einde

Publicatie : 2018-09-04

Beeld van de publicatie
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

22 JUNI 2018. - Koninklijk besluit tot regeling van de samenstelling en de werkwijze van het overlegorgaan bedoeld in artikel 7 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden



VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Het Koninklijk besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen strekt ertoe uitvoering te geven aan artikel 7 van de wet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (verder: de Basiswet).
Dit artikel 7 van de Basiswet bepaalt dat in elke gevangenis een klimaat van overleg wordt nagestreefd. Daartoe wordt in elke gevangenis een overlegorgaan opgericht teneinde de gedetineerden in de gelegenheid te stellen inspraak te hebben in aangelegenheden van gemeenschappelijk belang die voor hun medewerking in aanmerking komen.
Het is de Koning die de wijze van samenstelling en de werkwijze van de overlegorganen verder bepaalt, wat dus ook het voorwerp is van het voorliggend KB.
Reeds eind 2010 werd vanuit het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen van de FOD Justitie een nota verspreid naar de verschillende gevangenisdirecteurs waarin hen werd gevraagd om in hun inrichting reeds over te gaan tot de oprichting van een overlegorgaan. Het huidig KB legt nu verder de regels omtrent de samenstelling en de werkwijze van deze overlegorganen vast en laat ook voormeld artikel 7 van de Basiswet formeel in werking treden.
Dit overlegorgaan moet een dubbele rol vervullen.
Enerzijds moet het de gedetineerden de mogelijkheid geven inspraak te hebben in aangelegenheden van algemeen belang, en dit teneinde het aanbod in de gevangenis en de organisatiestructuur af te stemmen op de behoeften van de gedetineerden (bijvoorbeeld aanbod van activiteiten, bezoek, kantine...).
Anderzijds is het de bedoeling hiermee een wederzijdse communicatie met betrekking tot de aangelegenheden van algemeen belang te ontwikkelen.
Het besluit omvat 2 hoofdstukken.
Hoofdstuk 1 handelt over de samenstelling van de overlegorganen en de aanduiding van de vertegenwoordigers van de gedetineerden waarbij tevens ook de duur van het mandaat en het verlies van de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gedetineerden geregeld worden. Hoofdstuk 2 omvat de bepalingen omtrent de werkwijze van het overlegorgaan.
Op 19 december 2017 leverde de afdeling Wetgeving van de Raad van State haar advies af met betrekking tot dit besluit.
In artikel 4, § 2, tweede lid, van het besluit wordt bepaald dat wanneer een plaatsvervangende vertegenwoordiger in de plaats treedt van een effectieve vertegenwoordiger die niet langer de hoedanigheid heeft van vertegenwoordiger van de gedetineerden, deze plaatsvervanger het mandaat van de effectieve vertegenwoordiger voltooit. Deze regel omvat ook de hypothese dat een plaatsvervangende vertegenwoordiger in de plaats treedt van een effectieve vertegenwoordiger die niet langer gedetineerd is, overlijdt of niet langer in staat zou zijn het mandaat uit te oefenen. Wanneer een effectief lid definitief geen zitting meer kan houden in het overlegorgaan, wordt een initieel plaatsvervangende vertegenwoordiger vanaf dat ogenblik dan ook effectief lid van het overlegorgaan. Hiermee wordt tevens geantwoord op de opmerking in dit verband van de Raad van State.
In de artikelen 8 en 9 van het besluit wordt erin voorzien dat derden kunnen worden uitgenodigd op de vergaderingen van het overlegorgaan. De Raad van State maakte in haar advies de opmerking of niet zou moeten worden verduidelijkt om welke derden het precies gaat. Het gaat hier om personen extern aan het overlegorgaan die een bepaalde ervaring of expertise hebben met betrekking tot de agendapunten die tijdens de vergadering van het overlegorgaan besproken zullen worden. Er kan bv. worden gedacht aan: de directeur-zaakvoerder indien aangelegenheden rond gevangenisarbeid zouden besproken worden, leden van de gemeenschappen indien er voorstellen in verband met opleiding behandeld worden tijdens de vergadering, ... .
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Justitie,
K. GEENS

