J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiŽlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/05/14/2019012957/justel

Titel
14 MEI 2019. - Koninklijk besluit betreffende het beroep van ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer

Bron :
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU
Publicatie : 11-06-2019 nummer :   2019012957 bladzijde : 60375       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2019-05-14/10
Inwerkingtreding : 01-09-2019

Inhoudstafel Tekst Begin
Art. 1-7
BIJLAGE.
Art. N

Tekst Inhoudstafel Begin
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1į niet dringend patiŽntenvervoer: vervoer van, naar of tussen zorginstellingen of zorgverstrekkers van een patiŽnt die stabiel is bij aanvang van het vervoer en die toezicht nodig heeft tijdens het vervoer;
  2į toezicht: visueel verifiŽren dat de patiŽnt in veiligheid is tijdens het vervoer en dat zijn toestand niet achteruitgaat.

  Art. 2. Het in artikel 1, 11į, van het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen bedoelde beroep wordt uitgeoefend onder de beroepstitel "ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer".

  Art. 3. Het beroep van ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer mag slechts worden uitgeoefend door personen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1į met vrucht geslaagd zijn voor een opleiding van minstens 160u. Deze opleiding wordt aangeboden door een onderwijsinstelling of opleidingsverstrekker die opgericht, gesubsidieerd of erkend is door de Gemeenschappen en omvat minstens de volgende onderdelen:
  a) een theoretische opleiding in:
  i. relevante basiskennis anatomie en fysiologie;
  ii. deontologie en ethiek;
  iii. wetgeving met betrekking tot de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
  b) een theoretische en praktische opleiding in:
  i. heffen, tillen, immobilisatie en transport van de patiŽnt;
  ii. EHBO;
  iii. risicoanalyse (kunnen inschatten wanneer bijstand moet worden gevraagd omwille van de toestand van de patiŽnt);
  iv. hygiŽne en preventie van infecties;
  v. toediening van medische zuurstof;
  vi. ledigen van een urinezak, vervangen van een stomazak;
  vii. communicatieve vaardigheden;
  viii. relevante kennis van eHealth.
  c) een gunstig beoordeelde stage van minstens 40 uren. De kandidaat begeleidt tijdens de stage diverse types van patiŽnten.
  2į beroepskennis en -vaardigheden via bijscholing onderhouden en bijwerken, ten minste 8 uren per jaar, om een beroepsuitoefening op een optimaal kwaliteitsniveau te behouden.
  De hierboven bedoelde bijscholing moet bestaan uit persoonlijke studie en deelname aan vormingsactiviteiten.

  Art. 4. De technische prestaties, bedoeld in artikel 71, ß 1, eerste lid, van voormelde gecoŲrdineerde wet van 10 mei 2015, die door een ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer kunnen worden uitgevoerd, zijn opgenomen in de bijlage van dit besluit.
  Deze technische prestaties gebeuren in het kader van niet dringend patiŽntenvervoer.

  Art. 5. ß 1. Op hun verzoek wordt een erkenning toegekend aan de personen die voor de inwerkingtreding van dit besluit houder zijn van een diploma in het domein van niet dringend patiŽntenvervoer, dat een opleiding bekroont waarvan het niveau, maar niet de volledige theoretische of theoretische en praktische opleiding en stages, overeenstemt met de in artikel 3, 1į, bedoelde opleiding.
  ß 2. Op hun verzoek wordt aan de personen, op de datum van bekendmaking van dit besluit tewerkgesteld via een arbeidsovereenkomst als ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer, een voorlopige erkenning voor vijf jaar toegekend.
  Deze voorlopige erkenning kan binnen de vijf jaar worden omgezet in een definitieve erkenning mits een aanvullende opleiding van 40 uur, met betrekking tot de technische prestaties bedoeld in artikel 4.
  ß 3. Op hun verzoek wordt aan de personen die werkervaring van minstens een jaar als ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer in de 5 jaar voorafgaand aan de bekendmaking van dit besluit kunnen aantonen, een voorlopige erkenning voor vijf jaar toegekend.
  Deze voorlopige erkenning kan binnen de vijf jaar worden omgezet in een definitieve erkenning mits een aanvullende opleiding van 40 uur, met betrekking tot de technische prestaties bedoeld in artikel 4.
  ß 4. De verzoeken bedoeld in dit artikel dienen ten laatste op 31 augustus 2022 te worden ingediend.

  Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2019.

  Art. 7. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

  BIJLAGE.

  Art. N. Technische prestaties
  Enig artikel. Onderstaande technische prestaties kunnen door de ambulancier niet dringend patiŽntenvervoer gesteld worden:
  1. heffen, tillen en correct positioneren van de patiŽnt ten behoeve van het vervoer, inclusief het verplaatsen van de patiŽnt met of zonder hulpmiddelen;
  2. immobilisatie ten behoeve van de veiligheid tijdens het vervoer;
  3. bewaken van de fysische veiligheid van de patiŽnt;
  4. toezicht houden op de toestand van de patiŽnt.
  5. verderzetting van een behandeling met zuurstof.
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Gegeven te Brussel, 14 mei 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   FILIP, Koning der Belgen,
   Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
   Gelet op de gecoŲrdineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen, artikel 70, artikel 71, gewijzigd bij de wet van 22 juni 2016 en artikel 72, ß 2, eerste lid, gewijzigd bij de wet 22 juni 2016;
   Gelet op het advies nr. 2018/03 van de Technische Commissie voor de paramedische beroepen van 2 mei 2018;
   Gelet op het advies nr. 2017/04 van de Federale Raad voor paramedische beroepen van 22 juni 2017;
   Gelet op het advies van de inspecteur van FinanciŽn, gegeven op 23 november 2018;
   Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 21 december 2018;
   Gelet op het advies nr. 64.966/2 van de Raad van State, gegeven op 9 januari 2019, met toepassing van artikel 84, ß 1, eerste lid, 2į, van de wetten op de Raad van State, gecoŲrdineerd op 12 januari 1973;
   Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid,
   Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie