einde

Publicatie : 2019-03-27

Beeld van de publicatie
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

18 MAART 2019. - Ministerieel besluit tot bepaling van de inhoud van de begeleiding en de modaliteiten van de overeenkomst in het kader van de preactiviteitssteun



De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Economie,
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, artikel 8, eerste lid;
Gelet op de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de steun voor de economische ontwikkeling van ondernemingen, inzonderheid op de artikelen 3 en 4;
Gelet op het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 januari 2019 betreffende de preactiviteitssteun, artikel 11;
Gelet op het advies 65.563/1 van de Raad van State, gegeven op 7 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3░, van de wetten op de Raad van State, geco÷rdineerd op 12 januari 1973;
Gelet op het advies van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gegeven op15 maart 2019;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat het besluit van 24 januari 2019 betreffende de steun voor preactiviteit in werking treedt op 25 maart 2019 en dat het noodzakelijk is om te voorzien in de begeleiding,
Besluit :
Artikel 1. De begeleiding van de begunstigde wordt geregeld door een overeenkomst gesloten tussen de begunstigde en de begeleidingsinstelling.
Art. 2. De begeleiding in het kader van de steun bedoeld in de artikelen 2 en 8 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 januari 2019 betreffende de preactiviteitssteun loopt over een minimumduur van zes maanden, te rekenen vanaf de ondertekening van de overeenkomst. Ze omvat minstens twee fysieke ontmoetingen tussen de begunstigde en de begeleidingsinstelling.
De begeleiding in het kader van de steun zoals bedoeld in artikel 5 van het voornoemde besluit loopt over een minimumduur van twee maanden, te rekenen vanaf de ondertekening van de overeenkomst. Ze omvat minstens twee fysieke ontmoetingen tussen de begunstigde en de begeleidingsinstelling.
Art. 3. De begeleiding wordt kosteloos verstrekt.
Art. 4. De overeenkomst gesloten tussen de begunstigde en de begeleidingsinstelling vermeldt de volgende elementen:
1░ de praktische modaliteiten van de ondersteuning met inbegrip van, met name, de tools voor monitoring en opvolging opgesteld door het Brussels Agentschap voor de Ondersteuning van het Bedrijfsleven;
2░ de modaliteiten voor de verbreking van de overeenkomst, met inbegrip van de verplichting voor de bevoegde structuur om Brussel Economie en Werkgelegenheid van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel in kennis te stellen van de oorzaken van deze verbreking;
3░ een verklaring van de overeenkomstsluitende partijen dat zij in geen enkel opzicht financieel verbonden zijn en een verbintenis van hunnentwege op eer om geen financieel verband aan te gaan gedurende de uitvoering van de overeenkomst.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 25 maart 2019.
Brussel, 18 maart 2019.
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
bevoegd voor Economie,
D. GOSUIN


begin

Publicatie : 2019-03-27