22 JUNI 2018. - Koninklijk besluit tot regeling van de samenstelling en de werkwijze van het overlegorgaan bedoeld in artikel 7 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, artikel 7, § 2;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 augustus 2015;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 25 augustus 2016;
Gelet op het advies 62.334/3 van de Raad van State, gegeven op 19 december 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. - Samenstelling van de overlegorganen
en aanduiding van de vertegenwoordigers van de gedetineerden
Afdeling 1. - Samenstelling
Artikel 1. § 1. In elke gevangenis wordt overeenkomstig artikel 7, § 1, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden een overlegorgaan opgericht.
§ 2. Het overlegorgaan is op de volgende wijze samengesteld:
1° het inrichtingshoofd of de directeur die hij aanwijst, die er het voorzitterschap van waarneemt,
2° een personeelslid aangewezen door de voorzitter,
3° een secretaris, aangewezen door de voorzitter,
4° vertegenwoordigers van de gedetineerden, aangewezen overeenkomstig de in afdeling 2 beschreven procedure. Het aantal vertegenwoordigers wordt vastgesteld door het inrichtingshoofd, maar bedraagt minimaal vier.
Afdeling 2. - Aanduiding van de vertegenwoordigers van de gedetineerden
Art. 2. Ieder jaar, in de loop van de eerste week van maart, wordt door middel van aanplakking een oproep tot kandidaatstelling gericht aan alle gedetineerden.
De kandidaten bezorgen hun kandidatuur schriftelijk aan de voorzitter van het overlegorgaan, ten laatste de zevende dag die volgt op de oproep.
De voorzitter van het overlegorgaan stelt de lijst op van de gedetineerden wier kandidatuur ontvankelijk is. Een gedetineerde die zich kandidaat heeft gesteld, kan niet worden uitgesloten van deze lijst tenzij wanneer de voorzitter van oordeel is dat deze gedetineerde een permanent gevaar voor de veiligheid vormt.
Art. 3. § 1. De naam van alle gedetineerden wier kandidatuur aanvaard werd, wordt genoteerd op een briefje dat in twee geplooid wordt en in een doos wordt gestopt.
§ 2. De voorzitter van het overlegorgaan organiseert de aanwijzing van de vertegenwoordigers van de gedetineerden door middel van loting.
De voorzitter trekt één voor één de namen van de vertegenwoordigers ten belope van het overeenkomstig artikel 1, § 2, 4° vastgestelde aantal.
Vervolgens trekt de voorzitter één voor één de namen van de andere kandidaten, die in de volgorde van de trekking ingeschreven zullen worden op de lijst van de plaatsvervangers.
De loting vindt plaats in aanwezigheid van twee getuigen. Er wordt een proces-verbaal van opgesteld.
§ 3. De effectieve en de plaatsvervangende vertegenwoordigers worden persoonlijk in kennis gesteld van hun aanwijzing.
§ 4. De namen van de effectieve en de plaatsvervangende vertegenwoordigers worden ter kennis gebracht van de gedetineerden en van de personeelsleden van de gevangenis.
Afdeling 3. - Duur van het mandaat
van de vertegenwoordigers van de gedetineerden
Art. 4. § 1. De aanduiding als vertegenwoordiger van de gedetineerden is geldig voor één jaar, te rekenen vanaf 1 april volgend op de oproep tot kandidaatstelling.
§ 2. Wanneer een effectieve vertegenwoordiger verhinderd is, wordt hij vervangen door de eerst gerangschikte beschikbare plaatsvervangende vertegenwoordiger.
Wanneer een plaatsvervangende vertegenwoordiger in de plaats treedt van een effectieve vertegenwoordiger die niet langer de hoedanigheid heeft van vertegenwoordiger van de gedetineerden, voltooit hij het mandaat van deze laatste.
§ 3. Wanneer het aantal effectieve vertegenwoordigers niet langer het minimum van vier bereikt, wordt een nieuwe oproep tot kandidaatstelling gedaan, zodat het lopende jaar zoals bedoeld in § 1 kan voleindigd worden.
Afdeling 4. - Verlies van de hoedanigheid
van vertegenwoordiger van de gedetineerden
Art. 5. De voorzitter van het overlegorgaan kan de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de gedetineerden ontnemen aan de gedetineerde die zonder geldige reden tot tweemaal toe niet deelneemt aan een vergadering, alsook aan de gedetineerde die met zijn gedrag de veiligheid van de inrichting ernstig heeft aangetast of de orde of de veiligheid binnen het overlegorgaan heeft aangetast. De beslissing tot ontneming van de hoedanigheid van vertegenwoordiger wordt schriftelijk meegedeeld aan de betrokken gedetineerde.
HOOFDSTUK 2. - Werkwijze
Art. 6. Het overlegorgaan vergadert minstens één maal per kwartaal op initiatief van de voorzitter ervan.
Art. 7. Het inrichtingshoofd bepaalt de voorwaarden waaronder de vertegenwoordigers van de gedetineerden de andere gedetineerden kunnen raadplegen.
Art. 8. De punten die de vertegenwoordigers van de gedetineerden op de agenda van de vergadering wensen te plaatsen alsook de eventuele verzoeken tot uitnodiging van derden worden ten laatste 10 dagen vóór de vergadering aan de voorzitter van het overlegorgaan gericht.
Art. 9. Afhankelijk van de agendapunten, kan de voorzitter van het overlegorgaan beslissen derden toe te laten tot de vergadering van het overlegorgaan. Hij belast de secretaris met de uitnodiging van de derden.
Art. 10. De agendapunten worden ten laatste vijf dagen vóór de vergadering ter kennis van de leden van het overlegorgaan gebracht.
Art. 11. De secretaris van het overlegorgaan stelt een verslag op van de vergadering. Hij bezorgt dit verslag aan eenieder die als lid deelnam aan de betrokken vergadering. Deze laatsten kunnen in voorkomend geval hun opmerkingen met betrekking tot het verslag binnen de vijftien dagen na de ontvangst van het verslag bezorgen aan de secretaris. De voorzitter keurt de definitieve versie van het verslag goed, dat vervolgens ter kennis van de leden van het overlegorgaan wordt gebracht binnen de dertig dagen na de vergadering.
Het verslag vermeldt de datum waarop de volgende vergadering van het overlegorgaan zal plaatsvinden.
Art. 12. Op 15 september 2018 treden in werking:
1° artikel 7 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden;
2° dit besluit.
Art. 13. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 juni 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS


begin

Publicatie : 2018-09-04