einde

Publicatie : 2018-12-21

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN
Federale Agentschap voor Nucleaire Controle

6 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen voor wat betreft de fysische controle en betreffende Bel V



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Ik heb de eer ter ondertekening van Uwe Majesteit een besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen voor wat betreft de fysische controle en betreffende Bel V.
1. Inleiding
De fysische controle van de ingedeelde inrichtingen en de vervoerders valt op dit ogenblik nog steeds onder het reglementair stelsel dat sinds 2001 van kracht is en werd vastgelegd in het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen (koninklijk besluit van 20 juli 2001, hierna ARBIS genoemd). Sinds deze datum, die verband houdt met de operationalisering van het Agentschap, bleek uit verschillende gebeurtenissen, ontwikkelingen, lessen geleerd op het terrein, dat dit controleregime grondig moest worden herzien.
Op dit moment wordt het opportuun en nodig geacht om het statuut en de verantwoordelijkheden van de "erkende instellingen" en hun rol in het controlesysteem te verduidelijken:
o Sinds 2008 bestond er een 'feitelijke' situatie, toen het Agentschap het toezicht op de fysische controle van de inrichtingen van klasse I en IIA heeft overgenomen om dit vervolgens toe te vertrouwen aan Bel V. Bel V is een private stichting, opgericht bij notariële akte van 7 september 2007, gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 9 oktober 2007, en waarop het Agentschap beroep doet voor de uitoefening van bepaalde opdrachten, overeenkomstig artikel 28 van de wet van 15 april 1994.
o Voor wat de erkende instellingen betreft, hebben deze op dit ogenblik twee verschillende functies (taken van fysische controle voor de exploitanten en het toezicht hierop), wat inhoudt dat de scheiding controleur-gecontroleerde niet duidelijk is. Uit de peer review-missie (IRRS genaamd), die in België eind 2013 door de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) georganiseerd werd, is de noodzaak gebleken om duidelijk de contouren van de regelgever te definiëren en om een duidelijk en ondubbelzinnig statuut aan de "erkende instellingen" (aanbeveling nr. 5) toe te kennen. De erkende instellingen zullen voortaan aan de kant van de exploitanten staan en handelen onder hun verantwoordelijkheid en voor hun rekening. Ze zullen geen opdrachten meer uitvoeren die hen door de overheid gedelegeerd werden.
o Uit de IRRS bleek tevens dat het nodig was dat het wettelijk kader het Agentschap niet langer mocht toestaan om de fysische controle bij de exploitanten uit te voeren (aanbeveling nr. 5).
o Tot slot moet het erkenningsstelsel voor de instellingen voor fysische controle worden herzien in het licht van de openstelling van de private markt, met duidelijke voorwaarden en criteria.
Ten slotte laat de door het Agentschap sinds 2001 opgedane ervaring toe om een controleconcept voor te stellen waardoor de veiligheid en de stralingsbescherming op het terrein worden versterkt:
o Elke exploitant moet een interne dienst voor fysische controle oprichten en deze dienst uitrusten met de nodige middelen om de opdrachten qua stralingsbescherming en nucleaire veiligheid die toegewezen worden aan deze dienst, doeltreffend te kunnen uitvoeren. De goede werking van deze dienst ligt volledig onder de verantwoordelijkheid van de exploitant.
o Het hoofd van de dienst voor fysische controle maakt steeds deel uit van het personeel van de exploitant, ongeacht of hij al dan niet een deskundige bevoegd in de fysische controle is. Deze bepaling versterkt de verantwoordelijkheid van de exploitant.
o In het besluit worden de nieuwe vereisten van de richtlijn 2013/59/Euratom (" Basic Safety Standards - BSS ") met betrekking tot de concepten " Functionaris voor Stralingsbescherming (RPO) " en "stralingsbeschermingsdeskundige (RPE)" in de Belgische regelgeving geďntegreerd, met de eraan verbonden opleidingseisen.
Daarenboven, voor de activiteiten met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7, worden de taken en missies van de fysische controle ten aanzien van deze van de veiligheidsadviseur klasse 7 verduidelijkt.
2. Inhoud van het besluit
Definities
Er werden verschillende nieuwe definities opgenomen:
- Bel V, verwijzend naar het in september 2007 door het Agentschap opgerichte filiaal waaraan het Agentschap de controletaken in toepassing van artikel 14ter van de wet van 15 april 1994 (gewijzigd door de wet van 7 mei 2017) heeft toevertrouwd.
- Het begrip "reglementering inzake ioniserende straling" is bedoeld ter vervanging van de verwijzing "naar het huidige reglement" van het voormalig ARBIS, en dit gemotiveerd door het feit dat er, enerzijds, bepaalde hoofdstukken uit het Algemeen reglement werden gehaald om er afzonderlijke reglementen van te maken en, anderzijds, dat er andere besluiten ter aanvulling van het ARBIS werden, of zullen worden genomen en waarbij de dienst voor fysische controle eveneens belast is met de organisatie van en het toezicht op de nodige maatregelen om te waarborgen dat de bepalingen ervan worden nageleefd. De "reglementering inzake ioniserende straling" omvat bijvoorbeeld het besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties.
- De "agent voor de stralingsbescherming" stemt overeen met de "functionaris voor stralingsbescherming (RPO)" van richtlijn 2013/59/Euratom. Er werd gekozen om deze term van de richtlijn niet letterlijk over te nemen omdat deze in de Nederlandstalige versie van deze richtlijn niet gepast leek.
Vergunning van installaties en activiteiten
Een van belangrijkste doelstellingen van de reglementaire hervorming is het meer responsabiliseren van de exploitant of het ondernemingshoofd voor wat betreft de fysische controle in zijn installaties of bij de vervoersactiviteiten en het duidelijk positioneren van de erkende instellingen voor fysische controle als dienstverleners voor rekening en onder verantwoordelijkheid van deze zelfde exploitanten of organisaties, en niet langer als instellingen die reglementaire controles uitvoeren door delegatie vanwege de overheid (het Agentschap).
Het is de exploitant of het ondernemingshoofd die moet bepalen hoe hij zijn fysische controle wil organiseren (bijvoorbeeld: de functionele organisatie van de dienst voor fysische controle en de positie ervan binnen de organisatie, het aantal personen aangeworven voor stralingsbeschermingstaken, hun aanstelling binnen de verschillende diensten/installaties, hun opleiding in de stralingsbescherming, de bijzondere taken/verificaties, de aanwezigheid van een interne deskundige erkend in de fysische controle, of de aanwijzing van een erkende instelling, enz.). De keuze of er al dan niet een erkend deskundige erkend in de fysische controle tot zijn eigen personeel behoort, zal aan de exploitant of het ondernemingshoofd worden overgelaten (behalve voor de inrichtingen van klasse I), net als de erkende instelling waartoe deze deskundige zal behoren.
Om de kwaliteit van de vergunningsaanvragen te waarborgen, wordt er gevraagd om de vergunningsaanvragen (op voorhand) te laten onderzoeken en goedkeuren door een deskundige erkend in de fysische controle, personeelslid van de (toekomstige) exploitant of, uitgezonderd voor aanvragen met betrekking tot een inrichting van klasse I, door een erkende instelling indien de (toekomstige) exploitant geen erkend deskundige in dienst heeft.
In het kader van een trapsgewijze aanpak en met het oog op administratieve vereenvoudiging, wordt er voor de inrichtingen van klasse II en III voortaan aan de exploitant gevraagd om de voorziene datum voor de inbedrijfstelling van de nieuwe installaties in het aanvraagdossier voor de vergunning te vermelden, in plaats van deze een maand op voorhand per aangetekend schrijven aan het Agentschap mee te delen, zoals bepaald door het Algemeen Reglement van 2001.
Continuďteit van de indeling tijdens de buitenbedrijfstelling (ARBIS - art 3)
Om een ambiguďteit uit de wereld te helpen, specificeert de eerste zin van artikel 3.1 expliciet dat de klasse waarin een inrichting wordt ingedeeld, ook tijdens de buitenbedrijfstelling (in de zin van de definitie hiervan in het ARBIS) behouden blijft. Het behoud van de initiële klasse is bedoeld als aansporing voor de exploitant om de ontmanteling en/of sanering van zijn installaties niet onnodig uit te stellen.
Inrichtingen van klasse IIA
Er wordt een subklasse van klasse II geďntroduceerd door de toevoeging van een artikel 3.3 aan het ARBIS. Dit artikel definieert de inrichtingen van klasse II " A ", dit wil zeggen die inrichtingen van klasse II die een verhoogd radiologisch risico vertonen. De definiëring van een dergelijke subklasse is gebaseerd op de directe ervaringsfeedback van het radiologisch ongeval dat zich bij Sterigenics te Fleurus, in 2006, heeft voorgedaan.
De inrichtingen van klasse IIA maken integraal deel uit van klasse II en dus zijn de reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op klasse II tevens van toepassing op klasse IIA, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.
Deze categorie omvat met name de deeltjesversnellers, de X-stralengeneratoren met energie van meer dan 1 MeV en de bijzonder hoogactieve bronnen (> 100 TBq) die worden gebruikt voor industriële toepassingen. Op zich zijn deze technische parameters echter niet voldoende om een beeld te geven van het reële risico dat wordt veroorzaakt door de versneller of generator; dit is eveneens afhankelijk van vele andere factoren, zoals bv. de afscherming, het soort van versnelde deeltjes, de secundaire bundels,.... Het Agentschap voorziet dat het via een besluit, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad bepaalde types van installaties met een weinig verhoogd risico uit de categorie " IIA " kan halen en dit op basis van een risicoanalyse.
Hoewel deze inrichtingen het vergunningsstelsel van klasse II behouden (zij het dan voorgesteld in de vorm van een veiligheidsverslag van de vergunningsdocumenten), maken ze het voorwerp uit van een versterkt controle- en toezichtsysteem. Het bezoek aan de installaties door een deskundige erkend in de fysische controle zal frequenter gebeuren. Bepaalde beslissingen van de dienst voor fysische controle zullen expliciet door het Agentschap (dat - overeenkomstig artikel 38 van het gewijzigde ARBIS - deze taak aan Bel V kan delegeren) moeten worden goedgekeurd.
Inbedrijfstelling van de nieuw vergunde installaties (inclusief in het kader van belangrijke wijzigingen)
Het proces voor de oplevering van de installaties van klasse I blijft praktisch ongewijzigd.
In het geval van de nieuwe vergunde installaties van klasse IIA, is er een formeel proces voor de bevestiging van de vergunning, vergelijkbaar met dat wat voorzien is voor de inrichtingen van klasse I (ARBIS art. 6.9): voorafgaand aan de inbedrijfstelling van de installaties, dient de oprichtings- en exploitatievergunning te worden bevestigd door een besluit van het Agentschap op basis van een inspectie door het Agentschap en van de veiligheidsevaluatie door het Agentschap (dat deze taak - overeenkomstig artikel 38 - aan Bel V kan delegeren) van de oplevering van de installatie door de dienst voor fysische controle van de exploitant.
Volgens de trapsgewijze aanpak, wordt er voor de nieuwe vergunde installaties van klasse II die niet tot IIA behoren en deze van klasse III, voorgesteld om het systeem krachtens het huidige artikel 15 van het ARBIS te behouden: de oplevering gebeurt door een erkend deskundige in de fysische controle. Een document, opgesteld door de dienst voor fysische controle, waarin wordt bevestigd dat de deskundige een volledig gunstige oplevering heeft uitgevoerd van de nieuw vergunde installaties wordt aan het Agentschap vóór de inbedrijfstelling van de installaties overgemaakt.
Ten slotte kan het Agentschap voor wijzigingen die weinig of geen impact hebben op het risico, maar waarvoor een formele herformulering van de vergunning nodig is (ARBIS - artikel 12), van bepaalde formele vereisten van de artikels 15 en 15/1 afwijken.
De fysische controle (art. 23 van het ARBIS)
a) Oprichting van de diensten voor fysische controle
Elke exploitant van een ingedeelde inrichting, uitgezonderd inrichtingen van klasse IV, of elk hoofd van een onderneming die betrokken is bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7, dient een dienst voor fysische controle te organiseren.
Overeenkomstig Richtlijn 2013/59/EURATOM betreffende de basisgezondheidsnormen maakt de dienst voor fysische controle (en met name het hoofd ervan) altijd deel uit van de organisatie van de exploitant, ook al kan deze dienst een beroep doen op externe deskundigen om bepaalde opdrachten uit te voeren. De keuze van de plaats van deze dienst voor fysische controle binnen de organisatie wordt aan de exploitant, of het ondernemingshoofd overgelaten. Binnen een ingedeelde inrichting kan deze bijvoorbeeld deel uitmaken van het departement "beveiliging, gezondheid en leefmilieu", of bij een onderneming betrokken bij het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7, van het departement "gevaarlijke goederen".
Om de integratie van het radiologisch risico in het beheersysteem voor klassieke risico's te bevorderen, moet het radiologisch risico niet los van de andere risico's worden beheerd, maar veeleer worden beschouwd binnen het dynamisch risicobeheersysteem dat de exploitant of het ondernemingshoofd moet organiseren krachtens de wet betreffende het welzijn op het werk en haar uitvoeringsbesluiten.
In de vervoersector vallen bepaalde organisaties of ondernemingen evenwel niet onder Belgisch recht en/of zijn ze niet onderworpen aan de wet betreffende het welzijn op het werk en haar uitvoeringsbesluiten. Voor deze instanties moet het radiologisch risico worden beschouwd binnen het beheersysteem dat het ondernemingshoofd, overeenkomstig de bepalingen van de geldende internationale verdragen en reglementen die het vervoer van gevaarlijke goederen regelen, moet organiseren.
Anderzijds worden bepaalde opdrachten voor fysische controle uitgevoerd in overleg met de arbeidsgeneesheer, stralingsfysicus, preventieadviseur en/of veiligheidsadviseur klasse 7 (vervoer).
In het bijzonder moet erop gewezen worden dat de af te leveren 'goedkeuringen' door de dienst voor fysische controle, de erkend deskundige of de regelgever, goedkeuringen zijn voorafgaan aan de implementatie/uitvoering/indienststelling van de activiteit/manipulatie/wijziging die deel moet uitmaken van de goedkeuring.
Artikel 23.1.1 staat toe dat er diensten voor fysische controle zijn die gemeenschappelijk zijn voor één of meer inrichtingen van verschillende exploitanten. Dergelijke diensten bestaan reeds en worden bijvoorbeeld door grote universiteiten georganiseerd. Deze gemeenschappelijke diensten voor fysische controle worden in dezelfde geest opgericht als de gemeenschappelijke interne diensten voor preventie en bescherming op het werk (het koninklijk besluit van 27 oktober 2009). In bepaalde gevallen is een gemeenschappelijke dienst immers doeltreffender dan twee (of meer) individuele diensten of een externe instelling, met name door het feit van de geografische nabijheid (bijvoorbeeld in het geval van twee ingedeelde inrichtingen op één en dezelfde site), de pooling van deskundigen met een zeer gespecialiseerde opleiding voor bepaalde apparatuur of in een bepaald domein of de bundeling van zeer dure en/of zeer specifieke materiële middelen (rekencodes, meetapparatuur). Het bestaan en de werking van de gemeenschappelijke dienst zullen worden geformaliseerd via een schriftelijk contract tussen de exploitanten die betrokken zijn bij de gemeenschappelijke dienst.
Het doel is dus niet om groeperingen van deskundigen te promoten of te generaliseren, waardoor het gevaar zou kunnen ontstaan dat ze met de erkende instellingen concurreren zonder dat ze aan dezelfde verplichtingen als deze instellingen moeten worden onderworpen, maar wel om in bepaalde bijzondere omstandigheden toe te laten dat er een netto meerwaarde voor de stralingsbescherming wordt gecreëerd. Deze gemeenschappelijke diensten zullen minstens twee deskundigen erkend in de fysische controle die tot het personeel van de betrokken ondernemingen, of organisaties behoren, in dienst moeten nemen en ze zijn onderworpen aan het akkoord van het Agentschap, dat de verschillende situaties geval per geval zal onderzoeken.
In de vervoersector en in het bijzonder in de havens, hebben de werknemers (dockers) een bijzonder statuut, wat tot gevolg heeft dat er een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk werd opgericht in elke haven. In dat geval kan de erkenning van de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle worden verstrekt, zelfs wanneer er een beroep wordt gedaan op een externe deskundige erkend in de fysische controle van een erkende instelling, voor zover:
- de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle deel uitmaakt van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk;
- het hoofd van de dienst voor fysische controle heeft een opleiding in stralingsbescherming gevolgd overeenkomstig artikel 30.4 die de verschillende radiologische risico's dekt die verbonden zijn aan de vervoersactiviteiten.
b) Organisatie van de diensten voor fysische controle
Wat de organisatie van en het toezicht op de diensten voor fysische controle van de inrichtingen van klasse I (artikel 23.1.2) betreft, zal de situatie weinig verschillen van de huidige situatie. De exploitant zal in zijn dienst op zijn minst over een erkend deskundige moeten beschikken die het diensthoofd voor fysische controle zal zijn en tevens de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (IDPBW).
Deze erkende deskundige organiseert en overziet de uitvoering van de taken opgenomen in artikel 23.1.5 b) en 23.1.5 c). Hij is er verantwoordelijk voor hun goede uitvoering.
Er wordt ook expliciet gevraagd in de dienst voor fysische controle permanent te zorgen voor de functie van erkend deskundige, wat betekent dat er steeds één of meer erkende back-updeskundigen beschikbaar moeten zijn wanneer de hoofddeskundige afwezig is (wegens verlof, afwezigheid, ziekte, enz.).
Indien de exploitant verantwoordelijk is voor meerdere inrichtingen van klasse I, dient hij in elke technische bedrijfseenheid (in de zin van de wet op het welzijn op het werk), een lokale afdeling van de dienst voor fysische controle op te richten. Deze lokale afdeling zal onder leiding staan van een erkend deskundige van klasse I die eveneens preventieadviseur is belast met de leiding van de afdeling van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Het hoofd van de dienst voor fysische controle en het hoofd van de afdeling hebben rechtstreeks toegang tot respectievelijk de exploitant en het hoofd van de inrichting van klasse I.
De organisatie van de fysische controle in de inrichtingen van klasse I is een complexe aangelegenheid waarbij meerdere organisatiestructuren betrokken zijn, met name gezien de vereisten in het koninklijk besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties. Bijgevolg wordt de exploitant gevraagd deze organisatie te documenteren in zijn veiligheidsrapport. De exploitant wijst ook de agenten/diensten aan die belast zijn met de stralingsbescherming in de installaties (taken van artikel 23.1.5 a).
Het Agentschap is belast met de controle op de goede werking van de dienst voor fysische controle. Na een veiligheidsevaluatie zal het Agentschap (dat - overeenkomstig artikel 38 - deze taak aan Bel V kan delegeren), bepaalde beslissingen (gelijkaardig aan die welke zijn vastgelegd in het Algemeen reglement van 2001) van de dienst voor fysische controle goedkeuren, met name die welke verband houden met onbelangrijke wijzigingen.
Voor de inrichtingen van klassen II en III (artikel 23.1.3), inclusief klasse IIA, kan de exploitant zijn dienst voor fysische controle (DFC) naar eigen keuze organiseren:
1. Indien er een deskundige erkend in de fysische controle deel uitmaakt van het personeel van de exploitant, zal deze de leiding van de dienst voor fysische controle op zich nemen.
2. Indien de exploitant geen erkend deskundige in dienst heeft om de in artikel 23.1.5 b) vermelde fysische controletaken uit te voeren, kan hij op eigen kosten een beroep doen op een erkende instelling voor fysische controle die een dergelijke deskundige tot zijn beschikking zal stellen. In dit geval vertrouwt de exploitant de leiding van de dienst voor fysische controle toe aan een persoon die een minimaal equivalente opleiding heeft genoten als een agent voor de stralingsbescherming (artikel 30.4), waarbij alle in de inrichting(en) aanwezige radiologische risico's worden afgedekt.
De dienst voor fysische controle kan al dan niet deel uitmaken van of samengevoegd worden met de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (IDPBW). Deze keuze wordt ook overgelaten aan de exploitant, maar het Agentschap raadt in alle gevallen een geďntegreerd (holistische) beheer van de risico's aan, en om de radiologische risico's niet van dat van andere klassieke risico's (chemisch, biologisch, brand,...) te scheiden. De organisatie moet echter zo zijn dat de DFC en IDPBW samenwerken waar nodig is. Bovendien moet het hoofd van de dienst voor fysische controle rechtstreeks afhangen van en rechtstreekse toegang hebben tot de persoon belast met het dagelijks beheer van de inrichting(en) en tot de exploitant. Het hoofd DFC krijgt eveneens een beschermd statuut, analoog met de regelgeving welzijn op het werk.
