het transparantiecomité wordt waargenomen door de open data-taskforce.
De open data-taskforce is samengesteld uit vertegenwoordigers van het Directoraat-generaal Digitale Transformatie van de Federale Overheidsdienst Beleid en ondersteuning en van de Dienst Administratieve Vereenvoudiging opgericht bij de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister.
Een samenwerkingsprotocol regelt de samenwerking tussen FOD Beleid en Ondersteuning en Dienst Administratieve Vereenvoudiging.
§ 2. De open data-taskforce heeft verder als opdrachten:
1° een technische en juridische ondersteuning aan te bieden aan de overheid om de bekendmaking en het hergebruik van bestuursdocumenten te vergemakkelijken;
2° de federale open data-portaalsite te ontwikkelen, beheren en animeren;
3° een verplichte voorafgaand advies te geven wanneer de overheid hergebruiksvoorwaarden oplegt, vermeld in artikels 3 to 5;
4° initiatieven te nemen om dialoog te creëren binnen de gemeenschap van potentiële hergebruikers en wisselwerking met de betrokken overheid te realiseren;
5° de mogelijkheid onderzoeken tot het uitwerken van een meetmethode (calculus) die toelaat de meerwaarde van het openstellen van specifieke bestuursdocumenten te kwantificeren.
HOOFDSTUK 5. - Berekening van vergoedingen
Art. 18. Indien ingevolge artikel 8, § 1, eerste lid, van de wet, een vergoeding wordt gevraagd, is deze beperkt tot één of meer volgende marginale kosten inzake de reproductie, de verstrekking en de verspreiding van bestuursdocumenten:
1° infrastructuur: de kosten van de ontwikkeling, het software-onderhoud, het hardware-onderhoud en de connectiviteit, beperkt tot wat noodzakelijk is om de bestuursdocumenten voor het hergebruik beschikbaar te stellen;
2° reproductie : de kosten van de productie en de terbeschikkingstelling van een extra exemplaar van de bestuursdocumenten, inclusief de kosten van de materiële drager;
3° behandeling: het verpakkingsmateriaal en de voorbereiding van de terbeschikkingstelling;
4° overleg: de telefoongesprekken en de uitwisseling van e-mails met de verzoekers van het hergebruik en de kosten van de klantendienst;
5° levering: de portkosten voor het versturen van bestuursdocumenten met de normale post of met een koerier;
6° speciale verzoeken: de kosten van het op verzoek voorbereiden en formatteren van bestuursdocumenten;
7° anonimiseren: de verwijdering, de afscherming en de verarming van de bestuursdocumenten of delen daarvan.
Art. 19. In het geval, vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, a) en b), van de wet, kunnen, met behoud van de toepassing van de kosten, vermeld in artikel 18, ook de volgende kosten in verband met het creëren van bestuursdocumenten in aanmerking komen:
1° produceren: het genereren van bestuursdocumenten en metagegevens, de kwaliteitscontrole en het omzetten van de bestuursdocumenten naar een digitaal formaat;
2° verzamelen: het vergaren en het sorteren van bestuursdocumenten;
3° overheadkosten als die kosten een aantoonbaar rechtstreeks verband houden met het creëren van bestuursdocumenten;
4° deze kosten mogen worden vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan een redelijk rendement op de investering.
Art. 20. In het geval, vermeld in artikel 8, § 1 tweede lid, c), van de wet, kunnen, met behoud van de toepassing van de kosten, vermeld in artikels 18 en 19, ook de volgende specifieke kosten voor bibliotheken (inclusief universiteitsbibliotheken), musea en archieven in aanmerking komen :
1° conservering: de direct en indirect kosten voor het bewaren en opslaan van bestuursdocumenten;
2° rechtenvereffening: de tijd en de mankracht die wordt ingezet voor het identificeren van derden bij wie rechten berusten en het verkrijgen van de toestemming van die rechthebbenden;
3° overheadkosten als die kosten een aantoonbaar rechtstreeks verband houden met bibliotheken (inclusief universiteitsbibliotheken), musea en archieven;
4° deze kosten mogen worden vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan een redelijk rendement op de investering.
Art. 21. § 1. De overheid is gehouden om te kiezen voor de terbeschikkingstelling die de kosten voor de hergebruiker zo laag mogelijk houden.
§ 2 De kosten worden berekend door de totale kostprijs van een kwantificeerbare reeks bestuursdocumenten als referentie te gebruiken en op basis daarvan de kostprijs van een extra exemplaar van de bestuursdocumenten af te leiden.
§ 3. De kosten zijn gezuiverd van inkomsten die de instantie tijdens de productie of de verzameling heeft gegenereerd, voor zover die inkomsten bekend zijn bij de overheid.
§ 4. De kosten en eventuele inkomsten worden elk jaar beoordeeld en de vergoeding wordt aangepast aan de potentiële vraag, op basis van een redelijkerwijs verantwoorde raming van de overheid.
Art. 22. § 1. Het redelijke rendement op de investering vermeld in artikels 19, 4° en 20, 4°, ligt niet meer dan vijf procent boven de referentie-interestvoet, vermeld in artikel 2, 4, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.
§ 2. Bij het berekenen van een redelijk rendement op de investering, kunnen de bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken, met inbegrip van universiteitsbibliotheken, musea en archieven, rekening houden met tarieven die de privésector in rekening brengt voor het hergebruik van identieke of soortgelijke documenten.
Art. 23. De Minister kan, als dat nodig is, de berekening van de vergoeding, vermeld in artikels 18, 19 en 20, en de berekening van het redelijk rendement, vermeld in artikels 19, 4° en 20, 4°, verder verduidelijken.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen en inwerkingtreding
Art. 24. Het koninklijk besluit van 29 oktober 2007 tot bepaling van de behandelingsprocedure en -termijnen voor een aanvraag voor hergebruik van overheidsinformatie alsook het toezicht op de verplichting om bestuursdocumenten beschikbaar te stellen, wordt opgeheven.
Art. 25. De Ministers bevoegd voor digitale agenda en administratieve vereenvoudiging zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 juni 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post, belast met Administratieve Vereenvoudiging, Bestrijding van de sociale fraude, Privacy en Noordzee,
Ph. DE BACKER


begin

Publicatie : 2019-06-24