einde

Publicatie : 2018-12-14

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

2 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot aanvulling van de lijst in de bijlage van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet met verloven toegekend in het kader van het zorgkrediet binnen de Vlaamse overheid, het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Wij hebben de eer Uwe Majesteit een koninklijk besluit voor te leggen dat genomen wordt ter uitvoering van artikel 16, eerste lid van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Voormeld artikel 16, eerste lid van de wet van 6 januari 2014 bepaalt dat, in afwijking van artikel 2 van de wet van 10 januari 1974 tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas, de tijd gedurende dewelke een personeelslid van een federale, gemeenschaps- of gewestinstelling in een in artikel 2 van de voormelde wet van 10 januari 1974, § 1, 2° tot 4°, bedoelde toestand wordt geplaatst op grond van een bepaling in zijn statuut die na de inwerkingtreding van de wet van 6 januari 2014 is bekendgemaakt, slechts voor de toekenning en de berekening van het rustpensioen in aanmerking wordt genomen op voorwaarde dat die statutaire bepaling bij een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, werd toegevoegd aan de lijst in de bijlage van de wet van 6 januari 2014.
In het kader van de zesde staatshervorming droeg de federale overheid de budgetten waarmee het de loopbaanonderbrekings-uitkeringen voor de Vlaamse publieke sector (Vlaamse overheid, Vlaamse lokale besturen en Vlaamse onderwijsinstellingen) financiert over aan de Vlaamse overheid. De Vlaamse overheid verkreeg aldus de budgetten om het verlof voor loopbaanonderbreking voor de personeelsleden van de Vlaamse publieke sector zelf te financieren.
Deze overdracht maakt het voor de Vlaamse overheid mogelijk om het federale algemene stelsel van loopbaanonderbreking te vervangen door een systeem van zorgkrediet. Daar waar in het federale algemene stelsel van loopbaanonderbreking de loopbaan kan onderbroken worden zonder enige reden op te geven, is dit in het systeem van zorgkrediet niet meer mogelijk. De opname van zorgkrediet - en dus ook het verkrijgen van de daaraan verbonden onderbrekingsuitkering - wordt afhankelijk gemaakt van hetzij het vervullen van voorwaarden inzake het verlenen van zorg aan bepaalde categorieën van personen, hetzij het vervullen van voorwaarden inzake opleiding. De voorwaarden waaronder zorgkrediet kan worden opgenomen - en dus ook de voorwaarden waaronder een onderbrekingsuitkering wegens zorgkrediet kan worden verkregen - worden bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet.
Voormeld besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 impliceert evenwel dat, om de personeelsleden te kunnen laten genieten van een onderbrekingsuitkering, de rechtspositie-bepalingen van de verantwoordelijke besturen van de Vlaamse publieke sector worden aangepast via eigen regelgeving.
Om deze reden werd het Vlaams personeelsstatuut (VPS) van 13 januari 2006 aangepast door het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de invoering van het zorgkrediet.
Ook het statuut toepasselijk op de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding werd aangepast, nl. door het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende het zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
Ingevolge deze aanpassingen werd de statutaire grondslag van het zorgkrediet in voormelde statuten ingeschreven.
Voormelde aanpassingen plaatsen personeelsleden die zorgkrediet opnemen in een situatie zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 2° tot 4°, van de wet van 10 januari 1974.
De personeelsleden op wie deze aanpassingen van toepassing zijn vallen allemaal onder het toepassingsveld van artikel 16 van de wet van 6 januari 2014.
Het tweede lid van voormeld artikel 16 van de wet van 6 januari 2014 bepaalt immers dat onder "personeelslid van een federale instelling of een gemeenschaps- of gewestinstelling" moet worden verstaan, een personeelslid van een federale, gemeenschaps- of gewestinstelling, een personeelslid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat of een Gemeenschaps- of Gewestparlement, of een personeelslid dat in de weddetoelageregeling van een gemeenschap is opgenomen, waarvan het pensioen gefinancierd wordt door de Federale Staat of door de pensioenregeling ingesteld bij de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbare nut alsmede van hun rechthebbenden.
Gezien de statutaire personeelsleden op wie hetzij het VPS, hetzij voormeld onderwijsstatuut van toepassing is, recht hebben op een rustpensioen gefinancierd door hetzij de Federale Staat, hetzij de pensioenregeling ingesteld bij de wet van 28 april 1958 (voor de personeelsleden van de Vlaamse pararegionalen of paragemeenschapsinstellingen), moeten zij - voor de toepassing van artikel 16 van de wet van 6 januari 2014 - als personeelsleden van een "federale instelling of een gemeenschaps- of gewestinstelling" worden beschouwd.
Omdat de statutaire grondslagen van het zorgkrediet goedgekeurd en bekend gemaakt werden na de inwerkingtreding, op 1 juli 2014, van voormelde wet van 6 januari 2014, kunnen deze verloven slechts voor de toekenning en de berekening van het ambtenarenpensioen in aanmerking worden genomen voor zover de lijst in de bijlage van de wet van 6 januari 2014 wordt aangevuld met deze statutaire grondslagen.
Artikel 1, 1°, van bijgaand besluit vult de lijst aan met "de afwezigheid door zorgkrediet zoals bedoeld in artikel X.31, § 1, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, zoals dit artikel werd vervangen door artikel 4, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de invoering van het zorgkrediet".
Omdat het federaal zorgverlof - dat blijft bestaan naast het Vlaams zorgkrediet - een nieuwe statutaire grondslag krijgt in het VPS, is het noodzakelijk ook deze nieuwe statutaire grondslag op te nemen in de lijst. Om deze reden vult artikel 1, 2°, van bijgaand besluit de lijst aan met "het verlof voor loopbaanonderbreking in het kader van een federaal zorgverlof zoals bedoeld in artikel X.31bis, § 1, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, zoals dit artikel werd ingevoegd bij artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de invoering van het zorgkrediet".