In de gemengde inrichtingen met installaties die tot verschillende klassen behoren, kan de exploitant, waarvan er geen deskundige erkend in de fysische controle tot zijn personeel behoort eventueel een beroep doen op erkende deskundigen van verschillende erkende instellingen voor fysische controle om, per klasse van installatie, de in artikel 23.1.5 b) vermelde fysische controletaken waar te nemen, zij het dan voor zover deze installaties uit verschillende klassen functioneel onafhankelijk zijn.
In de gemengde inrichtingen met installaties die tot verschillende klassen behoren, waarbij er een deskundige erkend in de fysische controle, hoofd van de dienst voor fysische controle, tot het personeel van de exploitant behoort, blijft de uitvoering van de in artikel 23.1.5 b) vermelde fysische controletaken in de verschillende installaties de uiteindelijke verantwoordelijkheid van het hoofd van de dienst voor fysische controle, zelfs wanneer bepaalde van deze taken aan een erkende instelling worden uitbesteed.
Er worden (minimale) frequenties gespecificeerd voor de bezoeken in de installaties door de deskundige erkend in de fysische controle (artikel 23.1.3.2): Voor klasse III zullen die over het algemeen jaarlijks plaatsvinden en, voor klasse II over het algemeen driemaandelijks. Er wordt een trapsgewijze aanpak (graded approach) ingevoerd voor bepaalde handelingen die een hoger risico inhouden van klasse IIA, waar ze maandelijks plaatsvinden, en van klasse III, waar ze halfjaarlijks zijn, alsook voor bepaalde installaties van klasse II met een lager risico, waar deze bezoeken halfjaarlijks zullen plaatsvinden.
Het Agentschap is belast met de controle op de goede werking van de dienst voor fysische controle van deze inrichtingen van klassen II en III. Ongeacht of de erkend deskundige intern of extern is, zullen bepaalde beslissingen van de dienst voor fysische controle van inrichtingen van klasse IIA (artikel 23.1.5 b), punten 3° en 4°) worden gecontroleerd/goedgekeurd door het Agentschap (dat - overeenkomstig artikel 38 - deze taak aan Bel V kan delegeren).
Voor de gemengde inrichtingen met installaties van klasse IIA en andere installaties van klasse II en/of III zal hetzelfde controleschema worden toegepast. Bel V kan opgedragen worden, met toepassing van artikel 38, om het toezicht op de installaties van klasse IIA uit te voeren en het Agentschap is belast met het toezicht op de installaties van de andere klassen. De gemeenschappelijke processen (bijvoorbeeld afvalbeheer) zullen worden gesuperviseerd door het Agentschap.
De deskundigen van Bel V belast met de door het Agentschap gedelegeerde controles en goedkeuringen moeten erkend zijn als deskundigen in de fysische controle.
c) De functie van agent voor de stralingsbescherming
De groep taken als bedoeld in artikel 23.1.5 a) met betrekking tot de systematische uitoefening van stralingsbescherming in de installaties wordt opgedragen aan de " agent voor de stralingsbescherming ". Dit is een nieuw concept vergeleken met het Algemeen Reglement van 2001.
Deze taken omvatten de opdrachten van de aangestelde voor bewaking, die niet langer als zodanig in de reglementering opgenomen is.
Naast de activiteiten die strikt verband houden met stralingsbescherming zelf, moet een agent voor de stralingsbescherming routinetests kunnen uitvoeren op eenvoudige veiligheidssystemen die verband houden met de stralingsbescherming van nabij van werknemers en/of personen, zoals alarmtests, interlocks, brandmelders enz. Het spreekt vanzelf dat tests op complexe veiligheidssystemen, zoals beschermingssystemen van reactoren, valproeven van bundels regelstaven van een reactor e.d., niet vallen onder de wezenlijke taken van een agent voor de stralingsbescherming.
In het algemeen, kan elke persoon die de theoretische basisvorming gevolgd heeft en beschikt over de relevante praktijkervaring, de functie (de taken) van agent voor de stralingsbescherming uitoefenen: stralingsfysicus, radioloog, technieker, ingenieur,... en/of deskundige erkend in de fysische controle.
Het is wenselijk dat deze " agent voor de stralingsbescherming " een medewerker is van de dienst/afdeling waar onderneming haar activiteiten uitoefent, en geen externe medewerker is noch iemand die sporadisch bezoeken uitvoert. Het Agentschap verwacht in het algemeen dat deze functie wordt opgedragen aan één of meer personeelsleden die de installatie en/of de handeling en de organisatie van de onderneming kennen, en die regelmatig in de installatie/onderneming aanwezig zijn.
Dat verhindert evenwel niet dat voor bepaalde specifieke operaties (bijvoorbeeld ontmantelingen, onderhoud/vervanging van bronnen enz.) die door contractanten worden uitgevoerd, deze contractanten hun eigen agenten voor de stralingsbescherming hebben, met name om de stralingsbescherming van hun eigen personeel te waarborgen. In dat geval is het echter vereist dat de dienst voor fysische controle van de exploitant/onderneming toezicht houdt op de activiteiten van de agenten voor de stralingsbescherming en het personeel van de externe firma. De verantwoordelijkheid van de exploitant/het ondernemingshoofd voor de radiologische veiligheid in zijn inrichting kan niet gedelegeerd worden.
In de medische sector is het bijvoorbeeld mogelijk dat de functie van agent voor de stralingsbescherming wordt waargenomen door medisch hulppersoneel (verplegend personeel, technologen) of stralingsfysici van de betrokken diensten; zij beschikken immers vaak al over de vereiste opleiding en zijn ter plaatse. In dergelijke gevallen hangt de agent voor de stralingsbescherming af van het hoofd van de dienst voor fysische controle voor wat zijn opdrachten inzake stralingsbescherming betreft; voor zijn andere activiteiten ressorteert hij onder het hoofd van de dienst waar hij werkt. Het spreekt vanzelf de agent voor de stralingsbescherming een incident/ongeval met betrekking tot de stralingsbescherming prioritair ten opzichte van zijn andere taken moet behandelen.
Voor bepaalde specifieke opdrachten kan de exploitant/het ondernemingshoofd zich ook zo organiseren dat een deel van de agenten voor de stralingsbescherming volledig in de dienst voor fysische controle worden opgenomen en hun opdrachten frequent en systematisch uitvoeren door regelmatig bij de verschillende installaties of diensten langs te gaan (frequentie bepaald op basis van de risicoanalyse en het advies van de deskundige erkend in de fysische controle volgens een trapsgewijze aanpak), bijvoorbeeld beheer/conditionering/verwijdering van afval, besmettingsmeting, decontaminatie enz.
Het is beter dat er voor elk type handeling een agent voor de stralingsbescherming in de instelling aanwezig is tijdens de normale werktijden van de betrokken diensten. Bepaalde diensten (noodhulpdiensten, ziekenhuisunits voor metabole radiotherapie en/of brachytherapie enz.) werken 24 uur per dag, 7 dagen per week. Voor deze diensten zal de vereiste om, al dan niet permanent te beschikken over één of meer agenten voor de stralingsbescherming die fysiek in de inrichting aanwezig zijn door voormelde analyse worden bepaald. Om de nodige ondersteuning bij problemen buiten de normale werkuren te waarborgen, kan de exploitant indien nodig zijn eigen wachtrol organiseren of een beroep doen op de wachtrol die door een erkende instelling voor fysische controle georganiseerd wordt.
Net als in de medische sector kan er in de industriële sector een dienst voor fysische controle bestaan waarvan de agenten voor de stralingsbescherming vanuit de verschillende operationele diensten worden aangeduid, of er kan een gecentraliseerde dienst voor fysische controle worden samengesteld uit 'vliegende' agenten voor de stralingsbescherming die bepaalde opdrachten uitvoeren (bijvoorbeeld verwijdering van radioactief afval, agenten gespecialiseerd in decontaminatie, periodiek toezicht op vaste meetinstrumenten, bewaring van de meetinstrumenten en/of de toestellen die ioniserende straling uitzenden enz.).
Een combinatie van de twee is tevens perfect mogelijk.
In het bijzondere geval van mobiele/tijdelijke activiteiten, zoals radiografie/industriële gammagrafie, is het gepast dat de persoon die de activiteit moet uitvoeren (bijvoorbeeld de radioloog) de functie van agent voor de stralingsbescherming op zich neemt.
Deze agent(en) voor de stralingsbescherming zullen niet formeel worden erkend door de veiligheidsautoriteit. Deze agent(en) zal (zullen) dus expliciet door de exploitant of het ondernemingshoofd worden aangeduid.
Er zal aan de agent(en) voor de stralingsbescherming een theoretische en praktische minimumopleiding gevraagd worden, waarvan het tijdsbestek bepaald wordt in artikel 30.4. Deze minimumopleiding omvat niet de vorming en de specifieke instructies voor de werkplaats die de exploitant krachtens de wet betreffende het welzijn op het werk moet verstrekken.
d) Fysische controletaken
Bepaalde fysische controletaken worden verduidelijkt in het nieuwe artikel 23.1.5 (opdrachten en taken van de dienst voor fysische controle) van het ARBIS. Dit artikel is nu onderverdeeld in drie delen:
1. Een groep taken die verband houden met de frequente en systematische stralingsbescherming op de werkplaats, met inbegrip van de eerste interventie in geval van een incident/ongeval.
2. Een groep taken die verband houden met de stralingsbescherming en nucleaire veiligheid, waarvoor de interventie van een deskundige erkend in de fysische controle vereist is.
3. Een groep specifieke controletaken ter naleving van bepaalde veiligheidsvereisten die vermeld staan in het koninklijk besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties.
De eerste groep taken wordt opgedragen aan de agent voor de stralingsbescherming, zoals uiteengezet in punt c) hierboven.
De fysische controletaken van deze eerste groep vereisen een regelmatige aanwezigheid in de installaties, en worden uitgevoerd volgens de procedures die door een deskundige erkend in de fysische controle werden goedgekeurd.
Voor de tweede groep taken is een opleiding en meer doorgedreven kennis vereist, voor verdergaande en/of meer gespecialiseerde analyses inzake stralingsbescherming en nucleaire veiligheid. Deze taken moeten worden uitgevoerd door een deskundige erkend in de fysische controle.
Deze taken zijn doelgerichter en vereisen dus niet noodzakelijk een aanwezigheid met dezelfde regelmaat als die van de agenten voor de stralingsbescherming.
De " technische " oplevering van nieuwe of gewijzigde installaties wordt altijd georganiseerd door de dienst voor fysische controle van de exploitant en goedgekeurd door een erkend deskundige, ongeacht of zij al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een nieuwe vergunning dan wel als onbelangrijke wijzigingen werden beschouwd krachtens artikel 12 van het Algemeen Reglement.
Tot nu toe werden enkel de documenten voor het vervoer van radioactief afval door de dienst fysische controle voorafgaandelijk gecontroleerd en goedgekeurd. Doch om een veilig beheer, inclusief de veiligheid van de verdere stappen in het beheer zoals verwerking, conditionering, verpakking en berging, te kunnen garanderen dient de dienst fysische controle eveneens een toezicht uit te oefenen op de documenten die nodig zijn om een veilige verdere behandeling van het radioactief afval toe te laten. In het eenvoudigste geval behelst dit de documentatie nodig voor het ophalen van het afval door NIRAS (de zogenaamde S/L formulieren) en de bijhorende procedures voor kwaliteitsborging. Voor de exploitanten die installaties hebben voor de fysio-chemische en/of radiologische karakterisering van het afval en/of voor de verwerking, conditionering en verpakking behelst dit de dossiers die deze installaties beschrijven, de operationele procedures en de bijhorende procedures en documenten voor kwaliteitsborging. Deze dossiers zijn ook nodig voor de erkenning van deze installaties door NIRAS.
Tot slot is een belangrijke taak die aan de erkend deskundige werd toegewezen, het regelmatig en periodiek bezoek (periodiciteit vastgesteld in artikel 23.1.3.2 voor de inrichtingen van klasse II en III) van de installaties om er de toestand van de stralingsbescherming en de goede naleving van de reglementering te evalueren. Elk van deze bezoeken, waarvan de periodiciteit afhankelijk is van het risico van de installatie, zal het voorwerp uitmaken van een verslag dat in het register voor fysische controle wordt gearchiveerd.
Om redenen van kwaliteitsborging zullen de processen met betrekking tot deze tweede groep taken worden beschreven in controledocumenten die deel uitmaken van een managementsysteem of een ander kwaliteitsborgingssysteem. De exploitant, of exploitanten in het geval van gemeenschappelijke diensten, zal (zullen) verantwoordelijk zijn voor de uitwerking van die processen. Indien de exploitant voor de uitvoering van deze taken evenwel een beroep doet op een deskundige van een erkende instelling, worden deze processen op het niveau van het managementsysteem van de erkende instelling zelf beschreven en gedocumenteerd.
Er dient te worden opgemerkt dat een exploitant steeds de mogelijkheid heeft om een beroep te doen op om het even welke contractant voor onderaanneming, zelfs voor taken of studies die verband houden met reglementaire taken inzake fysische controle (bijvoorbeeld berekening van de afscherming, berekening van de radiologische impact van de lozingen, opstelling van handleidingen/documentatie/procedures enz.). Dit beroep op contractanten ontslaat de exploitant en/of zijn dienst voor fysische controle niet van hun verantwoordelijkheden en verplichtingen inzake fysische controle.
De derde groep taken heeft specifiek te maken met de nucleaire veiligheid van inrichtingen van klasse I.
e) Het register voor fysische controle
Tot slot wordt in artikel 23.1.6 verlangd dat de vaststellingen en bepalingen van de dienst voor fysische controle in een register worden opgenomen. Artikel 23.2 van het Algemeen Reglement dat sinds 2001 van kracht is, bepaalde dat men de vaststellingen en bepalingen hetzij in een register met genummerde bladzijden moest aanbrengen, hetzij op genummerde bladzijden, gebundeld in mappen. Gezien de technologische vooruitgang zijn deze dragers overbodig geworden. In het nieuwe artikel worden geen specifieke fysieke dragers meer voorgeschreven, maar wordt gevraagd bepaalde garanties te bieden op het gebied van de traceerbaarheid en duurzaamheid van de informatie.
Dit register dient onder andere een inventaris te bevatten met de radioactieve stoffen en de in de inrichting aanwezige toestellen die ioniserende straling uitzenden. Op vraag van het Agentschap wordt deze inventaris volledig of gedeeltelijk aan het Agentschap verstrekt op de door hem vastgestelde wijze. In de praktijk kunnen de exploitanten die niet over een intern erkend deskundige beschikken, deze transmissie in kader van een trapsgewijze aanpak toevertrouwen aan een erkende instelling voor fysische controle.
Fysische controle van vervoersactiviteiten van gevaarlijke goederen van klasse 7
Voor de activiteiten inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 worden de specifieke opdrachten en taken voor de vervoersactiviteiten van gevaarlijke stoffen van klasse 7 in artikel 23.2, via een vergelijkbare aanpak als in het nieuwe artikel 23.1, in twee delen verdeeld: taken die verband houden met de dagelijkse uitoefening van de stralingsbescherming op de werkplaats en taken waarvoor de interventie van een deskundige erkend in de fysische controle vereist is.
Voor de organisatie van de fysische controle (artikel 23.2.2 en 23.2.3) werd een trapsgewijze aanpak (graded approach) gevolgd:
- In de erkende ondernemingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 met de grootste risico's (radioactief materiaal gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of met een bijkomend corrosierisico (klasse 8) volgens de internationale regelgeving inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen), is het hoofd van de dienst voor fysische controle een deskundige erkend in de fysische controle van klasse T1;
- In de erkende ondernemingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 die niet gekarakteriseerd zijn als splijtstoffen of geen bijkomend corrosierisico inhouden (klasse 8), in de organisaties die bij het multimodaal vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 betrokken zijn, in de ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een onderbrekingssite, is het hoofd van de dienst voor fysische controle een deskundige erkend in de fysische controle van klasse T2 of T1.
In beide gevallen en volgens een gelijkaardige logica als voor de ingedeelde inrichtingen (van klasse II en III), zal het ondernemingshoofd of het hoofd van de organisatie die geen dergelijke deskundige in dienst heeft, de leiding van de dienst voor fysische controle toevertrouwen aan een persoon die een opleiding in stralingsbescherming heeft gevolgd overeenkomstig artikel 30.4 die de verschillende radiologische risico's dekt die verbonden zijn aan de vervoersactiviteiten. Hij zal dus voor de uitvoering van de in artikel 23.2.6 b) vermelde taken die aan een erkend deskundige voorbehouden zijn, een beroep doen op een erkende instelling voor fysische controle.
In artikel 23.2.4 worden, eveneens volgens een trapsgewijze aanpak (graded approach), frequenties gespecificeerd voor de bezoeken van de deskundige erkend in de fysische controle aan organisaties die bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 betrokken zijn.
Tot slot is het Agentschap belast met de controle op de goede werking van de dienst voor fysische controle van de organisaties die bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 betrokken zijn.
Opleiding van de agenten voor de stralingsbescherming (ARBIS - art 30.4)
Er zullen een bepaald aantal opleidingsuren vereist zijn voor de agenten die belast zijn met de dagelijkse stralingsbescherming in de installaties of in organisaties die betrokken zijn bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7. Deze opleiding zal bestaan uit een theoretische basisopleiding en een gepaste praktische opleiding.
De te volgen theoretische opleiding bedraagt minstens 16 uur voor de installaties van klasse II, 8 uur voor klasse III, 6 uur voor de vervoersactiviteiten onder de verantwoordelijkheid van een vervoerder erkend voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7, gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of die een bijkomend corrosie-risico inhouden (klasse 8) en 4 uur voor de vervoersactiviteiten onder de verantwoordelijkheid van een vervoerder erkend voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 die niet gekarakteriseerd werden als splijtstoffen en/of geen bijkomend corrosie-risico inhouden (klasse 8), van een organisatie betrokken bij het multimodale vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7, of een bedrijf verantwoordelijk voor een onderbrekingssite.
De kosten voor de opleidingen moeten door de werkgever worden gedragen.
Het Agentschap kan de inhoud van deze opleidingen specifiëren in functie van het specifieke type installatie en handeling.
Wat de praktische opleiding van de agent voor de stralingsbescherming betreft, is het Agentschap van mening dat het aangewezen is een trapsgewijze aanpak (graded approach) toe te passen voor de vereiste duur van de beroepservaring van de agent voor de stralingsbescherming, met name volgens de klasse van de inrichting of de activiteiten/handelingen; deze ervaring hoeft niet noodzakelijk bij de exploitant/onderneming opgedaan te zijn. Zo kan bijvoorbeeld een trapsgewijze aanpak worden toegepast:
- Voor de nieuwe inrichtingen/ondernemingen of nieuwe installaties/handelingen/activiteiten waarvoor het personeel van de exploitant/onderneming nog niet de gelegenheid heeft gehad om meerdere maanden te werken;
- Voor pas afgestudeerden die hun beroepsloopbaan beginnen;
- Voor de inrichtingen van klasse III die een zeer laag radiologisch risico vertonen (chromatograaf met laagactieve bron);
- Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7 van de groep UN1 (uitgezonderd colli).
In deze verschillende gevallen wordt tevens aanvaard dat een agent voor de stralingsbescherming daar zijn functies vervult alvorens de vereiste ervaring op te doen, mits hij op passende wijze wordt begeleid/ondersteund door een ervaren persoon, d.w.z. iemand die ervaring heeft met installaties/handelingen of een erkend deskundige (in voorkomend geval van een erkende instelling).
Erkenning van deskundigen in de fysische controle
Artikel 73 van het ARBIS werd grondig herzien. De deskundigen waarop deze erkenning betrekking heeft, zijn:
- De deskundigen erkend in de fysische controle in dienst van exploitanten of vervoerders;
- de deskundigen van de erkende instellingen voor fysische controle die fysische controletaken uitvoeren voor rekening van de exploitanten of vervoerders.
Er worden nieuwe klassen van deskundigen erkend in de specifieke fysische controle voor de vervoersactiviteiten van gevaarlijke stoffen van klasse 7, T1 en T2, gecreëerd.
