einde

Publicatie : 2019-05-29

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE

17 MEI 2019. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 2017 betreffende de billijke vergoeding van de uitvoerende kunstenaars en producenten voor de openbare uitvoering van fonogrammen of bij uitzending van fonogrammen via de omroep



FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikel XI.213, tweede, derde en zesde lid, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014;
Gelet op het koninklijk besluit van 17 december 2017 betreffende de billijke vergoeding van de uitvoerende kunstenaars en producenten voor de openbare uitvoering van fonogrammen of bij uitzending van fonogrammen via de omroep;
Gelet op het overleg dat heeft plaats gevonden op 26 februari 2019 binnen het overlegcomitť ingesteld door artikel XI.282;
Gelet op het advies 65.821/2 van de Raad van State, gegeven op 29 april 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2į, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het advies van de inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 13 maart 2019;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 25 maart 2019;
Overwegende dat wijzigingen aan het bovenvermeld koninklijk besluit van 17 december 2017 noodzakelijk zijn voor de oprichting van een uniek platform voor de inning van de auteursrechten en de naburige rechten met betrekking tot de openbare uitvoering van fonogrammen die niet voor een voorstelling worden gebruikt en waarvoor aan het publiek geen toegangsgeld of vergoeding wordt gevraagd om de uitvoering ervan te kunnen bijwonen;
Overwegende dat alle betrokken milieus, zijnde diegene die de vergoeding verschuldigd zijn en de beheersvennootschappen van auteursrechten en naburige rechten de wil hebben dit uniek platform op te richten teneinde in een administratieve vereenvoudiging te voorzien voor diegene die de vergoeding verschuldigd zijn;
Overwegende dat artikel XI.264 van het Wetboek van economisch recht regels voorziet teneinde te garanderen dat indien door de beheersvennootschappen verhogingen worden toegepast in geval de gebruiker niet binnen de vereiste termijnen aangeeft, of wanneer hij niet de informatie verschaft die vereist is voor de inning of verdeling van de rechten, deze verhogingen een schadevergoedend karakter moeten hebben; dat het in dat kader onder meer aangewezen is om de verhogingen een facultatief karakter te verlenen, zodat de beheersvennootschappen niet verplicht zijn om de verhogingen automatisch toe te passen;
Op de voordracht van de Minister van Economie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Het opschrift van hoofdstuk 5 van het koninklijk besluit van 17 december 2017 betreffende de billijke vergoeding van de uitvoerende kunstenaars en producenten voor de openbare uitvoering van fonogrammen of bij uitzending van fonogrammen via de omroep wordt vervangen als volgt:
"Hoofdstuk 5. Begin en einde van de openbare uitvoering van fonogrammen of uitzending ervan via de radio-omroep, overdracht en stopzetting van de activiteit".
Art. 2. Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 65. § 1. De uitbater of radio-omroep, die in de loop van een kalenderjaar de openbare uitvoering of uitzending via de omroep van fonogrammen anders dan via de stopzetting van zijn activiteit, definitief en onherroepelijk stopzet, verstrekt aan de beheersvennootschappen of aan hun mandataris alle gegevens aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de openbare uitvoering of uitzending via de omroep van fonogrammen werkelijk, definitief en onherroepelijk is stopgezet.
De uitbater of radio-omroep heeft in het geval bedoeld in het eerste lid geen recht op een terugbetaling van de billijke vergoeding die betrekking heeft op de periode van het kalenderjaar na het definitief stopzetten van de openbare uitvoering of uitzending via de omroep van fonogrammen.
