J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/besluit/2018/10/25/2018032065/justel

Titel
25 OKTOBER 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden en de procedureregels die op de BGHM, de OVM, de gemeenten en de OCMW' van toepassing zijn en die onlosmakelijk verbonden zijn met de financiering van aankoop- en ontwikkelingsprojecten van woningen, evenals met projecten voor afbraak van gebouwen en heropbouw van woningen

Bron :
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
Publicatie : 05-11-2018 nummer :   2018032065 bladzijde : 85567       PDF :   originele versie    
Dossiernummer : 2018-10-25/06
Inwerkingtreding : 15-11-2018

Deze tekst wijzigt de volgende tekst :2016031120       

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Inleidende bepaling en definities
Art. 1
TITEL II. - Begrotingsmiddelen en berekening van de subsidie
HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 2
HOOFDSTUK 2. - Middelen ter beschikking gesteld van de BGHM
Art. 3
HOOFDSTUK 3. - Aan de OVM, gemeenten en OCMW ter beschikking gestelde middelen
Art. 4
HOOFDSTUK 4. - Berekening van de subsidie
Art. 5-6
TITEL III. - Toekenningsvoorwaarden van de subsidie
HOOFDSTUK 1. - Voorwaarden van toepassing op de projecten voor aankoop van onroerende goederen en van ontwikkeling van woningen
Art. 7
HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor de OVM en van toepassing op de projecten voor afbraak en heropbouw van gebouwen die hen toebehoren
Art. 8
TITEL IV. - Procedureregels voor de operaties van de OVM, de gemeenten en de OCMW
Art. 9-14
TITEL V. - Eindbepalingen
Art. 15-17

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Inleidende bepaling en definities

  Artikel 1. Dit besluit heeft betrekking op de projecten voor de ontwikkeling van woningen:
  - door aankopen van onroerende goederen door de BGHM, de OVM, de gemeenten en de OCMW, evenals;
  - door afbraak en heropbouw van gebouwen die aan de OVM toebehoren.
  Voor de toepassing van dit besluit, verstaat men onder:
  1° Code: de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;
  2° Regering: de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
  3° Minister: de minister of staatssecretaris die bevoegd is voor Huisvesting;
  4° Gewestelijk Huisvestingsplan: het programma voor vastgoedinvesteringen voor aankoop en bouw met het oog op de productie van woningen, van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, bedoeld in artikel 42 van de Code;
  5° Vierjarenprogramma voor renovatie: het investeringsprogramma voor vastgoedrenovatie van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij bedoeld in artikel 42 van de Code;
  6° De OVM: de Openbare Vastgoedmaatschappij;
  7° De BGHM: De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij;
  8° Woning: het gebouw of het gedeelte van het gebouw, gebruikt of bestemd voor het huisvesten van een of meerdere gezinnen;
  9° Gemeenschappelijke woning: collectieve woning zoals bedoeld in artikel 1, 5° van het besluit van 4 september 2003 van De Brusselse Hoofdstedelijke Regering dat de elementaire vereisten bepaald op het vlak van veiligheid, bewoonbaarheid en uitrusting van de woning,
  10° Leegstaande woning: woning die duidelijk onbewoond is, verondersteld onbewoond te zijn in de zin van artikel 15 § 2 van de Code of niet bewoond overeenkomstig haar wettelijke bestemming als woning;
  11° De beheersovereenkomst: de beheersovereenkomst afgesloten tussen de Regering en de BGHM in het kader van artikel 43 van de Code;
  12° Kostprijs van de operatie: som van de kosten voor de aankoop, onteigening en ontwikkeling van een project met woningen, met inbegrip van de ruimten die bestemd zijn voor aanverwante functies van de woningen, de eventuele collectieve uitrustingen, gemeenschappelijke ruimten en economische activiteiten die door de BBP verplicht gesteld zijn of andere, binnen de perken van de door de BGHM toegelaten oppervlakten, alle kosten, honoraria en taksen inbegrepen ;
  13° Het G.B.P.: het Gewestelijk Bestemmingsplan dat van kracht is;
  14° Voortgangspercentage van een OVM : voortgang van de projecten waarvan het opdrachtgeverschap door een OVM gegarandeerd is, zoals dat jaarlijks door de BGHM geëvalueerd wordt, in verband met het gemiddelde voortgangspercentage van de sector;
  15° Collectieve uitrusting : ruimte bestemd voor de activiteiten van een collectiviteit van een gebouw of van een wijk, waarin niet gewoond kan worden;
  16° Gemeenschapsruimte: ruimte binnen een gebouw van gemeenschappelijke woningen, bestemd voor het gemeenschapsleven en dat met het wonen gelijkgesteld kan worden;
  17° Aankoopcomité: het gewestelijk aankoopcomité van gebouwen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opgericht.

