J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2019/04/25/2019041127/justel

Titel
25 APRIL 2019. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot bepaling van de vorm en van de procedures voor de bekendmaking en de terbeschikkingstelling van de beslissingen, genomen door het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar en de Regering inzake stedenbouwkundige vergunningen, verkavelingsvergunningen en stedenbouwkundige attesten
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-05-2019 en tekstbijwerking tot 16-06-2020)

Bron : BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 08-05-2019 nummer :   2019041127 bladzijde : 44373       PDF :   originele versie    geconsolideerde versie
Dossiernummer : 2019-04-25/10
Inwerkingtreding : 01-09-2019

Deze tekst heeft de volgende teksten gewijzigd :1992031245        1992031246        1992031247        1992031249        1992031251        1992031287        1993031137        1993031138        1993031139       

Inhoudstafel Tekst Begin
HOOFDSTUK I. - Definities
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Vorm van de beslissingen
Art. 2-3
HOOFDSTUK III. - Informatie en terbeschikkingstelling van de beslissingen
Art. 4-6
HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen en slotbepalingen
Art. 7-9

Tekst Inhoudstafel Begin
HOOFDSTUK I. - Definities

  Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° "BWRO" : het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening;
  2° "publiek" : een of meerdere natuurlijke of rechtspersonen en de verenigingen, organisaties of groepen die samengesteld zijn uit deze personen.

  HOOFDSTUK II. - Vorm van de beslissingen

  Art. 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende beslissingen :
  1° De beslissingen die het college van burgemeester en schepenen neemt inzake stedenbouwkundige vergunningen overeenkomstig artikel 156, § 1 van het BWRO;
  2° De beslissingen die het college van burgemeester en schepenen neemt inzake stedenbouwkundige attesten overeenkomstig artikel 200 van het BWRO;
  3° De schorsing, door de gemachtigde ambtenaar, van de beslissingen zoals bedoeld in punt 1°, overeenkomstig artikel 161, § 2 van het BWRO;
  4° De schorsing, door de gemachtigde ambtenaar, van de beslissingen zoals bedoeld in punt 2°, overeenkomstig artikel 201 van het BWRO;
  5° De beslissingen die de gemachtigde ambtenaar neemt inzake stedenbouwkundige vergunningen overeenkomstig de artikelen 178, § 1 en 178/2 van het BWRO;
  6° De beslissingen die de gemachtigde ambtenaar neemt inzake verkavelingsvergunningen overeenkomstig artikel 178, § 1 van het BWRO;
  7° De beslissingen die de gemachtigde ambtenaar neemt inzake stedenbouwkundige vergunningen voor schoolvoorzieningen, overeenkomstig artikel 197/13 van het BWRO;
  8° De beslissingen die de gemachtigde ambtenaar neemt inzake stedenbouwkundige attesten overeenkomstig artikel 200 van het BWRO;
  9° De annulering, door de Regering, van de beslissingen die bedoeld worden in punt 1°, overeenkomstig artikel 162 van het BWRO;
  10° De annulering, door de Regering, van de beslissingen, bedoeld in punt 2°, overeenkomstig artikel 201 van het BWRO;
  11° De beslissingen die de Regering neemt inzake de stedenbouwkundige vergunning en de verkavelingsvergunning, overeenkomstig artikel 188/3 van het BWRO;
  12° De beslissingen die de Regering neemt inzake stedenbouwkundige vergunningen voor schoolvoorzieningen, overeenkomstig artikel 197/15, § 4 van het BWRO.

  Art. 3.Onverminderd de BWRO-bepalingen moeten de bovenvermelde beslissingen de volgende vermeldingen bevatten of ervan vergezeld worden :
  1° De identificatie van de aanvraag;
  2° De redenen in rechte en in feite die de beslissing rechtvaardigen;
  3° De voorwaarden en/of kosten die desgevallend gepaard gaan met de beslissing;
  4° De datum en de handtekening van de uitreikende overheid;
  5° De vermelding van de mogelijkheden tot beroep en van de termijn waarbinnen het beroep ingesteld kan worden[1 ;]1
  [1 6° De verplichting tot aanplakking, voorzien in artikel 6, § 1, tweede lid.]1
  
  ----------
  (1)<BESL 2020/037 2020-06-10/02, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 17-06-2020>

  HOOFDSTUK III. - Informatie en terbeschikkingstelling van de beslissingen

  Art. 4. Dit hoofdstuk is van toepassing op de beslissingen, bedoeld in artikel 2.