§ 2. De uitbater of radio-omroep, die in de loop van een kalenderjaar zijn activiteit onherroeplijk en definitief stopzet, en hiervan het schriftelijk bewijs vanwege een bevoegde instantie voorlegt aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de activiteit werd stopgezet, heeft, indien hij tijdens de eerste zes maanden van het kalenderjaar zijn activiteit heeft stopgezet, recht op een terugbetaling van de helft van de billijke vergoeding die betaald werd met betrekking tot het kalenderjaar waarin de activiteit definitief werd stopgezet.".
Art. 3. Artikel 67 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 67. De uitbater die nalaat de nodige inlichtingen te verstrekken voorafgaand aan het begin van de openbare uitvoering van fonogrammen is gehouden het bedrag van de verschuldigde billijke vergoeding te betalen. Dit bedrag kan door de beheersvennootschappen of hun mandataris verhoogd worden naar keuze van de beheersvennootschappen of hun mandataris met maximum 15 % of maximum 75 EUR.
De uitbater die na een aangetekende zending nalaat om binnen 15 kalenderdagen de nodige inlichtingen te verstrekken voor het vastleggen van de billijke vergoeding, is gehouden het bedrag van de verschuldigde billijke vergoeding te betalen. Dit bedrag kan door de beheersvennootschappen of hun mandataris verhoogd worden naar keuze van de beheersvennootschappen of hun mandataris met maximum 15 % of maximum 75 EUR.
Voor de berekening van de billijke vergoeding nemen de beheersvennootschappen of hun mandataris de gekende relevante parameters in acht, en bij gebrek hieraan hetgeen men vermoedt.
De uitbater die minder dan vijf kalenderdagen voorafgaand aan de tijdelijke binnenactiviteit, tijdelijke activiteit in open lucht, tijdelijke openbare uitvoering van fonogrammen of tijdelijke activiteit van vertoning van audiovisuele werken de nodige inlichtingen verstrekt, is gehouden het bedrag van de verschuldigde billijke vergoeding te betalen. Dit bedrag kan door de beheersvennootschappen of hun mandataris verhoogd worden naar keuze van de beheersvennootschappen of hun mandataris met maximum 15 % of maximum 35 EUR.
De uitbater die de nodige inlichtingen niet verstrekt voorafgaand aan de tijdelijke binnenactiviteit, tijdelijke activiteit in open lucht, tijdelijke openbare uitvoering van fonogrammen of tijdelijke activiteit van vertoning van audiovisuele werken is gehouden het bedrag van de verschuldigde billijke vergoeding te betalen. Dit bedrag kan door de beheersvennootschappen of hun mandataris verhoogd worden naar keuze van de beheersvennootschappen of hun mandataris met maximum 15 % of maximum 75 EUR.
De in de vorige leden bepaalde verhogingen kunnen niet gecumuleerd worden."
Art. 4. Artikel 69 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 69. De uitbater van een lokaal/lokalen voor audiovisuele vertoning of de organisator van tijdelijke activiteiten van audiovisuele vertoning die, na een aangetekende zending nalaat om binnen 15 kalenderdagen de in de artikelen 15 en 28 bedoelde inlichtingen te verstrekken voor het vastleggen van de billijke vergoeding, is gehouden het bedrag van de verschuldigde billijke vergoeding te betalen. Dit bedrag kan door de beheersvennootschappen of hun mandataris verhoogd worden naar keuze van de beheersvennootschappen of hun mandataris met maximum 15 % of maximum 100 EUR.
Voor de berekening van de billijke vergoeding nemen de beheersvennootschappen of hun mandataris het aantal zitplaatsen of standplaatsen voor personenauto's, zoals vermeld in de laatste beschikbare statistieken van de Federatie der Cinema's van BelgiŽ (FCB) of in elke andere relevante informatiebron, in acht."
Art. 5. In artikel 71 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De bedragen vermeld in de tarieven en de forfaitaire bedragen vermeld in dit besluit worden jaarlijks geÔndexeerd op 1 januari van elk jaar op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex van het voorbije jaar volgens de volgende formule:
basisbedrag x nieuwe index
basisindex".
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2020.
Art. 7. De minister bevoegd voor het auteursrecht is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 mei 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Economie,
K. PEETERS


begin

Publicatie : 2019-05-29