Deze klassen T1 en T2 worden gebruikt voor deskundigen actief in de vervoersbedrijven en de organisaties betrokken bij het multimodaal vervoer, waarvan de organisatie van de fysische controle in artikel 23.2 wordt beschreven.
De opleidingsvereisten voorzien in artikel 73.2.4 b) v en vi hebben exclusief betrekking op de erkende deskundigen van klasse T1 en T2. De opleiding met betrekking tot de aspecten 'vervoer op de site' en 'voorbereiding van de colli', die ressorteren onder de fysische controle van de ingedeelde inrichtingen (artikel 23.1), moet worden gedekt door de opleidingsvereisten vermeld in artikel 73.2.4 b) i tot vi.
De vereisten inzake het basisdiploma werden herzien op basis van de onderwijshervorming die resulteerde uit het proces van "Bologna". De masters in de industriële wetenschappen (voordien "industrieel ingenieur") worden als gelijkwaardig beschouwd met andere masters in de exacte wetenschappen.
De opleidingsvolumes worden verder gespecificeerd: 12 ECTS in stralingsbescherming. Een opleiding in de technologie en veiligheid is vereist, wat niet (uitdrukkelijk) het geval was in het voormalige ARBIS: van 24 ECTS (kernreactoren) naar 50 uur (installaties klasse III), 35 uur voor de erkende ondernemingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7, gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of die een bijkomend corrosie-risico inhouden (klasse 8) en 20 uur voor alle andere organisaties betrokken bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7. Het feit dat de opleidingen in ECTS worden uitgedrukt, impliceert dat de opleidingen in een instelling voor hoger onderwijs moeten worden gegeven, het voorwerp moeten uitmaken van een examen en afgesloten worden met een diploma/getuigschrift van welslagen.
Het aantal gevraagde uren betreft effectieve opleidingsuren (cursussen of oefeningen) en houdt geen rekening, zoals het geval is bij ECTS, met de persoonlijke studietijd buiten de onderwijsinstelling
.
Er kan rekening worden gehouden met gelijkwaardige kennis, met uitzondering van de opleidingen vereist voor de deskundigen van klasse I. Naast deze voorafgaande opleiding, is een gepaste praktische ervaring in de uitoefening van de fysische controle tevens vereist.
Artikel 73.3 geeft een opsomming van de voor het Agentschap vereiste documenten voor een erkenningsaanvraag. Er dient te worden opgemerkt dat er naast het verplicht aantonen dat er aan de opleidingsvereisten werd voldaan, er moet worden vermeld voor welke installaties/handelingen/activiteiten de erkenning wordt gevraagd. In een door de werkgever ondertekend document zal bevestigd worden dat de erkenning vereist is voor de deskundige in het kader van zijn beroepsactiviteiten in de fysische controle bij een exploitant, Bel V of een erkende instelling. De werkgever zal er zich tevens toe verbinden dat hij de vereiste permanente vorming voor de latere verlengingen van de erkenning voor zijn rekening zal nemen.
Met het oog op een administratieve vereenvoudiging mag een erkenningsaanvraag voor erkend deskundige in de fysische controle in verschillende bevoegdheidsdomein, bijvoorbeeld voor een erkend deskundige van klasse II en voor een erkend deskundige voor transport T2, gelijktijdig worden ingediend.
De omvang van de permanente vorming die door een erkend deskundige met het oog op de verlenging van zijn erkenning moet worden gevolgd, wordt bepaald in artikel 73.5. De omvang van de opleidingen wordt uitgedrukt in uren (en niet in ECTS), vermits ze kunnen bestaan uit conferenties, seminaries, deelname aan gespecialiseerde werkgroepen, enz. die niet noodzakelijkerwijze door instellingen voor hoger onderwijs georganiseerd worden.
De permanente vorming mag gedeeltelijk bij de exploitant intern worden georganiseerd, en dit voor een maximum van 50 % .
De beslissing aangaande de erkenning wordt door het Agentschap binnen een termijn van 60 dagen genomen nadat het zijn wetenschappelijke raad heeft geraadpleegd voor de aanvragen van deskundigen klasse I. De erkenning zal beperkt zijn in de tijd (3 jaar voor een nieuwe erkenning, zes jaar voor een verlenging) alsook in de aard van de activiteiten, handelingen en installaties.
Indien een deskundige erkend in de fysische controle zijn opdrachten niet correct uitvoert, kan het Agentschap hem hetzij een waarschuwing geven, hetzij zijn erkenning opschorten. Er dient opgemerkt te worden dat:
- een schorsing van de erkenning niet de termijn schorst, maar enkel de uitvoering ervan;
- de schorsing kan worden opgeheven wanneer de oorzaken die de schorsing rechtvaardigden zijn verdwenen.
Deze opmerkingen zijn ook van toepassing op de schorsing van een instelling voor fysische controle.
Indien de situatie het rechtvaardigt, dan kan het Agentschap, na het advies van de wetenschappelijke raad voor de deskundigen van klasse I te hebben ingewonnen, de erkenning intrekken.
Erkenning van de instellingen voor fysische controle (ARBIS - art 74)
Het maatschappelijk doel van een erkende instelling voor fysische controle dient te bestaan in de uitvoering van fysische controletaken voor rekening van de exploitanten. Deze taken worden uitgevoerd door deskundigen erkend in de fysische controle in dienst van de instelling. De vereiste opleiding voor het behoud van de erkenning van zijn deskundigen zal door de instelling op zich worden genomen (74.2.2. 2°).
Als dienstverlener voor rekening van de exploitanten, met een voldoende ruime variëteit aan installaties, handelingen en/of activiteiten inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7, zal er worden gevraagd dat de instelling voor fysische controle over een geďntegreerd managementsysteem beschikt, volgens een erkende norm, bijvoorbeeld de norm van het IAEA (Internationale Organisatie voor Atoomenergie) GS-R-3 (of de nieuwe uitgave ervan) met als doel de kwaliteit van de diensten die de erkende instelling aan zijn klanten aanbiedt, te garanderen. In dit geďntegreerd managementsysteem zal er in het bijzonder een beschrijving worden gegeven van de processen die verband houden met de uitvoering van de fysische controletaken, zoals beschreven in de artikels 23.1.5 b) en 23.2.6 b), bij de exploitant of de organisaties die betrokken zijn bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7.
Diverse bepalingen dienen om paal en perk te stellen aan mogelijke belangenconflicten voor de technische leidinggevende en de deskundigen evenals op het niveau van de activiteiten van de instelling (verkoop en promotie van goederen en diensten waarvoor ze voor de fysische controle bij de exploitanten verantwoordelijk zijn) (74.4).
De erkenningsaanvraag bevat de administratieve en organisatorische inlichtingen, evenals de inventaris van de materiële en menselijke middelen (die voor de goede uitoefening van de taken moeten volstaan) waarover de instelling beschikt.
Een belangrijk element van de erkenningsprocedure is het adviesverzoek aan de Wetenschappelijke Raad voor Ioniserende Stralingen.
De erkenning zal territoriaal en in de tijd beperkt zijn, alsook tot bepaalde installaties/ handelingen, vervoersactiviteiten,....
Om nieuwe erkende instellingen de kans te bieden zich te vestigen, zullen ze tijdens de eerste erkenning de mogelijkheid hebben om hun geďntegreerd beheersysteem te ontwikkelen en te operationaliseren; ook zullen ze niet onmiddellijk over alle beoogde menselijke en materiële middelen moeten beschikken, maar kunnen ze geleidelijk aan in deze middelen voorzien, naarmate hun activiteiten zich verder ontwikkelen. Het Agentschap zal erop toezien dat de beschikbare middelen afgestemd zijn op de activiteiten van de instelling.
De erkende instelling dient een verzekeringscontract burgerlijke aansprakelijkheid te onderschrijven (74.4).
Hoewel deze geen deel meer uitmaakt van de regulator, werd er een geprivilegieerde samenwerking opgezet tussen de erkende instelling en het Agentschap (art. 74.4 en 74.5):
- De instelling past een technisch reglement van het Agentschap toe dat onder andere het volgende bepaalt:
o de modaliteiten voor de aangifte van significante gebeurtenissen aan het Agentschap;
o de processen van de beheerssystemen die het Agentschap gepast vindt voor de erkende instellingen. Deze zijn immers gebaseerd op normen die vrij vaak kunnen wijzigen en dit laat eveneens een betere toepassing van de trapsgewijze aanpak toe;
o de modellen voor de periodieke verslagen die de erkende instelling voor het Agentschap zal opstellen, zodat het Agentschap bijvoorbeeld op de hoogte zou zijn van de activiteiten van de instelling en/of van de toestand van de stralingsbescherming in de verschillende sectoren;
o ...
- De instelling voor fysische controle bepaalt en respecteert de deontologische regels om met name elk belangenconflict te vermijden wanneer ze rechtstreekse of onrechtstreekse banden heeft met instellingen of entiteiten die commerciële activiteiten uitoefenen.
- De erkende instelling verbindt er zich toe de vertrouwelijkheid na te leven ten aanzien van de informatie waartoe ze door haar activiteiten inzake fysische controle toegang heeft.
- De erkende instelling verbindt er zich toe om een wachtrol in te stellen die beschikbaar is om in geval van incidenten/ongevallen bij exploitanten of tijdens het vervoer te interveniëren.
- De erkende instelling maakt aan het Agentschap de fysieke inventaris over (radioactieve stoffen en toestellen die ioniserende straling uitzenden) van de exploitanten bij wie ze opdrachten inzake fysische controle uitvoert.
- De instelling verbindt er zich toe om geen activiteiten uit te voeren die ingaan tegen de regelgeving inzake ioniserende straling en om de technische reglementen van het Agentschap na te leven.
Bepaalde eisen worden gesteld met betrekking tot de werking van de instelling:
- Voor elke uitgevoerde taak, opdracht of bezoek wordt er gevraagd om dit te documenteren in een verslag dat de exploitant, of het ondernemingshoofd zal bewaren in zijn register voor fysische controle, vermeld in de artikels 23.1.6 en 23.2.7;
- Er wordt aan de erkende instelling gevraagd om het beroep op onderaannemers te beperken en indien dit zo is, om er het Agentschap en de exploitant, of het betrokken ondernemingshoofd van op de hoogte te brengen;
- De erkende instelling deelt aan het Agentschap elke wijziging van haar statuten, statutaire organen en technisch leidinggevende mee;
- alsook elke wijziging in de personeelsbezetting (erkende deskundigen) en elke significante organisatorische en/of technische wijziging.
De eisen die aan de erkende instellingen worden gericht, verschillen niet significant van deze die aan de exploitanten worden gesteld die hun dienst voor fysische controle met een interne deskundige organiseren en /of aan de gemeenschappelijke diensten voor fysische controle.
Het Agentschap is belast met het toezicht op de goede werking van de erkende instellingen en het gaat na of ze hun erkenningsvoorwaarden naleven. Hiertoe verlenen de erkende instellingen het Agentschap vrije toegang tot hun lokalen en verstrekken ze de vereiste informatie wanneer het een onderzoek, inspectie of audit in dit verband uitvoert.
Indien het Agentschap tekortkomingen vaststelt, inclusief in geval van langdurige inactiviteit van de instelling, dan kan het hieraan hetzij een waarschuwing geven, hetzij de erkenning ervan opschorten. Indien de situatie het rechtvaardigt, dan kan het de erkenning van de instelling intrekken (na kennis te hebben genomen van het advies van de wetenschappelijke raad).
Diverse bepalingen
Tot slot werden de rollen van de erkend deskundige, van de erkende instellingen en van het Agentschap door diverse artikels, overeenkomstig het nieuw controleconcept, herzien en werd de terminologie hieraan aangepast.
Het betreft hier de artikels nr. 2, 20.3.2, 5.1, 5.7.1, 5.7.3, 6.9, 20.1.6, 51.6.5, 54.7.2, 67.1, 67.2, 68.3 en 72ter van het ARBIS.
Opdrachten van Bel V
Artikel 14ter van de wet van 15 april 1994, gewijzigd door de wet van 7 mei 2017, voorziet in de mogelijkheid voor het Agentschap om toezichttaken op te dragen aan een speciaal door hem opgerichte entiteit.
Volgens dit artikel bepaalt de Koning:
- de taken die aan de entiteit gedelegeerd kunnen worden;
- de wijze waarop het Agentschap toezicht uitoefent op de entiteit;
- de wijze waarop de entiteit wordt gefinancierd.
Bel V wordt gedefinieerd als de entiteit die door het Agentschap opgericht werd overeenkomstig dit artikel (zie hoger).
Om deze bepalingen ten uitvoer te leggen, is een nieuw artikel 38 dat specifiek handelt over Bel V toegevoegd in het Algemeen Reglement:
i. Een eerste subartikel (38.1) geeft nauwkeurig aan welke toezichtstaken in alleenrecht aan Bel V kunnen worden opgedragen, te weten de uitvoering van een jaarlijks plan van controles en veiligheidsevaluaties. Dit plan omvat regelmatige bezoeken (controles) die worden uitgevoerd in installaties van klasse I en klasse IIA (met de daarmee samenhangende veiligheidsbeoordelingen).
Bel V kan belast worden met de goedkeuring van bepaalde beslissingen van de diensten voor fysische controle (na die onderworpen te hebben aan een veiligheidsbeoordeling) overeenkomstig artikelen 23.1.2.2 en 23.1.3.3 van het gewijzigde Algemeen Reglement, met name wat niet-belangrijke wijzigingen betreft.
Bel V kan belast worden met de veiligheidsbeoordelingen van de vergunnings- en opleveringsaanvragen voor installaties van klasse I en IIA, in het kader van artikelen 6.2, 7.2, 6.9 en 15/1 van het gewijzigde Algemeen Reglement.
Tenslotte omvat het plan veiligheidsbeoordelingen met betrekking tot de reglementaire bepalingen van het koninklijk besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties, bijvoorbeeld een tienjarige herziening.
De taken die het Agentschap effectief delegeert zijn vastgelegd in een beslissing van zijn Raad van Bestuur.
Dit jaarlijkse plan is vastgelegd door het Agentschap. Dit plan, evenals de bijhorende kostenraming, wordt voorafgaand overgemaakt aan de betrokken exploitant.
ii. In een tweede subartikel (38.2) wordt nauwkeurig aangegeven hoe Bel V haar taken uitvoert. Deze bepalingen zijn vergelijkbaar met hetgeen was vastgesteld voor erkende instellingen die in opdracht van het Agentschap reglementaire controles uitvoerden. Bovendien moet de directeur van Bel V een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I zijn, wiens erkenning geldt voor de door Bel V gecontroleerde installaties/handelingen. Met deze bepaling wordt de technische bekwaamheid van de directeur van Bel V gewaarborgd. Wanneer de nieuw aangewezen directeur nog geen erkende deskundige voor deze installaties is, dan beschikt hij over de termijn van één jaar om deze erkenning te verkrijgen.
iii. Het derde subartikel (38.3) verduidelijkt bepaalde toezichttaken die het Agentschap uitoefent op Bel V. Naast het strategische toezicht op het niveau van de raad van bestuur, waarvan de nadere regels zijn vastgesteld in de wet van 15 april 1994 (zoals gewijzigd) en in de statuten van Bel V, wordt een beheersovereenkomst opgesteld tussen het Agentschap en Bel V. Er wordt gevraagd dat Bel V over een geďntegreerd beheersysteem zou beschikken dat op nationaal of internationaal erkende normen gebaseerd is. Het type norm dat hier bedoeld wordt, is de veiligheidsrichtlijn "GSR part 2" van de IAEA en de uitvoeringsdocumenten. Anderzijds krijgt het Agentschap de mogelijkheid om inspecties/audits uit te voeren bij Bel V met het doel na te gaan of de aan haar opgedragen toezichttaken naar behoren worden uitgevoerd.
iv. In het vierde subartikel (38.4) worden de uurtarieven vastgesteld die Bel V in rekening kan brengen aan de exploitanten voor wie zij in opdracht van het Agentschap toezichttaken uitvoert. Bel V geniet een alleenrecht wat betreft de haar door het Agentschap opgedragen taken van openbare dienstverlening. Daarom werd het passend geacht vast te stellen welke uurtarieven Bel V in rekening kan brengen aan de exploitanten, net zoals de aan het Agentschap verschuldigde heffingen en vergoedingen worden vastgesteld in de wet van 15 april 1994 en bij koninklijk besluit. Ook het indexeringsmechanisme van deze tarieven is vergelijkbaar met dat van de overheidssector en is met andere woorden gebaseerd op de gezondheidsindex. Deze tarieven zijn tevens van toepassing voor ad hoc prestaties (gespecialiseerde studies) die Bel V zou kunnen laten uitvoeren door onderaannemers die aan de exploitanten kunnen worden doorgefactureerd.
Voor deze tarieven werd uitgegaan van het huidige financieel evenwicht van Bel V in de actuele nucleaire context. Op te merken valt dat deze bedragen herzien kunnen worden bij een koninklijk besluit tot wijziging indien de financiële levensvatbaarheid van Bel V in gevaar wordt gebracht als gevolg van externe omstandigheden (verandering van nucleaire context) en zij daardoor niet langer de haar door het Agentschap opgedragen taken kan vervullen. De deskundigheid die men op verschillende technische gebieden (neutronen, elektrische systemen, brandbeveiliging, ongevallenstudies enz.) moet handhaven, geeft inderdaad aanleiding tot vaste kosten en staat bijvoorbeeld los van het aantal actieve kerncentrales.
3. Inwerkingtreding en overgangsmaatregelen
De inwerkingtreding van de maatregelen met betrekking tot de fysische controle (art 23 en 30.4) wordt uitgesteld om de exploitanten en de ondernemingshoofden de mogelijkheid te bieden zich in die zin te organiseren (ARBIS 81.3 en 81.8). Volgens een trapsgewijze aanpak, gelden de nieuwe bepalingen:
- Na een jaar voor de inrichtingen van klasse I en IIA;
- Na twee jaar voor de andere inrichtingen;
- Na achttien maanden voor de ondernemingen of organisaties betrokken bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7.
De exploitanten die reeds gemeenschappelijke diensten hebben georganiseerd volgens artikel 23.1.1, moeten de goedkeuring van het Agentschap tegen 1 juli 2019 hebben verkregen.
De erkenningen van de deskundigen erkend in de fysische controle blijven geldig tot de datum waarop hun huidige erkenning verstrijkt. De reeds erkende deskundigen die een vernieuwing van hun erkenning vragen, worden vrijgesteld van de eisen inzake de initiële opleiding. Voor een vernieuwing van hun erkenning moeten ze evenwel kunnen aantonen dat ze een permanente opleiding volgen, zoals voorzien volgens de nieuwe bepalingen.
De nieuwe deskundigen die een eerste erkenning zouden aanvragen, maar de vereiste opleiding zouden gevolgd hebben voor de inwerkingtreding van de ECTS in het onderwijssysteem kunnen gelijkwaardige diploma's bij de Wetenschappelijke Raad geldend laten maken.
Er zijn geen expliciete overgangsmaatregelen voor de deskundigen erkend in de fysische controle die actief zijn in de bedrijven of organisaties betrokken bij het vervoer van gevaarlijke stoffen van klasse 7. Op de datum van de inwerkingtreding van de bepalingen van artikel 23.2 zouden deze deskundigen evenwel titularis moeten zijn van een erkenning van klasse T1 of T2 indien ze hun activiteit willen verderzetten.