  Art. 5. De in artikel 4 bedoelde beslissingen worden via elektronische weg betekend aan de overheden die werden geraadpleegd in het kader van het onderzoek van de ermee samenhangende aanvraag, op het vooraf meegedeelde mailadres of, bij het ontbreken hiervan, via een ter post aangetekende zending.
  Deze kennisgeving valt samen met de kennisgevingen, respectievelijk bedoeld in de artikelen 156, § 1, 161, § 1, 162, 178, § 1, 178/2, 188/3, 197/13 en 197/15 van het BWRO.

  Art. 6.§ 1. Onverminderd artikel 194/2 van het BWRO wordt elke beslissing, bedoeld in artikel 2, [1 ...]1 [1 gedurende minstens dertig dagen]1 gepubliceerd op de website van de gemeente(n) waar het project gelegen is en op wiens grondgebied het openbaar onderzoek plaatsgevonden heeft.
  [1 Daarenboven gaat de aanvrager over tot een bijkomende aanplakking van een mededeling, gedurende vijftien dagen, op het betrokken goed, op een plaats die vanaf de openbare weg zichtbaar is. Er dient een bijkomende aanplakking, van dezelfde duur, van deze mededeling te gebeuren aan de bestaande of toekomstige toegangen tot het betreffende goed die op de grens tussen dit goed en de openbare weg liggen, of, indien er geen toegang tot dit goed is, op de muren en gevels ervan aan de kant van de openbare weg]1.
  [1 De overheid die haar beslissing betekent, voegt bij haar verzending de aan te vullen en conform het tweede lid aan te plakken mededeling.]1
  [1 De mededeling die in het tweede lid bedoeld wordt, wordt opgesteld met een zwart lettertype van minstens 14 punten didot, op witte achtergrond en heeft het formaat DIN A3. Het wordt zo geplaatst dat het makkelijk leesbaar is, op 1,50 meter hoogte, desnoods op een schutting of een paneel op een stok, en dient gedurende de hele aanplakkingsperiode perfect zichtbaar en leesbaar te blijven.]1
  § 2. Deze mededeling bevat de volgende vermeldingen :
  1° het voorwerp en de inhoud van de beslissing;
  2° het adres en de openingsuren van het gemeentebestuur waar de beslissing ter inzage ligt;
  3° de website waarop de beslissing geraadpleegd kan worden;
  4° het adres van de overheid waar men verhaal kan indienen alsook de daarvoor geldende termijnen.
  § 3. De beslissing moet bij het gemeentebestuur geraadpleegd kunnen worden :
  1° elke dag van opening voor het publiek tussen 09.00 en 12.00 uur;
  2° ten minste één werkdag per week, eventueel op afspraak, 's avonds tot 20 uur, [1 behalve tussen 15 juli en 15 augustus]1.
  § 4. [1 De publicatie, bedoeld in § 1, eerste lid, gebeurt door de bedoelde gemeente(n)]1 binnen een termijn van tien dagen, te tellen vanaf :
  1° de kennisgeving van de beslissing wanneer die wordt genomen door het college van burgemeester en schepenen;
  2° de ontvangst, door het college van burgemeester en schepenen, van de beslissing in de andere gevallen;
  3° het verstrijken van de termijn die aan de uitreikende overheid wordt opgelegd om kennis te geven van haar beslissing, wanneer het gebrek aan beslissing gelijkstaat met een beslissing van weigering.
  [1 De aanplakking, bedoeld in § 1, tweede lid, gebeurt door de aanvrager binnen een termijn van achttien dagen, te rekenen vanaf:
   1° de ontvangst van de beslissing;
   2° het verstrijken van de termijn, toegekend aan de vergunningverlenende overheid voor de betekening van haar beslissing, indien het uitblijven van een beslissing geldt als weigeringsbeslissing.]1
  
  ----------
  (1)<BESL 2020/037 2020-06-10/02, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 17-06-2020>