  TITEL II. - Begrotingsmiddelen en berekening van de subsidie

  HOOFDSTUK 1. - Gemeenschappelijke bepalingen

  Art. 2. De financiering van de subsidies met betrekking tot de projecten als bedoeld in dit besluit wordt gegarandeerd via de basisallocatie 25.005.16.04.6141.

  HOOFDSTUK 2. - Middelen ter beschikking gesteld van de BGHM

  Art. 3. § 1. Binnen de perken van de begrotingsmiddelen voor de financiering van de productie van huisvesting, kent het Gewest een subsidie aan de BGHM toe voor de financiering van de kosten van aankoop van onroerende goederen en van ontwikkeling van een woningproject .
  § 2. Het saldo van de totale kostprijs van de operatie die niet door de subsidie gedekt wordt, wordt door elke andere overheidssteun en/of de eigen middelen van de BGHM gevrijwaard.

  HOOFDSTUK 3. - Aan de OVM, gemeenten en OCMW ter beschikking gestelde middelen

  Art. 4. § 1. Binnen de perken van de begrotingsmiddelen voor de financiering van de productie van huisvesting kan de BGHM, middels het akkoord van de Regering, een subsidie toekennen:
  1° aan een OVM, een gemeente of een OCMW voor de financiering van de kosten voor aankoop van onroerende goederen en ontwikkeling van een woningproject;
  2° aan een OVM voor de financiering van de kosten voor de afbraak en de heropbouw van gebouwen die haar toebehoren.
  § 2. Voor een OVM kan het saldo van de totale kostprijs van de operatie, niet gedekt door de subsidie gevrijwaard worden door elke andere overheidssteun, door de inbreng van eigen middelen en/of door voorschotten van de BGHM die over een periode van 30 jaar terugbetaalbaar zijn, in naleving van de voorschriften van de beheersovereenkomst van niveau 2.
  § 3. Voor een gemeente of een OCMW kan het saldo van de totale kostprijs van de operatie, niet gedekt door subsidie gevrijwaard worden door de inbreng van eigen middelen. Het kan ook gedekt worden door elke andere overheidssteun en/of door voorschotten van de BGHM die over een periode van 30 jaar terugbetaalbaar zijn, indien de Regering dit toestaat.

  HOOFDSTUK 4. - Berekening van de subsidie

  Art. 5. § 1. De maximum subsidieerbare kostprijs wordt op 2.200 euro btw inbegrepen per Bruto m2 (bovengronds + ondergronds) vastgesteld bestemd voor woningen en voor het eventueel gedeelte van subsidieerbare collectieve uitrusting.
  Voor de BGHM kan de Regering van deze bovenvermelde voorwaarde afwijken voor specifieke aankoopoperaties wanneer de technische, juridische en/of economische haalbaarheid van de operatie dat verantwoordt.
  § 2. De maximum subsidieerbare kostprijs zal elk jaar volgens de ABEX-index geïndexeerd worden.

  Art. 6. § 1. Voor de OVM wordt de subsidie
  * vastgelegd op 50 %:
  - van de maximum subsidieerbare kostprijs voor de gedeelten van het gebouw die gebruikt zullen worden voor de productie van sociale woningen of woningen voor bescheiden inkomens wanneer die lager dan de totale kostprijs van de operatie is;
  - van de totale kostprijs van de operatie voor de gedeelten van het gebouw die gebruikt zullen worden voor de productie van sociale woningen of woningen voor bescheiden inkomens wanneer die lager dan de maximum subsidieerbare kostprijs is.
  * verminderd tot 33,33 % voor de productie van woningen voor middeninkomens.
  § 2. Voor de gemeenten en OCMW wordt de subsidie vastgelegd op 33,33 %:
  - van de maximum subsidieerbare kostprijs voor de gedeelten van het gebouw die gebruikt zullen worden voor de productie van woningen voor middeninkomens of bescheiden woningen wanneer die lager dan de totale kostprijs van de operatie is;
  - van de totale kostprijs van de operatie voor de gedeelten van het gebouw die gebruikt zullen worden voor de productie van woningen voor middeninkomens of bescheiden woningen wanneer die lager dan de maximum subsidieerbare kostprijs is.