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Veiligheid en Binnenlandse zaken,
J. JAMBON

6 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen voor wat betreft de fysische controle en betreffende Bel V
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, artikel 3 gewijzigd door de wet van 2 april 2003, artikel 14ter ingevoegd bij de wet van 7 mei 2017 artikel 24bis, ingevoegd bij de wet van 7 mei 2017, artikel 28, vervangen bij de wet van 7 mei 2017, 29, vervangen bij de wet van 7 mei 2017, artikel 29bis, ingevoegd bij de wet van 7 mei 2017 en artikel 30 vervangen bij de wet van 7 mei 2017;
Gelet op de wet van 7 mei 2017 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het federaal agentschap voor Nucleaire Controle, wat betreft de organisatie van de fysische controle, artikel 15;
Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;
Gelet op het koninklijk besluit van 22 oktober 2017 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7;
Gelet op het advies van Wetenschappelijke Raad voor ioniserende stralingen, gegeven op 19 mei 2017;
Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, gegeven op 20 april 2018;
Gelet op het advies van de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, gegeven op 26 april 2018;
Gelet op het advies van de Hoge Gezondheidsraad, gegeven op 9 mei 2018;
Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie met toepassing van artikel 33 van het Euratom-verdrag en het antwoord van de Commissie van 28 juli 2018;
Gelet op de regelgevingsimpactanalyse van 11 juli 2018, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 19 juli 2018;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 28 september 2018;
Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 22 oktober 2018 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn;
Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken en op advies van Onze Ministers, die hierover in de Ministerraad beraadslaagd hebben,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2013/59/Euratom van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen
Art. 2. In artikel 2,3° van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen worden de volgende definities toegevoegd:
- "Bel V: de stichting die werd opgericht bij notariële akte van 7 september 2007, bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 9 oktober 2007, of haar rechtsopvolger, die te beschouwen is als een entiteit bedoeld in artikel 14ter van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;
- Reglementering betreffende de ioniserende stralingen: de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, alsook de koninklijke en ministeriële besluiten en de besluiten van het Agentschap ter uitvoering van deze wet, met uitzondering van deze die betrekking hebben op de fysieke beveiliging van het kernmateriaal en de nucleaire installaties;
- Gevaarlijke goederen van de klasse 7: de stoffen met inbegrip van oplossingen en mengsels, door een afzender volgens de internationale reglementeringen voor het vervoer van gevaarlijke goederen ingedeeld als radioactieve stof (klasse 7) of ingedeeld in een andere gevarenklasse waarbij de klasse 7 als nevenrisico wordt aangeduid en waaraan een UN-nummer is toegekend;
- Oplevering (van de installaties of de handelingen): controle van de overeenstemming met de bepalingen van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen, met de bepalingen van de oprichtings- en exploitatievergunning van de inrichting en, in voorkomend geval, met het veiligheidsverslag;
- Agent voor de stralingsbescherming: een persoon die technisch bekwaam is op het gebied van stralingsbescherming voor een bepaalde soort handelingen of installaties om toezicht te houden op de toepassing van de maatregelen voor stralingsbescherming of om deze maatregelen ten uitvoer te leggen;
- Interventionele radiologie: elke invasieve procedure, chirurgische ingrepen inbegrepen (open procedures, endoscopische procedures, al dan niet percutane endovasculaire procedures) in het kader van diagnose en/of therapie, die gericht worden via beeldvorming met ioniserende stralen, van om het even welk orgaan of lichaamsdeel;"
Art. 3. In de artikelen 2 en 20.2.3, vierde lid van hetzelfde besluit worden de woorden "deskundige bevoegd in de fysische controle" telkens vervangen door "deskundige erkend in de fysische controle" en de woorden "deskundigen bevoegd in de fysische controle" door "deskundigen erkend in de fysische controle".
Art. 4. In artikel 3.1, eerste lid, worden de woorden ", ook tijdens hun buitenbedrijfstelling," ingevoegd tussen "worden" en "in één van de volgende klassen ingedeeld".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3.3 ingevoegd, luidende:
"Art. 3.3.
De inrichtingen van klasse II:
a) vermeld in artikel 3.1.b), punt 1.;
b) waar één of meer deeltjesversnellers ondergebracht zijn die voornamelijk worden gebruikt voor onderzoek of de productie van radionucliden of voor hadrontherapie, alsook de inrichtingen waar deze versnellers worden geproduceerd en/of getest;
c) waar toestellen ondergebracht zijn die röntgenstralen van meer dan 1 MeV voortbrengen en die gebruikt worden voor industriële sterilisatie of polymerisatie;
d) waar bestralingsinstallaties ondergebracht zijn die gebruik maken van een bron met een activiteit van 100 TBq of meer, met uitzondering van de bestralingsinstallaties voor geneeskundige of diergeneeskundige behandeling en met uitzondering van bronnen die in alle omstandigheden (exploitatie, onderhoud, ontwerpongevallen) in hun afscherming blijven;
e) die radioactieve stoffen produceren of bronnen fabriceren, met uitzondering van Kr-85, en waarvan de totale maandelijkse geproduceerde activiteit de vrijstellingsniveaus vastgelegd in bijlage IA met een factor 500.000 overschrijdt, rekening houdend met de toepassingscriteria beschreven in diezelfde bijlage, onder meer in het geval van een mengsel van radionucliden;
worden "inrichtingen van klasse IIA" genoemd.
Deze inrichtingen maken integraal deel uit van klasse II. De reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op klasse II zijn van toepassing op klasse IIA, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.
Het Agentschap kan, via een in het Belgisch staatsblad gemotiveerde beslissing, bepaalde specifieke types van installaties vermeld in de punten a) tot e) uitsluiten van de klasse IIA op basis van een risicoanalyse."
Art. 6. In artikel 5.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid van artikel 5.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt: "De inrichtingen van klasse I, II en III moeten over een oprichtings- en exploitatievergunning beschikken die is afgeleverd door de hierna bepaalde overheid. De vergunning wordt verleend aan de exploitant. ";
2° in het tweede lid worden na de woorden "- de verantwoordelijkheden" de woorden "van de exploitant en/of het ondernemingshoofd" ingevoegd;
3° de opsomming in het tweede lid wordt aangevuld met het volgende punt:
"- de organisatie van de fysische controle.".
Art. 7. Artikel 5.5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"5.5. Vervanging van hoofd van de inrichting en vervanging van hoofd van de dienst voor fysische controle
Elke wijziging betreffende de aanstelling van het hoofd van de inrichting en het hoofd van de dienst voor fysische controle dient onverwijld, via een bij de post aangetekend schrijven, ter kennis van het Agentschap te worden gebracht.
Art. 8. In het tweede lid van artikel 5.7.1 van hetzelfde besluit worden de woorden "de controle van het Agentschap of van de door haar aangewezen erkende instelling" vervangen door de woorden "het toezicht van de dienst voor fysische controle".
Art. 9. In het eerste lid van artikel 5.7.3 van hetzelfde besluit worden de woorden "door het Agentschap of door de aangewezen erkende instelling" vervangen door de woorden "door de deskundige erkend in de fysische controle".
Art. 10. In artikel 6.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° De eerste zin wordt vervangen door wat volgt:
"De vergunningsaanvraag wordt in tien exemplaren of in afdrukbare elektronisch vorm gericht aan het Agentschap, nadat ze werd onderzocht en goedgekeurd door een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I die een werknemer is van de toekomstige exploitant. Deze omvat : "
2° punt 2 van de opsomming wordt vervangen door wat volgt:
"2. De aard en het voorwerp van de inrichting, de aard en de kenmerken van de uitgezonden straling, de kenmerken van de aangewende toestellen, de fysische toestand, de hoeveelheid, de activiteit van de radioactieve stoffen, de bestemming van de toestellen of van de stoffen, de plaats waar de toestellen of stoffen worden gefabriceerd, voortgebracht, in bezit gehouden of aangewend worden, de stralingsbeschermings- of veiligheidsmaatregelen die voorzien worden, zowel wat de toestellen en de stoffen betreft als de lokalen waar ze zich bevinden, de organisatie van de fysische controle van de inrichting en de aanduiding van de erkende arbeidsgeneesheer belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers, en in het algemeen alle maatregelen en middelen die zijn voorgesteld om de naleving van de in hoofdstuk III vastgestelde basisnormen te waarborgen, in het bijzonder deze die betrekking hebben op het optimaliseringsprincipe vermeld in artikel 20.1.1.1, punt b);"
Art. 11. In artikel 6.3.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° Het opschrift van artikel 6.3.1 wordt vervangen als volgt:
"Veiligheidsevaluatie van het Agentschap, advies van NIRAS en voorafgaand voorlopig advies van de Wetenschappelijke Raad"
2° Vóór het 1e lid wordt een lid toegevoegd, luidende:
"Het Agentschap voert een veiligheidsevaluatie uit van het aanvraagdossier."
3° Het 4e lid, dat het 5e lid is geworden, is vervangen als volgt:
"Na ontvangst van het gemotiveerde advies van NIRAS, of na het verstrijken van de voorziene termijn en op basis van de veiligheidsevaluatie, onderzoekt het Agentschap de aanvraag en stelt een verslag op voor de Wetenschappelijke Raad.
Het Agentschap maakt het vergunningsdossier, vergezeld met haar verslag en desgevallend met het gemotiveerde advies van NIRAS en de veiligheidsevaluatie, over aan de Wetenschappelijke Raad."
Art. 12. Artikel 6.9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"6.9. Bevestigingsbesluit van de oprichtings- en exploitatievergunning van inrichtingen van klasse I
De krachtens artikel 6.7 verleende vergunning houdt voor de exploitant het recht in om, op eigen verantwoordelijkheid, het bouwen en inrichten van de installaties aan te vatten overeenkomstig de bepalingen van de verleende vergunning.
Vóór de volledige of gedeeltelijke inbedrijfstelling van een inrichting van klasse I en alvorens het in de installatie radioactieve binnenbrengen van de stoffen die het voorwerp uitmaken van de vergunning, voert het Agentschap een veiligheidsevaluatie uit van de oplevering die plaatsgevonden heeft volgens de bepalingen van artikel 23.1.5, b), punt 4.
Op basis van de veiligheidsevaluatie stelt het Agentschap een opleveringsverslag op.
Indien het Agentschap geen volledig gunstig opleveringsverslag kan opstellen, dan stelt het de exploitant daarvan op voorhand in kennis en wijst het hem erop dat hij het recht heeft te worden gehoord binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf voornoemde kennisgeving.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
Het Agentschap stuurt het gunstig opleveringsverslag onverwijld naar de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken. Deze minister kan dan aan de Koning voorstellen om de oprichtings- en exploitatievergunning te bevestigen.
De inbedrijfstelling van de inrichting en het binnenbrengen in de installatie van radioactieve stoffen die het voorwerp van de vergunning zijn, kunnen niet plaatsvinden zolang de Koning de oprichtings- en exploitatievergunning niet heeft bevestigd."
Art. 13. In artikel 7.2 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht:
1. De eerste zin wordt vervangen door wat volgt:
"De vergunningsaanvraag wordt gericht aan het Agentschap in vijf exemplaren, of in afdrukbare elektronische vorm, nadat ze werd onderzocht en goedgekeurd door een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I of II die een werknemer is van de toekomstige exploitant, of van een erkende instelling voor fysische controle. Deze omvat : "
2. punt 2 van de opsomming wordt vervangen door wat volgt:
" 2° de aard en het voorwerp van de inrichting, de aard en de kenmerken van de uitgezonden straling, de kenmerken van de aangewende toestellen, de fysische toestand, de hoeveelheid, de activiteit van de radioactieve stoffen, de bestemming van de toestellen of van de stoffen, de plaats waar de toestellen of stoffen worden gefabriceerd, voortgebracht, in bezit gehouden of aangewend, de voorziene stralingsbeschermings- of veiligheidsmaatregelen, zowel wat de toestellen en stoffen als wat de lokalen betreft waar ze zich bevinden, de organisatie van de fysische controle van de inrichting, de aanduiding van de erkende arbeidsgeneesheer belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers alsook, in voorkomend geval, de organisatie van de medische stralingsfysica, en in het algemeen alle voorgestelde maatregelen en middelen om de naleving van de in hoofdstuk III vastgestelde basisnormen te waarborgen, in het bijzonder deze die betrekking hebben op het optimaliseringsprincipe vermeld in artikel 20.1.1.1, punt b), en de voorziene datum van inbedrijfstelling;"
3. punt 7 wordt opgeheven;
4. punten 8 tot 11 worden hernoemd als punten 7 tot 10.
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 7.2/1 ingevoegd dat als volgt luidt:
"Art. 7.2/1 Inrichtingen van klasse IIA
Voor de in artikel 3.3. bedoelde inrichtingen, worden de bovenstaande gevraagde inlichtingen en documenten geďntegreerd in een voorlopig veiligheidsverslag en op de volgende manier gestructureerd:
a. Inleiding: beschrijving van de onderneming en algemene beschrijving van de inrichting
b. Karakteristieken van de site (inplanting, bedrijfsomgeving)
c. Beschrijving van de infrastructuur
d. Risicoanalyses
e. Gedetailleerde beschrijving van de veiligheidsfuncties en -systemen
f. Afval-/lozingsbeheer
g. Stralingsbescherming
h. Beschrijving van de organisatie
i. Technische specificaties
j. Buitenbedrijfstelling en ontmanteling
k. Intern noodplan
Art. 15. In artikel 7.3.1. van hetzelfde besluit, wordt vóór het 1e lid een lid ingevoegd, luidende:
" Voor de in artikel 3.3. bedoelde inrichtingen voert het Agentschap een veiligheidsevaluatie uit van het aanvraagdossier. "
Art. 16. In artikel 8.2 van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° De eerste zin wordt vervangen door wat volgt:
"De aangifte wordt schriftelijk, of in afdrukbare elektronische vorm aan het Agentschap gericht, nadat ze werd onderzocht en goedgekeurd door een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I of II die een werknemer is van de toekomstige exploitant, of van een erkende instelling voor fysische controle. Deze omvat: ";
2° punt 2 van de opsomming wordt vervangen door wat volgt:
"2° de aard en het voorwerp van de inrichting, de aard en de kenmerken van de uitgezonden straling, de kenmerken van de aangewende toestellen, de fysische toestand, de hoeveelheid, het radioactiviteitsniveau van de radioactieve stoffen, de bestemming van de toestellen of van de stoffen, de plaats waar de toestellen of stoffen worden gefabriceerd, voortgebracht, in bezit gehouden of aangewend, de voorziene stralingsbeschermings- of veiligheidsmaatregelen, zowel wat de toestellen en stoffen, als wat de lokalen betreft waar ze zich bevinden, de organisatie van de fysische controle van de inrichting, de aanduiding van de erkende arbeidsgeneesheer belast met het gezondheidstoezicht op de werknemers alsook, in voorkomend geval, de organisatie van de medische stralingsfysica, en in het algemeen, alle voorgestelde maatregelen en middelen om de naleving van de in hoofdstuk III vastgestelde basisnormen te waarborgen, in het bijzonder deze die betrekking hebben op het optimaliseringsprincipe vermeld in artikel 20.1.1.1, punt b), en de voorziene datum van inbedrijfstelling;"
Art. 17. In artikel 12 van hetzelfde besluit wordt het vijfde lid aangevuld met de woorden ", 15 en 15/1."
Art. 18. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 15. - Inbedrijfstelling van de vergunde installaties van klasse II, klasse IIA uitgezonderd, en van klasse III
Ingevolge de vergunning verleend voor de inrichtingen van klasse II, klasse IIA uitgezonderd, en van klasse III heeft de exploitant het recht onder zijn verantwoordelijkheid over te gaan tot het bouwen en het inrichten van de installaties overeenkomstig de bepalingen van de verleende vergunning.
De inbedrijfstelling van de installaties mag slechts gebeuren indien de oplevering, zoals bedoeld in artikel 23.1.5 b) punt 4, volledig gunstig is en de inbedrijfstelling uitdrukkelijk toestaat.
Voorafgaand aan de inbedrijfstelling van de installaties maakt de exploitant aan het Agentschap een document over waarin wordt verklaard dat de bepalingen van het vorige lid nageleefd zijn. "
Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 15/1. - Inbedrijfstelling van de vergunde installaties van klasse IIA
Ingevolge de vergunning verleend voor de inrichtingen van klasse IIA heeft de exploitant het recht om onder zijn verantwoordelijkheid over te gaan tot het bouwen en het inrichten van de installaties overeenkomstig de bepalingen van de verleende vergunning.
Voor de volledige of gedeeltelijke inbedrijfsstelling van een inrichting van klasse IIA, voert het Agentschap, een veiligheidsevaluatie uit van de oplevering die plaatsgevonden heeft overeenkomstig artikel 23.1.5, b), punt 4°.
Op basis van de veiligheidsevaluatie kan het Agentschap de oprichtings- en exploitatievergunning bevestigen.
De inbedrijfstelling van de inrichting kan niet plaatsvinden zolang het Agentschap de oprichtings- en exploitatievergunning niet heeft bevestigd.
Indien het Agentschap de oprichtings- en exploitatievergunning niet kan bevestigen, deelt het dit voorafgaandelijk aan de exploitant mee waarbij het verduidelijkt dat hij het recht heeft om gehoord te worden binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de kennisgeving.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
Tegen de beslissing van het Agentschap kan binnen de dertig kalenderdagen vanaf ontvangst van de beslissing van het Agentschap bij Ons beroep worden aangetekend. De in de artikelen 7.7 lid 2 tot 7.9 bepaalde procedure is van toepassing op dit beroep."
Art. 20. In artikel 20.1.6, punt d), van hetzelfde besluit worden de woorden "de erkende deskundige bevoegd in de fysische controle van de dienst voor de fysische controle of, bij ontbreken van een dergelijke dienst, van de erkende instelling" vervangen door de woorden "de deskundige erkend in de fysische controle".
Art. 21. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 23. - Fysische controle
23.1. Fysische controle van de ingedeelde inrichtingen
De exploitant van een ingedeelde inrichting, heeft de verplichting om een dienst in te richten, die hij belast met de organisatie van en het toezicht op de fysische controle.
Het aan ioniserende straling verbonden risico moet worden beoordeeld in het kader van het dynamisch risicobeheersingssysteem dat de exploitant of het ondernemingshoofd moet instellen krachtens boek I, titel 2 van de Codex over het welzijn op het werk.
De opdrachten van de dienst voor fysische controle moeten, in voorkomend geval, worden uitgevoerd in overleg met de preventieadviseur(s), de erkende deskundige(n) in de medische stralingsfysica, de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de veiligheidsadviseur klasse 7.
23.1.1. Gemeenschappelijke diensten voor fysische controle
Meerdere exploitanten kunnen een gemeenschappelijke dienst voor fysische controle inrichten, mits het Agentschap goedkeuring verleent. Deze goedkeuring kan pas worden afgeleverd indien er is voldaan aan de volgende minimale criteria:
a) de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle heeft minstens twee deskundigen erkend in de fysische controle in dienst die deel uitmaken van het personeel van minstens één van de betrokken exploitanten;
b) de exploitanten die een gemeenschappelijke dienst voor fysische controle oprichten dienen de toegang tot hun installaties te verlenen aan de deskundigen erkend in de fysische controle verbonden aan deze gemeenschappelijke dienst, zelfs indien deze laatste geen deel uitmaken van hun personeel;
c) er bestaat een juridische, economische of technische link tussen de betrokken exploitanten;
d) de inrichtingen bevinden zich op dezelfde locatie of in een beperkte geografische zone, zodat de dienst voor fysische controle voldoende aanwezig kan zijn in de verschillende inrichtingen;
e) een schriftelijk akkoord tussen de betrokken ondernemingen of organisaties legt de verdeling van de taken, van de verantwoordelijkheden evenals de tijdsverdeling van de erkende deskundigen formeel vast;
f) de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle beschikt over de nodige expertise inzake de stralingsrisico's die de activiteiten in de verschillende inrichtingen met zich meebrengen;
g) de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle biedt één of meerdere voordelen ten opzichte van individuele diensten voor fysische controle bij de betrokken exploitanten.
De goedkeuring kan in de tijd beperkt worden.
Wanneer het Agentschap van oordeel is dat het de gevraagde goedkeuring niet zal kunnen verlenen, dan deelt het dit mee aan de aanvrager, met daarbij de vermelding dat deze het recht heeft om binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de kennisgeving te worden gehoord.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
23.1.2. Fysische controle van de inrichtingen van klasse I
23.1.2.1. Organisatie van de fysische controle
§ 1 Het hoofd van de dienst voor fysische controle is een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I, overeenkomstig de bepalingen van artikel 73. Hij is eveneens de preventieadviseur belast met de leiding van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk.
§ 2 De deskundige erkend in de fysische controle organiseert de goede uitvoering van de taken opgenomen in artikel 23.1.5, punten b) en c). De functie van deskundige erkend in de fysische controle, zijnde een personeelslid van de exploitant, wordt permanent ingevuld binnen de dienst voor fysische controle.
§ 3 De exploitant die verantwoordelijk is voor meerdere inrichtingen van klasse I richt een afdeling van de dienst voor fysische controle op, in elke technische bedrijfseenheid in de zin van de wet van 4 augustus 1996 op het welzijn op het werk, die een inrichting van klasse I bevat. Deze afdeling staat onder leiding van een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I, adjunct van het hoofd van de dienst voor fysische controle. Hij is eveneens de preventieadviseur belast met de leiding van de afdeling van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk van de betrokken technische eenheid.