  HOOFDSTUK IV. - Opheffingsbepalingen en slotbepalingen

  Art. 7. De volgende besluiten worden opgeheven :
  1° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door het college van burgemeester en schepenen inzake stedenbouwkundige vergunningen en van de vorm van de schorsing van deze beslissingen door de gemachtigde ambtenaar, zoals gewijzigd door het besluit van 23 september 1999;
  2° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige vergunningen in uitvoering van artikel 128 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende de organisatie van de planning en de stedenbouw;
  3° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige vergunningen aangevraagd door een publiekrechtelijke rechtspersoon of betreffende werken van openbaar nut;
  4° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door het college van burgemeester en schepenen inzake stedenbouwkundige attesten en van de vorm van de schorsing van deze beslissingen door de gemachtigde ambtenaar;
  5° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige attesten in uitvoering van artikel 128 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende de organisatie van de planning en de stedenbouw;
  6° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 30 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige attesten aangevraagd door een publiekrechtelijke rechtspersoon of betreffende werken van openbaar nut;
  7° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 13 mei 1993 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door het college van burgemeester en schepenen inzake verkavelingsvergunningen en van de vorm van de schorsing van deze beslissingen door de gemachtigde ambtenaar, zoals gewijzigd door het besluit van 23 september 1999;
  8° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 13 mei 1993 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake verkavelingsvergunningen in uitvoering van artikel 128 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende de organisatie van de planning en de stedenbouw;
  9° Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 13 mei 1993 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake verkavelingsvergunningen aangevraagd door een publiekrechtelijke rechtspersoon.

  Art. 8. Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als de bepalingen tot wijziging van Titel IV van het BWRO in de ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van aanverwante wetgevingen. Het is van toepassing op alle beslissing die vanaf die datum genomen worden.

  Art. 9. Het lid van de regering bevoegd voor Territoriale Ontwikkeling wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 25 april 2019.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid,
R. VERVOORT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op artikel 39 van de Grondwet;
   Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid zijn artikelen 6, § 1, punt I, 1°, en 20;
   Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, inzonderheid artikel 8;
   Gelet op het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening, gewijzigd door de ordonnantie van 30 november 2017 tot hervorming van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening en van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen en tot wijziging van bepaalde aanverwante wetgevingen (hierna de ordonnantie van 30 november 2017 genoemd), inzonderheid op de artikelen 195 en 199;
   Gelet op de richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door het college van burgemeester en schepenen inzake stedenbouwkundige vergunningen en van de vorm van de schorsing van deze beslissingen door de gemachtigde ambtenaar, zoals gewijzigd door het besluit van 23 september 1999;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige vergunningen in uitvoering van artikel 128 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende de organisatie van de planning en de stedenbouw;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige vergunningen aangevraagd door een publiekrechtelijke rechtspersoon of betreffende werken van openbaar nut;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door het college van burgemeester en schepenen inzake stedenbouwkundige attesten en van de vorm van de schorsing van deze beslissingen door de gemachtigde ambtenaar;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 6 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige attesten in uitvoering van artikel 128 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende de organisatie van de planning en de stedenbouw;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 30 juli 1992 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake stedenbouwkundige attesten aangevraagd door een publiekrechtelijke rechtspersoon of betreffende werken van openbaar nut;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 13 mei 1993 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door het college van burgemeester en schepenen inzake verkavelingsvergunningen en van de vorm van de schorsing van deze beslissingen door de gemachtigde ambtenaar, zoals gewijzigd door het besluit van 23 september 1999;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 13 mei 1993 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake verkavelingsvergunningen in uitvoering van artikel 128 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende de organisatie van de planning en de stedenbouw;
   Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 13 mei 1993 tot bepaling van de vorm der beslissingen genomen door de gemachtigde ambtenaar inzake verkavelingsvergunningen aangevraagd door een publiekrechtelijke rechtspersoon;
   Gelet op het evaluatieverslag betreffende de gelijke kansen, `gelijkekansentest' genoemd, zoals vereist door artikel 2, § 1, van de ordonnantie van 4 oktober 2018 tot invoering van de gelijkekansentest en door artikel 1, § 1, van het besluit van 22 november 2018 tot uitvoering van deze ordonnantie, waarvan de Brusselse Hoofdstedelijke Regering kennis heeft genomen op 25 april 2019;
   Overwegende dat, daar het huidige besluit geen aanzienlijke impact heeft op de ontwikkeling van het gewest in de betekenis van artikel 7 van het BWRO, het ontwerpbesluit niet voor advies werd overgelegd aan de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie; dat het huidige besluit enkel bepaalt welke minimale vermeldingen de beslissingen dienen te bevatten die worden genomen bij toepassing van de bepalingen van het BWRO alsook de modaliteiten van informatieverstrekking betreffende de beslissingen en van hun terbeschikkingstelling;
   Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 7 maart 2019 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
   Gelet op het ontbreken van communicatie van het advies binnen die termijn;
   Op voordracht van de Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Territoriale Ontwikkeling;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • BESLUIT (BRUSSEL) VAN 10-06-2020 GEPUBL. OP 16-06-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 3; 6)

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en) Aanhef
    Inhoudstafel 1 uitvoeringbesluit 1 gearchiveerde versie
    Franstalige versie