  TITEL III. - Toekenningsvoorwaarden van de subsidie

  HOOFDSTUK 1. - Voorwaarden van toepassing op de projecten voor aankoop van onroerende goederen en van ontwikkeling van woningen

  Art. 7. § 1. Het voordeel van de toelage bedoeld in de artikelen 3 § 1 en 4, § 1, 1° wordt aan de naleving van de voorwaarden bedoeld in §§ 2 tot 8 gekoppeld.
  § 2. De aankopen moeten betrekking hebben op:
  1° ofwel een terrein
  2° ofwel een bestaand en te renoveren gebouw dat, voorafgaand aan de start van de operatie, bestemd is als kantoor, productieactiviteit of voorzieningen, in de zin van het glossarium van het G.B.P.;
  3° ofwel een bestaand en te renoveren gebouw dat, voorafgaand aan de start van de operatie, bestemd is als huisvesting en in zover het gaat om gebouwen met woningen die als verbeterbaar of functioneel onaangepast erkend zijn.
  4° ofwel een gebouw met nieuwe "sleutel-op-de-deur"-woningen die beantwoorden aan de vereisten uit de openbare projectoproep voor dit type operaties, uitgeschreven door de BGHM. Deze mogelijkheid is beperkt tot de gemeenten met een percentage openbare woningen lager dan 10%.
  Op voorstel van de BGHM kan de Regering van de voorwaarden hierboven afwijken voor specifieke aankoopoperaties wanneer de technische, juridische en/of economische haalbaarheid van de operatie dit verantwoordt.
  § 3. Het goed is gelegen in een zone van het G.B.P. verenigbaar met de bestemming van huisvesting.
  § 4. De gesubsidieerde operatie voorziet dat de geproduceerde of gerenoveerde woningen conform zijn aan de criteria bepaald door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 september 2003 waarbij de elementaire vereisten inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting van woningen vastgesteld wordt.
  § 5. Het opdrachtgeverschap van de werkzaamheden voor ontwikkeling van een woningproject wordt:
  1° ofwel, voor projecten ter aankoop van gebouwen met nieuwe "sleutel-op-de-deur"-woningen, verzorgd door de verkoper;
  2° ofwel, voor de andere aankoopprojecten, verzorgd door de OVM, voor de werkzaamheden waarvan het geraamde bedrag lager of gelijk aan 500.000 euro btw exclusief is en in zover de OVM over een zakelijk hoofdzakelijk recht op het onroerend goed beschikt en zijn voortgangspercentage hoger of gelijk aan dat van het gemiddelde van de sector is;
  3° Gedelegeerd aan de BGHM voor de andere gevallen, behalve in de volgende gevallen en mits het met redenen omkleed is;
  a) Wanneer de OVM een voortgangspercentage aangeeft dat hoger of gelijk dan het gemiddelde voortgangspercentage van de sector is, zal zij het opdrachtgeverschap van het project bij de BGHM kunnen vragen die haar analyse aan de minister van Huisvesting voorlegt met het oog op een delegatie van het opdrachtgeverschap aan de OVM;
  b) In uitzonderlijke omstandigheden die met redenen omkleed zijn, kan een gemeente of een OCMW het opdrachtgeverschap van het project bij de BGHM vragen die zijn analyse aan de minister van Huisvesting voorlegt met het oog op een delegatie van het opdrachtgeverschap aan de betrokken operator.
  De overeenkomst tussen de partijen zal de opvolgingsmodaliteiten van het project vaststellen voor de OVM, de gemeenten en de OCMW die het opdrachtgeverschap van een operatie verzorgen.
  § 6. Binnen de 50 maanden vanaf de kennisgeving van de toelage door de BGHM, moeten de werkzaamheden voor ontwikkeling van de woningen op betekenisvolle wijze opgestart zijn.
  Op voorstel van de BGHM kan de minister een aanvullende termijn toekennen.
  § 7. De documenten in verband met de aanvraag van toelage door de OVM, gemeenten en OCMW worden door de BGHM bepaald.
  § 8. Iedere aankoop van onroerende goederen moet ter expertise van het Aankoopcomité.