§ 4 De exploitant duidt, in elk van zijn inrichtingen, onder zijn personeelsleden agenten voor de stralingsbescherming aan die de taken van fysische controle opgenomen in artikel 23.1.5 a) uitvoeren. Ze zijn functioneel afhankelijk van de dienst voor fysische controle voor wat betreft hun taken van fysische controle. De exploitant heeft evenwel de mogelijkheid een deel van deze taken, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van zijn dienst voor fysische controle, aan agenten voor de stralingsbescherming van onderaannemers toe te vertrouwen in het kader van de uitvoering van specifieke prestaties die niet tot de gebruikelijke activiteiten van de exploitant behoren.
§ 5 De exploitant documenteert in het veiligheidsverslag van zijn inrichtingen de organisatie van de fysische controle met betrekking tot de opdrachten vermeld in artikel 23.1.5. Hier wordt in het bijzonder een beschrijving gegeven van:
a) de aanduiding van de agenten voor de stralingsbescherming belast met de taken vermeld in artikel 23.1.5 a), alsook de vereiste basis- en voortgezette opleiding voor deze agenten;
b) de opgestelde processen voor de verwezenlijking van de taken vermeld in artikel 23.1.5, punten b) en c);
c) de aanduiding en de verantwoordelijkheden van de deskundigen erkend in de fysische controle.
23.1.2.2. Toezicht op de fysische controle
In de inrichtingen van klasse I en de voertuigen met kernaandrijving is het Agentschap belast met :
1° de controle op de goede uitvoering van de dienst voor fysische controle zijn opdracht. Voor de voertuigen met kernaandrijving heeft de controle slechts plaats wanneer ze zich op Belgische grondgebied of in de territoriale wateren of binnenwateren bevinden;
2° wat het vervoer betreft, de controle van:
i. de verpakking, het laden en lossen van radioactieve stoffen en gevaarlijke goederen van klasse 7 in de inrichting;
ii. het vervoer van radioactieve stoffen in de inrichting.
3° het controleren en goedkeuren van de gunstige beslissingen van de dienst voor fysische controle betreffende:
a) de punten 3° en 4° van artikel 23.1.5 b) wanneer er voor deze ontwerpen geen nieuwe vergunning nodig is volgens hoofdstuk II;
b) punt 5° van artikel 23.1.5 b), uitsluitend voor wat betreft de experimenten, proeven, behandelingen en manipulaties in de kernreactoren of met behulp van splijtstoffen. Deze experimenten, proeven, behandelingen en manipulaties mogen niet plaatsvinden zonder deze goedkeuring.
23.1.3. Fysische controle van de inrichtingen van klasse II en III
23.1.3.1. Organisatie van de fysische controle
§ 1 Indien de exploitant een erkend deskundige in de fysische controle van klasse I of II onder zijn personeelsleden heeft, vertrouwt hij hem de leiding van zijn dienst voor fysische controle toe. Indien de exploitant geen dergelijke deskundige onder zijn personeelsleden heeft, vertrouwt hij de leiding van de dienst voor fysische controle toe aan een personeelslid die een vorming zoals bepaald in artikel 30.4 heeft gevolgd die de verschillende stralingsrisico's die de activiteiten waarvoor de exploitant verantwoordelijk is met zich meebrengen behandelt.
§ 2 Het hoofd van de dienst voor fysische controle coördineert en organiseert de goede uitvoering van de taken en opdrachten toegewezen aan zijn dienst. Het hoofd van de dienst voor fysische controle heeft rechtstreeks toegang tot het/de hoofd(en) van de inrichting en tot de exploitant.
§ 3 Een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I of II voert de taken vermeld in artikel 23.1.5 b) uit. Indien de exploitant geen dergelijke deskundige onder zijn personeelsleden heeft, moet hij, onder zijn verantwoordelijkheid en op kosten van de onderneming, de in artikel 23.1.5 b) vermelde fysische controletaken toevertrouwen aan een instelling voor fysische controle, hiertoe erkend overeenkomstig de bepalingen van artikel 74. Een contract tussen de exploitant en de erkende instelling voor fysische controle wordt afgesloten voor dit doel.
§ 4 De exploitant duidt, in elk van zijn inrichtingen, onder zijn personeelsleden agenten voor de stralingsbescherming aan die de taken van fysische controle opgenomen in artikel 23.1.5 a) uitvoeren. Ze zijn functioneel afhankelijk van de dienst voor fysische controle voor wat betreft hun taken van fysische controle. Deze agenten hebben een opleiding genoten zoals bepaald in artikel 30.4.
De exploitant heeft evenwel de mogelijkheid om een deel van deze taken, onder zijn verantwoordelijkheid en onder toezicht van zijn dienst voor fysische controle, aan agenten voor de stralingsbescherming van onderaannemers toe te vertrouwen in het kader van de uitvoering van specifieke prestaties die niet tot de gebruikelijke activiteiten van de exploitant behoren.
§ 5 De exploitant moet de nodige regelingen voorzien teneinde een ondersteuning te kunnen verzekeren door een erkende deskundige ingeval zich in zijn inrichting een incident, een ongeval of elke andere gebeurtenis met een stralingsrisico zou voordoen. Indien nodig, doet hij hiervoor een beroep op de wachtdienst van een erkende instelling voor fysische controle als er geen interne erkende deskundige beschikbaar is.
23.1.3.2. Bezoeken van de deskundige erkend in de fysische controle
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 23.1.5 b), punt 12, voert een deskundige erkend in de fysische controle een evaluatiebezoek uit om de staat van de stralingsbescherming en, in voorkomend geval, de nucleaire veiligheid van de installaties te beoordelen, en dit minstens:
a) jaarlijks, met een interval begrepen tussen 10 en 14 maanden tussen de bezoeken, in de inrichtingen van klasse III, met uitzondering van de installaties voor interventionele radiologie en de toestellen die röntgenstralen voortbrengen met een piekspanning van meer dan 100 kV en minder dan 200 kV en die gebruikt worden voor industriële radiografie, welke halfjaarlijks met een interval begrepen tussen 4 en 8 maanden tussen de bezoeken moeten worden bezocht;
b) trimestrieel, met een interval begrepen tussen 2 en 4 maanden tussen de bezoeken, in de installaties van de inrichtingen van klasse II, met uitzondering van:
i. de installaties in de inrichtingen van klasse IIA, welke maandelijks moeten worden bezocht;
ii. de volledig afgeschermde toestellen die röntgenstralen met een piekspanning van meer dan 200 kV voortbrengen, de versnellers die worden gebruikt voor ionenimplantatie, de volledig afgeschermde bestralingsapparaten met een vaste bron en de radioactieve meettoestellen die geen hoogactieve ingekapselde bronnen bevatten, welke halfjaarlijks met een interval begrepen tussen 4 en 8 maanden tussen de bezoeken moeten worden bezocht.
Een verslag vermeldt duidelijk de vaststellingen en conclusies van het bezoek, alsook de eventuele tekortkomingen die de exploitant in orde moet brengen en de termijn waarover hij beschikt om dit te doen. Het Agentschap kan de minimale inhoud van het verslag bepalen. Dit verslag wordt overgemaakt aan de exploitant, of bij ontstentenis het ondernemingshoofd en aan het hoofd van de dienst voor fysische controle. Dit verslag wordt geregistreerd in het documentatiesysteem voorzien in artikel 23.1.6.
23.1.3.3. Toezicht op de fysische controle
§ 1 In de inrichtingen van klasse II en III is het Agentschap belast met het toezicht op de goede uitvoering van de dienst voor fysische controle zijn opdracht.
§ 2 In de inrichtingen van klasse IIA is het Agentschap belast met :
a) de controle en goedkeuring van de gunstige beslissingen van de dienst voor fysische controle betreffende de punten 3° en 4° van artikel 23.1.5 b) wanneer er voor deze ontwerpen geen nieuwe vergunning nodig is volgens hoofdstuk II;
b) voor wat het vervoer betreft, de controle van:
i. de verpakking, het laden en lossen van radioactieve stoffen en gevaarlijke goederen van klasse 7 binnen de inrichting;
ii. het vervoer van radioactieve stoffen in de inrichting.
23.1.4. Overige inrichtingen en ondernemingen
De bepalingen van de artikelen 23.1.1 tot 23.1.5 zijn ook van toepassing op de ondernemingen waarvan sprake in artikel 5.7, maar niet op de inrichtingen van klasse IV.
23.1. 5 Taken met betrekking tot de fysische controle
In de mate waarin deze relevant zijn voor de betrokken handeling omvat de fysische controle onder meer:
a) De volgende frequente en systematische taken betreffende stralingsbescherming in de installaties:
1. controleren of de maatregelen, regels en werkprocedures inzake stralingsbescherming nageleefd worden;
2. zich ervan vergewissen dat de identificatie en het beheer van de radioactieve besmettingen, de aanduiding van de aard van de radioactieve stoffen die aan de basis liggen van de besmetting, hun activiteit, hun massa-, en/of volumetrische en/of oppervlakteconcentratie en hun fysicochemische toestand overeenkomstig de geldende procedures gebeuren;
3. bepalen van de intensiteit van de straling en aanduiden van de aard van de straling in de gecontroleerde en bewaakte zones;
4. controleren of de beschermingsmiddelen en -voorzieningen, de meetinstrumenten en de dosimeters beschikbaar zijn, in goede staat van werking verkeren en correct worden gebruikt;
5. uitvoeren van periodieke evaluaties van de staat van de relevante veiligheids- en alarmsystemen;
6. passende informatie verschaffen aan personen die een gecontroleerde zone betreden over de specifieke risico's van de gecontroleerde zone evenals de te volgen richtlijnen in geval van een incident of ongeval;
7. nemen van de dringende maatregelen in geval van een incident of ongeval, inzonderheid in geval van een onverwachte verspreiding van radioactieve stoffen, en de informatie onmiddellijk overmaken aan het hoofd van de dienst voor fysische controle en de deskundige erkend in de fysische controle;
8. toezicht uitoefenen op het verpakken, laden en lossen van radioactieve stoffen en gevaarlijke goederen van klasse 7 binnen de inrichting;
9. regelmatig en ten minste eenmaal per jaar - controleren van de hoogactieve ingekapselde bronnen op hun integriteit en, in voorkomend geval, controleren van de uitrustingen die de bronnen bevatten teneinde na te gaan of deze nog aanwezig zijn op de plaats waar ze gebruikt worden of opgeslagen zijn en kennelijk nog in goede staat zijn;
10. op de hoogte brengen van het hoofd van de dienst voor fysische controle en de deskundige erkend in de fysische controle van elke abnormale situatie.
Deze taken worden uitgevoerd op basis van de door een deskundige erkend in de fysische controle goedgekeurde instructies en procedures.
b) De volgende specifieke taken:
1. het onderzoek en de goedkeuring van de risicoanalyse gericht op stralingsbescherming en, in voorkomend geval, nucleaire veiligheid die de exploitant of het ondernemingshoofd moet uitvoeren krachtens boek I, titel 2 van de Codex over het welzijn op het werk, die de preventiemaatregelen en de passende beschermingsmiddelen bepaalt voor de bevolking, het milieu en de organisatie in haar geheel, op het niveau van elke groep werkposten en op individueel niveau;
2. wat de stralingsbescherming en, in voorkomend geval, de nucleaire veiligheid betreft:
a. het onderzoek en de goedkeuring van de afbakening en de signalisatie van de gecontroleerde zones;
b. het onderzoek en de goedkeuring van de individuele monitoringsprogramma's en monitoringsprogramma van de werkplaats, alsook de bijhorende persoonlijke dosimetrie;
c. het onderzoek en de oplevering van de beschermingsmiddelen en -voorzieningen evenals van de meetinstrumenten, en het onderzoek en de goedkeuring van de procedures voor het correcte gebruik ervan;
d. het onderzoek en de goedkeuring van de procedures voor de periodieke verificatie van de staat van de relevante veiligheids- en alarmsystemen, van de doeltreffendheid van de hulpmiddelen en beschermingstechnieken, en van de ijking van de meetapparatuur;
e. het voorstellen van aanvullende beschermingsmiddelen en gepaste procedures, rekening houdend met het optimaliseringsprincipe bedoeld in artikel 20.1.1.1 en van de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, evenals de herzieningen van de risicoanalyse;
f. het onderzoek en de goedkeuring van de werkprocedures voor wat de veiligheid en de stralingsbescherming betreft, en van de procedures die de in geval van een incident of ongeval te nemen maatregelen beschrijven;
g. het onderzoek en de goedkeuring van de basisopleiding en de permanente vorming van de werknemers die kunnen worden blootgesteld aan ioniserende stralingen en van de agenten voor de stralingsbescherming;
3. het onderzoek en de goedkeuring, in het kader van een vergunningsaanvraag inbegrepen, van de nieuwe installaties en handelingen of van eraan aangebrachte wijzigingen, en meer bepaald:
a. de ontwerpen voor installaties die een blootstellings- of criticaliteitsgevaar inhouden en de inplanting ervan in de inrichting;
b. de voorstellen tot vrijgave, met inbegrip van de meetprocedures en -technieken om de overeenstemming met de vrijgaveniveaus te na te gaan, voor zover die niet vroeger werden goedgekeurd voor dezelfde materialen en dezelfde procedures;
c. de plannen voor het stopzetten of langdurig onderbreken van een of meer activiteiten en voor het ontmantelen van de installaties, en voor het hervatten van de activiteit(en) na een langdurige onderbreking;
d. de plannen voor het vervoer van radioactieve stoffen in de inrichting, voor zover die niet vroeger in een zelfde vorm werden goedgekeurd;
4. de oplevering van de nieuwe installaties en handelingen of van wijzigingen hieraan;
5. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van de experimenten, proeven, behandelingen en manipulaties die wegens hun aard of de omstandigheden gevaar zouden kunnen opleveren, voor zover die niet vroeger in een zelfde vorm werden goedgekeurd;
6. het bepalen, in overleg met de erkende arbeidsgeneesheer, externe werkers en hulpverleners in radiologische noodsituaties inbegrepen:
a. van de individuele doses, met inbegrip van de doses voortvloeiend uit inwendige blootstelling en deze te wijten aan blootstellingen bij ongeval, bewust aanvaarde uitzonderlijke blootstellingen en blootstellingen in een noodsituatie;
b. van de radioactieve besmettingen van personen die ontsmettingsmaatregelen met medische tussenkomst met zich mee hebben gebracht;
7. het voorbereiden op noodsituaties en noodinterventies;
8. de bepaling, in voorkomend geval, in overleg met de erkende deskundige in de medische stralingsfysica, van de omstandigheden waarin de blootstellingen ten gevolge van een ongeval of incident zich hebben voorgedaan en het voorstellen van maatregelen en middelen om herhaling ervan te voorkomen, en, in voorkomend geval, ervoor te zorgen dat deze worden opgenomen in het risicobeheersingssysteem;
9. wat de hoogactieve ingekapselde bronnen betreft, het onderzoek en de goedkeuring van een testprogramma, zoals dichtheidstesten die voldoen aan de internationale normen, en/of voor controles om de integriteit van elke bron en de uitrustingen die deze bevatten, vast te stellen en te bewaren;
10. het toezicht op de uitvoering van het programma voor gezondheidstoezicht, voor wat betreft de maatregelen inzake stralingsbescherming;
11. Het verifiëren van de geschiktheid van de werkpost voor zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, in overleg met de erkende arbeidsgeneesheer;
12. het periodieke bezoek ter evaluatie van de staat van de stralingsbescherming en, in voorkomend geval, van de nucleaire veiligheid, in de installaties;
13. het onderzoek en de voorafgaande goedkeuring van de documenten met betrekking tot de veiligheid van het beheer van het radioactief afval rekening gehouden met de eisen van de beheerder van het radioactief afval, voor het verder beheer ervan in de inrichtingen voor de verwerking, conditionering of berging.
Deze taken worden uitgevoerd volgens processen die zijn beschreven in gecontroleerde documenten die deel uitmaken van een geďntegreerd managementsysteem dat de vereiste prioriteit toekent aan nucleaire veiligheid en stralingsbescherming.
c) Voor de inrichtingen bedoeld in artikel 3.1 a):
Het onderzoek en de goedkeuring van:
1. het door de exploitant volgens de bepalingen van artikel 3 van het besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor de kerninstallaties ingevoerde veiligheidsbeleid;
2. de veiligheidsevaluaties, zoals voorzien in artikel 4.2 van hetzelfde besluit;
3. de door de exploitant ingevoerde organisatiestructuur en de bijbehorende kwalificaties en opleidingen, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 4.3 van hetzelfde besluit;
4. het opleidingsplan dat werd opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.1 van hetzelfde besluit;
5. de lijst met vooronderstelde initiatorgebeurtenissen van de ontwerpbasis, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 7.4 van hetzelfde besluit;
6. de wijzigingen aan, of afwijkingen van een van de uitbatingslimieten en -voorwaarden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 9.2 van hetzelfde besluit;
7. het programma voor het beheer van de ervaringsfeedback, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 11.1 van hetzelfde besluit;
8. programma's voor het onderhoud, het testen, het controleren en het inspecteren van de structuren, systemen en componenten die belangrijk zijn voor de nucleaire veiligheid, alsook hun impact op de nucleaire veiligheid, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 12.1 van hetzelfde besluit;
9. de bijwerkingen van het veiligheidsrapport, overeenkomstig de bepalingen van artikel 13.3 van hetzelfde besluit;
10. de syntheserapporten van de periodieke veiligheidsherzieningen, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 14.2, 2e lid, van hetzelfde besluit;
11. de wijzigingen met een impact op de nucleaire veiligheid en de bijbehorende analyses, overeenkomstig de bepalingen van de artikels 15.1 en 15.3 van hetzelfde besluit;
12. het intern noodplan, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 16 van hetzelfde besluit;
13. de kwalificatie van de ontsmettings- of ontmantelingstechnieken, overeenkomstig de bepalingen van artikel 17/4 van hetzelfde besluit;
14. het veiligheidsrapport van de ontmanteling, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 17/10 van hetzelfde besluit;
15. de methodologie voor de karakterisering van de eindtoestand, overeenkomstig de bepalingen van artikel 17/12 van hetzelfde besluit;
16. het finaal ontmantelingsrapport, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 17/12 van hetzelfde besluit;
17. de lijst met de ontwerpbasisvoorvallen van interne oorsprong, zoals voorzien in artikel 20.3, 1e lid van het zelfde besluit;
18. de lijst met buitenontwerpongevallen, zoals voorzien in artikel 21.2, 1e lid, van hetzelfde besluit;
19. de probabilistische veiligheidsstudies, zoals voorzien in artikel 29 van hetzelfde besluit.
23.1.6. De resultaten van de proeven en alle vaststellingen, bepalingen en goedkeuringen van de dienst voor fysische controle worden gedocumenteerd in een duurzaam systeem dat het mogelijk maakt om elke invoering, validatie, wijziging en verwijdering van gegevens te traceren en om de fysieke persoon die de gegevens heeft ingevoerd, gevalideerd, gewijzigd of verwijderd te identificeren. De gegevens vermeld in punten 6° en 11° van artikel 23.1.5 b) dienen evenwel rechtstreeks te worden gemeld aan erkend arbeidsgeneesheer of aan het departement of de afdeling belast met het gezondheidstoezicht van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Deze melding vindt onmiddellijk plaats in noodsituaties.
Dit systeem omvat de inventaris vermeld in artikel 27bis en een inventaris van alle toestellen die ioniserende straling kunnen uitzenden en van andere apparatuur voor radiotherapie en nucleaire geneeskunde die aanwezig is in de inrichting en van de vloeibare en gasvormige radioactieve lozingen, alsook van de radioactieve afvalstoffen die zijn afgevoerd met inbegrip van de afvalstoffen die kunnen worden verwijderd, gerecycleerd of hergebruikt met toepassing van artikel 35.2. Deze inventarissen worden door de exploitant aan het Agentschap, op haar verzoek of volgens de door haar vastgestelde modaliteiten overgemaakt.
De documentatie wordt gedurende dertig jaar bewaard op de zetel van de onderneming. Bij stopzetting van alle activiteiten maakt de onderneming deze documenten over aan het Agentschap.
23.2. Fysische controle van de ondernemingen die deelnemen aan het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7
Het ondernemingshoofd van een vervoerder van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of van een organisatie die betrokken is bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of van een onderbrekingssite heeft de verplichting om een dienst in te richten, die hij belast met de organisatie van en het toezicht op de fysische controle.