Artikel 1, 3°, van bijgaand besluit vult de lijst aan met "het verlof wegens zorgkrediet zoals bedoeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende het zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding".
Er moet worden opgemerkt dat het zorgkrediet onder de beperkingen valt van het koninklijk besluit nr. 442 van 14 augustus 1986 betreffende de weerslag van sommige administratieve toestanden op de pensioenen van de personeelsleden van de overheidsdiensten (KB nr. 442).
Dit KB nr. 442 is in het bijzonder van toepassing op de pensioenen van de Vlaamse ambtenaren en de pensioenen van de personeelsleden van het Vlaams onderwijs.
Het KB nr. 442 definieert "perioden van loopbaanonderbreking" als "de perioden van volledige loopbaanonderbreking door schorsing van de arbeidsprestaties, bedoeld in artikelen 100 en 100bis van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en de perioden van gedeeltelijke loopbaan-onderbreking door vermindering van de arbeidsprestaties, bedoeld in artikelen 102 en 102bis, van dezelfde herstelwet."
Uit het besluit van de Vlaamse Regering van van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet, blijkt duidelijk dat het zorgkrediet de voormelde herstelwet als juridische rechtsgrond heeft, wat het zorgkrediet laat vallen onder het toepassingsveld van het KB 442.
Hoewel in de statuten de benaming "zorgkrediet" wordt gebruikt in plaats van de benaming "loopbaanonderbreking" - in het VPS wordt de benaming "loopbaanonderbreking" opgeheven - blijft een periode van zorgkrediet, voor wat betreft de toepassing van het KB nr. 442, juridisch gezien een periode van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking zoals bedoeld in de artikelen 100 en 100bis of in de artikelen 102 en 102bis van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen.
Perioden van zorgkrediet zullen dan ook op identiek dezelfde wijze aanneembaar zijn voor het pensioen als perioden van loopbaanonderbreking. Dezelfde contingenten en dezelfde beperkingen die van toepassing zijn op de loopbaanonderbreking bij het Vlaams openbaar ambt, zullen eveneens van toepassing zijn op het zorgkrediet. Dit betekent dat de afwezigheden ten gevolge van het zorgkrediet bedoeld in artikel 1, 1° en 3° van dit besluit, waarvan de uitkeringen ten gevolge van de Zesde staatshervorming gefinancierd worden door de Vlaamse overheid, behandeld moeten worden als gewone perioden van loopbaanonderbreking zonder motief, terwijl de door de federale overheid gefinancierde perioden van loopbaanonderbreking bedoeld in artikel 1, 2° zogenaamde "thematische" loopbaanonderbrekingen blijven die, overeenkomstig de artikelen 2/1 en 3, § 7, van het KB nr. 442, buiten de quota en beperkingen blijven.
Perioden van loopbaanonderbreking (in het algemeen stelsel) opgenomen vóór perioden van zorgkrediet zullen blijven meetellen voor de toepassing van deze contingenten en beperkingen. De teller wordt inzake pensioen dus niet op nul gezet. De in artikel 1, 2° bedoelde "thematische" loopbaanonderbreking die in het kader van het federaal zorgverlof door Vlaamse ambtenaren en personeelsleden van het Vlaams onderwijs werd opgenomen, blijft uiteraard zonder invloed op deze teller overeenkomstig de artikelen 2/1 en 3, § 7, van het KB 442.
Tot slot wordt opgemerkt dat aan artikel 1, 1° tot 3°, van dit besluit terugwerkende kracht wordt verleend tot en met 2 september 2016, datum vanaf wanneer het besluit van de Vlaamse regering van 30 augustus 2016 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de invoering van het zorgkrediet, alsook de bepalingen betreffende het zorgkrediet vervat in het besluit van de Vlaamse regering van 30 augustus 2016 betreffende het zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, in werking zijn getreden.
Wij hebben de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars,
De Minister van Pensioenen,
D. BACQUELAINE

2 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot aanvulling van de lijst in de bijlage van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet met verloven toegekend in het kader van het zorgkrediet binnen de Vlaamse overheid, het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 16, eerste lid, van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 december 2017;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 25 mei 2018;
Gelet op het artikel 8 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse omdat het bepalingen van autoregulering betreft;
Op de voordracht van de Minister van Pensioenen en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. De lijst in de bijlage van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet wordt aangevuld als volgt:
1° « (3)° de afwezigheid door zorgkrediet bedoeld in artikel X.31, § 1, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, zoals dit artikel werd vervangen bij artikel 4, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de invoering van het zorgkrediet; »;
2° « (4)° het verlof voor loopbaanonderbreking in het kader van een federaal zorgverlof bedoeld in artikel X.31bis, § 1, van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, zoals dit artikel werd ingevoegd bij artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 tot wijziging van het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006, wat betreft de invoering van het zorgkrediet; »;
3° « (5)° het verlof wegens zorgkrediet bedoeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 augustus 2016 betreffende het zorgkrediet voor de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding; ».
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 2 september 2016.
Art. 3. De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 december 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Pensioenen,
D. BACQUELAINE


begin

Publicatie : 2018-12-14