  HOOFDSTUK 2. - Voorwaarden voor de OVM en van toepassing op de projecten voor afbraak en heropbouw van gebouwen die hen toebehoren

  Art. 8. § 1. Het voordeel van de subsidie bedoeld in artikel 4, § 1, 2°, wordt aan de naleving van de voorwaarden bedoeld in §§ 2 tot 5 gekoppeld.
  § 2. De werkzaamheden voor heropbouw vormen de aanvulling op een operatie voor de productie van nieuwe woningen die op het perceel van het af te breken gebouw plaatsvindt;
  § 3. Het aandeel afgebroken woningen is lager of gelijk aan 35% van het totaal aantal woningen dat in het kader van de operatie geproduceerd is.
  De Regering kan op voorstel van de minister en, indien nodig, aan de hand van een haalbaarheidsstudie opgesteld door de BGHM afwijken van het hierboven vermelde percentage voor operaties waarvan het aandeel van heropgebouwde woningen niet nageleefd wordt.
  § 4. Binnen de 48 maanden vanaf de kennisgeving van de toelage door de BGHM, moeten de werkzaamheden van afbraak/heropbouw op betekenisvolle wijze aangevat zijn.
  Op voorstel van de BGHM kan de minister een bijkomende termijn toekennen.
  § 5. De documenten in verband met de aanvraag voor toelage worden door de BGHM bepaald.

  TITEL IV. - Procedureregels voor de operaties van de OVM, de gemeenten en de OCMW

  Art. 9. § 1. Elk jaar brengt de BGHM ten laatste tegen 1 september en in functie van de middelen bestemd voor het doel beoogd door dit besluit voor het volgende jaar en onder voorbehoud van de goedkeuring van de gewestelijke begroting door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de OVM, de gemeenten en de OCMW door middel van briefwisseling op de hoogte van de toekenningsvoorwaarden, evenals van de procedureregels die op de financiering van de aankoop- en ontwikkelingsprojecten, alsook op de afbraak- en heropbouwprojecten van woningen van toepassing zijn. De brief omvat ook de lijst met bij te voegen documenten bij de aanvraag.
  § 2. Alle beschikbare informatie staat op de website van de BGHM.

  Art. 10. § 1. De OVM, de gemeenten en de OCMW dienen hun aanvraag ten laatste 5 maanden na ontvangst van de brief bedoeld in artikel 9, § 1, in, door hun dossier bij de BGHM tegen indieningsattest in te dienen.
  § 2. De OVM, de gemeenten en de OCMW delen een kopij van hun aanvraag, gelijktijdig met het indienen van hun dossier bij de BGHM, aan de minister mee.
  § 3. De BGHM onderzoekt de volledigheid van het dossier binnen de 15 kalenderdagen die volgen op de indiening van het dossier bedoeld in artikel 10, § 1 en betekent binnen deze termijn, een ontvangstbewijs aan de OVM, de gemeente of het OCMW met bevestiging van :
  1° ofwel de volledigheid van het dossier;
  2° ofwel de onvolledigheid van het dossier, waarbij de ontbrekende nog voor te leggen elementen, in verband met de samenstelling van het dossier bepaald in de brief, vermeld worden. In voorkomend geval hebben de OVM, gemeenten en OCMW een termijn van 15 dagen vanaf de kennisgevingsdatum via brief om hun dossier, op straffe van onontvankelijkheid te vervolledigen.

  Art. 11. § 1. Voor de aankoopprojecten legt de BGHM het dossier ter advies voor aan het aankoopcomité, en dit gelijktijdig met de kennisgeving van de ontvangstbevestiging van volledig dossier, behalve wanneer het dossier een schatting van het onroerend goed weergeeft die door het aankoopcomité verricht is en op voorwaarde dat deze schatting verricht is in het jaar van de indiening van het dossier bij de BGHM bedoeld in artikel 10 § 1 of in het jaar dat deze indiening voorafgaat.
  § 2. Het aankoopcomité verstrekt zijn advies binnen de 3 maanden van de aanvraag van de BGHM.
  § 3. De BGHM legt haar onderzoek ter goedkeuring van haar Raad van Bestuur voor door zich op de bij de aanvraag gevoegde documenten en, voor de aankoopprojecten, op de schatting van het aankoopcomité, te baseren.
  § 4. Na onderzoek en beslissing van de Raad van Bestuur, stuurt de BGHM, binnen de 150 kalenderdagen die volgen op de kennisgeving van de ontvangstbevestiging van volledig dossier bedoeld in artikel 10 § 3:
  1° haar advies over de opportuniteit om het project te selecteren aan de minister;
  2° een kopie van haar advies aan de OVM, de gemeente of het OCMW.

  Art. 12. De minister legt zijn advies over de projecten, goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de BGHM, ter goedkeuring van de Regering voor.

  Art. 13. De BGHM licht de OVM, de gemeenten en de OCMW over de beslissing van de Regering in.