Het aan ioniserende stralingen verbonden risico moet worden beoordeeld :
- voor wat betreft de ondernemingen of organisaties naar Belgisch recht of gevestigd in België, in het kader van het dynamisch risicobeheersingssysteem dat het ondernemingshoofd moet instellen krachtens boek I, titel 2 van de Codex over het welzijn op het werk;
- voor de overige bedrijven of ondernemingen, in het beheersysteem dat door het ondernemingshoofd werd opgezet volgens de bepalingen van de van kracht zijnde internationale overeenkomsten en reglementen voor het vervoer van gevaarlijke goederen.
De opdrachten van de dienst voor fysische controle moeten, in voorkomend geval, worden uitgevoerd in overleg met de preventieadviseur(s), de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de veiligheidsadviseur(s) klasse 7.
23.2.1. Gemeenschappelijke diensten voor fysische controle
Meerdere vervoerders van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of onderbrekingssites kunnen een gemeenschappelijke dienst voor fysische controle inrichten, mits de goedkeuring van het Agentschap. Deze goedkeuring kan pas worden afgeleverd indien er is voldaan aan de volgende minimale voorwaarden:
a) de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle heeft minstens een of meer deskundigen erkend in de fysische controle in dienst die deel uitmaken van het personeel van minstens één van de betrokken ondernemingen of organisaties;
b) de ondernemingen of organisaties die een gemeenschappelijke dienst voor fysische controle oprichten dienen de toegang tot hun installaties te verlenen aan de deskundigen erkend in de fysische controle verbonden aan deze gemeenschappelijke dienst, zelfs indien deze laatste geen deel uitmaken van hun personeel;
c) er bestaat een juridische, economische of technische link tussen de betrokken ondernemingen of organisaties;
d) de ondernemingen of organisaties bevinden zich op dezelfde locatie of in een beperkte geografische zone, zodat de dienst voor fysische controle voldoende aanwezig kan zijn in de verschillende ondernemingen of organisaties;
e) een schriftelijk akkoord tussen de betrokken ondernemingen of organisaties legt de verdeling van de taken, van de verantwoordelijkheden evenals de tijdsverdeling van de erkende deskundige(n) formeel vast;
f) de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle beschikt over de nodige expertise inzake de stralingsrisico's die de activiteiten in de ondernemingen of organisaties met zich meebrengen;
g) de gemeenschappelijke dienst voor fysische controle biedt één of meerdere voordelen ten opzichte van individuele diensten voor fysische controle bij de betrokken ondernemingen of organisaties.
Indien niet aan de voorwaarde vermeld in punt a) van het eerste lid voedoen kan worden, kan de goedkeuring toch door Agentschap worden afgeleverd, indien:
- de betrokken ondernemingen of organisaties een interne gemeenschappelijke dienst hebben opgericht krachtens boek II, titel 2 van de Codex over het welzijn op het werk en
- het hoofd van de dienst voor fysische controle, heeft in elk geval een opleiding in stralingsbescherming gevolgd overeenkomstig artikel 30.4 die de verschillende radiologische risico's dekt die verbonden zijn aan de vervoersactiviteiten en
- de taken van fysische controle vermeld in artikel 23.2.6, b) worden toevertrouwd aan een erkende instelling voor fysische controle overeenkomstig artikel 74.
De goedkeuring kan in de tijd beperkt worden.
Wanneer het Agentschap van oordeel is dat het de gevraagde goedkeuring niet kan verlenen, dan deelt het dit mee aan de aanvrager, met daarbij de vermelding dat deze het recht heeft om binnen een termijn van dertig kalenderdagen vanaf de kennisgeving te worden gehoord.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
23.2.2. Organisatie van de fysische controle van de vervoersactiviteiten met gevaarlijke goederen van klasse 7
§ 1 In de ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of een bijkomend corrosiviteitsrisico vertonen volgens de internationale regelgeving inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, is het hoofd van de dienst voor fysische controle een deskundige erkend in de fysische controle van klasse T1, overeenkomstig de bepalingen van artikel 73.
In de ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke niet zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen noch een bijkomend corrosiviteitsrisico vertonen, in de organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 en in de ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een onderbrekingssite, is het hoofd van de dienst voor fysische controle een deskundige erkend in de fysische controle van klasse T1 of T2, overeenkomstig de bepalingen van artikel 73.
Indien de onderneming of de organisatie geen dergelijke deskundige onder zijn personeelsleden heeft, vertrouwt het ondernemingshoofd de leiding van de dienst voor fysische controle toe aan:
- voor wat betreft de ondernemingen of organisaties naar Belgisch recht of gevestigd in België, een persoon die een opleiding in stralingsbescherming heeft gevolgd overeenkomstig artikel 30.4 die de verschillende radiologische risico's dekt die verbonden zijn aan de vervoersactiviteiten. Het hoofd van de dienst voor fysische controle heeft rechtstreeks toegang tot het ondernemingshoofd;
- voor wat betreft de overige ondernemingen of organisaties, het diensthoofd verantwoordelijk voor het vervoer van goederen van de klasse 7 die de opleidingen dient gevolgd te hebben die voorzien zijn in de bepalingen van de van kracht zijnde internationale overeenkomsten en reglementen voor het vervoer van gevaarlijke goederen.
§ 2 In de ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of een bijkomend corrosiviteitsrisico vertonen, worden de in artikel 23.2.6 b) vermelde taken uitgevoerd door een deskundige erkend in de fysische controle van klasse T1.
In de ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke niet zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen noch een bijkomend corrosiviteitsrisico vertonen, in de organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 en in de ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een onderbrekingssite worden de in artikel 23.2.6 b) vermelde taken uitgevoerd door een deskundige erkend in de fysische controle van klasse T1 of T2.
Indien de onderneming of de organisatie geen dergelijke deskundige onder zijn personeelsleden heeft, moet het ondernemingshoofd, onder zijn verantwoordelijkheid en op kosten van de onderneming of de organisatie, de in artikel 23.2.6 b) vermelde fysische controle taken toevertrouwen aan een instelling voor fysische controle, hiertoe erkend overeenkomstig de bepalingen van artikel 74.
§ 3 Het ondernemings- of organisatiehoofd duidt onder zijn personeelsleden agenten voor de stralingsbescherming aan die zich toeleggen op de fysische controle van de vervoersactiviteiten overeenkomstig de bepalingen van artikel 23.2.6 a). Ze zijn verbonden aan de dienst voor fysische controle voor wat betreft hun taken van fysische controle. Deze agenten hebben een opleiding gekregen zoals bepaald in artikel 30.4.
§ 4 Het ondernemings- of organisatiehoofd moet de nodige regelingen voorzien teneinde een ondersteuning te kunnen verzekeren door een erkende deskundige ingeval zich een incident, een ongeval of elke andere gebeurtenis met een stralingsrisico zou voordoen gedurende de vervoersactiviteiten met gevaarlijke goederen van de klasse 7. Indien nodig, doet hij hiervoor een beroep op de wachtdienst van een erkende instelling voor fysische controle als er geen interne erkende deskundige beschikbaar is.
23.2.3. Organisatie van de fysische controle voor het eenmalige vervoer en de sporadische behandelingen van gevaarlijke goederen van de klasse 7
In het geval van een eenmalig vervoer of van sporadische behandelingen van gevaarlijke goederen van de klasse 7 zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 22 oktober 2017 betreffende het transport van gevaarlijke goederen van de klasse 7, afwijkend van de bepalingen van artikel 23.2.2, dienen het hoofd van de fysische controle en de agenten voor de stralingsbescherming geen vorming in stralingsbescherming te volgen overeenkomstig de bepaling van artikel 30.4. Echter, de erkende deskundige in de fysische controle van de klasse T1 of T2 bepaalt, verifieert, en, in voorkomend geval, verzorgt de minimale benodigde vorming aan de agenten voor de stralingsbescherming zodat zij de fysische controle van de vervoersactiviteiten kunnen verzekeren volgens de bepalingen van artikel 23.2.6, a).
23.2.4. Bezoeken van de deskundige erkend in de fysische controle
Overeenkomstig de bepalingen van artikel 23.2.6, b), punt 9, voert een deskundige erkend in de fysische controle een evaluatiebezoek uit om de staat van de stralingsbescherming en, in voorkomend geval, de veiligheid, van de vervoersactiviteiten die worden verricht door de vervoerder, door de organisatie die betrokken is bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of in een onderbrekingssite te beoordelen:
a) jaarlijks, met een interval begrepen tussen 10 en 14 maanden tussen de bezoeken, in de ondernemingen die uitsluitend zijn erkend voor het vervoer van vrijgestelde colli;
b) halfjaarlijks, met een interval begrepen tussen 4 en 8 maanden tussen de bezoeken, in de ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke niet zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen noch een corrosiviteitsrisico vertonen;
c) driemaandelijks, met een interval begrepen tussen 2 en 4 maanden tussen de bezoeken, in de ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of een corrosiviteitsrisico vertonen;
d) halfjaarlijks met een interval begrepen tussen 4 en 8 maanden tussen de bezoeken in de organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7;
e) halfjaarlijks met een interval begrepen tussen 4 en 8 maanden tussen de bezoeken, in de onderbrekingssites.
Een verslag moet duidelijk de vaststellingen, en de conclusies van het bezoek vermelden, alsook de eventuele tekortkomingen die het ondernemingshoofd in orde moet brengen en de termijnen waarover hij beschikt om dit te doen. Het Agentschap kan de minimale inhoud van het verslag vastleggen. Dit verslag wordt overgemaakt aan het ondernemingshoofd en aan het hoofd van de dienst voor fysische controle, en wordt geregistreerd in het documentatiesysteem bepaald in artikel 23.2.7.
23.2.5. Toezicht op de fysische controle
In de ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7, in de organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 en in de ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een onderbrekingssite is het Agentschap belast met het toezicht op de goede uitvoering van de door de dienst voor fysische controle van zijn opdracht.
23.2.6. Taken met betrekking tot de fysische controle
In de mate waarin deze relevant zijn voor de betrokken handeling omvat de fysische controle onder meer:
a) De volgende frequente en systematische taken betreffende de stralingsbescherming in de ondernemingen of organisaties :
1. controleren of de maatregelen, regels en werkprocedures inzake veiligheid en stralingsbescherming nageleefd worden;
2. zich ervan vergewissen dat de identificatie en het beheer van de radioactieve besmettingen, de aanduiding van de aard van de radioactieve stoffen die aan de basis liggen van de besmetting, hun activiteit, hun massa-, en/of volumetrische en/of oppervlakte concentratie, en hun fysisch-chemische toestand overeenkomstig de geldende procedures gebeuren;
3. controleren of de beschermingsinrichtingen en -middelen, de meetinstrumenten en de dosimeters beschikbaar zijn, in goede staat van werking verkeren en correct worden gebruikt;
4. uitvoeren van periodieke evaluaties van de staat van de relevante veiligheids- en alarmsystemen;
5. passende informatie verschaffen aan blootgestelde werknemers over de risico's en over de richtlijnen die ze moeten volgen in geval van een incident of ongeval;
6. nemen van de dringende maatregelen in geval van een incident of ongeval, en inzonderheid in geval van een onverwachte verspreiding van radioactieve stoffen, en de informatie onmiddellijk overmaken aan het hoofd van de dienst voor fysische controle en de deskundige erkend in de fysische controle;
7. toezicht uitoefenen op de vervoersactiviteiten die worden verricht door de vervoerder, door de organisatie die betrokken is bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 of in een onderbrekingssite;
8. op de hoogte brengen van het hoofd van de dienst voor fysische controle en de deskundige erkend in de fysische controle van elke abnormale situatie.
Deze taken worden uitgevoerd op basis van de door een deskundige erkend in de fysische controle goedgekeurde instructies en procedures.
b) De volgende specifieke taken:
1. het onderzoek en de goedkeuring van de risicoanalyse gericht op stralingsbescherming en, in voorkomend geval, nucleaire veiligheid die het ondernemingshoofd moet uitvoeren krachtens boek I, titel 2 van de Codex over het welzijn op het werk en die de preventiemaatregelen en de passende beschermingsmiddelen bepaalt voor de bevolking, het milieu en de organisatie in haar geheel, op het niveau van de vervoersactiviteiten die worden verricht door de vervoerder, door de organisatie die betrokken is bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of in een onderbrekingssite;
2. wat de stralingsbescherming en, in voorkomend geval, de nucleaire veiligheid betreft :
a. het onderzoek en de goedkeuring van het door de onderneming opgestelde stralingsbeschermingsprogramma en het toezicht op de goede uitvoering ervan, en de werkplekgerelateerde monitoringsprogramma's, alsook de bijhorende persoonlijke dosimetrie;
b. het onderzoek en de oplevering van de hulpmiddelen en beschermingsmiddelen, evenals van de meetinstrumenten, en het onderzoek en de goedkeuring van de procedures voor het correcte gebruik ervan;
c. het onderzoek en de goedkeuring van de procedures voor de periodieke verificatie van de staat van de relevante veiligheids- en alarmsystemen, van de doeltreffendheid van de hulpmiddelen en beschermingstechnieken, en van de ijking van de meetapparatuur;
d. het voorstellen van aanvullende beschermingsmiddelen en gepaste procedures, rekening houdend met de reglementaire, normatieve en technische ontwikkelingen, evenals de herzieningen van de risicoanalyse;
e. het onderzoek en de goedkeuring van de werkprocedures voor wat de veiligheid en de stralingsbescherming betreft, en van de procedures die de in geval van een incident of ongeval te nemen maatregelen beschrijven;
f. het onderzoek en de goedkeuring van de basisopleiding en de permanente vorming van de werknemers die kunnen worden blootgesteld aan ioniserende stralingen en van de agenten voor de stralingsbescherming;
3. het onderzoek en de goedkeuring, in het kader van een erkennings- of vergunningsaanvraag inbegrepen, van de nieuwe handelingen of van wijzigingen eraan, en meer bepaald:
a. de ontwerpen voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7;
b. de ontwerpen voor de oprichting van een organisatie die betrokken is bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7;
c. de ontwerpen voor de inrichting van een onderbrekingssite of van elke onderbreking van transport voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7;
d. de plannen voor het stopzetten of langdurig onderbreken van een of meer activiteiten of voor het ontmantelen of buiten gebruik stellen van de uitrustingen, voertuigen en/of installaties, en voor het hervatten van de activiteit(en) na een langdurige onderbreking;
4. het bepalen, in overleg met de erkende arbeidsgeneesheer, externe werkers en hulpverleners in radiologische noodsituaties inbegrepen:
a. van de individuele doses, met inbegrip van de doses voortvloeiend uit inwendige blootstelling en deze te wijten aan blootstellingen bij ongeval, bewust aanvaarde uitzonderlijke blootstellingen en blootstellingen in een noodsituatie;
b. van de radioactieve besmettingen van personen die ontsmettingsmaatregelen met medische tussenkomst met zich mee hebben gebracht;
5. het voorbereiden op blootstellingen en interventies in noodsituaties;
6. het bepalen van de omstandigheden waarin de blootstellingen ten gevolge van een ongeval of incident zich hebben voorgedaan en het voorstellen van maatregelen en middelen om herhaling ervan te voorkomen en, in voorkomend geval, ervoor te zorgen dat deze worden opgenomen in het risicobeheersingssysteem;
7. het toezien op de uitvoering van het programma voor gezondheidstoezicht voor wat betreft de maatregelen inzake stralingsbescherming;
8. het verifiëren van de geschiktheid van de werkpost voor zwangere of vrouwen die borstvoeding geven, in overleg met de erkend geneesheer;
9. het uitvoeren van periodieke bezoeken ter evaluatie van de staat van de stralingsbescherming, en in voorkomend geval van de nucleaire veiligheid van de vervoersactiviteiten die worden verricht door de vervoerder, door de organisatie die betrokken is bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of in een onderbrekingssite.
Deze taken worden uitgevoerd volgens processen die zijn beschreven in gecontroleerde documenten die deel uitmaken van een geďntegreerd managementsysteem dat de vereiste prioriteit toekent aan nucleaire veiligheid en stralingsbescherming.
23.2.7. De resultaten van de proeven en alle vaststellingen, bepalingen en goedkeuringen van de dienst voor fysische controle worden gedocumenteerd in een duurzaam systeem dat het mogelijk maakt om elke invoering, validatie, wijziging en verwijdering van gegevens te traceren en om de fysieke persoon die gegevens heeft ingevoerd, gevalideerd, gewijzigd of verwijderd te identificeren. De gegevens vermeld in punten 4 en 8 van artikel 23.2.6 b) dienen evenwel rechtstreeks te worden gemeld aan de erkende arbeidsgeneesheer en aan het departement of aan de afdeling belast met de bescherming van de gezondheid van de interne of externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Deze melding vindt onmiddellijk plaats in noodsituaties.
De documentatie wordt gedurende dertig jaar bewaard op de zetel van de onderneming of van de organisatie. Bij stopzetting van alle activiteiten maakt de onderneming of de organisatie deze documenten over aan het Agentschap.
23.3. Studenten, leerlingen en stagiairs
Onverminderd de bepalingen van titel 3 en 4 van boek X, van de Codex over het welzijn op het werk, zorgt het radiologisch controlesysteem voor een bescherming van de leerlingen, stagiairs en studenten die minstens equivalent is met deze van de werknemers.
23.4. Aan de dienst voor fysische controle toegekende middelen
De exploitant, of het ondernemingshoofd, moet aan zijn dienst voor fysische controle alle menselijke en materiële middelen evenals de informatie en documenten bezorgen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn opdracht.
Onverminderd artikel 30.1 waarborgt de exploitant, of het ondernemingshoofd, dat de deskundigen erkend in de fysische controle, voor de uitvoering van hun opdrachten, toegang krijgen tot de installaties en/of uitrustingen bedoeld in de reglementering betreffende de ioniserende stralingen.
23.5. Bescherming van het hoofd van de dienst voor fysische controle
De exploitant of het ondernemingshoofd kan de overeenkomst met het hoofd van de dienst voor fysische controle enkel beëindigen, of hem verwijderen uit deze functie om redenen die vreemd zijn aan de uitoefening hiervan of om redenen waaruit blijkt dat hij niet bekwaam is om zijn opdrachten te vervullen.
Het akkoord van het Comité voor preventie en bescherming op het werk is vereist wanneer een dergelijk Comité bestaat. In geval van verdeeldheid in zijn Comité voor preventie en bescherming op het werk, geeft het Agentschap een advies dat wordt gemeld aan de werkgever met een aangetekend schrijven."
Art. 22. Artikel 30.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"30.1. Toegang tot de gecontroleerde zones
Het is verboden in de gecontroleerde zones te gaan of er te verblijven zonder nominatieve vergunning van het ondernemingshoofd of zijn afgevaardigde. Deze vergunning mag niet worden verleend zonder dienst- of beroepsredenen. De in deze zones toegelaten personen worden ingeschreven in een daartoe bestemd register met vermelding van hun identiteit en, in voorkomend geval, het doel van hun bezoek.
De bepalingen van het eerste lid zijn niet van toepassing op de gecontroleerde zones waar de handelingen bedoeld in artikel 50.2 worden uitgevoerd.
Voor de deskundigen erkend in de fysische controle, die belast zijn met de door dit reglement voorgeschreven taken, is slechts eenmalig een nominatieve vergunning van het ondernemingshoofd vereist. Deze vergunning is geldig tijdens en buiten de normale werkuren. Hun inschrijving in het voornoemde register mag in geen geval een belemmering zijn voor het uitvoeren van hun opdracht."
Art. 23. Artikel 30.4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"30.4. Opleiding van de agenten voor de stralingsbescherming
De agenten voor de stralingsbescherming die belast zijn met de taken bedoeld in artikelen 23.1.5 a), 23.2.6 a) of met de leiding van de dienst voor fysische controle overeenkomstig de bepalingen van artikel 23.1.3.1 of 23.2.2 moeten, door middel van een getuigschrift gebaseerd op een geslaagde kennistest, kunnen bewijzen dat ze een theoretische basisopleiding van minstens 8 uur in de stralingsbescherming hebben gevolgd aangevuld met:
- minimum 8 uur voor de inrichtingen ondergebracht in artikel 3.1.b);
- 6 uur voor vervoersactiviteiten uitgevoerd door een vervoerder die is erkend voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of een corrosiviteitsrisico vertonen;
- 4 uur voor vervoersactiviteiten uitgevoerd door een vervoerder die erkend is voor het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 welke niet zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen noch een corrosiviteitsrisico vertonen, door een organisatie die betrokken is bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of door een onderneming die verantwoordelijk is voor een onderbrekingssite;
- alsook met een relevante praktijkervaring in de uitoefening van de fysische controle specifiek voor een bepaald type installatie of vervoer.
De exploitant, of het ondernemingshoofd, ziet erop toe dat de agent voor de stralingsbescherming zijn kennis en zijn bekwaamheid op peil houdt en verder ontwikkelt in het kader van een permanente vorming.
De kosten van de opleiding zijn ten laste van de exploitant, of het ondernemingshoofd. De opleiding wordt gevolgd tijdens de werkuren.
Het Agentschap legt in een technisch reglement minimumeisen op betreffende de inhoud van de basisopleiding of van de permanente vorming in de stralingsbescherming, de nucleaire veiligheid of het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de handelingen of de installaties waarvoor/waarin de agenten voor de stralingsbescherming opdrachten moet uitvoeren. "
Art. 24. In artikel 30.5, enig lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " de aangestelde voor de bewaking" vervangen door de woorden "de agent voor de stralingsbescherming".
Art. 25. In het enige lid van artikel 35.3 wordt de zin beginnend met de woorden "Dit akkoord dient te worden bevestigd door de erkende instelling" en eindigend met de woorden "voor hetzelfde materiaal en volgens dezelfde procedures." opgeheven.
Art. 26. In hetzelfde besluit wordt de titel van hoofdstuk 4 vervangen als volgt :
"Hoofdstuk 4
Bepalingen omtrent de entiteiten die het Agentschap heeft opgericht met als doel aan hen geheel of gedeeltelijk zijn toezichtsopdrachten te delegeren. "
Art. 27. In hoofdstuk 4 van hetzelfde besluit, wordt een artikel 38 ingevoegd, luidende:
" Art. 38 Toezichtsfuncties die geheel of gedeeltelijk aan Bel V kunnen worden toevertrouwd
Art. 38.1 Controles en Veiligheidsevaluaties
§ 1 Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder het jaarlijkse plan van controles en veiligheidsevaluaties verstaan: het plan voor de controles van de installaties en de veiligheidsevaluaties, bedoeld om het beheer van de stralingsbescherming en de nucleaire veiligheid door de exploitant te verifiëren. Dit plan omvat onder meer :
1. in toepassing van de artikelen 23.1.2.2 en 23.1.3.3, de regelmatige controles van de installaties in de in de artikels 3.1 a) en 3.3 bedoelde inrichtingen;
2. de veiligheidsevaluaties gelinkt aan:
- de vaststellingen van de controles van de installaties;
- de goedkeuringen van de beslissingen van de dienst voor fysische controle van de exploitanten, zoals bepaald in de artikels 23 1.2.2 en 23.1.3.3;
- de studies en analyses uitgevoerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 30 november 2011 houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties;
- de vergunningsaanvragen vermeld in de artikels 6.2 en 7.2;
- de oplevering van de installaties bedoeld in de artikels 6.9 en 15/1.
§ 2 Bel V kan, via een beslissing van de raad van bestuur van het Agentschap, genomen op grond van artikel 14ter § 1 van de wet van 15 april 1994, voor een hernieuwbare termijn van minimum zes jaar geheel of gedeeltelijk belast worden met de uitvoering, op kosten van de exploitant of, bij ontstentenis, het ondernemingshoofd of de aanvrager van de vergunning, van het jaarlijkse plan van controles en van veiligheidsevaluaties.
§ 3. Elk kalenderjaar bepaalt de directeur-generaal van het Agentschap, of, bij ontstentenis, zijn vervanger, het plan van controles en veiligheidsevaluaties op basis van het voorstel van Bel V, dat uiterlijk op 31 oktober van dat jaar werd overgemaakt aan het Agentschap.
In dit plan wordt, per inrichting, voor het volgende kalenderjaar een lijst opgesteld van :
- de soorten controles (systematische, specifieke en thematische) die moeten worden uitgevoerd;
- de veiligheidsevaluaties die moeten worden uitgevoerd;
- een raming van de prestaties (uren) die vereist zijn per type controle of veiligheidsevaluatie (inclusief de voorbereiding, uitvoering, opvolging).
§ 4. Er wordt tegen 15 december van het lopende jaar aan elke exploitant van de betrokken inrichting(en) een kostenraming overgemaakt door Bel V voor de uitvoering van het plan van controles en veiligheidsevaluaties dat werd bepaald door het Agentschap. Het plan van controles en veiligheidsevaluaties met betrekking tot de betrokken inrichting(en) wordt in bijlage bij de door Bel V overgemaakte raming gevoegd.
Een marge van 15 % per inrichting is toegestaan voor de effectieve uitvoering van het plan, dit om rekening te kunnen houden met specifieke situaties waarvoor bijkomende middelen vereist zijn. Boven deze marge bepaalt de directeur-generaal van het Agentschap, of bij ontstentenis, zijn vervanger, de update van het jaarlijkse plan van controles en veiligheidsevaluaties voor de betrokken inrichting.
Art. 38.2 - Uitvoeringsmodaliteiten voor de toevertrouwde opdrachten.
§ 1. De directeur-generaal van Bel V is een deskundige in de fysische controle van klasse I, erkend krachtens artikel 73, van wie de erkenning de installaties en handelingen dekt waarvoor Bel V toezichtsopdrachten uitvoert. De directeur-generaal moet ten laatste één jaar na zijn indiensttreding zijn erkenning verworven hebben.
§ 2 De controles uitgevoerd door Bel V in de inrichtingen van klasse I en in de voertuigen met kernaandrijving, moeten worden uitgevoerd door deskundigen in de fysische controle van klasse I, erkend overeenkomstig de bepalingen van artikel 73. De controles uitgevoerd door Bel V in de inrichtingen van klasse IIA moeten worden uitgevoerd door deskundigen in de fysische controle van klasse I of II, erkend overeenkomstig de bepalingen van artikel 73.
§ 3. Noch Bel V, noch haar personeelsleden mogen de ontwerper of de fabrikant zijn van bronnen, toestellen, of installaties die zij controleert en er geen handel in drijven, ze niet vertegenwoordigen, of onderhouden, ze mogen evenmin de agent zijn van personen die er handel in drijven, ze vertegenwoordigen of onderhouden. Deze bepaling sluit niet uit dat er eventueel technische informatie tussen de fabrikant en Bel V kan worden uitgewisseld.
De personeelsleden van Bel V mogen geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks belang hebben in de inrichtingen waarvoor ze controles uitvoeren, waardoor hun objectiviteit in opspraak zou kunnen worden gebracht.
§ 4 Het is de personeelsleden van Bel V verboden om, zelfs na de beëindiging van hun functies, feiten te onthullen waarvan ze kennis gehad zouden kunnen hebben naar aanleiding van hun functies en die vanwege hun aard vertrouwelijk zijn of waren.
§ 5 Bel V organiseert een wachtrol waardoor een dringende interventie gegarandeerd kan worden bij een incident, of ongeval, of elke andere gebeurtenis die een radiologisch risico kan inhouden binnen een inrichting waarop ze controle uitoefent.
§ 6 Bel V moet een voldoende aantal gekwalificeerde en ervaren personen in dienst hebben, afgestemd op de aard van en het aantal gecontroleerde inrichtingen en de uitgevoerde activiteiten, om zo ten volle haar opdrachten te kunnen vervullen. De uitbesteding door Bel V van gespecialiseerde ondersteunende studies is onderworpen aan de toestemming van het Agentschap.
Art. 38.3 - Toezicht van het Agentschap op de uitoefening van de toevertrouwde toezichtsopdrachten
§ 1 Teneinde toezicht te kunnen houden op de uitoefening van de opdrachten van Bel V :
1. ziet de directeur-generaal van het Agentschap toe op de naleving van de reglementering inzake de bescherming tegen de gevaren van ioniserende straling en de naleving van het beheerscontract dat met het Agentschap wordt opgesteld. Hij ziet er inzonderheid op toe dat het door Bel V gevoerde beleid, de uitvoering van de taken van openbare dienst, vermeld in artikel 38.1, § 1, niet in het gedrang brengt;
2. voert het Agentschap periodiek inspecties of audits uit op de toezichtsopdrachten die aan Bel V toevertrouwd werden en/of van de werking van Bel V;
3. brengt de directeur-generaal van Bel V periodiek verslag uit bij het Agentschap over de uitvoering de aan haar overeenkomstig artikel 38.1, § 2 toevertrouwde toezichtsopdrachten.
§ 2 Het in het eerste paragraaf vernoemde beheerscontract regelt minstens de volgende aangelegenheden:
1. modaliteiten voor de opmaak, goedkeuring, aanpassing en opvolging van het jaarlijks plan van controles en veiligheidsevaluaties;
2. samenwerking met en ondersteuning van de activiteiten van het Agentschap;
3. uitwerking van de strategische en de operationele plannen;
4. het managementsysteem en competentiebeheer;
5. de praktische modaliteiten voor toezicht van het Agentschap op Bel V.
§ 3 Bel V beschikt over een geďntegreerd managementsysteem, gebaseerd op erkende nationale of internationale normen. Dit systeem wordt effectief toegepast, geëvalueerd en voortdurend verbeterd door Bel V.
§ 4 Bel V is verplicht om vrije toegang tot haar lokalen te verlenen aan de nucleaire inspecteurs van het Agentschap die belast zijn met de uitvoering van een inspectie/audit voor het controleren van de goede uitvoering van de toezichtfuncties die haar door het Agentschap toevertrouwd werden en/of de werking van Bel V. Bel V moet de nucleaire inspecteurs van het Agentschap alle documenten en informatie die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van hun opdracht ter beschikking houden.
Art. 38.4 - Financiering van de toevertrouwde toezichtsopdrachten
§ 1. De prestaties voor de aan Bel V overeenkomstig artikel 38.1, § 2 toevertrouwde toezichtsopdrachten worden de exploitanten of, bij ontstentenis, de ondernemingshoofden of de aanvragers van de vergunning, aangerekend aan de gemiddelde uurtarieven van:
- 190 euro voor de prestaties verricht voor de in artikel 3.1 a) bedoelde inrichtingen (basis 2017);
- 138 euro voor de prestaties verricht voor de in artikel 3.3 bedoelde inrichtingen (basis 2017).
§ 2 De gemiddelde uurtarieven zijn gekoppeld aan de gezondheidsindex van de maand november 2017 (105,85, basis 2013). In de loop van de maand december van elk jaar, met als aanvang december 2018, worden de bedragen aan de gezondheidsindex van de maand november van dat jaar aangepast. De aldus aangepaste en tot op de euro afgeronde bedragen zijn dan vanaf 1 januari van het daaropvolgend jaar van toepassing.
Wanneer het cijfer na de komma 5 of meer bedraagt, dan wordt het totaalbedrag tot de hogere eenheid afgerond, wanneer het cijfer na de komma kleiner is dan 5, dan wordt het totaalbedrag tot de lagere eenheid afgerond.
Onder gezondheidsindex wordt verstaan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994. "
Art. 28. In artikel 50.1 van hetzelfde besluit wordt de definitie " interventionele radiologie " geschrapt.
Art. 29. In artikel 51.6.5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. in het 2de lid, wordt de zin "In dringende gevallen wordt een kopie van dit verslag onverwijld naar het Agentschap gestuurd" vervangen door de volgende zin: "Deze deskundige in de medische stralingsfysica stuurt onverwijld een kopie van dit verslag naar het Agentschap overeenkomstig de door haar bepaalde modaliteiten en criteria.";
2. de laatste zin van het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 30. In artikel 54.8.2 van hetzelfde besluit worden in punt e) van de opsomming de woorden "of door het Agentschap of door de door het Agentschap aangewezen erkende instelling" geschrapt.
Art. 31. Artikel 66.3 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 32. In artikel 67.1, vijfde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de door het Agentschap aangestelde erkende instelling" vervangen door de woorden "een deskundige erkend in de fysische controle".
Art. 33. In artikel 67.2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. de woorden "het hoofd van de inrichting" worden telkens vervangen door de woorden "de exploitant";
2. het eerste lid wordt aangevuld met de woorden ", in voorkomend geval, in overleg met de deskundige erkend in de fysische controle";
3. in het derde lid worden de woorden "verricht hij" vervangen door "verricht de deskundige in de fysische controle";
4. in het derde lid worden de woorden "Hij legt het hoofd van de inrichting" vervangen door "De deskundige erkend in de fysische controle legt de exploitant";
5. in het vierde lid wordt punt a) van de opsomming aangevuld met de volgende woorden: " en communiceert overeenkomstig de door haar opgestelde modaliteiten en criteria";
6. het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : "Telkens een gebeurtenis zich voordoet die de stralingsbescherming, gezondheid of levenskwaliteit van een patiënt in het kader van een handeling bedoeld in artikel 50.2 in gevaar kan brengen, vergewist de practicus die verantwoordelijk is voor de handeling, zich ervan dat het Agentschap is verwittigd en de communicatie is gebeurd overeenkomstig de door haar bepaalde modaliteiten en criteria. Deze melding aan het Agentschap verleent geen vrijstelling aan de aangifteverplichtingen die krachtens dit reglement en andere regelgeving worden opgelegd. "
Art. 34. In artikel 68.3 van hetzelfde besluit wordt de zin " Die persoon zal, voor zover als mogelijk, de aangestelde voor de bewaking zijn, bedoeld in artikel 30.4. " geschrapt.
Art. 35. Artikel 73 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 73. - Erkenning van de deskundigen
73.1. Definities
Worden deskundigen erkend in de fysische controle van klasse I genoemd: zij die opdrachten van fysische controle in inrichtingen van klasse I, II en III, of in voertuigen met kernaandrijving mogen uitvoeren.
Worden deskundigen erkend in de fysische controle van klasse II genoemd: zij die opdrachten van fysische controle mogen uitvoeren in inrichtingen van klasse II en III.
Worden genoemd deskundigen erkend in de fysische controle van klasse T1, zij die opdrachten van fysische controle of controle op de dienst voor fysische controle kunnen uitvoeren in ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7, in organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 en in ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een onderbrekingssite.
Worden genoemd deskundigen erkend in de fysische controle van klasse T2, zij die opdrachten van fysische controle of controle op de dienst voor fysische controle kunnen uitvoeren in ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke niet zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen noch een corrosiviteitsrisico vertonen, in organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 en in ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een onderbrekingssite.
73.2. Erkenningsvoorwaarden
Om erkend te kunnen worden, moet elke deskundige voldoen aan de volgende voorwaarden :
1. Onderdaan zijn van één van de Lidstaten van de Europese Unie;
2. Van zijn burgerlijke en politieke rechten genieten;
3. In het bezit zijn van één van de volgende diploma's:
- master in de ingenieurswetenschappen
- master in de industriële wetenschappen
- master in de industriële ingenieurswetenschappen
- master in de fysica
- master in de scheikunde
of elke andere master in de exacte wetenschappen evenals elk ander diploma dat aan de houder ervan een geschikte vorming verschaft. Voor de kandidaturen voor deskundigen van klasse I wordt het advies van de Wetenschappelijke Raad gevraagd;
4. In het bezit zijn van een diploma of van getuigschriften van een opleiding in de stralingsbescherming en de nucleaire veiligheid. Deze opleiding omvat ten minste :
a. voor stralingsbescherming: 12 ECTS;
b. voor technologie en nucleaire veiligheid:
i. 24 ECTS voor deskundigen die opdrachten uitvoeren in de inrichtingen van klasse I vermeld in artikel 3.1.a), punt 1°;
ii. 18 ECTS voor deskundigen die opdrachten uitvoeren in andere inrichtingen van klasse I dan deze vermeld in artikel 3.1.a), punt 1°;
iii. 100 uur voor deskundigen die opdrachten uitvoeren in inrichtingen van klasse IIA;
iv. 50 uur voor deskundigen die opdrachten uitvoeren in de overige inrichtingen van klasse II en in inrichtingen van klasse III;
v. 35 uren voor deskundigen die opdrachten uitvoeren in ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of een corrosiviteitsrisico vertonen, waarvan er 20 uren betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 of een opleiding veiligheidsadviseur klasse 7 in België hebben gevolgd en het betreffende getuigschrift hebben behaald, en 15 uren specifiek gewijd zijn aan het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen en/of een corrosiviteitsrisico vertonen;
vi. 20 uur, of een opleiding veiligheidsadviseur klasse 7 hebben gevolgd in België en het betreffende getuigschrift hebben behaald, voor deskundigen die actief zijn in ondernemingen die erkend zijn voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 welke niet zijn gekarakteriseerd als splijtstoffen noch een corrosiviteitsrisico vertonen, in organisaties die betrokken zijn bij het multimodale vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 en in ondernemingen die verantwoordelijk zijn voor een onderbrekingssite.
De deskundige mag voor de punten iii tot vi aantonen dat hij over een gelijkwaardige kennis beschikt.
5. Afdoende praktische beroepservaring bezitten op het gebied van de stralingsbescherming en de nucleaire veiligheid of, in voorkomend geval, het vervoer van gevaarlijke goederen de van klasse 7;
6. Voor deskundigen van klasse I, een gunstig advies van de Wetenschappelijke Raad krijgen. Deze Raad kan de aanvrager oproepen en horen. De Raad kan een technische jury samenstellen aan wie de deskundige het bewijs van zijn theoretische en praktische kennis moet leveren.
Het Agentschap kan minimumeisen opleggen betreffende de inhoud van de vereiste aanvullende opleiding en praktische ervaring in de stralingsbescherming, de nucleaire veiligheid en het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de inrichting of de onderneming waarin de erkende deskundige opdrachten moet uitvoeren.
73.3. Aanvraag van de erkenning
De erkenningsaanvragen worden naar het Agentschap gestuurd.
Ze omvatten:
1. een curriculum vitae;
2. elke inlichting of document waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de eisen inzake diploma, specifieke opleiding en beroepservaring zoals bepaald in artikel 73.2;
3. een verklaring van de werkgever van de aanvrager dat de erkenning noodzakelijk is voor de uitvoering van zijn opdrachten en dat hij zich ertoe verbindt om de permanente vorming van de deskundige te zijnen laste te nemen;
4. een beschrijving van de aard van de toestellen, installaties, handelingen of vervoersactiviteiten met gevaarlijke goederen van de klasse 7 waarvoor de erkenning wordt aangevraagd;
5. alle door het Agentschap gevraagde inlichtingen of documenten.
De erkenningsaanvraag wordt beoordeeld door het Agentschap. Binnen een termijn van dertig kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag laat het Agentschap de aanvrager weten of zijn aanvraag al dan niet volledig is.
Het Agentschap kan de aanvrager oproepen en horen.
73.4. Beslissing van het Agentschap
De erkenning wordt door het Agentschap verleend of geweigerd. Het Agentschap doet uitspraak over de aanvraag binnen een termijn van zestig kalenderdagen of binnen een langere periode die het moet rechtvaardigen. Deze termijn gaat in vanaf de ontvangstdatum van het volledige erkenningsaanvraag of vanaf de datum waarop de Wetenschappelijke Raad advies heeft uitgebracht al naar gelang van het geval. De beslissing van het Agentschap wordt per aangetekend schrijven naar de aanvrager gestuurd.
Indien het Agentschap van oordeel is dat de gevraagde erkenning niet kan worden verleend, wordt dit vooraf aan de aanvrager meegedeeld waarbij wordt verduidelijkt dat hij het recht heeft om binnen dertig kalenderdagen vanaf de kennisgeving gehoord te worden.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
De erkenning kan territoriaal en/of tot de aard van de toestellen, installaties, handelingen of de activiteiten voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 worden beperkt.
De eerste erkenning wordt toegekend voor een maximale duurtijd van drie jaar. De erkenning kan toegekend worden voor een kortere periode dan aangevraagd. Deze beperking wordt gemotiveerd.
De erkenning wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
73.5. Hernieuwing van de erkenning
De aanvraag tot hernieuwing van de erkenning moet uiterlijk 6 maanden voor het verstrijken van de lopende erkenning worden ingediend bij het Agentschap.
Bij de aanvraag tot hernieuwing van de erkenning, moet de deskundige het bewijs leveren dat hij zijn kennis en zijn bekwaamheid op het gebied van de stralingsbescherming, de nucleaire veiligheid en, in voorkomend geval, het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 op peil houdt en verder ontwikkelt in het kader van een permanente vorming.
De erkende deskundige die een hernieuwing van zijn erkenning aanvraagt moet per erkenningsperiode van 3 jaar een permanente vorming kunnen aantonen van minimum 120 uur voor de deskundigen van klasse I, van minimum 60 uur voor de deskundigen van klasse II, van minimum 24 uur voor de deskundigen van klasse T1 en van minimum 20 uur voor de deskundigen van klasse T2.
Ten minste de helft van de vereiste uren permanente vorming zijn niet georganiseerd door de werkgever van de erkende deskundige.