  Art. 14. Voor de aankoopprojecten grijpt de ondertekening van de authentieke verkoopakte van het goed plaats tegen 15 december van het jaar gedurende welke de Regering haar akkoord over de operatie geeft.
  De OVM, de gemeenten en de OCMW maken aan de BGHM een eensluidend gewaarmerkte kopie van de authentieke verkoopakte over.
  Vanaf de ondertekening van de authentieke akte neemt de eigenaar iedere voorlopige maatregel ten aanzien van het goed tot op de datum van de aanvang van de werken.

  TITEL V. - Eindbepalingen

  Art. 15. Het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 februari 2016 tot vaststelling van de toekenningsvoorwaarden en de procedureregels van toepassing op de BGHM, de OVM, de gemeenten en de OCMW in verband met de financiering van projecten tot aankoop, onteigening, herstel, afbraak en heropbouw van woningen wordt opgeheven.

  Art. 16. Onderhavig besluit treedt in werking 10 dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

  Art. 17. De minister is bevoegd met de uitvoering van dit besluit.

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   Brussel, 25 oktober 2018.
Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedlijke Regering,
R. VERVOORT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Huisvesting,
C. FREMAULT

Aanhef Tekst Inhoudstafel Begin
   De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,
   Gelet op artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus tot hervorming der instellingen;
   Gelet op artikel 8 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen;
   Gelet op de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode zoals gewijzigd door de ordonnanties van 1 april 2004, van 17 juli 2007, van 19 december 2008, van 22 januari 2009, van 19 maart 2009, van 30 april 2009, van 14 mei 2009, van 1 april 2010, van 3 februari 2011, van 20 juli 2011, van 1 maart 2012, van 23 juli 2012, van 6 december 2012, van 11 juli 2013, van 26 juli 2013 en van 8 mei 2014, artikelen 53, 179 tot 181 van de Brusselse Huisvestingscode;
   Gelet op de beslissing van de Europese Commissie van 20 december 2011 in verband met de toepassing van artikel 106, paragraaf 2, van het verdrag over de werking van de Europese Unie voor staatssteun in de vorm van compensaties voor openbare diensten die aan sommige ondernemingen toegekend worden bevoegd voor het beheer van diensten van algemeen economisch belang;
   Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 december 2014 tot toekenning van een investeringssubsidie voor een bedrag van 199.454.000,00 euro aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij voor de productie van een derde van 3.000 sociale huurwoningen, 500 huurwoningen voor middeninkomens door een projectoproep hoofdzakelijk gericht aan lokale overheden en 500 huurwoningen voor middeninkomens door een projectoproep gericht aan de privésector in het kader van de Alliantie Wonen in 2014;
   Gelet op het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 mei 2014 betreffende de financiering van het meerjareninvesteringsplan van de sociale huisvesting 2014-2017;
   Gelet op het Beheerscontract 2015 -2020 van 17 juli 2015 tussen de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
   Gelet op de beslissing van de Regering van 26 september 2013 betreffende de Alliantie Wonen houdende het meerjarig financieel kader dat het publieke antwoord inzake huisvesting uitbreidt;
   Gelet op de beslissing van de Regering van 13 februari 2014 tot goedkeuring van het vierjarenprogramma 2014-2017 van de Brusselse sociale huisvestingssector;
   Gelet op de beslissing van de Regering van 2 juli 2015, Programma `Alliantie Wonen' - alternatieve voorstellen om de dynamiek te versterken in verband met de luiken 1 en 2 voor de productie van 3.000 sociale woningen en 1.000 huurwoningen voor middeninkomens;
   " Gezien de evaluatie vanuit het oogpunt van handistreaming, zoals beoogd in artikel 4, § 3 van de ordonnantie van 8 december 2016 betreffende de integratie van de handicapdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; "
   Gelet op het advies van de Inspectie van financiën 07 augustus 2017;
   Gelet op het akkoord van de minister van Begroting 14 december 2017;
   Gelet op het advies van de BGHM van 01 juni 2017 ;
   Gelet op de Regeringsbeslissing van 18 januari 2018 betreffende de openbare projectoproep voor de aankoop van woningen en terreinen door de BGHM;
   Gelet op het advies van de Adviesraad voor Huisvesting van 26 januari 2018;
   Gelet op het advies 63.994/1/V van de afdeling wetgeving van de Raad van State verstrekt op 19 september 2018, in toepassing van artikel 84, § 3, 1ste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
   Op voordracht van de minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Huisvesting;
   Na beraadslaging,
   Besluit :

Begin Eerste woord Laatste woord Aanhef
Inhoudstafel
Franstalige versie