Het Agentschap kan minimumeisen opleggen betreffende de permanente vorming in de stralingsbescherming, de nucleaire veiligheid en het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7.
De aanvrager toont in zijn aanvraagdossier aan dat hij voldoet aan de eisen inzake permanente vorming, onder andere wat het aantal uren betreft.
Daartoe worden bij de aanvraag de attesten en documenten gevoegd teneinde de inhoud van de opleidingen te kunnen beoordelen.
Het Agentschap kan de aanvrager oproepen en horen.
Voor erkenningen van deskundigen erkend in de fysische controle van klasse I wint het Agentschap het advies van de Wetenschappelijke Raad in.
Het Agentschap neemt een beslissing over de aanvraag tot hernieuwing van de erkenning overeenkomstig de bepalingen van artikel 73.4.
De verlenging van de erkenning wordt toegekend voor een maximale duurtijd van zes jaar. De erkenning kan toegekend worden voor een kortere periode dan aangevraagd. Deze beperking wordt gemotiveerd.
73.6. Aanmaning, opschorting en opheffing van de erkenning
Indien het Agentschap vaststelt dat een deskundige erkend in de fysische controle zijn opdrachten niet correct uitvoert of zijn verplichtingen niet correct nakomt, kan het Agentschap :
1. de betreffende deskundige erkend in de fysische controle aanmanen om zijn toestand binnen een gestelde termijn van maximum zes maanden in orde te brengen ;
2. de erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen;
3. de erkenning geheel of gedeeltelijk opheffen.
Indien het Agentschap van oordeel is dat de erkenning geheel of gedeeltelijk moet worden geschorst of opgeheven, wordt dit vooraf aan de houder van de erkenning medegedeeld, waarbij wordt verduidelijkt dat hij het recht heeft om binnen dertig kalenderdagen vanaf de kennisgeving gehoord te worden.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
In het geval van de gehele of gedeeltelijke opheffing van de erkenning van een deskundige erkend in de fysische controle van klasse I wint het Agentschap het advies in van de Wetenschappelijke Raad."
Art. 36. Artikel 74 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 74. - Instellingen voor fysische controle
74.1. Benaming
Alleen de erkende instellingen voor fysische controle mogen de benaming "door het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle erkende instelling voor fysische controle", of een soortgelijke benaming, dragen.
74.2. Erkenningsvoorwaarden
74.2.1. Criteria betreffende de organisatie van de instelling voor fysische controle
Om erkend te kunnen worden, moeten de instellingen volgende voorwaarden vervullen:
1. De instelling voor fysische controle wordt opgericht volgens het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
2. De instelling voor fysische controle heeft als maatschappelijk doel om, onder de verantwoordelijkheid van exploitanten of ondernemingshoofden, taken van fysische controle te verrichten zoals bepaald in de artikelen 23.1.5 b) en 23.2.6 b).
Dit maatschappelijk doel wordt uitdrukkelijk vermeld in de statuten van de instelling voor fysische controle, die geen enkele bepaling mogen bevatten die strijdig is met de bepalingen van de reglementering betreffende de ioniserende stralingen;
3. De erkende deskundigen van de instelling voor fysische controle die opdrachten van fysische controle uitvoeren zijn onafhankelijk van de exploitanten of de ondernemingshoofden waarvoor ze deze opdrachten uitvoeren. Deze onafhankelijkheid wordt gewaarborgd door de rechtspersoonlijkheid, de statuten, de organisatiestructuur en/of het managementsysteem van de instelling voor fysische controle;
4. De instelling voor fysische controle stelt een veiligheids- en stralingsbeschermingsbeleid op, evenals een strategie voor de implementatie van dit beleid.
Het veiligheids- en stralingsbeschermingsbeleid van de instelling voor fysische controle bepaalt en past met name de volgende principes toe :
a. de erkende instelling werkt aan de continue verbetering van de veiligheid, de stralingsbescherming en de veiligheidscultuur;
b. de instelling voor fysische controle garandeert haar onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit ten aanzien van de inrichtingen en activiteiten waarvoor ze opdrachten en taken van fysische controle uitvoert;
c. de instelling voor fysische controle spant zich in om de persoon of de organisatie, die voor de inrichting of de activiteit verantwoordelijk is, te overtuigen van het onmisbare karakter van het gebruik van gerechtvaardigde en geoptimaliseerde technieken die hij voortdurend bevordert;
5. De instelling voor fysische controle moet het bewijs leveren dat zij beschikt over een geďntegreerd managementsysteem en dat dit systeem effectief wordt toegepast, geëvalueerd en continu wordt verbeterd door de instelling. Dit geďntegreerde managementsysteem is gebaseerd op nationale of internationale normen, of op andere door het Agentschap goedgekeurde standaarden.
De doelstellingen van dit managementsysteem zijn de volgende:
a. verlenen van de vereiste prioriteit aan de veiligheid en de stralingsbescherming;
b. erop toezien dat de verantwoordelijkheden van de instelling voor fysische controle correct worden opgenomen;
c. handhaven en verbeteren van de prestatie van de instelling voor fysische controle via middelen voor de voorbereiding en planning, de ontwikkeling en uitvoering, de controle en verificatie en de aanpassing van haar activiteiten;
d. garanderen van een homogene uitvoering van hoge kwaliteit van de taken voor fysische controle uitgevoerd door de deskundigen van de instelling;
e. bevorderen en ondersteunen van de kennisontwikkeling, de opleiding en de veiligheidscultuur van het personeel.
74.2.2. Criteria betreffende de dagelijkse leiding, de kwalificaties van het personeel en de middelen van de instelling voor fysische controle.
De erkende instellingen voor fysische controle moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:
1. In de instelling voor fysische controle wordt een persoon, die de "technisch leidinggevende" wordt genoemd, aangeduid om de opdrachten van fysische controle van de instelling bij de exploitanten en/of bij de ondernemingen die deelnemen aan het vervoer van gevaarlijke goederen van klasse 7 te leiden en er de operationele verantwoordelijkheid voor te dragen. Deze technisch leidinggevende is een deskundige in de fysische controle van klasse II, T1 of T2, die erkend is overeenkomstig artikel 73 en van wie de erkenning geldig is voor de installaties en handelingen waarvoor de instelling opdrachten van fysische controle uitvoert. De technisch leidinggevende moet ten laatste zes maanden na zijn indiensttreding zijn erkenning verworven hebben.
2. De instelling voor fysische controle heeft deskundigen in dienst die erkend zijn voor de vergunde installaties/handelingen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd. De instelling voor fysische controle moet de permanente vorming van haar deskundigen te haren laste nemen en, in voorkomend geval, de basisopleiding voor het verkrijgen van hun erkenning.
3. De door de instelling voor fysische controle in dienst genomen erkende deskundigen zijn aan de instelling verbonden door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Hun verloning mag niet afhangen van het aantal prestaties van fysische controle of van de duur of de resultaten hiervan.
4. De instelling voor fysische controle stelt de meetinstrumenten, dosimetrie, de gepaste individuele beschermingsuitrusting, en alle andere instrumenten of voorzieningen ter beschikking van haar deskundigen erkend in de fysische controle in een voldoende aantal voor de uitvoering van de opdrachten en taken van fysische controle die hen in de inrichtingen of ondernemingen worden toevertrouwd.
5. De bestuurders, het personeel belast met de leiding, de deskundigen erkend in de fysische controle, evenals alle personeelsleden van de erkende instelling, zijn verplicht:
a. om onpartijdig te handelen;
b. om de deontologische en vertrouwelijkheidsregels van de erkende instelling na te leven;
c. om niet aan de exploitanten of de ondernemingshoofden waarvoor ze opdrachten en taken van fysische controle uitvoert op te leggen om een beroep te doen op een bepaalde derde partij (leverancier, contractant, onderaannemer,...);
d. om geen geschenken aan te nemen van ondernemingen, of organisaties waarvoor ze opdrachten en taken van fysische controle uitvoert, ongeacht in welke vorm;
e. om geen enkele andere functie uit te oefenen die onverenigbaar is met hun onafhankelijk oordeel, hun onpartijdigheid en hun integriteit.
74.2.3.
De instelling voor fysische controle die voor de eerste keer wordt erkend, mag met haar activiteiten aanvangen voordat ze beschikt over het geheel van haar materiële en menselijke middelen, zoals gespecifieerd in de punten 74.2.2 3° en 74.2.2 4°, en over haar volledig managementsysteem, zoals gespecificeerd in artikel 74.2.1. 5°, op voorwaarde dat ze aangepast zijn aan de haar toevertrouwde opdrachten en taken van fysische controle.
74.3. Procedure voor de toekenning, wijziging of hernieuwing van de erkenning van de instellingen
74.3.1. Erkenningsaanvraag
De aanvraag tot het bekomen, wijzigen of hernieuwen van de erkenning wordt naar het Agentschap gestuurd. De aanvraag tot hernieuwing van de erkenning moet uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende erkenning naar het Agentschap worden gestuurd.
De aanvraag tot het bekomen, wijzigen of hernieuwen van de erkenning vermeldt duidelijk de klasse(n) van de inrichting(en), de handelingen, de stoffen, de toestellen, de installaties of de vervoersactiviteiten met gevaarlijke goederen van de klasse 7 waarvoor de instelling opdrachten van fysische controle wil uitvoeren, alsook het gewenste grondgebied.
De volgende documenten moeten bij de aanvraag tot het bekomen, wijzigen of hernieuwen van de erkenning worden gevoegd :
1. een organigram van de instelling en een lijst van de personen die in de instelling actief zijn;
2. een afschrift van de statuten van de instelling voor fysische controle;
3. een schriftelijke verklaring dat de burgerlijke aansprakelijkheid van de instelling voor fysische controle gedekt wordt door het verzekeringscontract bedoeld in artikel 74.4 lid 1 of, bij een eerste erkenning, een verbintenis om zo'n contract af te sluiten alvorens met haar activiteiten te beginnen;
4. een beschrijving van het managementsysteem bedoeld in artikel 74.2.1, punt 5, of, bij een eerste erkenning, een intentieverklaring en een actieplan;
5. een inventaris van de materiële middelen die de instelling gebruikt of nog moet aanschaffen in het kader van haar opdrachten;
6. alle aanvullende informatie die het Agentschap nuttig acht.
De aanvraag tot het bekomen, wijzigen of hernieuwen van de erkenning wordt onderzocht door het Agentschap.
Binnen een termijn van 30 kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag laat het Agentschap de instelling weten of haar aanvraag al dan niet volledig is. Deze kennisgeving vermeldt alle onvolledige punten van de aanvraag. De aanvraag wordt onderzocht op basis van de bij het aanvraagdossier gevoegde documenten en van alle inspecties en onderzoeken die het Agentschap nodig acht.
Zodra de aanvraag volledig is, stuurt het Agentschap het dossier naar de Wetenschappelijke Raad die een advies moet uitbrengen binnen 90 kalenderdagen na ontvangst van het dossier of binnen een langere periode die het moet rechtvaardigen.
74.3.2. Beslissing van het Agentschap
De instelling behoudt haar originele erkenning tot het moment dat het Agentschap heeft beslist over de aanvraag tot hernieuwing of wijziging van de erkenning.
Het Agentschap doet uitspraak over de aanvraag binnen een termijn van 60 kalenderdagen, na het advies van de Wetenschappelijke Raad, of binnen een langere periode die het moet rechtvaardigen.
Indien het Agentschap van oordeel is dat de gevraagde erkenning niet kan worden verleend, wordt dit vooraf aan de aanvrager medegedeeld, waarbij wordt verduidelijkt dat hij het recht heeft om binnen dertig kalenderdagen vanaf de kennisgeving gehoord te worden.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
Het Agentschap stelt de instelling per aangetekend schrijven in kennis van de beslissing, met vermelding van de redenen.
De erkenning kan territoriaal en/of in functie van de aard van de toestellen, installaties, handelingen of de activiteiten voor het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 worden beperkt.
De beslissing om de erkenning te verlenen, te wijzigen of te hernieuwen wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
74.4. Verplichtingen en onverenigbaarheden
De instelling voor fysische controle wordt gedekt door een verzekeringscontract voor burgerlijke aansprakelijkheid, afgesloten bij een verzekeringsonderneming zoals bedoeld in de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen.
De instelling voor fysische controle moet aan de nucleaire inspecteurs van het Agentschap alle documenten en gegevens ter beschikking stellen die zij nodig hebben om hun opdracht goed uit te voeren.
De instelling voor fysische controle past een reglement van het Agentschap toe, die minstens het volgende bepaalt:
a) de principes van het type managementsysteem en de processen die het Agentschap voor de instellingen voor fysische controle geschikt acht;
b) de modaliteiten waarop incidenten en ongevallen door de instelling voor fysische controle moeten worden gemeld;
c) de inhoud van de verslagen die de instelling voor fysische controle voor het Agentschap opmaakt, evenals de termijn waarbinnen deze aan het Agentschap moeten worden overgemaakt.
De instelling voor fysische controle bepaalt en respecteert de deontologische regels om elk belangenconflict te vermijden.
De instelling voor fysische controle past haar organisatiestructuur aan om de naleving van deze deontologische regels te garanderen.
Behalve in geval van een dringende interventie in het kader van met het Agentschap vastgelegde overeenkomsten, is het verboden voor instelling voor fysische controle om :
a) bronnen en toestellen die ioniserende straling uitzenden, te gebruiken of te bezitten en
b) vervoersactiviteiten met gevaarlijke goederen van de klasse 7 te verrichten
voor rekening van derden.
Het is de technisch leidinggevende, de erkende deskundigen en de medewerkers van de instelling voor fysische controle verboden, zelfs na het beëindigen van hun functie, om feiten kenbaar te maken waarvan zij door hun functie kennis hebben gekregen en die vanwege hun aard vertrouwelijk, geheim of zeer geheim zijn. Deze bepaling wordt opgenomen in de arbeidsovereenkomst van de betrokkenen.
De instelling voor fysische controle richt een permanente wachtdienst in om een snelle ondersteuning te kunnen waarborgen in geval van een incident, een ongeval of enige andere gebeurtenis met een stralingsrisico die zich voordoet in een inrichting of tijdens het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 en waarvoor zij de opdrachten van fysische controle uitvoert.
74.5 Werking
De erkende deskundige van een instelling voor fysische controle maakt en ondertekent een verslag voor elk bezoek of elke opdracht die hij uitvoert in het kader van de fysische controle. Dit verslag wordt overgemaakt aan het hoofd van de dienst voor fysische controle en aan de exploitant of het ondernemingshoofd.
Op vraag van de exploitant, sturen de instellingen voor fysische controle, overeenkomstig de door het Agentschap opgestelde modaliteiten, de inventaris vermeld in artikel 27bis en een inventaris van alle toestellen die ioniserende straling kunnen uitzenden en van andere apparatuur voor radiotherapie en nucleaire geneeskunde die aanwezig is in de inrichtingen waarin zij opdrachten van fysische controle uitvoeren, naar het Agentschap.
De opdrachten, taken en verantwoordelijkheden die door een exploitant of een ondernemingshoofd aan een deskundige erkend in de fysische controle van de erkende instelling worden toevertrouwd in het kader van de artikels 23.1.5 b), 23.2.6 b) van het Algemeen Reglement mogen door de instelling voor fysische controle niet aan een derde partij worden gedelegeerd.
Het uitbesteden van gespecialiseerde ondersteunende studies is uitsluitend toegestaan in uitzonderlijke gevallen of om bepaalde deeltaken te vervullen waarvoor bijzondere middelen vereist zijn. De identiteit en de kwalificaties van de onderaannemers en de voorwaarden van de onderaanneming worden meegedeeld aan het Agentschap en aan de betreffende exploitant of ondernemingshoofd.
De instelling voor fysische controle moet onmiddellijk het volgende schriftelijk meedelen aan het Agentschap:
a) elke wijziging van haar statuten;
b) elke wijziging in de vertegenwoordiging van haar statutaire organen;
c) elke vervanging van de technisch leidinggevende;
d) elke wijziging in het bestand van erkende deskundigen;
e) elke organisatorische of technische wijziging die een effect kan hebben op de naleving van de erkenningscriteria.
74.6 Aanmaning, opschorting en opheffing van de erkenning
Indien het Agentschap vaststelt dat een instelling voor fysische controle haar opdrachten niet correct uitvoert, haar verplichtingen niet nakomt, een inbreuk pleegt op de onverenigbaarheden of de erkenningsvoorwaarden niet naleeft, kan het Agentschap:
1. de betreffende instelling voor fysische controle aanmanen om haar toestand binnen een gestelde termijn van maximum zes maanden in orde te brengen;
2. de erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen;
3. de erkenning geheel of gedeeltelijk opheffen.
De erkenning kan tevens geheel of gedeeltelijk worden geschorst indien blijkt dat de instelling voor fysische controle gedurende een periode van drie jaar geen enkele of slechts een marginale activiteit heeft verricht op één of meer gebieden waarop haar erkenning betrekking heeft.
Indien het Agentschap van oordeel is dat de erkenning moet worden opgeheven of geschorst, wordt dit vooraf aan de instelling voor fysische controle medegedeeld, waarbij wordt verduidelijkt dat zij het recht heeft om binnen de dertig kalenderdagen vanaf de kennisgeving gehoord te worden.
Indien de aanvrager wenst gebruik te maken van zijn recht om gehoord te worden, dient hij dit uiterlijk op de vijftiende dag na de kennisgeving schriftelijk kenbaar te maken aan het Agentschap.
In het geval van de gehele of gedeeltelijke opheffing van de erkenning wint het Agentschap het advies in van de Wetenschappelijke Raad."
Art. 37. In artikel 5 van het koninklijk besluit van betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7, wordt de definitie van aangestelde voor het vervoer geschrapt.
Art. 38. In artikelen 19, 61, 82 en 137 van het koninklijk besluit van 22 oktober 2017 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7, worden de woorden "aangestelde voor het vervoer" door "agent voor de stralingsbescherming" vervangen.
HOOFDSTUK III. - Overgangsbepalingen
Art. 39. Artikel 81.3 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid:
"Voor de inrichtingen vermeld in de artikelen 3.1.a) en 3.3 die reeds vergund zijn op 1 januari 2019 treden de bepalingen van de artikelen 23.1.2, 23.1.3 en 30.4 in werking op 1 januari 2020. Voor de overige inrichtingen die reeds vergund zijn op 1 januari 2019 treden de bepalingen van de artikelen 23.1.3 en 30.4 in werking op 1 januari 2021.
De bepalingen van artikel 23.1.1 treden in werking op 1 juli 2019.
Voor de bij het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 betrokken ondernemingen of organisaties die reeds vergund of erkend zijn op 1 januari 2019 overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk VII van dit reglement of van het koninklijke besluit van 22 oktober 2017 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen van de klasse 7 treden de bepalingen van de artikelen 23.2 en 30.4 in werking op 1 juli 2020.
Tot aan de inwerkingtreding van voornoemde bepalingen blijft de bestaande regelgeving van kracht."
Art. 40. In artikel 81.8 van hetzelfde besluit wordt het laatste lid vervangen door wat volgt:
"De erkenningen die geldig zijn op 1 januari 2019 en die zijn verleend krachtens artikel 73 blijven geldig tot hun vervaldag.
Het Agentschap kan voor deskundigen die voor de eerste keer een erkenning aanvragen, een gelijkwaardige kennis in aanmerking nemen voor wat betreft de diploma's en opleidingen bedoeld in de artikelen 73.2 punt 3, 73.2 punt 4.a, 73.2 punten 4.b, i en ii, indien deze werd verworven voor 1 januari 2010.
De deskundigen in de fysische controle die erkend zijn op 1 januari 2019 worden vrijgesteld van de eisen inzake de basisopleiding bedoeld in artikel 73.2, punten 3 en 4."
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding
Art. 41. Met uitzondering van de artikelen 3 en 6, die reeds in werking zijn getreden, en van artikel 13, treedt de wet van 7 mei 2017 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het federaal agentschap voor Nucleaire Controle, wat betreft de organisatie van de fysische controle, in werking op de tiende dag na de publicatie van onderhavig besluit in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 13 van de wet van 7 mei 2017 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het federaal agentschap voor Nucleaire Controle, wat betreft de organisatie van de fysische controle, treedt in werking op 1 januari 2021.
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art. 42. De minister tot wiens bevoegdheid de Binnenlandse Zaken behoren is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 6 december 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Veiligheid en van Binnenlandse Zaken,
J. JAMBON


begin

Publicatie : 2018-12-21